03-11-10

Gangsterbaasje

Medespeler,

In mijn vorige bijdrage had ik het over mijn "Hidden Gem", Mai-Star.

Maar het lag wel in balans met enkele andere spellen. The Boss was daar eentje van.

The Boss is een kaart-deductie-bluf-pest-paranoia-spel. Toen we het op Spiel onder handen namen heb ik meermaals gedacht: "Toch ongelooflijk hoeveel spel men met een handvol kaarten en een miniscuul spelbordje kan bijeen knutselen. En hoe mooi en zacht en sexy en lief Pauline dat spelletje toch uit kan leggen. Ooh, hoe schattig als ze zegt: Ze littel cjuubs."

Soit, back to business.

In The Boss bent u een gangster met gevolg. Dat gevolg bestaat uit 5 stevige kerels en 3 kleine  garnalen. Die stevige kerels, daar kunt u altijd op rekenen. De garnalen daarentegen worden nogal eens fijngemalen tijdens het uitoefenen van de taakjes die u uw gevolg oplegt.

Het doel van dit spel is gewoon geld verdienen en na drie tot vijf ronden de rijkste zijn. Dat is duidelijk en laat geen vragen open.

Dat rijk worden doet u door citytrips te organiseren naar steden waar in uw ogen het een en ander te halen valt. U wordt wel een beetje gedwarsboomd door uw tegenspelers, die ook megalomane Bossneigingen hebben. Daarbovenop moet u ook nog rekening houden met een organisatie die luistert naar de naam politie en het ook niet bepaald goed met u voorheeft. Daardoor eindigen uw citytrips nogal eens in de plaatselijke gevangenis, het ziekenhuis of erger: in een waterrijk gebied met een betonblok aan uw bevallige voetjes.

Gelukkig hebt u hier en daar wel een spion zitten die u informatie verschaft over wat er in een bepaalde stad te halen valt en wie u daar zoal, ten goede of ten kwade, zou kunnen tegenkomen.

Het concept van het spel is eenvoudig. Er worden, afhankelijk van het aantal spelers, een aantal stadkaarten in verschillende kleuren in een willekeurig gevormde rij opengelegd. Gaat u met de volle vier aan de slag kunt u exotische bestemmingen als Philadelphia, Memphis, New York, Boston, Cincinatti, Kansas City, Detroit en Chicago (of course) aandoen. Op de stadkaarten staat aangegeven wat daar eventueel te halen valt, weeral ten goede of ten kwade. Geldzakjes (in waarden van 0 tot 4) interesseren u het meest. Ziekenhuizen, gevangeniscellen, verbanningen en een gewisse dood interesseren u al heel wat minder. In Boston weet u bijvoorbeeld dat er twee geldzakken van waarde drie te halen zijn, maar mogelijk ook een enkeltje plaatselijke gevangenis en een niet al te comfortabel ziekenhuisbed. Deze elementen staan iconografisch weergegeven op kaarten die aan de stad in kwestie zijn gelinkt, ook qua kleur. Boston (geel) heeft dus vier gele gelinkte kaarten bestaande uit twee kaarten met een geldzak van drie, een cel en een ziekenhuissymbool.

Bij de aanvang van een ronde wordt elke stad bevoorraad met één gedekte en gelinkte, willekeurige kaart. Dat is het geld of het noodlot dat daar te halen valt. De resterende kaarten, vijf per speler, worden onder de spelers verdeeld. Elke speler bezit op dat moment een beetje informatie over wat er in een aantal steden te gebeuren staat. Hij kan dat afleiden aan de hand van de kleur van de rugzijde van de kaarten van zijn tegenstanders en de informatie die hij zelf letterlijk in handen heeft. Meestal weet u een beetje, maar net niet voldoende. En dat is heel frustrerend, zeker als u in een een risicovolle sector als de gangsterwereld uw dagelijks brood moet verdienen.

Vervolgens gaat u aan de slag en stuurt u uw trawanten op citytrip. Dat doet u door tijdens uw beurt uw houten blokjes, vijf grote voor uw elitetroepen en drie kleintjes voor de groentjes, in een stad in te zetten (optioneel en in een aantal naar keuze, waarbij u er moet op toezien dat een groentje alleen samen met een routinier op stap mag). Vervolgens speelt u een aan een stad gelinkte kaart in die bepaalde stad open uit (verplicht en dit moet niet dezelfde stad zijn waar u uw handlangers hebt geplaatst). Daardoor weet iedereen onmiddellijk wat er in die stad niet te halen of op te lopen valt.

Geloof me, deze eenvoudige handelingen zijn al voldoende om uzelf en uw tegenspelers op scherp te zetten. En ik bedoel ècht op scherp. In de betekenis van ontplofklaar. U moet er echt bij hebben gezeten om hierover mee te kunnen praten. Dit is een eerste waarschuwing.

Zo gaan de beurtjes vrolijk verder, waarbij u rekening moet houden dat u om in een stad de controle te krijgen altijd meer gespuis moet inzetten dan de speler die daar op dat moment de meerderheid heeft. U moet er ook rekening mee houden dat op het einde van een ronde de groentjes, door hun onervarenheid en verkeerdelijk gps-gebruik, altijd op het verkeerde moment op de verkeerde plaats in de vuurlinie hebben zitten lopen waardoor u ze voor de rest van het spel kwijt bent. Goed timen dus en met fluwelen handschoenen aanpakken, die kasplantjes.

Als elke speler drie kaarten heeft uitgespeeld - de Griekse tragedie ontvouwt zich - wordt een politiekaart omgedraaid van een stapeltje van vijf. Op deze kaarten staat een insigne van zilver of goud of een twee insignes, goud èn zilver. Zodra het derde insigne van een bepaalde kleur zichtbaar wordt betekent dat dat u aan de laatste ronde bezig bent. Het spel duurt dus drie tot vijf ronden.

In die ronden kunt u dus uw groentjes kwijtraken en kunnen uw elitetroepen het ziekenhuis in geschoten worden (beurtje overslaan omwille van werkonbekwaamheid), de gevangenis in vliegen (twee beurten overslaan), verbannen worden uit Cincinnati of erger: harpspelend het rijk der hemelen tegemoet treden.

Chicago is, zoals te verwachten, een speciaal stadje. Daar woont de Boss der Bossen. Daar kunt u uw klootzakjes wel kwijt, maar niet uw kaarten. De Grote Baas zamelt al het geld in van de steden die links van hem liggen om het vervolgens te delen met de speler die Chicago beheerst - hij rondt wel altijd af in zijn voordeel, de schoft - en schuift elke ronde een plaatsje naar rechts op, waardoor de potentiële inkomsten aldaar steeds lucratiever worden.

Leuk is ook dat de spelersvolgorde als de laatste kaart moet worden uitgespeeld wordt bepaald aan de hand van het aantal loopjongens (houten blokjes) die de spelers op dat moment nog in hun bezit hebben. De speler met de meeste beschikbare gangsters begint en de speler met het laagste anatal speelt het laatst. Hou daar rekening mee als u volop met uw zondagse smoel aan het bluffen bent.

The Boss sloeg bij ons in als een bommetje. Geen bom, een bommetje. Maar ik weet uit ervaring dat men van kleine bommetjes behoorlijk kan schrikken. Dat deed ik hier ook en dat is absoluut niet negatief bedoeld.

Iedereen waarmee ik dit speelde was aangenaam verrast. Snel, eenvoudig van opzet, overzichtelijk maar vooral paranoia genererend. Want welke kaarten heb ik op hand en wat weet ik daardoor? Wat kan ik opmaken uit de aard van de kaarten die mijn tegenspelers al hebben uitgespeeld? Die gele kaart die mijn overbuur daar op hand heeft, welke zou dat zijn? En waarom speelt mijn linkerbuur zijn gangsters uit op Kansas City terwijl hij geen enkele kaart van die stad op hand heeft? Overvloedig zweten is een natuurlijke bijwerking als u zich aan een spelletje The Boss waagt. het is maar dat u het weet.

Optimaal spelersaantal: vier. U kunt het met minder, zelfs met z'n tweeën, maar met z'n vieren bent u in voor een erg zinnenprikkelende behandeling. U gaat in uw lichaam zenuwen voelen trillen waarvan u tot op dat moment het bestaan niet eens vermoedde.

Tegenindicaties? Hartproblemen, een te hoge bloedruk, zwangerschap, aangeboren achterdocht en een lage frustratietolerantiedrempel. Het kan ook zijn dat u, bij aanvang van het spel nochtans volkomen gezond zijnde, na afloop met één van de bovengenoemde ongemakken huiswaarts keert. U bent gewaarschuwd.

En een gewaarschuwd gangster telt voor twee.

Dominique

 

The Boss

Blackrock Editions

Alain Ollier

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

20 tot 60 minuten

 

 

20:03 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (5) | Tags: the boss, blackrock editions |  Facebook |