03-09-09

Spiel 2009 Vorschau: Teil Drei

 

Vasco Da Gama (What’s Your Game?-Rio Grande-Lautapelit.fi)

Of Vasco zal uitvaren op 22 oktober is nog zeer de vraag. Er gaan geruchten dat het schip nog niet volledig waterdicht is en nog een jaartje in het droogdok zal liggen. Ach, geruchten zijn geruchten. We zullen na het afstappen ter plaatse de nodige vaststellingen wel doen.

De eerste indrukken zijn lovend, maar ik heb ondertussen al lang geleerd daarmee op te passen. De indruk van mijn eerste lief was ook overweldigend en zie waar we geëindigd zijn. Varen En Verkopen In Het Verre Verleden is trouwens al zo dikwijls de revue gepasseerd dat het een beetje afgezaagd wordt. En de handelingen die men in dit spel wordt geacht met veel speelvreugde te doen ook. Want wat lezen wij op BGG? Tile Placement, Variable Player Powers, Variable Phase Order en – hou u vast – Worker Placement. Dat tempert een beetje mijn enthousiasme. Maar niet dat van de hardcore speler waarvoor dit is bedoeld. Zij kunnen weer steunend, zuchtend en diep fronsend een 90-tal minuten vol aan de bak.

Wat wél voor Vasco Da Gama spreekt is de schoonheid van uitvoering. Daar krijg je bijvoorbeeld in de discipline kunstschaatsen veel punten voor. Italiaans design hebben we hier. En werden de Italianen onlangs door de Duitsers niet verkozen tot het meest aantrekkelijke volk van Europa? Maar schoonheid went. Vrij snel zelfs, dus laten we hopen dat het inhoudelijke aspect in verhouding recht evenredig is met al dat moois.

Een veeg teken is dat er op 22 augustus jongstleden nog naarstig werd gezocht naar vertalers Duits en Frans, wat het ergste doet vermoeden voor de bijsluiter.

What’s Your Game? Het is een verduiveld goeie vraag. Of het antwoord daarop Vasco Da Gama is valt nog even af te wachten.

Tot morgen!

Dominique

20:09 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-09-09

Spiel 2009 Vorschau: Teil Zwei

Colonia (Queen Games)

Laten we ons overzicht rustig verderzetten met een spel waarover we praktisch geen informatie hebben, maar er wel gegarandeerd zal zijn.

Dan hoef ik minder te schrijven.

Het spel heet Colonia, de uitgever heet Queen Games en de auteurs heten Dirk en Barbara Henn, mogelijk familie van elkaar.

Wat weten we nog? Colonia is voor de hardcore spelers onder ons, zij die zich zo graag "de echten" noemen. Ik noem ze, naar analogie met de nu nog voortreffelijke tv-serie Lost, "The Others." The Others duiden de stand van Queen nu al best aan op hun grondplannetje.

Wat we nog weten is dat het een erg mooi spel is dat in een grote doos zal zitten – formaat Shogun – en dat die doos een aanzienlijke hoeveelheid houten onderdelen bevat. The Others, zelf ook meestal behorend tot een hogere gewichtsklasse omwille van het veelvuldig zittend spelen en daardoor kortademig, zorgen dus best voor extra dragers of een trolley. Want zoals we later zullen zien gaan zij nóg het een en ander richting gezellige huiskamer moeten dragen.

Queen doet zijn reputatie van geheimhouder van zijn Spiel-catalogus weer alle eer aan. Niet teveel prijsgeven denkt men daar, want speculeren levert uiteindelijk meer gepraat op dan weten. Het lucratieve van wandelgangen, dat hebben ze goed bekeken bij Queen. Het gevolg zal zijn dat de Queen-stand weer druk bezocht zal worden, al is het maar uit nieuwsgierigheid. En als een aantal van die nieuwsgierigen ook financieel overstag gaat is dat voor Queen mooi meegenomen.

Voor de veelspeler dus. En voor de niet-veelspelers mogelijk een verademing na het figuurlijk toch wel wat te licht uitgevallen en teleurstellende Montego Bay.

Tot morgen!

Dominique

17:47 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

01-09-09

Spiel 2009 Vorschau: Teil Eins

Belofte maakt schuld.

Daar gaan we.

Schwarzes Gold (Mücke Spiele)

Toen ik de doos en het materiaal van dit spel voor de eerste keer onder ogen kreeg had ik een ongelooflijke déja-vu. Giganten anno 2009. Quasi dezelfde doos en materiaal, alleen hier en daar andere kleurtjes. Giganten was uitstekend, zowel speltechnisch als thematisch, en als u op Spiel aan de tweedehandsstandjes passeert moet u er zeker naar op zoek gaan.

Schwarzes Gold is eerder abstract. Abstracte spellen bevinden zich in een universum waar ik mij meestal ver van hou. Maar er zijn spelers die nog nooit van het woord "thema" hebben gehoord en zich tot een spelorgasme laten brengen door het verplaatsen van een knikker van het ene gat naar het andere. Misschien is dit spel wel de eerste voorzichtige aanzet voor een overstap naar een spel waarbij liefhebbers van het abstracte zich "iets kunnen voorstellen." Veel zal blijken uit hun taalgebruik tijdens dit spel. Zegt er eentje: "Ik leg nu dit plastieken vierkant naast deze plastieken parallellepipedum om straks hoog te kunnen scoren" is er voor de speler in kwestie geen hoop meer. Zegt hij: "Ik plaats nu mijn boortoren naast dat uitgebreide olieveld om later veel olie te kunnen oppompen en veel geld te verdienen" behoort een naadloze overstap naar een themaspel zeker nog tot de mogelijkheden.

Dát zou wel eens dé verdienste kunnen zijn van Schwarzes Gold.

Tot morgen!

20:19 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-08-09

Spellenverkoop

Beste medespeler,

Daar een mens in zijn turbulente leven al eens voor onvoorziene en zeer onaangename obstakels komt te staan - obstakels die het belang van onze heerlijke hobby jammer genoeg ver overstijgen - zie ik me genoodzaakt een aanzienlijk aantal spellen van mijn persoonlijke collectie in de verkoop te zetten.

U vindt de lijst op Bordspel.com en het Vlaams Spellenarchief. Elk spel gaat weg aan de zeer democratische prijs van €10.

Hieronder de links:

http://bordspelforum.yourbb.nl/viewtopic.php?f=11&t=2...

http://spellenarchief.forumup.be/viewtopic.php?t=1469&...

20:43 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-08-09

Daartoe gaat men op weg..

Beste medespeler,

Het is tijd.

Tijd om te reflecteren over Spiel 2009.

En u en passant te waarschuwen voor de valkuil der valkuilen: dat u overladen met totaal overbodige spellen huiswaarts keert (u moet op donderdag-, vrijdag-, zaterdag- en zondagavond op de A40 al die vervaarlijk slingerende wagens met Belgische en Nederlandse nummerplaat eens in ogenschouw nemen).

Dat de kiemen van de rampen die zich gaan voltrekken reeds volop werden gezaaid bewijst de  boost van spelverkoopberichten op fora en online tweedehandswinkels. De Essengangers verkopen massaal spellen teneinde een budget te vergaren dat ze op Spiel al even massaal weer gaan uitgeven. Het probleem is dat iedereen dat nú doet zodat de markt zo goed als stil ligt. Vege tekenen zijn het, en zeer verontrustend.

En hop, daar is mijn altruïstische kant weer. Om u tegen uzelf en anderen te beschermen bied ik u vanaf 1 september tot 15 oktober een soort vaginaal spelcondoom aan, een condoom dat u zal behoeden voor onnodige bevruchtingen door subtiel geëjaculeerde spelmacellen van uitgevers allerhande. Niks erger dan dat u achteraf met een hoop ongewenste bordspellenkindjes in uw huiskamer zit en u de weg naar uw Wii niet meer vindt.

Ik ga dat condoom aanbrengen met behulp van korte, maar krachtige en hoogst persoonlijke mijmeringen over wat er in oktober in de "Messe Essen"  uw richting uitkomt, of beter: de richting van uw portefeuille.

Ik ga uiteraard niet alles wat op Spiel verschijnt bespreken. Ik beperk me tot wat ik zelf de moeite van het aanhalen waard vind. Ten goede of ten kwade.

"Bij mij zijt ge veilig." Het is een gevleugelde uitspraak van cabaretier Wim Helsen. Deze profetische woorden zijn nooit méér van toepassing geweest op u en mij dan vandaag. Een gouden raad voor als we vanaf volgende week samen op weg gaan: blijf in mijn buurt, kijk niet om en kijk vooral niet in hun ogen.

Tot dinsdag!

Dominique

17:53 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: spiel 2009 |  Facebook |

23-08-09

Een Dekselse Pot!

Ik hou niet zo van het Franse chanson. Edith Piaff? Het spijt me dat ik het moet zeggen, beste medespeler, maar de dwerggeit van mijn voormalige buurman zong beter. Jacques Brel? Nooit begrepen wat men in die man heeft gezien. Johnny Halliday? Een regelrechte aanslag op de goede smaak. Had Osama Bin Laden de geniale ingeving gehad Johnny al zingend richting Twin Towers te sturen, het aantal slachtoffers was veel groter geweest. 700.000 toeschouwers onder de Eifeltoren op quatorze juillet 2009 kunnen zich toch niet vergissen, zegt u? Tja, het waren voornamelijk Fransen hé.

Neen, ik heb het niet zo hoog op met de zingende Franstalige medemens. Meer zelfs, ik gruw ervan.

De spelontwerpende Franstalige medemens daarentegen, dat is een ander paar mouwen. Philippe Keyaerts, Waal in hart en nieren, kan sinds Evo in mijn ogen maar weinig verkeerd doen. De heren Bruno Cathala en Bruno Faidutti – soms bekruipt me het ongemakkelijke gevoel dat ze één en dezelfde persoon zijn – staan hoog op mijn "te volgen-lijstje". Shadows Over Camelot heeft Serge Laget en de reeds eerder vermelde Bruno Cathala ten huize van ondergetekende een tabernakel opgeleverd, alwaar het spel samen met de uitbreiding "Merlin’s Company" achter slot en grendel wordt bewaard. Ze komen er enkel uit onder begeleiding van wierook en polifonische gezangen. Shadows Over Camelot is thuis ook het enige spel waarbij het wassen der handen vooraf verplicht is. Tot aan de ellebogen.

Veel krediet dus van mijnentwege voor de Franssprekende spelontwerpende medemens.

Maar soms gaat het ook wel eens een beetje mis.

Zelfs met de heren Laget en Cathala.

En hun spel Senji bijvoorbeeld.

Ik ga dit spel niet in detail bespreken, maar mij beperken tot mijn ervaringen tijdens mijn eerste kennismaking. Ervaringen die werden gedeeld door mijn favoriete medespelers, wiens mening ik altijd erg hoog aansla, tenzij het over Sandra Bullock gaat.

Laat ik beginnen met het positieve van Senji, want ook dat aspect is ontegensprekelijk aanwezig.

Senji is mooi. Heel mooi. Moest dit spel mij vermomd als vrouw passeren – ter hoogte van het Kruidvat in de Hasseltsestraat in Diest bijvoorbeeld – ik liep gegarandeerd tegen een parkeerautomaat op. Maar het is een spel en dan hebben we het over andere criteria wat schoonheid betreft. Een prachtig groot spelbord bijvoorbeeld, mooi afgezoomd met een scorespoor tot 80, met feudaal Japan erop. En zien we daar links bovenaan niet een detail uit het wereldberoemde meesterwerk "De Grote Golf" van Katsushika Hokusai? Kwijlsymptomen treden ook op bij het aanschouwen van de (actie)kaarten. De 18 samuraikaarten bijvoorbeeld, die elk corresponderen met een samuraifiguurtje. Ook de diplomatiekaarten (een setje voor elke speler) en de hanafudakaarten (waarvan we tijdens het spelen setjes proberen te verzamelen) zijn het bekijken en vasthouden meer dan waard. De forten, die op uw thuisbasissen worden neergezet, de "klaar in vier minuten-zandloper" en de negen gevechtsdobbelstenen zijn de afsluiters van het lijstje lekker in het oog springende spelonderdelen.

Jammer genoeg staat het spelen zelf – toch ook een niet onbelangrijk element – niet in verhouding tot de schoonheid van de onderdelen. Het eindresultaat is hier niet groter dan de samenstellende delen. Neen, 1 + 1 blijft hier jammer genoeg 1.

Om te beginnen vangt elke ronde aan met 4 minuten verplicht onderhandelen. Hierbij kan van alles en nog wat worden beloofd en uitgewisseld. En iedereen jengelt maar wat door elkaar. Niet mijn favoriete bezigheid tijdens een spel, temeer daar iemand een oogje op de zandloper moet houden. Dat leidt af. Ik heb daar in elk geval problemen mee want ik ben een man, ik kan geen twee dingen tegelijk. Speltechnisch hebben we hier dus te maken met een zeer manonvriendelijk gegeven. Dat zijn we nog niet dikwijls tegen gekomen.

Wie het eerst 60 punten haalt wint. Ook niet bepaald mijn dada. Ik hou van eindtellingen waar nog een beetje spanning inzit. Een bijkomend probleem is dat het spel neigt naar het creëren van een "wegloper", eentje van uw spellenvrienden die er op een bepaald moment op het scorespoor vandoor gaat en vanaf dan niet of zeer moeilijk terug te halen valt. Temeer daar deze speler bij de aanvang van elke nieuwe ronde de keizer op bezoek krijgt, waardoor hij de speelvolgorde mag bepalen en daar gigantisch van kan profiteren.

Japan is Japan, niks aan te doen, maar afhankelijk van je startpositie op het spelbord ben je bevoor- of benadeeld. Aan het randje ben je minder vatbaar voor aanvallen en dat is dus ideaal om tijdens de orderfase wat extra hanafudakaarten op hand te nemen. Je kunt wel altijd via de zee aangevallen worden maar als je aanvaller pech heeft kan hij wel een paar eenheden verliezen voor hij ook maar een voet aan land heeft gezet. Een potentiële agressor denkt wel even na vooraleer hij zo een campagne inzet.

Het verzamelen van setjes dan. Kijk, setjes verzamelen, dat is nu wél een beetje mijn dada. Maar er zijn grenzen, vooral die van mijzelf, en die worden in Senji zwaar overschreden. Alsof dat nog niet genoeg is worden we in het eindspel nog eens geconfronteerd met eindeloos optimaliseren bij het afleveren van de setjes in kwestie. Lees: er wordt een beetje veel geteld en opnieuw geteld en voor alle zekerheid herteld en daardoor gaat de rem erop. En het spel duurt al lang genoeg.

De overzichtelijkheid dan. Wat mij betreft was die voortdurend zoek, ondanks het feit dat de spelregels voortreffelijk werden uitgelegd. Er zijn teveel verschillende elementen die in elkaar moeten klikken. Er is zoveel om rekening mee te houden. Pas naar het einde toe begon zich bij mij enige Senji-vaardigheid af te tekenen. Meerdere spelsessies, liefst met dezelfde spelers, zouden dit probleem kunnen uitvlakken. Oefening baart immers kunst. En het spel wordt dan mogelijk iets leuker, zoals alle dingen de levens die je enigszins onder controle hebt. Maar net als ik had geen enkele van mijn medespelers na afloop zin om ooit nog oefeningetjes in Senji-spelen te doen. Voorwaar een veeg teken.

Anderhalf uur staat op de doos. Het is algemeen geweten dat uitgevers graag een loopje nemen met het aspect tijd. Zij gebruiken blijkbaar een totaal andere tijdsindeling dan wij, de normale en spelende mens. Less is more, daar gaan ze blijkbaar van uit. 180 minuten verkopen minder goed dan 90, vandaar altijd dat afronden naar beneden. Senji is in hetzelfde bedje ziek. Doe er maar minstens anderhalf uurtje bij, zeker voor uw eerste afspraakje. Wij speelden ongeveer drie uur met z’n vieren, en wij spelen altijd zonder grübler. Wat gaat dat geven als men met z’n zessen aan de slag gaat?

Besluit: niks voor mij. En mogelijk ook niks voor u aangezien mijn medespelers óók zoiets hadden van; "Nooit meer!" Maar let op, dat waren wij. Vandaar het woordje "mogelijk" in de vorige zin. Ik heb het gevoel dat er wél spelers zijn die iets gaan hebben aan een uitgebreide verkenning van Senji. Zij die Samurai & Katana (Tilsit) goed vinden bijvoorbeeld. Of Shogun (Queen Games), al ligt deze laatste speltechnisch wel iets verder verwijderd van Senji dan S&K.

Op elke pot past immers een deksel, nietwaar?

Dominique

 

 

Senji

Asmodée, 2009

Serge Laget en Bruno Cathala

3 tot 6 spelers vanaf 12 jaar

90 minuten

10:16 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-08-09

Kom je nog, Usain?

9 seconden 58 honderdsten. Als Usain Bolt onverwacht bezoek heeft is dat de tijd die hij nodig heeft om naar de bakker 100 meter verderop te lopen.

Dat lijkt imposant.

Maar dat is het niet.

Toch niet in vergelijking met mijn exploot van een vijftal jaar geleden. Toen won ik een spelletje Saga in welgeteld 5 seconden 84 honderdsten. Zonder rugwind.

U mag uw mond weer sluiten.

Saga (Yuhodo), beste medespeler, is één mijner Japanse lievelingetjes. Samen met Masquerade, Fairy Tale en Master Of Rules bekleedt het een prominente plaats in mijn kaartspellenkast, afdeling Verre Oosten.

Saga heeft mij voor zich gewonnen door middel van een geslaagde frontale aanval op enkele belangrijke zwakke plekken van mijn breekbare spelershart, namelijk:

De snelheid van uitvoering

5 seconden en 84 honderdsten, dat is niet niks. Als men dit ritme aanhoudt kan men dit spelletje – schudden en delen meegerekend – ongeveer 120 keer spelen in een uurtje. Dat record zal echter niet snel worden geëvenaard, laat staan gebroken. Het was een extremely lucky shot, maar het was wel van mij.

De snelheid van uitleggen

Dit spelletje kent een eenvoud waarvan de nekharen van elke hardcore speler overeind gaan staan. Ik vind dat een erg interessant gegeven. Zal ik de regels eens uitleggen? Elke speler krijgt vijf of zes kaarten op hand. De rest van de kaarten vormen een trekstapel. Tijdens uw beurt trekt u ofwel één kaart of speelt u kaart(en) uit. Kaarten van dezelfde soort mogen in setjes worden uitgespeeld. Uitgespeelde kaarten worden voor de speler open op tafel gelegd. Als de uitgespeelde kaart een actie genereert en/of de spelersvolgorde beïnvloedt voert u die verplicht uit. Daarna is de volgende speler aan de beurt. Het spel eindigt verplicht als de trekstapel leeg is en vrijwillig als u uw poezelige handje hebt leeg gespeeld of een totale kaartwaarde van minstens 20 punten op datzelfde poezelige handje heeft. Wie, afhankelijk van de manier waarop het spel is beëindigd, de meeste punten heeft, wint. Voor een langer (!) spel kunnen meerdere "handjes" worden gespeeld.

De prachtige en stevige kaarten

Mooi om naar te kijken, stevig om mee te spelen. En handig om te sleeven.

De kleine doos

Ik heb een zwak voor een grote hoeveelheid spelplezier in een kleine doos. Omgekeerd – een kleine hoeveelheid spelplezier in een grote doos – heb ik al veel te vaak meegemaakt. Daarom voel ik mij meer en meer aangetrokken tot kleine doosjes, net zoals een hele hoop vriendinnen uit mijn nabije omgeving, al focussen die op een andere inhoud.

De drie snelwegen die u naar de overwinning leiden

U speelt subtiel uw hand leeg, u speelt subtiel uw hand boordevol in de hoop meer dan 20 punten op hand te krijgen of u speelt tot de trekstapel is leeggehaald. In het eerste geval telt de totale puntenwaarde van de kaarten die u voor u hebt uitgespeeld (bij uw medespelers wordt de waarde van hun handkaarten daarvan afgetrokken), in het tweede geval wordt bij alle spelers de waarde van de handkaarten van de uitgespeelde kaarten afgetrokken en bij het verbijsterd vaststellen dat de trekstapel leeg is wordt, eveneens, bij iedereen de waarde van de handkaarten afgetrokken van de totaalwaarde van de uitgespeelde kaarten.

U mag zelf het einde van het spel afkondigen

Dat is nu eens iets dat ik graag doe, beste medespeler. Er komt een moment dat u mag zeggen: "Gedaan!" Het mag ook een andere uitroep zijn, maar u mág. U mag deze uitroep ook garneren met een afgrijselijke lach.

De subtiliteit die u in uw spelsysteem kunt inbouwen

Hier steekt meer in dan men op het eerste gezicht vermoedt. Lees de drie snelwegen hierboven er nog eens op na, link deze eens aan de volgende kaarten en zet uw hersenen nog eens aan het werk: de Koning (verwijdert alle kaarten uit de trekstapel behalve de onderste), de Heks (u trekt drie kaarten), de Handelaar (u kiest een andere speler die twee kaarten trekt), de Heldin (mag enkel met de andere heldin gespeeld worden: leg al je handkaarten op de aflegstapel), de Bard (elke speler geeft één kaart door aan zijn linkerbuur) en tenslotte de Demon (u mag deze kaart niet uitspelen). Dat zijn er enkele die u, afhankelijk van wat zich op het tafeloppervlak afspeelt, een waaier van mogelijkheden geven om uzelf te steunen of anderen extreem dwars te zitten.

U kunt alle kanten op

Bepaalde kaarten geven u nog een extraatje mee. U kunt het spel in tegengestelde richting sturen als u wilt, of u kunt nog eens opnieuw, of u zorgt ervoor dat de speler links of rechts van u zijn of haar beurt moet overslaan. Dat zijn leuke dingen voor spelende mensen.

