13-10-08

Grietje De Dood.

Pietje De Dood. Volgens de overlevering komen we hem allemaal ooit wel eens tegen. Iedereen weet hoe hij eruit ziet. Knokerig en met een kapmantel. En een zeis. Daarmee snijdt hij secuur en trefzeker levensdraadjes door. Maar wie zegt dat Pietje De Dood een Pietje is? Zou het evengoed geen Grietje De Dood kunnen zijn? Een bloedmooie vrouw die u met een zachte fluisterstem tot zich roept, u vervolgens liefdevol bij de hand neemt en u met lichte maar zekere tred naar gene zijde begeleidt? Volgens mij wel. Als mijn tijd gekomen is zal zij het in elk geval zijn waarop ik ongeduldig lig te wachten. Misschien ligt in die redenering ook het fundament van het reïncarnatiedenken. De ziel die weerkeert naar de aarde, gewoon om op het einde dat wandelingetje met Grietje nog eens te mogen overdoen. Het lijkt me een zeer plausibele verklaring.

Er zijn spellen waarin u als speler de luxe mag proeven te reïncarneren als u het loodje legt. Om vervolgens doodleuk en tot afgrijzen van uw tafelgenoten "kiekeboe!" te roepen. Hieronder, beste medespeler, mijn favorieten.

Bacchus’ Banquet (Mayfair Games)

U gaat eraan als uw broekriempje knapt, u enkele dolken in uw achterkant hebt zitten of voldoende vergif hebt ingenomen. Maar u komt weer. Als een nieuw karakter. Met iets minder mogelijkheden en waarschijnlijk met een beetje achterstand op de rest van het addergebroed waarmee u aan tafel zit, maar zeker niet kansloos voor de overwinning. Want in dit spel kan van alles gebeuren. Meestal op momenten waarop u het niet verwacht. Vlak voor u sterft is het dan ook aan te raden een extra inspanning te leveren om uw oogjes en oortjes goed open te houden. Dit laatste orgaan schijnt bij stervenden extra goed te werken, maak er dus dankbaar gebruik van.

Courtisans of Versailles (Tilsit / Mario Truant Verlag / Clash Of Arms Games / Dragons Raieux)

The horror, the horror! Alsof doodgaan nog niet erg genoeg was, kom je hier terug met een ander geslacht. Was je een vrouw heb je plots een piemel(tje), was je een man zit er plots een groot zwart gat waar zich ooit je trots bevond en weet je ineens niet goed meer wat je moet nalopen. Desoriëntatie en verwarring alom dus op zo’n – zeg maar gerust enorm gênant – moment. U gaat me niet geloven maar zieke geesten onder ons gebruiken deze techniek om het spel naar hun hand te zetten. Het woord "spel" krijgt hier wel een heel nare bijsmaak, maar het is niet anders. Nooit geweten trouwens dat de genderstichting in het hiernamaals een filiaal heeft.

Evo (Descartes Editeur / Eurogames)

Als er specimen zijn die een hartig woordje kunnen meepraten over "het loodje leggen" zijn het de dinosauriërs wel. Wat hebben die allemaal wel niet op hun kop gekregen? In Evo werken we rustig toe naar de definitieve wipeout maar op de weg daar naartoe krijgen we, als het echt tegen zit, ruimschoots de kans om onze dino’s opnieuw tot leven te wekken. En dat mogen we dan, in tegenstelling tot de courante verplaatsings- en vermenigvuldigingsregels van de beestjes, eender waar op het zeer geslaagde moduleerbare spelbord. Sommige spelers, zich meestal situerend in mijn onmiddellijke omgeving, gebruiken dit zelfs als een manier om plots op te duiken in de achtertuin van een concurrent met als enige bedoeling daar dan weer dood en verderf te zaaien.

Kampf Der Gladiatoren (Rio Grande Games / Hans Im Glück / 999 Games)

Nog voor u "zij die gaan st…" geroepen hebt ligt u al zieltogend op het zagemeel van de arena. Maar ziet, u gaat niet naar het licht aan het eind van de tunnel. Neen, u keert terug en leeft! HOERA! Dat Hoeragevoel houdt net zo lang aan tot u vaststelt dat uw gereïncarneerde zelf een beetje gedegradeerd is op de evolutionaire ladder, waarna het plotseling wel met hele kleine letterjes wordt geschreven. U bent plots een beer of een stier en, als u een heel klein beetje geluk hebt, een leeuw. En u bevindt zich nog steeds in dezelfde arena. Gelukkig mag u nog meedoen en het uw medespelers lastig maken. Maar of u nog zoveel plezier zult hebben als bij spelaanvang valt zeer te betwijfelen.

Mall Of Horror (Asmodée Editions / Nexus)

U wordt achternagezeten door zombies. In een groot winkelcentrum, zoals het hoort. En gaat u eraan verandert u gewoon in een levende dode. Een zombie, inderdaad. Toch eentje die nog oplet. Het is niet echt reïncarneren maar het komt toch dicht in de buurt. Het leuke in dit spel is dat u extra soortgenoten in het spel mag brengen die dan samen met u lekker op uw vroegere medestanders gaan helpen jagen. Geef maar toe, een stuk bijten uit uw medespelers, hebt u daar niet altijd stiekem van gedroomd? Niet flauw doen. Ik wel.

Ruckkehr Der Helden (Pegasus Spiele)

Sterven mag hier hoor. U keert weer naar het rijk der levenden. U hebt dan wel alle attributen die u tijdens het spel had verzameld in het hiernamaals moeten afgeven. Niet erg zegt u? U zult anders piepen als het u zelf overkomt want deze attributen zijn meestal "nogal erg nodig" om het spel te kunnen winnen. Nogal erg veel nodig zelfs. Daarom raad ik u aan, als u een beetje roekeloos van nature bent en toch zelfmoordneigingen hebt, deze ten uitvoer te brengen in de aanvangsfase van het spel. Indien u dat niet doet ziet u de achterwerken van uw fluitende medespelers aan de einder verdwijnen en geloof me, u ziet ze nooit meer terug. Voor sommigen onder ons is dat een zegen, zij die graag winnen vermijden dit te allen prijze.

Runebound (Fantasy Flight Games / Heidelberger Spieleverlag / Nexus)

Voorwaar, avonturier, pas op. Indien gij het tijdelijke met het eeuwige verwisselt verliest gij niet alleen uw goud, maar ook uw meest waardevolle voorwerp. Waardevol heeft hier totaal geen emotionele of fysieke connotatie, u verliest gewoon wat het meeste waard is. En wat het meeste waard is hebt u meestal ook het meeste nodig. En aangezien u bij uw heengaan ook al uw zuurverdiende goudstukken bent kwijtgeraakt hoeft u er zelfs niet over te piekeren om op korte termijn een gelijkwaardig voorwerp aan te kopen. Dat is leuk, geen gepieker, maar u hobbelt dan voor de rest van het spel wel zo’n beetje achteraan, zo’n beetje hulpeloos, zo’n beetje scharrelend in de marge. Leuk als u een beetje aan sightseeing wil doen, maar dodelijk als u er stiekem van droomt door uw medespelers als overwinnaar te worden toegejuicht.

Tongiaki (Schmidt Spiele / Uberplay / PS Dames)

Als u geëlimineerd wordt, wordt u gewoon wakker op een nieuw eiland en kunt u gewoon van vooraf aan beginnen. Om uiteindelijk doodleuk achteraan te eindigen. Bekijk uzelf dan gewoon als een personage uit "Lost", want de titel van die serie leent zich uitstekend om het gevoel te beschrijven dat zich van u meester maakt op het einde van deze spelsessie.

Ursuppe (Doris & Franck / Z-Man Games)

Het Evoprincipe wordt ook hier toegepast, tot grote tevredenheid van de getroffenen. Bent u bijna aan het einde van uw levensbobijntje mag u eender waar op het door uitwerpselen allerhande bontgekleurde spelbord een nieuw pantoffeldiertje plaatsen. Hou er wel rekening mee dat u, als u dit in dit spel regelmatig moet doen, echt niet goed bezig bent en met een dikke zwarte vilstift gerust "overwinning" op uw blote buik mag schrijven. Maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de wetenschap dat u tenminste voor een avond uw medespelers hebt mogen benaderen als waren het een stelletje eencellige amoeben, iets waar u al lang van overtuigd was maar nu eindelijk proefondervindelijk kon worden aangetoond.

Vinci (Descartes Editeur)

Het loodje legggen, zegt u? Hier mag u hele beschavingen ten onder laten gaan. Let wel, enkel die van u. Van die van de andere spelers blijf je met je tengels af. Duizenden – wat zeg ik – miljoenen volgelingen kun je hier naar eigen goeddunken de pijp uit laten gaan. In alle vrijheid. Je kiest zelf wanneer. En nog straffer: je scoort er nog een tijdje punten mee ook. Je verliest er wel een bijna volledige beurt mee. Maar geen nood hoor, je reïncarneert gewoon een nieuwe beschaving elders op het afschuwelijk lelijke spelbord (jawel hoor, een Abomilabel!). Laten uitsterven en nieuw leven beginnen, en vooral de timing daarvan, is trouwens dé strategie om dit spel te winnen. Hou u dus niet in!

Alhoewel, inhouden is toch wat ik nu ga doen. De plicht roept. En mijn patatjes met stoverij roepen nog veel luider.

Dominique

18:10 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-10-08

Das Bettsport-Quartett. Das Quartettspiel mit 32 Liebespositionen!

Vergeet de titel van deze bijdrage. Het was gewoon om uw aandacht te trekken. Zodat u deelgenoot kunt worden van mijn gemijmer. Ik vind het een prachtig woord, mijmeren, alleen moet je opletten wanneer en waar u deze activiteit beoefent. Zo stond ik onlangs te mijmeren aan de kassa van de plaatselijke Carrefour. Ik haalde me een aflevering van Avro's Toppop voor de geest, meerbepaald die waarin Iggy Pop de studio volledig sloopt, en werd prompt terug gekatapulteerd naar de tweede helft van de jaren 70. Van daaruit associeerde ik verder naar de BRT Radio Top 30, naar die legendarische aflevering in december 1980, waarin de totnogtoe nog steeds onovertroffen Paul Verbrugghe de vogeltjesdans op 78 toeren liet horen met de mededeling: "Dan zijn we er sneller vanaf". Hij had namelijk een fantastische eigenschap, onze Paul. Hij zei bij elk nummer wat hij ervan vond. Hij kreeg na dat voorval prompt een nota van de BRT-directie met de mededeling dat zoiets écht niet kon, lees: "Heb vooral geen eigen mening, Paul." Verbrugghe hield de eer aan zichzelf en nam niet lang daarna ontslag. Hij is nog steeds één mijner grootste idolen.

Mijn gemijmer had wel tot gevolg dat er zich achter mij een rij had gevormd van hier tot aan de rayon met de huidkleurige steunkousen. Een rij die zich duidelijk niet in de jaren 70 bevond, maar midden in september 2008, en vooral heel erg doordrongen van het adagio "Time, en dan vooral die van mij, is money." Het kwam net niet tot een vechtpartij. Moraal van het verhaal: plan uw mijmeringen zorgvuldig.

Juli, augustus, september 2008. Spellenvrienden, ze zijn voorbij en ze komen nooit meer weer. Het enige wat blijft zijn herinneringen. Wat is mij bijgebleven van dat spelkwartaal? Wat beroerde mij en beroert me nog steeds? Lees verder en vorm u een idee van wat bij mij is blijven hangen.

 Agricola

Als Marco Borsato er ooit moest aan denken een maxiversie uit te brengen van zijn megahit "Rood" heb ik alvast een goeie tip voor de man. Hij kan gerust nog een couplet toevoegen aan zijn monsterhit, met de regeltjes "Vandaag speel jij Agricola met rood. Vandaag is rood de kleur van je handen. Vandaag is rood, de kleur van je kaarten. Vandaag is rood, wat wit hoort te zijn." Het melodietje verzin u er zelf wel bij. Ik kan tenslotte niet alles zelf doen. Na enkele posts op BoardgameGeek ging ik ervan uit dat het euvel enkel de Engelstalige editie teisterde, maar ondergetekende heeft ondertussen ook prijs. Wie met rood speelt loopt het risico op rode handjes die dan op hun beurt de rest van de spelonderdelen gaan besmetten. En neem het van mij aan, de tactieken van Pandemic geven hier niet thuis als je één en ander weer recht wil trekken. Het merendeel van mijn kaarten is rood uitgeslagen. Niet dat het spel daardoor onspeelbaar wordt, maar mooi is anders. U bent gewaarschuwd.

Bachus Banquet

Made in Belgium en een hele goeie. Wie is wie is de hoofdvraag in deze spannende, orgiegeladen kwis. Knappende broeksriemen, snuifjes snelwerkend vergif, dolken in de rug, spelen op een lier, het zit er allemaal in. En ongegeneerd Caligula mogen uithangen is toch ook mooi meegenomen. Wel jammer dat er maar vijf Romeinse staatsburgers mogen meedoen.

Colosseum 

Zwaar geschrokken van het feit dat dit langdurende en diep strategische spel door een dobbelsteenworp in de laatste ronde kan worden beslist. Drie uur werken en priegelen naar een overwinning en dan dit. Slik. Niet dat ik op enig moment aanspraak kon maken op de overwinning hoor, maar voor de twee nek aan nek racers toch een erg bitter einde. Niet leuk.

Coyote 

Hierin kan je jezelf écht wel belachelijk maken, zowel door de letterlijk te nemen aankleding als door het spelconcept, en daarom nog steeds één mijner favorieten. De minpunten zo hardhandig mogelijk op het voorhoofd van de tegenspelers drukken blijft, samen met die belachelijke asbak van Andromeda, één van mijn favoriete speltechnische innovaties,

De Gouden Eeuw 

In dubio over deze. Wie het eerst 33 punten heeft is gewonnen. Ik moet eerlijk melden dat dit gegeven mij absoluut niet aanstaat. Ik hou niet van spellen die afklokken op punten. Ik zwelg liever in de heerlijke onzekerheid van een spannende puntentelling op het einde Al moeten ze nu ook niet overdrijven. Zoals in Stone Age bijvoorbeeld. Er zijn grenzen. Maar het spelbord is zo mooi. En er staat een stukje Vlaanderen op. Maar ik hoor ook verontrustende dingen over de spelregels en als ik, buiten de doodgewone huismijt, voor iets allergisch ben is het wel een onduidelijk en ongestructureerd regelwerk. Dat wordt proefspelen.

Dragon Hunt en Wyvern 

Naar aanleiding van het onverwachte bezoek van een verre vriend en tevens een fervent liefhebber van kaartspellen nog eens uit de kast gehaald. Begonnen met het all-inn pakketje van Dragon Hunt en daarna overgeschakeld op Wyvern, het CCG waarvoor Dragon Hunt het opwarmertje – of beter, het warmmakertje – was. Als ik mijn favoriete bestiarium even doorblader nemen draken een zeer prominente plaats in, vandaar. Zeer genoten van deze sessies, waarbij Wyvern toch een lichte voorkeur krijgt omwille van de voor extra pit zorgende schatkaarten.

 Expedition Altiplano

Omdat de verre vriend er nu toch was werd dit ook nog even uit de keukenkast (jawel!) gehaald. Een Frans Indiana Jones-achtig kaartspel voor twee met redelijk wat diepgang en, wat nog veel belangrijker is, puur spelgenot. Laat u vooral niet afschrikken door het woord "Franstalig". Om dit goed te kunnen spelen moet u enkel de volgende Franse woorden vooraf instuderen: défausse (aflegstapel), supprimer (wegnemen), fache cachée (gedekt), pioche (trekstapel). Geloof me, daarmee komt u al een eind. Wat daarna volgt is een spannend steekspel met bijna overwinningen die plots worden omgebogen tot bijna nederlagen en omgekeerd, tot er iemand helemaal het loodje legt natuurlijk. Daar bovenop krijgen we nog erg mooi artwork voorgeschoteld en een voor beginners handig spelplan. Dit laatste hulpmiddel kan al na de eerste sessie weg, want vanaf dan is alles wat u doet tweede natuur. Een blijvertje.

Grand National Derby en Titan, The Arena

Allebei nog eens gespeeld en mij uitermate goed geamuseerd.

Thema en Knizia, Vuur en water. Ook hier weer. In GND zijn we jockeys die, gezeten op Arabische volbloeden of tweedehands ezels (afhankelijk van de plaats waarop we eindigen) als eerste bekommernis hebben gewoon aan te komen en als tweede bekommernis met zoveel mogelijk weddenschappen op onze naam. Eenvoudig, elegant en vooral heel gemeen. Want onderweg moeten drie van de renpaarden sneuvelen, uiteraard mede bepaald door het egoïstische gespuis waarmee u aan tafel zit.. In Titan, The Arena doen we het nog eens gezellig over maar daar zijn de paarden vervangen door mythische creaturen die elkaar te lijf gaan in een al even mythische arena omringd door een naar bloed hunkerende razende massa. Titan, The Arena werd al snel gevolgd door de derde variant: Colossal Arena. Meer van hetzelfde met een beetje finetuning.

En Herr Knizia kon er blijkbaar zelf ook niet genoeg van krijgen want hij is uiteindelijk nog met een vierde variant op de proppen gekomen: Galaxy, The Dark Ages. Voor deze laatste is de uitdrukking "toeters en bellen" uitgevonden, tot de vijfhonderdste macht, want hierin vindt zelfs een kat haar jongen niet meer terug. Vraagt heel wat voorstudie en inlevingsvermogen en staat daardoor nog steeds ongespeeld op mijn spellenrek. Maar ik werk eraan.

Memoir '44 

Hoe ver kun je als speluitgever gaan? Heel ver blijkbaar. Want hiervoor hebben ze bij Days Of Wonder een speciale "campaign bag" uitgebracht. Uitstekend voor een bezoekje aan de plaatselijke buurtwinkel als je het mij vraagt. Of om mee te nemen naar Essen. Om andere spellen in te steken. Of misschien toch beter niet, want voor je het weet zit je op een C-130 op weg naar Afghanistan. En kom daar maar eens af met de smoes dat het een spellenzak is.

Oltremare 

Dit is eindelijk nog eens op tafel gekomen. Het is veel te goed om zo weinig gespeeld te worden. Gespeeld en genoten dus, ondanks mijn armzalige score. De bootjes moeten wel eens dringend het droogdok in. De onderkant blijft gewoon staan als je ze met de zeiltjes opneemt. En dan kunnen ze uiteraard niet goed Oltrevare.

R-Eco 

Dit blijft maar op tafel komen. Ondertussen zijn we overgeschakeld naar de variant met de willekeurige fichedistributie, wat een zeer leuke afwisseling is. Naar mijn gevoel zelfs beter dan de originele versie. Ik zou het eens proberen als ik u was.

Shadows Over Camelot 

Een heel aangenaam tijdverdrijf, dit spel. Vooral als er geen verrader aan tafel zit terwijl iedereen vermoedt van wel. Minder leuk was dat al mijn zetten werden gevolgd als was ik onder een elektronenmicroscoop bezig. Ik werd er zenuwachtig van. En dat wil wat zeggen. Uiteindelijk wonnen we toch zonder veel moeite, maar de zaden van het wantrouwen zijn ondertussen volop aan het ontkiemen.

Traders Of Carthage 

Een kruising tussen Alhambra, Oltremare, Showmanager en Glory To Rome, zo werd dit spel vooraf omschreven. Ik heb dan ook niet lang hoeven na te denken. Is ondertussen al uitvoerig getest en goed bevonden. Goed. Niet meer maar ook niet minder. De bovenstaande ijkpunten zijn een beetje over the top, en dan vooral dat van Glory To Rome, maar zwemen zijn er wel van terug te vinden. Maar is het niet zo dat bijna elk spel iets van een ander spel in zich draagt? Is Space Alert uiteindelijk geen kloon van Atmosfear?

Spiel 2008 (deel 3)

Conclave (Vendetta Games) 

U gaat het misschien niet geloven maar mensen uit mijn onmiddellijke omgeving hebben zich onlangs laten ontvallen dat ze er wel eens van dromen Paus te zijn. Met een hoofdletter. Ze behoren nog steeds tot mijn vriendenkring, maar sindsdien bekijk ik ze toch enigszins anders. Want eraan denken is één, ervoor uitkomen is al heel wat anders. Ik probeer me ze nu voor te stellen in een witte jurk en met een paars keppeltje op, staand en zegenend op een balkon op het Sint Pietersplein. Benieuwd of ik van hen dan mijn broodnodige absolutie krijg. Maar laat ze eerst maar eens een poging doen in Conclave, de schijnheilige bonen. Kunnen ze bewijzen dat ze de paus-factor hebben. En dat, beste spellenvrienden, valt nog zeer te bezien.

Der Hexer Von Salem (Kosmos)

Het wordt een trend. En terecht. Semi-coöperatieve spellen deel vier. Bij Kosmos hebben ze ontdekt dat er zoiets bestaat als boeken. En als boeken succesvol kunnen worden verfilmd kunnen er spellen van worden gemaakt ook. Dit is een bewerking van een boek van Wolfgang Hohlbein die op zijn beurt de mosterd haalde bij H.P. Lovecraft. Ik ben trouwens benieuwd wanneer men aan de Bouquetreeks begint. Als Michaël Rieneck als (co) auteur op de doos staat vermeld beginnen de oogjes van ondergetekende te blinken. Altijd in de gaten houden dit sujet (De Kathedraal, Cuba, In 80 Tage Um Die Welt en het onterecht onderschatte Dracula). Probeert nu mee te surfen op de hausse van het coöperatieve spel. Dat mag van mij want ik ben deze, tot voor kort schandalig verwaarloosde, spellensoort zeer genegen. Speelt zich af in Arkham en heeft op het eerste gezicht nogal wat overeenkomsten met Arkham Horror, al hoop ik dat de horror van het op- en afzetten van deze laatste niet bij de heksen van Salem terug te vinden is.

Heads Of State (Z-Man Games / Eggert Spiele)

Een kaartspel vermomd als bordspel. Dit hebben we nog gezien. Maar toch, zeeeer interessant. Verschijnt pas ten vroegste in november dus niet te koop op Spiel, maar deze staat al met grote stip aangeduid in mijn atomaschriftje. Het hele, maar echt het héle zootje, passeert de revue: edelen, de klerus, de Spaanse Inquisitie, de beul, de guillotine en de galg met gratis bijgeleverde beul, goudstukken, legers en huurmoordenaars. Dit alles passeert de revue in een uurtje, waarbij onze enige betrachting is zo machtig mogelijk te worden.  

Im Schutze Der Burg (Eggert Spiele / Filosofia / The Game Master)

De afbeelding van de doos staat op de website van The Game Master al tussen de rest van de catalogus te blinken, maar verder geen nieuws te vinden daar. Het wordt afgezaagd maar we moeten weer gaan bouwen. En weeral in de middeleeuwen. Ik vraag me af wanneer we daar nu uiteindelijk eens mee klaar gaan zijn, want geef toe, we hebben toch al wat neergepoot in die donkere periode. Nog straffer: het spelbord is tweezijdig en aan de achterkant worden we vriendelijk verzocht ons in putteke winter ook nog eens in het zweet te werken. Volgens mij niet veel nieuws onder de zon, maar als er een schoonheidswedstrijd onder spellen wordt georganiseerd, een soort "Spiel-beauty", zit deze zeker in de finale. Tip: eerst kijken, dan proberen, daarna beslissen.

Sator (Scribabs)

Sator is een afkorting. Indien de makers zouden verwachten dat u bij aankoop in de spellenwinkel de volledige titel zou uitspreken bleven de dozen volgens mij gewoon op de schappen staan. Vergelijk het een beetje met de plaat "Prisencoliensinainciusol" van Adriano Celentano (1973). Hier waren er nog miljoenen meer van verkocht als de titel enigszins uitspreekbaar was geweest. Naar het schijnt hebben platenhandelaars in die periode de grootste lol gehad met het bevragen van klanten: "De nieuwste van Adriano Celentano, zegt u? Kent u misschien de titel want die heeft er veel gemaakt hoor!" Sator staat voor "Sator Arepo Tenet Opera Rotas". Eén goede raad: gebruik bij aankoop vooral voldoende kleefstof indien u een vals gebit heeft. Of oefen heel intens vooraf.

Space Alert (Czech Games Edition)

Semi-coöperatieve spellen deel vijf. Daar gaan we weer. Als het zo voorgaat zijn er geen competitieve spellen meer. Ik zou dat persoonlijk absoluut niet erg vinden, maar de meerderheid onder ons gruwt van deze gedachte. U wil natuurlijk bloed zien en ab-so-luut niet samenwerken in een spel. U wil alléén die lauwerkrans op. U doet maar, maar een spel waarin u uitdrukkelijk wordt verzocht gedurende een tijdje uw mond te houden krijgt mijn volle aandacht.

Wabash Cannonball (Queen Games) wordt Chicago Express

"What’s in a name?", heeft Shakespeare ooit gezegd. En als er eentje het kon weten was hij het. Maar als ik in een klein stationnetje moet kiezen tussen de "Wabash Cannonball" en de "Chicago Express" weet ik het wel hoor. En u ook, geef het maar toe. Zet mij maar in die kanonbal. Opwinding gegarandeerd. Queen toch.

Wolsung: The Boardgame (Kuznia-Gier)

Steampunk à volonté. Daar hoeft zelfs geen voorgerecht of dessertje bij. Dien maar snel op die handel.Dit spel genereert naar het schijnt zoveel stoom dat je na een tijdje het spelbord niet meer ziet, laat staan uw medespelers. Ik ken trouwens een stel zeer sympathieke Polen die me al hebben beloofd de Poolse regels te verduidelijken als op de Duitse of Engelse teveel haar staat. In pre-order.

Tot slot nog een tip: http://www.youtube.com/watch?v=HmlOrx_6FiI Klik hierop en geniet. Chapeau voor onze creatieve Noorderburen.

Dominique

21:26 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

08-09-08

Het voorgeborgte van de hemel (tweede akte).

Wees verschillig! Het is de slogan van de nieuwe ledenwervingscampagne van de Vara bij onze Noorderburen. Er is trouwens geen slogan denkbaar die beter weergeeft welke houding u best aanneemt ten aanzien van wat hieronder volgt.

Bloom (QWG)

Ik heb geen groene vingers. Dat is goed voor mijn imago nu de “oude man” (lui, heel vuil, met de begrippen “keuken” en “koken” totaal niet vertrouwd, monopolisator van afstandsbedieningen, extreem grof en – het is erg dat ik het moet zeggen, jongens, maar het is niet anders - ab-so-luut geen bordspeler) weer in opmars is. Maar ik weet wat cardboard bloemen met mij kunnen doen. Flowerpower bijvoorbeeld lokt mij steeds weer zonder enige moeite naar de speltafel. En als je dat met die boom van een echte kerel die ondergetekende is voor mekaar krijgt dan heb je wat in huis. Bloemen brengen ook kleur op de speltafel. En dan krijg je tenminste even de indruk dat het de goede kant op gaat met deze wereld. Wat niet zo is, maakt u zich vooral geen illusies.

Bloom lijkt op het eerste gezicht nogal aan de brave kant. We moeten – slik - aan bloemschikken gaan doen. Blijf toch nog maar even zitten. Meer opwinding zou kunnen worden gegenereerd indien we met de afgewerkte boeketten elkaar om de oren zouden mogen slaan (wat voor de meesten onder ons na een doorsnee sessie bloemschikken toch een doodnormale reactie zou zijn) maar dat wordt ons door de makers niet gegund. Wat we wel mogen is de bloemetjes opkweken, van onze perkjes halen en – dat is wél leuk voor de bloedorstigen onder ons – onze rottweilers en pitbulls op elkaar afsturen. Da's goed, dan kunnen we ons – met het gekrijs en geblaf en gebijt op de achtergrond – tenvolle bezighouden met het verzamelen van onze overwinningspunten. Agricolaliefhebbers – als ik voortga op de posts op BoardgameGeek ongeveer driekwart van de wereldbevolking – vinden het misschien interessant te weten dat ook in dit spel kan worden gezaaid en geploegd.

Ja hoor, kwijl maar.

Cavum (QWG)

Er wordt nogal wat afgedolven de laatste tijd. Tinners' Trail (Treefrog) sloeg onlangs in als een bommetje, Sutter's Mill (Phalanx) komt er ook al aan en in Diamonds Club (Ravensburger) is het ook al een gehak en getak dat het niet mooi meer is, al neigt men bij deze laatste toch meer naar het afgewerkte product en een propere afhandeling boven de grond. Samen met de recente heropleving van het coöperatieve spel (terecht) en de invasie van de Vikingen (nou ja) lijkt het erop dat we een tijdje vertrokken zijn voor intens en vooral vuil graafwerk.

Een gamer's game is dit, dus niks voor mij, maar ik maak de grote denkers onder ons hier graag attent op.

Circus Maximus (Pegasus Spiele)

Lekkere grote, dikke, mooie “flapgeluiden” makende kaarten die dan ook nog eens deel uitmaken van een goed spel. En ruiken doen ze meer dan waarschijnlijk ook meer dan behoorlijk. Het thema, kopen en verkopen van tickets op de zwarte markt is echt iets voor mij. Gezien de woekerwinsten die hiermee naar het schijnt kunnen worden gegenereerd lijkt dit mij ook een hele leuke bijverdienste. Alleen worden we – weer eens – teruggekatapulteerd in de tijd, meerbepaald naar het oude Rome. Dus gaat het om tickets voor het de wagenrennen, de gladiatorengevechten en zelfs de beruchte orgieên van Caesar. Niet om Rock Werchter of Pukkelpop dus, al lijkt me een koppeling van dit spelsysteem aan deze festivals een originele reclamestunt. Terug naar onze reporter aan het colosseum: “Je beschikt over getalkaarten die je kunt inzetten op tickets, bezoekers, locaties en actiekaarten. Wie het meeste inzet mag eerst kiezen, dat wat het meest opbrengt uiteraard. Niet uitgespeelde getalkaarten leveren ook nog sestertiën op. Wie op het einde het meeste goudstukken heeft wint.” Mogelijk heb ik voor dit spel ook enkele sesertiën over.

Court Of The Medici (Z-Man Games)

Volgens goed ingelichte bronnen een uitermate ge(s)laagd kaartspel. Florence in de tijd van de Medici. Ik zweer u, er zijn slechtere plaatsen om te vertoeven. In dezelfde kamer als Ignace Combré bijvoorbeeld. Het bekomen van invloed, daar gaat het hier om. Toen ook. Wij doen dit door middel van kaarten die wij ten gepasten tijde uitspelen en ten anderen gepasten tijde wijselijk op de hand houden. Vertoont gelijkenissen met het bij bepaalde spelers nog steeds nachtmerries initiërende “Borgia”, maar vooralsnog zijn de overeenkomsten puur grafisch van aard. Dat lucht in elk geval op.

Oorspronkelijk bedoeld als een spel voor twee tot vier spelers werd na een aanzienlijke snoeibeurt enkel iets leuks voor twee overgehouden. Daar moeten we het mee doen, maar naar het schijnt gaan we dat “doen” wel erg leuk en afwisselend vinden. Of het afhakken van hoofden ook tot dat leuk bezigzijn behoort, is mij nog onduidelijk. Dat zien we in Essen wel weer.

Endeavor (Z-Man Games)

Daar gaan we weer: empire building and world exploration. Hebben wij, spelers, dan nog niet alles ontdekt op deze aardbol? Jawel hoor, alleen doen we het op regelmatige basis allemaal nog eens dunnetjes over. Hoewel, dunnetjes is niet een term die ik aan dit spel zou linken. Het zit op het eerste gezicht allemaal heel goed in elkaar, verschillende paden leiden naar de overwinning – altijd handig als je met meerdere spelers bent, hoef je niet altijd je tegenstander van de weg te duwen -, er zijn subtiele mechanismen verweven in het spelverloop en het is speelbaar in een uurtje. Dat laatste is een huzarenstukje als je bedenkt dat er testpartijen zijn bekend die de 4 uur ruim overschreden. Tevens is Z-Man Games een uitgever die mij regelmatig aangenaam weet te verrassen, een verademing tussen de meestal onaangename verrassingen die mij in het dagelijkse leven vrolijk tegemoet treden. Van nul of een klein beetje een heel imperium opzetten is ook iets waar ik mijn hand niet voor omdraai, dus naar deze kijk ik uit. Misschien moet u dat ook maar doen.

Herr Der Ziegen (Amigo)

Wie het heerlijke tweepersoonsspel Kupferkessel Co. (Goldsieber) – wij zijn momenteel ons tweede exemplaar aan het stukspelen - nog niet in huis heeft kan hier zijn slag alsnog thuishalen. De toverketels zijn vervangen door weiden, de ingrediënten voor onze toverdrank door geiten en er is wat gemorreld aan de regels, maar het fundament is nog steeds hetzelfde: verzamelen van meerderheden en daar op het einde punten voor scoren. In deze versie speelbaar tot vijf spelers, ook al een bonus. Ook de angstaanjagende handeling van het bijknippen van de hoekkaarten die in het origineel van u gevraagd werd is totaal verdwenen. Nog een reden om dit niet te laten liggen. Persoonlijk vind ik het thema van het origineel iets beter geslaagd – vooral de ontploffende toverketels konden mij zeer bekoren – maar hiermee kunt u weinig verkeerd doen. Zeer familievriendelijk met toch voldoende diepgang. En vooral leuk.

Ilium (Playroom Entertainment)

Archeologen zijn wij. Voor de verandering. Hebben we als spelers alles wat zich in de bovenste laag van de aardkorst bevindt nog niet ontdekt dan? Jawel hoor, alleen doen we het op regelmatige basis nog eens dunnetjes over. Weer een Knizia die draait om het verzamelen van setjes. Maar dit krijgt goede kritieken. Het plaatsen van je gravertjes en afstoffertjes doet wat denken aan “Um Ruhm Und Ehre” en het feit dat je je waardevolste object moet afgeven vooraleer de eindtelling begint hebben we ook al eens gezien, al weet ik alleen niet meer goed waar. Vlot, spannend, tactisch en het feit dat je handen niet vuil worden ondanks het voortdurend wroeten in de grond zijn kenmerken van dit spel. Dat intrigeert mij, dus neem ik in Essen een kijkje.

Modern Society (Tuonela Productions Ltd.)

Mogelijk niet in Essen maar waarlijk interessant. Het thema? Hou u vast, medespelers, u die zich aan de speltafel voornamelijk ophoudt in het verleden. Het thema is “Het Heden”. Enkele subthema's die in dit spel worden aangesneden zijn – hou u nog maar eens vast – feminisme, gelijkheid, biologisch voedsel, de oorlog in Irak, mensenrechten en martelingen, jongerencultuur, vrouwelijke priesters en als die van Tuonela het écht hard willen spelen: de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde! Vrouwelijke priesters, feminisme, biologisch voedsel? Geef toe, dit komen we niet vaak tegen op de speltafel. Daarom alleen al is dit meer dan een vermelding waard. In dit spel proberen we de wereld van het belang van ons gedachtengoed te overtuigen en als het even kan het nog te implementeren ook. Kaartgestuurd, dus combo's mogelijk en a lot of tabletalk. Hier ga ik achteraan!

Monuments – Wonders Of Antiquity (Mayfair Games)

Stond vorig jaar al op mijn Spiellijstje, maar was toen onvindbaar. Officiële releasedatum: 9 oktober 2008. Dat is het laatste wat geweten is van dit spel. Verder onthouden we een hoge graad van onderhandelen, dus zeker niets voor mij, en mooi artwork op de kaarten (wel iets voor mij). Ogen open in Essen dus, maar we gaan zeker niet overdrijven.

Tatort Themse (Pegasus Spiele)

Een Knizia die draait om het thematisch totaal te verwaarlozen oplossen van geheimzinnige politiezaken in Londen. Londen ligt momenteel goed bij mij aangezien ik het voorrecht had er enkele onnavolgbare dagen te mogen doorbrengen in het gezelschap van de Ils der Ilsen. In Tatort Themse is, zoals het een goede Knizia betaamt, de thematische implementatie totaal afwezig. Het gaat hier gewoon om het verzamelen van setjes waarmee ja dan weer andere (punten) kaarten kunt opsparen. Met setjes kun je ook kaarten wegspelen op tafel. Om anderen dwars te zitten uiteraard, maar ook om andere kaarten vrij en dus grijpklaar te krijgen. Pegasus Spiele, blijkbaar veel aandacht bestedend aan een degelijke kaartkwaliteit en ook lekkere megakaarten afleverend, hou ik sinds “Handelsfürsten, Herren der Meere” nauwlettend in de gaten. Want dat spel was op alle vlakken een hoogvlieger. En ook van Herr Knizia.

Tulipmania (JKLM)

Weer bloemetjes, maar dit keer menen we het serieus. Geen idyllische tafereeltjes met dansende elfjes in een bontgekleurde weide in dit spel. Keiharde en meedogenloze concurrentiebeesten zijn we hier. Met op de achtergrond de rondwarende pest proberen we nieuwe tulpvariëteiten te ontwikkelen en ze aan de hoogste bieder te verkopen. Voor we zover zijn moeten we uiteraard de meest schandalige pesterijen van onze medespelers doorstaan, maar geen haan die daarnaar kraait. De auteur is niemand minder dan Scott Nicholson, die het ooit bestond om volledig blauw geverfd een podcast te wijden aan “Blue Moon City”. Latere podcasts van hogergenoemde wezen uit dat de verf verwijderbaar was, al gaan er geruchten dat daarvoor een ziekenhuisopname nodig was omdat hij zich van verfsoort had vergist. Hij had lakverf gebruikt, bedoeld voor zijn garagepoort, in plaats van de schmink van de plaatselijke toneelschool. Er kwam naar het schijnt nogal veel geschuur aan te pas, onder verdoving, waardoor hij nog enkele maanden met een knalrode kop heeft rondgelopen. Dat, en het feit dat hij zo niet direct spellen te bespreken vond waarbij een knalrode kop als gimmick bruikbaar was, is de reden dat zijn podcast een aanzienlijke periode heeft stilgelegen. Een man naar mijn hart dus. Naar verluidt komen in Tulipmania geen blauwe tulpen voor, terwijl die volgens kenners toch echt wel bestaan.

In de gaten houden deze.

Wabash Cannonball (Queen Games)

Ik val in herhaling door dit spel voor een tweede keer te vermelden maar ik wil u toch even meegeven dat er mensen op deze aardbol rondlopen die het artwork van de Queen-versie al hebben aanschouwd en wiens monden achteraf werden dichtgeplakt omdat ze er niet meer over konden zwijgen. Nu, als je de originele uitgave gezien hebt – en dat heb ik – kon je er gerust van uitgaan dat de eerste de beste kleuterklas die aan een hertekening van dit design werd gezet het er beter van zou afbrengen. Het kon gewoon niet slechter. Oppassen dus met wierook voor Queen. Ik begin echter wel stilaan te vermoeden dat de Queen-versie op Essense schappen zal liggen. Queen Games, specialist in vooral niet communiceren – ik kan me niet van de indruk ontdoen dat deze uitgever wordt bemand door een bende monniken die de zwijggelofte hebben afgelegd - laat volgens mij in het diepste geheim de drukpersen volop draaien. Let maar op. En als het in Essen ligt krijgen ze van mij wel wierook. En mirre. En goud. En euro's.

Dominique

23:23 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

22-08-08

Twee Galliërs en een klein hondje in een roeiboot, kapitein!

Ziet gij al iets, Dominique? Verschijnt er al iets aan de spelleneinder? Of hoort gij misschien iets? Komt er iets nader? Want vol verwachting klopt mijn hart. Ja, het zijn vragen die mij regelmatig worden gesteld. Gek genoeg is het onderwerp van de vraagstelling iets wat zich pas in de herfst zal openbaren. In oktober. In Duitsland dan nog wel. Ik vraag me steeds weer af waarom men die vraag aan mij stelt. Want alles wat u dient te weten vindt u op de wondere wereld van het internet. Daar hebt u mij niet voor nodig.

Maar omdat u het bent, beste medespeler, zet ik een stap in uw richting. En ik zal u zo dicht naderen dat ik iets kan fluisteren in uw welgevormde rooie oortjes. Fluisterdingen. Zaken die u niet verder mag vertellen, tenzij aan een ingewijde. Ik zal u influisteren wat ik graag zou zien.

Het woordje “zou” in de vorige zin staat niet voor niets schuin gedrukt. Ik heb geleerd dat men in de rugzak die men mee naar Essen neemt ook best voldoende plaats laat voor een gezonde dosis scepsis. Dat men zich wapent tegen ontgoochelingen. Niks erger dan zelfvoldaan glimlachend en vol verwachting figuurlijk tegen een muur opbotsen. Zo keek ik vorig jaar ongemeen verwachtingsvol uit naar “Monastery”. Alleen de affiche hing er. Aan een muurtje.

Hou er dus rekening mee dat wat hieronder volgt mogelijk niet op Spiel 2008 terug te vinden is. En misschien zelfs nooit te vinden zal zijn.

A Game Of Thrones: The Card Game (Fantasy Flight Games)

Geen verzamelkaartspel volgens FFG, maar u gaat toch maar leuk mee op weg in het zogenaamde boek dat tijdens het spelen geschreven wordt. Het verrassende is dat u de volgende hoofdstukken wel extra dient aan te kopen. U leest het goed: hoofdstukken, geen boeken. Hopelijk hebben ze wat lengte, die hoofdstukken. De lengte van een gemiddeld boek bijvoorbeeld.

Persoonlijk lees ik graag een boek in één ruk uit, dus ik bekijk dit voorlopig nog vanop een veilige afstand. Maar ik ben wel geïntrigeerd.

A La Carte (Heidelberger)

Een mogelijke heruitgave van een prachtig en hilarisch kookstelspel.  Ik geef u een gouden raad: hap toe als u de kans ziet. Op de doos staat namelijk “Karl-Heinz Schmiel." Dat op zich is al een beetje een garantie. En als u regelmatig smurfen of kabouters op visite krijgt vormen de bijgeleverde steelpannetjes een uitstekend alternatief voor uw reguliere kookset.

Ik lach graag en veel, maar tijdens dit spel heb ik één van de ergste lachkrampen gehad ooit aan een speltafel opgelopen. Het was een nogal genante vertoning, dus ik ga er niet verder over uitweiden, maar de intensiteit van die kramp kwam ongeveer overeen met die van de lachstuip die ik opliep toen de genaamde JVR uit B na een vier uur durende sessie “Der Rückkehr Der Helden” om het spel te winnen eenvoudigweg geen twee mocht gooien met twee zeszijdige dobbelstenen. Wat hij, terwijl hij binnensmonds zijn overwinningstoespraak al aan het repeteren was, vervolgens ook deed. Als ik mij slecht voel denk ik steeds aan dat moment. Er is voor mij geen betere feelgood-boost denkbaar.

Als u dit ziet liggen aanschaffen dus.

Battlestar Galactica (Fantasy Flight Games)

(Semi)coöperatief spelen deel één.

Ik ben een vurige fan van de tv-serie. Vooral omdat de makers ervan alle gangbare conventies over het maken van tv-series vakkundig overboord hebben gegooid en niets van wat u te zien krijgt enige zekerheid biedt over de afloop. Na een tijdje gaat u ook vreemde  – en tevens heel ongemakkelijke – gevoelens van sympathie ontwikkelen voor de slechteriken in het verhaal, de Cylons. Vanaf het tweede seizoen, als u voor het slapengaan voor de spiegel staat, begint u zichzelf af te vragen of u er misschien zelf niet eentje bent. En als u daarna in uw warme bedje ligt en door uw raampje naar de sterrenhemel kijkt meent u zelfs een Cylon ruimteschip te ontwaren. Ze komen u halen! Ook een hele leuke: de doodse en daardoor beangstigende stilte in de ruimte tijdens de luchtgevechten. Het is simpel en het spaart de makers waarschijnlijk een blik geluidstehnici uit, maar het werkt.

Wat trekt me, buiten het thema dus, aan in het spel? Wel, beste medespeler, kent u spellen waarin de kans vrij groot is dat u halfweg uit pure noodzaak het omgekeerde moet gaan doen van waar u tot dat moment mee bezig was? Dat u om te kunnen winnen halverwege tegen uzelf moet beginnen spelen? Dat betekent dat u het in de eerste spelhelft niet al te bont mag maken. Want als u het te goed doet bent u mogelijk de basis aan het leggen van uw eigen ondergang. En dat van enkele van uw medespelers. Aan de andere kant: als u het niet goed doet en u blijft halverwege wie u was is de kans groot dat u het al helemaal niet haalt. Als spelconcept kan dat tellen. Kunt u nog volgen? Regio's waar dit spel veel zal worden gespeeld zal een aanzienlijke aangroei van het aantal schizofreniepatiënten kennen. Een neveneffect dat gerust als waarschuwing in de bijsluiter mag.

Beautiful Minds (Mind The Move)

Ik heb hier verder totaal geen informatie over maar als Mind The Move op de doos staat wil ik wel even alert wezen. Oltremare is tenslotte nog altijd één van mijn favorieten. Stond al geseind voor Essen 2007 maar realiseerde daar de grote "niet verschenen"-truuk. Ook nu blijft het akelig stil. Ik ben benieuwd.

Cleopatra's Caboose (Z-Man Games)

Het doet allemaal geen zeer. Een bende losgeslagen geniale gekken heeft er niet beter op gevonden dan een treinspel te concipiëren waarin het Oude Egypte als decor fungeert. Ziet u het voor u: The Mummy meets Age Of Steam? Mummy Yummy, als u het mij vraagt. U leest het goed hoor. Het Oude Egypte. Hoe bewogen treinen zich toen voort? Zoals het openbaar vervoer bij de Flintstones? Trappelende voetjes? Hopelijk hebben ze, die analogie respecterend, dan ook een paar klagende beesten in het spelverloop verwerkt. Een mopperende nijlkrokodil als kaartjesknipper bijvoorbeeld. Of een depressief nijlpaard met een koffiekarretje.

Confucius (Surprised Stare Games)

Ik ken mensen die als er gekregen moet worden altijd op de eerste rij staan. Als er gegeven moet worden daarentegen willen ze wel eens geruisloos opgaan in het hun omringende behangpapier. In Confusius geven wij. En wat wij geven bepaalt wat en hoeveel we kunnen doen in onze spelbeurt. Voorwaar een hele opgave voor de gierigen onder ons. Alleen daarom al kijk ik uit naar dit spel. De grimas die de vrekken gaan moeten opzetten als ze aan de beurt zijn, ik kijk er echt naar uit. Ik, een geboren gever, ga dan ook geen enkele moeite hebben met dit spel. De kans is dus groot dat ik dit kan winnen. Alleen daarom al hoog op mijn radar.

Der Name Der Rose (Ravensburger)

“Gij zijt de schuldige!” Ik hunker ernaar deze uitspraak meer te kunnen bezigen aan de speltafel. Stefan Feld geeft u en mij daar ruimschoots de kans toe. Ik zal deze uitspraak – al zal hij niet lichtzinnig aan mijn mondholte ontsnappen – dan ook ondersteunen met een perfect gestrekte rechterarm waaraan op het einde een al even perfect gestrekte en trilloze wijsvinger in de richting van de dader wijst. Tevens zal het licht omhoog komen van mijn linker mondhoek een subtiele maar onmiskenbare arrogante zekerheid onthullen die het slachtoffer in tranen zal doen uitbarsten. Waarna hij of zij met gebogen hoofd bekent. Daarop zal ik op de schouders van de andere medespelers van de keuken naar de living worden gedragen en terug, daarbij deskundig het garnituur van mijn binnenverlichting ontwijkend. Als zulke taferelen u ook niet onberoerd laten schrijf deze titel dan op. Maar zorg er dan wel voor dat u dit nooit met mij speelt. Tenzij u goed kunt huilen natuurlijk.

Dominion (Filosofia / Rio Grande Games / Hans Im Glück)

Volgens mij dé hype van Spiel 2008. Men blijft bewust wat vaag over de grafische vormgeving van dit kaartspel – alleen de doosillustratie circuleerde tot voor kort op het web – en voor de rest laat men langs alle mogelijke kanalen weten hoe geweldig dit wel is. De meer dan 500 kaarten in het spel doen zelfs gematigde kaartliefhebbers al kwijlen. U kunt zich dus een kleine voorstelling maken wat dit bij mij, fervent kaartspelliefhebber, teweeg brengt. Dat en de overdreven, maar toch onbestrafte snelheid waarmee dit spel kan worden afgewerkt spreekt mij zeer aan. Er gaan geruchten over een versie van 999 Games, maar hoe ik over geruchten denk leest u een eindje verder wel.

Ghost Stories (Repos Production)

(Semi)coöperatief spelen deel twee.

Hier zie, de mannen van Repos! Landgenoten. En niet de minste. Cash'n Guns iemand? Heerlijk spelletje toch? Ze hebben mij aan de andere kant zwaar ontgoocheld met Santy Anno. Dit kwam onlangs aan de speltafel weer ter sprake en de naam alleen al veroorzaakte een nare smaak in mijn mond. Maar Ghost Story lijkt dan weer wel te beantwoorden aan mijn persoonlijke smaak.

Als er in het echte leven geesten moeten worden bestreden heb ik meestal heel dringend iets anders te doen. Aan de speltafel echter wil ik mij wel gewillig op de rug zetten van een nachtmerrie. Voor Ghost Stories liggen de stijgbeugels al klaar.

Heroes Of Battlelore (Days Of Wonder)

Battlelore verkocht aan Fantasy Flight Games. Het nieuws sloeg binnen de spellenwereld in als clusterbom. Heeft Days Of Wonder zich mispakt aan het project? Past het concept niet (meer) binnen de DOW-filosofie? Benieuwd wat FFG met dit lieverdje gaat aanvangen. Maar het kon erger. Stel dat Haba het had opgekocht.

En wat gaat er nu gebeuren met deze Heroes Of Battlelore? Gaan zij ooit het strijdtoneel betreden? Kijk daarvoor naar onze volgende aflevering, met als titel: De Heroes Of Battlelore betreden het strijdtoneel!

Leader 1 (Rio Grande Games/Ghenos Games)

Spellen over wielrennen. Ik heb er een zwak voor, dus deze heeft mijn aandacht. De twaalfzijdige gebeurtenis- en peletondobbelstenen verontrusten mij een beetje, maar deze blijft voorlopig toch op de radar.

Muncipium (Valley Games)

Hier wachten we ook al meer dan een jaar op. Het eigenaardige gefunctioneer – of eerder het gebrek eraan – van Valley Games speelt hierin een niet onaanzienlijke rol. Er schijnen een aantal exemplaren te zijn gesignaleerd op Gencon maar een kansberekening naar de beschikbaarheid in Essen durf ik toch niet maken.

Red November (Fantasy Flight Games)

(Semi)coöperatief spelen deel drie).

Probeer het u voor te stellen. U bevindt zich met een aantal collega bemanningsleden in een atoomduikboot. Als sardientjes in een blikje. Deze duikboot bevindt zich uiteraard onder water. U wordt plots geconfronteerd met een paar kleine ongemakjes. De waterdruk is zo groot dat de romp op springen staat, de kernreactor geraakt stilaan oververhit, een nucleaire torpedo staat op het punt te worden gelanceerd maar hij klemt een beetje, het zuurstofgehalte daalt zienderogen, buiten ligt een gigantische inktvis op de loer met zijn servetje al voorgebonden en tot overmaat van ramp is de sterke drank op. Dat is niet niks. Maar het kon nog erger hoor. Arrivederci Hans van Laura Lynn zou bijvoorbeeld door de intercom kunnen schallen. Gelukkig blijft dat laatste rampscenario ons bespaard. Maar hoe het u het ook draait of keert, het is alle hens aan het binnendek. En daar wil ik wel eens een spelavondje aan opofferen. Mijn softspot voor het coöperatieve spel, die in 2008 al aanzienlijk en met succes werd geprikkeld door Pandemic, ligt weer beroerensklaar. Een vrijwel zekere aanschaf.

Roll Through The Ages

Matt Leacock heeft wat mij betreft met Pandemic zijn standbeeld in het Parthenon der grote spelbedenkers al dik verdiend. Dat zijn “Roll Through The Ages” mij in hoge mate interesseert is dus geen verrassing.

Roll Through The Ages heeft niets van wat een Civ-spel in mijn ogen door de band heeft: een lange speelduur, diepe strategische overwegingen, lange wachttijden aan het loket “spelbeurten” en weinig of geen gelukselementen. Eigenschappen die mij er meestal van doen afzien dit soort spellen te kopen. Maar deze, door zijn buitenbenig karakter, zal dan ook met graagte door ondergetekende aan een gooitest worden onderworpen.

Roma II (Queen Games)

Komt hij nu of komt hij nu niet? Geen mens die het weet. Ik vermoed zelfs dat Herr Feld ondertussen het spoor naar zijn eigen spel bijster is. Velen met mij wachten hier al een klein jaartje op. Of dat wachten beloond wordt is maar zeer de vraag. En of men zal blijven wachten indien er in Essen geen beloning volgt is ook lang niet zeker. Geduld is een schone deugd, zegt men. Dat kan wel zijn, tot je met een baard van bijna twee meter zit die je op weg naar de keuken doet struikelen, een hersenschudding oploopt en daardoor het spel in Essen niet kunt gaan afhalen. Hij staat nog op mijn radar, maar de bliepgeluidjes hebben toch een beetje aan kracht ingeboet.

Tales Of The Arabian Nights (Z-Man Games)

Ik heb me vroeger graag verdiept in de verhalen van 1001 nacht. Hoe zou je zelf zijn als opgroeiende puber als je de kans kreeg te fantseren over een bloedmooie prinses die je elke avond voor het slapengaan een mooi verhaaltje komt vertellen?

Een spel dat speelt als een boek, een beetje moduleerbaar is en de woestijn als decor gebruikt mag er bij mij altijd in. Ik heb trouwens iets met de woestijn. Naast Louis XIV was ik in een vorig leven ook een Rudolph Valentino-achtig type dat menige woestijnroos de paringsdans van de schorpioen heeft geleerd. Ik voel woestijnzand in mijn bloed. Daarom een zo goed als zekere aanschaf. Zo goed als zeker is nog niet helemaal zeker, zult u opwerpen. U heeft gelijk. Dat komt door het letterlijke leeskarakter van het spel, tenminste als ze zich bij Z-Man Games zich aan de originele versie uit 1985 hebben gehouden. Er moet dan het één en ander worden voorgelezen aan elkaar. U leest dit goed. Dat is iets makkelijker te verteren als dit door een gesluierde schoonheid wordt gedaan die zich dagelijks wast met verse ezelinnenmelk, maar ik betwijfel of die bij de spelonderdelen zit. Nogmaals, toch een bijna zekere aanschaf.

Tribun Erweiterung (Heidelberger)

Et tu Brute, tu quoque fili mi? Ook gij Brutus? Ik durf zelfs nog verder gaan: Ook gij, Herr Schmiel, een uitbreiding?

Het moet me van het hart, beste medespeler. Ik begin de buik stilaan vol te krijgen van al die uitbreidingen. Carcassonne, Catan, Thurn Und Taxis. Vul gerust aan. Waarom toch? Zijn de basisspellen niet goed genoeg dan? Ik beleef heel veel plezier aan “Carcassonne puur” hoor. Of aan “plebs-Catan”, om even in de Tribun-sfeer te blijven. En dan dat gedoe met al die varianten. Er kan geen spel meer op de schappen verschijnen of dezelfde dag staat er al een variant op het net van één of andere ontevredene om het spel nog beter te maken – of beter: naar eigen goeddunken te modeleren zodat zijn of haar winstkansen toenemen -, daarbij vrolijk voorbijgaand aan het intensieve rijpingsproces dat het spel in kwestie heeft gemaakt tot wat het is. Als goede wijn. Ik heb soms zelfs het gevoel dat er variantenfabrieken bestaan die na het uitkomen van een spel vrijwel onmiddellijk de in hun ogen broodnodige aanpassingen beginnen uit te braken. Pas op, ik heb het ook ooit geprobeerd. Met een universele actiekaart die in 90 % van de spellen in mijn collectie bruikbaar was: "Heet u Dominique Cortens en speelt u deze kaart wint u onmiddellijk het spel." Hoeft niet hoor. Geef een spel gewoon enkele kansen. Gemorrel aan de regels kan later wel.

Maar Herr Schmiel krijgt van mij het voordeel van de twijfel. Met een grote “V”. Want Tribun is één van de beste spellen van 2007. Ik betwijfel of een uitbreiding het nog beter maakt, maar ik ga niet het risico lopen het niet te weten te komen. In fluo aangeduid in mijn Atomaschriftje. Ik raad u het zelfde aan. En als u het basisspel niet hebt, koop het dan als extraatje bij deze uitbreiding. U gaat het zich niet beklagen.

Versailles (Hans Im Glück)

België slaat weer toe. Als de splitsing voor 23 oktober geen feit is tenminste, anders is het Wallonië dat zal toeslaan. Of misschien Frankrijk, als de Walen zich snel kunnen laten annexeren. Het spel kon als prototype als worden aangesneden op de Belgische Kampioenschappen van BFVS en kreeg daar het Belgische “Gamers Game” keurmerk mee. Dat zegt wat. Wat ook iets zegt is dat deze titel werd opgepikt door Hans Im Glück, toch een teken aan de in dit geval zeer mooi uitziende wand. Versailles, het klinkt ook zo mooi. Zoals u even hoger las was ik in één mijner vorige levens trouwens Louis XIV. Dat kan niet anders gezien de vanzelfsprekendheid waarmee ik omga met buitensporige luxe. De kans is dus groot dat ik mij ook in dit spel thuis ga voelen.

Wabash Cannonball

In Essen 2007 op ongeveer twee nanoseconden uitverkocht en daarna nog amper te krijgen, hoeveel wind u ook verplaatste door het uitbundig zwaaien met uw Visakaart. Op Boardgame News maakt Dale Yu melding van een mogelijke heruitgave in grote aantallen door Queen Games. Dat is goed nieuws. Maar wacht nog even met klaroengeschal. Hou het voorlopig bij een binnensmondse “yesss!” Wan het is nog een gerucht. En geruchten in de spellenwereld zijn dikwijls evenveel waard als de maatschappelijke relevantie van Julien Berkmans, die hier een paar straten verder woont. U kent hem niet? Wel, Wasbah Canonball in een grote oplage zou wel eens hetzelfde lot kunnen beschoren zijn.

Ik laat het hier niet bij. Binnenkort een vervolg op deze vooruitblik. Ik zie u dan graag weer, beste medespeler.

Dominique

 

19:48 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

06-08-08

Abigail, where's my Tinners' Trail?

Ik hou niet zo van economisch getinte spellen. Dat aandelengedoe, dat geschuifel met en geritsel van geld. Het bedruimelde karakter dat dit speelgeld na een tijdje begint aan te nemen. Het is allemaal niks voor mij. Mogelijk komt dat doordat we in het echte leven, beste medespeler, ook al een speelbal van economische megakrachten zijn. Zowel op macro- als microniveau. Speculatie is er zo eentje. Tijdens de overtocht van een olietanker verandert zijn lading ongeveer 738 keer van eigenaar. Inkopen die handel, achterhouden, hopen dat de prijs daardoor stijgt en dan met forse winst verkopen. De man of vrouw in de straat, die voor dit soort praktijken uiteindelijk letterlijk de prijs betaalt, is een te verwaarlozen variabele. De wereld waarin wij leven, hij is pervers. En op microniveau doen ze ook hun best hoor. DVD-speler stuk? 50 euro voor een eerste diagnose. En dan zijn we nog niet aan het repareren hé. Politici hebben niets meer te zeggen. Multinationals bepalen mijn en uw leven. Het is een verontrustende gedachte.

Aan de andere kant bieden dit soort spellen dan weer bepaalde soorten genot die me aanzetten om niet altijd neen te zeggen als ze op tafel worden gelegd. Het gevoel nog eens over veel geld te beschikken bijvoorbeeld. Of de illusie eens aan de – in mijn geval meestal erg broze – financiële touwtjes te kunnen trekken. Soms ga ik dus overstag. Voor “Big Boss” bijvoorbeeld, in mijn ogen tien keer leuker (en mooier) dan Acquire. Of “Owner's Choice”, vooral door de lichtsnelheid (een verademing in deze tijd van gamer's games) waarmee dit spel wordt afgehaspeld. Of “I'm The Boss”, in mijn ogen nog altijd meer een psychologisch ping-pongspel dan een bordspel. Maar minstens even leuk. Of “For Sale”, ook eentje dat voorbij is voor het goed en wel begonnen is en steeds weer om een revanche vraagt. Of Mogul, waarin aandelenhandel tot zijn essentie wordt heleid en er daardoor uiteindelijk bijna niets overblijft. Maar leuk, mannen en vrouwen, niet te doen!

Maar, de bovenstaande uitzonderingen daargelaten, hou ik me er ver vanaf.

Het was dan ook wel even schrikken toen de nieuwste van Martin Wallace voor mij op tafel verscheen. Wallace, een verteraan die al vele spelwatertjes doorzwommen heeft en daarbij steeds de krokodillen en de piranha's deskundig ontweek, is een nieuw lijntje begonnen. U moet nu niet direct beginnen associeren met een eenzame fietser genaamd Boonen. Neen, het lijntje in kwestie is een nieuwe spellenlijn. Denk bijvoorbeeld aan de lijn Yorkshire-regenjasjes van Paris Hilton. Hilton en Wallace in één alinea, ik weet het, het is voor ons spelers heiligschennis, maar het is slechts ter verduidelijking. Een metafoor. Vergeeft u mij.

Wallace maakt veel spellen. Kenners dragen hem hoog in het vaandel. Mijn vaandel hing tot nu toe zo ergens 70% de stok op. Kenners roemen zijn spellen om hun historische authenticiteit, hun complexiteit en hun ongeëvenaarde diepgang. Ik geef hen gelijk. Deels. Complexiteit en diepgang genereren immers meestal ook een aanzienlijke speelduur, iets waar ik eerder allergisch voor ben. Zo herinner ik mij een vijf uur durende sessie van “Princes Of The Renaissance” waarover ik nog altijd nachtmerries heb. Maar ik moet toch toegeven dat enkele van zijn spellen mijn softspot vol hebben geraakt. Ik denk daarbij aan “Mordred”, een hoogst toegankelijke Wallace met een originele maar bizarre eindafrekening en “Volldampf”, in mijn ogen nog altijd beter dan Age Of Steam en speltechnisch veel vergevingsgezinder, wat in mijn geval altijd meegenomen is. Ook “Tyros”, door velen onder ons zwaar onderschat, is een doosje dat ik graag uit het spellenrek trek.

Maar even terug naar het lijntje.

Het lijntje is een nieuwe reeks van spellen die zich kenmerken door het uitsluitend gebruik van een spelbord en houten speelstukken. Geen kaarten, geen kartonnen fiches, geen gimmicks, niets. Het lijntje heeft ook een naam: Treefrog. Het logo toont een kikker die zich als ware hij wanhopig om een boomachtige letter T heeft gekronkeld. Ik vermoed dat de wanhopige kikker een metafoor is voor ons, spelers, die zich al even wanhopig aan alles vastklampen dat in een doos zit, op tafel kan worden uitgespreid en waarmee vervolgens kan worden gespeeld. Mijn oudste dochter, die tijdens dit schrijven even kwam meelezen en droogweg opmerkte dat een vibrator ook in die categorie valt, is ondertussen naar haar kamer gestuurd. Twee weken huisarrest.

Momenteel zijn er vier spellen die aan het lijntje worden opgehangen: Tinners' Trail, After The Flood, Steel Driver en Waterloo. Volgens mij was er ook al een voorprogramma, namelijk “Mordred”, waarover eerder al sprake. Een herwerkte versie van Wallace's gelijknamige spel uit 1999, maar net als de Treefrog spellen alleen bord en hout. En leuk.

Maar Tinners' Trail is de officiële eerste in lijn.

Ik heb hem ondertussen al enkele keren in een drie- en vierbezetting gespeeld en ik moet u meegeven, beste medespelers: zeer de moeite!

We gaan wel even terug in de tijd hoor, toen en waar er van ons nog geen sprake was. Cornwall, begin 19de eeuw. Ik ben er nooit geweest en ik weet niet hoe het er daar nu uitziet, maar in die tijd was het niet bepaald paradijselijk van aard. Grote armoede en iedere man die armen en benen aan zijn lijf had verlaagde zichzelf elke dag een paar honderd meter de grond in om tin en koper te gaan delven. En als we het spelsysteem mogen geloven voorzag hij zich ook best van reddingsboeien en zwemvliezen, want elke meter dieper graven leverde als naar bijprodukt nogal nat en verdrinkbaar water op.

Tin en koper dus. Daar gaat het om. Ontginnen, bovenhalen, verkopen en winst omzetten in investeringen (overwinningspunten). In vier ronden. Tinners' Trail in een notendop.

Spelbord op tafel, speelstukken uitdelen, startsituatie creëren door in bepaalde gebieden tin, koper en water te “zaaien” door middel van drie speciale zeszijdige dobbelstenen (naar de vijf en zes zult u tevergeefs zoeken), de startprijs van tin en koper bepalen, spelersvolgorde vastleggen (heel belangrijk), iedereen zijn startkapitaal uitbetalen, de beschikbare uitbreidingen voor de eerste ronde klaarleggen en “off we go!” Alhoewel, “down we go!” is, zowel letterlijk als figuurlijk – dat laatste vooral in mijn geval – meer van toepassing.

Tijdens onze beurt kunnen we verschillende acties doen, negen in totaal, waarvan er eentje “passen” heet. De timing van deze laatste actie is niet onbelangrijk, want je mag dan de volgende beurt als eerste. Ik geef u één goede raad: onderschat deze actie niet. U doet ermee wat u wilt, maar kom achteraf niet klagen. Verder in het rijtje: een mijn veilen in een gebied naar keuze waarbij de winnaar één van zijn zes mijnen in voorraad in het gebied mag plaatsen en twee tijdpunten op het tijdspoor vooruit gaat. “Tijdpunten?”, hoor ik u al zeggen. Inderdaad. Elke actie kost tijd, de ene al wat meer dan de andere. Tien tijdpunten mag je spenderen. Dan is je tijd gekomen voor deze beurt. Wie het minst tijd gebruikt blijft aan de beurt totdat hij de andere spelers voorbijsteekt of hun tijdsgebruik evenaart. Simpel en elegant. Volgende actiemogelijkheid: ontginnen, het spul naar boven halen. Dat kost één tijdpunt en je hebt uiteraard een mijn nodig om dit te kunnen doen (basiscapaciteit twee). Elk blokje tin of koper dat je bovenhaalt kost evenveel pond als het waterniveau in je mijn. Twee waterblokjes is twee pond per blokje. Veel water = moeilijker ontginnen = duurder. Na het ontginnen zitten we uiteraard dieper onder de grond. Dieper = meer grondwater. Meer grondwater is een extra blauw waterblokje in het gebied. Ontginnen wordt dus de volgende ontginactie nog duurder. Dank u, Mr. Wallace! U, alles behalve van gisteren zijnde, begrijpt dat waterbeheersing een aanzienlijke rol krijgt toebeeld in dit spel. Als er één spel is waarop de uitdrukking: “Ik trek de stop eruit!” van toepassing is, is het dit. Een goede raad: trek hem eruit zoveel je kan. Kom achteraf niet klagen dat u het niet wist. Water kunnen we wegpompen door – u raadt het nooit – pompen te installeren. Er zijn minipompen en ook een soort maxipompen waarmee je zelfs twee aangrenzende gebieden van de nattigheid kunt onlasten en tegelijkertijd deze twee gebieden extra van tin en koper kunt voorzien. Dat kost wel een schandalige drie tijdpunten, wat iets zegt over de waarde van dit soort pomp, de zogenaamde “adit”. In het hele spel komen er maar vier van deze pompen beschikbaar. En weg is weg. Slik. Ik zou u nu een goede raad kunnen geven, maar u bent niet van gisteren dus trek zelf uw conclusies. Tot slot kunnen we nog mijnwerkers (één tijdpunt), boten (twee tijdpunten) en treinen (twee tijdpunten) plaatsen. Zij verhogen onze mijncapaciteit met één. Treinen en boten hebben ook nog eens een positieve invloed op onze waterhuishouding – de trein zelfs ook in de aangrenzende gebieden – dus deze wonderen van de vooruitgang zijn ook niet te versmaden. Schrap even “Tot slot” zes regels hoger want er is nog één actie onvermeld gebleven: pasties verkopen. Pasties? Klik op de volgende link en er wordt u veel duidelijk.

(http://www.digischool.nl/en/frameset.htm?url=/en/werkstuk...).

Niet te verwarren met de pasties die zowel vrouwelijke als mannelijke strippers al eens op hun tepels plegen te kleven. Hoe ik dat weet? Bemoei u eens met uw eigen zaken! Eén pond levert het op. En het kost één tijdpunt. Maar soms is het een bescheiden redder in nood. Slechte cash-flow, weet u wel. Hou deze actie toch maar in uw achterhoofd als dit spel op tafel ligt.

Als iedereen heeft gepast verkopen we al onze tin en koper en de opbrengst zetten we naar believen om in overwinningspunten op een overwinningspuntentabel. In elk van de vier ronden zakt het aantal overwinningspunten dat je voor hetzelfde bedrag kunt kopen, dus vroeg kopen = meer punten. En hou er rekening mee dat elk overwinningspuntenvakje slechts kan bezet worden door maximaal twee investeringsblokjes, al dan niet van dezelfde speler. U kunt dus een medespeler forceren duurder of goedkoper punten aan te kopen. En dan nu de belangrijkste tip van allemaal: HOU TOCH MAAR WAT GELD OVER VOOR DE VOLGENDE RONDE! Ik herhaal: HOU IETS OVER VOOR DE VOLGENDE RONDE!

Na al deze rituelen – u weet het misschien niet, maar spelen is een ritueel – beginnen we opnieuw tot we vier ronden hebben afgewerkt. Op dat moment zijn we een kleine anderhalf uur van gevloek verder.

Zoveel te doen en zo weinig tijd, kent u dat? In het echte leven is dat frustrerend. In dit spel is het een waar genot. Ook mooi hoe het spelbord vol komt te staan met mijnen, pompen, boten, treinen, tin, koper, water en één blauwe M&M. Het lijkt wel zaaitijd in Agricola. En gelukkig voor mij zit er ook een beetje geluk in, omwille van de onzekere tin- en koperprijzen.  En alles wat we moeten weten staat op het bord. De spelregels zijn duidelijk en overzichtelijk. Op de achterkant ervan staat trouwens een zeer handig en gebruiksvriendelijk overzicht.

Minpunten? Ze zijn er, maar halen het spelgenot niet onderuit. De investeringstabel is een leuke, maar alle informatie ligt open en bloot en is dus steeds telbaar. Dat zondigt een beetje tegen mijn principe dat een eindtelling spannend moet zijn en het kan het speltempo wel eens naar beneden halen. Het geldspoor had ook niet gehoeven. Het vraagt een beetje masseren van je beide hersenhelften om het 20 pond-spoor te assimileren. En in mijn versie ontbrak er een blauwe mijn. Maar dat hebben we opgelost met een blauwe M&M, die vlak na het speleinde als bij toverslag was verdwenen.

Martin Wallace verwijst in de “designer notes” op het einde van de spelregels naar spelsystemen die dat van Tinners' Trail hebben beïnvloed, meerbepaald “Princes Of Florence” (het investeringsmechanisme) en “Jenseits Von Theben” (tijdpunten). Dat siert. Mede daardoor, maar toch vooral door Tinners' Trail zelf, hangt mijn Wallace-vaandel ondertussen op ongeveer 85% flapperhoogte.

Die Treefroglijn. hou die toch maar in de gaten. En hebt u iets in het vizier, sla dan genadeloos toe, voordat anderen u voor zijn. Beperkte oplage, weet u wel. Met dit spel bewijst Martin Wallace dat hij nog genoeg hout heeft om pijlen te maken. Dat deze doel zullen treffen staat buiten kijf. Ikzelf herstel trouwens nog steeds van de financiële wonden die mijn Tinners' Trail-sessies tot nu toe hebben opgeleverd.

Op 10? 8,5. Met felicitaties van de jury. Heerlijk spel. Mocht gerust als discipline op de Olympische spelen. Maar dan zijn die van Cornwall in het voordeel. En dat gaan we toch niet toelaten zeker?

Dominique

 

Tinners' Trail (JKLM Games / Warfrog / Treefrog)

Martin Wallace

3 of 4 spelers vanaf 13 jaar

60 tot 90 minuten

19:18 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

21-07-08

Agricola The Gathering!

De Helaasheid Der Dingen. Het is een boek van Dimitri Verhulst. Men fluistert mij voortdurend in dat het een fantastisch goed boek is. Als de inhoud even overtuigend is als de titel dringt een leessessie zich inderdaad op. De Helaasheid. Wat een mooi woord. Draagt niet alles en iedereen op deze aardbol één of andere helaasheid in zich? Denk bijvoorbeeld maar eens aan de helaasheid van Yves Leterme. Of de helaasheid van België tout court. Of de helaasheid van de demarrage van Menchov, of was het de helaasheid van die gladde eerste bocht na de demarrage? Om het nog niet over de helaasheid van het weer te hebben, op deze 21ste juli.

En de helaasheid van Agricola.

Ja, Agricola, ook ik kan er niet omheen.

Indien u de laatste weken en maanden veel tijd hebt doorgebracht op de planeet Yplok of in de Amerikaanse luchtmachtbasis op Quantanamo Bay bestaat de mogelijkheid dat u bij het horen van de naam “Agricola” volledig uit de lucht valt. Het is u vergeven. Misschien is het wel een weldaad. Want ik vraag me nog altijd af of dit spel een zegen dan wel een vloek is voor de spellenwereld.

Ik heb het spel al dikwijls gespeeld, zowel de Duitstalige, Engelstalige als Nederlandstalige versie en zowel solo als met twee, drie, vier en vijf spelers en – ik steek het niet onder stoelen of banken – ervan genoten. Maar ik heb toch ook enkele bedenkingen. Mag het? Als tegengewicht voor de overwegend euforische virtuele berichtgeving? Dank u.

De helaasheid van Agricola.

O, heerlijk, zoveel kaarten in die doos

Meer dan 350! Dat geeft variatie en een hoge graad van herspeelbaarheid. Geen mens, ook ik niet, die daar aan twijfelt. Waar ik wel aan twijfel is of het hier bij gaat blijven. We hebben via de doos al de beschikking over het I-deck, het E-deck, Het K-deck en het massaal bestormde Z-deck, waarvoor naar het schijnt anders zeer rustige spelliefhebbers al op de vuist zijn gegaan. Er blijven dus nog 22 letters van het alfabet beschikbaar voor deckjes allerhande. Kassa, kassa. Agricola The Gathering. Het zit erin. Volgens mij gaat er in Essen al een eerste setje verschijnen. En we gaan er allemaal inl(k)open. Allemaal.

Ongelooflijk, zoveel kaarten en toch zo uitgebalanceerd

Wel, beste medespelers, vergeet het. Als een deck van meer dan 300 kaarten met verschillende eigenschappen wordt aangeboord om iedere speler 14 kaarten bij spelaanvang te geven die dan nog voor de rest van het spel, een doorgeefkaartje tenagelaten, je enige handkaarten zullen blijven, dan kàn er af en toe wel eens sprake zijn van een zekere balans, maar dikwijls ook niet. En zeker al niet in een spel met vijf spelers. Er zijn kaarten die veel beter zijn dan andere en heb je die op hand ben je in het voordeel. Zo simpel is het. Een lekker “starthandje” met een paar handige combo's is al een grote stap naar de overwinning. Ik citeer in deze context even de commentaar van een speler op Boardgamegeek ter illustratie: “I feel a good player with bad cards can beat a bad player with good cards, which is the way it should be.” Mooi gezegd en dat kan allemaal wel zijn, maar een goede speler met slechte handkaarten wint niet van een goede speler met goede handkaarten. No way, Jose!

Toch leuk dat je voortdurend rekening moet houden met het voeden van je familieleden

“Neen, dat zie ik niet graag.” Ik kan niet meer op de naam van de hier geciteerde kabouter uit “Met Langteen en Schommelbuik voorwaarts” komen, maar hij zei het voortdurend. Moest hij Agricola met zijn kaboutervriendjes spelen zou hij het waarschijnlijk ook zeggen als hij druk doende was met zijn voedselvoorziening. Je moet er altijd voor zorgen dat je een goede voedselgenerator hebt. Altijd. En liefst zo snel mogelijk. Geen weg omheen. Ik vergelijk de oogsttijd in Agricola dan ook graag met de gebeurtenissen in “Im Jahr Des Drachen”. Die gebeurtenissen waar met ware doodsverachting naartoe wordt geworsteld. In Agricola gebeurt dat ook, alleen is de gebeurtenis steeds dezelfde: hongersnood. En de straf die je in Agricola voor acuut voedseltekort kunt oplopen is zowaar nog dodelijker. Drie punten per ontbrekende voedselfiche. Je zal het maar aan je boerenbroek hebben. En als je op actievelden moet gaan spelen om aan voedsel te geraken verlies je opbouwmogelijkheden. En dat wreekt zich dan weer bij de uitbouw van je agrarisch bedrijf en dus ook de eindtelling. Men heeft daar een uitdrukking voor in het Nederlands: een neerwaartse spiraal.

Niet te verwonderen dus dat de grote investeringen, die voor iedereen beschikbaar zijn vanaf het begin van het spel, zich hoofdzakelijk focussen op het makkelijker genereren van voedsel.

De terreur van de minpunten

Letterlijk bedoeld hoor, die minpunten. Ik heb het gevoel dat je eerder aan het spelen bent om geen minpunten te krijgen dan om pluspunten binnen te halen. Minpunten voor tekort aan voedsel, minpunten voor onbebouwde velden, minpunten voor onvoldoende vee, minpunten voor dit, minpunten voor dat. Om depressief van te worden.

Het duurt wel even voor de speeltijd begint

Ik hou zielsveel van kaartspellen. Doos open, kaarten eruit, even schudden, uitdelen en je bent vertrokken. Heerlijk. Agricola is echter een bord- en een monster van een kaartspel in één en vraagt wel wat voorbereidend werk. Kan ook moeilijk anders met 2,2 kg aan spelmateriaal. Borden op tafel, kaarten uitsorteren en uitdelen, al dat houten materiaal dat een plaatsje moet vinden, al die zakjes die leeg moeten, enz. En na het spelen volgen we weer de omgekeerde weg. Pfff.

Het leesclubje

Steeds weer hetzelfde scenario in Agricola: de kaarten zijn uitgedeeld en er onstaat onmiddellijk een doodse stilte die gerust enkele minuten kan aanhouden. Dat komt omdat iedereen zijn kaartjes aan het lezen is. Want dat is heel belangrijk voor je strategie. Wat staat erop, wanneer in het spel speel ik ze best uit? Zit er misschien een combo in? Misschien best even sorteren zodat ze alvast in de juiste volgorde van uitspelen zitten Héhé. En dat is nog niet alles. Daarna moeten we nog de kaarten van de tien grote investeringen gaan lezen die voor iedereen beschikbaar zijn in de loop van het spel. Wat een gedoe. Je zult maar de pech hebben dat je een snelle lezer bent. Dan kan je nog enkele minuten doelloos naar de barstjes in het plafond zitten staren. Ik voel me dan als was ik op een toets stillezen in het vierde leerjaar. Of in een leesclubje.

Het gebrek aan opwinding

Ik betwijfel of u met de inleiding “Vanavond gaan we allemaal een boerderij uitbouwen, akkers omploegen, graan zaaien en groente kweken, varkens en koeien en schapen houden, brood bakken en stallen en hekken neerpoten. Gelukkig krijgen we hulp van ambachtslui, zoals bijvoorbeeld de pottenbakker en de tuinder.” de broodnodige spanning kunt genereren die een spellenavond zo Sinterklaasachtig verwachtingsvol maakt. En u vooraf uitdossen in een klassieke boerenkiel zal daar niet veel aan verhelpen.

Dus geen hiephiephoera-momenten voor en tijdens Agricola, behalve als je de kaart van de minnaar in de hand hebt. Gezinsuitbreiding zonder de nood aan een extra kamer, de gluiperd. Daar kan je al eens een leuke opmerking over maken, maar verder? Het thema, het runnen en uitbreiden van een boerderij, is zo droog als een mestkever met een darmobstructie. Ik probeer tijdens het spelen dan wat te kruiden met warkens-, schapen- of koeiengeluiden – ja, ik ben me d'r eentje - maar dat wordt door mijn medespelers meestal niet geapprecieerd. Iedereen speelt dus wat voor zich uit. Interactie, buiten het voorzichtige knorknor-geluid van één of andere medespeler, is dan ook zo goed als afwezig.

Het sneeuwbaleffect: de hereboer wordt rijker, de keuterboer trappelt in het beste geval ter plaatse

Zo gaat het in dit soort opbouwspellen. De rijke wordt rijker, de arme blijft in het beste geval even arm. En op het toestoppen van een paar voedselbonnen door de hereboer moet al helemaal niet worden gerekend.

Het Eagle Games-spelbord-syndroom

Het formaat van de horrorborden van Eagles Games blijft hier wel achterwege, maar de oppervlakte die al de bordjes van Agricola samen innemen is toch ook niet te onderschatten. Daarbij moeten we ook nog onze kaarten op tafel uitspelen. En dan liggen de veestapels en de grondstoffen en de actiekaarten en de overzichtskaarten en de bedelaarskaarten nog niet op tafel (niet dat u deze laatste veel nodig zult hebben, Iedereen is als de dood ervoor). En met vijf spelers komt u zelfs nog grondstoffen tekort, al is daar een elegante multiplicatoroplossing voor gezocht. Het is, bovenop het gepuzzel in onze boerderij, toch ook een passen en meten op onze speltafel, zelfs als die van een aanzienlijke grootte is. Twee keer puzzelen voor de prijs van één, zullen de optimisten onder ons zeggen. Dat is waar, maar de campingtafel kunt u vergeten.

Maar ondanks deze, excusez le mot, “minpunten”, blijft Agricola stevig overeind. Hoedje af trouwens voor de vertalers van de Nederlandstalige editie voor het tot een goed einde brengen van dit ongetwijfeld slopende monnikenwerk. Heel goed gedaan.

Dus Agricola is een goed spel? Natuurlijk. Een heel goed spel zelfs. Niemand die zich hier een buil aan zal vallen, tenzij je het op je hoofd krijgt. Dat laatste raad ik, gezien de 2,2 kg aan doosinhoud, niet aan. Daarom is wat nu volgt misschien het belangrijkste speladvies van de dag: best op de onderste plank van het spellenrek! En als je ook daar nog een laddertje nodig hebt toch maar even naar de dokter.

Dominique


 


 


 


 


 

 

23:16 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (11) |  Facebook |

07-07-08

Abomilabel!

Richard Dawkins, ik moet u iets vertellen. Eigenlijk twee dingen. Ten eerste: ik heb met heel veel plezier uw boek “God Als Misvatting” gelezen. Echt, het was een waar genot. Ten tweede: ik weet dat dit hard gaat aankomen en ik weet ook dat uw boek daardoor totaal irrelevant wordt, maar het is niet anders: God bestaat.

Ik heb hem namelijk gezien. Al twee keer. De eerste keer manifesteerde hij zich onder de vorm van een toiletheer in de Lunch Garden in de Carrefour van Diest, die mij, na het geven van een snoepje aan mijn jongste dochter omdat ze zo flink haar handjes had gewassen na het plassen, tijdens het buitengaan vermanend terugriep met de woorden: “de papa's mogen ook een snoepje nemen hoor!”. De tweede keer stond hij vermomd als kassière in een klein Sparfiliaal in Herent, breed en dankbaar glimlachend omdat mijn betaling enkele stukken van 20 eurocent bevatte, “want die heb nu toch altijd te kort!”. Ik heb nooit in één glimlach en oogopslag zoveel oprechte dankbaarheid gezien. Voor enkele stukjes van 20. Levitatie bestaat trouwens ook, Richard, want ik zweefde de winkel uit.

Hij bestaat dus.

Het voorgaande heeft uiteraard de nodige implicaties. Want als God bestaat, bestaat de Duivel ook. Ik schrijf ook zijn naam hier bewust met een hoofdletter, je weet maar nooit. En het gekke is, dit laatste heerschap laat zich veel meer zien in het straat- en huisbeeld dan het eerste. Al moet ik toegeven dat hij het heel subtiel speelt. Hij laat meestal anderen – stervelingen - het werk voor hem doen. Luiheid zit immers in zijn natuur.

Hij strekt zijn tentakels zelfs uit tot in de spellenwereld. Maar de stempel die hij erop drukt is onmiskenbaar. Hij pest, terroriseert, manipuleert en intrigeert dat het een lieve lust is. Nu heb ik niets tegen het fenomeen “lieve lust”, maar als dit wordt gelinkt aan de bovenstaande werkwoorden zakt mijn enthousiasme toch tot een indrukwekkend dieptepunt.

Maar – ik heb het ooit al eens neergeschreven - “a man's got to do what a man's got to do.” Daarom heb ik mij voorgenomen u, beste medespeler - Richard, u mag gaan -, te waarschuwen voor het duivelswerk dat zich binnen de spellenwereld afspeelt. En om het u gemakkelijk te maken heb ik een label gecreëerd dat zich uitermate goed leent tot het waarschuwen van de onschuldige en goedmenende speler: HET ABOMILABEL. Dit label wordt resoluut, maar ook niet licht, toegekend aan spellen, spelonderdelen, spelideeën, spelervaringen – u roept maar – waarvan de kwaliteit zo abominabel slecht is dat u dacht dat u, indien u er al zou mee geconfronteerd worden, dit enkel in de hel zou gebeuren.

Niet dus.

De lijst is eindeloos. Ik heb dan ook het vage, maar onmiskenbaar ongemakkelijke gevoel dat D. harder werkt en meer overuren klopt dan G. Ik hoop dat dit een misvatting is.

Over nu naar een eerste bloemlezing van “laureaten” met een Abomilabel. Ik geef u tussendoor nog snel even mee dat ik volop aan het lobbyen ben bij de “Parlementaire Commissie Interne Markt en Consumentenbescherming” van de Europese Commissie om dit label verplicht te laten aanbrengen op de spellendozen onder de vorm van een sticker. Een sticker die minstens even groot is als die van “Spiel Des Jahres”. Zo bent u in één oogopslag gewaarschuwd als u bij uw spelleverancier likkebaardend voor één of ander spellenrek staat. En het klinkt misschien gek, maar er zijn echt wel dozen die beide stickers verdienen.

Daar gaan we.

Loco: het doosje

Loco is de jongere versie van “Flinke Pinke”, het voortreffelijke, subtiele en verslavende niemendalletje van Reiner Knizia. Flinke Pinke is handig in gebruik want verpakt in het meest eenvoudige, namelijk een doosje met een dekseltje. Loco echter slaagt erin het kleine aantal componenten, zijnde 25 plastic fiches en 30 kaartjes, te verpakken in een recipiënt de naam doos onwaardig, waarbij men er ook nog wonderwel is in geslaagd plaats te voorzien voor slechts 24 fiches en geen 25. Het doosje zelf is van een zodanige kwaliteit dat het na de eerste spelsessie – als u er al in slaagt alle onderdelen er weer in te krijgen, wat meestal meer tijd vraagt dan het spelen zelf – begint uiteen te vallen. Zeer gezinsdramagevoelig. U bent dus gewaarschuwd.

Trapper: de inlay

Deze voltreffer heb ik in eerdere bijdragen al eens een paar keer vermeld maar hij blijft me intrigeren. U opent de doos, speelt, amuseert zichzelf – jawel! - en stelt bij het opruimen tot uw verbijstering vast dat u niets, maar dan ook niets, meer in de opbergvakjes weggestopt krijgt. Hoe zeer, hoe lang, hoe inventief u ook probeert. Ik vraag me nog steeds af welke verlichte geest op het idee voor deze opbergindeling is gekomen en vooral waar hij of zij op dat moment mee bezig was. Want er moet een enorme en langdurige afleiding zijn geweest toen dit briljante werkstuk van de menselijke geest tot stand is gekomen. Een infiltratie-actie van een concurrerende uitgever in het productieproces met als enige doel Clementoni imagoverlies te berokkenen behoort ook tot de mogelijkheden. Eén van de best bewaarde geheimen van 2007.

Age Of Empires III: het scorespoor en de inlay

Een scorespoor dat ons doet teruggrijpen naar het ambachtelijk hanteren van pen en papier. Je moet het maar doen. Verder het Abomilabel voor de inlay, of beter: het ontbreken ervan.

Aquädukt: het spel

Als er een hel bestaat, en als u de eerste alinea's van dit stukje nog eens herleest kunnen we daar gerust van uitgaan, heeft deze wat mij betreft de vorm van een spellentoernooi waar enkel en alleen dit spel verplicht wordt gespeeld. En de winnaar van het toernooi krijgt het nog cadeau ook.

De Veilingmeesters Van Amsterdam: de veilingklok

Veel geluk als u zich hieraan waagt. De kans dat een Boeing 747 tijdens het lezen van deze blog op uw hoofd neerstort is vele malen groter dan de kans dat de klok een tweede spelsessie haalt.

Evo: de combinatie scorepionnen-scorespoor

Combo's zijn leuk, zeker in spellen. Ik denk bijvoorbeeld aan invloed nemen op de gladiatoren, geld verzamelen uit de catacomben en vervolgens de fractie van de gladiatoren beschermen met de strijdwagen (Tribun). Of – om even buiten de spelwereld te blijven – ikzelf en Miss Canada. In Evo echter, een heerlijk Belgisch spel van Phillipe Keyaerts, is men erin geslaagd een combo tevoorschijn te toveren dat in zijn frustrerende eenvoud zijn weerga niet kent: te grote scorepionnen plus een te klein en te smal scorespoor. Bovendien zijn de scorepionnen zodanig lang dat ze voortdurend omvallen. Daardoor wordt van u gevraagd voortdurend uw eigen score en die van anderen – moesten ze die vergeten zijn – te onthouden.

Machiavelli: de kaarten

Machiavelli, één mijner favorieten. Alleen spijtig dat ik na een tiental – ik geef het toe: intensieve – sessies de kaarten niet meer kon lezen. Ze waren wit geworden. Wit. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw slaagde ik er soms in zwarte vinylplaten grijs te spelen. Dat vroeg eindeloos geduld en een oneindige liefde voor bepaalde liedjes, op het verslavende af. En dan kwam ik nog niet verder dan grijs. Maar wit? Een kaart wit spelen? Op een paar weken tijd? Dat zegt iets over de abominabele kwaliteit ervan. Daarom een Abomilabel.

Skaal: het kleurenpallet

Ik hou van een beetje kleur in het leven. Tijdens het spelen van Skaal echter welt een intens verlangen naar de tijd van de zwart-wittelevisie op. Kaleidoscopsiche effecten zijn altijd mooi om zien maar tijdens een spelletje hou ik toch van een minimum aan visueel overzicht. Niet zo in Skaal, waar na vijf minuten spelen alles door elkaar begint te vloeien en de spreekwoordelijke kat haar jongen niet meer terugvindt.

Commands & Colors: Ancients: de stickertjes

345 miniscuul kleine stickertjes die allemaal moet gekleefd worden op 345 miniscule houten blokjes. Er zijn er die voor minder uit de kleren zijn gegaan, vervolgens naakt de Meir in Antwerpen op zijn gelopen en ondertussen een hoogst persoonlijke versie van “Kuck mal, ich habe einen glockenspiel” ten beste hebben gegeven.

Attack!: de eenheden

Meer dan 600 units. Dat is veel. Vooral als je ze één voor één uit de plastic stansramen moet knippen. U reserveert er best een paar dagen verlof voor, gevolgd door een klein weekje ziekteverlof om de wonden aan uw handen te laten genezen. Deze wonden manifesteren zich onder de vorm van extreem grote blaren op uw duimen, wijsvingers en handpalmen.

Eagle Games: de grootte van de spelborden

Eagle Games reduceert op onnavolgbare wijze uw anders ruim bemeten speltafel tot een gemiddeld bijzettafeltje dat standaard wordt geleverd bij een doorsnee mobilhome. Ik noem er maar een paar: Railroad Tycoon, Sid Meier's Civilization: The Boardgame en War! Age Of Imperialism. Kolossen op tafel. Plaats voor uw drankjes en uw hapjes kunt u vergeten en dat is des te erger wanneer u tot de constatatie komt dat u toch minstens een uurtje of vier aan de gang zult zijn..

Through The Ages: de glascountertjes en houten miniblokjes

Een accupuncturist met bokshandschoenen aan, daar vergelijk ik mezelf mee als ik Through The Ages speel. Dat onhandige geschuifel met die veel te kleine spelonderdelen, ik word daar even rustig van als een Zimbabwaan met sympatieën voor oppositieleider Tsvangirai tijdens de verkiezingen.

Change Horses: de paardjes

Bij het kleven van de letterstickertjes op de voetstukjes – een erg lichte manipulatie – braken deze laatste bij de twee eerste paardjes gewoon af. Aan de vier andere ben ik niet meer begonnen. Het ironische is dat deze stickertjes eigenlijk niet echt nodig zijn. Osteoporose in een spel. Nog nooit meegemaakt.

Phoenicia: de spelregels

Nachten heb ik er wakker van gelegen. Zonder resultaat. Geen touw aan vast te knopen. Het begrijpen van de financieringswet is een fluitje van een cent vergeleken met wat ons hier wordt voorgeschoteld.

Vegas Showdown: het spelerstableau

Een goed spel. En het is ook altijd leuk als je bovenop het centrale ook nog op een persoonlijk spelbord mag spelen. Maar u begint wel een beetje te twijfelen aan hoe serieus u door Avalon Hill wordt genomen als u de kwaliteit van uw hoogst persoonlijk tableautje ziet. Of beter: de afwezigheid ervan. Gewoon papier, ongeveer de dikte van een yoctometer en met een irritante plooi in het midden waar je tegeltjes steeds weer van afglijden.

Sternenfahrer Von Catan: de ruimteschepen

Een gadget is leuk, maar meestal slechts voor korte tijd. De ruimteschepen die u met een kreetje van verrukking uit de doos van “Sternenfahrer” haalt hebben alles in zich wat een gadget een gadget maakt: een korte periode van verwondering en – u kunt zelf zeker voldoende voorbeelden aanhalen uit de praktijk (sleutelhangers die reageren op gefluit, iemand?) - een zeer korte levensduur. De ruimteschepen van Catan ontsnappen niet aan deze wetmatigheid. Na het eerste geschud – je zal er als astronautje maar inzitten – beginnen de onderdelen al los te komen of, erger nog, af te breken. Mogelijk heeft Vlaada Chvatil tijdens het manipuleren van deze ruimteschepen zijn inspiratie gevonden voor Galaxy Trucker. Daarin valt er ook één en ander van je spaceship, maar dat is dan ook op een milde sadistische manier de bedoeling. Na de te voorziene klachtenregen zouden er bepaalde onderdelen in omloop zijn gebracht die je ruimteschepen steviger maken. Ik heb ze nog niet gezien, maar ze bestaan.

Duel In The Dark: de stank

Made In China, staat er op de doos. Spijtig genoeg hebben de Chinezen ook een geut van de plaatselijke fabriekslucht mee in de doos gestoken. Een geut met een zodanig indringende geur dat het luchten van de doos en inhoud de eerste activiteit is die je met dit spel zult doen. Dat heeft ook zo zijn voordelen. Kakkerlakken en ander ongedierte bijvoorbeeld zie je nooit meer terug in je etablissement. Het nadeel is wel dat je ook sociaal geisoleerd geraakt. Je krijg niemand meer over de vloer, voor een paar maanden toch.

Capitol: de overwinningspuntenzuilen

Origineel hoor, zuilen die je gebruikt om je score bij te houden. Dat past heel goed bij het thema. Alleen steken ze allemaal samen door hetzelfde gat waardoor de aanpassing van een score de zuilen van bijna alle andere spelers mee doet verschuiven. Ik ken sommige spelers die niet door dezelfde deur kunnen, maar hier wordt dat toch wel heel letterlijk genomen.

Magna Grecia: de woestijnkleur

Echt gebeurd, iets meer dan 4 jaar geleden: spelbord op tafel gelegd, er met mijn medespelers ongeveer vijf minuten sprakeloos naar zitten staren, opnieuw opgeruimd en een ander spel uit de kast gehaald. Zo erg was het. Er zijn grenzen aan eentonigheid. En goede smaak.

Clipper: de havenfiches

Eén onderdeel hebben ze vergeten in deze doos te steken: een mircoscoop. Deze heb je nodig om de miniscule – en ik druk me nog voorzichtig uit – fiches op te sporen die de aanwezigheid van een speler in de havens moeten aangeven. Voor u dit speelt timmert u ook best opkantjes aan uw speltafel, want als een havenfiche op de grond valt vindt u die nooit meer terug. Nooit. Ik hoed me ervoor de woorden “nooit” en “altijd” te gebruiken, maar hier kan het. Ik durf het zelfs nog eens te herhalen: nooit!

Wiz-War: buiten het spelplezier, alles

Dit is een leuk en zichzelf niet te serieus nemend spel. Spijtig genoeg nam men zich ook niet al te serieus tijdens de kwaliteitszorg voor de spelonderdelen. Geen kleur, laagstaand materiaal, een inspiratieloos en doodsaai grafisch design en een doos waarvan het deksel doorzakt alleen al door ernaar te kijken.

God, er is nog werk aan de winkel. Veel werk.

Daarom, beste medespeler, stel ik het volgende voor:

Laten wij bidden..

Dominique

 

 

 

 

12:47 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

21-06-08

Spuitend ten onder!

Een reclameboodschap, gezien op 2 juni op VT4: “Er zijn al genoeg kleine ergernissen in je leven. Daar wil je geen diarree bovenop.” Ik was net nummertje 129 van het Chinese Restaurant “Lin Fa” aan het binnenwerken. De honger was over.

Het was een spotje voor Immodium. Immodium, het doet me altijd weer aan Ebola denken.

Ebola. Op het eerste gezicht lijkt het een leuke meisjesnaam. Ik zou haar echter niet kussen als u haar tegenkomt. Voor u het weet verlaten al uw lichaamssappen in ijltempo al uw interne reservoirs. U gaat openingen te kort hebben. Gelukkig hebt u daar maar een paar dagen last van. Daarna bent u dood.

Ik vraag uw begrip voor het feit dat ik me even verdiep in de menselijke ontlasting, maar het moet. A man's got to do what a man's got to do. Ik wil het met u immers over een spel hebben dat spuitende diarree, projectielbraken, interne bloedingen, huiduitslag, etterende zweren, haaruitval, afvallende ledematen, een vrjwel zekere mortaliteit en het – veelal kleine – gespuis dat deze kleine ongemakken veroorzaakt als uitgangspunt (!) neemt, daar met brio in slaagt en ons – mij in alle geval – doet verlangen naar meer. U leest dit goed.

Ik beken. Ik ben een kneus. Tot de kneusjes binnen de spellenwereld worden zij gerekend die zich wel eens aan coöperatieve spellen wagen. Alhoewel, “wagen” is een ietwat ongelukkige woordkeuze aangezien je ofwel allemaal samen wint ofwel en groupe de boot ingaat. In het laatste geval word je niet uitgelachen. En in geval van winst: allemaal samen vrolijk een dansje rond de tafel. Veilig bezig zijn heet dat. Ik doe daar dus vrolijk aan mee. De stempel “kneus” neem ik er dan maar bij.

Binnen het wonderbaarlijke segment van de coöperatieve spelen – Marx zou ook een groot aanhanger van dit soort spellen zijn geweest – zijn er een paar die mijn spelershart in hoge mate beroeren: “Sauerbaum” bijvoorbeeld, waar je het samen opneemt tegen de zure regen. “In De Ban Van De Ring”, een in mijn ogen nog steeds zwaar onderschat spel dat bij elke sessie weer een nieuw scheldwoord aan de Nederlandse taal toevoegt. “Arkham Horror”, dat speltechnisch zeer goed in elkaar zit maar waar in mijn ogen de horror toch vooral betrekking heeft op het klaarzetten en opruimen van het spel. En dan hebben we nog “Shadows Over Camelot” en “Riddle Of The Ring”, al tellen deze twee eigenlijk niet mee omwille van het feit dat we in “Shadows..” te maken krijgen met een verrader die godbetert op zijn eentje kan winnen als hij het goed speelt en “Riddle..” waarbij het Midden-Aarde universum nog eens wordt aangesproken als excuus om twee teams, zijnde de goeden en de slechten, het tegen elkaar te laten opnemen. De helft van wat rond de tafel zit verliest dus. En zal achteraf niet aan de polonaise deelnemen.

Pandemic dus.

Twee tot vier kneuzen worden geacht de wereld - dit gaat echt wel verder dan uw keukentafel - te behoeden voor wat het mensdom het meest vreest: totale uitroeiing van de soort door een massale verspreiding van de meest besmettelijke infectieziekten. Met een doosje Immodium staan zwaaien - zelfs de instantversie uit de reclame - zal hier niet helpen. Hier moet je met straffe mannen en vrouwen op af. Kneusjes zei u? Helden is een betere omschrijving.

Atlanta is onze uitvalsbasis. We beschikken daar over een gezellig onderzoekscentrum met alles erop en eraan en – nog belangrijker – een vliegveld. Daar staan we dan, op het mondiale spelbord. Gezellig. We hebben internet, we hebben faxapparatuur, GPS-systemen, iPhones, Blackberry's en meer van dat fraais. Ons venster op de wereld. Al snel zullen we wensen dat van dat venster de rolluiken waren neergelaten want binnen de korste keren worden we overstelpt met meldingen van epidemies allerhande: een diarreebuitje daar, een kudde zweren ginder, een hoestorkaan her, een braakwaterval der. Het houdt niet op. En als er niet snel iets aan gedaan wordt is het gedaan met de mensheid. Op zich zou dat misschien niet zo'n slechte zaak zijn voor het welzijn van onze planeet, maar één van onze teamleden heeft een pakketje aandelen van Shell en Q8 en die wil het toch niet zo ver laten komen. Uitrukken dus, jongens en meisjes, en bestrijden die handel.

Het team: een stelletje ongeregeld. Maar het moet gezegd: in hun vakgebied zijn ze stuk voor stuk het kneusje van de zalm. Zo hebben we daar de verpleegkundige, gespecialiseerd in het ter plekke behandelen van de brakende, schijtende, zwerende en hoestende medemens. En kijk daar: daar loopt - iPhone in de hand en druk gesticulerend - de dispatcher die, onder alle omstandigheden, het hoofd koel houdt en de lichaamssappen binnen teneinde de teamleden zo optimaal mogelijk te leiden naar daar waar het nodig is (meestal overal). En ziet, zieken onder ons, daar zit de wetenschapster Einsteingewijs over boeken en microscopen gebogen, druk doende een remedie te ontwikkelen. En ze ziet er nog goed uit ook! De onderzoekster – ook niet mis! - zorgt ervoor dat de rest van het team van de laatste ontwikkelingen op de hoogte is en verzamelt gegevens over alles wat nog maar naar een mogelijke epidemie ruikt. Tenslotte hebben we ook nog een “operations expert”, een mooi Angelsaksisch woord voor een ordinaire vuikbekkende werfleider, die ervoor zorgt dat er overal ter wereld en liefst zo strategisch mogelijk, onderzoeks- en uitvalsbasisssen voor onze werkzaamheden worden neergepoot. En zo spelen wij elk onze onmisbare rol. Vier acties per beurt krijgen we in dit kaartgestuurde spel. Het zijn er veel te weinig. En elke ronde breiden de ziektes zich uit, of erger: krijgen we te maken met een epidemie. Of nog erger: worden we geconfronteerd met een “outbreak”. Deze laatste term spreekt u best met de nodige omzichtigheid en vrees uit, want u wilt niet weten wat er dan allemaal op u af komt. Vergelijk het met het stoppen van uw vinger in een lekkend gaatje in het ruim van uw luxejacht van drie miljoen, terwijl een eindje verderop in datzelfde ruim het water binnengutst door een gat met een doorsnede van vier en een halve meter. Ik lees gedachten, ik zie welk woord u nu zit te denken: het begint met een h en eindigt op opeloos. Inderdaad.

Wij, de kneusjes, kunnen slechts op één wijze winnen. Door voor de vier ziektes die zich in de loop van het spel manifesteren een afdoende en betrouwbare behandeling te vinden. Het spel – ga even zitten – kan ons verslaan op drie verschillende manieren: door het bereiken van een vastbepaald aantal “outbreaks” (acht!), als we van een bepaalde ziekte de corresponderende blokjes niet kunnen aanvullen op het spelbord en als de trekstapel leeg is op het moment dat een speler zijn handkaarten moet aanvullen.

Goed, ik geef het toe, een onderzoeker, een verpleegkundige, een wetenschapper, een expert operaties en een dispatcher zijn nu niet bepaald karakters waarvan de haartjes op je armen overeind gaan staan. Maar goeie God, nog nooit heb ik me in een spel zo geïdentificeerd met mijn rol en die van mijn medespelers.

Hebt u het ooit meegemaakt dat u spontaan en zonder enige afspraak vooraf samen met uw medespelers juichend de handen in de hoogte steekt bij een overwinning, met een gevoel dat kan tippen aan het winnen van een ploegentijdrit in de Ronde van Frankrijk? Hebt u het ooit meegemaakt dat uw handkaarten bijna niet vast te houden zijn omwille van het zweet dat in uw handen staat en dat u, om u heen kijkend, vaststelt dat uw medespelers met net hetzelfde probleem kampen (de kaartenhouders van Memoir '44 of Battlelore kunnen hieraan verhelpen)? Hebt u het al meegemaakt dat u een uur intensief communiceert en overlegt met uw medespelers, meer dan u tot dan toe ooit, zowel plugged als unplugged, gedaan hebt? En dat deze medespelers eindelijk eens iets zinnigs te vertellen hebben? Hebt u het al meegemaakt dat u en uw medespelers hetzelfde spel steeds weer opnieuw willen spelen, ondanks het feit dat er steeds weer verloren wordt? Als was u verslaafd? Neen? Dan raad ik u dringend aan het bovenstaande nog eens rustig te herlezen en daarna als een speer naar uw plaatselijke spelleverancier te hollen, met een snelheid die recht evenredig is met de snelheid waarop u met een diarreekramp het dichtsbijzijnde toilet opzoekt. U gaat het zich niet beklagen. En u hoeft het niet aan de grote klok te hangen hoor, dat u een kneusje bent. Met een select kneusjesgroepje in het geheim genieten. Het heeft wel iets.

Red November (Fantasy Flight Games) gaat uit een reusachtig vat moeten tappen om hieraan te kunnen tippen.

Verliezen was nog nooit zo leuk.

Briljant spel.

 

Pandemic (Z-Man Games, 2008)

Matt Leacock

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

Tot slot nog een zeer belangrijke dienstmededeling: surf even naar www.despeeldoos.be. Klik daar even op de link naar de aankondiging van de spellendag op 29/06/2008. Schrijf u met een brede glimlach in. Het leven is simpel. 

Ik weet wat te doen op 29 juni. 

Dominique 

 

21:00 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01-06-08

Arbeiten oder Spielen? Na so was!

Laten we het even hebben over spellen die doen wat spellen geacht worden te doen: de spelers ontspannen.

Er liep onlangs op het forum van Spielbox een discussie met als originele titel: “Caylus, arbeiten oder spielen?”. Zeer interessant. En hot, want het regende reacties. Op zich maakt het mij niet veel uit, want ieder zijn meug. Als u mijn mening vraagt: “Ich spiele lieber dan ich arbeite”, en om even bij Caylus te blijven: ik zet me er niet (meer) aan, tenzij ik ervoor betaald word. Maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die net dat “werken” weer plezierig vinden. En zo komt iedereen aan zijn trekken. We leven in een mooie wereld.

De discussie zette me echter wel aan het denken. Dat gebeurt niet veel, dus het ijzer maar smeden als het heet is, dacht ik zo denkend voor mij uit. Als resultaat van dat denkproces besloot ik mijn collectie eens te scannen en de, in mijn van subjectiviteit uitpuilende ogen, meest ontspannende spellen eruit te halen. Eén criterium slechts: als je ze speelt moet je de stress van je af voelen glijden als water van een eend. Of van een zwaan. Of een andere waterdichte vogel. U mag zelf kiezen.

Geloof me: de weldadige loomte die u ervaart na een Turkse Hamam is vergeleken met deze spellen even stresserend als de drukte op de beurs in Wall Street op het drukste moment van de dag.

Pardoxaal genoeg was het maken van de selectie een vrij stresserend proces, temeer daar mijn collectie nu niet bepaald logisch is ingedeeld en slechts gedeeltelijk administratief geïnventariseerd. Maar het is gelukt.

De tien meest ontspannende spellen zijn, naar mijn bescheiden en volstrekt betrouwbare mening, de volgende:

Flowerpower (Kosmos)

Héhé, hier zijn we dan weer. In ons volkstuintje. We ruiken de lente al. We gaan ons eens van onze meest softe kant laten zien. We hebben bloembolletjes aangekocht en ons perceeltje klaargestoomd. Nu nog planten die handel. Maar wat zien we daar? Onze buurvrouw/buurman (doorhalen wat niet past) is er ook al aan begonnen en is nogal verdacht dicht tegen onze neutrale zone aan het aanwerken. Dat gaan we toch niet laten gebeuren zeker? Straks overwoekeren zijn/haar, ongetwijfeld erg lelijke, gewassen mijn toonbeeld van agrarisch vernuft. Hop, snel even wat onkruid tussen dat perkje gemoffeld. Moffelen, dat rijmt op schoffelen (gevolgd door een satanische lach).

Dit speelt zo lekker weg dat het niet mooi meer is. Een tegeltje trekken uit het buideltje en leggen maar. Voor ons op tafel ontstaat een bontgekleurd bloementapijt. En op het einde van het spel kunnen we daar nog mee scoren ook.

Op het einde fladdert er een schattig vlindertje van bloem tot bloem waarbij voor elk aaneengesloten perceeltje van dezelfde soort bloemen – als de perceeltjes groot genoeg zijn tenminste – punten worden toegekend.

Een jointje tijdens dit spel kan zeer inspirerend werken. Hou er dan wel rekening mee dat bij de eindtelling de kleuren ietwat in elkaar kunnen gaan overvloeien wat het proces van de scorebepaling aanzienlijk kan bemoeilijken.

Afrika (999 Games / Goldsieber)

Héhé, hier zijn we dan weer. In het zwarte continent. Als een Indiana Jones type, zweep op heup- en hoed op hoofdhoogte, door de jungle rennend. Achter elke boom wacht het avontuur. Vinden we een oude ruïne, barstend van archeologische vondsten? Indien niet, lopen we dan misschien een groep inboorlingen tegen het lijf die ons de weg naar die bewuste ruïne kan wijzen? Worden we aangevallen door een bende hongerige leeuwen of moeten we onze tenen intrekken omdat er een kudde olifanten langs trippelt? Vinden we een monument waarop we onze vlag kunnen planten? Of beter nog: stoten we op de ingang van een lang vergeten mijnencomplex waarin de goudklompen en edelstenen zo maar voor het oprapen liggen? En slaan we daar dan maar voor een tijdje ons tentje op?

Een heel mooi uitgevoerd spel. Misstaat op geen enkele speltafel. Fiches omdraaien, de daarbij horende actie uitvoeren, eventueel scoren en dit proces zelfs twee keer na elkaar. We worden verwend. We kunnen archeologische vondsten doen en deze, indien gewenst, zonder ook maar enige tegenwerking - tenzij een pruillip - met onze tegenstanders ruilen. We richten basiskampen op en verzamelen goud en diamanten die ons op het einde van het spel nog een aanzienlijke boost van punten kunnen opleveren. Zelfs de inheemse diersoorten ontsnappen niet aan onze invloed. We passen de grootte van hun kuddes aan en als het nodig is katapulteren we een olifant naar de andere kant van het continent als dat ons meer punten kan opleveren. Als we op een monument stuiten krijgen we een extra basiskamp uit de voorraad waarmee onze mogelijkheden weer worden uitgebreid. God, wat worden we verwend. Tevens luidt het leeghalen van de voorraad basiskampen het einde van het spel in.

Dit spel krijgt nogal eens oneerbiedige reacties. Totaal onterecht. En flauw. Het verdient beter. Het heeft namelijk de eigenaardige eigenschap dat je tegenstanders samen met jou de meest interessante optie gaan zoeken als je aan de beurt bent. Solidariteit aan de speltafel als het ware. Een spellenmens komt dit zelden tegen. Leg dit spel op tafel tijdens een overleg van strijdende partijen verwikkeld in een burgeroorlog en men trekt samen in polonaise weer het hinterland in.

Das Riff (Kosmos)

Héhé, de lucht is blauw, het water ook, de zon is geel en ik hou zoveel van jou dat ik het constant kweel. Gooien met twee hel gekleurde zeszijdige dobbelstenen is één van de fundamenten van dit voortreffelijke ontspannende spel voor twee. Geef toe, er zijn inspannender manieren om een avond door te brengen. De kleur die je gooit krijg je terug onder de vorm van gelijkaardig gekleurde wormen die je dan weer gaat gebruiken om – u raadt het nooit – vissen te vangen. Boten, parels, haaien, koraalriffen, het zit er allemaal in. Wat u vangt dient om te kweken. Let er dus even op dat u zowel mannetjes als vrouwtjes aan het lijntje houdt. Uit deze koppeltjes moet u vijf mooie visjes kweken. Als u dat doet voor uw tegenstander – er is er gelukkig maar één – wint u.

Tijdens het spel spelen de getijden hun rol. Spijtig genoeg zult u het zachte geruis van de golven en het rustgevende gekabbel van het water tegen onze houten scheepswand niet in de doos terugvinden. Daar moet u zelf voor zorgen. Er bestaan geluidsimitatoren die u hierbij zeker een eindje op weg kunnen helpen.

Kupferkessel Co. (Goldsieber)

Toverkollen zijn we en we brouwen toverdrankjes. Een eenvoudig spel dat we, als we het al zouden willen, kunnen kruiden met de regels voor gevorderden. Dat laatste is echter niet nodig want de lightversie biedt ons al genoeg verkwikking. Het enige stresserende aan dit spel vind ik het “ronden van de hoekkaartjes” waarbij men het lef heeft aan u, beste medespeler, viendelijk maar kordaat te vragen om de vier hoekkaarten die het spelterrein moeten afbakenen met een schaar af te ronden zodat u een visueel mooie spelaanblik creëert. Nu zijn de termen “visueel” en “mooi” niet bepaald van toepassing op het resultaat als ik met een schaar aan de slag ben gegaan, en zeker niet als het om het verfraaien van bepaalde spelonderdelen gaat. U begrijpt voor welk een dilemma Goldsieber mij heeft geplaatst. Bij mij zijn ze dus nog vierkant. Bepaalde, steeds terugkerende, nachtmerries van ondergetekende worden sedert de aanschaf van dit spel bevolkt door reusachtige scharen die nogal ruw door veel te kleine kleine hoekkaartjes gaan. En na elke nachtmerrie wordt de afstand tussen mij en de schaar groter. Neil Armstrong besefte niet hoe makkelijk hij het had toen hij als eerste voet op de maan zette.

Toverdranken dus, waarvan we de ingrediënten verzamelen door met onze pion als het ware “rond de pot” te draaien en op ons eindpunt uit de rij ingrediënten te nemen wat ons het meest aanstaat. Sommige ingrediënten geven je nog wat extra's zoals een extra beurt of – je weet immers nooit met de mengsels – een ontploffing waardoor je medespeler (het is een spelletje voor twee) het bovenste ingrediënt in zijn ketel verliest. Een goed geheugen is meegenomen want je mag niet meer in je keteltje gaan piepen voor het einde van het spel, wanneer de ingrediënten per soort worden geteld en gescoord.

Een mooi, klein, eenvoudig spelletje dat bij momenten ten huize van grijs wordt gespeeld om daarna weer voor een tijdje in de kast te verdwijnen, waarna we op een bepaald moment tot onze grote vreugde vaststellen dat het er nog altijd ligt en het weer voor onbepaalde maar plezierige tijd onafgebroken wordt gespeeld.

Animalia (GameWorks / Pro Ludo)

Bevat ongetwijfeld één van de mooiste kaartensets die ik ooit in een spel heb gezien. In dit spel doe je niets anders dan geven en krijgen. Is dat niet mooi? Warmt uw hart niet op als u dit leest? Blijven geven is echter niet aan te raden. U moet er af en toe ook mee ophouden anders moet u de restjes van de trekstapel nemen en dat kan, zoals ondergetekende al eens heeft ondervonden, een mens speltechnisch zwaar onderuit halen. Geven, nemen, ruilen, krijgen, het zit er allemaal in. En terwijl u deze handelingen uitvoert daalt een roes van ontspanning over u neer die u niet meer hebt ervaren sinds die erotische massage van twaalf jaar geleden.

In twee versies te koop. Eentje met enkel de kaarten in een klein doosje, de andere in een grotere doos met een stapel gouden medailles die uiteraard tijdens het spel uitgereikt worden aan de meest verdienstelijken onder ons. Maak u geen illusies: ze zijn van karton. Ondanks dat gegeven zijn beide versies, naar mijn bescheiden en een door gedaalde koopkracht beïnvloede mening, schandalig duur.

Yellowstone Park (Amigo)

Uwe Rosenberg – ja, die van Agricola – zit hierachter (trouwens even een commerciële tip voor 999 Games: voeg bij elk spel van Agricola een zakje Ricola-bonbons. Verdubbeling van de omzet!). Waar waren we? Ach ja, Yellowtone Park. We leggen dierkaarten in de vorm van een raster op een spelbord dat een beschermd natuurgebied voorstelt en proberen dat op een zodanige manier te doen dat we kunnen “minpunten”. Ja, u leest dit goed: spelen voor zo weining mogelijk punten dit spel, of u bent verkeerd bezig. Het afleggen van kaarten kan enkel mits inachtneming van een aantal voorwaarden, waar ik nu niet verder ga op ingaan want daar zijn spelregels voor. Het volstaat te melden dat je je kaarten best binnen een vooraf bepaald raster van 3x3 kwijtraakt, anders zit u in de problemen.

Mooi is hoe de bonte en soms wel erg bizar samengestelde kuddes over het spelbord migreren. Het lijkt net echt. Spijtig genoeg is het incasseren van pluspunten ook nogal realistisch uitgevoerd.

De regels vragen wel wat gewenning van de huis-, tuin- en keukenspeler maar eenmaal dat drempeltje genomen is het wel genieten geblazen. Sommigen klagen over het repetitieve karakter van dit spel, maar een sessie gaat zelden over de 45 minuutjes, dus waar maken we ons druk om?

King Of The beasts (Playroom Entertainment)

Hoe eenvoudig kan een spel zijn? Soms, als ik de regels van bepaalde spellen van hem tot mij neem, heb ik het gevoel dat herr Knizia mij probeert te zeggen: “U bent een grote dommerik. Daarom speciaal voor u dit eenvoudige regelwerk.” Spontaan schieten mij een aantal titels van de meester te binnen: Flinke Pinke (de spelregels passen op het handtekeningstrookje van mijn bankkaart), Bunte Runde (waarvan je je na het lezen van de spelregels afvraagt: “Is dit wel een spel?”) en – in iets mindere mate – Tutanchamun. Maar gelukkig zet de brave man ons met zijn eenvoudige regels toch nog op het verkeerde been. Schijn, behalve die van de zon, bedriegt en dat merk je als je aan deze eigenaardige spelletjes begint. Wat op het eerste gezicht een rechttoe rechtaan oppervlakkig spelletje lijkt blijkt plots over een aantal subtiliteiten en diepgang te beschikken waar – ik noem maar iemand – Geert Wilders een puntje aan kan zuigen.

In de mytische beestenwereld zijn er verkiezingen. Dat gaat wel een beetje eenvoudiger dan de chaos die we hier in België in oktober of ten laatste in juni 2009 gaan meemaken en vooral veel sneller. Zes deelnemers zijn er. Zo zit er een draak tussen, een eenhoorn en bijvoorbeeld ook een griffioen. Om op deze eigenaardige kandidaten te stemmen leggen we kaarten uit onze hand af van de kandidaat in kwestie in het stembureau en zorgen we er tevens voor dat we één of meerdere kaarten van dezelfde kandidaat afleggen in onze persoonlijke aflegstapel, want deze leveren ons eventueel punten op aan het einde van het spel. De winnaar van de verkiezingen geeft ons als blijk van waardering voor onze stem 2 punten per kaart van hem of haar in onze aflegstapel, kaarten van de tweede en derde leveren ons nog elk een punt op en naar waardering van de kandidaten die vierde, vijfde en zesde zijn geëindigd kunnen we fluiten.

Eenvoudig en snel speelbaar, maar u dient wel voortdurend belangrijke afwegingen te maken.

Sunda To Sahul (Sagacity Games)

Een spel en een puzzel tegelijk. En als je niet goed in de sociale markt ligt kun je hier ook lekker solo mee bezig zijn. Is zelfs simultaan speelbaar. En terwijl je lekker tactiel bezig bent kun je wegdromen naar ver afgelegen archipels waar de zon zo prominent aanwezig is dat ze wél schijnt in bepaalde delen van je lichaam waar ze normaal gezien nooit doordringt.

Dit spel introduceert zoals gezegd ook het wonderbaarlijke rustgevende effect van het simultaan spelen. Gewoon spelen en geen rekening houden met je tegenstanders en op het einde vaststellen dat je verloren hebt, hier kan het.

Moduleerbaar ook. Je kan kiezen voor de eenvoudige aanpak of voor de toeters en bellen. U beslist. Ik heb trouwens al genoeg aan mijn hoofd. Maar dat dit een leuk en ontspannend spel is, is een understatement.

Trapper (Clementoni)

De inlay van de doos is het enige wat hier voor frustratie zorgt. De rest van de doosinhoud, en vooral wat het emotioneel teweeg brengt aan een speltafel, is wél de moeite.

We verzamelen dierenhuiden, paddestoelen en kruiden en proberen deze onder te brengen in onze, niet bepaald van van veel ruimte voorziene, kano's. Zijn onze bootjes vol peddelen we als een gek naar de markt waar we streven naar winstmaximalisatie. Want geld bepaalt op het einde wie wint. Ook hier kunnen we weer voor de eenvoudige of voor de versie voor gevorderden kiezen, waarbij u de tweede mogelijkheid van mij gerust samen met de inlay bij het huisvuil mag zetten. Ook heel leuk met z'n tweeën.

Gek dat deze on onder de rader is doorgevlogen. Het is tenslotte een Kramer. Het is dan wel een eenvoudige Kramer maar het blijft een Kramer. Ik raad hem aan. Als u neigt naar een beetje ontspanning toch.

Hick Hack In Gackelwack (Zoch)

Erwin Broens vroeg zich onlangs op zijn voortreffelijke website Bordspel.com terecht af waarom dit spel niet door 999 Games werd opgepikt. Ondertussen heeft men het bij 999 Games begrepen en is gerechtigheid geschied. Ze brengen het uit. Echte kenners, zoals ik, hebben dit spel echter al lang, sedert 2001 meerbepaald, in hun collectie. U laat toch ook geen briefje van 200 euro op de stoep liggen?

Vogeltjes en vossen en graankorreltjes en eten of gegeten worden. Daar draait het hier zo'n beetje om. En je tegenstanders kunnen inschatten. En een smoel kunnen opzetten met de expressie van een strijkijzer. En vooral niet te gulzig zijn. Dat wordt afgestraft. Leuk met kinderen, gemeen met volwassenen.

Dat waren er tien. Maar ondertussen zijn er een paar kleppers verschenen die in dit lijstje wel eens zouden kunnen gaan inbreken. R-Eco bijvoorbeeld. En “Die Hängenden Garten” klopt ook al vol ongeduld op de deur van deze oase van rust en ontspanning. En doemt daar Keltis niet op aan de einder?

Dominique

17:09 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

25-05-08

Glory To Cambridge

 

Naar aanleiding van de reactie van Peter Hein – bekijk zeker de countdown van de spellen top 100 van de Lage Landen op zijn weblog http://spellengek.blogspot.com/ - op mijn mijmeringen over Glory to Rome toch maar even een extra bijdrage.

Ik zou hier een heel epistel kunnen schrijven over de regels van het spel maar dat zou ons een beetje te ver leiden. En ik blijf liever hier. Daarom een korte samenvatting van het doel en de belangrijkste spelelementen.

Nero heeft Rome in de fik gestoken en wij zullen, na de nodige bluswerken weliswaar, dat stadje eens snel gaan heropbouwen. Aangezien we ons niet naar het verleden kunnen katapulteren doen we de heropbouw maar alsof. Door middel van een kaartspel.

We beschikken allemaal over een kamp met logeerruimte voor onze werklieden, een opslagplaats voor onze bouwmaterialen, een schatkamer (voor de opbrengst van verkochte materialen = eveneens overwinningspunten) en een pronkzaal voor onze invloedpunten (overwinningspunten die we hebben vergaard door het voltooien van gebouwen). Verder ligt Rome uiteraard bezaaid met de nodige vrijgekomen en nogal zwart uitziende bouwplaatsen die we kunnen claimen. We beschikken over een enorme trekstapel vol met gebouwen, materiaal en werklui (karakters). Elke kaart kan voor één van die drie elementen worden gebruikt. Er zijn ook nog zes jokerkaarten die als eender welk karakter kunnen worden gebruikt.

Bij de aanvang van het spel wordt per speler een kaart opengelegd in het midden van de plakkende tafel: de – ik hou me even aan de leuke Engelse term – pool! Bij de aanvang van het spel krijgen we vier kaarten van de trekstapel en één jokerkaart. Daar kunnen we voorlopig al mee voort. Zijn we aan de beurt kunnen we twee dingen doen: een kaart uit de hand als karakter spelen (of een jokerkaart voor een karakter naar keuze) of, u raadt het nooit: “denken”.

De karakters laten ons toe specifieke acties te ondernemen. De arbeider haalt materiaal uit de pool en brengt ze naar onze opslagplaats. De ploegbaas werft personeel aan uit de pool (de zes rollen die we nu aan het bespreken zijn) en brengt ze onder in onze, bij aanvang relatief kleine, logeerkamer. De architect laat ons toe een gebouw uit onze hand te bouwen of een gebouw dat reeds in aanbouw is verder (af) te bouwen met materiaal uit onze opslagplaats. De stielman doet hetzelfde als de architect maar hij laat ons toe materiaal uit onze hand te gebruiken bij reeds in aanbouw zijnde gebouwen (hij werkt dus sneller dan de architect, die eerst materiaal in de opslagplaats moet zien te krijgen). De legionair (een hele leuke) eist materiaal op uit de pool en uit de handen van onze tegenstanders waarmee we onze opslagplaats vullen en de handelaar tenslotte verkoopt overschotjes uit onze opslagplaats en dropt de opbrengst daarvan in onze schatkamer.

We beginnen met een invloed van twee. Daarmee kunnen we maximaal twee personeelsleden aanwerven en twee kaarten uit de opslagplaats in onze schatkamer onderbrengen. Het is dus zaak om zo snel mogelijk onze invloed te verhogen om ons personeelsbestand en de beschikbare ruimte in onze schatkamer te verhogen. Want vooral invloed en de inhoud van onze schatkamer gaan ons punten opleveren. We verhogen onze invloed door gebouwen te, euh, bouwen. Elk gebouw levert bij afwerking invloedpunten en evenveel overwinningspunten op (één tot drie). En elk gebouw heeft een eigenschap die je in het verdere verloop van het spel of enkel bij voltooiing ervan aanzienlijke voordelen oplevert, die dikwijls nog interessanter worden als je ze combineert met andere gebouwen. Er zijn er 40 verschillende, teveel om hier allemaal te bespreken. Maar het ontdekken ervan is één wonderbaarlijke ontdekkingstocht, om over de combo's nog niet te spreken.

De tweede keuze die je hebt is “denken”. Ik persoonlijk ben zeer blij dat ik dat nu eindelijk eens mag doen in een spel, dus ik maak er in GTR regelmatig gebruik van. Als je denkt vul je je hand gewoon aan tot vijf (basis handlimiet) of – als je al vijf kaarten op hand hebt – trek je er eentje bij van de trekstapel of je neemt een openliggende jokerkaart (als er eentje beschikbaar is). In de praktijk gaat een beurtje zo: de actieve speler speelt een karakter, bv. de handelaar, de volgende speler “denkt” en vult zijn handkaarten aan, de volgende speler volgt en speelt ook een handelaarskaart. Daarna vervult de actieve speler zijn handelaarsrol, eventueel aangevuld met acties van handelaarskaarten die hij op dat moment als personeel in dienst heeft. De spel die “gedacht” heeft kan vervolgens ook handelaarsacties doen indien hij ook nog handelaars bij zijn personeel heeft en de derde speler kan op zijn beurt zijn uitgespeelde handelaarskaart benutten, samen met de handelaarskaarten in zijn personeelbestand. Heb je personeel van het karakter dat door de actieve speler werd gekozen in je kamp, mag je dus voor elk personeelslid van die soort de actie uitvoeren, ongeacht of je de actieve speler door het uitleggen van een kaart volgt of niet.

Bouwen is de boodschap want daarmee vergroot je je invloed en daardoor ook de mogelijkheid tot meer acties en het bekomen van meer overwinningspunten

Op een bepaald moment dient zich – jawel! - een speleinde aan. Dat doet zich voor als de trekstapel leeg is (normale puntentelling), het Forum is afgebouwd en de eigenaar heeft de zes verschillende karakters als personeel in zijn ondertussen aardig vergrote logeerkamer liggen (die speler wint onmiddellijk), de Catacomben zijn afgebouwd (normale puntentelling) of de laatste beschikbare bouwplaats werd geclaimd.

De punten worden geteld: invloedspunten + punten van de kaarten in de schatkamer + bonuspunten van bepaalde gebouwen + bonuspunten voor de spelers die de meeste materialen van elke soort hebben opgeslagen in hun schatkamer (3 punten per soort). De speler met de meeste punten wint. En die heeft verdraaid goed gespeeld.

Mijmeringen (deel 2)

Ik heb GTR ondertussen zowel met 2, 3, 4 als 5 spelers gespeeld en elk spel is ons enorm goed bevallen. Het woordje “ons” in de vorige zin is niet onbelangrijk. Er was unanimiteit aan tafel. Ons eerste spel (met z'n vieren) duurde iets langer dan twee uur. Het vloog voorbij. En iedereen wou gelijk opnieuw. De volgende sessies speelden we aanzienlijk sneller. Logisch ook. Je krijgt het immers beter – ook letterlijk – in de vingers. Onlangs hebben we met z'n tweeën twee sessies gespeeld op een uurtje, maar ook bij meer spelers kan het binnen een kwartiertje afgelopen zijn als iemand de catacomben bouwt (al betekent dat niet dat de bouwer daarmee verzekerd is van de overwinning, verre van).

Dit spel kent een leercurve. Je moet de kaarten eerst een beetje leren kennen en de mogelijkheden van de combo's al doende ontdekken. Maar het spelprincipe, het beseffen waarmee je bezig bent en waarom en hoe je doelstellingen te bereiken, dat valt allemaal nogal mee. De spelregels zijn duidelijk en overzichtelijk en eigenlijk niet echt uitgebreid. Soms moet je even je gezond verstand gebruiken bij de interpretatie van een combo, maar over het algemeen valt dat allemaal nog wel mee. Geen hoge instapdrempel dus. Neen, het is het omgaan met het veelvoud aan mogelijkheden in dit spel dat wat trainingstijd en bekwaamheidsverfijning vraagt. En dat is echt leuk. En als je denkt dat je alles al gezien hebt, komt er weer iemand met een onverwacht combootje dat je weer bij de les brengt. Herspeelbaarheid en GTR zijn synoniemen.    

Op het eerste gezicht heb je het gevoel dat een aantal gebouwen het spel zwaar uit balans halen. Tot je een beter overzicht begint te krijgen over het hele plaatje, de combo's die je kunt maken en de tegenzetten die je kunt doen - vergelijk het resultaat gerust met een eurekagevoel - en dan begint de pret pas echt.

Een groot pluspunt vind ik de interactie tussen de spelers. Je moet voortdurend op je hoede zijn voor de acties, tactieken en strategieën van de anderen en, indien nodig, je daaraan aanpassen door zelf in de aanval te gaan of verdedigend te gaan spelen. Zonder daarbij voorbij te gaan aan het feit dat je op het einde wel het meeste punten moet hebben om te kunnen winnen. Een moeilijke evenwichtsoefening.

Zeer aangenaam vind ik ook het afwisselend strategisch en tactisch spelen. Je moet denken op lange termijn maar meermaals moet je overschakelen naar tactisch spelen gezien de ontstane spelsituatie of omdat de acties van andere spelers je ertoe aanzetten. Toch, je ligt er nooit helemaal uit. Je blijft meedoen voor de overwinning tot op het einde, of hebt minstens het gevoel. Op BoardgameGeek merkte een speler op dat het zo'n spel is waarbij je het gevoel hebt dat je had kunnen winnen als je nog één extra beurt had gehad. Dat klopt. Ik heb zo'n uitspraak meerdere keren na een spel GTR horen vallen. Vreugde en verdriet liggen hier dus heel dicht bij elkaar, net als in het echte leven. Van mij mag dat.

Heel interessant is het feit dat je meerdere beurten nodig hebt om een gebouw te kunnen oprichten. Je begint met de bouwplaats te claimen (beperkt in voorraad!) en de latere beurten besteed je al dan niet aan de bovenbouw. Als je een "killer-gebouw" in de maak hebt krijgen de andere spelers ruim de tijd om aan een tegenzet te werken. Dat gaat meestal wel gepaard met overdreven zweetproductie, tremor van de handen en diep gezucht dat uit de poorten van de hel lijkt te komen. Maar het kan.

Nog een pluspunt vind ik de vele wegen naar de overwinning. En naar de nederlaag Er is het onvermijdelijke Forum dat de bouwer bij voltooiing onmiddellijk de overwinning schenkt (moeilijk - het vraagt een zekere stevigheid in de schoenen gecombineerd met een goeie geut risicobeheersing - maar haalbaar), de Catacomben die het spel direct beëindigen met innachtname van de gewone puntentelling (dikwijls wordt gewoon aan de bouw begonnen om de andere spelers onder druk te zetten), het snel bouwen zodat de bouwplaatsen snel zijn uitgeput (einde van het spel), de handelaarstrategie (zo snel en zo veel mogelijk verkopen van je materialen voor overwinningspunten in je schatkamer) of het zo snel mogelijk leeghalen van de trekstapel als je jezelf zegezeker voelt en je de juiste gebouwen voor het creëren van een “trekstapellek” hebt liggen (ik heb dit zien gebeuren en dat was een vrij indrukwekkend exploot gezien de dikte van de trekstapel).

Wil je winnen moet je bouwen. Je gebouwen leveren je op het einde van het spel overwinningspunten op, maar eveneens (en evenveel) invloedpunten tijdens het spel. Die invloed heb je nodig om werkvolk aan te trekken (arbeiders, handelaars, stielmannen, architecten, legionairs en ploegbazen) en om je schatkamer (gevuld met overwinninspunten door de verkoop van materialen uit je voorraad) uit te bouwen.

Ook een leuk gegeven: de pool. Dit zijn de kaarten die in het begin van het spel worden opengelegd (1 kaart per speler) en vanaf dan vooral wordt aangevuld door de uitgespeelde karakterkaarten van de spelers. Soms ligt de pool boordevol kaarten, soms moet je ze met een vergrootglas gaan zoeken.

En dan die dilemma's. Elke kaart is een karakter, een gebouw of materiaal dat later kan omgezet worden in gebouwen of overwinningspunten. Kies je het ene, ga je niet voor de twee andere. Simpel, maar zweetbevorderend.

Je “kamp”, waarop de verschillende karakters en hun eigenschappen staan afgebeeld is ook een heel handig extraatje. Het dient tegelijk als speloverzicht en als hulpmiddel voor het managen van je kaarten. Eén van de meest praktische die ik ooit gezien heb. Mooi gedaan.

Race For The Galaxy heb ik zeker nog niet afgeschreven. Zeker niet. De vraag is alleen of het nog wel de kans gaat krijgen op tafel te komen na mijn kennismaking met Glory To Rome.

Dominique

 

Glory To Rome (Cambridge Game Factory, 2005)

Carl Chudyck

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

60 minuten

 

 

15:36 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

17-05-08

Pickjes en Packjes..

Laten we even gezellig wat bijpraten.

Glory To Rome

Het beste spel dat ik dit jaar al gespeeld heb. Is van de “San Juan” en “Race For The Galaxy” familie, maar steekt deze twee moeiteloos in zijn achterzak. Vanwege veel meer mogelijkheden en vooral veeeeel meer interactie (heerlijk om die gezichten te zien als ik mijn Forum op tafel leg, of de Catacomben, of mijn Legionair, of mijn Brug, of mijn Colloseum. En dan die combo's!). En veel meer kleur. En veel beter thematisch onderbouwd. En, vooral in vergelijking met “Race For The Galaxy” en ondanks de complexiteit, veel toegankelijker. Ik heb al verschillende sessies RFTG gespeeld en ik weet nog altijd niet waar ik eigenlijk mee bezig ben. De vonk slaat maar niet over, hoe graag ik het ook zou willen. Ik beleef er geen plezier aan. Bij GTR was de vonk – zeg maar uitslaande brand – er direct. En ook bij mijn medespelers. Reeds verschenen in 2005 en ik schaam me diep dat dit niet eerder op tafel is gekomen. Ik ga dan ook na deze bijdrage direct aan mijn tien Weesgegroetjes en Onze Vaders beginnen. Als boetedoening.

Pick & Pack

Appeltjes pakken met een grijpertje zoals in de lunaparken op de kermis. Een spel voor twee. Abstract als de pest en de vaardigheid enkele beurten vooruit te kunnen denken strekt zeer tot aanbeveling. Dus eigenlijk niets voor mij. Zwaar op mijn bips gekregen tijdens de eerste sessie, maar het spelverloop was leuk.

Diamant

Meer een belevenis dan een spel. Dat mag. Soms moet dat zelfs. Waarschijnlijk het spel dat het meeste lawaai genereert bij de deelnemers. Kreeg daardoor zo'n respons op “Spel 2007” van de Forum-Federatie dat de verkoopstand van Carl Adriaenssen op een zodanige manier werd bestormd dat de politie er moest worden bijgehaald en proces-verbaal werd opgemaakt. Toen tijdens de aangifte echter duidelijk werd dat het om plastieken diamantjes ging werd het volledige verkoopteam in voorlopige hechtenis genomen vanwege smaad aan de politie. Pas na het betalen van een aanzienlijke borgsom – sommigen maken gewag van een bedrag van 6 cijfers – werden ze weer vrijgelaten. Is een heerlijk spel voor niet-spelers. Ze gaan allemaal, maar dan ook allemaal, voor de bijl.

Die Schatzteucher

Een Knizia voor kinderen. Met de wonderbaarlijke wonderlamp, die ondertussen ook al haar nut heeft bewezen toen hier enkele dagen geleden 's avonds laat de elektriciteit uitviel. Met zo'n typisch Kniziaans scoremechanisme ook, iets dat bezwaarlijk als kindvriendelijk kan worden bestempeld. Maar toch, hij komt ermee weg. Een goed spel als u uw koters stilaan wilt voorbereiden op het echte werk.

Eketorp

Hoe meer zielen (ik afslacht) hoe meer vreugd, dachten ze bij de Vikingen al. Dat geldt ook voor dit spel. Het leeft van de confrontatie. Ik heb ook de eerste editie van dit spel in één of ander spellenrek staan. De huis-, tuin- en- keukenversie. Het lelijke eendje (en dat is een understatement: u mag er gerust eens naar komen kijken als u me niet gelooft) is een mooie zwaan geworden.

Fangfrisch

Halli Galli voor gevorderden. Zonder die vieze visgeur waar ik zo'n hekel aan heb (al heb ik bij het openen van de doos voor alle zekerheid toch maar een stiekem aan de kaarten geroken). Ambiance verzekerd. Bij voorkeur te spelen op een plaats waar veel personenverkeer is. Ofwel jaagt u iedereen weg, ofwel staat u binnen de kortste keren in de belangstelling van een nieuwsgierige meute die komt kijken hoe het komt dat u zich zo amuseert, ondanks alle kommer en kwel op deze wereld.

Gipsy King

Een Cwali die men mij altijd voor de neus mag leggen. Instinctief zal ik dan beginnen meespelen. Tactiel zeer aangenaam vanwege de grote houten balkjes. Eindelijk hebben we een smoes om nog eens met de blokken te spelen.

Handelsfürsten: Herren Der Meere

Een pareltje in een klein doosje. Komt regelmatig op tafel. Ik win dit ook meer dan normaal voor me is. Als ik aan spellen deelneem rijmt de typering van de afloop bij mij meestal op “iezen”, maar niet zo bij dit spel. Dank u, Herr Knizia!

Hick Hack In Gackelwack

Eindelijk hebben ze bij 999 Games het terechte advies van Erwin Broens opgevolgd en brengen ze dit heerlijke spelletje voor groot en klein binnenkort in een Nederlandstalige versie uit. Ze gaan er geen spijt van hebben. En wij ook niet.

Im Jahr Des Drachen

Depressies initiërend, maar ondanks dat toch steeds weer die SM-neiging om het te spelen. U bent me d'r eentje, Herr Feld.

In De Ban Van De Ring

Ik ben opgegeten door Shelob, de reuzenspin, door Ringgeesten naar de absolute en oneindige duisternis gelokt, gesneuveld in het beleg van Minas Tirith na een prikje van de Toveraar-Koning van Angmar himself, door de “Mond van Sauron” voorgoed het zwijgen opgelegd aan de poorten van Minas Morgul en door het Dodenleger in mijn blote kont het dal in gejaagd na een korte maar hevige confrontatie. Om maar te zeggen dat Sauron mij in 2008 keer op keer de loef heeft afgestoken. Maar mijn tijd komt. En als die gekomen is zult u het hier als eerste lezen.

Jamaica

Ik ben al meerdere malen te kap'ren gevaren, maar nog nooit met zoveel goesting als in dit spel.

Race For The Galaxy

Ik wil dit zo graag leuk vinden, maar het lukt me niet. Al die icoontjes op die o zo donkere kaarten, dat gebrek aan interactie (een ideaal spel voor bewoners van kloosters waar de zwijggelofte werd afgelegd), al dat gedoe met die (halo)werelden en welke kaart nu wat genereert en vooral wanneer.. Ik kom er maar niet doorheen. Het zal wel aan mij liggen. Er is een uibreiding aangekondigd en ik hoop dat die synoniem staat voor verbetering, maar ik vrees nog meer van hetzelfde en dus het ergste.

Die Hängenden Gärten

Ik kan me niet voorstellen dat dit me ooit de keel gaat uithangen. Het speelt immers zo elegant en lekker weg. Het raadsel van de achterkant van het spelbord is, ondanks mijn voor deze aardbol veel te hoge graad van intelligentie, nog steeds niet opgelost. Ik vang geruchten op dat dit met een uitbreiding te maken heeft. Ik kijk dan ook reikhalzend uit naar de spellenhorizon.

R-Eco

Afvalbehandeling. Het is niet mijn favoriete bezigheid. Maar na het spelen van R-Eco heb ik wel fluitend en goedlachs wuivend naar mijn overbuurvrouw de vuilniszakken buitengezet. Dat zegt iets. Is goed op weg mijn favoriete filler te worden. Een aanradertje.

Rattlesnake

Gemagnetiseerde eieren van ratelslangen. Er bestaan mensen die op zulke ideeën komen en ze nog uitwerken ook. U mag daar het uwe van denken maar ik raad u toch aan het eens te proberen, want dit is al enkele weken een instant hit ten huize van.

Stone Age

Ik heb de hongerstrategie uitgeprobeerd. Ik raad het u niet aan. Plaats als de kans zich voordoet altijd – altijd! - uw stamleden op de neukhut, de akker of de werktuighut. Deze gouden tip is gratis.

Ticket To Ride, Het Kaartspel

Goed, zonder meer. Ik ben ondertussen teruggekomen van mijn overtuiging dat dit moet gespeeld worden zonder het memory-element. Het moet met.

Metropolys

Gespeeld en goed bevonden. Eén van de lelijkste spelborden die ik ooit gezien heb, maar smaken verschillen. Zo zijn er zelfs mensen die mij aardig vinden. Stel je voor.

Wie Verhext!

Meerdere sessies achter de rug met vier en vijf spelers. Nog geen “Verhext-moeheid” merkbaar. Een goed teken.

Ik zie oneindige mogelijkheden tot varianten in dit spel. Wat dacht u van “Ik ben Bart De Wever en ik wil onvoorwaardelijk en onverwijld het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde splitsen!” Waarop de volgende speler: “Goed, gij moogt Bart De Wever zijn maar eerst ben ik het hulpje Yves Leterme en ik geef de Franstaligen in ruil voor de splitsing 5 goudstukken.” Heerlijk toch? En zo is nog maar eens bewezen, beste medespeler, dat het leven uitpuilt van gemiste kansen.

Utopia

Mooi, mooi, mooi zijn de drie woorden die me bij dit spel onmiddellijk te binnen schieten. Ik heb alleen wat moeite met het bont gekleurde tafereel dat zich voor onze ogen ontvouwt en daardoor de overzichtelijkheid aanzienlijk ondermijnt. Ook het gegeven dat in het eindspel de laatste speler aan beurt meer dan me lief is de overwinnaar bepaalt is zorgwekkend. Ik doe dat niet graag, zeker als ik zelf niet de overwinnaar ben.

Scriptorium

Eén van de ontdekkingen van het jaar. Een zeer aangename ervaring met meer diepgang dan je op het eerste gezicht zou denken. In afwachting van de nieuwe van Stefan Feld, die zich naar verluidt ook afspeelt binnen niet zo vriendelijke kloostermuren, een goed alternatief.

Seerauber

Altijd wat afgehouden, dit spelletje. Tot David het onlangs presenteerde. David en het spel hebben me aangenaam verrast. Ik moet dat afleren, die vooroordelen ten aanzien van bepaalde spellen. Daarom dit goede voornemen voor de tweede helft van 2008: elk spel een kans, zelfs Phoenicia!

I'm The Boss

Heerlijk spel, maar ik bak er nooit iets van. Bijna altijd laatste. Ik werk dan ook aan een eigen variant: “I'm The Klos”.

Batavia

De zwaan die de lelijke eend “Moderne Zeiten” moet doen vergeten. Gek, maar naar aanleiding van Batavia “Moderne Zeiten” onlangs nog eens uitgehaald en enorm veel plezier gehad. Ook met het manipuleren van de zeppelins. Ik ben Jumbo nog steeds dankbaar dat ze dit toentertijd hebben uitgegeven.

Toledo

Een “Wallace light”, zo wordt dit spel wel eens omschreven. En dat is het ook. Ik heb wat problemen met het eindspel, waarin het optimaliseren van acties en bewegingen en de tijd die dat kost nogal eens kan gaan irriteren als u tot de gejaagde medemens behoort.

Keltis

Eenvoudig, snel, spannend, mooi en frustrerend. Tiens, het gaat hier precies over mij. Maar we dwalen af. Ik vind dit prettig om te spelen. Geen strategische beslommeringen. Geen “als ik dit doe dan doe jij waarschijnlijk dat waardoor ik één van de volgende ronden zwaar in de problemen ga komen en ik weer een voorzet geef aan die bloedzuiger links van mij, verdorie het is weer kiezen tussen de pest en de cholera”-gedoe. Ontspannend. Niet meer, niet minder.

Lascaux

Mogul op zijn Phalanx'. Vraagt wat gewenning maar speelt vanaf dan lekker weg. De illustraties op de kaarten hadden wat afwisselender gemogen maar verder geen gezeur.

Liebe Und Intrige

Ik had mijn drie dochters als eerste uitgehuwelijkt maar toch ging er iemand anders met de overwinning lopen. Het is inderdaad een race, maar de punten worden niet toegekend op, maar na de meet. Hou hier rekening mee als u dit speelt. Ook weer zo'n overdreven gelamineerd spelbord en weer geen zonnebrillen in de doos. Maar hadden ze die wel in het Victoriaanse tijdperk?

Kan, omwille van de prachtige boekvorm waarin dit spel is uitgegeven, in geval van plaatsgebrek in uw spellenrek(ken) gewoon naar uw boekenkast worden versast, eventueel samen met "Du Balai". 

Shanghaeien

Weird dobbelspel voor twee waarbij je kaarten verzamelt in acht kleuren die je op het einde van het spel - hoe bestaat het - punten opleveren. Het rare zit in het feit dat je de punten krijgt van je tegenstander als je in een bepaalde kleur het meeste scoort. Het heeft wat Kniziaans maar het is een Schacht. Actiekaarten zorgen voor peper en zout en geven je wat invloed op het resultaat van uw - geef het maar toe - belachelijk slechte dobbelsteenworpen.

Owner's Choice

Voorbij voor je het goed en wel beseft en daardoor een buitenbeentje binnen het segment van de financieel getinte spellen. Snel en juist handelen, en u mag dat gerust letterlijk nemen, is de boodschap. Voortgaande op mijn eindresultaten in dit spel heb ik deze boodschap niet goed begrepen. Maar ik werk eraan.

Dominique

 

 

 

 

 

 

 

 

23:42 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-05-08

Een golfoorlog! Alweer!

Er moet mij iets van het hart. Ik ben die kinderliedjes, die infantiele meezingertjes waarmee we de laatste tijd om de oren worden geslagen, grondig beu. Een voorbeeld? Yael Naïm met “New Soul”. Ik citeer even het refrein: lalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalala. Ik herhaal: lalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalala! Herkent u het? Ik word er nog misselijker van als ik het zo neergeschreven zie. En dat staat in de hitlijsten! En in de playlists van alle radiostations, behalve dan misschien in die van – oef, toch een uitwijkmogelijkheid – Radio Vaticaan. En dan zwijg ik nog over Kate Nasch, Colbie Vaillat (Bubbly, godbetert) en dan, erger nog, die Soko – die het fonetisch verkrachten van de Engelse taal als gimmick hanteert door een Allo-Allo-Frans accent te gebruiken en er verdorie nog mee wegkomt ook. Denken ze nu echt dat wij kleuters zijn of wat? Gedverd....Zo, dat moest er even uit.

Nee, als ik in the mood ben voor zomerse deuntjes, geef me dan maar een goeie geut Beach Boys. En de associatie die dat soort muziek bij mij onmiddellijk oproept: die van een bruingebrand, gespierd, perfect geproportioneerd lichaam. Medespelers die mij persoonlijk kennen hebben ondertussen de link met mijn persoon al gelegd. En nu ik toch aan het associeren ben: ik zie me met “de jongens” aan een Hawaiiaans strand op een surfplank de hoogste en spectakulairste golven bedwingen. Alle beachbabes liggen aan mijn voeten. Letterlijk. Maar mijn gedachten zijn bij een andere babe, eentje met standing, eentje op de hogeschool, die vanwege haar studies geen tijd heeft voor strandwandelingen, laat staan -avonturen. Toch, ik ben verliefd en ik slaag er uiteindelijk in het met haar aan te leggen. Maar o ramspoed, ik kan en mag niet omgaan met een vrouw in mantelpakje. Slecht voor mijn imago bij de jongens. Dus blijven onze contacten beperkt en geheim. We hunkeren, smachten en verlangen naar elkaar en meermaals staat de vrouw van mijn leven op het terras van één of ander strandhuis, met op de achtergrond een perfecte zonsondergang, hartstochtelijk en uiteraard met mij in gedachten “Hopelessly Devoted To You” te zingen. In haar mantelpakje. Dan komt de dag van de grote wedstrijd, die ik uiteraard afgetekend win. Terwijl alle beachbabes na de prijsuitreiking over elkaar heen tuimelen om toch maar met mij m'n Chevrolet Convertible in te mogen kruipen, duikt mijn droomvrouw plots op aan het strand, in een nauw, zwart latex pakje, haar lange haren extremely heavy in de war, een gore taal bezigend dewelke ik hier, vanwege de mogelijkheid dat hier kleine kinderen meelezen, niet durf weer te geven. Ze steekt alle beachbabes, ondertussen allemaal geel uitgeslagen van jaloezie, in haar achterzak. Onder luid gejuich van de jongens hoppen we in de Chevrolet en scheuren we extreem wilde avonturen tegemoet. Enkele jaren later liggen we hand in hand op het terras van het eerder genoemde strandhuis naar onze kindjes te kijken. Ze rapen schelpjes. Eindgeneriek.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Surfers zijn wij. En we spelen "Surf's Up, Dude!" Een bordspel zowaar.

En omdat ik niet graag alleen speel geef ik jullie vandaag ook de kans om te beschikken over een kathedraal van een lichaam, blinkend van de zonnebrandolie en van een zodanige perfecte symetrie dat het vermoeden ontstaat dat De Schepper Himself ons persoonlijk heeft geboetseerd. En niet bepaald op een maandag.

Wij hangen rond op exotische, ver van ons bed gelegen, stranden en nemen deel aan surfwedstrijden. Geen surfwedstrijden zonder golven, dus die zijn ook in groten getale aanwezig. Ze zijn wel van stevig karton, maar soit. Een doorwinterde, goed van inlevingsvermogen voorziene speler let daar al lang niet meer op.

We kunnen zwemmen, dat is al een pluspunt, al is dat niet echt een vereiste. Je kan rustig peddelend op je plank de beste golven gaan uitzoeken en hopen dat je op het moment van de waarheid er niet afvalt.

Alles in dit spel doen we met kaarten: theatraal de zee in lopen, naar de golven toe peddelen, de golven met onze surfplank “pakken”, op de golven en onze surfplank proberen overeind te blijven en onze concurrenten van de golven afduwen. Dat kaartgestuurde klinkt misschien een beetje raar, maar er is één groot voordeel: wij, en vooral onze kaarten, blijven droog.

Staan we nog overeind op onze plank en op een golf als deze het strand oprolt scoren we punten. En wie op dat moment de "prime"-plaats inneemt (het beste plekje op de golf in kwestie) krijgt daarbovenop nog een kwijlende beachbabe achter zich aan, die nog eens bonuspunten opleveren aan het einde van het spel.

Af en toe duikt er een haai in het golfgebied op en dan wordt er, weeral aan de hand van het uitspelen van kaarten, gekeken of we hem of haar kunnen wegjagen of niet. De tweede optie is niet aan te raden maar komt voor. Of hoe een speltafel toch een veilig gevoel kan oproepen. 

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Je hoor, we staan op een surfplank. Deze surfplank bevindt zich op golven van verschillende omvang, lees: hoogte.. Geen paniek. Ik heb ze gemeten. De gemiddelde hoogte is 2 millimeter. Die golven begeven zich, zoals het een degelijke golf betaamt, strandwaarts. Nu bevindt dit thema zich ook een beetje ver van ons bed. Letterlijk. Je kunt natuurlijk je eigen surfervaringen aan de Noordzee een beetje enten op wat zich voor ons op tafel afspeelt, maar geef toe: rillend het strand opkruipen bedekt met de olieresten van een containerschip dat even daarvoor zijn brandstoftanks voor de kust heeft gereinigd roept nu ook niet bepaald een vorm van romantiek op. Maar met een beetje fantasie halen we ons Hawaii wel even voor de geest.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

De regels zijn, op zijn zachtst gezegd, nogal klein uitgevallen. Je verwacht toch wat anders in zo'n grote doos. We treffen een klein boekje aan, in een klein lettertype, in zwart-wit. Ook geen foto's met voorbeelden. Niet dat we veel visuele ondersteuning nodig hebben. De regels zijn duidelijk genoeg. Maar een spel dat diepblauw water, schitterende gele zonnestralen, wuivend groene palmen, bontgekleurde surfplanken en fluoriscerende badpakken en bikini's als uitgangspunt neemt, daarbij verwacht je toch ook een al even vrolijk gekleurd regelwerk. Dream on, babe! Maar kom, we maken er geen punt van. Want wat staat hierboven vet en schuingedrukt: “Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.” Van kleur en hoog kwalitatief glanspapier is hier geen sprake. Duidelijk en overzichtelijk regelwerk daarentegen.. Score: voldoende.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

We openen de doos. Dat gaat wat moeilijk. Het deksel zit nogal strak om de opbergdoos gespannen. Het vraagt wat oefening maar uiteindelijk lukt het ons toch, maar niet zonder het typische flatusgeluid dat loskomende strakke bordspeldeksels al eens willen produceren, de inhoud te aanschouwen. En dat mag zeker gezien worden. De inhoud haalt niet het niveau van een, laat ons zeggen, knappe beachbabe, maar het kon zeker erger.

Ik had ook liever voor elke beachbabe-kaart een ander modelletje gezien, maar dat had waarschijnlijk de productiekosten de hoogte in gejaagd. Nu moeten we het met een soort meerlingen doen. Sommigen onder ons kicken daarop en zijn nu waarschijnlijk al op weg naar de dichtsbijzijnde speelgoedwinkel. Het is hen gegund.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Als het deksel wat minder vast zou aanspannen zouden we heel snel aan de slag kunnen. Door dit euvel lopen we evenwel een beetje vertraging op. Maar we kunnen het ook positief bekijken: het zorgt voor wat lichaamsbeweging. Eenmaal de doos open is alles snel opgezet, snel uitgelegd en kunnen we snel de golven op en dat laatste – niet onbelangrijk – volledig droog.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Er is een kleurprobleem met onze surfers. Ze mogen dan wel redelijk groot uitgevallen en mooi gevormd zijn, als je met het maximum aantal spelers aan de slag gaat worden we toch geconfronteerd met iets dat ik zou kwalificeren als visueel ongemak. Donkerblauw en zwart liggen wel heel dicht bij elkaar. Bij kunstlicht kun je het vergeten.

Dat wordt gelukkig een beetje ondervangen door het feit dat we met z'n zessen de zee opkunnen. Surf je met minder gebruik je die twee kleuren, of eentje ervan, niet. Simpel.

Ook een minpuntje: de kleur van de te winnen trofeeën: het is aangenaam vast te stellen dat je echte bekertjes kunt winnen – al maak je op geen enkele manier indruk als je er eentje in de hoogte steekt (hoogte 2 cm) - maar het onderscheid tussen de gouden en bronzen kleinoden zijn moeilijk te maken. Opletten bij de uitreiking en de puntentelling op het einde is dan ook de niet zo blijde boodschap.

Het spelbord en de golven zijn ook niet zonder gebreken. ze zijn wel kleurrijk en zo, maar het blinkt allemaal een beetje te fel en bij tegenlicht heb je - wel toepasselijk vanwege het thema, maar volgens mij nooit de bedoeling - een zonnebril nodig. En zonnebrillen zitten standaard niet in de doos.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Het klassieke gegeven: kaarten en een trekstapel. Bij het trekken haal je uiteraard een geut geluk mee binnen, net als zout water bij het surfen. Maar dat mag, want je krijgt tijdens het spelen genoeg tijd en mogelijkheden om aan één of andere vorm van handmanagement te doen. Het einde van een beurt, wanneer je drie acties krijgt die je mag verdelen tussen kaarten op hand nemen, van het strand het water in of peddelen naar het golfgebied, is cruciaal. Besteed daarom voldoende aandacht aan deze fase. Geen kaarten op hand betekent immers geen acties. En geen surfers in het golfgebied betekent mogelijk geen punten.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

The Beach Boys draaien op de achtergrond helpt. Ook kunt u tijdens het spelen een actieve surfhouding aannemen – ongetwijfeld een sfeerschepper – maar spelen wordt dan een beetje ongemakkelijk. U kunt in plaats van een doorsnee tafellaken ook uw fleurigste badhanddoek als onderlaag gebruiken, maar dat oogt zo raar. U kunt ook een paar kubieke meter wit rijnzand op uw keukenvloer kieperen maar dat is zo'n gedoe achteraf. U kunt zich vooraf ook behandelen met zo'n handige bruiner uit een spuitbus, maar iemand uit mijn kennisssenkring is na een gelijkaardige behandeling nooit meer in het straatbeeld verschenen, dus dat raad ik ook niet aan.

Ik wil gewoon maar zeggen: als u de sfeer erin wilt brengen zal het van u en uw gezelschap moeten komen. Het haaialarm en de bekeruitreikingen lenen zich wel tot de mogelijkheid van input van wat klank- en lichteffecten maar daarmee hebben we het wel zo'n beetje gehad.

Gij zult niet te lang duren.

45 tot 90 minuten staat er op de doos. Het kan allebei. Als er “grüblers” aan tafel zitten loopt het gegarandeerd uit. Mijn advies: er gewoon op los spelen. Dan gaat het lekker vooruit. Dit spel vraagt erom.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Tja, wat moet ik hier nu op zeggen? Ik denk persoonlijk van niet. De regels zijn, ook al gaat het hier om een veredeld kaartspel, toch een beetje wennen. Groene blaadjes raad ik dus andere spellen aan.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ik wil gerust af en toe de golven op. Af en toe. Het is niet een spel dat dikwijls op tafel zal komen, maar het is, alleen al door het thema, een plaatsje in een gemiddelde spellencollectie zeker waard. Zeker aan te bevelen in de lange, donkere winterdagen. Het soort dagen waarvan we er de laatste maanden een beetje teveel van hebben zien passeren. Als je het op zo'n dag speelt kleur je lekker bij.

Maar ziet: de zon schijnt! En het provinciaal domein “De Halve Maan” is hier vlakbij. En als Diestenaar mag ik daar gratis binnen! Waar is mijn spuitbus “bruin in twee minuten” nu weer? Ach, daar staat ze. Hopelijk lukt het deze keer egaal.

Dominique


Surf''s Up, Dude! (Jolly Roger Games, 2008)

Alan R. Moon & Aaron Weissblum

2 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45-90 minuten



 

18:33 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

27-04-08

Hangeren naar meer!

 

26/04/2008. Een TTT-speldag ten huize van, waarbij TTT staat voor “TienTotTien”. Spelen, het klokje rond. Samen met de broodnodige croissants, koffiekoeken, M&M's en liters alcoholvrije drank stonden ook een respectabel aantal (nieuwe) spellen op het menu. Iemand moet het doen, nietwaar? Daarom waren wij, beste medespeler, terwijl u met uw luie krent in een stralend zonnetje een terras of wat anders zat te doen, druk bezig deze spellen aan een intensieve kwaliteitstest te onderwerpen. Wij, dat zijn mijzelf en een stelletje ongeregeld dat er niet voor terugschrikt ondergetekende – in zijn eigen huis nota bene – zwaar op zijn donder te geven. Soms verlang ik er vurig naar geleefd te hebben in het Victoriaanse tijdperk, waarin etiquette een “way of life” was. Waarbij als invité het verliezen van spelletjes met de gastheer als een vanzelfsprekendheid werd beschouwd. Pech gehad. Ik leef nu en als ik het woord etiquette in de mond neem is de eerste vraag die door mijn spellenvrienden gesteld wordt of dat lekker is en of ik het toevallig in huis heb. Ik blijf hopen, maar tegen beter weten in.

Maar toch, van zodra ze de deur uit zijn begin ik ze al te missen. Het zijn, zonder uitzondering, schatten. Met een groot spelershart en een groot hart tout court. Koesteren is een werkwoord dat mij spontaan te binnen schiet als ik aan hen denk.

We hebben een respectabel aantal agandapunten afgewerkt op 26 april: Die Hängenden Garten, Wie Verhext, Liebe Und Intrige, Palastgeflüster, Keltis, R-Eco, Shanghaien, Het Ticket To Ride Kaartspel, If Wishes Were Fishes en Koe Zoekt Boer. U begrijpt dat dit nogal veel ineens is om hier allemaal te bespreken. Daarom wil me voorlopig even beperken tot één van de lievelingen van de dag: “Die Hängenden Garten”. De andere lieveling was “Wie Verhext”, maar daarover later meer.

Die Hängenden Garten (Hans Im Glück)

Twee keer gespeeld. Aan het brein van een Taiwanees ontsproten. Din Li heet de ongetwijfeld brave man. De spelregels maken echter uitdrukkelijk melding van het feit dat het spel volledig, maar dan ook volledig “made in Germany” is. Is dit bedoeld als een grap? Is het dodelijke ernst? We zullen het nooit weten. Wat ik wel weet, en mijn medespelers unaniem met mij, is dat dit een goed spel is.

Landschapsarchitecten zijn wij. In opdracht van iemand die veel meer te zeggen heeft dan wij moeten we ontwerpen aanleveren voor de aanleg van de “Hangende Tuinen”. Ik veronderstel dat het die van Babylon zijn, maar in de regels kan ik er niets van terugvinden. Soit, we krijgen de keuze uit een aantal bouwkaarten met daarop in wisselende samenstelling terrassen, parken, arkaden en bronnen. En gewoon lege vlakken, de bouwgrond. Deze proberen we zo mooi, maar vooral zo functioneel mogelijk – lees: voor ons profijt – aan te leggen. Het moet zijn dat onze opdrachtgever nogal afwijzend staat ten aanzien van chaos want een alle kanten uitwaaierende kakafonie van bovengenoemde tuinonderdelen wordt niet geapprecieerd. En dus niet beloond. Graag veel van hetzelfde naast elkaar, is zijn of haar devies. Hoe meer hoe beter en hoe groter de potentiële beloning. Afhankelijk van het aantal spelers worden er drie of vier bouwkaarten grijpklaar open op het (overbodige) spelbord gelegd, samen met zes tegels die we ons als beloning mogen toeëigenen als we aan de bouwvoorwaarden van onze bouwheer voldoen. Startspeler zijn is leuk want dan heb je meer keuze tussen de bouwkaarten. Zit je als laatste.. ach, u weet het wel. Gelukkig wisselt de startspeler bij elke beurt. Ik heb nog even geprobeerd met de huisregel dat de startspeler, zijnde mezelf, elke ronde hetzelfde blijft, maar enkele minuten onder dwang in de gangkast deed me van gedacht veranderen.

Bouwkaarten dus. Je kiest ze, legt ze voor je op tafel en zorgt ervoor dat je een mooie hangende tuin samenstelt. Alsof we er in het dagelijkse leven nog niet genoeg mee worden geconfronteerd gelden ook hier de nodige voorschriften: één kaart per beurt en geen enkel tuinonderdeel op de kaarten mag contact maken met het tafelblad. Overbouwen van tuinonderdelen mag gelukkig wel. Anders kon je gewoon geen kant op. Nieuwe kaarten worden dus, rekening houdend met de bouwvoorschriften – hoe zal ik het zeggen: Tetrisiaans – aangelegd. Drie, vier, vijf en zes aangrenzende dezelfde soort tuinonderdelen leveren je, als je er één van je vijf tempels opzet, wat lekkers op. Je mag dan kiezen uit een aantal openliggende tegels (zes) die worden uitgestald op het, weeral, eigenlijk overnodige spelbord. Deze tegels tonen de Koningin, de Koning, De Tijger, de Tuin, het Standbeeld, de Kelk en de Toren. Er zijn ook vijf personentegels, die slechts één keer in het spel voorkomen en in combinatie met een setje tegels van de bijbehorende soort extra punten opleveren. Zo hebben we de dierentemmer die het graag met de tijgers doet, de tuinier die zich onweerstaanbaar voelt aangetrokken door planten (de tuin), de beeldhouwer die van standbeelden houdt omdat ze niet tegenspreken, de priester die nogal hunkert naar de inhoud van kelken allerhande en de wachter die een fallusachtige hang heeft naar torens. De tegels zijn in wisselende hoeveelheden in het spel aanwezig, aangegeven op de tegel zelf. Ook de punten die ze op het einde van het spel (kunnen) opleveren staat erop vermeld. Hoe meer van dezelfde soort, hoe meer punten.

Hoe meer dezelfde tuinonderdelen aangrenzend in je tuingebied, hoe meer keuze je hebt uit het tegelaanbod. Bij drie kun je kiezen tussen twee tegels, bij vier tussen vier tegels en bij vijf tussen het hele zootje (zes tegels). Maak je een setje van zes of meer mag je zelfs eerst een tegel blind van de trekstapel nemen vooraleer je er eentje van de openliggende kiest. Een aangenaam, maar niet zaligmakend – heb ik aan den lijve ondervonden – voordeel.

De verzamelde tegels, en die alleen, leveren aan het einde van het spel (als de bouwkaarten op zijn) punten op. Zoals al aangehaald: hoe meer tegels van een bepaalde soort, hoe meer punten. Personentegels zijn sowieso drie punten waard, maar in combinatie met een setje van hun lievelingsattributen (zie hierboven) kan hun puntenwaarde plots als een raket de hoogte in schieten. De torenwachter is een speciale. Hij levert zelf geen punten op, maar hij geeft je wel voor elke toren in je voorraad drie punten, bovenop de setwaarde van je torens. Interessant.

Unanimiteit. Het komt zelden voor aan de speltafel. Iedereen heeft wel zijn eigen, meestal afwijkende, mening. Zo ben ik ooit bijna gelyncht omdat ik me in een onbewaakt moment liet ontvallen dat ik Caylus maar "zozo" vond. Ze gebruikten wel een gewoon huis-, tuin- en keukentouwtje, maar toch. Opvallend was dat het oordeel van iedereen aan tafel deze keer gelijklopend was. Een goed, aangenaam spelend, ontspannend, puzzelachtig spel. Je kunt elkaar ook lekker dwarszitten. Al blijft de focus op de eigen tuin wel primair. Ook opvallend: het gevoel dat dit spel zich uitstekend leent voor één of meer uitbreidingen.

Twee keer gespeeld, dit kleinood. Eerste sessie: David (echt zijn spel) 42, Tineke 39, Kristof, 31, Dominique 27. Tweede sessie: Dominique 55, Mathias 54, Kristof 51. En ik vermoed dat dit spel met z'n tweeën ook een hele leuke is.

Dit spel zadelde ons ook op met het mysterie van de dag: waarvoor dient de achterkant van het, eigenlijk overbodige (derde keer), spelbord? Er staan namelijk vlakken met getallen op. Is het de voorbode van een ophanden zijnde uitbreiding, iets waar dit spel zich trouwens uitermate goed toe leent? Is het een productiefout die de helft van het personeelsbestand van de drukker zonder vooropzeg op straat heeft doen belanden, met als gevolg een deuk in het idioom van de “Deutsche Gründlichkeit”? Is het een levensbeschouwelijke hint van de ontwerper (je weet immers nooit met die Aziaten)? Je ne sais pas. Ik wacht, samen met u, in spanning af.

Dominique

 

Die Hängenden Garten (Hans Im Glück, 2008)

Din Li

45 minuten

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

 

 

 

21:07 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

21-04-08

TTRK: Het Ticket To Reis Kaartspel

 

Aah, de trein. Het is toch altijd een beetje lijden. Hij komt altijd te laat, vooral als het ijskoud is. Of hij komt te vroeg, zodat je je laatste aansluiting mist. Eenmaal opgestapt is er geen plaats meer vanwege de gratis reizende hoogbejaarden die, vooral tijdens het spitsuur, en masse naar de kust willen. En als je zit, zit je meestal naast een luidkeels gsm-ende medemens. Moest  diens onderwerp nu gaan over de zes moorden die de betrokkene de avond voordien heeft gepleegd zou ik nog een oogje dichtknijpen, maar neen, het gaat meestal over iets onbenulligs zoals de defecte starter van zijn flashy 4x4 waardoor hij vandaag de trein moest nemen.

Het openbaar vervoer. Het heeft één groot nadeel. Het is openbaar. Maar dat kan men van deze blog ook zeggen. Dus ik pas wel op. Heerlijk, dat treinreizen..

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Laten we dus maar even aan de andere kant gaan staan. Aan de kant van de mannen en vrouwen die nooit de trein nemen, vanwege een auto met chauffeur. De moguls. Zij die het grote geld verdienen door de leiding van spoorwegmaatschappijen op zich te nemen. Aangezien wij echte spelers zijn is inleven in deze rol geen enkel probleem. We zien wel geen geld door onze vingertjes passeren maar we kunnen wel spelen voor de eer. En is dat, beste medespeler, niet het allerhoogste?

Wij proberen routes uit te bouwen, zoveel mogelijk. Wij doen dat door het uitspelen van kaarten. De routes worden bepaald door de tickets die we bij spelaanvang op hand hebben en tijdens het spel bij op hand nemen. Vervulde tickets zijn punten waard, onvervulde minpunten, en wie op het einde van het spel de meeste verbindingen heeft gemaakt met bepaalde steden krijgt de bonuskaart van de betreffende stad en dus extra punten. Op elke routekaart staan een aantal gekleurde bolletjes. Om de route te claimen moet je minstens het aantal kleuren op deze routekaart hebben uitgespeeld op het einde van het spel. Uiteraard zijn de locomotiefkaarten, de jokers, ook weer van de partij. Zij nemen een kleur naar keuze aan, weet u wel

Ervaren Ticket To Ride spelers kennen het klappen van de zweep al, al moeten ze wel rekening houden met een paar kleine aanpassingen: als er tussen de openliggende wagonkaarten drie of meer locomotieven liggen worden deze kaarten niet vervangen. En als je tickets neemt hoef je er niet minstens ééntje te houden. Even wennen dus.

Tijdens je beurt kun je wagonkaarten op hand nemen, tickets nemen of kaarten uitleggen. Vooral dit laatste is leuk, en riskant. Je moet eerst kaarten voor je open uitspelen. Pas in de volgende ronde kun je ze eventueel verplaatsen naar de stapel van je treinen die zogezegd onderweg zijn. In het begin van je beurt moet je van elke openliggende kleur voor je één kaart naar je “onderweg-stapel” versassen. Treinen die onderweg zijn, zijn veilig. Want veiligheid en vooral een onveiligheidsgevoel zijn belangrijke emoties in dit spel. Kaarten die voor je openliggen kunnen immers door je tegenstanders worden weggespeeld, gewoon door meer kaarten van de betreffende kleur uit te spelen. Een setje. Als je kaarten van verschillende kleuren wil uitspelen word je wel heel erg beperkt. Ze moeten van een verschillende kleur zijn, het moeten er drie zijn (niet meer, niet minder) en geen van je tegenspelers mag de kleur in kwestie voor zich hebben openliggen. U begrijpt, de uitdrukking “het zweet staat in zijn handen” krijgt hier een totaal nieuwe dimensie.

Met z”n tweeën of z'n drieën spelen we één keer de trekstapel weg, met z'n vieren doen we dat twee keer. Hou die trekstapel in de gaten. Het eindstation wordt sneller aangedaan dan je denkt.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

U moet zich niet ongerust maken. Het materiaal is kwalitatief en hoogstaand. We hebben het hier over een Days Of Wonder, weet u wel. In het universum van Days Of Wonder is de kwaliteitsvraag stellen ze eveneens beantwoorden.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Het doosje uit, het vuistje in en hop, we zijn vetrokken. Toch, dat vuistje, neem dat maar met een grote korrel zout. Een grote vuist is meer aangewezen. Kolenschoppen van handen hebt u nodig. Mensen met kleine knuistjes raad ik de kaartenhoudertjes van Memoir '44 of Battlelore aan. U moet namelijk zowel uw wagonkaarten als uw tickets in de handen zien te houden (en deze laatste vooral in de hand). Kom, u moet dat uiteraard niet, maar steeds weer wisselen tussen het stapeltje wagonkaarten en tickets is een eerder irriterend soort ergotherapie.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Hier heb ik wel een probleempje. Geel en oranje liggen nogal dicht bij elkaar. Gelukkig zijn er symbolen voor de kleurenblinden onder ons. Leuk dat Days Of Wonder aan die mensen denkt. Zo kunnen ook de kleurenzienden dit probleem omzeilen. Gek, maar toen ik de kaarten de eerste keer door mijn handen liet gaan had ik moeite om de voorkant van de achterkant te onderscheiden. Ik had nochtans niets gedronken en zeker niets gesnoven, gespoten of gesmeerd. Gek. Ik heb er nog altijd geen verklaring voor. Misschien omdat ik van nature een donkere achterkant en een lichte voorkant verwacht.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Uiteraard is er een portie geluk aanwezig. Door een aantal onder ons wordt dit getypeerd als “de vloek van een kaartspel”. De “echten” onder ons kunnen dit gedeeltelijk ondervangen door elke uitgespeelde en openliggende kaart te tellen en in zijn of haar RAM-geheugen op te slaan. Ik hou me daar niet mee bezig, tenzij het een kaartspel betreft dat uit maximaal vijf kaarten bestaat.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Het wegspelen van kaarten van je tegenstander, denk aan het altijd weer leuke duel “Crazy Chicken”, is een essentieel onderdeel van dit sowieso al aangename tijdverdrijf. Drie kaarten van één kleur uitspelen is vragen om problemen, tenzij je weet wat de anderen op handen hebben. Ik weet dat meestal niet erg nauwkeurig, dus kom ik hier meestal in de problemen. Het zweet waarover enkele alinea's terug sprake slaat hierop.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Een beetje fantasie kan geen kwaad. Daarmee is alles gezegd. Ik zie geen treinen rijden. stations zijn in geen verten te bespeuren en goederen en pasagiers zijn al helemaal niet aan de orde. Het valideren van de voldane tickets met een conducteur-perforator was een leuke gimmick geweest, maar dan zou dit een spel voor éénmalig gebruik zijn geweest en dat is naar het schijnt niet de bedoeling.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

No problemo. Lezen en aan de slag met die handel. Vier kleine bladzijden. Overzichtelijk en zonder ballast. De TTR-bordspel die-hards moeten zich wel even losrukken van de bordspelregels. En in de omgekeerde richting, het retourtje, zal dit ook wel gelden. Maar ik heb me laten vertellen dat een menselijk brein zeer adaptief is. Til hier dus niet te zwaar aan.

Het enige wat me een beetje stoort in de regels, inhoudelijk dan, is de alinea waarin staat vermeld dat je niet in je “onderweg-stapel” mag gaan kijken. Men introduceert hier dus een niet mis te verstaan memory-element. In bepaalde spellen kan ik daarmee leven, Biberbande bijvoorbeeld, maar hier heb ik er toch wat moeite mee. Een paar alinea's verder haast men zich te melden dat men, indien men met jongere of onervaren spelers aan tafel zit, toch een oogje mag dichtknijpen. Ze bedoelen eigenlijk: een oogje opendoen. Je mag wel gaan piepen dus. Als je mijn mening vraagt: ik speel dit liever met mijn ogen open.

Gij zult niet te lang duren.

Nee. Misschien zijn de 30 minuten op de doos een klein beetje overdreven, maar als het al een beetje langer duurt (met vier spelers) voelt het echt niet zo lang. Altijd een goed teken.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Absoluut. Dit kleine spel is een grote poort naar een potentiële spelverslaving. En onze nieuwe collega's gaan dit, gezien de geringe omvang, ook veel mee op reis nemen.

Ik wil dit spel dan ook graag een andere naam geven: Het Ticket To Reis Kaartspel.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ik heb een zwak voor spellen in een kleine doos die snel te spelen zijn, eenvoudige regels hebben, er bovendien nog goed uitzien en treintjes mogen ook altijd. Dit spel voldoet aan al deze voorwaarden.

Ik verlang in alle geval naar meer en ik denk binnenkort velen met mij. Ik hoef me dus geen zorgen te maken.

Dominique


Ticket To Ride Kaartspel

Days Of Wonder (2008)

Alan R. Moon

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

00:09 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

18-04-08

Misschien bent u het wel!

 

Geen inleiding deze keer. Onmiddellijk over naar de prijsuitreiking.

Want we hebben een winnaar!

Het Ticket To Ride Bordspel: The Nordic Countries, uitgereikt naar aanleiding van het 1-jarig bestaan van “De Tafel Plakt” gaat naar niemand minder dan:

SHARON BOUCKHUYT uit Pijpelheide (Booischot) (België)

Zij slaagde er in, waarschijnlijk niet zonder enige moeite en met inschakeling van een batterij mediums, waarzegsters, wichelroedelopers, pendelaars, kaartleggers, glazen bol gluurders, botjesgooiers, witte heksen, helderzienden en sterrenwichelaars vrij nauwkeurig te voorspellen welke ranking het hoger genoemde spel op 17 april 2008 om middernacht op Boardgamegeek zou innemen. De ranking bedroeg om 00:00u 413 . Sharon voorzag een ranking van 408 . Ze zat er dus maar 5 naast. Voorwaar een indrukwekkende prestatie. Je prijs is onderweg, Sharon!

Ik wil graag iedereen bedanken die de moeite heeft genomen aan de wedstrijd deel te nemen, zeker gezien het geduld dat van u werd gevraagd. Maar ik wil vooral ten aanzien van iedere bezoeker aan mijn blog mijn oprechte appreciatie uiten voor het langskomen het voorbije jaar. Ik weet dat u waarschijnlijk drukdrukdrukdrukdruk bent en, net als ondergetekende, voor een stuk geleefd wordt op het ritme van de lichtsnelheid die onze maatschappij kenmerkt. Dat u af en toe eens langs surft en de tijd neemt even bij mijn – ik geef het toe: soms verwrongen – bespiegelingen stil te staan doet mij iets. Dat meen ik echt.

Eerlijk gezegd: ik had, mezelf kennende, niet verwacht dat ik het een jaar zou volhouden. Nu, 365 dagen later, ben ik toch ook een beetje fier op mezelf. Een beetje. Vooral vanwege dat volhouden. Ik ben dan ook van plan ermee door te gaan. Ik weet niet hoe dit verder gaat evolueren, ik ben dan ook geen kei in het voorspellen zoals Sharon Bouckhuyt. Ik zie wel wat er komt. Maar dat er iets komt, dat staat vast.

Ik hoop dan ook, beste medespeler, dat u mij verder langs de kronkelige, steeds weer verrassende en vooral wonderbaarlijke wegen van de wereld van het bord- en kaartspel wilt vergezellen. Ik zal u nodig hebben, al was het maar om af en toe even bij te lichten. En om een spelletje te spelen natuurlijk. Kon het maar eens met ieder van u. Want is dat nu net niet de charme van spelen? Dat we elkaar nodig hebben? Hou die gedachte even vast tot kerstmis 2008.

Zo, tijd om afscheid te nemen nu, met de cola koud, de zoute mikadostokjes op een bordje, het punthoedje op, de serpentines afvuurklaar, het toetertje gestemd, de vuurwerkstokjes aangestoken en het brandblusapparaat binnen handbereik.

De eerste bijdrage van jaargang twee is - als er tijdens de viering vannacht niets misloopt: een haperend brandblusapparaat bijvoorbeeld behoort, gezien het tijdstip van de recentste controle ervan, zeker tot de mogelijkheden - gepland voor zondag 20 april. Ik heb al voorpret.

Uw dienaar.

Dominique

 

 

 

 

20:49 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

04-04-08

Keltis, Stone Age, San Juan en een nader genoemde plaats in Marokko.

 

Dinsdagavond één april. Spelavond ten huize van. Gezien de datum nog een wonder dat iedereen was komen opdagen. Al heeft de gedachte even gespeeld. Toch maar onthouden voor volgend jaar.

Programma: San Juan (Alea), Keltis (Kosmos), Stone Age (Hans Im Glück), Marrakesh (Gigamic).

Voorprogramma:

San Juan (Alea)

Het blijft mijn favoriete en meest gespeelde spel. PH 1 dus. Stevig op kop. Twee sessies voor twee dit keer. In afwachting van het opdagen van de rest van het gezelschap. Met Kris. Hij begint te goed te worden in dit spel. Twee keer in het zand gebeten. De eerste sessie verloor ik verontrustend zwaar, de tweede sessie kon ik de schijn nog enigszins ophouden en de schade beperken. De laatste keer dat ik het met hem speelde, een dikke week geleden, versloeg hij me met gelijke punten maar met één kaart meer op hand. Erger kun je niet verliezen in dit spel. Mogelijk speelde dat gegeven nog mee tijdens het spelverloop. De angst voor herhaling, weet je wel. Ook dit keer probeerde ik hem in snelheid te pakken maar hij had zo'n goeie combo's op tafel getoverd dat het vechten was tegen de bierkaai. Verontrustend is dat de bierkaai de laatste weken een prominente rol begint te spelen in mijn spelervaringen. Daar moet dringend iets aan gebeuren, al weet ik niet goed wat. Ik heb een retraite bij de Norbertijnen in de abdij van Averbode overwogen maar daar is op korte termijn geen plaats vanwege de grote wachtlijst van overstresste managers. Misschien is wat meer oefenen ook een optie. Even aankloppen bij BrettspielWelt dan maar.

Hoofdprogramma:

Keltis (Kosmos)

Mathias was ondertussen binnengevallen en werd prompt omgetuned tot drüide. Druïde, dat is nog eens een stiel naar mijn hart. Maretak snijden à volonté, her en der ophangen, bij voorkeur tijdens de kerstperiode, en kussen maar. Ik denk er trouwens aan voor kerstmis 2008 een speciale constructie te maken, een soort harnas zeg maar, waardoor er zich constant een maretak boven mijn hoofd bevindt (een werphengel komt er ook aan te pas).Vervolgens begeef ik mij in het drukke eindejaarsgewoel, bij voorkeur Duitse kerstmarkten. Door een ingenieus systeem kan deze boven mijn hoofd wiebelende maretak, afhankelijk van welk vrouwelijk schoon mijn pad kruist, naar believen onopgemerkt en snel worden verwijderd of tevoorschijn getoverd. Dat worden te koesteren momenten.

Maar kom, we dwalen af. Keltis heet de ukkepuk. Het is het nieuwe baby'tje van Herr Knizia. Ik weet niet of het een jongen of een meisje is maar het is in elk geval een broertje of zusje van “Lost Cities”. Lost Cities mag ik graag spelen, vooral op BrettspielWelt en dan liefst met de zogenaamde “fastplay”-optie. Zo snel mogelijk je kaarten afleggen. Spellen van 2 nanoseconden zijn dan ook geen uitzondering. Een emmertje water binnen grijpafstand is dan ook zeer aangewezen om af en toe even af te koelen. Waarom ik dit ook graag speel op Brettspielwelt is de telling. Je hoeft er zelf niets voor te doen. De software doet het voor je. En dat scheelt, want de eindtelling bij Lost Cities is voor mij een echte marteling. Het vraagt bijna evenveel tijd als het spel zelf en dat vind ik een echte afknapper. Ik ben dan ook blij met Keltis, want zie daar: een scorespoor. En zie daar: onder dat scorespoor een mooi uitnodigend, vooral groen gekleurd, spelbord met daarop vijf stenen paden waarop wij ons mogen begeven. En we zien nog meer: een dikke stapel stevige kaarten, mooie spelstenen in verschillende grootte (hoogte), wenssteen-fiches die we kunnen verzamelen, fiches met overwinningspunten, “dubbele beurt”-fiches (mijn favoriet) en grote klei-fiches – geen paniek, ze zijn van karton – waarmee onze spelkleur wordt aangeduid. Daar kan een druïde wat mee. Zoals u hebt vastgesteld gebruik hier al enkele alinea's lang het woord druïde. Maar maakt u zich geen illusies. Deze term komt in de spelregels op geen enkel moment voor. Ik heb het er zelf bij verzonnen. Om een houvast te hebben. Een beetje zingeving.

Even tussendoor. U kent ongetwijfeld het begrip “tegenstelling”. Ik geef enkele voorbeelden: wit en zwart, groot en klein, hoog en laag, licht en donker, slim en dom, Miss Canada en Margriet Hermans. En zo zijn er nog wel een paar. Er is echter nog een tegenstelling die in de gewone spreektaal nog niet zoveel wordt toegepast maar toch goed op weg is om ook buiten de spellenwereld een standaarduitdrukking te worden: Knizia en thema. Dit spel zal deze evolutie zeker niet vertragen, integendeel. Als u goed zoekt, laat ons zeggen met een elektronenmicroscoop die ongeveer 100000000000000000000000 keer vergroot, tot de vijfde macht, kunt u misschien een zweem van een thema ontwaren. Ik wens u in elk geval veel succes. En geef me een seintje als u iets gevonden hebt. In de regels wordt ook geen enkele moeite gedaan om ook maar één hint te geven over waar het hier nu thematisch uiteindelijk om gaat. De eerste zin van de regels, onder de titel “Spelidee en doel van het spel” zegt alles: “De spelers spelen getalkaarten uit om hun figuren op de gekleurde steenpaden zover mogelijk vooruit te brengen.” Een thematische toeliching wordt niet gegeven. Die figuren, wie zijn dat dan? En waar gaan ze naartoe? En waarom gaan ze daar naartoe? Ja, goed, ik maak er dan maar van dat we worden verondersteld druïden te zijn die een stenen pad afstrompelen naar iets op het einde van dat pad, wat verdacht veel lijkt op een doorsnee, maar ietwat groter uitgevallen, rotsblok. Maar wat gaan we daar dan doen? Mogen we daar misschien een mooie naakte deerne offeren om de goden, en misschien ook een beetje onszelf, te behagen? Hebben we een badhanddoek en wat zonnebrandolie mee waarmee we ons op dat rotsblok even gaan laten bruinen? Of gaan we er, eenmaal aangekomen, een kaartje leggen met onze mededruïden, die – laat ons even eerlijk wezen - au fond onze concurrenten zijn? Het is niet echt duidelijk. En ik had dat toch graag even geweten. Kwestie van me in te leven in mijn rol. En die figuren zelf dan? Ze zien er niet uit. In alle geval niet menselijk. Ik heb een vage voorstelling van hoe een mens er van dichtbij uitziet, maar dat komt in de verste verten niet overeen met wat hier wordt gepresenteerd. Ze zijn nogal plat en rond en een beetje gekarteld en ze bestaan in twee soorten: hoge en lage. En ze hebben geen voetjes. Toch worden we verondersteld dat stenen pad af te drentelen. Vreemd.

Maar kom, na een kleine dertig jaar schuifelen in de spellenwereld en mijn toenemende ouderdom die zelfs mij wat gematigder en zachter heeft gemaakt kan een mens wat hebben. Dus leef ik me maar in in een steen die zich, hou u vast, zover mogelijk over een stenen pad begeeft. In combinatie met een goeie geut geestverruimende middelen zouden we hier een trip van jewelste van kunnen maken.

Door het uitspelen van kaarten in de kleur van één van de vijf stenen paden beweeg je je vijf figuren zover mogelijk vooruit op dat bewuste pad. Elke uitgespeelde kaart is een veld. Staat een figuur op het einde van het spel op één van de onderste stenen van het pad (de eerste drie), levert dat minpunten op. Vanaf tegeltje vier krijg je pluspunten, maximaal tien als je tot op het einde van het pad geraakt. De hoge spelfiguur verdubbelt je aantal min- of pluspunten. Onderweg verzamel je nog wensstenen (minstens twee of je krijgt minpunten op het einde van het spel, meer dan drie levert je bonuspunten op), krijg je nog extra overwinningspunten of mag je een “dubbelbeurtje” doen (een andere figuur naar keuze, of dezelfde, een veld vooruit zetten op een stenen pad). Het spel eindigt op het moment dat er vijf figuren de "eindzone", zijnde de laatste drie steenrijen, bereikt of zodra de laatste kaart van de trekstapel wordt getrokken.

Hoe ik het ook draai of keer (en ik hoop dat u dat ook doet), ik heb genoten van dit spel. Ondanks de totale afwezigheid van het t-woord. Waarom, zult u, groot gelijk hebbend, zeggen? Wel, ten eerste, je kan dit tot met z'n vieren spelen. Da's al een goed argument want Lost Cities is enkel voor twee uitgevonden. Twee: het scorespoor, dat de telling toch aanzienlijk makkelijker maakt en daardoor erg handig is. Drie: de spanning die wordt opgewekt door het race-aspect en het feit dat de “hoge spelfiguur” voor dubbele plus- of minpunten telt. Vier: de uitbreiding van de mogelijkheden t.o.v. Lost Cities, t.t.z. Het feit dat je zowel oplopend als aflopend kaarten kunt uitspelen (niet in dezelfde rij uiteraard, even serieus blijven hé) en dat je kaarten van gelijke waarde op een reeds gelegde kaart kunt spelen. Vijf: de mooie spelcomponenten. Zes: de snelheid waarmee dit spel kan gespeeld worden, zelfs in maximale bezetting. Zeven: de hoge mate waarin dit spel ontspant, een eigenschap waarmee veel spellen al eens zwaar uit de bocht durven gaan (in een latere bijdrage hierover meer). Acht: de leuke fiches die je onderweg verzamelt of activeert. Negen: de eenvoudige spelregels die snel zijn uitgelegd, ook aan gelegenheidsspelers. Tien: de originele vondst dat je er zelf een heel thema bij mag verzinnen. 

Minpunten? Toch wel. Er worden te weinig kaarten afgelegd op de gemeenschappelijke aflegstapels die dan, zoals bij Lost Cities, voor iedereen beschikbaar komen. Het afleggen van kaarten op die stapels heeft meestal tot gevolg dat er sowieso een andere speler mee aan de haal gaat. Een cadeautje dus. Goed nadenken voor je dat doet en heel goed opletten als iemand anders dat doet is de boodschap. De afwezigheid van het thema heb ik al aangehaald en het geheel had gerust in een kleinere doos gekund. Uit commerciële overwegingen raad ik Kosmos dan ook aan een reisversie van dit spel te produceren. Misschien hadden ze daar gewoon mee moeten beginnen.

Twee potjes gespeeld. Eentje met drie en eentje met vier. Twee keer gewonnen, waardoor onmiddellijk werd bewezen dat geluk in dit spel een te verwaarlozen rol speelt. 

Al bij al in mijn ogen een aangename verrassing. Gaat nog dikwijls op tafel komen.

Stone Age (Hans Im Glück)

Het stenen tijdperk. Ik mag er graag vertoeven, al was het maar omwille van de duidelijkheid. Geen twijfel over waar je als man als toe was. Dat is nu wel even anders.

Welke soort man willen ze nu? Voortgaand op de informatie waarover ik momenteel beschik vallen de meeste vrouwen op dit moment voor de “nieuwe oude nieuwe nieuwe oude nieuwe oude oude nieuwe nieuwe oude nieuwe man”. Voowaar voor de mannen onder ons geen gemakkelijke opgave.

Daarom deze ode aan het Stenen Tijdperk. Geen gezeur: aan de haren de grot in. Van design, één van de meest overschatte verwezenlijkingen van onze zogenaamde beschaving, was nog lang geen sprake. Bekende Vlamingen waren in geen verten te bespeuren. Heerlijk. Baby's gingen er na de bevalling onmiddellijk vandoor om eten te gaan zoeken en werden niet opgezadeld met namen als Moonray, Fleur of Jada Elly . Neen, we droegen namen als Humpf, Grrr of Aargh. Namen die ook in de dagelijkse omgangsvormen meer dan van pas kwamen en dus veelvuldig werden gebezigd. Stond iemand je niet aan was het niet van: “Ik zou het graag even met u willen hebben over het toenemende ongemakkelijke gevoel dat u bij herhaling bij mij teweegbrengt. Kunt u even uw agenda raadplegen zodat we een moment voor een meeting kunnen prikken?” Nee, je sloeg hem gewoon de kop in. Berevellen, sabeltandtijgers, mammoeten. Dat waren nog eens tijden. Alleen spijtig dat ze toen geen bord- of kaartspellen hadden. Ik flitste er gelijk naartoe.

Enfin, we kunnen in elk geval doen alsof. “Caveman” ligt hier ook al een tijdje klaar op de plank om aangesneden te worden maar gezien de positieve buzz die Stone Age in Nürnberg te beurt viel en de nieuwsgierigheid die dat bij ondergetekende teweegbracht namen we eerst daarvan maar een hap.

Wat eerst opvalt: mooi, heel mooi. Groot en kleurrijk spelbord met daarop jachtgebieden, bossen, heuvels, bergen, rivieren, akkerlanden, een werkplaats, een scorespoor, een gemeenschappelijke voedselopslagplaats en een verdwaalde – excusez le mot - neukhut, iedere speler zijn eigen minibordje waarop hij zijn gebouwen, ontwikkelingskaarten, grondstoffen, voedsel en stamleden kan onderbrengen, een handvol dobbelstenen met bijpassende in leer uitgevoerde dobbelbeker, prachtig houten materiaal waaronder goud, steen, leem, hout en fiches die voor voedsel en werktuigen moeten doorgaan. En ziplockzakjes waarin je alles kwijt kan. Opvallend: de doos is eigenlijk niet diep genoeg voor het vele materiaal. Ze sluit niet volledig. Duidelijke en overzichtelijke spelregels ook. Geen vragen bleven open.

Ligt alles uitgestald en speelklaar op tafel ontstaat er een zekere aantrekkingskracht die u, als veelzijdige veelspeler (naar het schijnt de volgende “Suske en Wiske”), zeker niet vreemd is. Dat was bij ons niet anders.

Doel van het spel: de meeste overwinningspunten hebben aan het eind. Opvallend: er wordt met overwinningspunten gegooid dat het een lieve lust is. De winnaar in onze sessie - ik noem hem even bij naam: Mathias - ging bijna twee keer het scorespoortje rond. Een rondje is 100 punten, dat geef ik u even mee. En de rest van het pak eindigde daar niet zoveel achter. Die punten graai je bijeen door tijdens het spel gebouwen van allerlei soort neer te zetten en ontwikkelingskaarten te “kopen”. Die leveren soms onmiddellijk bij aanschaf punten op maar kunnen ook bij de eindtelling, en ik wik mijn woorden, zwaar gaan doorwegen. “Kopen” doe je door het inleveren van grondstoffen. Die grondstoffen verzamel je door je stamleden op pad te sturen naar het bos (hout), steengroeve (steen), heuvels (leem) en de rivier (goud). Op het einde van elke ronde moet je stam ook over voldoende voedsel beschikken. Eén voedseleenheid per stamlid. Daarom worden er ook stamleden naar het jachtgebied gestuurd. We kunnen ook akkers bewerken, onze stam uitbreiden door gebruik te maken van de neukhut, werktuigen maken en gebouwen neerpoten of stijgen in onze ontwikkeling (ontwikkelingskaarten kopen).

De plaatsen voor de stamleden zijn, behalve in het jachtgebied, beperkt. In het bos, de steengroeve, de heuvels en de rivier kunnen maximaal zeven stamleden staan (al dan niet van verschillende stammen), op de werktuighut en de akker maar eentje en in de neukhut – hoe raadt u het – twee. Kies je ervoor een gebouw of ontwikkelingskaart te kopen zet je er gewoon een stamlid op. Ook hier is maar één plaatsje voorzien. De ontwikkelingskaarten worden na elke ronde weer aangevuld (kaarten die blijven liggen worden meestal goedkoper) en van de gebouwen zijn er vier stapels van zeven voorhanden. Het speleinde wordt ingeleid indien het laatste gebouw van een stapel wordt “gekocht” of indien de ontwikkelingskaarten niet meer tot vier kunnen worden aangevuld. In het eerste geval wordt de ronde nog uitgespeeld, in het tweede geval is het onmiddellijk schluss.

Hoe verloop nu zo'n ronde in het steentijdperk? Tijdens zijn beurt zet elke speler Caylusgewijs een aantal stamleden in op een locatie naar keuze (wingebieden voor grondstoffen, het jachtgebied, de akker, werkplaats, of één of meerdere ontwikkelingskaarten of gebouwen). Je begint het spel met vijf stamleden. Je kunt hun aantal uitbreiden tot - lang leve de neukhut - tien. Als iedereen dat heeft gedaan worden klokgewijs en beginnend met de startspeler de acties op de verschillende locaties uitgevoerd. Iedere speler voert al zijn acties in een volgorde naar keuze uit. In de jachtgebieden, het bos, de heuvels, de bergen en de rivier wordt gedobbeld. Per stamlid een zeszijdige dobbelsteen. Het totaal aantal gegooide ogen wordt gedeeld door 2 (jachtgebied: voedsel), 3 (bos: hout), 4 (heuvels: leem), 5 (steengroeve: steen) en 6 (rivier: goud). Het resultaat kun je nog beïnvloeden (verhogen) door werktuigen in te zetten. De opbrengst leg je op je eigen spelbord voor later gebruik (kopen van ontwikkelingskaarten en gebouwen en het voeden van je stam). Aangekochte gebouwen en ontwikkelingskaarten komen ook op je persoonlijke bordje te liggen. Op dat bordje staat trouwens ook de waarde van de verschillende grondstoffen en de multiplicatoren voor de eindtelling als geheugensteuntje vermeld. Handig.

Als afsluiter van een ronde moet iedere speler zijn stam nog voeden. Lukt dat niet moet je al je voeding afgeven en eventueel aanvullen met grondstoffen. Wil je geen grondstoffen afgeven moet je tien overwinningspunten inleveren. Kijk, een aderlating kan meevallen, vooral als het om spataders gaat. Maar tien punten is toch een serieuze streep door je rekening. Geen wonder dat de jachtgebieden veelvuldig worden bezocht. Akkerbouw kan hierbij ook een beetje helpen. Als je deze actie kiest krijg je immers permanent korting bij je voedselvoorziening.

De eindtelling dan. Hier komen de multiplicatoren in actie. Spelers die “Oase” al eens hebben gespeeld weten wat ik bedoel. Ontwikkelingskaarten met een groene achtergrond worden per verschillend symbool (er zijn er acht: heelkunde, schrift, kunst, pottenbakken, muziek, weefgetouw, transport, zonneschijf) vermenigvuldigd met zichzelf. Vijf ontwikkelingskaarten met vijf verschillende symbolen leveren dus samen 25 punten op. Ontwikkelingskaarten met een bruine achtergrond bevatten een aantal stamleden met een bepaalde functie: boeren, werktuigmakers, huttenbouwers en sjamanen. Het totaal aantal boeren op de ontwikkelingskaarten worden vermenigvuldigd met de totale korting die je krijgt bij de voedselvoorziening, de werktuigmakers met het aantal werktuigen dat je bezit, de huttenbouwers met het aantal gebouwen en de sjamanen met het aantal stamleden dat je op het einde van het spel hebt. En dat tikt aan bij het speleinde.

Het lijkt allemaal een beetje ingewikkeld maar vanaf ronde twee gaat alles vloeiend en intuïtief. Maakt u zich dus vooral geen zorgen.

Wat we ervan vonden, Zeker niet slecht, maar ook geen echte topper. Het spel sleept een beetje. Lees: het wordt naar het einde toe wat eentonig. Het dobbelen haalt het tempo aanzienlijk naar beneden en het is soms lang wachten voor je weer “mag”. Het spel duurt ook redelijk lang. Wij speelden ongeveer 1u45 en het waren niet bepaald diesels die mee aan tafel zaten. Je weet ook niet, tenzij je heel goed bijhoudt welke kaarten de andere spelers hebben verzameld (bijna niet te doen) en hoeveel gebouwen ze hebben neergezet (beter te doen), hoe je tegenstanders ervoor staan. Het einde kan dus serieuze verrassingen opleveren. Mathias, het ganse spel achteraan bengelend, maakte me bij de eindtelling daar een sprong van hier tot ginder en ging grijnzend met de overwinning aan de haal. Iedereen ging er echter van uit dat Tineke zou winnen. Niet dus. Sommigen vinden die onzekerheid niet leuk, van mij mag het.

Ik kan me vergissen maar het spel lijkt me voor twee of drie spelers ideaal. Er worden dan ook een paar kleine speltechnische wijzigingen doorgevoerd.

Stone Age speelde ik zelf niet mee. Ik observeerde. Vandaar deze bijdrage. Wat mij opviel was het volgende: David scoorde als eerste punten. 14, door het oprichten van een gebouw. Mathias stormde als een gek elke ronde weer de neukhut binnen en ging daarin tekeer als konijnen op steroïden. Daardoor moest hij ook focussen op de jachtgebieden. Hij moest al die nieuwe stamleden tenslotte ook eten geven. David zat voornamelijk op handen en voeten in het ondiepe gedeelte van de rivier naar goud te zoeken en leek ook erg aangetrokken te worden door leem. Hij was de meesterbouwer want hij liet bijna geen gelegenheid onbenut om iets uit de grond te stampen. Hij lag op het scorespoor bijna het hele spel op kop. Tineke verzamelde van alles een beetje en vooral heel veel. Kris focuste ook op stamuitbreiding en het verzamelen van grondstoffen. Hij liet de ontwikkelingskaarten meestal links liggen en ging, vooral naar het speleinde toe, zich meer richten op de aanschaf van gebouwen. Bij de eindtelling schoot Mathias, dankzij zijn onwikkelingskaarten met groene achtergrond en zijn sjamanen (10 stamleden en 4 sjamanen = 40 punten), als een raket naar voor. Eindstand: Mathias 183, David 171, Kris 157, Tineke 151. Iedereen tipte Tineke vlak voor de eindtelling als winnaar. Iedereen. Het kan verkeren.

Afterparty

Marrakesh (Gigamic)

Assam, de tapijthandelaar, schrijdt over het spelbord, aangedreven door een dobbelsteen die wordt gegooid door de actieve speler. Alvorens de dobbelsteen wordt gegooid bepaalt deze speler in welke richting Assam stapt. Hij mag naar links, rechts of gewoon vooruit in zijn kijkrichting. Zich 180° draaien mag hij niet. Beperkte wendbaarheid door zijn lang gewaad. En Assam gaat niet graag op zijn bek. Slecht voor zijn imago. Afhankelijk van de dobbelsteenworp beweegt hij zich één, twee, drie of vier vakjes ver. Komt Assam aan de rand van het spelbord draait hij er in een U-turn gezwind weer op. Hij stopt, treuzelt wat en legt in een aangrenzend vakje een twee vakjes bedekkend tapijtje van de actieve speler neer, eventueel daarbij reeds eerder uitgestalde tapijten van medespelers listig bedekkend. Eindigt hij zijn sierlijke beweging op een tapijtje van een medespeler, moet de actieve speler de eigenaar één goudstuk per vakje betalen dat diens aangrenzend “tapijtentapijt” groot is. Dat kan oplopen, zoals ik tijdens het spel meerdere keren mocht ondervinden. Als het laatste tapijt wordt gelegd eindigt het spel. Elke speler telt dan zijn goudvoorraad die nog wordt aangevuld met één goudstuk per veld waarop een tapijt van hem of haar zichtbaar is. De rijkste wint.

Dat is Marrakesh. Marrakesh is eenvoudig, snel gespeeld en zo abstract als de pest. En de doos is lelijk als de nacht. Maar de inhoud van die doos – die tapijtjes! - en het leuke tactiele aspect maakt enorm veel goed. Wordt in Duitsland in een iets mooiere versie uitgebracht door Zoch onder de naam "Suleika". Ook de doos wordt daarbij, gelukkig, onder handen genomen.

Mathias 57, Tineke 51, David 27, Dominique 26


Nog enkele dienstmededelingen:

Ingelberts in Aarschot, één mijner favoriete bordspelleveranciers en dat wil wat zeggen gezien de hoge kwaliteitseisen die ik stel, heeft eindelijk zijn eigen website: www.ingelberts.be

Spelclub “De Spellenhut” van Westmeerbeek, heeft zijn bestaande website in een nieuwe jas gestoken. Ik was aangenaam verrast de kleur geel een prominente rol te zien vervullen op de hoofdpagina. De link: http://www.spellenhut.be/index.php?ref=welkom.php

Ik vang uit betrouwbare bron geruchten op dat u, indien u een aangenaam spelavondje wilt beleven bij spelclub “De Speeldoos” in Aarschot (op elke tweede, vierde en eventueel vijfde vrijdag van de maand, telkens vanaf 20u. Meer info op www.despeeldoos.be), zich best op tijd aanmeldt. Kwestie van nog een plaatsje te vinden aan de speltafel. Door professionele activiteiten op vrijdagavond heb ik de laatste maanden verstek moeten laten gaan. Ik hoop dat er geen oorzakelijk verband is. Gelukkig kan ik vanaf half april de draad weer opnemen. Ik zal er staan. Vanaf een uur of zeven. Ben ik zeker dat ik kan spelen. Jan en Mark, zet de Bifiworsten maar koud en leg de overwinningspunten gerust klaar. En het mag gerust iets meer zijn.

Dominique



00:29 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

22-03-08

Oppassen voor setverlies: Scriptorium!

 

Ooit “The Name Of The Rose” gezien? Dat cinematografische meesterwerk uit 1986, naar het al even meesterwerkige boek van Umberto Eco? Deze film ligt aan de basis van één van de grootste misvattingen uit de filmgeschiedenis: dat Sean Connery een knappe man is. Een misvatting die te vergelijken valt met die waarin gesteld wordt dat alle theedrinkende mannen homoseksueel zijn en alle voetballende vrouwen lesbisch. Sean draafde in deze film op tussen de grootste hoop lelijkerds die ooit op een filmset werden losgelaten. Hij had het geluk door de natuur het minst slecht bedeeld te zijn tussen dat stelletje ongeregeld, waardoor hij als het ware “de eenogige koning in het land der blinden” werd. Zijn uiterlijke middelmatigheid stak zodanig af tegen al die gedrochten waartussen hij zich bewoog dat het grote publiek hem zelfs knap begon te vinden. Als u deze film nog eens op het witte doek ziet, denk dan eens aan deze bijdrage. U zult uw vizier snel bijstellen. En als u, man zijnde, even in een dipje zit omwille van uw uiterlijk, huur hem dan even in de plaatselijke videotheek. Na een kwartiertje kijken voelt u zich stukken beter.

Vanwaar deze op het eerste gezicht weer nergens naartoe leidende inleiding, hoor ik u al denken? Wel, beste medespeler, het is de overgang naar het spel waarover ik het met u even wil hebben: Scriptorium!

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

We bevinden ons in een niet nader genoemd middeleeuws klooster Laten we, voor de verandering, er even van uitgaan dat we één van de lelijkerds zijn van hierboven. Wat mij betreft vraagt dat een ongelooflijk diep en fantasierijk inlevingsvermogen, maar kom, voor dit spel wil ik ver gaan. Hoe dat komt leest u verder wel. Als was het om onze lelijkheid te compenseren zijn we er in geslaagd ons op te werken tot vadertje abt. Daarbovenop zijn we in een meedogenloze concurrentiestrijd verwikkeld met de andere kloosters uit de buurt en werken we met het spreekwoordelijke monnikengeduld, maar zonder aan snelheid in te boeten, aan ons magnum opus: de omvangrijkste en kwalitatief meest hoogstaande “Heilige-Geschriften-Bibliotheek” uit die tijd.

Daarvoor hebben we wel het één en ander nodig. Lelijk als de nacht zijn we al, dat is dus een zorg minder. Op ons boodschappenlijstje: monniken die snel en mooi met de hand kunnen schrijven, illuminators die de kleurrijke en kalligrafisch hoogstaande miniatuurtjes kunnen aanbrengen, manuscripten, perkamentrollen om op te schrijven en uiteraard alles wat er verder nog nodig is om ons personeel naarstig aan het werk te kunnen zetten en houden (geen spiegels bijvoorbeeld, en vooral veel goud). Soms hebben we, door het doen van schenkingen, zelf in de hand wat we (en onze tegenstanders) kunnen krijgen, soms zijn we overgeleverd aan de goodwill (of onkunde, hahaha) van onze tegenstanders. Alles wat we nodig hebben staat, om het ons makkelijk te maken en de verzendingskosten van dit spel niet teveel in de hoogte te jagen, afgebeeld op kaarten.

Het spel is onderverdeeld in twee fasen: in fase één doen we schenkingen (ook aan onszelf, wat had u gedacht) en leggen we een lot later te veilen ingrediënten aan, in de tweede fase wordt die veilingstapel per opbod verkocht. Op personeel en grondstoffen bieden we met goud(kaarten), op goud bieden we met personeels- en grondstoffen(kaarten). En dit, beste spellenvrienden, zorgt voor de aanwezigheid van één der meest gevreesde termen binnen de spellenwereld: HET DILEMMA! En u zult het geweten hebben.

In de loop van het spel, zowel in fase één als twee, kunnen de spelers door tussenkomst van bisschoppen de waarde van bovengenoemde elementen doen stijgen of dalen. Wie op het einde van het spel van elk van de vijf categorieën het meeste kaarten bezit krijgt de waarde van die categorie (1 tot 6) in zegepunten uitbetaald. Wie de meeste zegepunten heeft wint. Uiteraard.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

De thematiek, het verzamelen van de beste en de meeste “ingrediënten” voor de realisatie van een uitgebreide kloosterbibliotheek, is een leuke binnenkomer. Maar ook niet meer dan dat. Voor van alles te gebruiken dit spelsysteem. Uiteindelijk gaat het, zoals in zoveel spellen tegenwoordig, maar om het verzamelen van setjes. Dat is niet erg, en zeker niet als het zo goed is gedaan als in dit spel.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Twee bedrukte zijdes van een langgerekt velletje vinden we in de doos. In kleur. Maar vooral heel duidelijk. Het enige wat voor een klein beetje verwarring kan zorgen bij het eerste spel is de activering en het gebruik van de bisschopkaarten. En de consequenties ervan. Maar daar waren we, mede door het aanspreken van ons gezond boerenverstand, snel uit.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Het is eraan te zien dat dit een goedkoop spel is, al moet ik toch ook even aanhalen dat men toch zijn best heeft gedaan. De kaarten zijn van degelijke kwaliteit en in kleur (en ondergebracht in een ziplockzakje). Er wordt een klein spelbordje meegeleverd waarop door middel van (bijgeleverde) zeszijdige dobbelstenen wordt aangegeven wat de waarde van de verschillende categorieën is. Het geheel zit in een stevig en diep doosje. Het feit dat we ons bevinden in de donkere middeleeuwen wordt doorgetrokken naar de kaarten. Donker als de nacht zijn ze. De bissschopkaarten en de goudkaarten zijn wat fleuriger uitgevallen, maar de teneur neigt toch naar zwart. In het kwadraat. Mij stoort het niet, maar bij spelers die het leven van nature nogal somber inzien gaat het aanzicht ervan zeker geen glimlach ontlokken. De onderdelen doen wat ze moeten doen, niet meer maar ook niet minder. En als het spreekwoord “less is more” op één spel van toepassing is, dan is het dit wel.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Veel uitleg is niet nodig hoor. Ik heb de ervaring dat twee velletjes spelregels meestal geen avondvullende uiteenzetting vereisen. Dat wordt hier nog eens ten overvloede bevestigd. Snel uitgepakt, snel opgezet, snel uitgelegd, snel gespeeld. Waarna de smekende blikken van uw medespelers u aanzetten hetzelfde proces nog eens snel over te doen.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Bij kaarslicht, iets wat nochtans lekker zou aanleunen bij het thema, zou ik dit niet spelen. Maar voor de rest: geen problemen.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Het is een kaartspel. Je moet het doen met wat je trekt. In fase één, de donatiefase, kan je leuke kaarten lekker voor jezelf houden en het minder lekkere aan je medespelers of aan de veilingstapel laten. Er is wel een klein probleempje: bij het doneren worden de kaarten één voor één getrokken. Je moet dan ook onmiddellijk beslissen wat je met die kaart doet. Hou je ze, gaat ze op de veilingstapel of schenk je ze aan je medespelers? Heb je bijvoorbeeld al een lekkere kaart op handen genomen en trek je nog iets veel smakelijkers dan moet je deze kaart toevoegen aan de veilingstapel of aan de donatierij die bestemd is voor je medespelers. Dat levert, afhankelijk van de aard van de actieve speler in kwestie de ene keer ingetogen, de andere keer zeer expliciet gegrom op. Een beetje geluk? Het zit erin. Maar het is allerminst storend.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Valt Leterme I in juli? Ge moogt gerust zijn. Interactie met hopen. Er zit een beetje bluf in, je “geeft” je medespelers elke beurt ook iets (meestal afval) en je kan lekker speculeren op de veilingfase door het opsparen van goudkaarten. Het doneren van de kaarten levert ook spanning op – wie neemt wat en waarom in godsnaam? - en de veilingfase is door het veilen van elke kaart apart een zeer spannend en niet te versmaden dynamisch gebeuren.

Gij zult niet te lang duren.

Neen hoor. U mag gerust nog andere plannen voorzien voor de rest van de avond. Alleen is de kans nogal groot dat deze plannen aanzienlijk in de war zullen worden gestuurd. Door een kaartspelletje dat “Scriptorium” heet. Het “zich losrukken van de speltafel” mag dan ook voor één keer letterlijk worden genomen. U hebt nog andere dingen te doen, jaja, maar u zit als met superlijm vastgekleefd op uw stoel. Zelfs indien er een middelgrote brand zou uitbreken zou u nog twijfelen of u toch niet best de lopende ronde uitspeelt. En als u er dan toch uiteindelijk voor kiest uw vege spelerslijf te redden voorspel ik nu al wat u nog snel mee grabbelt. Inderdaad.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Eenvoud, spelplezier en diepgang in een kleine doos. Het is een dodelijke combinatie die ons bekeringsproces aanzienlijk vergemakkelijkt. Het enige probleem is dat dit pareltje niet zomaar op elke straathoek verkrijgbaar is. Ik hoop dat een grote uitgever dit oppikt en het en masse gaat produceren. Dit spel verdient het.

Nog een pluspunt: het is ook erg leuk met z'n tweeën.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Hebt u het rubriekje “Gij zult niet te lang duren” gelezen? Lees het dan nog eens. En denk daar dan het nachtelijke woelen bij dat mij de laatste weken vol en frontaal heeft getroffen. En de zombieachtige blik waarmee ik me sindsdien door het daglicht begeef. Bij nacht lig ik zwetend in bed, nachtmerrieachtig dromend over lelijke bisschoppen die ongevraagd mijn lievelingsattributen in waarde doen devalueren, chronisch goudtekort, kalligrafen die in staking gaan en monikken die één voor één het loodje leggen.

Het feit dat er voor aanvang van elk spel, afhankelijk van het aantal spelers, een aantal kaarten ongezien uit het spel worden genomen maakt elke sessie ook weer anders. Variatie geïnitieerd door een beetje onzekerheid, mij doet dat wat. Mij doen verlangen naar meer bijvoorbeeld.

Tot slot: bent u in blijde verwachting van een meisje en twijfelt u nog tussen een paar mooie namen maar komt u er op geen enkele manier uit? Noem haar dan Dilemma. Probleem opgelost! Is het een jongen raad ik u, vanwege de onmiskenbare voordelen die elke aanspreking op zijn levenspad hem zal opleveren, “Eminentie” aan. Hij zal lichtvoetig en gerespecteerd door het leven stappen.

Wees gegroet! En vergeet vooral de eieren niet!

Dominique


Scriptorium (Scripts and Scribes)

Doctor Finn's Card Company (2008)

2 tot 4 spelers (geen leeftijd aangegeven)

30 minuten

22:41 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

17-03-08

Beter dan "The Goombay Dance Band": Jamaica!

 

Onlangs, tijdens een hypnosesessie bij een bevriend psycholoog waarbij ik trachtte uit te vissen waar ik in godsnaam mijn autosleutels had gelaten, bleek dat ik in één van mijn vorige levens piraat ben geweest.

Ook toen droeg ik al mijn huidige initialen, C.D. Dat stond voor “The Captain of Death”.

Ik had ook een papegaai. Tot na een incident in één of andere kroeg in Tortuga. Hij zat op mijn schouder toen ik een paar liter rum bestelde. De waard vroeg: “En, kan hij praten?” Waarop het beest antwoordde: “Ik weet het niet niet. Ik zit er nog maar net op.” Dat waren tevens zijn laatste woordjes. Met veel smaak opgegeten. Met Parijse aardappeltjes en een looksausje. Vanaf toen hield hij zijn bekje wel.

Met mij vergeleken was Zwartbaard een kleuter in het ploeterbad van het zwembad “De Warande” van Diest. Captain Flint? Bloemetjesbehang!

En mijn houten been? Ik was er fier op. Nog straffer zelfs: ik had er twee! Wel lastig om iemand te besluipen op een houten vloer, maar verder wel praktisch. En afneembaar. Zo kon ik bijvoorbeeld slapen in een kinderbedje. De namen van al mijn slachtoffers stonden er ook netjes in gekerfd. In schoonschrift.

Mijn bemanning? Uitschot! Loyaal? Zeker. Logisch ook. Wie nog maar aan het m-woord durfde te denken wachtte een namiddagje kielhalen, bij voorkeur als we voor anker lagen in de Gansbaai bij Zuid-Afrika. Je wilt niet weten wat daar allemaal rondzwom. En het had honger. Altijd.

Ik heb zeven wereldzeeën bevaren en vooral onveilig gemaakt. Alles geënterd en beroofd wat mijn waterweg kruiste. Ik kreeg er maar niet genoeg van. En moest ik het budget hebben gehad, ik zou rupsbanden hebben laten steken onder mijn schip om lustig op land verder te doen.

Dat waren nog eens tijden.

Als er een piratenspel op tafel ligt voel ik me dan ook als een vis in het water. Of ik nu win of verlies, ik laat een slagveld van afgerukte ledematen, houtsplinters, gebakken papegaaien, opengebroken schatkisten, stukbepotelde landkaarten, aan scheurbuik lijdende bemanningsleden en werkloze loodsen achter.

Geen wonder dus dat ik niet kon weerstaan aan “Jamaica”, de jongste telg van Gameworks en Pro Ludo, waarin het piratenthema op een wel heel aparte wijze werd uitgewerkt.

Ik heb iemand dit spel weten bestempelen als - hou u vast - ganzenbordachtig. Daar ben ik het hoegenaamd niet mee eens. Ten eerste is dit een belediging voor het Ganzenbord, hier bewust met een hoofdletter geschreven, wat voor velen onder ons toch de eerste kennismaking was met het fenomeen “spel”. Ten tweede is het een belediging voor “Jamaica”, dat toch een categorie hoger mag worden ingeschat. Moest ik beide spellen zijn, ik zou het niet nemen.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Piraten, zoals ik al zei. We kruipen meerbepaald in de rol van de grootste klootzakken die de zeven wereldzeeën hebben bevaren. U wilt namen? Anne Bonny, Samuel Bellamy, Olivier Levasseur, Edward Drummond, John Rackham, Mary Read. Op het eerste gezicht zeggen deze namen u waarschijnlijk niets. Maar alleen al eraan denken rond 1700 was voldoende om heel uw omgeving in paniek op de vlucht te doen slaan. Soit, u hebt nu een idee met wie u aan tafel zit. Wij dagen onze tegenstanders uit tot een - ga even zitten - racewedstrijd. Met onze schepen uiteraard. Eén rondje, Van Port Royal naar Port Royal. Tussendoor gaan we mekaar het leven zuur maken door onze kanonnen op elkaar te richten en ze zonder enige schroom nog af te vuren ook, schatten voor elkaars neus op te graven om vervolgens - onze rechter middenvinger opstekend – er weer als een speer vandoor te gaan, enz. Kortom: een evocatie van het dagdagelijkse piratenleven. Wij doen dit - we blijven beschaafd - door het uitspelen van actiekaarten. Op deze actiekaarten staan telkens twee acties vermeld, een dagactie en een nachtactie. Aan deze acties worden dobbelsteenogen toegewezen die we bekomen door, u raadt het al, twee dobbelstenen te gooien. Gelukkig kunnen we, als we zelf actieve speler zijn, zelf bepalen aan welke activiteit elke dobbelsteen wordt toegewezen. We kunnen vooruit of achteruit, voedsel inslaan, en goud en kanonnen laden. Erg leuk. Zodra er een speler weer is aangekomen in Port Royal is het spel ten einde. Wie eerst aankomt is niet noodzakelijk de winnaar. De plaats in het deelnemersveld speelt een rol, maar ook het goud (fiches en schatkaarten) die je op het einde van het spel in je voorraad hebt bepalen je eindscore.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Piraten die racen? Voor het eerst weer bij de starthaven? Ik heb mijn twijfels over de geschiedkundige waarde van dit gegeven. Toch voor alle zekerheid maar even een checklist doornemen: schateilanden? Aanwezig! Kanonnen? Aanwezig! Gevechten? Aanwezig? Doodskopeilanden? Aanwezig! Scheurbuik? Aanwezig? Snelle schepen? Aanwezig! Grote hoeveelheden goud? Aanwezig! Ach, dat racen zien we dan maar even door de vingers. Maar laat dat nu net het centrale gegeven van dit spel zijn. Ik ben echter geen kniesoor, dus ik let daar niet op.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Ze zijn duidelijk en ze zijn overzichtelijk. En uitbundig gekleurd. Maar ze zijn ook nogal groot uitgevallen. Om u een idee te geven.: vergelijk de grootte van de regels met die van een doorsnee affiche van Rock Werchter of Pinkpop. De ontwerpers van dit spel wilden bij wijze van originele vondst de regels weergeven als waren ze gedrukt op een grote schatkaart. Je moet ze dus openvouwen. En nog eens. En nog eens. En nog eens. Gek, terwijl de meeste kranten die ik lees hun formaat naar beneden toe bijstellen zijn er uitgevers die hun spelregels steeds maar groter en groter maken (al zijn er ook bizarre uitzonderingen, waarover in een volgende bijdrage meer). Fantasy Flight Games heeft daar ook een aardje van weg. Nu dus Gameworks en Pro Ludo. Moet je tijdens het spelen iets opzoeken is het net of je op een parking langs de route du soleil een wegenkaart op de koffer van je wagen openslaat. Daarna moet je, net als op een wegenkaart, even uitzoeken waar je eigenlijk moet zijn om verder te kunnen. Probleem in de huiskamer: je hebt eigenlijk niets om je spelregels op uit te spreiden. Op tafel ligt immers een spel uitgestald. Je behelpt je dus en doet maneuvres die je eigenlijk aan een spellentafel hoogst zelden tegenkomt. Heel asociaal ook, want je trekt rond jezelf een muur van papier op. En als je met twee speelt zou ik daar heel voorzichtig mee omgaan.

Daarbij komt ook dat de regels in vier talen zijn bijgevoegd. Niet allemaal op één “affiche”, nee hoor. Allemaal apart. En dat neemt toch wel een beetje plaats in in de, het moet gezegd, prachtige doos.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Absoluut. Prachtig materiaal. Mooi vormgegeven doos (lijkt op een schatkist). Mooi spelbord, prachtige scheepjes, stevige fiches, goed in de hand liggende dobbelstenen (twee zeszijdige en een gevechtsdobbelsteen), enorm knappe kaarten.

De scheepjes lijken mij wel van het breekbare soort. Ik zou ze niet laten vallen als ik u was, tenzij op een dikke meter donsveertjes van het zachtste soort. De kaarten zijn een geval apart. Elke speler beschikt over een eigen set en, zoals gezegd, ze zijn prachtig vormgegeven. Leg je ze in een bepaalde volgorde naast elkaar dan ontstaat er één groot – laten we zeggen Breugheliaans – tafereel. Leuk.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Volmondig ja. Open die doos, spelbord en andere onderdelen op tafel, even een korte uitleg en spelen maar. Zorg er wel voor dat je de regels uit het hoofd kent. Dit omwille van het gebruiksonvriendelijke regelwerk.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Geen enkel oftalmologisch probleem tegengekomen in dit spel. Zelfs bij kunstlicht is het heerlijk spelen.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Er worden kaarten getrokken (en gespeeld uiteraard) en er wordt gedobbeld voor het aantal te besteden actiepunten en de gevechten. Bijkomende uitleg is overbodig denk ik dan. Toch even enkele nuances. Iedere speler beschikt over zijn zijn eigen setje kaarten. Je weet dus over welke kaarten je beschikt en ze komen allemaal minstens een keertje aan bod. Je hebt er steeds drie op de hand, zelfs vier als je de schatkaart “Morgan's Map” voor je hebt liggen. Plannen is belangrijk. Op de meeste vakken moet je vers voedsel inleveren om je bemanning in leven te houden. Lukt dat niet, moet je (steeds weer betalend) achteruit tot je op een zeevak komt waar je wel kunt betalen. Let je hier even niet kun je voor extreem onaangename verrassingen komen te staan en serieus achterop komen te liggen. En aangezien het om een race gaat is dat niet echt een goeie optie. Geluk is dus aanwezig, maar je vaardigheden tot plannen worden ook aangesproken. Op je (terug)weg naar Port Royal kun je ook schatkaarten verzamelen, de meeste positief (een extra scheepsruim, extra goud, een extra kaart op de hand houden, opnieuw dobbelen met de gevechtsdobbelsteen), maar er zijn er ook die je op het einde van het spel minpunten opleveren. Zoals in het echte leven geldt ook hier: wat gij begeert, wordt ook door anderen begeerd. Bovengenoemde spelingrediënten wisselen tijdens het spel - meestal na inzet van een handvol kanonnen, een mespuntje enterhaken en een dobbelsteen - nogal eens van eigenaar. Je bent dus van niets zeker.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Met hopen. Gevechten, schijnbaar goed geplande trajecten die plots een onvoorziene wending nemen (lees: achteruit), ladingverlies aan agressieve tegenstanders en péage die door op goud beluste havenmeesters worden aangerekend. Hilariteit gegarandeerd. En na een drukke werkdag wil dat wel eens heel ontspannend wezen.

Gij zult niet te lang duren.

Een perfecte tijdsduur. U mag voor één keer de doos geloven. En een revanche zit er, wat mij betreft, altijd in.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Dit spel heeft alles in zich om het smeulend vuurtje bij potentiële spelfanaten aanzienlijk op te porren. De regels zijn niet moeilijk en relatief snel uitgelegd, het spelmateriaal is prachtig, het speelt tactisch lekker weg en er zijn gegarandeerd hilarische momenten wanneer iemands planning verkeerd uitdraait en plotseling achteruit aan het varen slaat. Iedereen heeft kans op de eindoverwinning en de spelduur blijft ook aangenaam binnen de perken zodat de vraag naar een revanche niet uitgesloten is.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ja hoor. Ik wil gelijk opnieuw. Dit valt onder de categorie “het betere familiespel”, een spelsoort die een soft spot beroert in mijn van spelliefde overlopende spelershart. Het is lekker ontspannend en toch competitief. Stressbestrijdend dus. En voor zo'n spel ben ik altijd in.

Dominique


Jamaica (Gameworks / Pro Ludo, 2007)

Bruno Cathala, Sébastien Pauchon, Malcolm Braff

2 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten


 

20:49 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

06-03-08

GEEL!

 

Mensen vragen me regelmatig: “Dominique, waarom speel jij toch altijd met geel?” De antwoorden, want er zijn er meerdere, zijn simpel:

Geel is de kleur van de zon. De zon staat symbool voor de warmte die tijdens het spelen in mijn brein wordt gegenereerd. Niet zelden gebeurt het dat tijdens het spelen, zelfs tijdens de koudste winterdagen, iemand de vraag stelt: “Mag het raam even open? Ik zweet me kapot.”

Geel is, wederom, de kleur van de zon. De zon staat symbool voor het licht dat ik tijdens het spelen vaak zie schijnen, zoals in de uitdrukking “Hij heeft het licht gezien.” Daar wordt dan mee bedoeld: “Hij gaat weer een briljante zet doen. “

Geel is de kleur van een citroen. De citroen staat symbool voor het zure gezicht van mijn medespelers wanneer ik ze weer eens een meedogenloze nederlaag aansmeer.

Geel is de kleur van een banaan. De banaan staat symbool voor die briljante momenten waarop ik tijdens het spelen een scheve situatie zonder verpinken weer recht kan trekken. Of omgekeerd, als door mijn toedoen de kortste afstand tussen twee overwinningspunten bij mijn tegenspelers tot een kromme wordt gereduceerd.

Geel is de kleur van geelzucht. Geelzucht, en ik wil graag de nadruk leggen op het tweede gedeelte van dat woord, staat synoniem voor het geluid dat mijn medespelers maken op het moment dat ze vaststellen dat ze voor de zoveelste keer voor de tweede plaats moeten gaan.

Geel is de kleur van een vergeelde foto. Dit staat symbool voor de foto van mij en miss Canada die ik tot het einde der dagen op mijn hart zal dragen. En zij op het hare.

Geel is de kleur van wijsheid, groot denkvermogen en hoge intelligentie. Elke kleurenconsulent zal u dit, mits voorafgaande betaling van een belachelijk hoog bedrag, bevestigen. Het zijn eigenschappen die in grote hoeveelheden, en zelfs door mensen zonder veel observatievermogen, bij ondergetekende kunnen worden waargenomen.

Geel is geen groen, waarbij groen staat voor de uitdrukking: “Zij sloegen allemaal groen uit.” Meerbepaald indien deze zegswijze wordt gebruikt om aan te geven dat mijn medespelers het weer eens niet gehaald hebben van die met zijn gele pionnetjes. Ja, die daar!

Geel is de kleur van één van de olympische ringen. Dit staat symbool voor het olympisch niveau waarop ik spellen speel.

Geel is de kleur van een Chinees. Dit staat symbool voor “Het Gele Gevaar”, de bijnaam die ik stilaan bij mijn medespelers aan het krijgen ben.

Geel is de primaire kleur van het briefje van €200. Dat is de standaardprijs die medespelers mij momenteel moeten betalen om hen te laten winnen.

Geel is een rijmwoord op “gekrakeel”, een vorm van communiceren die ontstaat tussen mijn medespelers nadat ze voor de zoveelste keer de boot zijn ingegaan en waarbij ze elkaar de zwarte piet proberen toe te schuiven voor de oorzaak van hun nederlaag.

Geel is de naam van een Belgische stad in de Kempen die wereldwijde bekendheid geniet omwille van de vooruitstrevende, zeg maar revolutionaire, thuisbehandeling van psychiatrische patiënten, een behandeling die voor een aanzienlijk aantal van mijn medespelers werd voorgeschreven na weer een zoveelste nederlaag. Op spelavonden waarbij ondergetekende betrokken is wordt er sedert 01/01/2008 sowieso een crisisbed in hogergenoemde stad vrijgehouden.

Geel is een primaire kleur die men bij straling met golflengtes tussen 565 en 590 nanometer in het spectrum terugvindt. Deze getallen komen ongeveer overeen met het aantal spellen dat ik winnend zou afsluiten op een totaal van 600. Aangaande de niet gewonnen spellen op dit aantal en de oorzaak daarvan verwijs ik u graag naar de hoger genoemde rubriek die begon met de zin “Geel is de primaire kleur van het briefje van €200.”

Geel is de kleur die in de heraldiek aangeduid wordt voor goud. Legt u gerust zelf de link. Goud is tevens de liturgische kleur die op elk uitbundig gevierd feest mag worden gebruikt in plaats van wit. Uitbundig gevierde liturgische feesten zijn de, in mijn geval veelvuldig voorkomende, uitspattingen die spontaan ontstaan na het behalen van een zoveelste overwinning.

Geel is de officële kleur van Vaticaanstad. Dit staat symbool voor de heiligverklaring die mij over ettelijke jaren, na het zorgvuldig bestuderen van mijn wonderbaarlijke en miraculeuze overwinningen door theologen allerhande, ongetwijfeld ten deel zal vallen.

Zo, ik hoop dat ik u hiermee duidelijkheid heb verschaft aangaande mijn persoonlijke voorkeurkleur.


Tot slot enkele dienstmededelingen:

Ik wil u graag wijzen op een wedstrijd die op dit moment bij de uiterst sympathieke spellclub “De Spellenhut” van Westmeerbreek loopt. Wilt u per se nog eens winnen en wenst u meer details hierover klik dan op de volgende link: http://despellenhut.yourbb.be/viewtopic.php?t=482

Wat ook dringend moet toegevoegd worden aan uw favorieten is de link naar de nieuwe weblog die recent is ontstaan binnen de alom gekende Nederlandse website Spellengek.nl. Als u op volgende link klikt wordt u er rechtstreeks naartoe geschoten: http://spellengek.blogspot.com/

Als ik u was zou ik ook eens dringend gaan kijken op www.bordspel.com Daar staat een zeer interessante wetenswaardigheid over een spel genaamd Agricola. Ga naar updates – nieuws – releases en klik op de eerste uitgever die u daar in de linker kolom tegenkomt. Ga wel eerst even zitten vooraleer u dit doet. Ik deed dat niet en sindsdien sleept mijn rechterbeen een beetje.

Waar wacht u nog op? Tempo!

Dominique

 

19:58 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

03-03-08

Im Jahr Des Drachen, Im Jahr Der Ratte!

Ik heb het gevoel dat de heer Stefan Feld een goed mens is. Dat hij, net als ieder van ons, streeft naar geluk. En dat zijn levensactiviteiten als eerste doel hebben naar dat geluk, en zelfs dat van ons, toe te werken. Daartoe ontwikkelt hij spellen. Hij bezorgde mij in alle geval veel plezier met 'Revolte in Rom”, een lekkere voor twee, in 2005 uitgegeven door Queen Games. In 2006 verscheen “Um Ruhm Und Ehre”, een eerder licht piratenspel dat nogal verrassend aan de Alea-waslijn werd opgehangen. “Um Ruhm Und Ehre” ondertussen al legendarisch omwille van de vooruitstrevende inlay, was amper droog of daar werd Stefans volgende al uit de wasmachine getrokken: Notre Dame. Dat spel schoot in 2007 naar de hoogste regionen van mijn persoonlijke hitlijst (PHL). Het staat daar nu te blinken op nummer 18. En er zit nog groeimarge in. Voorwaar een grootse prestatie. Herr Stefan introduceerde daarin het ondertussen beroemde “ratten-management”-systeem. Je moest het niet alleen tegen je tegenspelers opnemen, je moest ook tegen het spel zelf aan de bak. En dat was puffen, zweten, zwoegen, vloeken. Maar ook genieten.

Van zijn jongste worp, “Im Jahr Des Drachen”, dat ik eigenaardig genoeg pas in het jaar van de Rat heb gespeeld, heb ik me een voorstelling gemaakt van hoe het moet zijn ontstaan:

Stefan zit in bad. Hij zegt een paar mantra's op, deels om te ontspannen, deels om zijn geest leeg te maken zodat er ruimte vrijkomt voor een goed spelidee. Stefan gebruikt daartoe woordjes die rijmen. Nonsenswoordjes vooral - een beetje zoals dat liedje van Ishtar dat ongetwijfeld voor ons landje naar het Eurovisie Songfestival zal gaan en het enige liedje dat mij drie zondagen geleden uit mijn emotioneel dipje kon halen na het aanschouwen van “Atonement” – maar op een bepaald moment zingt hij, zij het onbewust, “spielen, kwielen, spielen, kwielen." Iedere zichzelf respecterende linguist kan u vertellen dat kwielen in het Nederlands “kwellen” betekent. Hij zong dus – ik vertaal even – spellen, kwellen. Kwellen rijmt op spellen. Laat ik daar nu eens iets mee gaan doen, dacht Stefan Feld. Een spelidee was geboren.

k verklaar mij nader wat dat kwellen betreft. Herr Feld maakt het hier wel heel bont. De meeste spelliefhebbers onder ons kunnen wel wat hebben als het op kommer en kwel aan de speltafel aankomt, maar er zijn grenzen. Wat hier de revue passeert wens je niemand toe. Hongersnood, ziekte, droogte, exuberante belastingschalen en Mongoolse horden die zonder kloppen binnenvallen. Daarbovenop word je ook nog geconfronteerd met de ergste kwaal van allemaal: je medespelers. En dat allemaal in 1000 na Christus. Degelijke irrigatietechnieken? Niet voorhanden. Junkfood? Nergens te bespeuren. Geneeskunde voor het volk? Hahahahaha. Evenredige verdeling van de rijkdom? Droom eens verder, manneke. Een goed uitgerust leger? Wie denkt gij wel wie gij zijt: Pieter De Crem?

Samengevat: zit u in een SM-relatie en bent u daarin het voetveegje, dan is dit spel echt iets voor u.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Ondanks alle tegenslag die we op ons pad gaan tegenkomen, beginnen we onder een goed gesternte. We zijn Chinese provinvievorsten. Met spleetogen en al. En gekke hoedjes op. En, zoals alle Chinezen ons heden ten dage nog altijd bewijzen: steeds met de glimlach. We beseffen het nog niet, maar die laatste eigenschap zal ons snel vergaan. Meerbepaald vanaf ronde drie.

We hebben paleisjes en we bevolken die met onze – wat hou ik van dat woord – volgelingen. Monniken, met waaiers wapperende hofdames, vuurwerkmakers, heelmeesters, geleerden, handarbeiders, belastingontvangers en krijgers. Hofdames, geleerden en monniken leveren punten op, belastingontvangers geld, landbouwers rijst, vuurwerkmakers vuurwerk en daardoor ook punten, handarbeiders bouwen paleizen die ook weer punten opleveren en uiteraard je volgelingen huisvesten, heelmeesters behandelen zieke volgelingen en zo heeft iedereen aan het hof wel zijn eigen specifieke levenstaak. We proberen dus zoveel mogelijk punten te scoren en tegelijkertijd door het aantrekken van gespecialiseerde volgelingen de invloed van de rampen die op ons afkomen te temperen. Want als de rampen te erg huishouden verliezen we het één en ander: geld, paleisjes, volgelingen. En overwinningspunten. Kortom, alles wat ons lief is.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Ja hoor, maar wel uitwisselbaar. Wel goed dat het thema niet te intensief werd uitgewerkt of we gingen achteraf allemaal met een zware depressie naar huis. Het is nu al kantje boordje. Ze konden wel goed voorspellen in China, al is er onder onze volgelingen geen enkele waarzegger te bespeuren. Het onheil dat op ons afkomt is immers lang vooraf aangekondigd. We kunnen er ons dus op voorbereiden. Sta me toe hier even een bitter lachje te onderdrukken. We zien het inderdaad aankomen. Ermee omgaan, dat is een ander paar mouwen. Wat ik met inwisselbaarheid van het thema bedoel: het kan zo geënt worden op – ik zeg maar iets - een bedrijf in moeilijkheden. De paleisjes zijn de bedrijfsgebouwen, de hofdames de knappe receptionistes die de productiviteit van het mannelijk personeel aanzienlijk naar beneden halen, de vuurwerkmakers de creatieve geesten met de goede ideeën, de geleerden de nerds van de researchafdeling, de landbouwers de arbeiders en bedienden die het boeltje draaiende houden, de krijgers de verkopers, de heelmeesters de crisismanagers, de monniken de general managers die de grote lijnen uitzetten en – of het nu goed gaat of slecht – er altijd mee wegkomen en de belastingontvangers de accountants die ons helpen de belastingen te ontwijken. Het onheil dat ons overkomt kan ook die context in: ziekte is het ziekteverzuim van ons personeel, droogte de gebrekkige aanvoer van grondstoffen waardoor ons personeel technisch werkloos wordt, het binnnenvallen van de Hunnen een vijandig overnamebod en het innen van belastingen de overheid die de notionele intrest afschaft. Met dit thema kun je dus alle kanten op. Maar is dat slecht? Ik vind van niet.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Het is een Alea. En als Alea voor iets garant staat zijn het goede en degelijk gestructureerde spelregels. Daar wijken ze niet vanaf. Ook niet voor dit spel. Duidelijkheid troef dus.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Hoogstaand niet, functioneel wel. Ik heb al beter voorziene spellen gezien van Alea, maar de onderdelen doen wat ze moeten doen, niet meer, maar ook niet niet minder.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Wie het al eens gespeeld heeft, heeft niet veel opfrissing nodig om opnieuw aan de slag te gaan, tenzij hij of zij zich in geen weken gewassen heeft. Maar het eerste spel vraagt wel wat uitleg en aandacht vooraf. Hou hier dus rekening mee als u dit op tafel legt.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

De personenfiches mochten voor mijn part wat groter, maar voor de rest geen oftalmologische bezwaren van mijn kant.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Geluk is ver te zoeken in dit spel. De miserie daarentegen ligt zo voor het oprapen. De enige randomizer is het bij elke ronde willekeurig openleggen van de actiekaarten.Voor de rest hangt het van je vermogen tot crisismanagement af.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Lastige tegenstanders – zijn tegenstanders dat niet altijd – blokkeren bij het kiezen van de acties is schering en inslag. Want kies je een actie die al door iemand anders gekozen is moet je betalen. Een centjes zijn, zacht uitgedrukt, een schaars goed in dit spel. Gemor, gevloek, aanroepingen van alle heiligen, tandengeknars, gebalde vuisten, ik heb het allemaal de revue zien passeren. Vergelijk het zo'n beetje met de gevoelens en de daarbij horende lichaamstaal na het bekijken van je factuur van Electrabel. Zoals reeds aangehaald: het is een dubbele strijd. Met je tegenspelers en met het spel. Een driedubbele zelfs als je daarbovenop ook nog met jezelf in de knoop ligt.

Gij zult niet te lang duren.

Im Jahr Des Drachen duurt net lang genoeg. Behalve als je voor het spel halfweg is al begint door te krijgen dat je niet meer kunt winnen. Dan wordt tijd plots geen rekbaar begrip meer maar eerder iets waarin geen beweging meer te krijgen is. Er kwamen mij tijdens het spelen visioenen tevoorschijn van “La Citta”, een spel waarin ik gelijkaardige ervaringen had (hopeloos achterop na een uurtje en dan nog een uurtje er voor spek en bonen bijzitten). En daar heb ik toch een beetje moeite mee. Maar dat kan ook aan mijn spelersacapaciteiten liggen natuurlijk.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Vergeet het. Leg daarvoor liever iets anders op tafel. Ervaren spelers zonder scrupules – ze bestaan – maken nieuwelingen genadeloos in. En daarna verdwijnen deze nieuwelingen in de nevelen des tijds om nooit meer naar de speltafel weer te keren. Tenzij ze in een SM-relatie zitten waarin ze niet het zweepje hanteren. Dit is een spel waarnaar je via andere spellen naartoe moet groeien. En zorg er dan voor dat het parcours “Notre Dame” aandoet. Als voorspel op “Im Jahr Des Drachen” is dit uitermate geschikt.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Dat dan weer wel. Ik ben gebrand om dit spel tot op het bot te fileren. Op Boardgamegeek zijn interessante discussies aan de gang over de zogenaamde privilegestrategie, waarbij je in de eerste beurt een “dubbele draak-privilege” koopt zodat je op dat moment al zeker bent van 24 punten op het einde van het spel, al dan niet gecombineerd met een aantal hofdames in je paleisjes die ook lekker aantikken (altijd leuk, zo'n hofdame, je moet jezelf niet meer wassen). Dat zou ik graag even uitzoeken. Ook de, volgens velen, vereiste om voor te liggen op het personenspoor zodat je altijd eerst aan de beurt komt voor het kiezen van de acties zorgt voor verhitte discussies, al heb ik iemand zien winnen die hier bijna het ganse spel achteraan lag. Interessant allemaal, en het vraagt gewoon om verder participerend onderzoek.

Dat zal ik dan ook, in uw belang maar vooral het mijne, met plezier op mij nemen.

Dominique

 

Im Jahr Des Drachen (Alea, 2007)

Stefan Feld

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

75 - 100 minuten

00:40 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

08-02-08

Een rechtstreekse aanval op het nu: 2008, een vooruitblik!

 

Goede voornemens? Voor 2008? Ik? Ik dacht het niet. Ik heb al meer dan genoeg aan de dagelijkse worsteling met mezelf.

Maar een voorzichtige blik vooruitwerpen en anticiperen op wat op ons, spelliefhebbers, afkomt, dat kan nog net, al zijn we ondertussen de maand januari al ruim gepasseerd.

Even kijken: er zijn er veel nieuwe op komst, elk jaar weer meer. Projectielbraken noemen ze dat in de geneeskunde. Maar een selectie dringt zich op. Dit zijn de spellen waar ik naar uitkijk:

Pandemic (Z-Man Games)

Sedert mijn zeer aangename kennismaking met coöperatieve spellen zoals “In De Ban Van De Ring” en “Shadows Over Camelot” is mijn interesse voor dit genre opgewekt. Paradoxaal genoeg zijn deze spellen, hoewel bedoeld voor het edele samenspel, ook zeer goed solo te spelen. Pandemic dus: vuile, vieze infecties en epidemies indijken, het is een kolfje naar mijn hand. De man(nen) van Z-Man Games kunnen in mijn ogen trouwens momenteel weinig verkeerd doen. Zeer goede uitgever. Bezorgde ons pareltjes als “1960: The Making Of The President”, “R-Eco”, “Duel In The Dark” en “Midgard”.

Municipium (Valley Games)

Ik heb hiervoor een preorder lopen bij Valley Games. Normaal gezien gaat het, als het überhaupt al geproduceerd wordt, door Miss Canada persoonlijk bij mij thuis worden afgeleverd. Ik heb de heemkring van Diest al verwittigd want dat gaat hier nogal een knal geven. De plaatselijke middenstand struikelt trouwens nu al over elkaar heen om mee op de foto te mogen.

Monastery (Ragnar Brothers)

Het enige wat in Essen 2007 kon gespot worden van dit spel was een scheefhangende poster. Ik had toen eerlijk gezegd meer verwacht. Het spel stond hoog op mijn verlanglijstje. Nog altijd. The Ragnar Brothers, wie zou voor een speluitgever met zo'n naam niet overstag gaan? Als ze er de brui aan geven kunnen ze nog altijd de alternatieve rockscene of de maffia in. Een tegelspel, individueel of in team te spelen en dit in de rustgevende meditatieve context van een klooster? Ik sta al met mijn bedelnapje aan de voordeur.

Wie Verhext! (Alea)

Dit gaat over heksen. Ils is gefascineerd door heksen en alles wat daarrond hangt. Er is misschien een kans dat ze dit eens wil spelen. Dat zou een mijlpaal betekenen in de geschiedenis van de stad Diest en ik heb dan ook hiervoor al contacten gelegd met de heemkring van Diest, kwestie van de plaatselijke geschiedschrijvers al wat op te porren.

Als ik de, zij het summiere, informatie over dit spel lees meen ik er van uit te mogen gaan dat het een kaartspel betreft – heb ik een zwak voor – waarin het kiezen van bepaalde rollen en de daarbij horende voor-en nadelen een belangrijke – hou u vast - “rol” speelt. Kaartspel, rollen, heksen, magie, vieze drankjes: woordjes die ik graag lees en hoor. Laat maar komen.

Change Horses (Eggert Spiele)

Een paardenrace waar de laatste wint? Dit is echt iets voor mij. Het wordt nochtans een moeilijke oefening want meestal eindig ik ongewild laatste. Nu moet ik bewust voor die laatste plaats gaan. Een uitdaging.

Die Hängenden Gärten (Hans Im Glück)

Het is een Hans Im Glück en dan staan mijn sensoren op maximale ontvangstcapaciteit. Een tuin die “hangt” vind ik sowieso een fascinerend fenomeen. En eindelijk wordt “hangen” eens in een positieve context ingebed. Denk maar aan termen als “hangjongeren”, “ophangen” of uitdrukkingen als “Gij hangt weer ferm mijn keel uit!” en “Mijn Windows hangt weer.” Dus welkom zijt gij, Hangende Tuinen Van Babylon. Als ik het me goed herinner gaat het hier zelfs om een wereldwonder. Dat mag altijd op mijn tafel. En het zal met de nodige honneurs worden behandeld. Tere ere van de Hangende Tuinen en de ontwerpers ervan zal ik dit spel dan ook met glans winnen.

Stone Age (Hans Im Glück)

Ik val in herhaling: het is een Hans Im Glück en dan staan mijn sensoren op maximale ontvangstcapaciteit. Alweer. We zitten in de steentijd en we moeten onze stam zo goed mogelijk onderhouden en liefst zo snel en zo groot mogelijk uitbreiden. De wet van de sterkste, weet u wel. Er komt nogal wat gedobbel aan te pas maar ja, in de steentijd hing het leven sowieso aaneen van lucky shots. Ondanks de dobbelstenen schijnt het spel beheersbaar te zijn. Ja hoor, dat zeiden ze van Alin Stoica ook en zie wat ervan gekomen is: Dender. Afwachten dus. Maar mijn periscoop bevindt zich voorlopig zeker nog boven de waterlijn.

Athene (JKLM Games)

Kijk, mij zul je daar niet zien met al die smog en de hitte. Maar Athene uitgestald op een keukentafel in het koude, winderige en natte Diest? Zeer zeker. Huiswaarts zeilen en aankomen, daar gaat het om in dit spel. En als je aankomt dan liefst zo snel mogelijk, want de klein mannen wachten vol ongeduld op de souvenirs die je mee hebt van Troje. De zee is me nooit na geweest. Dat zand dat overal in kruipt, de visstank, opdringerige meeuwen, belachelijk hoge horecaprijzen, middenstanders die continu klagen over het slechte weer en hoogbejaarden in  go-carts die altijd voorrang nemen. De zee? Weg ermee. Behalve op een speltafel diep in het binnenland. Athene dus.

Sultan (Phalanx Games)

Phalanx is goed bezig. Eindelijk. “Voor De Wind” en “Lascaux” zijn zeer aan te raden. Een hele vooruitgang ten opzichte van nog niet zo lang geleden. Ik herinner me nog een periode van totale ontreddering toen ik probeerde één hunner telgen, “Nero”, zowel wat betreft het ontcijferen van de spelregels als het spelen zelf, onder de knie te krijgen. Ik weet niet hoe het leven is als alcoholist of druggebruiker, maar toen was ik er heel dichtbij. Maar tijden, en uitgevers, veranderen. Gelukkig maar. En een spel over sieraden, geheimzinnig omsluierde Oosterse prinsessen – waarmee je op het einde van het spel dan nog kunt trouwen ook – kunnen mij zeker bekoren. Al moeten ze ook niet overdrijven. In “Saba” kom je er ook zo eentje tegen. Geen gemakkelijke, net als het spel. Ik hoop dat “Sultan” wat meer te bieden heeft.

Even kijken deel 2. Wat is al verschenen, ligt in mijn spellenkast, vraagt gewoon ongegeneerd om mijn aandacht en zal er dus ook (weer) aan geloven in 2008?

Marrakech (Gigamic)

Die tapijtjes! Ze komen recht uit smurfenhuisjes. Plop zou er ook wel weg mee weten. Ze zijn zo schattig! En je kan er punten mee scoren ook. En ze moeten niet uitgeklopt worden. Even blazen volstaat.

Liberté (Warfrog)

Martin Wallace, zegt u dat iets? Er komt een nieuwe versie van Liberté, dit keer van Valley Games, in 2008. Ik zou dit in de gaten houden als ik u was. Want ik heb dit spel. En ik weet hoe goed het is. En als u weet dat ik weet dat het goed is zou dat voldoende moeten zijn om in één of andere, al dan niet virtuele, rij te gaan staan. Neem uw iPod mee om de tijd te doden want u gaat niet alleen zijn. Komt dit jaar zeker weer op tafel.

Archaeology (Adventureland Games)

Een leuk tussendoortje. Een kaartspelletje. Een zogenaamde “filler”. Kijk, ik heb iets tegen dat woord. Het heeft zo'n minderwaardige bijklank. Zo iets van: “Jij mag nog blij zijn dat we even wat tijd over hebben, tussendoortje, want anders werd je niet gespeeld.” Een grote vergissing. Dit soort spellen neemt een prominente plaats in in mijn weke spelershart. Dikwijls zijn deze zogenaamde opvullertjes beter dan datgene waartussen ze als vulsel worden opgediend. Beter, en leuker. Archaeology is er zo eentje. Schatten verzamelen en verkopen of ruilen op de antiekmarkt en af en toe een zandstormpje trotseren. Meer moet dat niet zijn.

Utopia (Matagot)

Het uitstallen alleen is al de moeite. Prachtig uitgevoerd spel. Een beetje wennen aan de regels, maar lang niet zo dramatisch geschreven als - ik noem maar iets - Phoenicia. Lijkt op het eerste gezicht lang te gaan duren want er staat en ligt zoveel op tafel, maar dat valt dik mee. Een dik uur moet volstaan.

Ticket To Ride, The Nordic Countries (Days Of Wonder)

Ils, deel twee: ik ga haar proberen te overtuigen dit eens met mij te spelen. Het is tenslotte een kaart voor 2-3 spelers en de setting, het hoge noorden met veel sneeuw, gezelligheid en op de doos een op een kerstman lijkend sujet moet haar zeker aanspreken. Ik ga dat telefoonnummer van de plaatselijke heemkring toch eens aan een sneltoets toewijzen.

Owner's Choice (Z-Man Games)

We hadden het daarstraks even over fillers. Wel, dit is er eentje, maar dan hors categorie. Ik denk dat dit het enige aandelenspel is dat mij naar de zevende spellenhemel kan voeren vanwege alles behalve droog. Een bijna-dood-ervaring dus. “Big Boss” kwam er al heel dichtbij, maar dit gaat me nog meer ten dienste zijn op het pad naar verlichting.

Zombiaki (Mario Truant Verlag / Portal)

Spel voor twee waarbij de goede (ik: mens) de slechte (mijn tegenstander: zombie) van zich af moet zien te houden. En van de mensheid tout court. Er gebeurt van alles. Er wordt met brandende vaten gerold, er worden in een handomdraai zombiewerende muurtjes opgetrokken, zombies laten hun schroothondjes los en vormen indien nodig een zombiaanse piramide om over obstakels te kruipen, er wordt kwistig met napalm gestrooid, bij het vallen van de avond worden gezellige zoeklichten ontstoken, handgranaatjes vliegen vrolijk heen en weer, er zijn vlammenwerpers in de aanbieding en voor de liefhebbers zijn er elektroshocks a volonté. U begrijpt dat ik dit niet aan mij voorbij kan laten gaan.

Chang Cheng (Tenkigames)

Een meerderhedenspel. Geeuw. Ik zie het al, u werpt uw ogen ten hemel en denkt: “Daar gaan we weer!” Richt uw ogen weer naar uw scherm en vergis u niet. Dit is er in alle geval eentje die op mijn maat gesneden is. En misschien hebben u en ik wel dezelfde maat, wie weet. Oogt mooi, duurt niet al te lang, af en toe een verrassing bij het omdraaien van de fiches en de actiekaarten en ik heb altijd zelf al eens een muurtje en een torentje willen metsen.

Caveman (JKLM / Make-a-Game Ltd)

Dinosaurussen op je tegenstander afsturen, en dan liefst nog een Tyrannosaurus Rex, ik kan minder leuke activiteiten bedenken om de avond door te komen. Verscheen al in Essen 2007 en vloog bijna omder mijn radar door. Bijna. Een rechttoe-rechtaan spel, zonder veel tralalie en tralala. Mekaar lekker dwarszitten en ondertussen onopvallend fluitend naar één van de overwinningsvoorwaarden toe werken. Het berenvel ligt klaar.

Mijn volgende bijdrage gaat over welke spellen ik op dat moment al zal gespeeld hebben, zijnde Jamaica, Auf Achse, Patrizier, Battlelore, Ticket To Ride: The Nordic Countries, Diamant, Die Schatzteucher, Eketorp, Im Jahr Des Drachen, In De Ban Van De Ring, Medici, Mitternachtsparty, Orgeon, Race For The Galaxy, Mordred, Twilight Struggle, Handelsfürsten, Herren Der Meere en Fangfrisch.. En hoe ik het vond. Niet over mijn resultaten want dat interesseert u natuurlijk voor geen meter. Er zijn immers belangrijker dingen in het leven. Het verontrustend nare geluid dat mijn microgolfoven op dit ogenblik een viertal meter verder aan het maken is bijvoorbeeld.

Ik sluit af met een herhaling van een vorige bijdrage. Meerbepaald die over de prijs die u kunt winnen naar aanleiding van het 1-jarig bestaan van deze weblog. Ik zou u aanraden om mee te doen, al was het maar om het gevoel te hebben dat u mij aan het werk zet. Hier komt ie:

U moet steeds weer moeite moeten doen om op deze blog langs te komen en daar bewonder ik u voor. Daarom wordt u nu ook beloond. U mag meedoen aan de “De Tafel Plakt bestaat op 18 april 2008 1 jaar wedstrijd”. U kunt een mooie prijs winnen. U mag “mooi” en “prijs” letterlijk nemen. U kunt immers het spel, “Ticket To Ride: Nordic Countries” (Days of Wonder) winnen. Alleen verschenen in het Hoge Noorden, waar kerstmannetjes wonen die vlak voor aanstormende locomotieven staan te wuiven en waar men, in tegenstelling tot ondergetekende, alleen maar witte sneeuw ziet. U speelt met kaartjes met ondergesneeuwde treinwagonnetjes op en, net zoals in het alle Ticket To Ride spellen probeert u te winnen door steden met elkaar te verbinden en daarmee punten te scoren. Deze steden bevinden zich in Denemarken, Zweden, Finland en Noorwegen. Het spel is voor twee tot drie spelers. De eenzamen en de grote gezinnen vallen uit de boot, ik weet het, maar het spel staat ook gewoon mooi op de schoorsteenmantel. De mensen zonder schoorsteenmantel vallen dan uit de boot, ik weet het, maar je kunt de stevige doos ook gebruiken als opstapje als u iets uit uw hoge keukenkast wilt nemen. Bent u een smurf of heet u Plop en hebt u geen hoge keukenkast dan kan u ook gewoon in de doos gaan wonen.

Hoe win je nu dit genot om naar te kijken en mee te spelen? U moet twee dingen doen. Ten eerste voorspelt u op welke plaats (ranking) dit spel op 18/04/2008 om middernacht (de nacht van 17 op 18 april) op Boardgamegeek zal staan: http://www.boardgamegeek.com/

Ten tweede krijgt u nog een schiftingsvraag: u moet mij kunnen zeggen, op de kop of bij benadering, hoeveel deelnemers er aan deze prijsvraag gaan deelnemen. Uiteraard is deze vraag pas van belang indien er meerdere deelnemers de eerste vraag juist beantwoorden of er even dicht bij zitten. Ik heb maar één Ticket To Ride: Nordic Countries, vandaar. U mailt uw antwoord naar dominique.cortens@telenet.be en u vermeldt uw naam en adres (voor de verzending of levering als u niet te ver woont). Eén inzending per persoon.

Indien ook de schiftingsvraag een gelijke stand oplevert wordt de winnaar door de onschuldige hand van mijn jongste dochter, Ruth, uit de afgeprinte stapel mails getrokken. We zijn er nog niet echt uit welke hand nu de meest onschuldige is, maar we hebben nog tijd om een aantal experimenten te doen.

Deze wedstrijd loopt nog tot 29/02/2008 om middernacht.

Voor de nieuwsgierigen onder ons even de link naar het spel op Boardgamegeek: http://www.boardgamegeek.com/game/31627

De winnaar wordt met de nodige egards op 18 april op deze blog bekend gemaakt.

Veel geluk! Ik zal het nodig hebben.

Dominique

 

 

 

 

 

 

 

 

00:13 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01-02-08

U komt, u ziet, u voorspelt en wint!

 

U moet steeds weer moeite moeten doen om op deze blog langs te komen en daar bewonder ik u voor. Daarom wordt u nu ook beloond. U mag meedoen aan de “De Tafel Plakt bestaat op 18 april 2008 1 jaar wedstrijd”. U kunt een mooie prijs winnen. U mag “mooi” en “prijs” letterlijk nemen. U kunt immers het spel, “Ticket To Ride: Nordic Countries” (Days of Wonder) winnen. Alleen verschenen in het Hoge Noorden, waar kerstmannetjes wonen die met ware doodsverachting vlak voor aanstormende locomotieven staan te wuiven en waar men, in tegenstelling tot ondergetekende, alleen maar witte sneeuw ziet. U speelt met kaartjes met ondergesneeuwde treinwagonnetjes op en, net zoals in alle Ticket To Ride spellen probeert u te winnen door steden met elkaar te verbinden en daarmee punten te scoren. Deze steden bevinden zich in Denemarken, Zweden, Finland en Noorwegen. Het spel is voor twee tot drie spelers. De eenzamen en de grote gezinnen vallen uit de boot, ik weet het, maar het spel staat ook gewoon mooi op de schoorsteenmantel. De mensen zonder schoorsteenmantel vallen dan uit de boot, ik weet het, maar je kunt de stevige doos ook gebruiken als opstapje als u iets uit uw hoge keukenkast wilt nemen. Bent u een smurf of heet u Plop en hebt u geen hoge keukenkast dan kunt u ook gewoon in de doos gaan wonen.

Hoe win je nu dit genot om naar te kijken en mee te spelen? U moet twee dingen doen. Ten eerste voorspelt u op welke plaats (ranking) dit spel op 18/04/2008 om middernacht (de nacht van 17 op 18 april) op Boardgamegeek zal staan: http://www.boardgamegeek.com/ Momenteel staat het op 601. Zeker niet slecht. U krijgt dus als u wint nog een goed spel ook.

Ten tweede krijgt u nog een schiftingsvraag: u moet mij kunnen zeggen, op de kop of bij benadering, hoeveel deelnemers er aan deze prijsvraag gaan deelnemen. Uiteraard is deze vraag pas van belang indien er meerdere deelnemers de eerste vraag juist beantwoorden of er even dicht bij zitten. Ik heb maar één Ticket To Ride: Nordic Countries, vandaar.

U mailt uw antwoorden naar dominique.cortens@telenet.be en u vermeldt uw naam en adres (voor de verzending of levering als u niet te ver woont). Eén inzending per persoon.

Indien ook de schiftingsvraag een gelijke stand oplevert wordt de winnaar door de onschuldige hand van mijn jongste dochter, Ruth, uit de afgeprinte stapel mails getrokken.

U kunt deelnemen aan deze wedstrijd vanaf het posten van deze bijdrage tot 29/02/2008 om middernacht.

Voor de nieuwsgierigen onder ons even de link naar het spel op  Boardgamegeek: http://www.boardgamegeek.com/game/31627

De winnaar wordt met de nodige egards op vrijdag 18 april op deze blog bekend gemaakt.

Veel geluk! Ik zal het nodig hebben.

 

Dominique

 

15:43 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20-01-08

Een rechtstreekse aanval op het nu: 2007, een terugblik!

 

Schoonheid is een list van de natuur. Denk daar eens aan als u weer naar een mooie man of vrouw zit te lonken. Zeg achteraf niet dat ik u niet heb gewaarschuwd.

Ik weet eigenlijk niet goed meer waar ik met de bovenstaande inleiding naartoe wou, ik vind het gewoon een leuk statement. En het klopt als een bus natuurlijk.

Misschien ook omdat schoonheid en wedstrijden meestal hand in hand samengaan. Vraag het maar aan Ignace Combré. De man weet er alles van. De snoeper.

Wedstrijdjes, ook wij weten er alles van. In onze spaarzame tijd ploeteren en wroeten we, gezeten aan tafels allerhande en zogenaamd ter ontspanning, om toch maar het ene spel na het andere te winnen. We vechten tegen aliens, bestrijden de ene rattenplaag na de andere, koloniseren in het zweet onzer aanschijns vreemde en verre gebieden, worden constant in de zak gezet, slaan op de vlucht voor een horde losgeslagen vikings, maken kennis met de minder mooie kantjes van de porno-industrie en ik ken er verder nog wel een paar. De lijst is eindeloos. Een hobby, zegt u? Goed gek zijn wij, ja!

Maar het leven heeft zo zijn wetten, lees gerust de eerste zin van deze bijdrage nog eens na, en dus kan ook “De Tafel Plakt” niet ontsnappen aan de wetmatigheid van het opstellen van een lijst. Ik heb er lang over nagedacht of ik wel een jaaroverzicht zou doen en ik heb er al lang spijt van dat ik het enkele maanden geleden heb aangekondigd. Ik geef toe, als éénmansjury heb je wel een voordeel: je wint tijd. Geen eindeloos beraadslaag over welk spel nu dit of dat of geen is. Nadeel: je wordt langzaamaan stapelgek.

Ook ik heb dus een lijst. Let niet op de volgorde, die heeft totaal geen belang. Hier komt ie:

Spelbord van het jaar

1960: The Making Of The President (Z-Man Games). Prachtig spelbord, lekker groot, maar daar kom je tegenwoordig niet echt ver mee om een prijs te winnen natuurlijk. Wat wel de doorslag heeft gegeven is de grote, ronde koffievlek op het bord. Ik heb verhalen gehoord van spelers die tevergeefs met allerhande reinigingsmiddelen hebben geprobeerd de vlek te verwijderen, met alle gevolgen vandien. Anderen stuurden hun exemplaar terug naar de uitgever met de vraag of ze alstublieft een proper konden terugkrijgen.

Spelpion van het jaar

Antler Island (Fragor Games). We moeten er niet omheen draaien, de neukbeesten waarmee je over het spelbord wipt zien er prachtig uit. De kerels van Fragor hebben in deze categorie uiteraard een traditie in stand te houden, maar ze hebben zich ook in 2007 van hun beste kant laten zien. Enig nadeel: ze lijken me breekbaar. Het perverse kantje van dit spel laten we voorlopig even buiten beschouwing. Dat valt onder een andere categorie.

Slechtste inlay van het jaar

Leuk, een leuk spel. Maar je wil na het spelen toch alles terug in die doos krijgen. Daarvoor werd de zogenaamde inlay ontworpen. Eén van de beste en meest praktische voorbeelden is de inlay van “Um Ruhm Und Ehre” (Alea). Een pareltje voor de veeleisende veelspeler. Een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet, en daarom in de bloemen, werd geserveerd door Clementoni, meerbepaald voor het spel “Trapper”. Niet te geloven hoe ver men daar uit de bocht is gegaan. Ik heb uren doorgebracht met puzzelen en op een moment dacht ik dat Clementoni gewoon twee spellen in één doos had gestoken. Een verzamelspel en een puzzel. Ik keek ook regelmatig op de website van Clementoni om te verifiëren of er geen wedstrijd werd uitgeschreven “hoe Trapper weer in de doos krijgen?”. Tevergeefs. Ik heb mijn, extreem oranje gekleurd, exemplaar uiteindelijk uit de doos verwijderd en de rest van het spelmateriaal er gewoon los ingelegd. Veel handiger. Vervolgens stond de inlay me enkele weken op het aanrecht in de keuken toe te grijnzen. Mijn oudste dochter heeft geprobeerd er haar make-up spullen in op te bergen. Dat bracht haar op de rand van een zenuwinzinking. Uiteindelijk begon het hele gezin zich af te vragen of het plastieken gedrocht überhaupt wel een functie had. Onze Nederlandse vrienden zouden er omwille van de kleur eventueel creatief mee kunnen omgaan op het Europees kampioenschap voetbal. Maar verder? Geen idee. Eén van de grootste mysteries van 2007.

Milieuvriendelijkste spelontwerper van het jaar

Wolfgang Kramer. Jongens en meisjes, die recycleert wat af. El Capitan, Der Markt Von Alturien, Auf Achse, Origo en er zijn er nog wel een paar. Een herwerkte versie van Big Boss komt er ook nog aan en God weet wat er in 2008 nog allemaal uit zijn recylagepark komt gerold.

Kaarten van het jaar

Animalia (GameWorks, Hurrican). Mooiste kaarten die ik dit jaar in een spel heb gezien. Ook lekker groot. Lovely.

Thema van het jaar

Antler Island (Fragor Games). Punten scoren door zoveel mogelijk vrouwtjes zwanger te maken, dat belooft voor 2008.

Speelgeld van het jaar

Age Of Empires III (Tropical Games). Gouden en zilveren dukaten. Ze zijn niet te stapelen maar ze zijn lekker groot. En nogal grillig van vorm. En ze maken zo'n lekker typisch geluid als ze door de handjes gaan of als ze op de grond vallen. Daardoor weet je ook dat ze op de grond liggen. Altijd meegenomen.

Speldonderdeel van het jaar

Galaxy Trucker (Czech Games Edition). De astronautjes. Zo schattig.

Duidelijkste spelregels van het jaar

1960: The Making Of The President (Z-Man Games). Overzichtelijk, duidelijk en in kleur. Laat geen vragen open behalve dan hoe ze in godsnaam zo'n complex spel zo goed uitgelegd krijgen. Leest als een goed boek.

Slechtste spelregels van het jaar

Phoenicia (JKLM Games). Het spel grijnst me nog altijd toe vanop het spellenrek. Ik ben er nog altijd niet toe gekomen het eruit te trekken en het te spelen. Het Egmontpact is veel makkelijker te begrijpen dan dit. Ik zoek wel iemand die het me kan uitleggen, al dan niet tegen een kleine vergoeding zoals kost en inwoon.

Gemeenste spel van het jaar

Lifeboat (Fat Messiah Games / Gorilla Games). Vergeleken met dit spel is “Rette Sich Wer Kan” een theekransje voor vrouwen van boven de tachtig met een looprekje. Ik weet nog perfect wat ik deed de dag nadat ik dit spel voor de eerste keer had gespeeld. Ik ben toen constant in de weer geweest. Ik heb brieven geschreven, mailtjes verstuurd, telefoontjes gepleegd, sms-jes verzonden, postduiven de lucht in gejaagd, telegrams laten bezorgen, rooksignalen geprobeerd, in-betweens gebruikt, deurwaardersexploten ingezet, lichtsignalen gegeven met het spiegeltje van de beautycase van mijn oudste dochter en vlagsignalen zwaaiend op het dak gestaan. En dat allemaal om het weer goed te maken. Zo erg was het.

Verdienstelijk tweede: Moai (Face 2 Face Games). Een spel waarin het de bedoeling is zo lang mogelijk te overleven door het volk van je medespelers geheel of gedeeltelijk op te eten, geef toe: je komt het niet vaak tegen. Hier wel. En eet ge niet, dan wordt ge gegeten. En dan verliest ge. Zo simpel is het.

Startspelerfiguur van het jaar

Wadi (Emma Games). Het waterkruikje. Heel mooi gedaan. Elk spel zou een verschillend kruikje bevatten heb ik me laten vertellen. Ik weet niet of dat klopt maar de prijs is toch binnen!

Volste doos van het jaar

Een moeilijke, deze. Laten we zeggen dat de volgende spellen aan de beschrijving “overvolle doos” meer dan voldoen:

Agricola (Lookout Games)

Battlelore (Days of Wonder)

Galaxy Trucker (Czech Games Edition)

Colosseum (Days of Wonder)

Laborigines (Czech Board Games)

Wilt u gewoon veel en kan de rest u geen bal schelen? Zoek niet verder. Neem een karretje mee als u naar de winkel gaat of reken op een klein maandloon verzendingskosten.

Bedrieglijkste doos van het jaar

If Wishes Were Fishes (Rio Grande Games). U koopt dit op basis van de illustraties op het deksel van de doos voor uw kleuters. Vervolgens legt u dit op tafel, haalt uw oogappels erbij, leest de regels even voor en stelt als u weer opkijkt met ontzetting vast dat uw schatjes ondertussen buiten uw nieuwe 4x4 aan het bekrassen zijn. Laat u, ondanks de kleurrijke wormen, niet vangen aan dit spel. Dit is er eentje voor papa en mama, niet voor hun nageslacht op peuter- en kleuterleeftijd.

Vrouwvriendelijkste spel van het jaar

Liebe & Intrige (Goldsieber). Komt ook in aanmerking voor het manvriendelijkste spel van het jaar want de bedoeling is zo snel mogelijk van je vrouwvolk zien af te geraken. Ik denk er aan dit spel aan te kopen om met mijn drie dochters te spelen. Al vrees ik dat Hannah, de oudste, niet meer gaat bijkomen van het lachen als ik dit op tafel leg, gevolgd door: “Neen, dank u.”. Waarna ze zich verder zal toeleggen op het repeteren van haar basloopjes in de nummers van de punkgroep 'Lobotomy”, waarvan ze deel uitmaakt.

Manvriendelijkste spel van het jaar

Battlelore (Days of Wonder). Oorlog voeren zonder dat vrouwlief op uw handen staat toe te kijken. Wat wil een man nog meer? Uitbreidingen natuurlijk en die komen er in grote getale aangevolgen. Ook in 2008 blijven we dus nog lekker bezig met dit spel.

Slechtst ruikend spel van het jaar

Duel In The Dark (Z-Man Games / Pilot Games). Na het openen van het spel en na het bijkomen van ondergetekende heeft de doos met inhoud enkele dagen moeten luchten. Ook de buren hebben een tijdje met een zakdoek voor de mond rondgelopen. Ik heb na het openen van de doos nog een tiental dagen barstende hoofdpijn gehad. Maar het moet gezegd: het is een goed spel! Dus nemen we de ongemakken er maar bij.

Nederlaag van het jaar

Cold War: CIA vs KGB (Fantasy Flight Games). Ik word er niet graag aan herinnerd maar hier is nog eens de uitslag: 100-0

Uitspraak van het jaar

Ik hou zoveel van u, papa.” (Ruth Cortens, 17/11/2007, 19u43)

Verdienstelijk tweede: “Ik hoop dat Miss Canada mijn containertjes juist heeft geteld.” (Kris, 18/11/2007, 16u03, Essen, stand van Valley Games)

Verdienstelijk derde: “Dus als ik deze fiche nu inzet mag ik nog eens neuken? En moet dat dan met dezelfde of moet ik een andere pakken?” (David, tijdens de spellen-van-Essen-Marathon, Diest, 1/11/ 2007, 11u29).

Marketingblunder van het jaar

Zooloretto (Abacus Spiele). Geen ijsbeer.

Fijnmotorische uitdaging van het jaar

Galaxy Trucker (Czech Games Edition). De energiesteentjes weer in het ziplockzakje krijgen.

Trend van het jaar

Vikingen als thema.

Verdienstelijk tweede: standaard ziplockzakjes bij spellen.

Reserveonderdeel van het jaar

Tribun (Heidelberger Spieleverlag). De strijdwagen. Er zitten nog wel meer reserveonderdelen in de doos maar de strijdwagen slaat alles. Enigszins verontrustend vind ik dat deze uitgever überhaupt reserveonderdelen in de doos steekt. Vertrouwen ze ons niet of wat? Denken ze nu echt dat wij, multidisciplinair gevormde spelers als we zijn, bij het minste onze spelattributen zomaar kwijtspelen? Wat denken ze wel? Een beetje respect graag! Schande!

Solospel van het jaar

Agricola (Lookout Games).

Ontgoocheling van het jaar

Aquädukt (Schmidt Spiele). Het spel dateert al van 2005 maar dat maakte de ontgoocheling er niet minder om. Het heeft een onuitwisbare indruk nagelaten op Mathias, Jan en mijzelf. Mathias en ik zijn er nog redelijk goed uitgekomen maar Jan kijkt sindsdien voortdurend achterom op straat omdat hij, naar eigen zeggen, wordt achtervolgd door een blauwe 20-zijdige dobbelsteen.

Herontdekking van het jaar

In De Ban Van De Ring (999 Games) en uitbreidingen. De Battlefieldsexpansie (Fantasy Flight Games) heeft me dit spel weer leren naar waarde te schatten. Eén dezer dagen gaat Sauronneke eraan, en dan zal hij worden gereduceerd tot iets wat losweg kan worden vergeleken met een peuter in het ballenbad van de Ikea.

Kunstverlichting van het jaar

ETAP UJ403

Tafelvullendst spel van het jaar

Agricola (Lookout Games)

Ontmoeting van het jaar

De ontmoeting die Miss Canada met mij had op 19/11/2007 in Essen.

Ontsnapping van het jaar

Mijn ontsnapping aan pek en veren en daardoor ook aan het beschimp van Erwin Broens in november 2007 na mijn, ik geef het toe, beschamende afgang met betrekking tot het voorspellen van de tops en flops van Essen 2007. Het gaat dus niet door. Ik heb daar wel wat voor moeten doen, de heer Broens laat je niet zomaar los uit zijn wurggreep, geloof me, maar mijn geste gecombineerd met een genadeverzoek op mijn blote knieën, heeft hem toch doen bijdraaien. Mensen die mij steeds weer blijven opbellen met de vraag waar en wanneer het "pek-en-veren-evenement" doorgaat en hoe ze aan kaarten kunnen komen zijn er dus aan voor de moeite.

Dreun van het jaar

Conquest Of The Empire(Eagle Games) voor 18 euro in Essen.

Seksueel gefrustreerden-vriendelijkste spel van het jaar

Antler Island (Fragor Games). Ik ga er niet verder over uitweiden want anders krijg ik de werkgroep inquisitie van het pastoraal team van Diest op bezoek. Een verwijzing naar de bijdrage die ik op 04/11/2007 schreef over de sessie op de spellen-van-Essen-marathon moet volstaan.

Wiskundige formule van het jaar

Antler Island (Fragor Games). De formule die je toelaat te berekenen hoeveel keer je maximum kunt neuken in één beurt. Om er u verder niet mee te vervelen geef ik gewoon de oplossing: 5

Tot slot nog enkele niet terzake doende uitsmijters:

Film van het jaar

Red Road. Hij ligt ondertussen al in de videotheek. U hebt dus geen excuus meer om hem niet te zien. Kwam ook in aanmerking voor de “dreun van het jaar”.

Mirakel van het jaar

Amy Winehouse daagt op op TW.

Borsten van het jaar

Róisín Murphy (Ancienne Belgique, 19/11/2007)

Doorkijkblouse van het jaar

Róisín Murphy (Ancienne Belgique, 19/11/2007)

Sport van het jaar

Voetboogschieten 

Dit volstaat voorlopig. Over enkele dagen volgt mijn vooruitblik naar 2008. U krijgt dan ook de details over de grandioze prijsvraag die deze blog organiseert tussen 1 en 29 februari in het kader van zijn éénjarig bestaan. Er is een prachtige prijs te winnen. Zo prachtig zelfs dat ik eraan denk ook mee te doen.

 

Tot dan!


Dominique






 

23:17 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-01-08

Klost u kant? Lees dan gerust niet verder.

 

Wat zichzelf niet stuwt, heeft geen kracht tot bestaan. Het is van Geert Van Istendael en het staat, samen met de rest van een gedicht, op een plaquette aan de gevel van het stadhuis van Diest. Enkele dagen geleden, toen ik er een verse portie vuilniszakken ging afhalen (ik ben mij bewust van de alles behalve romantische inhoud van dit laatste gegeven, maar het leven is zoals het is), werd mijn aandacht er naartoe getrokken. De boodschap was duidelijk: “Ge moet er op uwe blog opnieuw een lap op geven.”

Ik geef het toe, het was de laatste weken wat stil geworden op “De Tafel Plakt”. Daar zijn gegronde redenen voor. De feestdagen, uiteraard, maar ook onze verhuis, die, als was het erom gedaan, met de feestdagen samenviel. Gelukkig is alles en iedereen zonder noemenswaardige problemen verhuisd. Ook mijn bijna 1500 spellen. Voor dit laatste gewaagde exploot had ik het voorrecht hulp te krijgen van een paar doorwinterde spelliefhebbers. Zo van het slag dat je 'avonds laat van op spelclub “De Speeldoos” in Aarschot opbelt om te vragen of het eventueel zou kunnen dat je een fiche, meerbepaald “Population” van de derde era van “Age Of Empires III” mist, want “die hebben we hier net op de vloer gevonden onder de tafel waarvan we vermoeden dat jouw spel er vorige keer op werd gespeeld”. Dat slag dus. Het slag dat geeft zonder voorwaarden.

Kristof en Kris hielpen mij dus bij deze delicate opdracht. Specialist-verhuizers zijn het, zeker als het om spellen gaat. Mijn grootste nachtmerrie was hoe ik in godsnaam na de verhuis mijn spellen op mijn nieuwe stek snel ging terugvinden. Ik heb namelijk een stapelsysteem. Ik weet niet goed meer wat dat systeem nu eigenlijk inhoudt maar het resultaat is dat ik heel snel een spel kan terugvinden als ik het nodig heb. Ik weet wat waar op welk rek staat. En, misschien nog belangrijker, hoe het daar gekomen is.

Geen punt voor Kris en Kristof. Men neme een gsm met fototoestel. Men trekke een foto van het nog volgestapelde rek dat gaat verhuisd worden. Men verhuize vervolgens de spellen en het betreffende rek. Men bekijke de foto van het bewuste rek met de spellen op de nieuwe lokatie. Men stapele de spellen op identiek dezelfde wijze op het betreffende rek. Men make de heer des huizes kordaat maar vriendelijk attent op waar welk rek zich nu bevindt. Men inne eeuwige bewondering.

Door die kerels, beste spellenvrienden, is mijn verzameling spellen, samen met mijn ingenieuze stapelsysteem naadloos overgegaan naar mijn nieuwe lokatie. Een woord van dank is hierbij op zijn plaats. Dank!

Ik mag u dus geruststellen. De stilte op “De Tafel Plakt” is slechts schijn. De schaarse vrije momenten tijdens de overgang (van oud naar nieuw uiteraard) heb ik koortsachtig (ik schat gemiddeld zo'n 41 °C) besteed aan mijn jaaroverzicht van 2007. Het is geen klassiek jaaroverzicht. Verwacht geen “spel van het jaar”-gedoe en andere gelijkaardige toestanden. Daar zijn andere en betere internetlokaties voor. Ook ik geef prijzen weg, jawel, maar mijn awards worden gewonnen door spellen waarvan de kans groot is dat ze, buiten het universum van “De Tafel Plakt”, nooit iets zullen winnen. De schatjes. Ik ga tevens een gewaagde vooruitblik doen naar het gezegende jaar 2008. Tijdens het verhuizen kwam ik namelijk mijn verloren gewaande kristallen bol weer tegen, vandaar. Ook ga ik onthullen wat u kunt winnen ter gelegenheid van het 1-jarig bestaan van “De Tafel Plakt”, op 12 april. Als u meedoet, de spellenscene volgt en een beetje kunt vooruit denken bent u niet kansloos. Of uw hobby moet kantklossen op het Brugse begijnhof zijn natuurlijk.

Afspraak op zondag 20 januari aanstaande. Ik moet eerst immers nog wat tweaken, één en ander aan de censuurcommissie voorleggen, een paar awards in heroverweging nemen en nog een paar spellen spelen.

 

 

23:53 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

16-12-07

Geluk en niet zo kleine hoekjes.

 

Dag 1. 

"Geluk zit in een klein hoekje”, zei mijn moeder altijd. Op 24 november jongstleden, rond drie uur in de namiddag, moest ik proefondervindelijk vaststellen dat deze uitspraak niet klopt. Ik bevond mij in ontmoetingscentrum Den Boomgaard in Broechem, samen met een kleine 700 spelfanaten, op “Spel 2007”. Organisator: Forum-Federatie Gezelschapsspellenclubs. Ik vond daar geluk, maar niet in een hoekje. Neen, het bevond zich in het midden van een grote zaal en het werd gevormd door een bonte mélange van ingrediënten die in perfecte hoeveelheden en harmonie aanwezig waren. Anders is het geen geluk. De ingrediënten waren de volgende: Wim, Lise, Kristof, Edith, Kris, Mieke en Leen; twee tegen elkaar geschoven tafels met daarop een oranje-rood pas gewassen tafellaken; de grote maar uiterst gezellige zaal waarvan eerder sprake; een perfecte zaaltemperatuur; een immense hoop speelklare bord- en kaartspellen waaruit naar believen kon gekozen worden; vriendelijke en behulpzame spellenkenners aan wie deze spellen en eventueel bijbehorend advies zonder enige schroom kon worden gevraagd; binnen een extreem korte wandelafstand een verkoopstand alwaar een massa spellen aan schandalig lage prijzen konden worden aangekocht (later meer hierover); de zekerheid van onberispelijke toiletten voor hem en voor haar binnen iets langere wandelafstand; hotdogs en broodjes en drank binnen een middellange wandelstand; een hele hoop spellenliefhebbers die zich uiterst discreet maar toch nadrukkelijk aanwezig rondom ons heen bewogen en daarbij een zacht en hypnotiserend geroezemoes voortbrachten. En tenslotte tijd.

Aan de bewuste grote tafel speelden wij Alhambra, Diamant, De Grote Dalmuti en Animalia. Aan Alhambra begonnen we met zijn zessen. Mieke en Leen, toevallige voorbijgangsters, zouden pas vanaf Diamant hun charmante opwachting maken. Alhambra kenmerkte zich door de onbeheersbaarheid die het spel met zes toch wel heeft. Maar toch, je moet er wel mee kunnen omgaan natuurlijk, en op dat vlak zat er een specialist mee aan tafel genaamd Lise. Halfweg gaf ze even de indruk de teugels uit handen te geven, maar dat was slechts schijn. Ze maakte zich gewoon op voor de genadeslag die ze vriendelijk maar kordaat zou toedienen in het eindspel. Ze maakte ons allemaal in. Allemaal. Het spel werd wel een klein beetje ontsierd door ondergetekende, die erin was geslaagd de tweede en derde waardering toch wel heel snel op mekaar te laten volgen. Ik werd daarvoor net niet gelyncht (geluk zit dan misschien toch in een klein hoekje, moeder). Mogelijk kwam dat door mijn onweerstaanbare onschuldige glimlach. Indien niet lag het misschien aan de 500 euro zwijggeld die ik onder zachte dwang aan mijn medespelers moest afgeven. Ik zal het nooit weten.

Daarna volgde het plezierigste uurtje van de dag. Met zijn zessen begonnen we aan een spelletje Diamant. Het geschreeuw, geroep, getier, gevloek, gelach, gezever dat dit teweeg bracht lokte heel wat nieuwgierigen naar onze gelukstafel. Mieke en Leen, toevallige passanten, schoven zelfs mee aan. Eigenlijk waren ze met drie want Leen bleek zwanger. Diamantje in de buik. We hebben dus met zijn negenen gespeeld. Ik heb de regels nog even nagelezen. Over zwangere vrouwen staat er niets vermeld. Ik vermoed dus dat het mocht. Jongens en meisjes en baby's toch, wat een fun. Met het maximum aantal spelers is dit een absolute topper. En aangezien één sessie vrij snel is speelden we er verschillende na elkaar. Door de aanhoudende spanning en de daarmee gepaard gaande opwinding vreesde ik er even voor dat onze namiddag ging eindigen op één of andere kraamafdeling in een Antwerps ziekenhuis, maar die vrees bleek gelukkig niet gegrond.

Daarna De Grote Dalmuti aangesneden. Kristof begon als Grote Dienaar en bleek later verdacht veel naar die functie terug te keren. Kristof die zich steeds weer tot slaafje laat bekeren. Moeten we ons hierover zorgen maken? De tijd zal het uitwijzen. Nu, ik moet zelf niet te hoog van de toren blazen want ik ben ook een keertje naar het peupelst van het gepeupel moeten afdalen. En voor je plezier moet je dat niet doen. Daarom maar snel over naar Animalia. Setjes verzamelen van dieren. Drie rondes. Prachtige kaarten, snel uitgelegd, snel gespeeld ook en een waardige afsluiter van de namiddag. Een namiddag die ik me nog lang zal heugen. Ik herinner me nog dat Leen dit spelletje met 25 punten won. Ik had er 24. Erger kun je niet verliezen. Alhoewel: ik herinner me een partijtje “Koude Oorlog” van enkele weken geleden tegen een ongure C.I.A.-er, Kris genaamd, waarin ik een verliespartij speelde die qua pijnlijkheid niet moest onderdoen voor een apexresectie bij de tandarts. Zonder verdoving. Na lang zeuren van hogergenoemde, niet meer uit te houden is het, publiceer ik hier de uitslag: 100-0

Ook gezien: Tim De Rycke (Sandtimer). Er zit een uitbreiding van Experiment aan te komen, een kaartspel van eigen bodem dat ik u ten zeerste aanbeveel. In de pijplijn: iets met visjes. Dit ondanks het verbod op kabeljauwvangst in de Noordzee. Wordt vervolgd.

Corné Van Moorsel (Cwali) was er ook. Hij demonstreerde zijn Gipsy King. Leuk, snel gespeeld en mooi spelmateriaal. En zigeuners, een bevolkingsgroep die mij vanwege hun eigenzinnigheid altijd heeft gefascineerd. Hou dit in de gaten. Voor zover u met mijn mening rekening houdt: een aanrader.

Het voorgaande in acht genomen zult u kunnen begrijpen dat 24 november 2007, gezien de perfectie van het toegediende spelgenot en de prachtige menselijke en materiële omkadering, voorgoed in mijn geheugen opgeslagen werd onder de rubriek “op te halen bij neiging tot depressie en aanverwante ziektebeelden”.

En dan moest de avond nog komen.

Nadat de prachtige mensen aan onze speeltafel huiswaarts waren getogen bleven Kris en ik nog een beetje rondhangen. Ondertussen waren we ook David Grietens tegen het lijf gelopen. Of hij ons, dat weet ik niet goed meer. David is de drijvende, en nog lang niet zinkende, kracht achter “Bordspelforum.com”. We trokken voor een drankje nog even naar de toog acherin de zaal. Gelach, gegier, gebrul. Ik leef. Dat dacht ik. Echt waar. We lieten ons gaan in een gruwelijk leuke fanatasie over een potentieel bordspel over de al even potentiële spiltsing van België, waarin een neeknikkpopje van Joelle Millequet (een idee dat eerder op de dag werd geuit door Wim, ere wie ere toekomt) een prominente rol zou spelen. Dit beeldje, een tegenhanger van het bekende jakniknegertje van de missies, zou na het bevoorraden ervan door de nodige harde spelvaluta, consequent en zonder enige uitzondering nee knikken. Uiteraard komt er voor onze Waalse vrienden een tegenhanger: Bart De Wever. Maar die doet iets met zijn buikje. Schudden van het lachen namelijk. 

En alsof Vrouwe Fortuna ermee gemoeid was passeerde Sven De Backer, S-Man voor de vrienden en één van de dragende krachten van “Spel”, nog even aan ons tafeltje om doodleuk mee te delen dat er nog tomatensoep met balletjes was als we er zin in hadden. Het was veel, het was warm en het was vooral lekker. Dank u, Sven. Dank u, Forum-Federatie.

En wij gingen daarna nog niet naar huis. Bijlange niet.  Naast “Den Boomgaard” bevindt zich een sporthalletje met onder hetzelfde dak een gezellige cafetaria. Daar hebben we nog lang gezeten. Nagepraat. Over de dingen des levens. Gemiste kansen. Gegrepen kansen. Schuldgevoelens. Maar ook borstgeklop. De pijn van het zijn en vooral het niet zijn. Of het net niet zijn. En een beetje weemoed. Volgens Herman Van Veen altijd goed zo even voor het slapengaan. Op de achtergrond Lou Reed met “Perfect Day”. Op de tv aan het plafond, zonder klank,  eindeloze hehalingen van de net niet gemaakte doelpunten van het zaterdagavondvoetbal. Eigenlijk wilden we niet echt naar huis. Nee, dan liever eindeloze herhalingen van net niet gewonnen partijtjes Diamant of Alhambra. Maar we moesten, al klonk het stemmetje dat ons huiswaarts riep, of in het geval van David “Rotterdam”, verre van overtuigend.

Ik gaf een aantal woordjes geleden aan dat ik nog even zou terugkomen op de koopjes die je op “Spel” kon doen. Indien u er niet bij was hou u dan vast of sla dit stukje over want u gaat zich niet goed voelen. Wilt u toch door en hebt u er ondertussen een emmertje bijgepakt? Daar gaan we dan. Edel, Stein & Reich: 8 euro, alstublieft! Las Vegas Showdown: 12 euro, sta maar terug recht want we gaan snel door! Australia: 12 euro, ga er maar aanstaan! Nicht Die Bohne: 2,5 euro, kabamm! Oltremare: 18,80 euro., boem! Gipsy King, 18 euro en een beetje, lieve hemel! Balloncup en nog een handvol tweepersoontjes van Kosmos, waaronder mijn favoriete ontspanner "Das Riff": 6 euro, aaargh! En dan vergeet ik er nog een paar. Voor wie het nog niet moest doorhebben: Carl Adriaensen gaf ze net niet weg. Hij had beter met een mijter en lange witte baard achter zijn verkoopstand gestaan. Soms heeft een mens spijt dat hij zo snel is met nieuwe spellen kopen. Het vorige zinnetje slaat op mezelf. Het woord dat u in dat zinnetje tevergeefs zocht is "Essen".

Dag 2.

Werkendag. Maar leuk werk. De stand bemand van Bordspelforum.com, samen met Joke. Een uiterst aangename dag hebben we daar met ons tweetjes doorgebracht. Meegenomen, gedemonstreerd en gespeeld: Filou, If Wishes Were Fishes, Army Of Frogs. Joke was weg van “If Wishes Were Fishes”. Als ze een wishlist heeft staat het er ondertussen op. Veel gezinnen met kinderen gezien. En ook veel kinderen zonder gezinnen. Papa en mama ergens gedumpt waarschijnlijk. Filou werd door iedereen goed onthaald. Bordspelforum.com ook. "If Wishes Were Fishes” trok, door de paarse en vooral glibberige wormen, veel kinderknuistjes aan. Toch opvallend hoe dit spel een volwassenenspel is met kindervacht. Ik heb het er al eens over gehad in een andere bijdrage. Laat u, en vooral uw kinderen, niet vangen. Dit is mijn tweede en laatste waarschuwing. Ook “Army Of Frogs” lokte een gros nieuwsgierigen. Vooral het tactiele aspect kreeg bijval. In tegenstelling tot Hive, van dezelfde maker, vinden we hier een gelukselement terug, het trekken van de kikkers uit de zak. Daarom vind ik deze iets leuker. Mathias, grote Hive-liefhebber die gij zijt. Ik denk dat dit, ondanks het gelukselement, ook iets voor u is. Bij mij thuis te proberen. Op afspraak.

Voor het afsluiten van de dag nog even geïnformeerd bij Sven De Backer over de bezoekersaantallen. Tevredenheid alom. 1899 waren het er. In totaal. Dag 1: 677. Dag 2: 1222. Hoedje af.

Aangezien we het aan onze stand verplicht waren hebben we verder niet veel kunnen doen. Om 17u30 sloten we af. Voldaan en moe reed ik huiswaarts. Daar aangekomen nestelde ik me tussen mijn spellen. Mijmerend voor de rekken dacht ik aan iedereen die ik had ontmoet in Broechem. Ik had ze mee naar huis moeten nemen. Allemaal.

Mieke, één van de charmante voorbijgangsters waarvan eerder sprake, heeft ook een eigen blog: “Ik Koe Van You". Dit is de link: http://cowsandtrains.blogspot.com/ Men neme er snel een kijkje om nog even na te lezen hoe sympathiek ze onze bende wel vond. Terecht. En om haar andere gedachten, die ook de moeite waard zijn, in ogenschouw te nemen.

Volgend jaar vinden “Spel” en  “Het Spellenspektakel” op een verschillend tijdstip plaats. Geen België-Nederland dus in 2008.  Een goede zaak. Dan krijgen beide evenementen wat ze verdienen. Nog meer volk. Waaronder ondergetekende.

Dominique

 

 

22:24 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

05-12-07

Hij komt!

Beste vrienden, medespelers,

Ik heb gefaald.

Vandaag vraag ik, bij hoge uitzondering, uw steun.

De jaarlijkse "En kinderen, wat vragen jullie aan de Goedheilig Man"-enquète leverde niet het verhoopte resultaat op. Ik had de omstandigheden waarin de vraagstelling zou plaatsvinden nochtans perfect geregisseerd. Tijdstip: het ontbijt. Ingrediënten: verse en warme chocomelk, zeventien soorten ontbijtgranen, kaarsjes op tafel, dennengeurverspreider in het stopcontact, sfeervolle Sinterklaasdeuntjes op de achtergrond, pyjamaatjes mochten tot na het ontbijt aan. Het kon niet mis gaan. Op geen enkele manier. Wel, dat was buiten de doelgroep gerekend aan wie de vraag werd gesteld. Kijk, dat Hannah, mijn oudste en puberend op olympisch niveau, een enigszins afwijkend patroon vertoont in haar wenslijstje is nog acceptabel te noemen. Maar de twee jongste? Esther en Ruth? Nog nooit vertoond. Want wat vroegen zij, optredend als een het volledig met elkaar eens zijnde drukkingsgroep (Al Qaeda-leden zijn er broekventjes tegen) aan de Goedheilig Man?

Een Playstion 3!

Een Playstation 3. Geen bordspel. Geen kaartspel, zelfs geen kwartet. Een voorzichtig "Maar jullie spelen toch graag gezelschapsspellen?" werd vakkundig in de kiem gesmoord alvorens ik de lettergreep "gra" had bereikt.

Sinterklaas. Ik heb er een haat-liefdeverhouding mee.

Liefde vanwege de heerlijke kindherinneringen, die me de gespannen maar o zo verwachtingsvolle sfeer zo voor de geest kunnen halen. De wonderlijke nacht van 5 op 6 december, de langste van het jaar. De warme chocomelk, het bij de schoorsteen op de loer liggen tot we op de grond in slaap vielen. De warme kruik die mee naar bed ging. De 364 resterende avonden van het jaar verzonken erbij in het niet.

Haat vanwege de zondvloed van valse, en meerbepaald de duidelijk als vals herkenbare sinterklazen. Spontaan zie ik me weer tijdens een fietstochtje met mijn dochters, een jaar of vijf geleden, in de met veel jonge gezinnen bevolkte wijk "Park Ter Heide" in Averbode. Eind november. Op minder dan een half uur tijd kwamen we er drie tegen. Drie! Vergezeld door al even wansmakelijk en onzorgvuldig geassembleerde zogenaamde pieterbazen. Eentje wurmde zich, samen met zijn 200 kg., voornamelijk dood, gewicht in een fiat Punto, daarbij zijn mijter tegen de dakrand van het autootje stotend. Daardoor kwam de witte elastiek bloot te liggen waarmee zijn baard op zijn plaats werd gehouden. Een tweede exemplaar stapte ons een paar minuten later uit een zijstraat vrolijk tegemoet, niet schrijdend, zoals een oude man hoort te doen. Neen, hij rende bijna. Twee pieten met evenveel zakken in zijn zog. Hij droeg Adidas sportschoenen. Zwart. Met witte strepen. We konden nog net op tijd weg komen. Wij waren tenslotte per fiets, hij te voet. Maar het was kantje boordje. De derde was zelf per fiets, zwarte piet op het achterzitje. Je verwacht het andersom, maar neen. Moet kunnen. Hij trapte zich de ziel uit het lijf. Waarschijnlijk achter op het schema. Daarbij waaide zijn baard zo hoog op dat het sujet zijn echte baard, ros van kleur, vol in het zicht kwam te liggen. U kunt zich voorstellen welke toeren ik heb moeten uithalen om mijn diepgelovige dochters, toch wat de Sint aanging, deze confrontaties te besparen.

Zoiets komt bij mij de schouw niet in.

Tot overmaat van ramp zag ik dezelfde dag ’s avonds het exemplaar van 200 kg opnieuw. Hij stond BBB-gewijs (Bovenkant Baard op Buikhoogte) en met een verkreukelde mijter biljart te spelen in de cafetaria van zaal "Familia" in Averbode. Liters bier binnen handbereik. Lallend dat hij die avond nog vijf kindjes moest doen. Eén van zijn Pieten moet gemerkt hebben dat ik helemaal niet was opgezet met de publieke verkrachting van het heilig icoon. Hij trok de pseudosint weg van de biljarttafel met de legendarische woorden: "We sleuren hem er nog wel door vandaag". Wie die kinderen er achteraf door zou sleuren kwam blijkbaar niet bij hen op. De kerstman?

Pas op, hij bestaat, de Sint. Ik heb hem ooit gezien. De échte. Ergens begin december 1967. In Zichem. In de Dema, een plaatselijk supermarktje. Grote rij kinderen. Groepje ouders, voornamelijk vrouwelijke, eromheen. Sinterklaas. Daaronder een troon. "Zie ginds" op de achtergrond. Piet was even weg. Toonde aan een klant waar de sterk afgeprijsde steunkousen zich bevonden. Ik mocht op schoot. Dan de vraag der vragen: "Ben jij braaf geweest, lief kind?". Ik meende in die vraag zelf reeds het antwoord te ontwaren en knikte luid van ja. Ik was nog niet uitgeknikt of zijn repliek was al daar: "Ik dacht het niet." Ijselijke stilte. Dát, beste spellenvrienden, was de echte. Ik heb hem daarna nooit meer teruggezien, mede door het feit dat de Dema het jaar daarop omwille van duistere redenen er niet meer voor opteerde om de Heilige Man nog uit te nodigen, maar hij was het.

Gelukkig krijgen de valse sujetten wat ze verdienen. Klik daartoe op de volgende link en geniet. http://www.zideo.nl/index.php?option=com_podfeed&playzideo=6c4971556e56673d&zideo=6b3471546e413d3d

En als je perse de valse Sint wil uithangen doe het dan onmiddellijk goed. De onderstaande link geldt in dat geval als referentiekader:

http://nl.youtube.com/watch?v=a4iPafjjGEA

Ik wil u, op Sinterklaasavond, toch nog een paar cadeautips geven voor als u over één of meerdere spruiten beschikt. Ik weet het, ik ben er wat laat mee. Daar zijn gegronde redenen voor. Aanslepende problemen met mijn internetconnectie hebben mijn blogwerkzaamheden ernstig verstoord. Maar beter laat dan nooit, nietwaar? En onder de kerstboom moet tenslotte ook nog wat.

Cheeky Monkey (Face2Face Games)

Een Kniziaatje waarin je verschillende soorten dieren moet verzamelen (fiches). Speelt snel. Is speltechnisch absoluut kindvriendelijk (trekken van fiches uit een lekker stevige zak). Trek je een aap krijg je wat extra mogelijkheden. Wie op het eind de meeste dieren van een bepaalde soort heeft krijgt nog bonuspunten. Volwassenen komen ook aan hun trekken want er zit toch een beetje en gokelement in. Weten wanneer je moet stoppen met beestjes trekken is belangrijk. Eén minpuntje. De illustraties zien er niet uit.

Schatztaucher (Schmidt Spiele)

Een Kniziaatje over het opduiken van diepzeeschatten. Leuke gimmick, het wonderlampje dat erbij zit. Daarmee kun je a.h.w. doorheen een gedekt tegeltje kijken. Ook hier moeten weer setjes worden verzameld. Speciale dobbelstenen bepalen hoe diep en of je wel mag duiken. Gulzigheid wordt ook hier niet beloond. En, o horror, je komt onderweg ook diepzeemonsters tegen. Daar moet je dan tegen vechten. Leuk.

Monza (Haba)

Voor de kleintjes onder ons. Racen met Haba. Mooi, klein en dus snel meegenomen op skivakantie. De kleuren op de dobbelstenen bepalen over welke vakjes je verder mag. De kindjes leren hier al een beetje plannen en combineren. Voor de oudere kleuters onder ons pure fun.

Mr. Diamond (Ravensburger)

Topper, maar al ettelijke jaren uit. Zie je hem liggen op één of andere rommelmarkt en hebt u klein grut, hap dan onmiddellijk toe. Diamantjes worden willekeurig geplaatst op een bord waarop reeds een aantal gelijkaardige diamanten vast zijn bevestigd. Je moet de loszittende zien te bemachtigen. Moeilijk want je ziet het verschil met de vaste niet. Te spelen met de kaarten of zonder, waaronder de favoriet van mijn jongste: de gapkaart. De naam zegt het zelf. Altijd dikke pret dit, vooral als er nog maar één loszittende diamant op het spelbord staat. Ook leuk voor de papa’s en de mama’s. Maar zijn diamanten dan ook niet mama’s beste vriend?

Zapp Zerapp (Zoch)

Hoogwaardig tactiel en auditief spelgenot. Een mens erger je niet met een enorm leuke twist. Ik ga er niet verder over uitweiden maar de hectische en uiterst leuke manier waarop je je verplaatsing voorbereidt is meer dan de moeite waard.

Schatz der Drachen (Winning Moves)

De beste memoryvariant die ik ken. Weer eentje van Knizia. Weer setjes verzamelen. Van speelgoed dit keer. Weer "push your luck" maar o zo leuk. Het blijft nooit bij één partij. De draakjes en de spinnen geven dit spel extra cachet. Hier zit meer tactiek in dan je denkt. Is ook in het Nederlands verschenen. Haast u naar de winkel.

Animalia (Game Works Inc / Hurrican)

Ook hier weer setjes verzamelen. Wat is dat toch met die setjes? Weer dieren. Prachtige kaarten, waaronder een paar dieren die extra vaardigheden bezitten zoals stelen, de bovenste kaarten van de gedekte stapel bekijken en in een volgorde naar keuze leggen en pakjes (kaarten) weggeven. Snel gespeeld, drie ronden, en een revanche zit er altijd in. Prachtige kaarten. Je bent bijna bang er met je grijpgrage tengels aan te komen. Dus niet spelen als de kinderen net van tafel komen. Of van het speelpleintje. Of van het toilet.

Stef Stuntpiloot (MB / Hasbro)

Wie graag in hogere sferen vertoeft en daar bovenop ook een flinke portie hilariteit en fingerspitzengefuhl wil komt hier uitermate aan zijn trekken. Prachtig uitgevoerd en een genot om naar te kijken. Ik was ooit getuige van een sessie van vier spruiten boven de 40 die er een avondvullende activiteit van hebben gemaakt. De spruiten voor wie dit spel eigenlijk bestemd was stonden met een pruillipje aan de kant toe te kijken. We hebben de grote spruiten uiteindelijk van het spel moeten losrukken. Verslavend. Voor groot en klein.

Biberbande (Amigo Spiele)

Kaartspelletje met een vleugje memory. Extra gekruid met speciale actiekaarten. Een goed gevoel voor timing is belangrijk. Speelt snel en is ook erg leuk met twee. Je bepaalt zelf wanneer een spelronde eindigt. Maar dat kan alleen als je echt zeker van jezelf, en daardoor ook van de ander, bent. Blijft nooit bij één partij. Doel: zo weinig mogelijk punten halen. Als uw spruiten wat moeite hebben met rekenen, meerbepaald aftrekken, speel dan dit met hen. De juf of de meester gaan niet weten wat hen overkomt.

Alles Im Eimer (Kosmos)

Hebben uw knuffelbeesten dan weer moeite met optellen is dit een absolute aanrader. De stapel emmers van je tegenstanders omgooien is de boodschap. Kaartgestuurd en hilarisch. Pure lol. Een tip: probeer de eerste editie vast te krijgen. Die is uitgebreider.

Crazy Chicken (Ravensburger)

Kaartspelletje voor twee. Heerlijk ontspannend. Probeer het met uw kinderen en u bent allemaal verkocht. Hebt u meer dan twee spruiten in huis, bereid u dan voor op kletterende ruzies. Koop in dat geval meerdere sets. Voor de prijs moet u het niet laten. Het zal in alle geval goedkoper zijn dan al het glaswerk dat er anders aan gaat.

Walk The Dogs (SimplyFun)

De spellen van deze uitgever worden in Amerika aan de man gebracht zoals bij ons de Tupperware-attributen aan de veeleisende moderne vrouw. Met demonstraties aan huis dus. Mijn natte droom (niet de veeleisende moderne vrouw, wel de manier van promoten en verkopen van deze uitgever). Een hoop plastic honden, een kleine zestigtal, wordt op één lange rij op tafel gezet. Kaarten bepalen of je honden aan de kop of aan de staart van de rij mag nemen. De honden die je neemt plaats je in een eigen rij. Later genomen honden worden vooraan of achteraan, of allebei, aan je eigen rij toegevoegd. Op het einde van het spel scoor je punten voor de honden in je rij. Dezelfde aangrenzende soorten leveren meer punten op. Er loopt ook nog een hondenvanger rond die je rij aanzienlijk kan inkorten. Leuk. Mijn jongste wil dit altijd weer spelen.

Hush Hush Kleine Hexe (FX Schmidt)

Grote heksenhoeden met daaronder gekleurde pionnetjes. Zo snel mogelijk met eender welk pionnetje de overkant van het spelbord bereiken is de boodschap. Alleen weet je niet altijd meer zeker onder welke hoed welk pionnetje nu weer zit. Eenvoudig, mooi en stevig materiaal en snel te spelen. Een revanche? Altijd. Speel dit met uw klein mannen en ze zullen u altijd in hun zak steken.  

Hick Hack in Gackelwack (Zoch Verlag)

Ik denk dat jij denkt dat ik denk dat jij dat gaat doen en dat zullen we dan nog wel eens zien. Kaarten op bepaalde agrarisch getinte lokaties uitspelen en hopen dat het iets oplevert, meerbepaald eten. En hopen dat je zelf niet gegeten wordt. Een aanrader. Ook voor volwassenen.

Drachenland (Ravensburger)

Zwaar onderschat loopspel op een vulkanisch eiland waarin je, hoe bestaat het, setjes moet verzamelen. Setjes van edelstenen en drakeneieren. Vraagt toch al wat denkwerk. Het feit dat je met drie pionnen speelt waarvan je er maar twee mag bewegen maakt het er ook niet eenvoudiger op., maar aanspreken doet dit spel zeker. De dobbeltoren die hier wordt geïntroduceerd heeft eigenlijk, buiten de decoratieve waarde, geen enkel nut. Maar het is wel leuk voor de kleine gozers bij wie u aan tafel zit.

Piranha Pedro (Goldsieber)

In het najaar van 2004 werd Duitsland opgeschrikt door een golf van geheimzinnige diefstallen. Op opritten her en der verdwenen massaal witte kiezelsteentjes. Ze doken later allemaal weer op in de dozen van het hoger genoemde spel. Het voltallige management van Goldsieber zit naar verluidt nog altijd in de cel hiervoor. Dwangarbeid. Kiezelsteentjes hakken uit rotsblokken. Doet niets af aan de kwaliteit van dit spel. Probeer het en u bent verkocht.

Dier op Dier (Haba)

Voor de kleinsten onder ons. De titel zegt het al. Diertjes op elkaar plaatsen. Van hout, kleurrijk en fijnmotorisch goed onderbouwd. Maar het leukst wordt het als alles weer omvalt natuurlijk. Het principe van de blokkentoren omgezet naar een erg leuk "kleine kindjes spel".

Bunte Runde (Winning Moves)

Dit is een raar spel. Als je het principe van dit spel nader bekijkt ga je er bijna automatisch van uit dat iedereen op het einde net evenveel punten gaat scoren. Niet dus. Dit gegeven fascineert enorm. Verschillende vormen in verschillende kleuren liggen in een cirkel en worden verzameld door een mannetje erover heen te bewegen. Dat waarop het mannetje stopt mag je in je vooraad nemen. Neem je de laatste vorm of kleur komt het tot een waardering. Heel raar spel, maar daarom niet minder leuk. Voor de kleintjes kan er ook met plaatjes van dieren worden gespeeld.

De Verborgen Vallei (Hasbro)

Nog een onderschat spel. We zijn avonturiers op tocht door de verborgen vallei. Deze vallei strekt zich uit over de twee zijden van het spelbord. We verzamelen diamanten onderweg en  krijgen daar uiteindelijk geld voor. Kaartgestuurd en erg prettig om spelen. Komt bij ons regelmatig op tafel. Vraagt wel wat inspanning van het gemiddelde kinderbrein, maar het is zeker de moeite. Het race-aspect, het kaartmanagement en het dwingen van je tegenstanders tot omwegen maakt dit spel ook heel interessant.

Hu Huh (Haba)

De spoken in de kastelen krijgen voor de zon opkomt. Daar gaat het om in dit spel. Je wint of je verliest samen. Maar als de zon wint is dat helemaal niet erg. Welk kind treurt nu omdat het zonnetje schijnt? Dus eender hoe het spel afloopt, alles is goed.

Hopelijk kunt u hiermee aan de slag.

Als gevolg van mijn falen zal de Playstation 3 in of naast de drie schoentjes liggen. Maar hij zal niet alleen zijn. Hij wordt vergezeld door een andere, bijna even grote en absoluut kleurijker doos: Schatztaucher van Schmidt Spiele. Overstag gaan zullen ze, de twee jongste toch.

Tot slot nog dit. Wat u wellicht niet weet, en ik tot voor kort ook niet, is dat iedereen, u ook dus, op Sinterklaasavond aan de Goede Man mag vragen wat u maar wilt. Eén voorwaarde: wat u vraagt mag niet van materiële aard zijn. U zult zien, het zal u worden gegeven.

Ik weet al welke wens ik vannacht in mijn bedje, starend naar mijn sterrenloze plafond, zachtjes zal prevelen.

Vol verwachting klopt mijn hart.

Dominique

17:44 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

13-11-07

Poespoespoespoespoespoespoespoes!

We hebben het allemaal wel eens meegemaakt. Een kat in een zak gekocht. Of, als we echt veel tegenslag hadden, meerdere katten in dezelfde zak. Zo herinner ik mij een collega in een vorig leven, laten we haar gemakkelijkheidshalve Kathleen noemen, die op een dag glunderend met het grote nieuws kwam dat ze een nieuwe auto had gekocht. Een Skoda! Ik herinner me ook de blik van verstandhouding die wij, collega’s, toen met elkaar uitwisselden: "Dit komt niet goed." En ja hoor, enkele maanden na aankoop begon de spreekwoordelijke zak stilaan scheuren te vertonen en sprong de ene na de andere al even spreekwoordelijke kat er vrolijk uit. Voorbeelden? Niet willen starten als het regende, niet willen starten als het mistte, stilvallen als de zon begon te schijnen, claxonneren als je de binnenverlichting aandeed en omgekeerd, kofferdeksels die niet meer open of dicht wilden, richtingaanwijzers die constant bleven branden en dimlichten die de richting begonnen aan te geven. Dit is maar een kleine greep uit de, in aantal steeds maar toenemende, ongemakken waarmee Kathleen af te rekenen kreeg.

Kathleen, gezegend met een eigenschap waarvoor ik soms een ledemaat veil heb, namelijk optimisme, benaderde de problemen op haar eigen onnavolgbare manier. Als we haar tijdens een ritje bijvoorbeeld vroegen: "Kathleen, wat is toch dat constant rammelend geluid achteraan?", antwoordde ze zonder verpinken: "Geen erg hoor. Da’s net heel geruststellend. Dat betekent dat alles er nog aan hangt." Een aanpak waarmee ze zelfs de grootste criticasters de mond kon snoeren. Tot die bewuste 25 april 1987, de dag waarop ze op de grote buitenring rond Brussel, meerbepaald ter hoogte van de afrit Neder-Over-Heembeek, werd voorbijgestoken door haar rechter achterwiel. Dat voorval luidde het einde in van de sociale functie van haar Skoda 130. Kathleen vond geen vrijwilligers meer om mee te rijden, zelfs geen carpoolkandidaten. Gazons moesten dringend gemaaid, er stond nog van alles op het vuur, schoonmoeders kwamen massaal op bezoek, gasvuren moesten plots dicht, bijbelstudies drongen zich op en op een bepaald moment verwachtte iemand met een acuut gebrek aan inspiratie zelfs een getuige van Jehova.

Toen uit een vergelijkende studie bleek dat het autootje van Kathleen meer tijd doorbracht onder het dak van de garagist dan in haar speciaal aangekochte designcarport was de maat vol. Skoda buiten! Al liep ook dat niet van een leien dakje. Hij wou niet starten. Ze hebben hem moeten wegslepen. Er kwam iets Japans voor in de plaats. Daar rijdt ze nu nog altijd mee.

Om maar te zeggen dat een Kathleen wat kan meemaken in haar leven.

Ik gaf nu het voorbeeld van een, weliswaar van de oude generatie daterend, Oostblokproduct, maar er zijn binnen de spellenwereld gelijkaardige voorbeelden te vinden. Neem nu "Aquaduct" (Schmidt Spiele). Onlangs gespeeld en ik ben er nog altijd niet goed van. Eén van de medespelers die toen mee aan tafel zat is zelfs nog in therapie. Krijgt acute angstaanvallen als hij alleen nog maar het woord "20-zijdige dobbelsteen" hoort, laat staan dat hij er eentje ziet. U bent gewaarschuwd. Wees gerust, ik kom er nog uitgebreid op terug. Als de misselijkheid wat is weggeëbd. Die bijdrage zou ik op een nuchtere maag lezen als ik u was.

Maar ziet: de redding is nabij. Nu mag het, een kat in een zak kopen. Want we kunnen dit sedert een paar weken in een veilige omgeving. Onder de vorm van een spelletje. Geen gedoe achteraf. Of je moet écht wel met rancuneuze spelers aan tafel hebben gezeten.

"Filou" heet het schatje. Het werd gecreëerd door Friedemann Friese, binnen de spellenwereld beter gekend als "die met zijn groen haar".

En we zijn vertrokken voor de tien geboden.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

"Filou, Die Katze Im Sack" is een kaartspelletje. Ik gebruik bewust het verkleinwoord omdat het in een klein doosje zit, op een kleine 20 minuten te spelen is en het maar een klein gedeelte aanspreekt van uw, ongetwijfeld erg grote, hersenen.

Ja, wat zijn wij eigenlijk? Goed gek in ieder geval. Moet wel als je je benen bewust onder tafel schuift om een kat in een zak te kopen. Weet je wat? Laten we gewoon onszelf blijven in dit spel., zijnde een stelletje ongeregeld dat er alles aan gelegen is om onszelf aan de spellentafel te verrijken terwijl we onze tegenstanders met speltechnisch afval, zijnde minpunten, proberen op te zadelen.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Thematisch? Ik zou het niet direct zo durven stellen. Maar aan de andere kant weer wel. Sorry hoor, ik heb zo van die dagen. Het is het zoveelste kaartspel waarbij je zoveel mogelijk pluspunten probeert te halen en zo weinig mogelijk minpunten. Maar is dat erg? Ik vind van niet. Omdat het leuk is.

Op zich heeft dit spel geen thema nodig, het functioneert ook goed zonder. Alleen verbaast het mij een beetje dat men nooit eerder op het idee is gekomen om het "kat in de zak"-spreekwoord aan een kaartspel te linken. Want daar gaat het uiteindelijk in de meeste kaartspellen om: je tegenstanders brol aansmeren.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Yep!

Oei, da’s wel heel kort als statement. Dat kan ook wel tellen natuurlijk maar u wilt, gulzig als u bent, waarschijnlijk meer. Daarom hieronder een korte samenvatting van de regels.

Wat voor ons op tafel ligt is een kaartspelletje voor 3 tot 5 spelers. Niet meer, niet minder.

We hebben allemaal een set van 10 kaarten. Iedereen heeft hetzelfde pakketje. Om aan te geven welke kaarten van welke speler zijn, zijn de achterkanten (van de kaarten) in verschillende kleuren. Een set bestaat uit katten met een positieve getalwaarde (3, 5, 8, 11, 15), een (waar halen ze het) roze konijn met waarde 0, twee katten met waarde –5 en –8, een grote hond en een kleine hond.

Daar bovenop ligt er, afhankelijk van het aantal spelers, nog een rijtje muntkaarten in het midden van de tafel, voorafgegaan door de kaart "kat in de zak".

We krijgen ook allemaal nog 15 "muizen", de munteenheid in dit spel. De rest gaat in de bank.

Ik ga even uit van het maximale aantal spelers. Op de muntkaarten (met de waarden 2,3,4,6) worden hetzelfde aantal munten gelegd. De zakkaart blijft leeg.

De startspeler legt één van zijn 10 handkaarten, uiteraard vrij te kiezen, gedekt onder de "kat in de zak-kaart". In uurwijzerzin volgen de medespelers zijn voorbeeld. De tweede speler legt een kaart gedekt onder de muntkaart met waarde 2, enz. Dat zijn de kaarten die in deze biedronde worden aangeboden.

Dan wordt de kaart onder de "kat in de zak-kaart" omgedraaid en begint de eerste biedronde. Je mag zoveel bieden als je wilt, als je maar boven het vorige bod gaat. Je mag ook passen, dan neem je gewoon het geld dat op de eerstvolgende muntkaart ligt en je ligt eruit voor deze ronde. Als de voorlaatste speler heeft gepast wordt de laatste kaart omgedraaid en de overblijvende speler krijgt na betaling van zijn bod aan de bank alle kaarten van deze biedronde. Die bewaart hij voor de eindscore. Dat kunnen pluspunten zijn, maar als je pech hebt ook minpunten. Het spel heet "Filou, Die Katze Im Sack", weet u nog?

De honden zijn een stelletje apart. Als ze mee in het aanbod zitten schieten ze in actie. Een grote hond gaat achter de kat met de hoogste positieve waarde aan. Beide kaarten worden uit het spel genomen. Een kleine hond gaat achter de kat aan met de hoogste negatieve waarde en beide kaarten worden dan eveneens uit het spel genomen. Zijn er meerdere honden aanwezig in het aanbod beginnen ze met elkaar te vechten en dan gaan alleen zij eruit. Nadat de winnaar van de biedronde zijn kaarten bij zich op een stapeltje heeft gelegd begint de volgende biedronde, met hem/haar/het als startspeler.

Het spel eindigt na de negende biedronde. De spelers tellen hun punten op, waarbij het geld dat ze nog in voorraad hebben ook als punten wordt meegeteld. De speler met de meeste punten wint.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Kwalitatief valt hier niks op aan te merken. Zoals gezegd ligt er een handige kleine doos voor ons met daarin verrassend groot uitgevallen kaarten, een spelregelboekje, plastic muntjes in groen en zwart (in het spel muizen genoemd) en een houten startspelerfiguur in de vorm van een, hoe kan het ook anders, zak(je).

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Vijf minuten. Meer is er niet nodig om dit spelletje uit te leggen en startklaar te maken. Je moet al van heel slechte wil zijn om er langer over te doen. Ik weet dat deze laatste groep mensen bestaan, maar daar wil ik nu even niet aan denken.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Lekkere grote, kleurrijke kaarten. Wat wil een gebrilde of gecontactlenzueerde mens nog meer? Als u tijdens dit spel visuele problemen ervaart raad ik u aan dringend, maar dan ook echt dringend, uw oogarts te raadplegen. Na behandeling, en het bijbehorende schrikeffect na het besef met wie u allemaal aan tafel hebt gezeten, gaat er een wereld voor u open. Geloof me.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Kijk, geluk is voor mij een spelvoorwaarde. Er zijn er die daarin grondig met mij van mening verschillen, maar die schrijven deze blog niet. De snelheid waarmee mijn kwijlmondje naar gortdroog evolueert bij de mededeling "dit spel is volledig geluksvrij" is legendarisch. Dit spel kent uiteraard geluk. Het is een kaartspel nietwaar? Maar dit spel kent ook bluf. En durf. En psychologisch inzicht. En, tot op zekere hoogte, voorkennis. En een roze konijn met waarde 0. Laten dat nu net toevallig onderdeeltjes zijn die mij ten zeerste bekoren. Hebt u moeite met geluk (ik kan het me nauwelijks voorstellen), neem dan de rest er gewoon bij. En geniet.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

U zult zich, als u hiernaar op zoek bent, geen buil vallen. Of beter: u koopt geen kat in een zak. Er wordt wat afgelachen aan tafel. Soms hebben die lachsalvo’s merkwaardige overeenkomsten met de kleur van de doos van dit spel, zijnde groen, maar een kniesoor die daarop let. Als u toevallig Yves Leterme heet, neem dit dan eens mee naar de onderhandelingstafel. De sfeer zal zienderogen verbeteren. En het thema sluit wonderwel aan bij de inhoud van uw werkzaamheden. En het belangrijkst van al, Yves: het spel is taalonafhankelijk.

Gij zult niet te lang duren.

Hebt u een klein half uurtje? Meer heb je niet nodig hoor maar ik weet nu al dat het gaat uitlopen. Omdat u zich amuseert. U gaat de tijd uit het oog verliezen. En later op de avond met de deegroller van uw eega geconfronteerd worden als u van de mannelijke kunne bent. Uw uitroep: "Maar schat, ze hebben me een kat in een zak aangesmeerd!" zal daar niets aan veranderen.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Gegarandeerd. Makkelijk te leren, snel gespeeld en ambiance verzekerd. Er zijn er die voor minder overstag zijn gegaan.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Dit is een uiterst leuk en biedspel. De regels zijn kort en duidelijk en voor je het weet ben je bezig. Het spel wint aan charme met meer spelers. Het is erg bevredigend katten met een negatieve puntenwaarde aan je tegenstanders te bezorgen. En ook de honden kunnen één en ander nog onverwachts doen kantelen.

Geld is belangrijk. Zit je door je voorraad heen ben je gedoemd om een paar rondes bijzitter te zijn. Voor spek en bonen dan. Het zorgvuldig beheren van je financiële mogelijkheden is erg belangrijk in dit spel. Zeker als je weet dat elke niet uitgegeven "muis" op het einde nog een punt waard is.

Tot besluit nog enkele kernwoorden: leuk, groen, snel, ambiance, gezellig, revanche, roze konijn met waarde 0. Staan deze kernbegrippen hoog aangeschreven in uw woordenboek, spelen die handel! En vraag even of ik tijd heb. Het antwoord zal ja zijn.

Dominique

 

Filou (2F-Spiele / Rio Grande Games)

Friedemann Friese

3 tot 5 spelers

20 minuten

 

 

 

 

 

 

19:50 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

04-11-07

Marathon van Essen. Nieuw wereldrekord: 16:3.57

Nog niet goed van Essen bekomen of daar was hij al: de Spellen-Van-Essen-Marathon.

Mededeelnemers aan de marathon: Kris, David, Mathias en Kristof. Dat zijn niet de minste. Geef ze een klein beetje speelruimte en je hebt ze niet meer in de hand. Ik zou er niet graag mee in de file staan. Elk gaatje duiken ze in. Ze geven je geen enkele kans. Geen scrupules. Een voorbeeld: er bestaat binnen de bord- en kaartspellenwereld een ongeschreven wet die zegt dat je de thuisspeler altijd moet laten winnen. Daar hebben die mannen dus nog nooit van gehoord. Ik, timide als ik ben, probeer dan tussen de regels wat hints in de juiste richting te geven, bijvoorbeeld door te zeggen: "Ik voel dat ik het volgende spel wel eens zou kunnen gaan winnen." Het antwoord is veelzeggend: "Zeg, die croissants daar, zijn die voor ons?" Onbeschaamd, alsof ze thuis zijn godbetert, vegen ze de vloer aan met elke elementaire regel van de speletiquette. Ik moet ze dringend heropvoeden, dat is duidelijk. Ik hoop dat Die Van Hierboven mij daarvoor nog voldoende tijd gunt. Een jaar of vijftig moet volstaan. Alhoewel.

Maar soit, voor ik aan dit levenswerk begin, een overzicht van de marathon.

David had af te rekenen met een structurele ochtendfile in zijn badkamer en arriveerde een half uurtje later. Dus trokken Kris en ik als aperitief dan maar een blikje "San Juan" open. Het is nog steeds mijn meest gespeelde en favoriete spel en het ziet er niet naar uit dat hier op korte termijn verandering in zal komen. Snel opgezet en snel te spelen, en elke keer weer anders.

De eerste sessie werd gewonnen door Kris (een teken aan de wand voor wat verder die dag zou volgen) die met een wel heel erg open vizier voluit voor de gildehalstrategie ging. Heel het spel wanhopig via de raadsheer op zoek gegaan naar wat gebruiksvriendelijks, maar niks gevonden, zelfs niet in combinatie met mijn in de tweede ronde al gebouwde bibliotheek. Het was niet die van Alexandrië, dat was duidelijk.

Deel twee echter zou zich kenmerken door een briljante en uitermate zoet smakende weerwraak. Gildehal al snel op de hand, ook heel vroeg in het spel even een smederijtje neergepoot en daarna volop gas gegeven. Als genadeslag nog even een raadhuis op Kris’ zijn boterham gesmeerd en de 1-1 was een feit. Maar ik moet hem in het oog beginnen houden, hij leert te snel bij.

Ondertussen was David binnengewaaid en kon het startschot voor de marathon worden gegeven.

Antler Island (Fragor Games)

Bent u minderjarig, dan moet u nu stoppen met lezen. Scrol gerust al verder tot het spel Djarleering en wacht daar even op ons. Want dit spel, meerderjarige dames en heren, kun je alleen winnen als je goed van bil kunt gaan (voortplanten, vrijen, faire l’amour, boembsen, van jetje geven, neuken, vossen, een beurt geven, binnendoen, batsen, ballen, bonken, in-betweenen, ketsen, kezen, kippenhokken, kniepen, palen, naaien, paren, poepen, pompen, poten, seksen, soppen, vogelen, vozen, wippen). Bezin u even voor u uw zware artillerie op ondergetekende richt: ik heb dit spel niet uitgevonden. Dat zijn twee Schotten, The Lamont Brothers. Dragen rokjes, en niet eens zo’n mooie ook, en dat doet duidelijk wat met een mens. Hebben dit spel waarschijnlijk uitgevonden om de frustratie vanwege hun krimpende geslachtsdeel (vanwege de tocht) te compenseren. Aan broeken hebben ze waarschijnlijk niet eens gedacht. Moesten we in de middeleeuwen leven, die twee stonden na een korte tête á tête met de pauselijke inquisitie nu al te smeulen op de brandstapel, rokjes incluis.

Neuken dus, a volonté en liefst zo veel mogelijk. Als er kinderen mee aan tafel zitten adviseren de spelregels aan te geven dat de "hertjes elkaar zoveel mogelijk moeten proberen te kussen". Mijn advies: niet doen!. Voluit gebruiken voor de seksuele voorlichting dit spel! Massaal verspreiden in scholen en laat die klein mannen maar eens goed hun gang gaan. Alleen scholen met welluidende namen als "De Zusters Voorzienigheid Van Bernadette Van Lourdes" zou ik nog even links laten liggen. Er zitten trouwens wel meerdere levenslessen in dit spel. Dat alleen de sterkste kan winnen bijvoorbeeld en dat je in het grote spel dat leven heet alleen kunt winnen als je, euh, wint. Of dat je om gezond en sterk te worden zoveel mogelijk moet bewegen en groenten eten. Maar neuken blijft de hoofdzaak. Zonder bij elke gelegenheid van bil te gaan kan je de winst in dit spel op je geslachtsdeel schrijven. Nu is "winst" gelukkig een kort woord, maar toch. Er zit zelfs een actiefiche in de doos waarmee je in dezelfde beurt nog eens extra van jetje kunt geven. Ik heb het uitgerekend: als alles meezit, maar dan ook alles, mag je in één beurt vijf keer. In één beurt! Geef toe, wie droomt er niet van en welk ander spel biedt deze mogelijkheid? Pornstar niet hoor. En ik ken nog andere spellen waar vermenigvuldigen af en toe eens aan de orde is, maar de promiscuïteit die hier wordt gepropageerd overtreft alles.

Ik ga er niet verder over uitweiden. Ik ga hier in een latere bijdrage nog uitgebreid op in (hebt u ‘m?).

David won, al zegt dat misschien meer over David dan over het spel. Het likkebaardend genoegen waarmee hij de jonge hinden achterna zat doet het ergste vermoeden.

Darjeeling (Rio Grande Games / Abacus)

Thee verzamelen, achter je zichtschermpje kisten vullen met het goedje, heb je volledige kisten samengesteld op een schip laden die handel en daarmee hopelijk in het begin van de volgende ronde punten scoren. Wie het eerst 100 punten scoort, luidt het speleinde in. Wie dan, na aftrek van de minpunten door niet geleverde (onvolledige) kisten, de meeste punten heeft, wint. Dat, mijn vrienden, in een theebuiltje, is Darjeeling. Het is snel gespeeld. Wij deden er 45 minuten over. Het was leuk en het speelde vlot. Geen lange wachttijden. Hou er rekening mee, als dit ooit voor u op tafel komt te liggen , dat timing heel belangrijk is en dat het scoren van bonuspunten (wat trouwens op een heel leuke manier gebeurt, in een latere bijdrage meer) het verschil kan maken. We moesten allemaal wel even wennen aan het feit dat je punten scoort in het begin van je beurt. We zijn anders gewoon. Maar eens dat aandachtspuntje onder de knie knalt dit spel lekker vooruit.

Waar ik wel problemen mee heb is de doos. Plat en langwerpig en dus nogal moeilijk stapelbaar tussen mijn andere spellen. Het aanzicht van mijn collectie begint door zulke dozen meer en meer op die van de typische Belgische lintbebouwing te lijken: iedereen komt aan zijn trekken maar het trekt op geen fluit.

Maar soit, het is leuk, het speelt vlot en overdreven nadenken is er niet bij. Wie wint dan? U mag nu beginnen applaudisseren. Bedankt! Binnenkort beschikbaar op dvd. Met extra’s.

Tribun (Heidelberger Spieleverlag / Stratelibri / Fantasy Flight Games)

"Kom, leg je aan en eet een druifje mee. En straks gaan we nog even naar mijn nieuwe slavinnen kijken." Zo moet de verwelkoming ongeveer hebben geklonken als je in het oude Rome bij een vriend op bezoek ging.

In Essen verliep de kennismaking met dit spel zo hartelijk dat ik er niet meer van kon scheiden. Meegenomen dus. Een mooi, weliswaar grauw ingekleurd, speelbord, lekker veel kaarten, een plaatsingsmechanisme dat tot op zekere hoogte aan "De Kathedraal" doet denken en voor de rest prachtig spelmateriaal. Ik was op slag verliefd. En na het eerste echte volledige spel ben ik helemaal smoor. Te spelen met vooraf te bepalen overwinningsvoorwaarden of gewoon voor de punten.

Wij speelden voor punten. Iedereen ging natuurlijk onmiddellijk voluit voor de fractie van de Vestaalse Maagden, wat niet echt ongewoon was gezien het stelletje ongeregeld dat mee aan tafel zat. Er waren er trouwens een paar die nog bronstig stonden na Antler Island, vandaar.

Kris, hij die vanaf nu in de gaten gehouden wordt, legde al snel een mooie combo op de Romeinse grasmat: invloed op de gladiatoren verzekeren, goud incasseren uit de catacomben, daarmee het bieden op de strijdwagen boosten en met die strijdwagen dan weer zijn gladiatoren beschermen. Het droeg zeker bij tot zijn glorierijke overwinning. Ik heb me, ondanks mijn schamele derde plaats (op vier) rot geamuseerd met dit spel. Wou het gelijk weer spelen, uiteraard met andere strategieën in gedachten. Voorwaar een goed teken. Danke, Herr Schmiel!

Filou (2F-Spiele)

Friedeman did it again! Een leuk kaartspelletje in een handige kleine, en uiteraard groene, doos. Kopen we een kat in een zak of niet? Heeft een kaartspel kaarten? Ja dus. Eenvoudig van opzet, snel uitgelegd en voldoende variabelen om spanning te creëren. Spanning die naarmate elke veiling vordert steeds maar weer toeneemt, altijd een goed teken. En, veel belangrijker, er werd veel gelachen aan tafel. Al meende ik af en toe rond bepaalde lachalvo’s een groene schijn waar te nemen. Heel leuk wordt het als je als laatste aan de beurt bent en daardoor de laatste kaart mag leggen. Kunt u goed een pokerface opzetten? Bent u psychologisch onderlegd? Wordt u graag tactiel geprikkeld door lekkere grote kaarten? Zit u graag op uw geld? Plaatst u graag een gokje? Spelen die handel! En aangezien de hoger genoemde eigenschappen bij ondergetekende meer dan gemiddeld vertegenwoordigd zijn, buiten de gierigheid dan, was hij de winnaar.

Giganten Der Lüfte (Queen Games)

Een spel met een zeppelin? Wedden dat ik win? Met die, niet zonder risico’s zijnde, rijmende uitspraak schoven we aan voor Giganten Der Lüfte. Een Seyfarth! Dat heeft op de gemiddelde bordspeler ongeveer hetzelfde effect als een brandende gloeilamp op een doorsnee mot. Ook op mij, ik geef het toe. Meegenomen vanuit Essen.

Het is een veredeld dobbelspel. Veredelde Puerto Rico-spelers hebben zich nu waarschijnlijk al verslikt in hun kop koffie, maar het is zo en niet anders. Dobbelen is de centrale as waar het wiel van dit spel rond draait. We hebben allemaal een fabriekje dat Zeppelins produceert en door te dobbelen kunnen we ons fabriekje upgraden met personeel, materiaal en meer van dat fraais. Wel geen secretaresse gezien, maar die denken we er wel bij. Meer uitbreidingen betekent meer modifiers voor de gedobbelde resultaten en dus hogere dobbelworpen en daardoor betere uitbreidingsmogelijkheden. Enfin, u begrijpt wat ik bedoel. Als je het echt goed doet of u wilt de goden uitdagen mag je meebouwen aan de Hindenburg. U weet hoe het met dit luchtschip is vergaan. En voor zij die het niet weten: lees het laatste woordje van de vorige zin opnieuw. Het zou wel eens kunnen dat het met dit spel dezelfde kant op gaat. Licht als helium.

Winnaar: ondergetekende, of wat dacht u?

Galaxy Trucker (Czech Games Edition)

Ik beklaag ze, al die vrachtwagenchauffeurs die zich met ware doodsverachting in het verkeer storten. Want u en ik, beste medeconsument, willen van alles kunnen kopen en dan nog liefst zoveel mogelijk en als het even kan onmiddellijk geleverd of meeneembaar vanuit voorraad. Maar toch steeds weer jakkeren als er eentje ons op de linker rijstrook ophoudt. Hypocriet zijn we. Allemaal! Over pakweg 4000 jaar zal dat niet anders zijn. Alleen zitten we dan niet meer op onze eigen planeet, vanwege weggezapt door het broeikaseffect. Snelwegen zijn vervangen door intergalactische sterrenbanen waarlangs gigantische ruimteschepen al even gigantische en soms ook wel eigenaardige vrachten transporteren. De ongemakken waarmee onze huidige vrachtwagenchauffeurs worden geconfronteerd, bijvoorbeeld het rond punt aan de Hasseltse Poort in Diest dat geteisterd wordt door het aan- en afrijdend cliënteel van de enorm populaire frituur "De Mosterdpot", is klein bier in vergelijking met wat hun verre opvolgers in 4045 gaan tegenkomen. Ik doe een greep uit de "kommer en kwel-grabbelton": piraten, epidemies, meteorietenstormen (grote en kleine), saboteurs, oorlogszones, slavenhandelaars en dan vergeet ik er nog wel een paar. Galaxy Trucker biedt ons de kans een dag uit het leven van deze helden van de toekomst mee te maken. Om u een idee te geven: onder enorme tijdsdruk een ruimteschip in elkaar boksen met alles erop en eraan (liefst een beetje stabiel en met onderdelen die min of meer aan elkaar blijven hangen), een bemanning vinden die gek genoeg is om ermee te willen vliegen, de verzekering ervan overtuigen dat deze bemanning niet gek is en je ruimteschip absoluut veilig, de ruimte in ermee en (zoals in het echte leven) zien wat ervan komt. Je komt de bovengenoemde kommer en kwel-elementen tegen, maar soms ook goodies. Als je voldoende bemanning overhoudt en voldoende onderdelen met lading die door diezelfde bemanning in de lucht kan worden houden kun je geld verdienen. Wie na drie, qua moeilijkheidsgraad en lengte stijgende, vluchten het meeste geld overhoudt, wint. Topamusement voor spelers zoals ik, die het allemaal niet te serieus nemen.

Winnaar: Mathias. Lijkt voor dit spel geboren. Ik was al blij als ik mijn vehikel opnieuw aan de grond kreeg.

Kingsburg (Mario Truant Verlag / Edge Entertainment / Ubik / Stratelibri / Ulisses Spiele / Elfenwerks)

Weer gedobbel. En ik ga het zeggen, Walter: t-o-p-p-e-r-t-j-e. We leven in een of ander gezellig koninkrijkje waar alles peis en vree is, maar waar elke winter weer een agressief legertje goblins, demonen, draken en ander fraais onze kerstmarkten wil komen verstoren. In de lente, de zomer en herfst gaat het nog. Dan leven we er rustig op los, proberen de adviseurs van onze koning te beïnvloeden voor wat gunsten en bouwen onze provincies en macht uit om zijne hoogheid nog wat extra te behagen. Het is een goede koning, geen despoot, want hij helpt de sukkelaars die achterop strompelen (lees: achteraan staan op het scorespoor). En in de winter, als het land geteisterd wordt door, gelukkig telbaar, veel gespuis komt hij ons zelfs te hulp met zijn leger. Soms is hij echter aan de gierige kant en stuurt hij maar een fractie van zijn omvangrijke krijgsmacht en dát zullen we dan wel geweten hebben. Dan valt het gespuis hier en daar binnen en plundert er lustig op los. Gevolg, verlies van goederen, gebouwen en/of overwinningspunten. Het beïnvloeden van de adviseurs, achttien in totaal, gebeurt door middel van dobbelstenen en is mooi geïmplementeerd in het spelsysteem. Steeds weer sta je voor dilemma’s, ga je voor jezelf of blokkeer je de anderen of doe je allebei? Ik opteerde voor het laatste. Het leverde me windeieren op. Laatste.

Winnaar: Kris

League Of Six (Czech Games Edition)

De laatste loodjes van de marathon. Middernacht gepasseerd en de man met de hamer stond al een tijdje naast me, klaar om genadeloos toe te slaan. Dat deed hij dan ook om 00u34. Wat ik me nog herinner van dit spel is het biedsysteem à la Evo, dat in functie treedt als je met twee spelers in dezelfde stad wil inkopen, het opslagsysteem van de goederen dat een beetje weg heeft van het verschepen in Puerto Rico en de grootte van de paardenspannen die bepalen wie wanneer mag leveren en waar. Ik vond het spelbord een beetje aan de kleine kant. De kwaliteit van de spelonderdelen, vooral de kaarten, is ook niet bijster hoog. Maar het spelplezier maakt veel goed. De spelregels zijn ook heel duidelijk en laten geen vragen open. Later meer.

Winnaar: Kris

Wat een marathon. We klokten af op 16u, 3 minuten en 57 seconden. Daar kan Haile Gebrselassie een ferm puntje aan zuigen.

Nog een gouden tip: volgend jaar treden we op op Rock Werchter. We zullen met zijn vijven het festival afsluiten op het hoofdpoduim. We spelen een conceptconcert: een partijtje Cuba. Als bisnummers spelen we Filou en Coyote en als grote apotheose gooien we de houten versie van Cuba stuk op het podium. Als u helemaal achteraan staat, wat gezien de vlucht die de kaartenverkoop gaat nemen heel waarschijnlijk is, moet u niet panikeren. U kunt alles volgen op het groot scherm. We denken er ook aan iets te gaan doen met het jonge vrouwelijke geweld van Scala, maar daar zijn we nog niet uit. Enfin, u leest het hier nog wel.

Terwijl ik dit zit te typen zingt Mira op de achtergrond "In De Fleur Van Uw Leven", een aanrader voor als u in een melancholische bui bent en vatbaar voor Algemeen Nederlands waarin toch nog een scheutje authentiek Vlaams doorklinkt. Ik word trouwens door melancholie om de oren geslagen de laatste tijd. Overgevoelig, tot op het misselijke af. Ik begin zowaar te vermoeden dat ik wel eens zwanger zou kunnen zijn. Een mirakel! Even een briefje naar "De Zusters Van De Voorzienigheid Van Bernadette Van Lourdes" voor een marketingplan. Kaarsen, beeldjes, bidprentjes, gebedstonden op afspraak en bord- en kaartspellen die ik heb aangeraakt en daardoor wonderbaarlijk goed zijn geworden. Dat allemaal aan een katholiek verantwoorde prijs te koop. En volgend jaar een stand in Essen, onder de vorm van een grote kapel, alwaar ik uw aangekochte spellen zal zegenen. En voor de jonge hinden onder ons: ik genees ook door handoplegging.

Dominique

00:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

22-10-07

LevenslEssen

 

Op 6 oktober jongstleden, een uur of zes ‘s avonds, zo herinner ik mij levendig, was ik voor de liefste der liefsten, mijn drie wolken van dochters, pompoensoep aan het maken. De tijd van het jaar, weet u wel. En terwijl ik daar stond, aan het fornuis, een beetje afwezig in het roergebied starend, vroeg ik me af of er nog wel mooiere momenten in het leven zijn dan deze, die waarop je pompoensoep staat te koken voor je dochters.

Er zijn zo van die dingen die een mens echt kunnen raken. Voor Chinese Café/Unchained Melody van Joni Mitchell bijvoorbeeld wil ik altijd wel een actieve luisterhouding aannemen. Altijd tranen. En onlangs werd ik nog vol geraakt door het bordspel "War Of The Ring" toen ik een spelletje van de bovenste plank van mijn hoogste spellenrek wou pakken maar verzuimd had er een laddertje bij te halen. En de laatste keer dat ik diep geraakt werd was op vrijdag 19 oktober. In gezelschap van een paar vrienden, in Duitsland, op weg naar huis. Op het einde van deze bijdrage hierover meer.

Mekka. Het ligt niet in Saoedi-Arabië, zoals u tot nu toe verkeerdelijk hebt aangenomen. Het ligt in Duitsland. In het Roergebied, met een hoofdletter dit keer. En het heet eigenlijk niet Mekka. Het heet Essen. Essen heeft het grootste stadhuis van Duitsland (106 meter). Otto Rehagel, de voetbalcoach die de Grieken in 2004 op een onwaarschijnlijk verdedigende manier (zó moeten je Duiveltjes spelen, René) Europees kampioen maakte, is er geboren. In 1938, vlak voor de tweede wereldoorlog. Toen Otto zes jaar was werd zijn geboortestad door de geallieerden plat gebombardeerd. Daarom zie je nogal veel nieuwbouw daar. Daaronder ook de "Messe Essen".

De gekte die zich gedurende vier dagen in oktober afspeelt in de Norbertstrasse is met geen pen, laat staan een tekstverwerker, te beschrijven. Meer dan 150.000 mensen op vier dagen. Meer dan 700 exposanten. Meer dan 500 nieuwe spellen. En die van de jaren daarvoor daar nog eens bovenop. Hadden ze wat daar opgestapeld ligt ooit op de Titanic geladen, het arme schip was al gezonken voor de motoren nog maar waren gestart. En dát zou pas een ramp geweest zijn. Niet zozeer door het zinken op zich, maar door de lading die verloren ging.

Eén keer per jaar storten spelliefhebbers uit de hele wereld zich als een roedel hongerige wolven op alles wat zich in die hallen bevindt. Als het in een doos zit en aan een doorsnee tafel kan gespeeld worden tenminste.

Ik was er ook. Het zoveelste jaar al. Twee dagen dit keer. Vermoeiend. Pijn aan de voeten. Rugklachten. Hoofdpijn. Pijn overal eigenlijk.

Heerlijk.

Ik heb spellen gekocht. Ik heb spellen bekeken. Ik heb spellen betast. Ik heb spelers in actie gezien. Ik heb schuifelaars gezien in de stand van AllGamesForYou. Het riep onwillekeurig het beeld van de draaiende massa  rond het schrijn in Mekka in mij op. Ik heb een overbevolkte Pokemon-stand van Amigo gezien. Niet met spelfanaten, wel met in het blauw gestoken hostesses die, onwaarschijnlijk knap zijnde, over elkaar heen vielen om je toch maar aan hun tafel te lokken. Ik zag een reuze ijsbeer op de stand van Kosmos. Niet echt levensbedreigend, want fake, maar toch. Ik zag twee sympathieke volwassen mannen in Schotse rokjes uitleggen hoe jouw hert het meest efficiënt en frequent van bil kan gaan. Ik zag startroopers, eerst smerig en vuil en een uurtje later proper gewassen door de hallen laveren. Ik zag elfen met vingernagels zo lang als een volwassen briefopener en puntoren waarmee je zonder problemen radio Zimbabwe kunt ontvangen. Ik zag overbevolkte springkastelen met daar tussenin het standje van Czech Games Edition, alwaar men probeerde, wanhopig schreeuwend om boven de joelende kinderstemmetjes uit te komen, spellen aan de man te brengen. Ik zag spelers in de weer met rolmetertjes om te checken of hun plasmakanon wel voldoende reikwijdte had om die vervloekte Piloakoth-eenheid weg te knallen. Ik zag Klaus Teuber, Richard Borg en Wolfgang Kramer met een gebeitelde glimlach spelfanaten va divers pluimage te woord staan. Ik maakte tot mijn groot genoegen kennis met Erwin Broens, die op de stand van Rio Grande Games "Race For The Galaxy" aan het spelen was. Ik kreeg van hem de bevestiging waarvoor ik al vreesde: de inhoud van een welbepaald keteltje pruttelt. Dit gegeven bleef me toch een beetje als een steentje in mijn schoen voor de rest van de beurs vergezellen.

Ik zag David, Pieter, Tim, Yves, Dominique. Uitwisseling van opwinding.

En ik zag meer dan me lief was mijn portefeuille.

Gekocht

Filou (2F-Spiele)

Gekocht van een spelontwerper met groen haar. Mijn moeder heeft mij altijd voorgehouden types met een afwijkende haarkleur te mijden, zeker als het een kleur is die in een doorsnee regenboog voorkomt, maar ook moeders kunnen zich vergissen. Nu maar hopen dat ik geen kat in een zak heb gekocht.

Darjeeling (Abacus / Rio Grande Games)

Ik heb er een hele tijd op staan kijken terwijl ze het aan het spelen waren. Ik heb het me ook kort laten uitleggen. Het stond me direct aan. Meegenomen.

Palastgeflüster (Adlung Spiele)

Aan Adlung kom ik altijd moeilijk voorbij zonder een kaartspelletje mee te nemen. Hun nieuwste heet Palastgeflüster. Ik weet wat geroddel een mens kan aandoen en daarom beoefen ik deze discipline liever onder de vorm van een spelletje. Ik had het in mijn broekzak zitten toen ik Miss Canada tegenkwam. Ze was onder de indruk.

Ziegen Kriegen (Amigo)

Een gezellig kaartspelletje. Ik weet er verder niet veel over, maar het is naar het schijnt leuk en snel. Twee variabelen die mij zeer aantrekken.

League of Six (Czech Games Edition)

Op basis van de voorkennis via de wondere wereld van het internet in één van mijn plastic zakken beland. Ik heb ondertussen de regels aan een intensief onderzoek onderworpen en kan nu al bevestigen dat dit heel snel op tafel gaat komen.

Galaxy Trucker (Czech Games Edition)

Ik had dit vooraf als één van de flops aangeduid. Ik moet mijn mening herzien (Erwin?). Ik heb, als was ik een volleerd ornitholoog, de stand van Czech Games Edition vanop afstand een tijdje gadegeslagen. Ik zag het spel gespeeld worden. Ik zag dat wie het spel speelde zich uitermate goed amuseerde. Ik stelde vast dat dat voor iedereen gold, zonder uitzondering. Gekocht. Ondertussen ook de regels eens grondig bestudeerd. Ik kan niet wachten. Dit wordt pure fun.

Die Wiege der Renaissance (DDD Verlag)

Ik heb het me laten uitleggen en dat beviel me zeer. Ik heb de prachtige kaarten bewonderd en ik heb het gekocht. Het is een kaartspel en u weet ondertussen dat ik daarvan hou. Hop, de zak in ermee. En waar komt in godsnaam dit afwijkende lettertype nu ineens vandaan?

Cuba Sonderedition (Eggert Spiele)

Een Havana sigaar in een kokertje en een extra tegel, samen met de rest van het spel, in een mooie houten sigarenkist. Op vrijdag in de late namiddag waren er al een 200-tal bijbestellingen voor deze editie. Benieuwd wat daar nog van komt.

Antler Island (Fragor Games)

Heel mooi uitgevoerd, prachtige (mannelijke) herten en heel tactisch en familievriendelijk, in tegenstelling tot Hameln vorig jaar. En ik moet het Erwin Broens nageven: zijn Nederlandse vertaling van de spelregels is onberispelijk.

Tribun (Heidelberger Spieleverlag)

Kon ik niet laten liggen. Er zitten elementen van Die Saulen Der Erde in (plaatsen van je mannetjes op plaatsen waar je iets wilt bekomen, maar dan zonder het gelukselement van de "grabbelzak"). Het is ook een mooi spel, al vinden anderen het spelbord nogal aan de grauwe kant. Te spelen voor vooraf bepaalde overwinningsvoorwaarden of gewoon voor de punten. Het is een korte "Schmiel", dus hoog op mijn verlanglijstje. En niet alleen op mijn lijstje. De exit polls van Fairplay wezen dit spel uiteindelijk aan als het beste van de beurs.

Animalia Reise Edition (Hurrican)

Zeer mooi kaartspel. De luxeversie lag er ook maar was mij wat te duur. De kaarten van de reisversie zijn even mooi en even groot , alleen de scorefiches ontbreken. In de plaats daarvan vinden we scoreblaadjes. Tiens, wel een schattig woord. Scoreblaadjes.

Perry Rhodan. Die Kosmische Hanse (Kosmos)

Handelen in de ruimte voor twee. Een leuke. Voor mij een "must have". Ik have het dan ook maar meegenomen.

Giganten Der Lüfte (Queen Games)

Seyfarth. Doet bij de meesten onder ons een uit de kluiten gewassen bel rinkelen. Het eerste wat echter in mij opkwam was "stijlbreuk". Seyfarth die een dobbelspel ontwikkelt, het is vragen om meer dan gewone aandacht. Weinig van bekend voor aanvang van de beurs, maar wel in volle glorie en speelbaar aanwezig op de stand van Queen Games.

Eketorp (Queen Games)

Heruitgave en grafisch een mooie update. Het origineel, best een goed spel, had wat grafiek betreft niet echt een mooie papa en mama. De plastische chirurgie heeft echter zijn doel niet gemist.

Chang Cheng (Tenkigames)

Bouwen aan de Chinese muur en ondertussen de Mongolen proberen buiten te houden. Mooi gemaakt, blufelementen, meerderheden proberen te halen en heel tactisch. Is ook snel gespeeld. Was het laatste spel dat ik heb aangekocht.

Kingsburg (Truant Verlag)

Hier keek ik eigenlijk het meest naar uit. Ik heb me een Engels exemplaar gekocht. Een heel mooi spel, gestuurd door dobbelstenen. Maar tot op redelijke hoogte controleerbaar. Intrigerend. Heel tactisch. Can’t wait.

Rocketville (Avalon Hill)

Naar het schijnt een erg slecht spel. Zelfs zo slecht dat het goed wordt. Voor heel weinig geld meegenomen. Wil blijkbaar snel gespeeld worden want zat op de terugreis vanop de hoedenplank voortdurend in mijn nek te duwen.

China Moon (Eurogames)

Drie euro moest dit kosten. Uit medelijden meegenomen.

Ghost For Sale (What's Your Game)

Bieden op landhuizen en kastelen met, liefst zoveel mogelijk, spoken. Want veel spoken betekent veel toeristen. Bluffen, deduceren, manipuleren, het zit er allemaal in. En als dat er allemaal in zit wil ik het er ook uithalen. Meegenomen.

Al deze spellen gaan worden gespeeld. Op korte termijn. Ik ga erover mijmeren, dag- en nachtdromen en schrijven. Afspraak hier.

Bekeken en niet gekocht maar toch nog rondjes lopend in mijn overvolle hoofd

Saba (Goldsieber)

Kabong! Out of the blue lag dit spel zomaar ineens bij Goldsieber op tafel. Er was weinig over geweten. Ik heb er gefascineerd naar staan kijken. Een driedimensionaal paleisje in een spel is altijd leuk, al vraag ik me af hoe lang die bordkartonnen exemplaren meegaan. De regels zijn ondertussen online gegaan. Wordt verder opgevolgd. Nog even afwachten.

Orgeon (Hans Im Glück / Rio Grande Games)

Stond na de eerste dag op de exit polls van Fairplay bovenaan. Zakte de dagen daarna wat weg maar schijnt toch een alleraardigst spelletje te zijn. Wordt binnen de categorie van de familiespellen geplaatst. Ik heb een familie. Dus ik hou dit zeker in de gaten.

Liebe Und Intrige (Goldsieber)

Het verschrikkelijke ding dat liefde heet geconcipieerd in een bordspel. Door twee, op het eerste gezicht toch, leuke meisjes. Heel mooi gedaan. Koppelen langs alle kanten. Elke speler moet proberen als eerste zijn drie huwbare dochters aan de mannelijke kunne zien kwijt te raken. Dat belooft. Nieuwe mannen zullen zich in dit spel wel kunnen vinden. Mannen met baarden uit het verre Alaska die er een erezaak van maken nooit hun auto te wassen en vinden dat het enige recht van hun vrouw het aanrecht is zul je dit niet zo gauw op tafel zien leggen.

 Container (Valley Games)

Hal 5, stand 51. Donderdag 18 november. 15u49. In beeldig blauw en met een kroontje scheurde ze sensueel plastic zakjes open met daarin minuscule containertjes en containerscheepjes. Als je het spel kocht legde ze ook lichtjes kreunend een voorraad van deze spelonderdelen in je doos. Miss Canada die met haar handen in je doos zit. Dát zijn pas verhalen voor later bij het haardvuur.

Kris was de eerste Europeaan die het spel uit de zachte handen van Miss Canada in ontvangst mocht nemen. Hij deed daar ook de uitspraak van de dag: "Ik hoop dat ze mijn containertjes juist heeft geteld."

Ming Dynastie (Hans Im Glück)

Meerderhedenspel. Ook een late verrassing. Ontsnapt voorlopig niet aan mijn aandacht.

Agricola (Lookout Games)

Ik stond er bij en keek ernaar. Drie keer. Ik heb erop staan kijken terwijl het werd gespeeld. Ik heb het me laten uitleggen. Ik heb gezien dat er twee Engelstalige demospellen werden gespeeld. Ik heb de doos van meer dan twee kilogram in mijn begerige handen gehad. Ik heb gezien dat er veel vertraging tijdens het spelen was door de vele tekst op de kaarten. Ik zag ook de indrukwekkende kwaliteit en kwantiteit van het materiaal. Ik heb meer dan me lief is het Gevoel Van De Twijfel ondergaan, het gevoel waar elke bezoeker van Spiel minstens één keer tijdens de beurs aan onderhevig is. Ik heb het niet gekocht. Ik heb er geen spijt van. Nog niet.

Cold War : CIA vs. KGB

Alleen in het Duits beschikbaar en met heel veel tekst op de kaarten. Ondertussen heb ik vernomen dat er mogelijk ook een Nederlandstalige versie komt van PS Games. Ik wacht dus rustig af. En komt die er niet is er nog altijd de Engelstalige versie van Fantasy Flight Games. Nog even de kat uit de boom kijken.

Opmerkelijk en dus vermeldenswaard

Conquest Of The Empire. Zien liggen voor 18 euro. Stapels. Ooit gekocht voor 60 euro. Ik ben er ondertussen al weer overheen.

De Mosquito Expansion voor Hive had te lijden onder productieproblemen of werd opgehouden aan de grens. Het was niet echt duidelijk. Niet aanwezig.

Monastry: de Ragnar Brothers waren er. Monastry niet. De eerste vespers zullen was weerklinken begin 2008.

Der Goldene Kompass. Twee spellen met dezelfde titel bij Kosmos. Twee verschillende. Verwarrend. Zijn ze allebei goed of is er maar één van de twee goed of zijn ze allebei slecht? En welke van die twee brengt 999 Games nu uit?

Geen 1960: The Making Of The President, of Twilight Struggle light, te bekennen op de stand van Z-Man Games. Wel in de reguliere handel. Begrijpe wie begrijpe kan. Ik had me er zo op verheugd. Maar ooit win ik ze, die presidentsverkiezingen in Amerika. U, die tegenover me zal zitten, bent hierbij gewaarschuwd.

 

Vrijdag 19 oktober. Vóór ons ging de zon onder. We zaten wat voor ons uit te staren, helemaal leeg. Plots doorbrak Ronny de stilte: "Door de schemering naar huis rijden. Het heeft toch iets." Het leven in één zinnetje samengevat. Want zijn we dat niet allemaal, spellenvrienden? Door de schemering op weg naar huis? Er zijn van die schaarse momenten dat alles klopt, waarop het universum ervoor zorgt dat alles in de juiste balans ligt. Perfectie in een notendop. Dat was zo’n moment. Daar, op 19 oktober 2007 om 19u07, in een BMW, op de A67 ergens in Duitsland.

Kris, Hugo, Jan, Ronny, Kristof: bedankt! Met jullie was het dubbel zo leuk!

Dominique

 

 

 

 

23:45 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

20-10-07

Voor ons vertrek naar hotel Bredeney nog even snel op de foto!

DSC00127aangepast

00:08 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |