27-12-11

Flash Garde

Enige heerlijkheid werd mij onlangs gegund tijdens het spelen van Flash Duel: Second Edition.

Een opgepimpte versie van En Garde van Knizia is dat, met heel wat toeters en bellen. Toeters en bellen die zich manifesteren onder de vorm van 20 speciale karakters die elk over 3 speciale eigenschappen beschikken. Eigenschappen die uw tegenstander - het is een spel voor twee - open en bloot voor u kan zien liggen, lekker gebruiksklaar. Maar ook toeters en bellen onder de vorm van zeven verschillende speelmodi, waaronder zelfs een coöperatieve.

Uiteraard kunt u hiermee gewoon En Garde basic spelen, waarin u met handkaarten, die u trekt uit een gemeenschappelijke deck van 25 (5 elk van 1, 2, 3, 4 en 5), probeert uw tegenstander een prik te verkopen. De kaarten gebruikt u om te bewegen en aan te vallen of, als u aangevallen wordt, te verdedigen of te riposteren. Een prik is een punt en u speelt om ter eerst tot drie.

Zoals eerder al aangegeven beschikt deze editie over enige bling bling, waarvan de speciale karakters het meeste licht weerkaatsen. Enkele voorbeelden? Garus Rook, The Stone Golem bijvoorbeeld, een organisme dat lijkt te zijn opgetrokken uit gewapend beton en dat leuke dingen doet met uw aanvallen van 1 en daarbovenop moeilijk te prikken valt. Of Vendetta, The Undead Assasin, die met een goedgemikte stunlock uw tegenstander een kaart doet afleggen en hem daarbovenop zijn hele volgende beurt verplicht om weer overeind te krabbelen. Lum Bam-foo, The Gambling Panda - een favoriet van vele Yomi spelers - zit er ook in en hij houdt zich nog steeds bij voorkeur bezig met risicovolle acties die een beetje durf vereisen.

Speciale eigenschappen kunt u slechts één keer per ronde gebruiken. Een juiste timing is dus heel belangrijk.

Het oppimpen van En Garde met speciale karakters was voor de heer Sirlin nog niet voldoende. Daarom heeft hij ook nog zeven speelmodi in de speeldoos gemoffeld, waarvan de semicoöperatieve het meest in het oog springt. In deze variant kunnen tot vier spelers de strijd aangaan tegen Master Menelker, The Death Strike Dragon, een creatuur waar u bij voorkeur met een wijde boog omheen loopt. Dit beest beschikt over een speciale en letterlijk groot uitgevallen kaartendeck waaraan uw coöperatieve vennootschap gegarandeerd de handen vol zal hebben. Voeg daaraan toe dat u, als u echt tot wanhoop gedreven wilt worden, aan uw zelfmoordcommando een verrader kunt toevoegen.

David Sirlin heeft een zwak voor digitale vechtspellen, voornamelijk uit de oude doos, en probeert die dan om te zetten naar papier en karton. Met Yomi en Puzzle Strike slaagde hij daar wonderwel in. Met Flash Duel ook, al entte hij de uitvoering op de fundamenten van een ander. Niets mis mee want het is een blijvertje. Als u een En Garde liefhebber bent moet u dit zeker eens proberen. Handig dat meneer Sirlin ook rekening houdt met de mobiele bord- en kaartspeler, want naast het kartonnen gevechtsbord heeft hij ook een kaartenalternatieve versie toegevoegd zodat dit spelletje in uw binnenzak en dus overal mee naartoe kan.

Dominique

 

Flash Duel: Second Edition

Sirlin Games, 2011

David Sirlin

1 tot 5 spelers (leeftijd niet aangegeven)

5 minuten (per prikje)

 

12:34 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: flash duel: seco |  Facebook |

23-12-11

Vier op een rij

Dominion, beste medespeler, wordt stilaan het kneusje van de klas. Verdienstelijk omwille van het frisse spelconcept dat het introduceerde, maar in het deckbuilderspeloton wordt het nu langs alle kanten door zijn eigen concept voorbijgestoken. Meer nog, Dominion zwalpt nu zo’n beetje voor de bezemwagen uit en ziet het peloton stilaan aan de einder verdwijnen.

Nog eentje die Dominion onlangs met een onverwachte, maar snedige, demarrage uit het wiel reed is Rune Age.

Rune Age is een Fantasy Flight verademing. Een verademing omdat alles al in de doos zit en er van eindeloze uitbreidingspakketten geen sprake is. Met deze doos en deze inhoud moet u het doen. Goed zo, FFG!

Het is ook een verademing omdat u hier vier spellen in één doos krijgt aangeleverd. Spellen die elk aanzienlijk van elkaar verschillen. Zo kunt u in de variant ‘The Cataclysm’ bijvoorbeeld coöperatief aan de slag. Maar u kunt ook - u hebt bijvoorbeeld een slechte dag gehad op de werkvloer - uw tegenspelers uitmoorden in de variant ‘Runewars.’ Bouwt u graag om ter snelst raad ik u aan het scenario ‘The Monument’ aan te snijden. Kunt u niet kiezen uit het voorgaande en wilt u van alles wat, leg dan gerust de kaarten voor het drakendrama ‘Resurgence of the Dragonlords’ op tafel.

En dat allemaal met een deckbuilder. En zonder eindeloze beurten.

Ik hoor het u al denken: daar moet een tekening bij.

Het is eigenlijk allemaal vrij eenvoudig hoor. U kiest een scenario, legt de daartoe bestemde neutrale kaarten (eenheden en steden), de goudkaarten en de gebeurteniskaarten in het midden van de tafel, legt de schadefiches en de gevechtsdobbelsteen binnen handbereik, kiest een volk waarmee u aan de slag wilt, plaatst uw persoonlijke eenheden in uw barakken en uw hoofdstad en bolwerken in uw koninkrijk, trekt van uw startdeck vijf kaarten op hand en u bent vertrokken.

Ik ga niet teveel in detail treden, maar u kunt heel wat doen tijdens uw beurt. Goud en invloed aanwenden om extra kaarten te kopen bijvoorbeeld, of vechten tegen neutrale eenheden of tegenspelers, bolwerken oprichten om uw invloed te vergroten en met die invloed dan weer extra goud verwerven.

Kaarten zijn neutraal of eigendom van een speler. Uw eigen eenheden rekruteert u uit uw eigen barakken en als ze sneuvelen keren ze gewoon weer naar die barakken terug zodat u ze later opnieuw kunt aankopen.

Nadat u dit alles hebt afgehandeld vult elke speler zijn handkaarten weer aan tot vijf en is uw linkerbuur aan zet.

Zodra elke speler aan de beurt is geweest wordt er een gebeurteniskaart van de trekstapel getrokken, de actieve speler leest deze met de nodige dramatiek voor en de gebeurtenis - u moet er niet al te veel goeds van verwachten - vindt plaats. Soms hebt u geluk en kunt u de actieve gebeurteniskaart, als het een eenheid is bijvoorbeeld, bevechten en eventueel claimen als beloning (goud of invloed).

Vechten is echt spannend, vooral door de speciale eigenschappen van bepaalde eenheden én niet in het minst de gevechtsdobbelsteen. Dit ettertje, dat wordt geactiveerd als zijn symbool op een kaart die betrokken is in de veldslag staat afgebeeld, zorgt ervoor dat u niet helemaal zeker bent van een goede afloop. Want voor elke schedel die u gooit gaat er eenheid van u onderuit. Vecht u tegen een andere speler moet u ook wel een beetje oppassen want die kan dan ook zijn handkaarten gebruiken om te riposteren. Wilt u een functie bekleden in Rune Age strekt een masterdiploma in risicomanagement zeer tot aanbeveling.

Ook leuk: de volkeren, elk met hun eigen sterktes en zwaktes. De Latari Elves bijvoorbeeld, zeer belezen in magie. Of de Daqan Loards, die geen boeken lezen en liever met brute kracht ten strijde trekken. Of de Ondoden, waarvan ik de naam van de aanvoerder niet eens durf uit te spreken, laat staan neer te schrijven. Ontdekt u hun potentieel gerust zelf.

Houdt u van deckbuilders met net dat beetje extra bent u hier aan het goede adres. Vier spellen in één doos (de kans is niet onbestaande dat u ze alle vier op een rij speelt), eenvoud en diepte, heel veel interactie, makkelijk leesbare kaarten die het uiterste van uw deckbuildingvaardigheden vergen en geen uitbreidingen in zicht. U kunt daarbovenop nog eens solo aan de slag. Dat pleit allemaal vóór Rune Age en dat is niet niks.

Voelt u zich thuis in het Terrinoth-universum, een universum waarvan Runebound, Rune Wars en Descent ook deel van uitmaken, en wilt u eens wat anders - iets beters - geef dit dan een kans. U gaat niet weten wat u overkomt.

Dominique

 

Rune Age

Arclight / Edge Entertainment / Fantasy Flight Games / Heidelberger Spieleverlag, 2011

Corey Konieczka

1 tot 4 spelers vanaf 13 jaar

60 minuten

 

18:47 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rune age |  Facebook |

21-12-11

Cortensville

Biedspellen, ik heb het hier al eens eerder neergeschreven: ik moet er niet van hebben.

Al passeert er soms een uitzondering.

Homesteaders bijvoorbeeld.

Homesteaders heeft me vanaf de eerste speelronde bij het nekvel gegrepen om me vervolgens niet meer los te laten. Waarna ik te maken kreeg met ernstige afkickverschijnselen, meestal ’s nachts, en dat is altijd een goed teken.

In Homesteaders bent u een eenzame cowboy die zijn hout en steentje bijdraagt aan het oprichten van een bescheiden woestijnstadje, liefst eentje waar een spoorlijn doorheen snijdt. Daartoe biedt u op acties en meestal bestaan die acties uit het oprichten van gebouwen.

U begint met een gratis gebouwtje de naam krot niet waardig, gelegen aan een verlaten en stoffige zandweg. Wat daarna volgt is volledig uw eigen verantwoordelijkheid. Als u die verantwoordelijkheid ten volle opneemt en de grootste bijdrage levert aan de urbanisatie van het stukje woestijn waar u resideert wordt de stad naar u vernoemd. Men zou voor minder de mouwen opstropen.

De gebouwen die u na het bieden mag oprichten geven u allerhande voordelen, hetzij eenmalig, hetzij elke ronde en ze behoren elk tot een categorie: residentieel, industrieel, commercieel of speciaal. Om te mogen bouwen moet u dus bieden, op licenties zeg maar en u moet ermee rekening houden dat u nog eens extra bouwkosten moet betalen om ze effectief neer te zetten. Dat kan baar geld zijn maar bijvoorbeeld ook hout of koper of staal.

Dat bieden gebeurt op een centraal bord waarop, afhankelijk van het aantal spelers, de fiches waarop kan worden geboden open worden uitgelegd. Eén speler zal leeg moeten uitgaan maar mag ter compensatie zijn pion vooruitzetten op het spoorweg-ontwikkelingsspoor. Dat levert altijd iets leuks op: een handelsfiche bijvoorbeeld, die u nodig hebt om te kunnen handelen op de plaatselijke markt. Of een spoorwegfiche, die u altijd 1 dollar inkomen garandeert tijdens de inkomstenfase. Of een arbeider, die u op uw gebouwen kunt inzetten om extra inkomsten te krijgen. Of hout, voedsel, staal, goud en vee, waarmee u gebouwen kunt bekostigen en de markt op mag. Op het laatste veld krijgt u zomaar 3 overwinningspunten elke keer als u uw pion een veld vooruit zou mogen zetten. Dat kan lekker aantikken naar het speleinde toe.

Het bieden gebeurt volgens de Evo-methode. U biedt en als u wordt overboden neemt u uw biedblokje weer op hand om eventueel op een andere fiche te overbieden of te passen.

Uw startkapitaal van zes dollar zal al snel wegsmelten als sneeuw voor de zon. Dat kan moeilijk anders want het basisbod voor elke fiche is drie dollar. Gelukkig kunt u leningen aangaan - ik raad u aan dit zeker te doen als u het dirty wilt spelen en op het scherp van de snee wilt concurreren met uw tegenspelers, u bevindt zich tenslotte in het wilde westen - die op het einde van het spel wel met intrest moeten worden terugbetaald. Kunt u dat niet leveren ze strafpunten op volgens het 1-2-3-principe. Drie niet terugbetaalde leningen leveren u dus zes strafpunten op.

U biedt, u bouwt, u past, u leent, u handelt, u verzamelt van alles en ruilt dat alweer in voor wat anders en dat allemaal met als enige doel op het einde de meeste overwinningspunten voor u te hebben liggen.

Bij de eindtelling scoort u voor uw gebouwen en de eventuele bonussen die ze genereren, de puntenfiches die u hebt verzameld en voor elke set voedsel, koper en goud (tijdens het spel vijf zilver waard). Dat vraagt wel wat telwerk maar dat is lekker spannend.

De eerste editie verscheen al in 2009, maar u moet gaan voor de tweede, die van anno 2011. U krijgt dan betere waar voor uw geld. U kunt trouwens niet missen, er staat in grote letters “Second Edition” op de doos.

De illustraties op de kaarten hadden iets gevarieerder gemogen - de gebouwen in elke categorie hebben dezelfde illustratie, een advocatenkantoor ziet er zelfs uit als een circustent (al valt daar ook iets voor te zeggen) - maar aan het speelplezier doet deze misser niets af.

Een speciale vermelding gaat naar de puntenfiches die hier materialiseren onder de vorm van een sheriffster. Leuk en tactiel heel aangenaam. Ook de rest van het materiaal is niet te versmaden, veel in hout ook: zwart gevlekte koeien stellen uw veestapel voor, rode appeltjes uw voedselvoorraad, staalstaven, koperblokken, hout, goudstukken, arbeiders, het zit er allemaal in.

Opvallend: verrassend goed speelbaar met z’n tweeën en dat mag een prestatie genoemd worden aangezien biedmechanismen dit spelersaantal niet echt genegen zijn.

Tot nu heb ik op weg naar de prachtige stad Cortensville steeds gefaald. Maar mijn tijd komt nog, gringo.

Dominique

 

Homesteaders

Tasty Minstrel Games, 2009 (tweede editie 2011)

Alex Rockwell

2 tot 4 spelers vanaf 13 jaar

80 minuten

 

15:10 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: homesteaders |  Facebook |

19-12-11

Ze zijn zo lief, meneer

Het Spiel des Jahres 2012 is bekend: Takenoko

Takenoko is een familiespel waarin u een pandabeer oppast in een grote Japanse tuin, die op zijn beurt ook nog eens vrij van onkruid moet worden gehouden.

Het beest, constant geplaagd door een knagende honger, beweegt zich vretend van bamboestok naar bamboestok en als hulpje van de Japanse keizer zult u alle zeilen moeten bijzetten om het dier, een geschenk van de Chinese keizer, in leven en gezond te houden.

Daartoe legt u de keizerlijke tuin zo pandavriendelijk mogelijk aan, daarbij ook rekening houdend met de uitdrukking: “Het oog wil ook wat.” Want als de keizer op bezoek komt wilt u toch het meeste lof toegezwaaid krijgen. En uw hoofd vooral niet op het hakblok.

Niet dat de keizer u veel startkapitaal heeft gegeven. Een tuinhuisje aan een vijvertje en een uitgehongerde panda, daar moet u het mee doen.

Aan de slag dus.

Dat betekent hier acties uitvoeren, twee verschillende per beurt, als daar zijn:

De tuin uitbreiden: één tuintegel kiezen uit drie en deze volgens de legregels aanleggen. Die zijn simpel. Een tegel moet grenzen aan de starttegel of, indien dat niet mogelijk is, grenzen aan twee andere tegels. De tuintegels komen voor in drie kleuren en op elke tegel groeit enkel bamboe in die kleur.

Irrigeren. U mag uitbreiden wat u wil, als u niet irrigeert zult u geen bamboescheut zien verschijnen. Om te irrigeren graaft u kanaaltjes vanuit de starttegel naar de verder gelegen tegels om ze van water te voorzien. U mag een irrigatiekanaaltje ook bewaren voor een latere beurt. Dan kost het graafwerk u geen actiepunt. Als een tegel voor het eerst wordt geïrrigeerd groeit er één bamboescheut op.

Tuinieren: u mag de tuinman over een rechte lijn aaneengesloten tegels verplaatsen naar een andere. U moet minstens één tegel ver. Stilstaan is immers achteruitgaan, naar verluidt een favoriete uitdrukking van de keizer. Op de tegel waar de tuinman stopt en op de aangrenzende tegels van dezelfde kleur plant hij onmiddellijk een bamboescheut, rekening houdend met de irrigatievoorwaarden. In deze tuin groeien bamboescheuten maximum vier scheuten hoog.

Eten: u mag de panda, naar analogie van de bewegingsactie van de tuinman, in een rechte lijn verplaatsen. Op de tegel waar hij stop verorbert hij onmiddellijk één scheut bamboe. Die scheut komt uiteraard terecht in de onverzadigbare maag van het beestje, hier gesymboliseerd door het silhouet van een pandabeer op uw persoonlijke actiebordje (later meer hierover).

Opdrachten verzamelen: u legt zichzelf quota op en probeert die binnen te halen. Die situeren zich op het vlak van tuinaanleg (tegelpatronen), bamboegroei (de hoogte van de scheuten) en het creëren van een gezond voedingspatroon voor panda lief (het eten van bepaalde bamboesoorten). Eenvoudig gezegd: u trekt gedekt een kaart van de betreffende terkstapel, neemt ze op hand en probeert later de voorwaarde die erop vermeld staat te realiseren. Dat levert u immers punten op.

Die acties staan allemaal mooi aangegeven op uw individuele spelersbordje, samen met de actuele weersomstandigheden en wat die zoal teweeg brengen. U moet immers voor u aan uw acties kunt beginnen een blik uit uw tuinhuisje werpen om te zien wat voor soort weer het is. Dat doet u hier middels het gooien van den speciale dobbelsteen. U zou geen goeie tuinman zijn moest u niet elke weersomstandigheid in uw voordeel aanwenden. Bij zonneschijn bijvoorbeeld krijgt u een extra actie, bij regen mag u een bamboescheut plaatsen op een tuintegel naar keuze, bij harde wind mag u ervoor kiezen om twee keer dezelfde actie te doen, bij storm mag u panda lief op een tuintegel naar keuze verplaatsen alwaar het dier van de schrik onmiddellijk een bamboescheut opvreet, bij bewolkt weer mag u een verbetering aan de tuin aanbrengen (hekken die de panda verhinderen bamboescheuten op die tegel op te eten, bemesting waardoor er in de groeifase steeds twee bamboescheuten aan de tegel worden toegevoegd en tenslotte een  rustiek vijvertje dat onmiddellijk de tegel in kwestie van al het nodige water voorziet). Een verbetering mag u ook bewaren voor later gebruik. Dan kost het inbrengen ervan geen actie.

Zoals eerder aangegeven probeert u punten te verzamelen door de opdrachtkaarten, waarvan u er maximaal vijf van op hand mag hebben, te realiseren. Moet u een bepaald tegel(kleuren)patroon creëren? Dan werkt u daar naartoe en zult u eerder voor de tegelactie gaan. Moet panda lief drie scheuten van elke of van dezelfde kleur opeten? Dan werkt u daar naartoe en zult u de panda-actie prefereren en smeken om stormweer. Moeten bepaalde bamboescheuten een bepaalde hoogte hebben? Dan werkt u daar naartoe en zult u moeten irrigeren en tuinieren, ondertussen panda lief verwensend omdat die al uw zorgvuldig opgekweekte scheuten komt wegvreten.

De eerste speler die een bepaald aantal opdrachtkaarten heeft vervuld (bij drie spelers zijn het er bijvoorbeeld acht) luidt het speleinde in. Hij krijgt dan alvast de Keizerlijke Kaart, die hem twee extra punten oplevert. De andere spelers mogen dan nog elk één beurt afwerken en dan worden de punten op de opdrachtkaarten samengeteld. Ik hoef u niet te vertellen wie de overwinning in de wacht sleept.

Takenoko is een familiespel dat heerlijk wegspeelt. Het ziet er fantastisch uit - die bamboescheuten! - en terwijl u bezig bent ziet u de tuin op uw tafel in al zijn glorie uitdijen, zowel in breedte en lengte als in de hoogte. Dit is weer zo’n spel dat u niet graag opbergt na een sessie. Zet dit op en uw omgeving is onmiddellijk geïntrigeerd. Panda lief en de zich in het haar krabbende tuinman zijn prachtig vormgegeven en tijdens het spelen blijft alles lekker overzichtelijk. Handig als u zoals ik een hekel hebt aan onoverzichtelijkheid. Het spel is ook lekker moduleerbaar naar beneden voor de jongere spelertjes onder ons.

Een dikke pluim voor de inlay. Hij wijst perfect aan waar de verschillende spelonderdelen thuishoren en alles past perfect.

Takenoko is naar verluidt het eerste spel dat Antoine Bauza ooit heeft ontworpen, maar onder andere 7 Wonders en Ghost Stories zaten het in weg. Omwille van die spellen is het hem vergeven, maar hij gaat dat toch niet te dikwijls meer mogen doen, zo treuzelen met een fantastisch ontwerp.

Takenoko wordt Spiel des Jahres 2012, na een spannende eindsprint met Kingdom Builder.

Ik hoop dat u nog een plaatsje hebt onder uw kerstboom.

Dominique

 

Takenoko

Bombyx / Editions du Matagot / Hobby Japan, 2011

Antoine Bauza

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten

 

19:45 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (1) | Tags: takenoko |  Facebook |

18-12-11

De "De Tafel Plakt!" Awards 2011

Medespeler,

Ik wil u graag even attent maken op de jaarlijkse “De Tafel Plakt!” Awards 2011, die hier dagelijks van 1 januari tot 31 januari 2012 worden uitgereikt.

Bent u benieuwd naar het opwippertje van het jaar? De misleider van het jaar? De actiekaart van het jaar? Het trio van het jaar? De druppel van het jaar? Dat en nog veel meer? Dan moet u vanaf 1 januari op deze geschreven zender afstemmen.

Er valt van alles te ontdekken, niet in het minst enkele koopadviezen en obscuriteiten die u on- of aangenaam zullen verrassen.

We zijn echter zover nog niet. De eenmansjury moet nog enkele moeilijke knopen doorhakken. In afwachting van het startschot kunt u hier wel terecht voor enkele interessante - al zeg ik het zelf -spelbesprekingen.

Dominique

19:45 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

17-12-11

Het copuleren beperken tot de groene modules graag!

Ik heb gisteren een spel gespeeld van een kleine uitgever. Een spel dat eigenlijk een grotere uitgever verdient want iedere rechtgeaarde speler zou het moeten leren kennen.

Space Station heet het.

Het is een kaartspel waarbij u, startend van een basismodule ergens zwevend in de onmetelijke ruimte, een soort ruimtestation MIR samenstelt. Alleen krijgt u hier concurrentie. Concurrentie die blijkbaar ook militaire componenten in de bouwkeet heeft zitten.

Het spel is eigenlijk poepsimpel. De regels staan op vier velletjes. Heerlijk.

U begint het spel met vijf handkaarten, een beginkapitaal van zestien miljoen euro en een basismodule met één bemanningslid. Aan die basismodule kunt u extra modules hechten, die op hun beurt ook weer contactpunten hebben voor nóg verdere uitbouw. De modules die u bouwt kosten standaard 6 miljoen - als u slim bouwt krijgt u korting - en u kunt kiezen uit de volgende groepen: structurele (rood: algemene functies), biologische (groen: zeg maar een copuleerruimte voor het kweken van extra manschappen), ondersteuning (oranje: waarmee u reparaties kunt uitvoeren als bijvoorbeeld een tegenstander uw fitnessruimte aan flarden heeft geschoten), wetenschappelijk (blauw: heel handig om extra kaarten op handen te krijgen), luxe (geel: inkomsten, u wilt blijven uitbouwen nietwaar?) en militair (paars: behoeft geen verdere uitleg). Aan deze groepen is zoals u kon lezen een kleurcode verbonden en op het einde van elk werkjaar krijgt u punten als u de meerderheid in die kleur in uw station hebt liggen. En daar gaat het uiteindelijk om.

Een beurt is de eenvoud zelve. U mag maar één actie doen en u blijft met uw tegenspelers beurtwisselen tot iedereen heeft gepast (al kunt u passen en later weer lekker inschuiven als de anderen nog niet allemaal hebben gepast). Dan is het werkjaar - er zijn er zes - ten einde en krijgt u punten toegekend. U krijgt één punt voor elke meerderheid voor elke modulegroep. Gelijke standen tellen ook. Alleen in de laatste ronde worden er twee punten per meerderheid vergeven.

Voor het uitvoeren van een actie kunt u kiezen uit bouwen, een module activeren, een of meerdere bemanningsleden toewijzen aan een module en de bijbehorende actie uitvoeren, schade repareren (kost: drie miljoen euro), een actiekaart uitspelen en passen.

Bij het begin van een nieuw werkjaar krijgt iedereen een startkapitaal van vijf miljoen euro dat wordt aangevuld met extra inkomsten die bepaalde modules genereren, extra bemanningsleden,, handkaarten (aanvullen tot vijf) f en de startspelerdobbelsteen - niet meer dan een zeszijdige rondeteller - schuift door in uurwijzerzin. Vervolgens begint u weer van voor af aan.

Het geheel wordt nog extra gekruid door actiekaarten die, geloof me vrij, uitermate handig kunnen zijn. Opvallend: er zitten er een hoop in en toch halen ze het spel absoluut niet uit balans. Wijs zijn, wachten en op het juiste moment toeslaan is hier de boodschap.

Belangrijk: modules kunnen schade oplopen, meestal door toedoen van agressieve tegenspelers. Er wordt hier een onderscheid gemaakt tussen tijdelijk beschadigde modules en permanent beschadigde modules. Tijdelijk beschadigde modules herstellen zichzelf tussen twee werkjaren, permanent beschadigde modules blijven beschadigd, tenzij u ze tijdens uw beurt met een reparatieactie herstelt. Beschadigde modules worden niet meegeteld bj het bepalen van de meerderheden tijdens de puntentellingen. Zorg dus dat u over reparatiemogelijkheden beschikt, zeker als u aan de andere kant van de tafel militair getinte modules in het zwerk ziet verschijnen.

Dit spel is ergens in Malmö in een Ikea-keuken geassembleerd en dat is er ook aan te zien. De verpakking kon beter en is absoluut niet functioneel. De counters komen uit een “maak je eigen halsketting pakket” voor Zweedse kleuters, maar zijn toch verrassend effectief en functioneel in gebruik (al hadden de rode en oranje countertjes iets meer kleuronderscheid mogen hebben). Over de kaarten valt niet te klagen. Ze zijn van voortreffelijke kwaliteit. Alleen zult u moeten rekening houden met een stijve nek wanneer u de tekst die erop staat zijwaarts of omgekeerd moet lezen omdat u ze soms geroteerd moet aanbouwen. Maar aangezien uw ruimtestation nu ook niet bepaald uit zal puilen van de modules gaat u hier snel overheen stappen. Geloof me, u zult snel van buiten weten wat de modules in uw stationnetje allemaal voor uw welbevinden kunnen betekenen.

Tot zes spelers staat er op de doos. Dat zal allemaal wel kunnen maar dan verliest u gegarandeerd het overzicht. Ik zou trouwens ook graag eens de tafel aanschouwen waarop u dit klaar krijgt. Van twee tot vier lijkt me eerder aangewezen.

Dit is echt een goed kaartspel. Diepte, hopen interactie, speelplezier, snelle beurtwisselingen, het gevoel dat u tot aan de laatste puntentelling meedoet voor de overwinning en dat allemaal binnen drie kwartier tot een uurtje.

Helemaal mijn ding.

Dominique

 

Space Station

FryxGames, 2011

Jacob Fryxelius

2 tot 6 spelers vanaf 12 jaar

60 minuten

 

15:33 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: space station |  Facebook |

11-12-11

Door- of doodgaan

U beseft het mogelijk nog niet helemaal, maar wij gaan allemaal dood. Eens, medespeler, zal uw speeltijd over zijn en wordt uw Levenswegbordje samen met uw andere onderdelen in een grote doos opgeborgen en in een kuil of verbrandingsoven geschoven.

U kunt dus maar beter aan de gedachte wennen.

En laat ik daar nu net het ideale bordspel voor hebben gevonden: Infarkt.

Infarkt is een spel waarin u zich wanhopig en zo lang en vergeefs mogelijk aan uw leven vastklampt in de hoop uw tégenspelers al eerste te mogen zien gaan. Dat u er op dat moment zelf als een uitgewrongen vaatdoek bij ligt zal u worst wezen. Ook uitgewrongen vaatdoeken kunnen dit spel winnen.

In dit spel, waarin uw activiteiten erg nauw aansluiten bij wat u in het dagelijkse leven zoal uitvreet, is uw doel de allerlaatste te zijn die enig teken van leven vertoont. Geen overwinningspunten hier, gewoon léven.

U beschikt bij aanvang over uw persoonlijk levensbordje waarop u uw fysiek en mentaal wel- en slechtbevinden monitort. De parameters zijn: bloeddruk, cholesterolgehalte, hartfunctie, bloedsuikerspiegel (diabetes), lichaamsgewicht, graad van depressiviteit en - het is niet anders, we kunnen er niet omheen - het risico op kanker.

Ik weet het, niet bepaald speltechnische concepten waarvoor een mens vrolijk mee aan tafel schuift.

Maar het moet gezegd: het spel zelf staat garant voor een leuke levensrit. Of dodenrit, het is maar hoe u het bekijkt. De kans is zelfs groot dat u na een eerste sessie onmiddellijk opnieuw de dood wilt uitdagen. U bent gewaarschuwd.

Elke ronde begint met een gebeurteniskaart die u uit een uitlage van een kaart per speler + 1 kunt kiezen. Uiteraard probeert u de minst negatieve - op dat niveau spelen we hier - voor de neus van uw medespelers weg te graaien. Zo valt een diarree-opstoot te verkiezen boven een onaangekondigd bezoek van uw schoonmoeder. En er zit nog meer leuk spul tussen: een echtscheiding bijvoorbeeld, of u wordt overvallen, of u krijgt een auto-ongeval, of omaatje sterft, of kerstmis dient zich aan (u wilt echt niet weten wat dat met uw lijf en leden aanricht). De makers raden aan deze gebeurtenissen tot aan het speleinde bij te houden zodat u achteraf uw levensloop kunt reconstrueren en dat blijkt inderdaad verrassend leuk.

Na de gebeurtenis gaat u uw hogergenoemde parameters ten goede of ten kwade beïnvloeden door drie activelden op het spelbord uit te kiezen en de gevolgen daarvan, al dan niet lijdzaam, te ondergaan. Zo kunt u zich bijvoorbeeld naar het werk begeven alwaar u uiteraard geld verdient maar ook depressief wordt. U kunt ook naar de apotheek waar u medicijnen kunt kopen. Obscure vetverbranders bijvoorbeeld die uw overgewicht met drie eenheden naar beneden jagen. Eigenaardige dikke, witte pillen vindt u daar ook. Als u de bijsluiter in het doosje nader bestudeert ziet u dat het om antidepressiva gaat. Handig. U kan vervolgens vrolijk naar de supermarkt om dingen te kopen, alleen loopt u dan het risiso - net als in het echte leven - dat u met producten thuiskomt die u aanvankelijk helemaal niet op uw boodschappenlijstje had staan. Op de rommelmarkt kunt u dan weer ongewenste (ongezonde) goederen inruilen tegen gewenste (gezonde). En staat het aanbod u daar niet aan kunt u dat, mits betaling van een forse som geld, beïnvloeden.

De leukste activiteiten spelen zich echter af in uw eigen huisje. Daar kunt u kiezen om tot rust te komen (depressie met één eenheid omlaag) of een feestje te organiseren. Een feestje waarop u uw linker- en rechterbuur uitnodigt. Het leuke is dat uw buren deze uitnodiging niet kunnen weigeren en dus willens nillens aan uw ongetwijfeld perverse en decadente uitspattingen worden blootgesteld. Eens kijken wat die bedorven wijn met hun gestel doet, of die vervallen snuiftabak. Met een beetje geluk laten uw gasten het leven tijdens zo’n feestje maar hou er dan wel rekening mee dat u als organisator twee eenheden depressiviteit aan uw totaal moet toevoegen. Van de schok.

Komen uw parameters in de gevarenzone - vanaf het getal vijf moet u echt gaan oppassen - ontstaat er een neerwaartse spiraal in uw algemene toestand die vergelijkbaar is met de opwarming van de aarde. Alles heeft invloed op alles en u ziet uw conditie zienderogen achteruitgaan. U bereikt een punt van no return. Zo gaat bijvoorbeeld uw hartfunctie er elke beurt extra op achteruit als uw bloeddruk zich op of boven eenheid zeven bevindt. U wordt als het ware naar het kerkhof of crematorium gezogen.

Maar het moet nog eens gezegd: het managen van uw vitale functies, beste medespeler, was nog nooit zo leuk.

Een dikke pluim voor de makers want ze hebben de uitbreiding(en) standaard in de doos gestopt. Uitbreidingen die het spel echt een meerwaarde geven. Zo kunt u de actievelden op het spelbord gaan moduleren middels het toevoegen van een carrièremodus, een familiemodus, een zwarte marktmodus, een barmodus en een - ja hoor, roept u maar - romantisch-erotische modus. Variatie genoeg zou ik zo zeggen en ik hoef u zeker niet uit te leggen op welke gezondheidssystemen deze modi zoal inwerken.

Infarkt is een fantastisch leuk spel en het thema linkt erg goed met het spelsysteem, iets wat heden ten dage eerder uitzondering dan regel is. Ik kan mij heel goed voorstellen dat niet iedereen dit thema genegen is en u moet misschien uw gezelschap eerst even voorzichtig polsen voor u dit op tafel legt, maar kunnen u en uw medespelers daar overheen wordt u getrakteerd op een erg aangenaam tijdverdrijf met heel veel tafelpraat.

En laat u tijdens het spelen vooral niet opjagen. Dat is slecht voor uw hart.

Laat u ook niet afschrikken door het eliminiatie-aspect. Op het moment dat de eerste speler het loodje legt is de rest er zo erbarmelijk aan toe dat het een kwestie van enkele minuten is voor de uiteindelijke winnaar kreunend rond de keukentafel strompelt.

Over het taalonafhankelijke materiaal valt niet te klagen. Mooie kaarten met een duidelijke iconografie, een spelbord en individuele bordjes die aan duidelijkheid en overzichtelijkheid niets te wensen overlaten en een mooie langwerpige doos (met daarop een prachtige deerne in verpleegsteruniform, gewapend met een defibrillator) waarin alles perfect past.

Dit, beste medespeler, is wat Foute Vrienden Vette Feesten had moeten zijn. Friedeman Friese heeft hier volgens mij op Spiel knarsetandend naar staan kijken.

Dominique

 

Infarkt

Czech Boardgames / Efko, 2011

Vladimír Brummer

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

11:55 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (1) | Tags: infarkt |  Facebook |

10-12-11

Doe mij maar twee stuks, Conchita!

Cuba kon mij niet bekoren.

Santiago de Cuba is echter een heel ander paar mouwen.

Ik hou ervan.

Dat komt door de stroomlijning, het aangenaam elegante en snelle spelverloop en de steeds wisselende startopstelling.

In dit spel - snel opgezet, snel gespeeld en nog véél sneller opnieuw gespeeld - rijdt u met een donkerbruine wagen rond in het havengebied van Santiago, bezoekt u kleurrijke personages die u goederen en diensten aanbieden en neemt u bezit van gebouwen die u allerlei voordelen opleveren.

Al het voorgaande moet u in staat stellen goederen aan te leveren op het grote vrachtschip dat in de haven voor anker ligt. Goederen waarvan de vraag door middel van het gooien met vijf speciale dobbelstenen wordt bepaald. Van de vijf soorten goederen is er slechts plaats voor vier op het schip, waardoor er bij elke levering eentje vanaf de zijlijn moet toekijken. Het gooien en het beslissen welke soorten goederen er uiteindelijk op het schip terechtkunnen wordt door de speler bepaald die de vorige levering uitlokte. Leveren gebeurt a la Puerto Rico. Per soort en vol is vol. Vol betekent ook afvaren, afleveren en opnieuw leeg aanmeren. Wordt er al eens een laadbeurt overgeslagen stijgen de gevraagde goederen in waarde, wat het timen van het leveringsmoment erg belangrijk maakt. Geleverde goederen leveren u punten op.

Na zeven scheepsladingen telt u die punten in de hoop dat u er het meeste van hebt verzameld.

Interessant en origineel: de correlatie tussen de personagefiches en de gebouwen op het bord, aangegeven door een bloemetje in de rechterbovenhoek van die fiches, dat op haar beurt correspondeert met drie van in totaal twaalf gebouwen alwaar u uw personeel, dat uit één lid bestaat, naartoe kunt sturen. Die gebouwen leveren interessante voordelen op. U kunt ze zelfs - of toch drie ervan - claimen middels het visiteren van de heer Alonso, waardoor elk bezoekje van een medespeler u een overwinningspunt oplevert. Dat kan, als u het slim speelt, lekker aantikken.

Na dit gespeeld te hebben werd me pas duidelijk hoeveel overbodig gewicht Cuba met zich meezeult. Het overigens erg scherp geprijsde Santiago de Cuba`is veruit het beste deel van het drieluik, waar het samen met Havanna en Cuba deel van uitmaakt. Neem dat gerust van mij aan.

Dominique

 

Santiago de Cuba

Eggertspiele, 2011

Michael Rieneck

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

50 minuten

 

00:23 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (1) | Tags: santiago de cuba |  Facebook |

04-12-11

De Onderbroek van Sint Nicolaas

U leeft in het Engeland van de middeleeuwen en u zit in acute geldnood. U bent echter nogal lui aangelegd dus opteert u voor maximaal rendement met zo weinig mogelijk energie.

Maar u hebt geluk. U bent gezegend met gezond verstand en u woont langs de route Londen - Canterbury en daar is nogal wat heen en weer geloop van pelgrims.

Pelgrims die boete willen gaan doen voor hun zonden.

En laat het begaan van zonden nu net uw specialiteit zijn.

Vooral de zonde van de misleiding is u helemaal niet vreemd.

U besluit dan ook de passerende pelgrims te verleiden tot het begaan van de zeven hoofdzonden: superbia (hoogmoed), avaritia (hebzucht), luxuria (onkuisheid), invidia (nijd), gula (gulzigheid), ira (gramschap) en acedia (luiheid) waarna u hen, tegen betaling uiteraard, diezelfde zonden weer grootmoedig vergeeft.

Dat, beste medespeler, is het uitgangpunt van het voortreffelijke bordspel The Road to Canterbury.

Alles gooit u in de strijd. U zet langs de route samenwerkingsverbanden op met bordelen, eettentjes, spiegelpaleizen, bazaars en dies meer. U hebt ook een goedkoop scriptorium aangezocht alwaar u en masse oorkondes van vergeving laat fabriceren. Tenslotte hebt u vlak naast een kerkhof een kleine productie-eenheid opgericht alwaar vervalste heiligenrelikwieën worden aangemaakt. Zo beschikt u over ongeveer 5000 eenheden van de Beschuldigende Vinger van Sint Filippus, 3000 eenheden van de Vingernagels van Sint Vincentius, 2000 eenheden van de Gebakken Eieren van Sint Benedictus, 3000 eenheden van de Miraculeuze Snor van Sint Wilgefortis en 6000 eenheden van de Onderbroek van Sint Nicolaas. Ze gaan over de toonbank als zoete broodjes.

U bent echter niet alleen. Er zijn ook anderen die geld hebben geroken. Eén of twee schooiers die net hetzelfde handeltje als u hebben opgezet.

Die gaat u Uiteraard een poepie laten ruiken. Hoe durven ze, de gulzigaards!

U wacht de pelgrims langs de route op, praat hen de nodige zonden aan, brengt vervolgens uw aflaten en relikwieën in stelling en breidt langzaam maar gestaag uw invloed op de pelgrims langheen de route uit. Dat doet u allemaal door het uitspelen van kaarten (zondekaarten, vergevingskaarten, relikwiekaarten, doodkaarten) bij de drie pelgrims die actief zijn. Tot ze sterven uiteraard, waarna er een tussentijdse waardering volgt, weergegeven op het pad dat naar Canterbury leidt. Leuk is ook dat u ook na de dood invloed blijft uitoefenen op het genootschap waartoe de arme pelgrim behoorde. Dat is belangrijk bij de eindtelling als de bonussen voor de genootschappen worden vergeven. Meer nog: een dode pelgrim levert u mogelijk een extra beurt op! Tijd om te treuren hebt u trouwens niet, want kijk: ziet u daar aan de einder al niet het volgende slachtoffer opduiken?

U krijgt ook riante bonussen als u als eerste de pelgrims de zeven zonden hebt aangepraat en als u meerdere zonden van dezelfde soort vergeeft kunt u ook op een aanzienlijke vergoeding rekenen.

Net als voorganger Pastiche baadt dit spel in kwalitatieve overdaad. De hoofdzonde gulzigheid is de uitgever duidelijk niet vreemd. De doos op zich weegt evenveel als spellendozen van dezelfde grootte mét inhoud en ze is voorzien van een uitermate functionele inlay. Hoedje af! De spelonderdelen zijn ook weer van uitzonderlijk hoog niveau (die kaarten! dat kruisvormige spelbord! die geldbuidels! die geldfiches! die overzichtskaarten! die pelgrimkaarten! die extra beurt fiches!) en de grafische vormgeving is om duimen en vingers van af te likken. Kan ook moeilijk anders als de graficus van dienst Hieronymus Bosch heet. Nog een aangename vaststelling: de humor die dit spel schraagt. U gaat, ondanks de onderliggende ernst waarmee u aan uw overwinning aan het werken bent, bij momenten niet bijkomen van het lachen.

Wij, bordspelers, bevlekken ons voortdurend met de hoofdzonde gulzigheid. Als u dit hebt gezien, en vooral gespeeld, zult ook u niet aan de verleiding kunnen weerstaan.

Geen probleem: een kleine donatie en ik vergeef het u.

Dominique

 

The Road to Canterbury

Gryphon Games, 2011

Alf Seegert

2 tot 3 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

21:27 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: the road to canterbury |  Facebook |