Het is spannend

De drie paden naar de overwinning zijn ondanks de goede straatverlichting toch niet helemaal veilig. Het oppotten van kaarten naar de 20 puntengrens is verleidelijk maar wordt door uw medespelers ongetwijfeld opgemerkt, door de ene al wat sneller dan de andere. En dan gaan ze u counteren door kaarten uit je hand te jagen. Het leegspelen van je hand met als doel het hoogst te scoren met je uitgelegde setjes is ook niet van enig risico gevrijwaard want als er aan tafel eentje de 20 puntengrens aan het opzoeken is kun je bij de eindtelling wel eens een Pineut met een hoofdletter zijn. En wat als de Demon dan in je handjes belandt? Daar zit je dan, met één kaart in je tengels die je niet kan uitspelen. En wie heeft de Koning op hand en daardoor de absolute macht over de trekstapel? Is er wel iemand die de Koning op hand heeft?

Het enige minpunt aan dit alleraardigst spelletje is dat de voertaal op de kaarten Japans is, dus ook de omschrijving van de speciale actie van de verschillende karakters. Maar dat is niet onoverkomelijk. Na enkele beurten begin je ze al een beetje te kennen en voor de vergeetachtigen onder ons bestaan er nog altijd sleeves waardoor je onder de afbeelding van de kaart een korte beschrijving van de eigenschap kunt schuiven. Of je kopieert de achterkant van de Engelstalige (!) spelregels voor je medespelers want daarop staan ze overzichtelijk en met een kleurenafbeelding weergegeven.

Vlak na mijn 5.84 exploot – hoe ik dat realiseerde kunt u mits een beetje denkwerk afleiden uit het stukje "De subtiliteit die u in uw spelsysteem kunt inbouwen" had ik een mystieke gelukservaring die een beetje vergelijkbaar is met wat er in het onderstaande filmpje gebeurt.

http://www.youtube.com/watch?v=VNPp6x7j9I8

U begrijpt dat ik sinds die heuglijke gebeurtenis slechts één betrachting heb: dat record breken.

5 seconden 84 honderdsten. Als u ooit beter deed of doet in een spel laat het me dan gerust weten. Dan buig in deemoedig en vloekend het hoofd. En ga ik onmiddellijk aan het trainen. Voor 1 honderdste van een seconde minder.

Dominique

 

Saga (Yuhodo, 2003)

Satoshi Nakamura

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

10:24 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-08-09

Hét paardenmiddel!

Op 1 juni vorig jaar schreef ik een bijdrage met de titel "Arbeiten oder spielen? Na so was!" Deze bijdrage bevatte een lijstje met spellen die tot mijn grote vreugde doen wat ik verwacht van spellen dat ze doen: de speler ontspannen.

Zoals u weet wordt daar regelmatig zwaar tegen gezondigd. Breinbrekers en tijdverslinders worden door ondergetekende dan ook met de nodige argwaan bejegend. Meestal terecht. Niks erger dan een zware werkdag ontspannend moeten afsluiten met een partijtje Caylus.

Ik kan echter met grote vreugde meedelen dat het lijstje van 1 juni 2008 met een ontspanningsklepper van formaat kan worden uitgebreid.

De klepper draagt de naam "Long Shot" en is uitgegeven door een uitgever die mij na aan het hart ligt: Z-Man Games. De maker van het spel heet Chris Handy, mij volslagen onbekend. Al heeft een beetje research uitgewezen dat de man in kwestie toch al een paar bescheiden, zij het verder niet relevante, titels op zijn naam heeft staan. Voorbodes op zijn leukste worp tot nu toe.

Long Shot speelt zich af op de paardenrenbaan. Vooraleer u krijsend uw computer uitschakelt wil u vriendelijk maar kordaat verzoeken verder te lezen. Ik weet het, de renbaan is nu ook niet bepaald mijn favoriete biotoop - tenzij ik met een tweeloop op die gekke hoedjes zou mogen schieten - maar voor dit maak ik graag een uitzondering.

Ik zal u in enkele korte hoofdstukjes even meegeven waarom.

Daarom 1

Long Shot, beste medespeler, is beestig leuk. Dat zou voor u de eerste en enige reden moeten zijn om als de bliksem naar dit spel op zoek te gaan.

Daarom 2

Long Shot, beste medespeler, is de eenvoud zelve.

U gaat op BoardGameGeek geen 800 regelvragen over dit spel terugvinden, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is met Arkham Horror. Ik begin mij trouwens stilaan af te vragen of er tot op heden ooit wel iemand is geweest die Arkham Horror correct heeft gespeeld.

De regels van Long Shot zijn verrassend kort, eenvoudig en op een lekker handig klein bladformaat gedrukt. Meer moet dat niet zijn.

U opent de doos, leest een kleine vijf minuten en u bent vertrokken.

Daarom 3

Geen halfuur voorbereiding hier, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is bij Arkham Horror. U opent de doos, legt het spelbord op tafel, sorteert het speelgeld en geeft uw medespelers een armzalige 25 dollar (biljetten van 5, 10 en 20 dollar), legt de 104 actiekaarten tellende trekstapel op het daartoe bestemde vak op het bord, stelt de 10 paarden op, legt de 10 paardenkaarten open, sorteert de wedfiches en geeft de bewegings- en de paarddobbelsteen aan de nietsvermoedende startspeler die zich nog van zijn jas aan het ontdoen is. Vanaf dan gaat alles verschrikkelijk snel.

Daarom 4

Long Shot, beste medespeler, is op een klein uurtje gespeeld. Dit in tegenstelling tot het gemiddelde van vijf uur die Arkham Horror van u vraagt (met meestal de verkeerde regels, kun je nagaan). En omdat dit een erg leuk uurtje was wil u gelijk weer.

Daarom 5

U bent bij elke beurt betrokken partij, dit in tegenstelling tot Arkham Horror waarbij u de barstjes in het plafond ziet groter worden terwijl uw linkerbuur aan de beurt is.

Want in Long Shot jagen ook uw medespelers, gewild of ongewild, uw paard(en) vooruit. Dat is trés fun.

Daarom 6

U moet slechts kunnen tellen in een veelvoud van vijf.

Daarom 7

Het gaat vooruit. Uiteraard hoort dat ook op een paardenrenbaan, maar ik kan u zo enkele racespellen opnoemen die zo traag zijn dat u de toevallige passage van een schildpad ervaart als het voorbijrijden van een Japanse TGV.

Dobbelen, één actie doen uit vier mogelijkheden en het is al aan de volgende.

Daarom 8

U kunt de paardenmarkt op. In hoeveel racespellen kunt u datgene waarmee geracet wordt nog aankopen op het moment dat bijna drievierde van de race achter de rug is? Ik ken er niet veel en vermoed van u hetzelfde. U kunt zelfs meerdere paarden kopen als u een beetje megalomaan en egoïstisch bent. Ja, krijg maar een kleurtje.

Daarom 9

U kunt gokken in een veilige omgeving. Geen binnenvallende politie-eenheid zal u iets kunnen maken wanneer u uw handen met de duidelijke als speelgeld herkenbare briefjes in de lucht steekt. Meer nog. De kans is groot dat de dienaren der wet mee aan tafel schuiven. Dáárvoor gaan we echter snel over naar "Daarom 10".

Daarom 10

U kunt met z’n achten aan de slag. Dan duurt het wat langer maar het plezier is er niet minder om. Alleen moet u dan misschien oordopjes in want het geschreeuw aan tafel is dan echt niet te meer te harden.

Daarom 11

De paardjes lopen af en toe in de verkeerde richting. Ik weet niet hoe u hierover denkt maar ik ben deze manier van lopen zeer genegen, vooral als ze door paarden van mijn tegenstanders wordt uitgevoerd.

Daarom 12

U mag al eens een actiekaart gaan stelen bij uw medespelers. Dat vind ik een zeer aangename handeling tijdens een bordspel.

Daarom 13

U krijgt te maken met een gezonde dosis stress. Met een hele hoop gezonde stress zelfs en dit is een goede zaak voor alle pedicuren te lande, want hun inkomsten gaan aanzienlijk stijgen door het herstellen van de bijtschade aan uw vingernagels.

Daarom 14

Geen enkele race is dezelfde. Vooraf aan onze eerste echte sessie speelden we een race met enkel de dobbelstenen. Kwestie van een extrapolatie te doen naar de waarschijnlijkheid van het gooiresultaat tijdens de eigenlijke race. Het integreren van de resultaten van dit participerend onderzoek tijdens die bewuste race heeft een aantal spelers een aanzienlijke hoeveelheid kommer en kwel opgeleverd. Herspeelbaarheid gegarandeerd dus.

Daarom 15

Smaken verschillen, maar ik vind de aanblik van het aan de gang zijnde spel prachtig.

Daarom 16

U hoeft niet te winnen om te winnen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Arkham Horror waar u wel moet winnen om te winnen.

Ik verklaar mij nader.

U kunt dit spel ook winnen als uw eigen knolletje niet bij de eerste drie eindigt. Inzetten op paarden van anderen loont en kan, mits een goede timing en de juiste keuze bij het gebruik van actiekaarten, u op het einde de lauwerkrans opleveren.

Daarom 17

U krijgt af en toe gratis geld toegestopt door de bank. Hadden we het Long Shot-principe aangaande de functie van banken in de wereldeconomie geïntegreerd, we hadden nooit een kredietcrisis gehad. Wie tekent daar niet voor?

Daarom 18

U krijgt dit verkocht aan niet-spelers.

Daarom 19

U krijgt dit verkocht aan hardcore-spelers, die tijdens het spelen van Caylus, Torres, Schaak en andere vormen van dwangarbeid het hoofd meer en meer beginnen afwenden naar die luidruchtige speltafel aan de andere kant van de clubzaal waar blijkbaar wél veel plezier wordt gemaakt.

Daarom 20

U mag aan de slag met een dikke stapel actiekaarten. Ik kan daar erg van genieten. Ik raad u wel ten stelligste aan dit spel te spelen met minstens één speler met erg grote handen. Voor het schudden.

Daarom 21

Als u verliest mag u dit wijten aan het lot. Als u wint mag u dit wijten aan uzelf.

Er wordt gedobbeld en er worden kaarten getrokken. Er zijn er die voor minder een andere speltafel opzoeken. Edoch, zij zoeken in de verkeerde richting want eigenlijk hadden ze daarvoor al gevonden. Eigen schuld. Niet erg, ze komen wel weer als ze de aangezetenen aan uw speltafel bezig zien en horen. Alleen blijft dan de vraag of deze aangezetenen hun plaatsje nog wel willen afstaan voor de rest van de avond. En nacht.

Trouwens, het is een gekende wetmatigheid dat de wereld naar chaos neigt. Ruim maar eens enkele maanden uw stulpje niet op, u zult snel doorhebben wat ik bedoel. Wel, in Long Shot krijgt u ruimschoots de kans de chaos naar uw hand te zetten. Als u dat kunt, beste medespeler, bent u een echte en verdient u meer krediet dan eender welke speler die keer op keer Reef Encounter naar zijn hand zet.

Eenentwintig daaroms waren dit. Ruim voldoende. En die staan in schril contrast met het armzalige enige hoofdstukje "Daarom niet".

Vooruit dan maar.

Daarom niet 1

De stickertjes op de paardjes komen los. Daar moet u zelf maar iets op verzinnen. Ik heb, gezien het bovenstaande, al meer dan moeite genoeg gedaan.

Dominique

 

Long Shot

Z-Man Games, 2009

Chris Handy

3 tot 8 spelers vanaf 8 jaar

60 minuten

 

  

11:08 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

24-07-09

Lees en huiver!

Elke speler krijgt er vroeg of laat mee te maken: de blijkbaar nooit uitstervende specimen die hieronder staan opgesomd. Jammer dat Darwin niet meer tot de levenden behoort, hij zou hier een zware kluif aan hebben.

Ik kan niet om mijn verantwoordelijkheden heen. Veel belangrijker dan te waarschuwen voor de gevolgen van de Mexicaanse griep vind ik het aangewezen u te wijzen op de schade die onderstaande spelerstypes kunnen aanrichten.

Als pleister op de wonde geef ik u bij elk ettertje een tip waardoor ook u voordeel kunt halen uit diens uiterst irritante irritantheid.

Hier gaan we. In willekeurige volgorde want allemaal even erg. Met een wrange smaak in de mond maar het moet. Voor uw aller welzijn.

Het Pas Verliefde Koppeltje

Ze zijn verliefd en de hele wereld moet het weten. Tijdens het spelen worden er voortdurend lichaamssappen uitgewisseld (ook de meeste spelonderdelen komen onder te zitten), koosnaampjes gefluisterd, lichaamsdelen in elkaar verstrengeld, amoureuze blikken geworpen en gibberlachjes geuit. Samengevat: een paringsdans aan de speltafel. Makkelijk te herkennen door de aanwezigheid van het bovengenoemde en ook door de overdaad aan deodorant, parfum en andere geurmiddelen die ze gebruiken, meestal van een inferieur merk.

Doe er uw voordeel mee want uw kansen om te winnen worden aanzienlijk vergroot, tenzij één van beiden indruk wil maken op de ander waardoor die boven zichzelf uitstijgt. Meestal gaat het dan om het vrouwelijke specimen omdat die twee dingen tegelijk kunnen doen.

Advies: absoluut te mijden tenzij u kickt op de verstrengelende paringsdans uitvoerende medemens. In dat geval raad ik u aan uw hobby eens te herbekijken, u zit waarschijnlijk in de verkeerde club.

De Redenaar

Dit zeer irritante type wordt gekenmerkt door de verbale ondersteuning waarmee hij zijn of haar zetten, en meestal ook die van anderen, opkleurt. Samengevat: hij zegt wat hij denkt en zegt wat hij doet, tot in de kleinste details. Een voorbeeld, uit het spelersleven gegrepen: "Ik ga nu die fiche nemen zodat ik die actie kan uitvoeren. De andere openliggende fiches vind ik niet zo interessant en die laat ik dus best aan jullie. Nu, als ik die fiche op dat veld krijg ik waarschijnlijk vanaf ronde drie steeds weer extra inkomsten en kan ik misschien een voorspong opbouwen. Tja, maar misschien moet ik toch die andere fiche nemen want als ik deze neem kan een van jullie die andere nemen en dan kan ik misschien toch nog in de problemen komen als het verkeerd uitpakt. Even nadenken. Ik zit dus op drie in de spelersvolgorde. Dan komen jij en jij dus nog voor mij aan de beurt. Verdorie, toch jammer dat ik niet als eerste of tweede mag. Dat had de zaken aanzienlijk vergemakkelijkt. Maar ja, het is nu zo hé en ik moet toch iets doen. Geef de regels eens even door, ik moet even iets opzoeken. Mmmm. Ja, hier staat het. Ik citeer: de speler kan in zijn beurt alleen een fiche of een kaart nemen. Dat woordje of is belangrijk. Dat betekent dus dat ik niet én een fiche én een kaart mag nemen. Verdorie toch. Als dat wel zo was had ik een mooie zet kunnen doen. Weet je wat? Ik neem een kaart en neem die op hand. Zo, ik neem ze en ik houd ze op de hand. De volgende! Hé mannen, de volgende!!"

Doe er uw voordeel mee want als u dringend wat rust moet inhalen vindt u geen beter slaapmiddel. Tafels met een redenaar haalt u er zo uit omwille van het gesnurk.

De Voormalig Verliefde Samenspelers

Zich nog vaag de zoete roes van verliefdheid herinnerend, hebben we hier te maken met koppels wiens op springen staande relatie nog net voldoende cement bevat om aan de speltafel toch nog de kaart van de ander te trekken. Lees: zij helpen elkaar.

Makkelijk te herkennen aan de lange gezichten en aan de luidruchtige ruzies achteraf als geen van beiden er is in geslaagd te winnen.

Doe er uw voordeel mee want als de vechtscheiding zich aandient kunt u hem of haar misschien binnendoen.

De Gebetonneerde Alliantie

De Gebetonneerde Alliantie is een toevallig ontstane alliantie tussen twee spelers, meestal mannen, die wordt gecontinueerd omdat dat de eerste keer zo’n positieve ervaring was. Deze allianties worden in het spellenmilieu al eens "de homoconnectie" genoemd. Het gaat meestal om diehards die heel veel spellen spelen en dan nog voornamelijk samen, en de winst van één van hen staat voorop in het strijdplan. Heel moeilijk duo om te bestrijden. Kan uit elkaar gedreven worden door het organiseren van een duo- of solospel-avond, al is dat laatste écht wel het laatste redmiddel waarnaar u moet grijpen. Ook een handige tip: tijdens het spelen terloops opmerken dat u één van hen met de vrouw van de ander onlangs een hotel hebt zien binnen gaan.

Doe er uw voordeel mee door coöperatieve spellen met hen te spelen. Uw winstkansen stijgen dan aanzienlijk.

De Tijdreiziger

Dit type is voortdurend in de weer om het heilige principe van "De Tafel Plakt" te omzeilen en kenmerkt zich door het steeds weer te willen terugreizen naar het verleden. Dat verleden omvat reeds afgewerkte spelbeurten. Doel van de tijdreis: gedane beurten ongedaan maken. Ik heb het ooit meegemaakt dat een La Citta-sessie vier beurten werd teruggedraaid om de tijdreiziger in kwestie zijn mastermove alsnog te laten uitvoeren. Erg kenmerkend is ook de steeds weerkerende zin: "Had ik dát geweten had ik het anders gedaan." waarmee een niet mis te verstane sneer naar de verantwoordelijke voor de speluitleg wordt gegeven.

Doe er uw voordeel mee want als het niet voor iedereen erg duidelijk meer is hoe de vorige beurten werden afgewerkt en u wel kunt u tijdens de reconstructie interessante zaakjes doen.

Het Onschuldige Meisje

Zeer geliefd en meer dan welkom in "De Weerwolven van Wakkerdam", zeer te mijden in elk ander spel. Het Onschuldige Meisje, soms ook als man vermomd, probeert voortdurend in de kaarten van anderen te kijken. Brilglazen, vensterglazen, drinkglazen, spiegels, aluminiumfolie van Leo-koeken, gsm-display’s, alle middelen worden ingezet.

Makkelijk te herkennen aan de zonnebril, ook bij slecht weer. Gaat ook regelmatig naar toilet en is ook steeds vrijwilliger om drank of snoepjes te gaan halen, waarbij zij iedere medespeler persoonlijk en met een schouderklopje komt vragen waar hij of zij zin in heeft.

Doe er uw voordeel mee want terwijl het onschuldige meisje naar het toilet of om drank is kunt u in haar kaarten kijken. Maak hierover vooraf wel afspraken met uw medespelers, anders komt u ook in de problemen.

De Grübler

Ik gebruik bewust de Duitse term omdat de horror van het effect dat deze kerel teweegbrengt al enigszins in die uitspraak vervat zit. Synoniemen in het Nederlands: de nadenker, de twijfelaar, de afweger, de rekenaar, de treuzelaar. Kan een spelletje Coloretto drie tot vier uur laten duren. Als u geluk hebt. Heeft al menig speler tot wanhoop gedreven. Een zelfmoordgeval in de spellenwereld? Wedden dat er een grübler in de buurt was?.

Hulpmiddelen om dit sujet aan de leiband te houden: zandlopers, chronometers, wekkers, de sprekende klok en het plots roepen van "brand" wil ook wel eens helpen.

Doe er uw voordeel mee want u kunt ondertussen uw sms-berichten checken en beantwoorden. Neem gerust ook wat papierwerk mee naar de club en uw laptop. U kunt dan heel wat werk inhalen en op een goed blaadje komen te staan bij uw baas. U kunt eens relaxed naar het toilet of een praatje gaan slaan aan de andere speltafels. Pas met dat laatste wel op, want men durft u in dat geval wel eens verwarren met een ander uiterst irritant type: de Afleider. Indien u thuis speelt kunt u zich tijdens de beurt van de grübler lekker aan enkele huishoudelijk taken zetten zoals stofzuigen, afwassen, bedden opmaken, de wasmachine leegmaken en strijken. Ja, u kunt zelfs op het internet rustig op zoek gaan naar een interessante hobby.

De Afleider

Dit type probeert uw aandacht voor het spel te ondermijnen door over van alles en nog wat te praten, behalve over dat waar u op dat moment mee bezig bent, namelijk nadenken.

Te herkennen aan opmerkingen als: "Wisten jullie dat de posities van de twee solstitia tussen de sterren vanwege de precessie van de equinoxen elk jaar pakweg 50 boogseconden verder schuiven en dat ze toevallig rond het begin van 1999 de aangenomen hartlijn van de melkweg zijn overgestoken? Pakweg elke 13.000 jaar gebeurt dat weer. In sterrenatlassen die de equinox J2000 gebruiken is de afstand tussen de solstitia en de hartlijn van de melkweg dus maar ongeveer 50 boogseconden of 0.014 graden, en zo’n kleine hoek is alleen in heel grote sterrenatlassen te onderscheiden. Er is geen natuurkundige reden voor een verband tussen het vlak van de melkweg en het vlak van de aardbaan, en de precessie merkte er dan ook niets van dat de solstitia door de hartlijn van de melkweg gingen." Hoed u als zo’n opmerking tijdens Graantje De Voorste op u afkomt.

Doe er uw voordeel mee want u kunt af en toe al eens iets bijleren. En u kunt er ook een sport van maken gevatte antwoorden te verzinnen zoals: "Met of zonder uw permissie, ik voel me erg genoodzaakt mijn rechter equinox met volle kracht en dit in amper één boogseconde in uw precessie te rammen waardoor uw twee solstitia aan een zodanige verschuiving onderhevig zijn dat u wordt opgezadeld met ongeveer 13.000 jaar volledige arbeidsongeschiktheid."

Dit type speler komt nogal eens op spoedgevallen terecht.

De "Laatste? Over Mijn Lijk!-Speler"

Kenmerkt zich door het feit dat hij niet wil winnen maar wel speelt om niet als laatste te eindigen. Speelt altijd tegen de speler die het voorlaatste staat, waardoor die in de onmogelijkheid verkeert om nog kans te maken op de overwinning. Wordt erg onrustig als hij alleen op kop staat.

Doe er uw voordeel mee en pas uw tactiek aan door te spelen tegen de voorlaatste. Zorg er ten allen tijde voor niet als voorlaatste het begin van een ronde in te gaan. Zo vergroten uw kansen aanzienlijk om als derdelaatste te eindigen. In een spel met drie, beste medespeler, hebt u dan gewonnen!

De Adviseur

Subtiel sujet dat u schijnbaar helpt door goed advies te geven tijdens uw spelbeurt. Dat advies past echter in een groter plan dat maar één doel kent: winnen. Moeilijk te ontmaskeren omdat dit type meestal zeer sympathiek overkomt en oprecht met uw succes begaan lijkt te zijn. Dat maakt dit type speler extreem gevaarlijk. Zijn subtiliteit en manipulatieve vaardigheden zijn zo groot dat u er met open ogen inloopt. Zitten in het echte leven meestal in de verkoop.

Doe er uw voordeel mee want als u weet dat dit type aan tafel zit kunt u hém erin laten lopen door de indruk te geven dat hij de touwtjes in handen heeft, waarna u in het eindspel onverbiddelijk toeslaat. Dat vraagt veel en lang oefenen en ú moet daarvoor mogelijk ook een tijdje in de verkoop , maar als u het klaarspeelt heeft de bevrediging die u dan evenaart de allure van een mystieke Godservaring .

De Seksuele Focusser

Wint bijna nooit en is daardoor eerder onschadelijk maar is heel irritant omdat hij alles in een spelsessie een seksuele connotatie geeft. Voorbeelden: "Ja, ik ken wel iemand die met zo’n pion raad zou weten!" (Jungle Speed); "Nou, die Castillo, daar zou ik mijne snikkel ook wel eens in willen steken!" (El Grande); "O kijk, die wormen daar. Als we die eens stijf zouden kunnen krijgen. Hahahahaha!" (If Wishes Were Fishes);

Is meestal van de mannelijke kunne en partnerloos.

Doe er uw voordeel mee en geef hem op zijn verjaardag "Project Pornstar" cadeau. Hij is voor jaren zoet. Of leg met een paar spelers samen voor een bordeelbezoek zodat hij ontmaagd wordt.

De Spelonderdeelvernieler

Zeer gevaarlijk type omdat hij u op kosten jaagt. Heeft de neiging actiekaarten te plooien, te bijten in spelonderdelen, heel ostentatief pionnen te verplaatsen tijdens een loopspel waardoor er deuken in uw spelbord komen. Extreme gevallen durven zelfs al eens een spelbord in twee scheuren zodat het beter op tafel past. Vraagt tijdens het spelen ook specifiek naar hapjes met dipsaus.

Er bestaat ook een erg jonge versie van dit soort speler, genaamd kind.

Moeilijk te confronteren met zijn zwakheid omdat de bovenvernoemde handelingen meestal onbewust gebeuren, maar toch is ingrijpen meer dan noodzakelijk. Kaarten worden best gesleeved en als u echt helemaal zeker wil zijn raad ik u aan enkel spellen met hem te spelen die water, dipasus en bijt- en deukbestendig zijn. De mogelijkheden worden dan echt wel heel beperkt, want dan hebben we het over Duplo en Playmobil.

Doe er uw voordeel mee want als u geen eigenaar bent van het spel op tafel zijn lekkere hapjes met dipsaus lekker meegenomen.

De Betweter

Niet te verwarren met de adviseur. De Betweter heeft als eigenschap u te pas en te onpas te laten horen hoe dom u wel bent. En iedereen die zich in dezelfde ruimte bevindt mag dat weten.

Makkelijk te herkennen aan zijn zelfvoldane houding, ver achterover leunend met de kin licht omhoog en ondertussen arrogant glimlachend.

Is, zo heb ik mij laten vertellen, nogal eens werkzaam in het middelbaar onderwijs.

Doe er uw voordeel mee want als iemand ver achterover leunt is het een kleine moeite een klein zetje te geven zodat hij met zijn klikken en klakken onderuit gaat. Door de opwaartse beweging van Betweters onderbenen die daarvan het gevolg is gaat ook de tafel mee, met daarop alle spelonderdelen. Dat is mooi meegenomen als u op dat moment op het scorespoor achteraan bengelt.

Tot slot wil ik u extra waarschuwen voor de zogenaamde combo’s, die meerdere van de bovengenoemde types in zichzelf verenigen. Sommigen daarvan kunnen uw dood betekenen. U wilt bijvoorbeeld echt niet met een speler aan tafel die zowel Grübler- als Redenaarscapaciteiten in zich verenigt. Een Tijdreiziger + Grübler is ook dodelijk. U hoeft zeker ook geen tekening bij een Pas Verliefd Koppeltje waarvan de samenstellende delen bestaan uit een Afleider en een Adviseur. En als u geconfronteerd wordt met een Redenaar-Betweter loopt zelfs de Here Jezus een blokje om als u hem aanroept.

U bent gewaarschuwd. U hebt een leuke hobby. Laat deze niet vergallen door wat hierboven de revue is gepasseerd. Als ik mag kiezen tussen de Mexicaanse griep en de hierboven genoemde – Hij bedoelde het wel goed, maar kleurde hier toch een beetje té ver buiten de lijntjes – schepsels van Gods natuur, dan weet ik welke keuzemogelijkheid ik aankruis.

Ik raad u aan hetzelfde te doen.

Dominique

 

11:21 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (14) |  Facebook |

17-07-09

Beter één op je bord dan tien in de lucht.

Medespeler, mag ik vriendelijk verzoeken even naar het volgende te kijken?

http://www.youtube.com/watch?v=bnMIHpdYwX8

Dank u. Dat was mijn inleiding.

En nu over naar de kern van de zaak. Het spel waar ik het me u wil over hebben is "Birds On A Wire" van Gryphon Games. Ik wil het daar met u over hebben omdat een leuk spel is met een – denk even terug aan de inleiding – erg origineel thema.

Het doel van het spel is de eenvoud zelve: op uw persoonlijk spelbord met drie electriciteitsdraden groepjes vogels zien samen te krijgen van dezelfde soort – zijnde grootte, dikte en lengte – en dan nog liefst in zo weinig mogelijk groepjes. En dat, beste medespelers, is in tegenstelling tot wat de cuteness van het thema laat vermoeden, geen eenvoudige zaak. Geloof me of niet, maar als u dit op tafel legt moeten uw hersencelletjes vol aan de bak.

Zoals aangehaald beschikt elke speler over een eigen spelbordje. Denk aan Puerto Rico, maar dan blauwer. Verder in de doos: 63 voorgeponste vogelfiches, bestaande uit 9 verschillende soorten met 7 van elk, een zwarte zak waar al die fiches in moeten, een luchtbord waar de rondvliegende vogeltjes op terechtkomen en 4 zogenaamde zapfiches. Het kenmerk van de zapfiches is dat er een bliksemschicht op staat afgebeeld. Dat roept bij u ongetwijfeld al een aantal levendige associaties op. Verder bevat de doos nog een reclamefoldertje met informatie over de andere spellen van deze erg handig "gedooste" Gryphon-reeks. Een gouden tip: vermijd vooral Gem Dealer.

Ieder dus verwachtingsvol aan tafel, elk zijn of haar bordje, luchtbord in het midden van de tafel met diagonaal de vier zapfiches erop, de zak met vogelfiches geschud en grijpklaar en – het belangrijkste van al – de oogjes goed open. Onthou vooral dat van die oogjes.

Op uw persoonlijke spelbordje bevinden zich drie elektriciteitsdraden waarop elk vier vogeltjes kunnen zitten. Die vogeltjes zoeken uw draadjes op een heel originele manier op: u trekt ze uit een stoffen zak. Een beurt is heel simpel: u trekt en u legt. Het eerste vogeltje dat u trekt mag u nog weigeren. In dat geval fladdert het naar het centrale luchtbord. U moet daarna een tweede vogeltje trekken en het alsnog op één uwer elektriciteitsdraden plaatsen. Tres simple. Maar er zijn een paar maren. Ten eerste moet een vogeltje op je draden altijd worden gelegd naast, boven of onder een vogeltje van identiek dezelfde soort. Ten tweede moet u wanneer een rij of kolom op het centrale luchtbord – waarop de voorgaande legregels trouwens niet van toepassing zijn – helemaal vol is alle vogeltjes (3 of 4) van deze rij nemen en ze vervolgens volgens de geldende legregels op uw eigen bordje inpassen. Lukt dat niet of slechts gedeeltelijk fladderen deze vogeltjes in uurwijzerzin naar de volgende speler enzoverder, tot ze eventueel weer bij u terechtkomen en u ze, gelukkig maar, eender waar op uw draadjes mag onderbrengen. Als u geluk hebt mag u ook nog de zapfiche nemen die in de volgemaakte kolom op het luchtbord ligt. Daar kan u later in het spel leuke en zeer aangename dingen mee doen.

De zapfiches dus. Een heel belangrijk spelonderdeel, ook al zijn ze maar met z’n vieren. Deze mag je opsparen en later in het spel, in plaats van het trekken van een vogelfiche, gebruiken om ongewenste vogels van een van je eigen draden of zelfs die van een andere speler te verjagen. Eén vogeltje blijft dan zitten en trekt één pootje op, iets wat mooi staat afgebeeld op de achterkant van de vogelfiche. Omdraaien dus die handel. Dat vogeltje blijft voor de rest van het spel lekker zitten en het levert je gegarandeerd een punt op bij de eindtelling. De opvliegende fluiters echter proberen volgens de geldende legregels een plaatsje te vinden bij je medespelers. Als dat niet lukt verhuizen ze gewoon naar het centrale luchtbord.

Deze migratie door het vullen van kolommen en rijen op het centrale luchtbord en het inzetten van zapfiches zijn erg belangrijk. Goed uitvogelen en vooruitzien waar bepaalde vogels gaan terechtkomen is een aan te raden basisvaardigheid als u dit spel tot een goed einde wil brengen. De juiste vogels naar uw draadjes lokken en de ongewenste wegjagen is de hier sleutel tot succes.

En het strafste moet nog komen: wie wint?

Dat, beste medespeler, is heel eenvoudig. En aan de andere kant ook zo moeilijk. Om te bepalen of u gewonnen heeft moet u uw kleinste groep van dezelfde soort vogels die horizontaal en verticaal aan elkaar grenzen bepalen. Solitaire vogels tellen niet mee. Als u meerdere kleinste groepen van hetzelfde aantal vogels hebt mag u al die vogeltjes meetellen. Gezapte vogels, die met een ingetrokken pootje, leveren elk een punt op. De eindtelling levert soms gekke resultaten op. Hebt u bijvoorbeeld een groepje van drie en twee groepen van vier scoort u slechts drie punten. Hebt u twee groepen van drie en één groep van vier scoort u zes punten.

Het speleinde komt vrolijk binnengewandeld in de ronde waarin een speler zijn twaalfde vogeltje op zijn bord plaatst of zodra een speler zes vogels van dezelfde soort in groep op zijn bord heeft liggen. Die wint dan onmiddellijk. Kniel in dat geval onmiddellijk neer voor hem of haar en vraag een handtekening, want dat is beestig moeilijk. Maar haalbaar, zoals één onzer medespelers bijna proefondervindelijk heeft aangetoond. Bijna.

Zelf ben ik nogal voor open en bloot, maar niet bij spellen. Spellen waarin je de punten van de anderen kunt uitrekenen, waar eigenlijk iedereen dat doet waardoor het spel in kwestie begint de slepen en het spelplezier als een pudding onder een stoomwals in elkaar zakt zijn niks voor mij. Bij Birds On a Wire heeft me dat totaal niet gestoord. Ten eerste omdat het tellen zo snel gaat en ten tweede omdat iedereen iedereen zit te beloeren en iedereen iedereen constant een loer probeert te draaien. U brengt op visueel vlak dan ook aanzienlijk meer tijd door op het spelbord van uw tegenstanders dan op dat van u.

Wat is hier nóg goed aan? Ondanks mijn vrees voor analyseparalyse speelde dit verrassend snel weg. Verder werd er veel gelachen aan tafel, werden er wel erg veel blikken van verstandhouding uitgewisseld, nam de neiging tot vergeefs gokken toe naarmate met dichter en dichter bij de groep van zes vogeltjes kwam, steeg de spanning bij elke ronde tot een niveau dat ik zonder aarzelen ondraaglijk zou willen noemen, kregen we te maken met spelsituaties die op slag konden veranderen waardoor tactieken in een even hoog spoedtempo dienden te worden aangepast en leden we aan het gevoel dat we het spel op bepaalde momenten niet in de hand hadden. Tot we onze monden tijdens de nabespreking plots voelden openvallen omdat we beseften dat we het naderend onheil hadden kunnen zien aankomen, hadden we onze mooie oogjes maar beter gebruikt.

Bijschuiven als u dit op tafel ziet liggen.

Dominique

 

Birds On A Wire

Gryphon Games, 2009

Carey Grayson

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

20 tot 30 minuten

23:15 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-07-09

Kijk mama, een bromtrol!

Lelijke en vooral ongewassen trollen zijn wij. En we beschikken over een eigen brug. Daar staan wij met gekruiste armen op. Stinkend en wachtend. Op reizigers die we zullen opeten of, als ze geluk hebben, een aanzienlijke hoeveelheid tol moeten betalen. Zo’n brug onderhouden kost immers geld en daarbovenop lijden we sinds onze maagvergroting aan een chronisch hongergevoel.

De reizigers die we niet onmiddellijk opeten steken we in de voorraadkamer voor later, de opgeëiste tol komt uiteraard in onze schatkamer terecht.

Zoals u in de eerste regel van deze bijdrage kunt lezen zijn we met meerdere trollen, soms zelfs met z’n zessen. Er ontstaat dus een zekere concurrentie voor het binnenhalen van potentiële passanten. Bij mooi weer zijn ze met velen, bij slecht weer zie je bijna geen mens buiten en heerst er schaarste. We zouden geen trollen zijn als we geen perverse manier hadden gevonden om reizigers naar onze brug te lokken. Zodra we weten wie er op stap is spelen we met onze trollenvrienden een biedspelletje. Met gekleurde houten blokjes. Wie dat wint mag als eerste een reiziger naar zijn of haar – vrouwelijke trollen, ze bestaan – brug leiden. Wie het meest biedt kiest eerst, wie nogal aan de gierige kant is kiest laatst. Als er meer reizigers dan trollen zijn hebben de meest biedende geluk.

We kunnen ook onze brug sluiten voor een tijdje. Je mag dan niet meebieden, maar je krijgt dan wel biedblokjes op basis van het aantal spelers die hun brug wel hebben geopend. In een spelletje met vier trollen bijvoorbeeld krijg je als je je brug voor een ronde sluit twee biedblokjes uit de algemene voorraad voor elke speler wiens brug "open" is. Is de algemene voorraad uitgeput haal je de blokjes weg bij de trol die er het meeste in zijn persoonlijke voorraad heeft. Dat voelt lekker.

Af en toe komt er een nietsvermoedend buitenkansje je brug op gewandeld. De edelen bijvoorbeeld, waaraan je geen tol vraagt maar die je gewoon even in de voorraadkamer propt in afwachting van een grote som losgeld. Dreigen met opeten helpt écht als je via die doelgroep iets wil bijverdienen en als je geluk hebt komt er al snel een gezant met de gevraagde goudstukken langs. Uiteraard gooi je die kerel na inning van het goud gewoon in de voorraadkamer, voor bij de soep vanavond. Ook welgekomen zijn lieden als de steenhouwer, de waarzegster en de nar die je, na wat afdreigen met een servet en mes en vork, extra biedblokjes, kaartinformatie en flexibeler biedmogelijkheden schenken.

Maar zelfs trollen moeten soms aan de voorzichtige kant zijn. Er zijn ook lieden die geen schrik hebben van ons. De draak bijvoorbeeld, die de kaart met de hoogste waarde uit onze residentie rooft. Of de ridder, die een op het menu geplaatste gevangene met de hoogste waarde bevrijdt. De dief op zijn beurt gaat vrolijk met uw tolopbrengsten aan de haal. Gelukkig kun je je hiertegen wapenen door de diensten van de knoflookhandelaar in te roepen, mijn favoriet. Eén ademstoot van die kerel en alles ligt plat.

Gek, soms trippelt er een geit onze brug op. Er zitten er vier in het spel en ze heten allemaal Billy. Billy’s getrippel veroorzaakt schade aan onze brug, zijnde minpunten, tenzij we hem wat verschillend gekleurde biedblokjes toewerpen. In dat laatste geval scoren we pluspunten. Briljante spelers houden dan ook een steenhouwer op de hand om tijdens een confrontatie met Billy snelsnel extra biedblokjes binnen te halen en zo te punten. ’t Is niet waar: een combo!

Op het einde van een beurt krijgt iedereen de kans punten te scoren door verzamelde kaarten uit de voorraadkamer en de schatkamer gecombineerd in te ruilen. Dat betekent dat u uit beide kamertjes moet inleveren, anders geen punten. Daar bovenop mogen we ook nog eens onze brug opwaarderen. Dat doen we – hou u vast – door het inleveren van overwinningspunten, eventueel gecombineerd met kaarten uit onze schatkamer. De eerste opwaardering is 15 punten waard, latere opwaarderingen dalen steeds verder in waarde tot 1. Niet te lang wachten hiermee is dus de boodschap. Elke opwaarderingskaart is op het einde van het spel nog 1 punt extra waard. Eenvoudig gesteld: een kaart van 15 scoort 16.

Wij spelen tot er bij het begin van een beurt niet voldoende reizigers meer kunnen worden aangevuld. Wij tellen onze verzamelde punten op en kijken bewonderend naar de winnaar, de grootste trol eigenlijk. Verliezen valt dus nog wel mee als je het vanuit dat perspectief bekijkt.

"De kaartillustraties hadden beter gekund." Dat was een opmerking van één mijner medespelers na afloop van onze eerste sessie. Hij had gelijk. Ik vermoed dat men vergeten is de illustrator te briefen over het feit dat niet álle karakters in het spel trollen zijn. De waarzegster bijvoorbeeld is niet bepaald een type dat ik na zonsondergang zou willen tegenkomen. Of net wel, ’t is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. Mogelijk heeft de illustrator, Ryan Laukat, een zwaar jeugdtrauma opgelopen waardoor zijn vertrouwen in de mensheid een zodanige deuk heeft opgelopen dat hij zijn kans schoon zag illustratief wraak te nemen. Het weze hem gegund, mij heeft het niet echt gestoord. De kaarten zijn voldoende duidelijk en, net als de rest van het spelmateriaal, taalonafhankelijk. Dat is mooi meegenomen.

"Dat is mooi meegenomen" vat dit spel eigenlijk erg goed samen. Pakken wat je kunt krijgen op die brug van jou is erg aangewezen. Timing is belangrijk bij het inruilen en al te lang treuzelen strekt niet tot aanbeveling, tenzij je een aversie hebt van winnen. Het is een kaartspel en dat bedriegt hier toch wel een beetje. Men denkt dat men dat varkentje eens snel zal wassen en men produceert bij die gedachte een nogal arrogant glimlachje. Ik zie het zo voor me. Toch, voorzichtigheid is hier geboden. We hebben het hier over een regelwerk van 12 bladzijden en u moet toch een paar kronkels in uw hoogst gelegen orgaan leggen om dit geassimileerd te krijgen. Vooral de richtlijnen aangaande het bieden, de daarmee samenhangende spelersvolgorde en de consequenties van het openen en sluiten van bruggen vragen wat concentratie. Haal die badpakkenspecial-poster van P-Magazine dus even van de muur als u aan dit naslagwerkje begint.

Ik raad dit aan. Ondanks mijn terughoudendheid ten aanzien van spellen waarin moet geboden worden. Ik wik mijn woorden, maar mogelijk raad ik dit net aan omwílle van het biedsysteem. Want, in tegenstelling tot de meeste andere biedspellen, kunt u altijd wat. U zit er nooit voor spek en bonen bij. Ik heb sedert mijn verliessessie al hele scenario’s uitgedacht over hoe ik het de volgende keer ga aanpakken. Dát, beste medespeler, is een goed teken.

Als u dit in een gespecialiseerde spellenzaak ziet liggen, beste medespeler, geef ik u deze gouden raad: mooi meenemen!

Dominique

 

Bridge Troll

Z-Man Games, 2009

Alf Seegert

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45 tot 60 minuten

21:36 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

15-07-09

Frankfurter Worst - Frankfurter Saalbau: 205 - 150

Laten we het even hebben over een abstracte denkoefening van de heer Schacht, na Knizia goed op weg om vanaf dit jaar notoir spelbraker te worden. Alhoewel, deze was in opdracht van een bouwonderneming uit Frankfurt die in 2009 haar 150ste jaar van bestaan viert. De schone deugd van het uitbraken van spellen kan, mits het door de juiste auteur wordt beoefend, ook al eens meevallen. Gelukkig helt de balans bij BB&Co over naar "oké". Niet meer maar ook niet minder.

In verschillend gekleurde stadsdelen leggen wij, uit onze persoonlijke voorraad van drie, gekleurde fiches die gebouwen en parken moeten voorstellen. Op deze fiches staan ook punten die we onmiddellijk mogen innen na het neerleggen, eventueel vermeerderd met de punten van gelijkaardige gebouwen die zich al in datzelfde stadsdeel bevinden. Als toetje kun je als beurtafsluiter nog een groot project realiseren, wat je puntenaantal aanzienlijk de hoogte in jaagt.

Beste medespeler, ik moet u een vraag stellen. Hoeveel spellen bent u al tegengekomen waarin de globale hoeveelheid muntstukken een gezamenlijke waarde heeft van twaalf? Moest dit nu een solospel zijn was dat nog enigszins te doen, maar als je dat dan nog eens moet delen door vier? U, ervaren als u bent, hebt al lang begrepen dat een spelonderdeel dat de naam goudmunt draagt en dat, zegge en schrijve, uit ocharme twaalf eenheden bestaat een HEEL BELANGRIJK spelonderdeel moet zijn. U hebt gelijk. U komt relatief makkelijk aan een muntstuk door een fiche op een bouwplaats te leggen met de afbeelding van een – u raadt het nooit – muntstuk. Maar u geraakt er nog veel gemakkelijker vanaf omdat u voor het bekomen van nieuwe fiches – vooral de fiches die voor u interessant zijn – en het oprichten van grote projecten moet betalen.

U legt, u krijgt en u koopt tot de vooraard beschikbare fiches niet meer kan worden aangevuld vanuit de zwarte zak. Vervolgens mag u van één kleur van uw resterende fiches de punten bijschrijven op het uiterst handige scorespoor. Wie daarna het verst is gevorderd op dat spoor wint.

Dit spel heeft een aantal eigenschappen die in mijn spellenwoordenboek kalligrafisch staan beschreven: scoren na elke beurt, snel, overzichtelijk, elegant, eenvoudige en duidelijke regels en dus snel uitgelegd, tactisch, functioneel en goedkoop. BB&Co heeft echter ook karaktertrekken uit mijn spellenwoordenboek die geen kalligrafie verdragen en die terug te vinden zijn onder het hoofdstuk "Dat heb ik toch liever niet": abstract, voorzetjes geven aan medespelers, niet bepaald mooi, een vlakke opwindingscurve, weinig interactie.

Legt u dit in mijn bijzijn op tafel doe ik lekker mee. Of ik het uit eigen beweging nog dikwijls op tafel ga uitspreiden betwijfel ik. Er zijn immers spellen die veel beter zijn. Maar er zijn er evenveel die slechter zijn. Wat hebben we dan? Een middenmoot.

Valt u onder de gemeenschappelijkste der gemeenschappelijke noemers, zijnde Jan Modaal, dan zult u zich geen builtje vallen met de aankoop van BB&Co. Hebt u graag veel vlees aan uw spellenbot en kauwt u daar achteraf graag lang op, zoek dan andere jachtterreinen op.

Wist u trouwens dat in 2004 de Frankfurter Worst  200 jaar bestond? Jammer genoeg heeft men toen verzuimd Herr Schacht aan te zoeken voor een spelontwerp. Ik ben benieuwd welke abstracte onderbouw hij daarvoor had gecreëerd en welke naam het eindresultaat had gedragen.

Die Goldene Würst?

Misschien een idee voor een spellenprijs?

Dominique

 

Bürger, Baumeister & Co

Abacus, 2009

Michael Schacht

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten

16:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-07-09

Mét prik graag!

Net als u, mannelijke medespeler, heb ik vroeger verkleed als Zorro heroïsche daden verricht. Gezeten op mijn trouwe hengst Blackie heb ik menige vrouw in nood van een gewisse dood gered. Zo heb ik ooit mijn eigen moesje tijdens het ophangen der was moeten beschermen tegen een frontale aanval van een Vlaamse Gaai. Hij was geen partij voor mij en mijn scherpe degen. De connotatie van belachelijkheid die het woord fladderen oproept werd nooit treffender geïllustreerd dan toen, op dat moment. En garde!

Uren en uren heb ik geoefend in mijn geheime uitvalsbasis, garage genoemd. Een coup de droit, een contra riposte, een contre temps, een feinte, een remise, een point en ligne, een contre-attacque werden door ondergetekende tot in de perfectie beheerst en dit allemaal aan een ongelooflijke temps d’escrime. Het schermen had geen geheimen voor mij. U hebt geluk dat u mij in die era niet bent tegengekomen.

Het ouder worden echter heeft mijn souplesse, snelheid en alertheid duidelijk geen goed gedaan. Eender welke idioot met iets wat op een floret lijkt hakt me nu zonder enige moeite in de pan.

Maar ooit, beste medespeler, was ik dé man.

Nú mag ik me gelukkig prijzen dat ik ondanks mijn aftakelende lichaam – leuk hoor, stop maar met lachen, dáár nog lang niet – de edele kunst van het schermen zittend aan een keukentafel toch nog kan beoefenen. En ik waarschuw u: zelfs zittend heb ik nog geen enkele van mijn oude trucs verleerd.

Ter zake. Ik wil het met u even hebben over het spel Musketiere.

Musketiere staat al jaren in mijn spellenkast en het wordt veel te weinig gespeeld. Want het is een erg leuk kaartspelletje. En het verdient dus een tafel en spelers. De versie die in mijn kast staat is die van Hexagames. Geboortejaar 1991. Kun je nagaan.

Ik sleep het nu even opnieuw in de etalage omdat de toffe peren van Pegasus Spiele pas een nieuwe versie hebben uitgebracht. In een blikken doosje, een nieuwe hobby bij Pegasus. En het spelletje verdient zeker uw aandacht. Ik gebruik bewust de term spelletje omdat het hier niet echt om een "zware" gaat. Nee, het is een "lichte". Eentje voor de opwarming of voor de chill out-ruimte. Maar ook dit soort spellen heeft zijn bestaansreden. En in dit geval mag dat bestaan gerust worden opgemerkt.

Het spel bestaat uit 76 kaarten die zijn onderverdeeld in musketierkaarten, kardinaalkaarten edelsteenkaarten en gevangeniskaarten.

Bij aanvang van het spel krijgt elke speler 12 musketierkaarten. Die hebben een waarde tussen 0 en 10 en er staan ook 0 tot 4 degens op. Daaruit kiest elke speler 3 kaarten die hij gedekt voor zich neerlegt. Deze kaarten worden soldenkaarten genoemd. De waarde van die kaarten wordt, als u het heel slim speelt, op het einde van een ronde omgezet in zilverstukken. Zilverstukken staan in dit spel gelijk met overwinningspunten. U weet dus wat u te doen staat. De overige 9 worden speelklaar op hand gehouden. De kardinaalkaarten worden geschud en gedekt klaargelegd. De edelsteen- en gevangeniskaarten worden eveneens grijpklaar gelegd.

Vervolgens bestijgen we op elegante wijze onze hengst en rijden de wijde en gevaarlijke Franse wereld in.

Een spelbeurt is trés simple. De bovenste kardinaalkaart wordt omgedraaid. Deze heeft een waarde tussen 4 en 40. Deze kaarten verpersoonlijken de klootzakken in het spel, de persoonlijke garde van kardinaal Richelieu himself, een zeer onsympathiek sujet. Nadat elke speler de sterkte van de garde heeft bestudeerd en even heeft nagedacht hoe hij zijn medespelers een ongelooflijke loer gaat draaien kiest men een handkaart en legt men deze gelijktijdig open. Is de totaalwaarde van de opengelegde musketierkaarten gelijk of groter dan de waarde van de kardinaalkaart krijgt de speler die de hoogste musketierkaart heeft uitgespeeld een edelsteenkaart. Deze mag hij op één van zijn 3 gedekte soldenkaarten leggen. Ligt op het einde van het spel een edelsteenkaart op een soldenkaart wordt de waarde van die kaart verdubbeld. Is er een gelijkstand tussen de hoogste kaarten hakt de kaart met de meest afgebeelde degens de knoop door. Is de totaalwaarde van de uitgespeelde musketierkaarten lager dan de waarde van de kardinaalkaart krijgt de speler die de laagste musketierkaart uitspeelde een gevangeniskaart. Deze wordt ook aan een soldenkaart toegewezen. Een soldenkaart met een gevangeniskaart scoort 0 punten op het einde van het spel.

Wat is hier leuk aan? Wel, er zijn maar drie edelsteenkaarten en gevangeniskaarten in omloop. Ik gebruik bewust het woord omloop omdat die kaarten net als de renners in de "Omloop Het Volk" vanaf een bepaald moment in het spel nogal veel gaan bewegen. Want als er geen beschikbaar zijn in de algemene voorraad moet je ze gaan weghalen bij een medespeler. Edelsteenkaarten worden uiteraard met open armen, een brede grijns en een diepe buiging ontvangen, gevangeniskaarten daarentegen worden met trillende handjes en absoluut niet in dank aanvaard. Verder worden we geconfronteerd met enkele interessante dilemma’s. Die drie soldenkaarten, welke gebruik je daarvoor? Hoge om hoog te kunnen scoren op het einde, maar daardoor minder kans om edelsteenkaarten te winnen tegen de garde? Lage, met de kans op een lage score op het einde maar meer mogelijkheden om edelsteenkaarten binnen te halen? Wil je iemand een gevangeniskaart aannaaien, hoe doe je dat dan het beste? Laag uitspelen, inderdaad, maar niet laag genoeg want anders val je in je eigen put. En wat als de garde met waarde 40 zijn opwachting maakt, was dann? Of beter, wie dan?

Het spel eindigt zodra elke speler zijn 9 handkaarten heeft uitgespeeld. De waarden van de soldenkaarten worden opgeteld, al dan niet gemodifieerd door edelsteen- of gevangeniskaarten - én is ook mogelijk - waarna de winnaar de verliezers mag lek prikken. U moet zich daarvoor schrap zetten na ongeveer 30 minuten.

Pegasus brengt dit bescheiden pareltje niet voor niets opnieuw uit. Geloof me, er zitten een paar slimmeriken bij die uitgever.

Ik hou van dit spelletje. Het is eenvoudig van opzet, speelt lekker en snel weg en het herbergt een aantal subtiliteiten die pas na enkele sessies hun ware en vooral gemene aard openbaren. Er wordt wat afgebluft in dit spel. En er is één constante: op uw medespelers hoeft u niet te rekenen. Bizar in een spel waarin men elkaar echt wel nodig heeft.

Het is een harde wereld.

Dominique

 

Musketiere

Pegasus Spiele, 2009

Franz-Jozef Lamminger

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

20 tot 40 minuten

 

08:11 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-07-09

Het zit van binnen!

Er staan twee romans in mijn boekenkast die ik koester als waren ze het kaartspel San Juan. De boeken in kwestie dragen de titel " De Gevangene" en "Het Kaartenhuis" en werden respectievelijk geschreven door Mary Doria Russel en Mark Z. Danielewski.

De Gevangene gaat over een Jezuïet die op een andere planeet, genaamd Rakhat, meermaals wordt verkracht door een bende aliens. Nu heeft dat wel iets, een fundamentalistische bekeerzieke Jezuïet die genaaid wordt door een alien, maar in dit boek krijg je er toch een beetje medelijden mee. De verwachtingsvolle heenreis naar Rakhat duurde immers 17 jaar. Vanuit het bekeringsgerichte Jezuïetenstandpunt wel een heel lang voorspel op zo’n anticlimax als je het mij vraagt.

Het Kaartenhuis is van een heel ander kaliber. Hierin wordt het verhaal verteld van een gezin dat tot de vaststelling komt dat hun huis aan de binnenkant groter is dan aan de buitenkant. Als ik dat boek in twee woorden moet omschrijven worden die woorden als volgt geschreven: Waanzinnig en Beklemmend. Met een dikke vette hoofdletter zoals u ziet. Als u het mij vraagt hebben de makers van The Blair Witch Project hier de mosterd gehaald. En er, tussen ons gezegd en gezwegen, vervolgens op onnavolgbare wijze een potje van gemaakt. Gelukkig is de pot waarin wordt geroerd in Het Kaartenhuis van een zodanig kaliber dat u ’s nachts regelmatig zwetend wakker wordt waarna u als een bezetene, bibberend op uw benen, met een rolmeter alle kamers in uw woonst gaat opmeten. En de volgende nacht doet u dat opnieuw. En de nacht daarop opnieuw. Tot u uiteindelijk krijsend in pyama met uw rolmeter in de hand de straat oprent om nooit weer te keren. U bent gewaarschuwd.

Vanwaar deze blijkbaar nergens toe leidende inleiding hoor ik u al denken? Wel, beste medespeler, het thema van Het Kaartenhuis leunt lekker aan bij wat ik u wil vertellen. Ik wil het met u namelijk hebben over mijn lievelingsspel "San Juan", meerbepaald over de fantastische uitbreiding voor dit spel. Een uitbreiding die u kunt terugvinden in "Die Schatzkiste" van Alea. Want net als in Het Kaartenhuis blijft de omvang van de buitenkant, in dit geval de doos, hetzelfde. Maar de inhoud is met een dikke 30 kaarten uitgebreid. En het gaat hier niet alleen om een kwantitatieve uitbreiding, maar – verdomd als het niet waar is – ook een kwalitatieve!

San Juan, of "Puerto Rico: Het Kaartspel" is bij de meesten onder u welbekend. Ik ga me hieronder dan ook beperken tot het beschrijven van de nieuwe kaarten in de uitbreiding. Om u alvast te laten wennen aan de Duitse terminologie – er is in heinde en verre geen Nederlandse vertaling te bespeuren – heb ik de originele kaartnamen even overgenomen.

Lees en kwijl.

Amtsstube

Bij het begin van elke ronde mag u 1 of 2 handkaarten afleggen en in de plaats 1 of 2 kaarten nemen van de trekstapel. Leuk als u van dat afval in uw handen wilt geraken en, manueel althans, een beetje wil opwaarderen. Kostprijs 1, zegepunten 1, aantal 3.

Wachstube

Alle spelers die geen Wachstube hebben gebouwd mogen aan het begin van de ronde slechts 6 kaarten op hand houden in plaats van 7. Spelers die een toren hebben gebouwd mogen gelukkig nog tot 12. Kostprijs 1, zegepunten 1, aantal 3.

Schenke

Als je na de bouwmeesterfase het laagste aantal gebouwen bezit (productiegebouwen + paarse gebouwen) mag je een kaart van de trekstapel nemen. Kostprijs 2, zegepunten 1, aantal 3.

Park

Overbouw je het park – je hebt wel een kraantje nodig – doe je dat gewoon gratis. Alleen de Kathedraal, waarover later meer, kost je dan nog 1. Kostprijs 3, zegepunten 2, aantal 3.

Zollamt

Bij het begin van de raadsheerfase neem je een kaart van de trekstapel en legt ze als handelswaar gedekt op het Zollamt. Tijdens de handelaarfase mag je deze handelswaar verkopen. Gegarandeerde opbrengst: 2 kaarten. Kostprijs 3, zegepunten 2, aantal 3.

Bank

Eén keer tijdens het spel, bij het begin van een nieuwe ronde, mag je al je handkaarten onder de bank leggen. Bij de puntentelling op het einde telt elke kaart voor 1 punt. Kostprijs 4, zegepunten 2, aantal 3.

Hafen

Tijdens de handelaarfase mag de bezitter één verkochte warenkaart onder de havenkaart leggen. Elke kaart telt voor 1 zegepunt bij de eindtelling. O wat leuk! Kostprijs 4, zegepunten 2, aantal 3.

Goldschmiede

Tijdens de goudzoekerfase wordt de bovenste kaart van de trekstapel omgedraaid. Is deze kaart nog door geen enkele speler gebouwd mag je ze op hand nemen. Kostprijs 5, zegepunten 3, aantal 3.

Residenz

Je krijgt op het einde van het spel voor elke groep van drie verschillende gebouwen die je hebt gebouwd met dezelfde bouwkost 4-3-2-1 zegepunt. Kostprijs 6, zegepunten variabel, aantal 2.

Kathedrale

Is geen gebouwenkaart die zich in de stapel bevindt, maar ligt gewoon open bij het begin van het spel. Wie De Kathedraal bouwt legt ze gewoon open bij zijn andere gebouwen. De bezitter krijgt op het einde van het spel voor elk 6-gebouw dat andere spelers hebben gebouwd 4-3-2-1 punt. Kostprijs 7, zegepunten variabel, aantal 1.

En dan hebben we nog de gebeurteniskaarten. Ze zijn met z’n zessen en worden gewoon mee in de trekstapel geschud. Worden ze getrokken worden ze centraal open gelegd en kunnen ze door elke speler worden geactiveerd. Ze komen dus nooit op het handje. De speler die een gebeurteniskaart activeert mag geen rol selecteren. Na activatie gaan ze gewoon weer in de aflegstapel. Ze kunnen dus later in het spel weer opduiken.

Hier zijn ze, de lieverdjes:

Erdleben

Elke speler, ook de speler die deze kaart activeert, moet een gebouw naar keuze afbreken. Deze gaan naar de aflegstapel.

Erg handig voor het uitstellen van het speleinde.

Schuldenerlass

Elke speler, ook de speler die deze kaart activeert, mag drie kaarten van de trekstapel nemen.

Steuern

Elke speler, behalve de speler die deze kaart activeert, moet een kaart uit de hand op de aflegstapel leggen.

Generalamnestie

Beginnend met de actieve speler mag elke speler een aantal handkaarten naar keuze op de aflegstapel leggen en evenveel nieuwe kaarten nemen van de trekstapel.

Gouverneursbesuch

De actieve speler mag onmiddellijk een reeds gekozen rol opnieuw gebruiken.

Wiederaufbau

Beginnend met de actieve speler mag elke speler gratis een gebouw bouwen met een maximale kost van 4.

Lees het voorgaande, creëer mentaal enkele combo’s en besef hoeveel extra spelplezier u wordt gegeven.

Auf Deutsch, en ik vrees dat de kans klein is dat er een Nederlandse editie van de uitbreiding komt. Een Engelse? Misschien. Maar kom, een klein beetje moeite is het minste wat u voor San Juan kunt doen. Want in één moeite door krijgt u een opwaardering van spelplezier in handen om u tegen te zeggen. Likkebaardend zat ik aan tafel. Er was tijdens het spelen en achteraf een lekkere discussie over de nieuwe tactieken en strategieën. Geloof me, u moet het een en ander gaan herdenken, behalve de gedachte om naar de speciaalzaak te hollen.

Leuk: de hele handel in de kaartenstapel en beginnen maar. Geen gedoe met uitsorteren vooraf en afspraakjes over dit en dat. Op tafel die kaarten, even schudden et jouer.

Er is een klein kleurverschil tussen de kaarten van de uitbreiding en de originele, ook als u zowel het basisspel als de uitbreiding nieuw koopt. Dat is geen ramp. Het heeft geen invloed op het spel, mede door het feit dat er ook een stapeltje extra productiekaarten wordt meegeleverd. Trouwens, sinds ik een artikel heb gelezen over druktechnieken waarin werd gesteld dat zelfs een klein verschil in temperatuur en luchtvochtigheid invloed heeft op de uiteindelijke kaartkleur ben ik veel vergevingsgezinder geworden wat dit soort ongemakken betreft.

Volgens Race For The Galaxy-ingewijden is San Juan een kneusje. Zij dwalen. Meer zelfs, met deze uitbreiding steekt San Juan een grote middelvinger op richting sterrenhemel. U hebt trouwens in mijn inleiding gelezen tot wat uitstapjes in het heelal kunnen leiden. Doe gerust wat u niet laten kunt, beste medespeler, ik blijf lekker op de grond.

Ik was van plan tijdens mijn verlof Het Kaartenhuis nog eens bibberend tot mij te nemen. Het boek zal echter moeten wachten. Ik ga mij bezighouden met een doos.

Ik ben zó content.

Dominique

 

08:30 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

07-07-09

Ice Age 2097

Laten we er niet omheen draaien, beste medespeler, onze aarde gaat naar de verdoemenis. Met ons erop. Zoethoudertjes als "de wetenschap vindt wel een oplossing" en "het zal zo’n vaart niet lopen" mag u gerust blijven poneren, het haalt allemaal niks uit. We gaan eraan. Ik vrees zelfs nog sneller dan verwacht.

Gelukkig zijn er spelontwerpers die ons al een klein beetje willen voorbereiden op wat komen gaat. Robert K. Gabhart is er zo eentje. Hij ligt klaarblijkelijk ’s nachts wakker van wat onmiskenbaar op ons afkomt. Hij katapulteert ons immers naar het jaar des Heren 2097 om alvast een beetje te oefenen. Over 88 jaar is het blijkbaar – en dat is een understatement – ietwat koeler dan anno 2009. Lees: we bevinden ons in een nieuwe ijstijd. Voordeel van deze klimaatwijziging: 90% van de wereldbevolking is omgekomen, er is dus weer wat plaats op deze bol. Dat lucht op. De resterende 10% doolt wat rond en raakt, zoals een degelijke doorsnee mens betaamt, regelmatig slaags met soortgenoten. De aard van het beestje. Als er iets onuitroeibaar is in het heelal is het wel onze hang naar agressie.

En daar gaan we weer, want nog meer eigen aan het beestje is de drang naar macht en het grootste zijn en het grootste hebben. Als speler sta je aan het hoofd van een clan die naar het voorgaande streeft.

Het allerbelangrijkste bij de prijsuitreiking – geen zilver of brons hier – is dat je zoveel mogelijk leden in je clan hebt zitten. Je hangars mogen dan nog uitpuilen van de pikhouwelen, schoppen, sneeuwscooters, medikits, spuiten, netten en granaten, zonder voldoende menselijk kapitaal lachen je medespelers je op het einde ongenadig uit. Eentje toch.

Arctic Scavengers, want over dit kaartspel gaat het, gebruikt het speltechnisch concept van Dominion. Dat is niet slecht bekeken want het is een leuke basis. Spelers die nu gaan beweren dat dat niet mag omdat het diefstal is kruipen best weer in hun mandje. Als in een Ferrarimotor in mijn Toyota wil steken doe ik dat gewoon. Ik heb er dan ook geen bezwaar tegen een Dominionmotor aan te treffen in de kleine doos van Arctic Avengers. Ze doen maar, als ik maar geniet. En genoten heb ik, beste medespeler.

U gaat dus net als in Dominion aan de slag met tien startkaarten. U schudt die en trekt er vijf in uw poezelige handje. Dat poezelige gaat er wel vanaf zodra u uw eerste graafbeurt op de plaatselijke vuilnisbelt achter de rug hebt.

Tijdens uw beurt kunt u vier dingen doen: trekken, graven, jagen en inhuren. Trekken doet u gewoon uit uw trekstapel, heel origineel. Graven doet u op de plaatselijke afvalhoop, jagen doet u uiteraard in de wildernis – al is het tijdens het spelen niet echt duidelijk waarop u jaagt – en inhuren doet u in de kroeg daar op het einde van de hoofdstraat. Wie je inhuurt mag je kiezen, het graven op de vuilnisbelt doet u best onder begeleiding van een schietgebedje. Al deze acties vragen handkaarten, die bestaan uit personages en hulpmiddelen. Een schop bijvoorbeeld graaft al wat makkelijker en – veel belangrijker – ook dieper. Met injectiespuiten en medikits verleidt u huurlingen en met handgeknoopte netten vangt u wel eens een vogeltje voor op de barbecue. U kunt elke actie maar één keer tijdens uw beurt doen. U mag dus één keer trekken, graven, jagen en inhuren als het aan u is. Na ronde twee trekt het spel zich echt op gang want vanaf dan wordt elke ronde besloten met een "schermutseling". Schermutselen, het lijkt een onschuldig gegeven, maar dat krijgt toch een iets andere dimensie als één uwer schermutselaars met een groot gat centraal in zijn voorhoofd tegen de grond gaat. Waarna u moet vaststellen dat een andere schermutselaar over een sluipschutter beschikt. Over dat soort spel hebben we het hier. U bent gewaarschuwd.

In tegenstelling tot Dominion, waar de geldstrategie u toch een meer dan aanzienlijke kans biedt op de overwinning, heb je hier de actiekaarten echt wel nodig. Maar net als in Dominion wil je je deck zo klein mogelijk houden om voldoende frequent te kunnen trekken, graven, jagen en inhuren. En vechten. Dit laatste werkwoord is erg belangrijk in Arctic Scavengers. U moet aan de agressieve bak. Vanaf ronde drie is het – u las het al eerder - elke keer raak. Heel interactief allemaal, meer dan in Dominion en bij momenten bloedstollend spannend. Want u wilt de kaart die daar boven op de "contested ressources" stapel ligt. U wilt ze persé want u hebt ze, in tegenstelling tot uw medespelers – gezien. U bent immers de "initiator". En u hebt ze écht wel dringend nodig, want ze kan mogelijk het verschil maken bij de eindtelling. Maar wat doet u dan? Gaat u een beetje zitten bluffen en ze met zo weinig mogelijk gevechtskracht proberen binnen te halen, omdat u toch ook zó broodnodig moet graven, jagen en inhuren eerder in uw beurt? Gaat u met een lage gevechtskracht, maar met een saboteur en een sluipschutter, het gevecht aan in de hoop dat die heel handige teamleden de aanvallers van uw tegenstanders wel zullen uitschakelen voor ze aan de beurt komen? Waar zit u eigenlijk in de beurtvolgorde? Is het eigenlijk wel raadzaam om als derde in de rij uw sluipschutter en saboteur nog in stelling te brengen? Een stelling die wel eens leeg zou kunnen zijn op het moment dat u aan zet bent, waardoor u uw zet kunt vergeten? Dat soort vragen komen bij u op als u dit speelt. Het zijn geen alledaagse vragen, dat geef ik grif toe, maar ze genereren hier wel gratis een behoorlijke dosis adrenaline, iets waar u in een doorsnee apotheek toch een aanzienlijke hoeveelheid euro’s voor op tafel moet leggen.

Na 14 ronden, getriggerd door het gevecht om de sterke ressourcekaarten, is het spel afgelopen. U telt dan het aantal persoonsicoontjes op al uw kaarten bij elkaar op en wie daarmee het hoogst scoort is de winnaar, Mister Overleven als het ware. U begrijpt dat er, gezien het doel van het spel, geen condoom- of andere voorbehoedsmiddelenkaarten in het spel voorkomen.

Arctic Scavengers speelt sneller dan Dominion. Met sneller bedoel ik hier niet het tijdsbestek dat u aan het spel spendeert, ik heb middels chronometrie al vastgesteld dat Dominion op dat vlak sneller door de bocht scheurt. Nee, ik bedoel de snelheid waarmee u weer aan de beurt bent. U wordt hier immers niet geconfronteerd met ellenlange reeksen van actiekaarten, ondertussen de secondenwijzer van uw keukenklok bestuderend. Uw mogelijkheden zijn beperkter. Beperkter, maar u wordt wel bij elke beurt geconfronteerd met meer dilemma’s. En dat, beste medespeler, is een zeer goede zaak. U krijgt immers het gevoel dat u snel speelt. En dat gevoel wordt nog eens versterkt door het feit dat u snelheid én plezier gelijktijdig ervaart.

Net als in Dominion wordt er nogal wat afgeschud. Hou daar rekening mee, en als u zich het spel aanschaft raad ik u ook aan de kaarten een jasje aan te doen. Ze zijn nogal gevoelig voor slijtage, vooral aan de randjes. De kaarten zijn functioneel, alleen de opdruk van de kosten voor het inhuren hadden wat groter gemogen.

Uit het voorgaande hebt u al begrepen dat de sluipschutters en de saboteurs erg leuke karakters zijn die hun naam alle eer aandoen. Helaas kunnen ze tijdens de gevechten al eens fungeren als kingmaker, waardoor u één of andere speler bevoor- of benadeelt. Klein minpuntje maar, want op het einde vlakt het lekker uit.

Er zitten ook al een aantal uitbreidingen in de pijplijn. Dat is leuk, maar het is een tweesnijdend zwaard. Gevaar voor ondersneeuwen zit erin. Zelf ben ik meer en meer aan het terugkeren naar "het goeie ouwe basisspel". Niet teveel tralalie en tralala meer voor mij. Ik heb het wel een beetje gehad met al die extra’s, al zal één mijner volgende bijdragen over mijn orgastische ervaring met een welbepaalde uitbreiding dit weer meedogenloos tegenspreken. Het zij zo.

Ik ga die uitbreidingen wel een beetje in de gaten houden, maar op dit moment is het basisspel meer dan voldoende om de warme zomerdagen door te komen. Ik moet me tenslotte dringend beginnen opwarmen voor het echte werk. In 2097.

Dominique

 

Arctic Scavengers

Driftwood Games, 2009

Robert K. Gabhart

3 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

45 tot 60 minuten

00:07 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

06-07-09

Bespaar u de moeite, Tiny, want ik ga winny!

Tiny op de boerderij. Dat is het eerste wat me te binnen schoot toen ik de buitenkant van dit spel onder ogen kreeg.

Als je, in een speciaalzaak vertoevend, die doos ziet denk je: "Laat ik dát toch maar in de rekken laten staan. Dat krijg ik nooit aan mijn spellenvrienden verkocht." De oubolligheid – en dat is een understatement – druipt er vanaf. Sommige nostalgici gaan hiervoor overstag, ondergetekende niet. Integendeel, ik moest een beetje happen naar adem. Er doemden immers visoenen voor me op van "Voor Boer En Tuinder." Voor mij betekent dat nachtmerrieachtige herinneringen aan doodsaaie zondagnamiddagen vroeg in de jaren 70. En dat, beste medepeler, zijn jeugdfragmenten waarmee ik liever niet word geconfronteerd.

Maar sinds de aankoop van mijn eerste Playboy heb ik geleerd een boek niet te beoordelen op basis van de kaft. Dus kreeg ook Eine Frage Der Ahre een kans.

Ben ik blij dat ik dat gedaan heb.

Want waar ik wél voor overstag ging is het spel zelf. En daar had het niet veel tijd voor nodig. Ongeveer 4 minuten en 32 seconden na aanvang van de eerste sessie ging ik voor de bijl. Helemaal.

Dit spel zit in een grote doos en is ook actief in een hogere gewichtsklasse. Er zit veel spel in voor uw geld. Dubbel- en enkeltegels, bonustegels, schuurtjes, telstenen, spelregels en natuurlijk een lekker groot spelbord. Van dat bord moet u zich, buiten de grootte, ook niet teveel van voorstellen. Hip is het allemaal niet. Hier gaat u niet mee kunnen opscheppen aan de speltafel. Maar het is functioneel en het doet op efficiënte en overzichtelijke manier zijn werk. En dat is in deze verwarde tijden van spellen als Machu Pichu ook een verdienste.

De maker van dit spel, Jeffrey D. Allers, is ook de bedenker van "Aber Bitte Mit Sahne", "Circus Maximus" en "Alea Iacta Est". Ik zou deze kerel dan ook in de gaten houden als ik u was. Hij heeft duidelijk wat in zijn mars. Mij heeft hij met de eerste twee al veel plezier bezorgd. En nu dus ook met Eine Frage der Ahre. Knappe kerel die dat met een boerderijthema klaarspeelt. Ik durf het bijna niet neerschrijven maar deze bekoort mij nog meer dan Agricola. Zo, het is eruit.

Een prachtige korte samenvatting over het spelconcept in vraag- en antwoordvorm vindt u op het volgende internetadres:

http://www.gamepack.nl/gamepack/verrassend-EF.html#frage-NL

Wat mij overstag deed gaan:

Het tactisch gegeven

Na elke beurt scoor je en dat voelt zó lekker

Vaart a volonté

Een aangenaam korte speelduur met heel wat diepgang

Meerdere wegen komen toe op de bestemming der bestemmingen: de overwinning

Mede door de bonustegels spannend tot op het einde

Degelijk en functioneel spelmateriaal

Tegels aanleggen in 3D

Aangenaam spelen met elk spelersaantal

Dit moet volstaan om u nieuwsgierig te maken. Probeer het eens en u zult merken dat ik gelijk heb.

De boerenstiel, het is niks voor mij. Maar een beetje wroeten in kartonnen dubbel- en enkeltegels en bonusfiches, dat gaat me enorm goed af. En het hoeft echt niet te regenen voor een goede oogst.

Aanrader!

Dominique

 

Eine Frage der Ahre (Pegasus Spiele, 2009)

Jeffrey D. Allers

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

45 tot 60 minuten

 

 

 

 

 

07:26 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

05-07-09

Ezels niet meegeleverd!

Eén van mijn belangrijkste spelgeboden is: "Gij zult niet bieden!" Als er geboden moet worden ben ik er niet graag bij. Modern Art bijvoorbeeld – in mijn ogen een heel goed spel – is door mij moeilijk te winnen. Nu geldt dat voor bijna alle spellen die ik speel, Ganzenbord uitgezonderd, maar als Modern Art zich aandient zijn mijn kansen op een overwinning quasi nihil. Dat is niet veel. Het komt dan ook nauwelijks op tafel, toch niet op mijn verzoek.

Masters Gallery – Modern Art zonder bieden – is in mijn geval dan ook een zegen. Ik heb het gevoel dat Herr Knizia mij in gedachten had toen hij zijn figuurlijke schaar in Modern Art zette. En ik ben hem daar zeer dankbaar voor.

Masters Gallery is Modern Art in ondergoed. Ik weet wat u nu denkt. Dat dit niet goed klinkt. Maar hebt u het ex-lief van Leonardo Di Caprio, Bar Refaeli, al eens goed bekeken? Probeer u eens een beeld te vormen van Bar in haar ondergoed. Dát, beste medespeler, is het perspectief van waaruit u dit spel moet benaderen. Ik weet niet hoe het met u zit – ik hoor het graag als u een paar sessies achter de rug hebt – maar wat mij betreft is less in dit geval aanzienlijk more. Zelfs zodanig more dat ik vrees dat Modern Art nu helemaal gaat verkommeren op mijn spellenrek.

Er zijn twee edities van dit spel. Een lelijke en een minder lelijke. Beide versies zijn speltechnisch dezelfde, maar mooi is anders. De lelijke heeft de erg originele titel "Modern Art: The Card Game", met de kaarten uit het originele spel De minder lelijke is Masters Gallery, met afbeeldingen van schilderijen van Vermeer, Van Gogh, Monet, Renoir en Degas. Allemaal toffe peren, die schilders, en ze hebben stuk voor stuk prachtige dingen gemaakt, maar op een speelkaart komen ze toch niet helemaal tot hun recht.

Het spelsysteem is weinig veranderd ten opzichte van Modern Art, alleen worden de  kaarten niet geveild maar gewoon uitgespeeld. Zonder meer. Centraal op tafel liggen de "meesterkaarten" van de deelnemende schilders uitgestald. Daarop komen tijdens de waardering  populariteispunten te liggen. Deze populariteitspunten worden toegekend op basis van het aantal kaarten die de spelers samen van die betreffende schilder hebben uitgespeeld. Een waardering wordt in gang gezet zodra de zesde kaart van een schilder open komt te liggen. Voor we zover zijn hebben we dus kaarten uitgespeeld, zowel "gewone" als "speciale". de speciale kaarten zorgen voor het pigment. Zo zijn er die je toelaten nog een kaart extra gedekt uit te spelen, kaarten die je toelaten aan een schilder naar keuze 2 populariteispunten toe te kennen, kaarten die je toelaten een extra kaart te trekken van de trekstapel, kaarten die elke speler verplichten simultaan een kaart uit te spelen en kaarten die je het genot bieden onmiddellijk een extra kaart van de betreffende schilder uit te spelen. Voorzichtig met die kaarten, ze zijn erg belangrijk en er zijn er niet zoveel van.

De zesde kaart van een schilder open op tafel initieert zoals gezegd een waardering. De drie schilders waarvan de meeste kaarten werden uitgespeeld krijgen in volgorde van succes puntenfiches toegekend: 3, 2 en 1. Gelijke standen zijn door het toekennen van een numerieke waarde aan de centrale meesterkaarten niet mogelijk. Vlak voor de waardering kan elke speler nog één kaart per uitgespeelde schilder aan zijn display toevoegen en dan worden de punten verdeeld. Elke kaart in je display levert de populareitspunten van de overeenkomende schilders op. De puntenfiches blijven op de meesterkaarten liggen waardoor deze artiesten potentieel in waarde kunnen gaan stijgen tjdens het spel, al worden tijdens elke ronde enkel de van die betreffende ronde populairste schilder gewaardeerd.

Velen onder u zullen zeggen: "Maar door het wegvallen van de veilingen valt er toch een hele hoop interactie weg?" En die velen hebben gelijk. Ten dele. Want u moet de blik in mijn ogen eens zien zodra ik de zesde kaart van één des meesters op tafel leg, een blik die ik dan meestal richt op de speler die op dat moment aan kop ligt. Interactie zonder woorden heet dat. Of als ik na het uitspelen van een speciale kaart er nog een extra gedekt bij leg. Tja, wat ligt daar nu? Of wanneer ik in de vierde en laatste ronde een mastermove maak van 60 punten waardoor ik vanuit een schijnbaar verloren positie de overwinning alsnog binnen haal. Très satisfaisant. Of het intens genot waarmee ik vaststel dat mijn tegenstanders hun hand zitten leeg te spelen om te laat en niet zonder enige verbijstering tot het besef te komen dat er in de vierde en laatste ronde geen kaarten meer worden uitgedeeld. Een genot dat ik in die bewuste vierde ronde graag met hen deel door overmatig met mijn uitgebreide voorraad handkaarten te zwaaien als was het een buitensporig grote waaier tegen de warmte. Waarmee ik gewoon even wil aantonen dat interactie een heel relatief begrip is en dat u daar met een beetje goede wil altijd iets van kunt maken, in eender welk spel.

Wilt u een aantal bekende werken van beroemde schilders in huis halen, hapt u dan gerust toe. Ze verdienen een plaats in uw woonkamer.

Zelfs in uw keuken gaan ze niet misstaan.

Dominique

 

Masters Gallery

Gryphon Games, 2009 

Reiner Knizia

2 spelers vanaf 10 jaar

30 tot 45 minuten 

14:23 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-06-09

Altijd prijs!

Worden jullie dat niet moe? Al die spellenprijzen? Er zijn er zoveel en iedere uitgever en ontwerper wil wel een deel van de, ondertussen gigantische, koek. Behalve een "De Tafel Plakt!"-award. Die ligt niet zo goed in de markt. Daar letten ze wel voor op. Mijn abomilabels zijn niet bepaald geliefd in de sector. Ik kan u trouwens nu al verklappen dat de awards van 2009 over de hele maand januari 2010 zullen worden uitgesmeerd. Zoveel schade is er dit jaar al aangericht. En 2009 is nog maar halfweg.

Spellenprijzen dus. De wildgroei. Ik word er kotsmisselijk van.

Geef toe: een missverkiezing heeft toch veel meer om het lijf dan dat kurkdroge bord- en kaartspellengedoe. Zo was ik onlangs op de Miss Pompoenverkiezing in Heffen. Geen gedoe daar. Ze hebben een simpel reglement. Het bestaat uit één regel: die met de grootste pompoenen wint. Missverkiezingen, ze zijn zoveel opwindender. Of neem de Miss Landmijn-verkiezing in Angola. Ik heb het raden naar de inhoud van de praktische proeven, maar ik heb wel een vermoeden. Het publiek zit naar het schijnt op een erg veilige afstand. Kijk, daar kom je je luie zetel nog eens voor uit. Leg dat nu eens naast – laat me de klepper der kleppers er maar onmiddellijk bijsleuren – het "Spiel Des Jahres". Geen fluit aan te beleven.

Ik moet er niet van hebben.

Ik zal u zeggen waarom.

Ten eerste: de spanning ontbreekt volledig.

Ja, de genomineerde uitgevers en ontwerpers doen het bijna in hun broek van opwinding. Maar wij, het spelgepeupel, worden volledig en schandalig over het hoofd gezien. Want wat doet men? Men publiceert een shortlist. Daaruit wordt de winnaar gekozen. Daar is toch geen lol aan? Een gouden tip, jongens en meisjes organisatoren van spellenprijzen. Doe het out of the blue, als een donderslag bij heldere hemel. Plots, ineens, dié heeft gewonnen. Punt. Te nemen of te laten. Weg met die shortlist. En maak ook de datum niet bekend van De Grote Bekendmaking. Dat is zo passé. Buiten een handvol spellenfreaks die tijdens het betreffende etmaal kwijlend voor de pc zitten om toch maar als eerste online de primeur te kunnen posten is er geen kat in geïnteresseerd.

Ten tweede: het zijn altijd dezelfden die winnen.

Een glaasje Agricola iemand? Men heeft daarvoor in het Nederlands een mooie term: Voor-spel-baar-heid. Zucht. Ik durf met u te wedden dat zelfs de waarzegsters van Astrotime op VTM na raadpleging van enkele actiekaarten perfect zullen kunnen voorspellen welk spel er in welke categorie wint. Zij die met open mond de waarzegsters van Astrotime al eens aan het werk hebben gezien weten wat ik bedoel.

Ten derde: de prijsuitreikingen zelf.

Geen stoeipoezen daar hoor, geen gegooi met warme hapjes, geen polonaises, geen wiet en geen gesnuif. Neen, doodsaaie bedoeningen zijn het. Met mensen in maatpak, waarvan ik ten zeerste durf te betwijfelen of ze ooit wel eens aan een speltafel hebben gezeten. Uitstraling? Nihil. Opwinding? Nog veel nihiller.

Ten vierde: de onontkoombare wetmatigheid dat de beste spellen geen prijs winnen.

Nog nooit, maar dan ook nooit, heeft een winnaar mijn voorkeur weggedragen. Ik vond er altijd andere beter. Geef maar toe dat u bij het lezen van de vorige zin onmiskenbaar ja zat te knikken. Lichtjes misschien, maar de jabeweging was er. Deze wetmatigheid dat de beste spellen niet winnen is dan ook hét bewijs dat spellenprijzen totaal irrelevant zijn.

Voorbeelden? Der Deutsche Spielepreis. 2008: Agricola (Tribun had moeten winnen); 2007: Die Saulen Der Erde (Notre Dame had moeten winnen); 2006: Caylus (Blue Moon City had moeten winnen); 2005: Louis IV (Shadows Over Camelot had moeten winnen); 2004: Sankt Petersburg (San Juan had moeten winnen); 2003: Amun Re (New England had moeten winnen), 2002: Puerto Rico (Atlantic Star had moeten winnen); 2001: Carcassonne (Evo had moeten winnen); 2000: Taj Mahal (Kardinal & König had moeten winnen); 1999: Tikal (Giganten had moeten winnen); 1998: Euphrat & Tigris (Basari had moeten winnen). Tien jaar van gemiste kansen. En dat zal zo tot het einde der spellentijden blijven doorgaan.

Ten vijfde: wie kiest?

Een aantal bobo’s die je gerust kunt vergelijken met de fossielen die zitting hebben in de hoogste organen van de wereldvoetbalbond. Mogelijk zwaar onder druk gezet door de grote uitgevers om toch maar voor hun spel te kiezen. Geloofwaardigheid: nul komma nul. U moest eens weten wat uitgevers mij allemaal durven aanbieden om hun spellen toch maar uit de "De Tafel Plakt!"-awards te houden. Moest ik omkoopbaar zijn, ik zat allang op Hawaii mijn eindeloze hoeveelheid centen te tellen. Omgekeerd zal de redenering dus ook wel kloppen. Willen we winnen moeten we dokken.

Ja maar, zult u opwerpen, wij spelers kiezen toch "Der Deutsche Spielepreis"? Sta me even toe daar eens goed mee te lachen. De hardcore speler kiest die prijs. Niet de doorsnee familiespeler die, tranen met uiten lachend, de grootste lol beleeft aan – ik zeg maar iets – Coyote. De speler pur sang. Die houdt zich daar niet mee bezig. Die is slimmer. Die amuseert zich gewoon en verliest geen tijd met het aanklikken zijner favorieten. Misschien zijn dát – en mogelijk word ik hiervoor nu een dezer dagen opgeknoopt – wel de échte spelers. U moet eens op het volgende letten. Is het in uw spelerskring de gewoonte de volgende zin te bezigen als u een nieuw spel gaat proberen: "We gaan het eens testen?" Plant u dan maar snel een lange retraite in een of ander verafgelegen klooster, liefst eentje waar de zwijggelofte moet afgelegd, want dan bent u érg verkeerd bezig. En ik zou u in dat geval dringend willen aanraden na uw thuiskomst in plaats van het woord testen het woord spelen te gaan (her)gebruiken.

Ten zesde: wat levert het ons, spelers, op?

Daar kan ik heel kort op antwoorden. Met een vijfletterwoord. En ik schrijf het zelfs met een hoofdletter: Niets. Helemaal niets.

Een richtlijn voor de eventuele aankoop van spellen, zegt u? Op het moment dat de winnaars worden bekendgemaakt hebben we ze al.

De garantie op een goed spel, mompelt u? Ik zou er mijn bonen niet op te week leggen. Hoed u voor de blinde aankoop van een spel dat een prijs gewonnen heeft. Kom achteraf niet zeuren dat u het niet wist.

Een prijs is een hogere oplage is meer aanbod is een lagere prijs in de winkel, kreunt u? Hahahahahahahahahahahaha! Integendeel: het spel wordt duurder. Want het wordt toch gekocht. Niet te geloven wat zo’n stickertje op de doos teweegbrengt bij ons, spelvee. U gaat nog meer aan uw zuurverdiende maandloon moeten frunniken.

Draai en keer het zoals u wilt, beste medespeler. We zijn altijd de pineut.

Ten zevende, oftewel het voorgaande nog eens samengebald in wijze raad.

Stoot u toevallig bij het raadplegen van een of ander communicatiemedium op een longlist, een shortlist of de winnaar himself van een spellenprijs, wend dan uw blik onmiddellijk af en ga over tot de orde van de dag, voor zover die orde bestaat uit zaken die wél belangrijk zijn.

Nee, geef mij maar Miss Pompoen en Miss Landmijn. Zulke schatjes. En verdiend gewonnen!

Dominique

 

11:12 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

20-06-09

De numero uno van Bruno.

Bruno Faidutti, een speler en ontwerper die mij zeer genegen is, heeft zijn twintig nominaties bekendgemaakt voor zijn spel van het jaar. De winnaar zal worden onthuld begin juli. Hier vindt u de lijst:

http://www.faidutti.com/index.php?Module=divers&id=555

Mijn eerste gedachte toen ik de lijst zag was: "Wat dutti nu?" Want de brave man heeft een aantal kleppers over het hoofd gezien die ik toch ook even wil vermelden. Om te voorkomen dat u zich als een konijn voor een lichtbak blindstaart op wat u op Bruno’s voortreffelijke website te lezen krijgt.

Onder het motto "Volgend jaar beter bij de les, Bruno!" gaan we de lijst in kwestie toch even aanvullen. Van shortlist naar longlist dus. Moet kunnen.  

A Touch Of Evil (Flying Frog Productions)

Bacchus’ Banquet (Mayfair Games)

Birds On A Wire (Gryphon Games)

Cheaty Mages (Japon Brand)

Der Hexer Von Salem (Kosmos)

Einauge Sei Wachsam (Amigo)

Eine Frage Der Ahre (Pegasus Spiele)

Jet Set (Wattsalpoag Games)

Keltis, Das Mitbringspiel (Kosmos)

Krakow 1325 AD (Geode Games)

Master Of Rules (Z-Man Games)

Masters Gallery (Gryphon Games)

Monuments, Wonders Of Antiquity (Mayfair Games / Abacus)

Municipium (Valley Games)

Pickpocket (Repos Production)

Red November (Fantasy Flight Games)

Saigo No Kane (Wolf-Fang P.H.)

Strozzi (Rio Grande Games / Abacus)

Tinners’ Trail (Treefrog)

Wasabi (Z-Man Games)

Zo, Bruno, je lijst bestaat nu uit 40 spellen. Geen dank. Dat maakt het er allemaal niet makkelijker op, ik weet het, maar er zijn nog ergere dingen in het leven. In Iran wonen bijvoorbeeld. Of Noord-Korea. Of als digitale meerwaardezoeker geconfronteerd worden met de Joodse orthodoxe zoekmachine Koogle.

Tot begin juli. Ik ben benieuwd.

Dominique

 

 

 

20:01 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

17-06-09

Haas is de naam.

Naar aanleiding van een discussie op Bordspelforum.com over privacy op Boardgamegeek - meer bepaald: wie doet het met wie en wanneer? - ben ik aan het denken geslagen. Kan ik zomaar mensen met naam en toenaam vermelden in mijn blog?

Laat ik dit alvast vooropstellen: vermeld worden in mijn blog is een grote eer. En u mag de impact ervan niet onderschatten. Zo kreeg ik vlak voor de Vlaamse en Europese verkiezingen stapels brieven van politici die smeekten om te figureren in een of andere spelbespreking, als daar zijn: Bart De Wever (Aber Bitte Mit Sahne), Kris Peeters (Automobile), Didier Reynders (Money), Mieke Vogels (Birds On A Wire), Guy Verhofstadt (Blue Moon), Herman De Croo (The Extraordinary Adventures Of Baron Munchausen), Filip De Winter (Lost Cities), Jean-Marie Dedecker (Top Race), Dirk Van Mechelen (De Bruggen Van Shangrila), Marie-Rose Morel (Intrige) en Jean-Jacques De Gucht (De Kinderen Van Carcassonne).

En ook voor de federale verkiezingen van het najaar zijn er al aanvragen al binnengekomen: Pieter De Crem (Attack!), Herman Van Rompuy (Patience), Joëlle Millequet (Non Merci!), Laurette Onkelinx (De Draken komen!), Karel De Gucht (Take Stock!), Vincent Van Quickenborne (Project Pornstar), Etienne Schouppe (Ticket To Ride), Stefaan De Clerck (Ausbrecher AG), Didier Reynders (Schwarzmarkt) en Olivier Chastel (Wie Is Het?).

Ik zou zeggen: neem daar een voorbeeld aan. Toch, zeker is zeker. Daarom vraag ik u met aandrang het mij expliciet te laten weten als u geen deel uit wenst te maken van toekomstige blogbijdragen. Dat kan immers – afhankelijk van wie u bent – positieve of negatieve consequenties hebben voor uw imago. En mogelijk – nog veel belangrijker – ook voor het mijne.

Aan hen die hier de voorbije twee jaar op compromitterende wijze de revue zijn gepasseerd zeg ik dan ook diep en oprecht: sorry!

U kunt uw auteursrechten alsnog innen via Sabam.

Dominique

18:37 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

10-06-09

Dipperdedipperdedip!

Beste medespeler, ik zit er een beetje door. Door het spelen van spellen bedoel ik. Ik zit in een dip. Of er een achtervoegsel –je aan mag weet ik nog niet goed. De ernst van de situatie zal zich pas over enkele weken openbaren. Ik hou u op de hoogte.

Het beu-symptoom dook plots op toen ik onlangs werd geconfronteerd met de aankondiging van de nieuwe Ystari: Assyria. Na het lezen van de korte beschrijving van het spel was mijn enige reactie: geeuw. Erg verontrustend. Het ging over Nomaden (geeuw) en mannetjes plaatsen (geeuwgeeuw) en daardoor bepaalde acties kunnen doen (geeuwgeeuwgeeuw) en ja hoor, zelfs ongegeneerd parasiteren op de eigendommen van tegenspelers is mogelijk (geeuwgeeuwgeeuwgeeuw). En de climax moest dan nog komen: er staat weer een "Y" in de speltitel (geeuwgeeuwgeeuwgeeuwgeeuw).

De opwinding die zich bij ondergetekende manifesteert – ik geef toe: in wisselende intensiteiten, maar toch steeds onmiskenbaar aanwezig – bij de aankondiging van een nieuw spel was bij Assyria ver te zoeken. Zeg maar volledig afwezig.

Ik ben oververzadigd. En er is op het eerste gezicht geen Jägermeisterachtig artefact in de buurt dat voor mijn opgeblazen gevoel enig soelaas kan bieden.

Hier zit ik dus, spelmoe, tegen een stapel aan te staren die bestaat uit Automobile, Masters Gallery, Birds On A Wire, Sumeria, Steam, Waterloo, Maori, de kannibaaluitbreiding van Lifeboat, Giro d’Italia en de Alea Schatzkiste. Normaal gezien scheur ik met de zachte finesse eigen aan een weerwolf de folie aan flarden, nu blijft deze onaangeroerd.

Edoch, ik ontwaar nog enkele lichtpuntjes in de verte: ik heb nog zin om te schrijven over het fenomeen. Ik heb trouwens nog explosief materiaal in de la liggen dat ik u zeker niet wil onthouden. Laat ik me daar dan maar even aan vastklampen. En ook het lichtelijk fantastische erotisch geladen - excusez le mot - en volledig afwasbare "Bettspiel" (Private Games), met niet kwetsende spelonderdelen verpakt in een kussensloop en gemaakt om al spelend van voorspel naar eindspel te evolueren, heeft me nog net voldoende kracht gegeven om aan de rand van de afgrond te blijven hangen.

Er is dus nog hoop.

Dat beu-symptoom. Ik vraag het me toch af. Zou dat nu wijzen op een ziekteproces of – integendeel – het begin van een of andere vorm van genezing?

Misschien toch maar even Dr. Easy raadplegen. Hopelijk adviseert hij gewoon om even het "bett" te houden.

Dominique

 

 

 

 

 

21:25 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

16-05-09

Wiens brood men eet..

Vrijheid van meningsuiting. Het blijft een rekbaar begrip. Ik kan erover meepraten.

De meisjes en jongens van Dema Games, een kleine Deense uitgever, zijn onlangs ook frontaal tegen de onzichtbare muur van de meningsvrijheid aangelopen. Een muur die de katholieke Opus Dei beweging in allerijl had opgetrokken. Hun spel "Opus Dei", aangekondigd als "The World’s First Atheist Card Game Ever!" was voor de dames en heren van Opus Dei een meningsuiting te ver. Gevolg: een rechtzaak.

Ironisch genoeg gingen de verkoopcijfers na deze gerechtelijke stappen aanzienlijk de hoogte in. Dat gebeurt wel meer in dit soort zaken. Wat niet mag wordt begeerd. Gek dat Opus Dei, Eva en de appel indachtig, daar niet bij heeft stilgestaan alvorens het justitieel geschut in stelling te brengen. Opus Dei, het spel, gaat dus sindsdien als zoete broodjes over de toonbank. Bij Dema Games boffen ze zelfs twee keer. Ten eerste omdat de verkoop van hun vlaggenschip volop in de lift zit en ten tweede omdat de inquisitie niet meer bestaat, anders was er al een Opus Dei-delegatie met martel- en andere tuigen in Kopenhagen afgestapt. Spelontwerpers die gelyncht worden door fanatici van een beweging die dezelfde naam draagt als hun spel, het zou wat zijn.

Ben u eerder een verzamelaar van spellen en op zoek naar een collector’s item in wording is het misschien het geschikte moment om toe te slaan.

Opus Dei, Existence After Religion, is een kaartspel. En het doet zijn naam alle eer aan want het doosje bevat 62 zogenaamde personenkaarten en 96 actiekaarten. Er wordt ook nog een soort kartonnen schildersezeltje bijgeleverd waarop tijdens het spel de actieve zonkaart wordt geplaatst. Fronst u gerust even, alles wordt straks duidelijk.

Met die kaarten en dat schildersezeltje gaan we een Guillotineachtig spelletje spelen. Twaalf personenkaarten worden in een rij opengelegd en aan het begin van die rij wordt het schildersezeltje geplaatst. Elke speler krijgt vier kaarten van de actiestapel en we zijn vertrokken voor drie ronden. Vertrokken richting eindstation "wie de meeste punten heeft verzameld wint".

Als u Guillotine al eens hebt gespeeld weet u dat er tijdens uw beurt een edele een aanzienlijk hoofd kleiner wordt gemaakt. Niet zo in Opus Dei. Hier wordt tijdens uw beurt een belangrijke historische figuur geboren, meestal filosofisch of wetenschappelijk of – jawel – compleet geschift van aard; Enkele voorbeelden? Plato , Copernicus, Descartes, Einstein, Nietzsche, Hegel, Newton. Niet van de minste dus. De weirdo’s, spijtig genoeg maar met z’n negenen in totaal – niet eens genoeg voor een leuke voetbalploeg – zijn het interessantst en leveren je helemaal geen of zelfs minpunten op. Voorbeelden? Jakob Ammann, de stichter van de Amish. Joseph Smith Jr., grondlegger van de Mormonen, die als bij wonder een aantal beschreven stenen tafelen ontdekte in de Verenigde Staten waaruit bleek dat Jezus na zijn verrijzenis met zijn apostelen naar Amerika was geëmigreerd, daarmee de indianen in één klap tot voetnoot in de Amerikaanse geschiedenis degraderend. Niemand kon deze tafelen lezen, omdat ze in een nogal vreemde en niet te ontcijferen taal waren opgesteld. Behalve één man: inderdaad. –2 punten als hij in je display ligt. Sahtiya Baba, die om het simpel te houden zichzelf maar tot God uitriep en terloops meldde dat hij de doden tot leven kon wekken, iets wat hij nooit proefondervindelijk heeft kunnen aantonen (andersom – de levenden tot dood wekken – was aanzienlijk makkelijker realiseerbaar geweest). Of L. Ron Hubbard, de stichter van Scientology, onder andere bekend door zijn historische woorden: "I’d like to start a religion. That’s where the money is." Dat soort volk wil je niet in je puntenstapel.

Je puntenstapel ontstaat door tijdens je beurt één tot twee actiekaarten uit te spelen en vervolgens de eerstliggende personenkaart in je puntenstapel, je "wereld", te leggen. Daardoor worden deze personages in je wereld geboren. Je speelt dus een beetje verloskundige. De personages leveren punten op aan het einde van het spel. De wetenschappers zijn een beetje speciaal. Hun puntenscore hangt af van het aantal wetenschappers dat je op het einde van het spel in voorraad hebt. En er zijn ook koppeltjes. Simone De Beauvoir is slechts één punt waard, maar haar waarde stijgt tot drie als ook Sartre in hetzelfde stapeltje zit. De liefde, ze stuwt je naar ongekende hoogten.

Zodra we de centrale lijst van 12 personages hebben "verlost" gaan we over naar de volgende ronde. De baarmoeder wordt opnieuw gevuld met 12 grote denkers en we brengen onze verlostangen weer in stelling.

Met je actiekaarten, vooral de miraculumkaarten, kun je de volgorde in de rij personages beïnvloeden. Heel erg Guillotine is dat. Maar er zijn nog twee andere soorten actiekaartjes, de aarde- en de zonkaarten. Met de aardekaarten kun je je eigen "wereld" (je verzamelde personages) of die van andere spelers positief of negatief beïnvloeden, met de zonkaarten kun je invloed uitoefenen op het hele spelgebeuren. Van deze laatste kan er slechts eentje tegelijkertijd actief zijn en deze wordt – lekker overzichtelijk – op het schilderezeltje geplaatst.

Bepaalde personages hebben een speciale eigenschap die actief wordt zodra ze door een speler tot leven worden gewekt of als ze zich in de rij  personenkaarten – de baarmoeder met de twaalfling zeg maar – bevinden. Het activeren van deze eigenschap is verplicht. Galilei bijvoorbeeld laat je toe een extra actiekaart te trekken als je hem uit de baarmoeder trekt.

Er worden drie ronden gespeeld. Dan is het game over en worden de punten geteld. Heel eenvoudig is dat: de waarde van je verzamelde personages (plus of min) optellen. Dat telgebeuren vindt ongeveer plaats na een uurtje. Nietzsche kan dit einde echter aanzienlijk vervroegen. Hij is dan ook niet van de minste.

Hou rekening met het volgende: er staat veel Engelse tekst op de kaarten (al is daar ook gewoon veel niet spelgerelateerde achtergrondinformatie over de personages bij). Het cartoonachtige en speelse van Guillotine zoek je hier tevergeefs. Het is allemaal wat minder kleurrijk en wat serieuzer. Het doosje is niet echt praktisch in gebruik, u gaat beter op zoek naar een handiger en steviger vervangmiddel.

Maar, beste medespeler, dit is beter dan Guillotine. Je hebt meer invloed, een grotere keuze aan zowel actie- als personagekaarten en als je een beetje moeite wil doen leer je heel wat bij. En er staat een Nederlandstalige versie van de spelregels op de website van Dema Games.

Ook meegenomen is dat elke speler aan tafel een "Zeitgeist" wordt genoemd. Dat klinkt goed, zoals in de vraag: "Hé Zeitgeist, mag ik de Doritos even?"

Er zitten trouwens nog een aantal uitbreidingen in de pijplijn. Benieuwd hoe dat gaat aflopen, want vrijheidsberoving van de ontwerpers behoort tot de mogelijkheden. Geeft niet, dan worden ze martelaren. En dan schakelen we Amnesty International in. 

Ik moet u laten nu. Ik moet dringend op zoek naar een paar stenen tafelen die zich ergens op Belgisch grondgebied bevinden. Ik weet nu al dat ik alleen die zal kunnen lezen. Ik hou u op de hoogte.

Dominique

 

Opus Dei: Existence After Religion (Dema Games – 2008)

Alan Schaufuss Laursen / Mark-Rees Andersen

2 tot 6 spelers vanaf 16 jaar

40 tot 80 minuten

18:44 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-05-09

Eenvoud siert.

Beste medespeler, u gaat me niet geloven maar ik heb onlangs met Jezus gespeeld.

Ik trok hem in de derde ronde van epoch 1 van de gedekte trekstapel omdat er niets interessants in de open display lag. Hij had een populatiewaarde van 3, een geldwaarde van 1, een strijdwaarde van – niet verwonderlijk – 0 en een ontdekkingswaarde van 1.

Heeft Jezus mij geholpen? Heeft hij de balans in mijn voordeel doen doorslaan? Niet echt, maar hij was toch een stevig steuntje in het proces van het vermijden van de laatste plaats. Dus een "dank u, Jezus, en graag tot de volgende keer" is zeker op zijn plaats.

Dit is een spel waar nogal eens meewarig wordt over gedaan. Als ik geconfronteerd wordt met meewarigheid heb ik altijd weer de neiging om aan de kant van het object van die meewarigheid te gaan staan. Want hoe u het ook draait of keert, dat onderwerp verdient die meewarigheid meestal niet. Zo is het bijvoorbeeld in bepaalde kringen bon ton om De Kolonisten Van Catan meewarig te bejegenen. Dat is niet terecht. Ontleed dat spel maar eens, of beter: herontdek het. Alles wat een spel goed maakt zit erin. Alleen heeft u het veel te druk om al die nieuwe – kwalitatief mindere – spellen te ontdekken.

Heroes Of The World, uitgegeven door onze Russische vrienden van Sirius, haalt niet het niveau van het basisspel van Catan. Dat is geen schande en ook niet erg want ik heb ondervonden dat dit spel mij in hoge mate heeft doen genieten. Door zijn eenvoud. En zeg nu zelf: uw spellenvrienden doen opschrikken met de woorden "ik leg nu Jezus op tafel", bij hoeveel spellen kunt u dat?

Men neme een overzichtelijk spelbord met de hele wereld erop, een deck interessante en stevige kaarten, plastic voetvolk en ruiterij, een stoffen zak met daarin ontdekkingsfiches, een speciale dobbelsteen, een handvol wereldwonderen en een paar spelers en u bent vertrokken. Uw doel: Hero Of The World worden.

Twee epochen werken we af. We onderscheiden deze tijdperken op het spelbord, op de kaarten en op de ontdekkingen. Tijdens de eerste epoch, waarin onze goede vriend Jezus zijn opwachting maakt, spelen we op een klein centraal gedeelte van het spelbord de oudheid na. In de tweede epoch, met onder andere de weledele heren Attila De Hun, Shakespeare en George Washington schakelen we een versnelling hoger en wordt de rest van de wereld ingepalmd.

Het spel is kaartgestuurd. De bovengenoemde historische figuren laten je toe je bevolking uit te breiden, ontdekkingen te doen, oorlog te voeren of belastingen te innen. In die volgorde en dan ook nog enkel in de gebieden waarin deze figuren hun invloed kunnen uitoefenen.

De ontdekkingen triggeren een waardering. In de oudheid heeft een gebied slechts drie ontdekkingen nodig om gewaardeerd te worden, in de moderne tijd vier. Uiteraard wilt u mee profiteren van deze waarderingen, mar het liefst van al bepaalt u zelf wanneer en waar er gescoord wordt. Timing is in dit spel erg belangrijk. De ontdekkingsfiches in een gebied bepalen de te verdelen overwinningspunten. Deze worden toegewezen aan wie de hoogste bevolkingsgraad in dat gebied heeft. De tweede en derde plaats leveren ook nog troostpunten op en daarna spelen we gewoon verder. Als er vier van de vijf gebieden in de oudheid gewaardeerd zijn vloeien we naadloos over naar de moderne wereld en komen er nieuwe karakterkaarten, ontdekkingsfiches en wonderen in het spel. Acht van de negen gebieden gewaardeerd in de moderne wereld luidt het speleinde in. Wie dan het verste gevorderd is op het, voldoende brede, scorespoor wint. Our Hero!

Tussendoor kunt u nog wereldwonderen bouwen. Ze leveren onmiddellijk 3 punten op en ze hebben eigenschappen die u in de loop van het spel eenmalig extra voordelen opleveren. De Chinese Muur, de Hangende Tuinen Van Babylon, zelfs de Moai van Paasleiland zitten erin.

U kunt, zoals gezegd, ook vechten. Probeer uw agressie echter in toom te houden, ze kan u zuur opbreken. De gevechten worden eenvoudig opgelost door het gooien van een speciale zeszijdige dobbelsteen. Vier van de zes zijden zijn in het voordeel van de aanvaller, twee zijn de verdediger zeer genegen. Ik waarschuw u nog eens: pas hier mee op! U gaat uzelf en dan vooral uw ontembare grootheidswaanzin op een onplezierige manier tegenkomen.

Dit, beste medespeler, is een alleraardigst meerderhedenspel. Ik heb vastgesteld dat je hiermee niet-spelfanaten het wereldje kunt binnenlokken. Net als die heks met die appel. Zij die, in navolging van Jezus maar dan op een totaal ander vlak, aan het bekeren willen slaan weten dus wat hen te doen staat.

Toch, het spel dat het onderwerp is van mijn volgende blogbijdrage druist volledig in tegen de leer van Jezus. Vrijheid van meningsuiting weet u wel, al hebben bepaalde volgelingen van Jezus in Denemarken het daar niet zo op begrepen. Ik verwijs u voor meer details graag naar het weekend dat komt.

Dominique

 

Heroes Of The World (Sirius 2008)

Pascal Bernard

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

75 minuten

20:56 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-04-09

In een groene maillot, achter een boom.

Enkele dagen geleden bevond ik mij met enkele getrouwen in de bossen van Sherwood, alwaar wij stalen van de rijken en deelden met de armen. We droegen groene maillots waarin bepaalde mannelijke kenmerken – vooral de mijne – extreem werden geaccentueerd. Goed dat er geen vrouwen bij waren, we hadden door hun hormonenspel het eindspel niet gehaald.

Tijdens onze uitgebreide boswandeling hielden wij ons bezig met roddelen in de plaatselijke taverne, goud doneren aan de plaatselijke clerus, uitrusting kopen bij de plaatselijke handelaar, bendeleden aanwerven op de plaatselijke marktplaats, maar vooral in hinderlagen gaan liggen op plaatselijke bospaadjes. Al dan niet alleen. Aan deze laatste activiteit gingen meestal keiharde onderhandelingen vooraf. Want wat door de bossen liep konden we meestal op ons eentje niet aan. Daar hadden we medespelers voor nodig. We bogen ons dus intensief over vragen zoals: wie? Waar? Wanneer? Hoeveel moet je? Je gaat toch doen wat je beloofd hebt hoop ik? Ben je er zeker van dat ze hierlangs komen? Waarom die grijns op je gezicht? Is dat alles? Ben je gek? Heb jij voorkennis of zo? Twee goudzakken maar? Heb je toevallig dynamiet bij je? Mijn maillot schuurt een beetje, mag ik de vaseline even? En meer van dat fraais.

Liggend in het struikgewas kan een mens meerdere doelstellingen nastreven. Ornithologen bijvoorbeeld zoeken dit ecosysteem graag op, ontsnapte gevangen kom je er ook wel eens tegen en ik ken er die deze groene zone frequenteren om gewoon lui te liggen wezen. En wat er op de parking aan de E40 ter hoogte van Sterrebeek in het struikgewas gebeurt wilt u écht niet weten, geloof me. Echte mannen, beste medespeler, – wij dus – houden zich gelukkig met andere zaken bezig. Wij liggen in het struikgewas te wachten op rijke lieden die we bij een passage vakkundig in elkaar slaan, hun bezittingen afnemen en hen vervolgens in onderbroek – na een goeie klets met een of andere verse twijg op de blote billen – huiswaarts sturen. Het afgenomene delen wij onder elkaar waarna we het in ruil voor wat roem en eer in het offerblok van broeder Tuc storten.

Dat storten, daar ging het om enkele dagen geleden. Roempunten leverde het op en wie er hiervan de meeste had na zes rondjes overvallen mocht de eretitel "Maillot Supérieur" tot zich nemen. Die avond luisterde le Maillot Supérieur naar de naam Kristof. Het was nipt, één puntje maar. Maar het was er. Scoresporen liegen niet.

Erg leuk: de sheriffkaarten. Niks mooiers dan een tegenstander hiertegen in het stof te zien bijten. Ook de proviand- en de camouflagekaarten deden het een en ander, bedoeld of onbedoeld, nogal eens anders uidraaien. Kommer en kwel voor de ene, het walhalla voor de andere. Mijn favoriet: de leperd die de wegwijzers verwisselt. Wat hou ik van die man.

Is dit een goed spel? Beste medespeler, ik ga eerlijk met u zijn. Ik weet het nog niet. Ik heb nog enige reservaties. De regels, vooral die voor de gevorderden, zijn nogal wollig, niet echt duidelijk neergeschreven en vragen enig ontcijferwerk. Het gebeurt zelden, maar bij deze ben ik aan een eigen, meer gestructureerde versie begonnen. Ik vraag me trouwens nog steeds af of we wel hebben gespeeld zoals het hoorde. Gelukkig is er ruimte voor modulering, u kunt dit op maat kneden voor de spelersgroep waarmee u aan tafel zit. Hebben wij ons, ondanks de afwezigheid van het vrouwelijke geslacht, geamuseerd? Zeker weten. Is dit een spel voor harde onderhandelaars? Ja hoor, al kan de zachte aanpak af en toe ook geen kwaad. Hebben wij een groepsfoto genomen van onszelf in onze maillots? Natuurlijk, maar u weet dat ik principieel geen foto’s post op deze blog.

Voorlopig verdict: een vrolijk basisdanspasje is dit zeker. Maar een "battement relevé lent en croix"? Dáár moet Sherwood Forest nog een beetje voor oefenen. Met ons als danspartner.

Dominique

 

 

Sherwood Forest (Eggert Spiele / Filosofia Editions – 2009)

Nils Finkenmeyer

3 tot 6 spelers vanaf 9 jaar

60 minuten

 

21:32 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

20-04-09

...Aber Bitte Nicht Braken

Lang geleden, toen de dieren nog speelden, heb ik een medeaardbewoner van de vrouwelijke kunne – ik treed niet in detail, maar volledig terecht – verweten een niemendelletje te zijn. Het scheelde toen niet veel of ik had u deze anekdote – volledig onterecht – niet kunnen navertellen. Dit voorval schoot me te binnen toen ik enkele dagen geleden "...Aber Bitte Mit Sahne" (Winning Moves, die uitgever met dat mooie logo) aan het spelen was. Een spel dat erin slaagt uit de diepste krochten van mijn persoonlijke harde schijf een lang vergeten item naar boven te halen verdient dan ook meer dan bijzondere aandacht.

Ik moet u bekennen, medespeler, ik heb genoten van deze sessie. Wat zeg ik: sessies, want het is niet dat bij ene spelletje gebleven.

Het genot waarvan sprake zit in een kleine, gezellige en roze doos en het spelconcept is zo simpel als wat. Het schattige doosje bevat 57 stukjes taart in verschillende soorten. Niet het echte taartwerk natuurlijk, maar het betere soort karton. Heel stevig karton. Oppassen hiermee als u kleine kinderen hebt, tenzij ze zich later willen opwerken in de kleine criminaliteit. De vriendelijk ogende taartstukjes kunnen immers in een oogwenk omgetoverd worden tot een levensgevaarlijk steekwapen. Het is maar dat u het weet. Leg aan die politieagent in uw keuken maar eens uit dat uw jongste uw echtgenoot per ongeluk heeft neergestoken. Met een stuk taart. U liever dan ik.

De taartstukjes zijn prachtig uitgevoerd. Je hebt écht geen 3D-bril nodig om met je vinger in de slagroomversiersels te willen gaan. Dit spel kan ook zo in een pretpakket voor feesten en partijen. Verhoog de bodem van een taartdoos een beetje, leg er elf stukjes van dit spel op, presenteer het aan een feestvarken en ik garandeer u dat het varken in kwestie als een speer de keuken inschiet om een taartsnijder te halen. U komt niet bij. Gegarandeerd. Ik vermoed dan ook dat dit spel binnenkort gaat opduiken in de betere fopwinkel. Dat kan van niet veel spellen gezegd worden, een nevencarrière in een totaal andere sector.

Het spelconcept dan. Dit, beste medespeler, is niet bepaald Caylus. Of Brass. Of Twilight Imperium, al typeert een klein stukje tekst in de titel van dit laatste spel wel een beetje waarmee we hier te doen hebben. Dit is lichte kost.

Is dat per definitie slecht, lichte kost? Heeft ondraaglijke lichtheid geen reden van bestaan? Kan lichtheid geen spelplezier garanderen, zoals sommigen in de spellenwereld ons willen doen geloven?

Het antwoord op de eerste vraag is "neen", het antwoord op de tweede vraag "jawel" en het antwoord op de derde "wie denken zij wel dat ze zijn?"

"...Aber Bitte Mit Sahne" is een uiterst geslaagd tussendoortje, net als een lekker stuk taart. Van uw hersenen wordt hier niet verlangd dat ze door intensief gebruik bijdragen aan de opwarming van de aarde. U kunt dit dus met een koele motor spelen. Hersenstretchen vooraf hoeft echt niet. De beslissingen die u neemt gaan bij uw medespelers geen oooooh’s of aaaaaah’s of "verdorie, jij bent me d’r toch eentje" ontlokken. Neen, u bent gewoon gezellig samen bezig.

De gezelligheid ontvouwt zich als volgt:

De 57 stukken taart worden gedekt gemengd en er worden 5 stapeltjes van 11 stukken klaargelegd. Dat betekent – u speelt, u kunt dus tellen – dat er twee ongezien weer de doos in gaan. Op de taartstukken staat een getal, dat is het aantal stukken dat er van die soort in kwestie in het spel zitten. Afhankelijk van de taartsoort staan er ook nog een aantal slagroompuntjes op. Van 1 tot 3. Ook deze zijn belangrijk. Let maar eens op.

De actieve speler draait zijn 11 taartpuntjes om en legt ze ook in volgorde van omdraaien aan tot we een mooie volledige taart op tafel hebben liggen. Daarna mag hij de taart verdelen in evenveel stukken als er spelers zijn. Het mag ook minder, maar ik raad dat ten stelligste af omdat er dan voor hem of haar niks meer over blijft als hij aan de beurt komt om te kiezen. Ziet u een actieve speler deze handeling toch uitvoeren: vooral niks zeggen, hij komt er zelf wel achter.

Wat volgt is de eenvoud zelve. Iedereen kiest een – samengesteld – stuk taart, de actieve speler als laatste, en legt deze open voor zich neer. Schransers kunnen ervoor kiezen hun gekozen stukken onmiddellijk op te eten. In dat geval worden ze omgedraaid voor hen neergelegd en dan tellen op het einde van het spel enkel de slagroompuntjes. In plaats van een stuk taart te nemen mag je er ook voor kiezen om taartstukken van één soort die je al hebt verzameld en nog voor je openliggen op te eten. Simpel.

Na de verdeling van de vijfde taart gaan we tellen. De speler die het meeste stukken van een bepaalde taartsoort heeft verzameld krijgt de punten die op één van die stukken staan vermeld. Zo levert de meerderheid in de chocoladetaart, de pièce de résistence in dit spel, de gelukkige bezitter 11 punten op. De armzalige, maar darmspoelende, pruimentaart slechts 3. Daarna worden de magen weer geleegd zodat ook de gegeten taarten kunnen worden gewaardeerd – dit is bij mijn weten het enige spel waarbij u vriendelijk wordt gevraagd te braken voor de eindtelling – door de slagroompuntjes bij de voorlopige totalen op te tellen. De zoetekauw met de meeste punten wint. En spoedt zich daarna naar het dichtstbijzijnde toilet.

Het is licht als slagroom, het is luchtig, het duurt geen half uurtje.

Het is een niemendalletje.

En het speelt zó lekker weg.

Aanradertje. Met de nadruk op -tje

 

Dominique

 

...Aber Bitte Mit Sahne (Winning Moves, 2008)

Jeffrey D’Allers

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

 

20:05 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-04-09

800, dit bovenschrift niet meegerekend.

Soms vraagt men mij wel eens: "Dominique, waarom staan er geen foto’s op je blog?", gevolgd door hét cliché: "Want een foto zegt toch meer dan 1000 woorden?"

Wel, beste spellenvrienden, die uitspraak over de 1000 woorden mag gerust bij het taalkundig huisvuil. Zo zag ik onlangs op internet een foto van een juichende man, armen in de lucht en mond wijd open als was hij in extase, waarbij ik dacht: "Zijn ploegje heeft net de beker gewonnen." Bleek het bij nader inzien te gaan over een Palestijn die door vijf Israëlische soldaten onder schot werd gehouden. Om maar te zeggen dat men mij in 1000 woorden een veel betere beschrijving van de situatie had kunnen geven. Geen foto’s op mijn blog dus. En Miss Canada dan? Op 20 oktober 2007? Ik hoor het u al opwerpen. En ik werp terug: hoe zou u zelf zijn? Uitzonderingen bevestigen de regel.

U moet trouwens eens goed letten op – ik noem maar iets – foto’s in de krant. Fixeer het beeld en kijk vervolgens enkele cm loodrecht naar beneden. En zeg me dan wat u ziet. U zal zeggen: een onderschrift. En dat onderschrift, beste medespeler, beschrijft wat er op de foto staat. Dat betekent dat: a. men totaal geen zekerheid heeft over het feit dat u de foto in kwestie wel volledig begrijpt, of b. dat men vermoedt dat u blind bent en wel een huisgenoot heeft die u het onderschrift wil voorlezen. Zo vindt u bijvoorbeeld op BoardgameGeek afbeeldingen van spelborden waaronder u leest: The Gameboard. Lach niet, voor een keer ben ik doodernstig. En heeft u trouwens de foto’s in de krant gezien over de "Earth Hour"-happening van 28 maart jongstleden, waarbij op vraag van het WWF een uur lang in alle grote wereldsteden de lichten werden gedoofd? Ik wel en wat zag ik? De Eiffeltoren in Parijs: één grote donkere vlek. De Piramiden in Egypte: zwart als de nacht. Het Operagebouw in Sydney: nergens te bekennen omwille van een alles omvattende duisternis. Las Vegas: knappe kerel die op die foto iets kan onderscheiden. Amsterdam: duidelijk onderbelicht. Brussel: bij zo’n slecht zicht gaat zelfs Manneken Pis niet aan de bak. Aan die foto’s is veel zwarte inkt verspild. Meer zeggen dan 1000 woorden? Laat me niet lachen.

U hebt aan deze redenen nog niet genoeg?

Ik hou van radio, niet van tv. Dat liedje over die video die de radioster heeft vermoord klopt als een bus. Meer zelfs, hij heeft de radioster vermoord en hem daarna vakkundig in reepjes gesneden.

Eigenlijk hou ik ook niet van geklooi op computers. Ik ga écht niet graag aan de slag met een digitale camera. Ik heb er trouwens geen. En worstelen met een doorsnee testverwerker levert mij al meer dan voldoende stress op. Ik hoop dus dat u het door de vingers ziet, dat ontbreken van visuele ondersteuning.

En tenslotte misschien wel het meest doorslaggevende argument voor deze fotoloze blog: ik ben nogal lui. Zo, het is eruit. Kijk maar verontwaardigd.

Als u foto’s van spellen wilt ontleden weet u waarschijnlijk veel beter dan ik waar u virtueel terecht kunt. Het warm water uitvinden, ik had het graag gedaan en ervoor betaald gekregen, maar daar is het nu een beetje te laat voor.

Back to basics dus. Lezen in plaats van kijken. Laten we ons daarom als voorbereiding op een spel eens lekker onderdompelen in een boek. Zonder prentjes. Als voorbereiding op het spel Der Schwarm (Kosmos) heb ik mij verdiept in het gelijknamige boek van Frank Schätzing, een dikke jaap van 704 bladzijden. Voor €10 met hardcover en leeslintje in de Standaard boekhandel. Zwemmen in zee zal - als ik het al ooit in overweging zou nemen, ik ben niet gek - voor mij nooit meer hetzelfde zijn. Of sla nog eens een Tolkien open en speel daarna "In De Ban Van de Ring, Het Bordspel". Heerlijk. U leeft helemaal mee. Of neem voor het slapengaan "De Kathedraal" van Ken Follet eens rustig door. U gaat het gelijknamige spel helemaal anders bekijken. Of dompel u eens onder in "Een Lied Van Ijs En Vuur" van George R. R. Martin". En leg daarna "Het Spel Der Tronen" op tafel. U geniet.

We kijken wel maar we zien niet. Doe bij uzelf maar even de test. Hou uw ogen enkel en alleen op deze tekst gericht en probeer dan de volgende vraag te beantwoorden: als u een polshorloge heeft met wijzerplaat, worden de uren daarop dan aangeduid met streepjes of met cijfers? Gek hé, u kijkt er elke dag naar, tientallen keren zelfs, maar u de kans is groot dat u het antwoord op de vraag schuldig moet blijven. Omdat u niet ziet, maar kijkt.

Vergeeft u mij dus, beste medespeler, ik hou het bij woorden. Ook vandaag. 800 om precies te zijn.

Dominique

 

 

 

17:18 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

12-04-09

Aprilse grillen. In alfabetische volgorde.

Bombay (Ystari)

Na een zestal sessies bekruipt me het ongemakkelijke gevoel dat er slechts één winnende strategie is: het bouwen van paleizen volledig links laten liggen en u enkel en alleen bezighouden met kopen en verkopen van goederen. Ik hoop dat ik me vergis, maar het knaagt. En als u met z’n vieren of vijven speelt mag u de speler die als laatste aan de beurt komt gerust verblijden met een koosnaampje: de pineut. Daar zal in een sessie met vijf zijn extra goudstuk ter compensatie van de geleden schade geen reet aan veranderen. U zult zeggen: "De pineut komt toch ook eens aan de beurt als startspeler?", en u hebt overschot van gelijk, maar dan is het olifantenkalf al lang verdronken. De pineut mag zichzelf wel gelukkig prijzen dat de doodstrijd van dat kalf snel ten einde is. Snel mag hier in koeien van letters worden geschreven want dit spel vliegt voorbij.

Cartagena 4: Die Meuterei (Winning Moves)

Ik wik mijn woorden absoluut niet, beste medespeler: dit is een van de beste spellen die ik dit jaar al heb gespeeld. Enkele kernwoorden? Spannend, vlot, enorm veel interactie, bluf, hebzucht, geslijm, sluiertipjes waar mijn heel voorzichtig mee moet omgaan, tandengeknars, tijdsdruk, ontgoocheling, blijdschap en als u niet oppast ligt u er al uit voor de echte pret, die van de tweede fase, begint. Inderdaad, het gaat hier om een Griekse tragedie in twee bedrijven, varen en muiten genoemd. En elk deel heeft zijn eigen dynamiek en zijn eigen onweerstaanbare charme. Ook opvallend: een verrassend groot en mooi spelbord in een kleine doos, het is net alsof er 57 olifanten uit een mini-cooper komen gekropen. Dat blijft maar komen.

Er zit een klein schoonheidsfoutje in de – overigens heel mooi gesculpteerde – piraten, maar het is niet iets dat niet met wat creativiteit en gezond verstand kan worden verholpen. Wij hadden er tijdens het spelen dan ook geen enkele last van.

Wilt u wat meer dan blokjes en goudstukken en edelstenen verzamelen en deze omzetten in overwinningspunten? Dan is dit iets voor u. Een verademing.

Die Goldene Stadt (Kosmos)

Michael Schacht, tegenwoordig sneller spellen ontwerpend dan zijn eigen schaduw, slaat weer toe. Naar verluidt heeft hij zich alchemistgewijs opgesloten in zijn kelder vanwaar hij de wereld bestookt met creaties allerhande, de ene al wat meer geslaagd dan de andere. Ik heb goeie dingen gehoord over Bürger, Baumeister &Co, al ziet het er niet uit. De Zooloretto-mania mag van mij nu stilaan gaan ophouden, Valdora kon mij zeer bekoren en ik moet zeggen dat Die Goldene Stadt  mij van Michael’s worpen van 2009 het meest bekoort van allemaal. Handelshuisjes bouwen langs de wegen van kust naar stad en ondertussen handelsbrieven – zeg maar punten – verzamelen tijdens maximaal 16 tussenwaarderingen en een bonustelling op het einde. Dit speelt enorm vlot, is dus snel en elegant (u weet ondertussen welke betekenis dat in mijn spellenwoordenboek heeft) en heeft een aangenaam korte en intense speelduur. Mooi spelmateriaal ook – met de bijgeleverde biedhandjes kun je gerust je tegenspelers knock-out slaan – en eindelijk eens een spelbord dat je nooit ondersteboven kunt voorgeschoteld krijgen.

Leuk is ook dat je na elk bouwmoment een beloning krijgt: goudstukken, landschapskaarten die je nodig hebt om te bouwen, bonuskaarten voor extra punten bij de eindtelling, stadssleutels die je toelaten in de binnenstad te bouwen en goederenkaarten die je punten opleveren bij de tussenwaarderingen. Bouwen is krijgen en dat voelt lekker.

Snel en elegant? Jazeker. Een aangenaam tijdverdrijf? Jazeker. Makkelijke regels? Jazeker. Diepgang? Jazeker. Meerdere wegen naar de overwinning? Goed lezen nu, Cyril Demaegd: jazeker!

Wel opletten, beste medespeler. Als u zichzelf "vastbouwt" – u kunt geen kant meer op – is het "game over". Het spel is dan onmiddellijk gedaan en u wordt bedekt met pek en veren de Gouden Stad uitgejaagd. Lees: daar gaat uw overwinning.

Finca (Hans Im Glück)

Een gouden raad als u dit gaat spelen: het gedekt houden van de verzamelde fiches strekt tot aanbeveling. Indien u dat niet doet ontaardt dit alleraardigst tactisch kleinood van verzamelen en leveren van vruchten – met een ezelskar nota bene, hoe hip kan spelen toch zijn – in een langgerekt teldrama waaraan maar geen einde lijkt te komen. Men wil immers zetten gaan optimaliseren en in dit geval lijdt optimaliseren tot hét enige onvermijdbare eindstation: verveling. Ik heb beide manieren van spelen geprobeerd en de sessies met de gedekte fiches was honderd – wat zeg ik: duizend! – keer leuker.

Voor tactici, dus echt iets voor mij.

Keltis: Het Kaartspel (Kosmos)

Keltis zonder bord, dus kleiner en veel goedkoper. Persoonlijk hou ik meer van het bordspel, maar dat is zo’n gezeul op reis. Niet dat reizen mij iets zegt, Diest en omgeving blijven uitermate rustig en dus erg verkwikkend in de vakantieperiodes omdat iedereen dan op reis is, maar moest u van het "ik wil hier weg en liefst zo snel mogelijk en ik wil mij nog amuseren ook"-type zijn, steek dit dan maar in je koffer.

Keltis: Das Mitbringspiel (Kosmos)

Keltis, hoofdstuk vier. Geen kaarten maar 55 platte kartonnen tegeltjes deze keer die ze, gek genoeg, stenen noemen. Probeer dat maar eens uit te leggen aan je kinderen. In tegenstelling tot de andere leden van de familie Keltis begin je hier met niets. Niets in je grijpgrage tengels, alleen dat hoopje gedekte tegeltjes dat je vanaf het midden van de tafel ligt toe te grijnzen. Tijdens je beurt draai je een tegeltje om en beslis je of je het of open in het midden van de tafel laat liggen, weerloos ten prooi aan de grijpgrage tengels van je tegenspelers. Dit is écht een spel voor – ik noem maar iemand – Nicolas Frutos van Anderlecht. Hij lijdt tegenwoordig aan een acuut verlies van kopkracht heb ik mij laten vertellen. Als hij zich hier aan zet gaat hij zich weer volledig in zijn sas voelen want hij krijgt de ene gemeten voorzet na de andere afgeleverd. Het blijft Keltis, maar dan in heel minimalistische stijl. Gek genoeg levert het hoopje spel dat daar op tafel ligt veel spelplezier op. Dit is duidelijk de meest sociale van de Keltisfamilie omwille van de uitgebreide interactie. Snel gespeeld – we rekenen in minuten hier – en in een handige kleine doos. Ik denk dat veel vakanties groen gaan kleuren in 2009.

En als u mij binnenkort nog eens uitnodigt bring ik het ook zeker mit.

Roll Through The Ages (Gryphon Games)

Matt Leakock heeft ons al eens in snelheid genomen met Pandemic – we zijn er nog altijd niet goed van – en nu doet hij het toch weer zeker? Een heerlijk dobbelspel waarin u in een kleine drie kwartier een hele beschaving uit de grond stampt met alles erop en eraan, en dit op een oppervlakte van ongeveer 100 vierkante centimeter. Mooi spelmateriaal ook, met grote dobbelstenen die rechtstreeks uit het Neolithicum lijken te zijn geteleporteerd.

Dit speelt echt vlot, niet in het minst door het functionele spelmateriaal – ik dacht eerst dat ze "Cribbage" per vergissing in de doos hadden gestopt – en de snelle beurtwisselingen. U kunt ook erg snel aan de slag. Geen ingewikkelde spelregels hier. Alle belangrijke informatie staat op de handige scoreblaadjes die en masse worden meegeleverd. Ik ben altijd een beetje huiverig voor scoreblaadjes maar hier was de vrees ongegrond.

En bent u sociaal een beetje geïsoleerd geraakt kunt u ook solo.

Small World (Days Of Wonder)

U gaat de wenkbrouwen fronsen, maar ik vermoed dat dit wel eens van de beste tweepersoonsspellen zou kunnen zijn ooit gemaakt. Ik heb daar wat Small World betreft nog geen ervaring mee, maar een van mijn medespelers wel en de rest van het schoon volk dat mee aan tafel zat had duidelijke gevoelens in die richting. Dat zegt iets, aangezien zij niet van de minsten zijn.

Prachtig materiaal, iets te bont naar mijn mening en daardoor een deukje in de carrosserie van de overzichtelijkheid, maar wel leuk. Als de kortere speelduur uw hoofdargument is om uw exemplaar van Vinci door Small World te vervangen raad ik u aan dat vooral niet te doen als u veel met z'n vijven speelt. Uw hoofdargument gaat dan in rook op.

Er wordt ook lyrisch gedaan over de doosindeling en de inlay. Daar is inderdaad over nagedacht, maar ik heb zo’n vermoeden dat dit nadenken enkel en alleen werd beoefend boven het veilige universum van de tekentafel. Het idee van de uitneembare tray (met deksel!) is een goed idee, maar men had misschien beter de doos van "Um Ruhm Und Ehre" eens geopend en de functionaliteit van die doosinhoud eens uitgeprobeerd om te ervaren hoe het wél moet. Bij het openen en speelklaar maken van Small World kwam dan ook één woord steeds weer in me op: ziplockzakjes. En dat, beste medespeler, is geen goed teken.

Maar verder geen gezeur; Hebt u Vinci niet valt een aanschaf zeker te overwegen en als u regelmatig met twee of drie spelend aan tafel zit al helemaal.

Ook hier moet ik toch weer een term gebruiken die u ondertussen ongetwijfeld bekend in de oren klinkt: de pineut. En weer is dat, zeker bij sessies met vier of vijf spelers, de laatste speler die aan de bak mag. Alle mooie en interessante gebieden zijn dan al lang door de niet-pineuten ingepalmd. De pineut moet vanaf de eerste ronde dus al meer gaan investeren dan zij die al op het bord staan. Dat is een handicap. Ik heb een vermoeden dat dit een hypotheek legt op de overwinning, al wordt dat mogelijk gecounterd door het oppikken van een interessant volk met een leuke vaardigheden. Ik raad u ten zeerste de sorcerer met seafaring aan. Als u het geluk hebt deze combinatie tegen te komen laat hem dan niet liggen.

Dominique

16:49 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

31-03-09

Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

Valdora. Ik ben er nog nooit geweest en dat zal ook nooit gebeuren. Want dit lieflijke land bestaat niet.

Ik vind dat maar een klein beetje jammer want als ik er zou wonen zou ik het merendeel van mijn kostbare tijd al rondhossend doorbrengen. Rondhossen, ik doe het niet graag. Het vraagt zoveel energie. Ik ben eerder een aanhanger van de activiteit "onbeweeglijk in het ijle zitten staren". Zonder meer. We zouden dat vaker moeten doen, beste medespeler. Niets doen. Maar neen, we moeten nog naar daar en ginder en her en der want het leven is zo kort en geef toe: dat put zo uit.

Elk nadeel heb z’n voordeel, oreerde Johan Cruyff ooit. Als er één uitspraak is waar u altijd en overal uw voordeel mee kunt doen is het wel deze. Ik spreek uit ervaring. De gelukzalige toestand waarin ik me momenteel bevind had zich immers nooit kunnen ontplooien zonder zijn oorzakelijke rampspoed. Dat stemt tot nadenken.

Maar we dwalen af.

Valdora mag dan niet bestaan, het aangename ervan is dat u er zich met een beetje fantasie wel naartoe kunt begeven en dat u het obligate rondhossen in die contreien gezellig onderuit gezakt aan uw keukentafel kunt beoefenen. Zelfs in competitieverband.

Als we Valdora vanuit vogelperspectief aan de speeltafel in ogenschouw nemen betrappen we ons op een gelukzalig wegdromen naar groene heuvels, pittoreske holle wegen, schattige riviertjes en tot aan het dak met mede gevulde taveernes. Hobbitland als het ware. Bloedmooie prinsessen en bloedgeile prinsen komen in dit universum ook voor. En ziet, liggen daar op het plaatselijke wegennet geen edelstenen? Zomaar voor het oprapen? Zouden we daar geen slagje uit kunnen slaan? Zodat we ons kunnen opwerken tot in het milieu van de bloedmooie prinsessen, uptown? Bloedgeil zijn we tenslotte al.

Geen tijd te verliezen dus.

Gepakt en gezakt gaan we op weg. We beginnen eraan met een goudklomp en in het beste geval met vijf zilverstukken (als u pas als vierde na de startspeler uit de startblokken mag). Vier belangrijke steden zijn er in Valdora. In twee van hen kunt u uitrusting kopen. Met goud. Denk aan schoppen, houwelen, paard en kar, enz. Deze hebt u nodig om edelstenen te verzamelen. De twee andere steden staan bekend om hun handelaren die u graag een contractje aanbieden om her en der te lande edelstenen te bezorgen. Deze betaalt u met zilverstukken. Zie deze betaling als een waarborg voor als u er zelf met de stenen vandoor zou gaan. Al bij al bent u een middeleeuwse voorloper van de moderne pakjesdienst. Om de contracten en het bezorgen van de daaraan verbonden edelstenen – en soms ook zilverstukken - draait het spel, want die leveren punten op (drie tot vijftien). Bij elk contract dat je succesvol afsluit krijg je er ook nog eens extra personeel bovenop, een handwerker per afgesloten contract. In die kleur. Voldoende handwerkers in een bepaalde kleur leveren je nog eens een werkplaats voor die handwerkers op. Die genereren in bepaalde gevallen zelf nog eens de nodige punten en – nog veel beter – tien bonuspunten bij elk contract dat je vanaf dan in die kleur volbrengt. De Engelse uitdrukking die bij ervaren spelers na het lezen van de vorige zin opkomt gaat als volgt: "Say no more!"

Valdora heeft geen tolwegen, er staan geen rode lichten en van wegwerkzaamheden is geen sprake. U hebt dus een grote bewegingsvrijheid en ondertussen snuift u niets dan gezonde lucht op. Het enige dat soms voor wat wrevel zorgt is het feit dat u geen stad doorkomt zonder er te stoppen, tenzij u voldoende proviand hebt. Uw tegenspelers willen daarbovenop ook nog eens irritant het handje ophouden als u afstapt op een locatie waar zij zich al bevinden. Een zilverstuk per speler kost u dat.

Het kopen van uitrusting en contracten doet u door in de betreffende steden in een boek te bladeren en de gewenste pagina er gewoon uit te "scheuren". Een originele gimmick die toch de nodige frustratie kan opleveren omdat u meestal niet direct vindt wat u zoekt, als een gek aan het bladeren moet slaan en daar dan nog voor moet betalen ook. Uw zilverbeurs, die slechts plaats biedt aan zes schamele zilverstukken, komt daardoor aanzienlijk onder druk te staan. Met alle gevolgen van dien. U zult dus regelmatig een zilvermijntje moeten aandoen om uw voorraad weer tot dat belachelijk laag niveau van zes aan te vullen. Schaarste, het blijft een modewoord in de spellenwereld.

En zo gaat het leven van een rondhosser in Valdora. U beweegt, u doet waar u stopt één actie (uitrusting kopen en contracten afsluiten en uw proviand aanvullen in steden, edelstenen verzamelen onderweg, edelstenen afleveren aan handelaren die zich ophouden in kleine gezellige huisjes, uw geldvoorraad aanvullen in de zilvermijn). En als u opnieuw aan de beurt bent doet u dat gezellig opnieuw.

In de loop van het spel wordt de beschikbare voorraad edelstenen die je op de wegen vindt steeds kleiner en moet je naar de havens om de daar ontstane voorraad aan te spreken Het sprookje van Valdora eindigt als er nog maar van één handwerkersoort fiches overblijven. Dan moet er worden geteld: de punten van de afgewerkte contracten, de tienpunten-bonusfiches, de edelstenen die je nog in je rugzakje hebt (een punt per edelsteen), de punten van de werkplaatsen en daarbovenop nog tien punten voor elke verschillende kleur waarin je handwerkers hebt verzameld. Ik raad u aan deze telling niet na een zware spellenavond te doen. Zij vraagt wat aandacht.

Bij ons leverde het spelen en tellen de volgende scores op: speler 1: 146, speler 2. 143, speler 3: 126, speler vier: 124. Omwille van de wet op de privacy worden geen namen genoemd.

Wint u en bent u nog steeds bloedgeil na al dat gehos, wat ik ten zeerste durf te betwijfelen, krijgt u de prinses. Ze neemt u mee naar haar privé-vertrekken, legt haar schitterende gewaad af en leidt u met de soepele gratie die prinsessen eigen is naar haar sponde, alwaar haar seksuele opwinding na enkele seconden als een pudding in elkaar zakt als ze geconfronteerd wordt met uw gesnurk. Rondhossen in Valdora. Het blijft vermoeiend. Volgende keer beter.

Enkele raadgevingen vooraleer u op pad gaat. Speel dit onder degelijk, en liefst natuurlijk, licht. U gaat anders de gele en roze edelstenen door elkaar halen. Hou er ook rekening mee dat dit spel opeens – pats! – kan afgelopen zijn. Let daarop en anticipeer. Hou dus die resterende handwerkerfiches in de gaten. Hou er altijd minstens één oog op gericht, bij voorkeur uw beste. Het opslaan van proviand in een stad lijkt een overbodige actie maar op bepaalde sleutelmomenten in het spel komt dat extra boterhammetje meer dan van pas. U hebt ongetwijfeld gezien wat Contador enkele weken geleden in Parijs-Nice overkwam. Maak dezelfde fout niet in Valdora.

"Val, Dora! Val dan toch! In dat ravijn, je staat er vlakbij! Eén stapje maar!" Deze kreet schalde door mijn hoofd toen mijn jongste dochter onlangs naar dit irritante ettertje van een tekenfilmfiguurtje zat te kijken. Ik kan veel hebben, maar mijn stressmeter heeft ook een bovengrens. Vandaar. Dora viel uiteraard niet. Valdora ook niet, toch zeker niet door de mand. Hebt u een familie en speelt u daar wel eens mee? Leg Valdora dan gerust op tafel. Want prinsessen, zo gaat het sprookje, geven soms wel eens een tweede kans.

Dominique

 

Valdora (Abacus – 2009 – Michael Schacht)

3 tot 5 spelers

Vanaf 10 jaar

60 minuten

 

 

18:56 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

29-03-09

The loser standing tall!

Ooit sprak Gerrit Komrij mij en vele anderen in De Singel in Antwerpen toe met de volgende woorden: "Voorwaar ik zeg u: liefde is een chemische reactie met een onmiskenbaar slechte afloop." Die zat. Ik vermoed dan ook dat bij veel koppels de stilte tijdens de terugreis oorverdovend moet zijn geweest.

Ik vrees, beste medespeler, dat de man gelijk heeft. Hij is tenslotte ook veel slimmer dan ik. Maar we moeten bij de les blijven en de bestaansreden van deze blog niet uit het oog verliezen. Dus trekken we zijn uitspraak gelijk door naar de spelwereld. Dan wordt het iets van: "Voorwaar ik zeg u: spelen is een vorm van tijdverdrijf met een onmiskenbaar slechte afloop, behalve voor de winnaar."

Ik zou hierbij graag even een lans breken voor mezelf. En voor alle andere spelers op deze aardbol die meer dan gemiddeld verliezen.

Ik moet toegeven, het verlies van onze nationale voetbalploeg tegen Bosnië-Herzegovina heeft deze bijdrage enigszins bespoedigd. Er wordt immers wat schamper over gedaan. Onterecht. Want ondanks de smadelijke nederlaag is hun aanwezigheid op het internationale voetbalforum onmisbaar. De duiveltjes, zij zijn nodig.

Tom Boonen zou veel minder bekijks hebben als hij moederziel alleen de Ronde Van Vlaanderen moest fietsen hoor. Gaat u kijken als David Hamilton als enige deelnemer op een zondagmiddag in augustus het circuit van Spa Francorchamps afraast? Ik dacht het niet. En volgt u de rechtstreekse uitzending waarin Usain Bolt  op zijn eentje de 100 meter afjakkert? Inderdaad.

"Bende strandjeanetten, en durf dit niet te schrappen of ik zet het in een andere krant!!!". Dat was vanochtend een van de reacties van een lezer van Het Laatste Nieuws op het online artikel over het verlies van de Rode Duivels tegen Bosnië-Herzegovina. De reactie daaronder was nog treffender: "Naar af? Waar ligt dat?" Als het een troost mag zijn, beste duivels: ik weet wat het is, verliezen. En geloof me, het went na een tijdje. En het is geen schande.

Deze bijdrage is dan ook een boodschap voor u, de meer dan regelmatige winnaar. Bedenk dat u zonder ons, verliezers, niets bent. U hebt ons nodig. Wij voeden uw ego. Denk daar eens aan voor u ons van domme zetten beticht tijdens het spelen, of wanneer u ons weer eens probeert te manipuleren om een actie in uw voordeel te doen. Denk daaraan als u uw zoveelste beker in de hoogte steekt of als u voldaan achterover leunt en het slagveld dat medespelers heet, onder begeleiding van een monkelend lachje, overschouwt.

Voor de verliezers onder ons: blijven proberen! En als er zich ooit een omslag voordoet van regelmatig verliezen naar regelmatig winnen, verloochen dan uw verleden niet. Besef waar gij vandaan komt. Dan respecteert u de medespelers die u speelsgewijs steeds weer onder de zoden stopt. En u geeft hen dan af en toe een cadeautje.

Oei, is het al zo laat? Excuseert u mij, ik moet gaan verliezen.

Dominique

 

12:01 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

22-03-09

Interessanter dan een parallellepipedum: Municipium

Valley Games. De naam alleen al brengt bij spelliefhebbers een siddering teweeg. Wazige voorbestellingprocedures, een stroef communicatiesysteem met (potentiële) klanten, voorbestelde spellen die later worden uitgeleverd dan de winkelexemplaren en dan nog zonder de beloofde goodies en meer van dat fraais. Al moet ik toegeven dat de stunt met Miss Canada op Spiel 2007 veel goedmaakt.

Ondanks de bovenvernoemde slechte voortekenen stond Municipium al een tijdje op mijn wenslijst te blinken. Omdat het een Knizia is, Mike Doyle als illustrator heeft en het spelmechanisme mij intrigeert. Maar tot een aanschaf kwam het niet. Tot enkele weken geleden. Toen het mij tijdens een bezoekje aan een van mijn favoriete spelwinkels, Ingelberts in Aarschot, vanop het onderste schap van het spellenrek stond toe te grijnzen. Ik kon het niet laten liggen. Het was niet goedkoop – het komt tenslotte van de andere kant van de wereld naar ons overgevaren – maar ik heb er geen spijt van.

In Muncipium worden wij geacht in de huid te kruipen van het hoofd van een vooraanstaande familie in het Oude Rome. Zoals altijd hebben vooraanstaande families maar één doel: vooraanstaander worden. En dan nog het liefst het vooraanstaandst. Je moet tenslotte wat. Het leven is simpel in die kringen.

Vooraanstaand worden doen we door invloed uit te oefenen op de burgers van Rome. Ze voor ons winnen. Daar lopen we wel wat voor af. Van het ene openbare gebouw naar het andere. We moeten ons immers laten zien. Denk aan Waregem Koerse. En als het even kan willen we opgemerkt worden als de prefect in de buurt is, liefst door de prefect zelf. Vooraan staan is dus de boodschap. Zo kan men ons het ene moment treffen in het forum, het volgende in het optrekje van de staf van de praetoriaanse wacht waarna we er als de weerlicht weer vandoor gaan naar de place of all places: de tempel. Ook de baden, de taverne, de plaatselijke Meir (het emporium) en de multifunctionele basilica worden door onze familieleden platgelopen. Tot op het genante af.

Onze bezoekjes alleen zijn echter niet voldoende. Neen, als we met onze familie willen opvallen en écht door de paparazzi achterna gezeten, moeten we op al die plaatsen met meer zijn dan de rest. Klein probleem: we zijn maar met z’n zevenen.

Een beurt op weg naar onsterfelijkheid in het Oude Rome is simpel. Eerst een of twee van onze familieleden bewegen naar een ander gebouw, daarna een kaart activeren en de actie uitvoeren. De kaart die we activeren kan er eentje uit onze persoonlijke voorraad zijn (drie, slechts eenmaal te gebruiken tijdens het spel) of eentje uit de algemene voorraad (twaalf: recycleerbaar). Je persoonlijke kaarten zijn ongeveer dezelfde als de algemene, alleen krachtiger. Geactiveerde kaarten doen de prefect bewegen (in uurwijzerzin naar het aangrenzende gebouw) of laten je toe de voordelen van bepaalde gebouwen te benutten. In beide gevallen krijgen de spelers die de meerderheid en de tweede plaats opeisen van het aantal familieleden een cadeautje: burgers die toevallig in hetzelfde gebouw aanwezig zijn. In spellenland worden burgers ook wel eens meeples genoemd. Meeples zijn, zoals hun naam het al suggereert, heel schattig. En kleurrijk. Die kleurtjes zijn nodig in dit spel. We verzamelen immers setjes in verschillende kleuren. Die ruilen we dan ten gepaste tijde in voor – hou u vast – decurionfiches. Vijf van die fiches en we zijn binnen. Binnen heeft hier de betekenis van gewonnen.

De prefect zou de prefect niet zijn als hij voor ons geen extra geschenkje had: als je het slim speelt geeft hij je een jokertje. Altijd handig als je een setje volledig moet zien te krijgen.

Très important: kennis van de kaarten in de algemene stapel. Je persoonlijke ken je, die liggen tenslotte open voor je neus. De algemene liggen gedekt. Ze zijn met z’n twaalven en van die twaalf zijn er vijf kaarten die de prefect doen bewegen. Onthouden wat er nog in het stapeltje ligt en welke er al zijn geactiveerd is een van de sleutels van de deur naar de overwinning. En heb je op het einde van het spel niet al je persoonlijke kaarten geactiveerd was je niet goed bezig. En die hoedjes die je je familieleden opzet, zorg ervoor dat je er zo snel mogelijk aankomt. Ze zijn immers beperkt en ze geven je een extra punt voor het bepalen van de meerderheden. U bekomt ze door eerst in bad te gaan en u vervolgens als de weerlicht naar de tempel te spoeden.

Municipium is een loop- en meerderheden- en verzamelspel. Ik heb het wel een beetje voor loop- en verzamelspellen. Gisteren had ik in deze categorie trouwens het voorrecht Bombay en Valdora te mogen serveren op mijn keukentafel. Allebei snel en elegant en mooi en dus meer dan goedgekeurd. En Municipium krijgt ook het "De Tafel Plakt Keurmerk".

Nu maar hopen dat het spelbord niet uit elkaar begint te vallen.

Dominique

14:39 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |