02-08-11

Perfect Ride

Zodra men u dit voorschotelt gaat u, veelspeler zijnde, na het bekijken van de doos- en kaartillustraties, er alles aan doen om er onderuit te komen.

Het lijkt wel of u in het boek “Tiny leert paardrijden” (Marcel Marlier en Gilbert Delahaye, 1965) bent terechtgekomen, niet bepaald uw favoriete biotoop.

Maar ik zeg u dit: als u erin slaagt er onderuit te komen mist u wel het een en ander. En u gaat later op de avond toch schoorvoetend aanschuiven voor een partijtje omdat het speelplezier aan de van uw aanwezigheid gespeende speeltafel u, terwijl u aan een andere tafel druk in de weer was met het in stilte heen en weer schuiven van grondstoffenblokjes, is beginnen intrigeren.

En u gaat beseffen dat dit heen en weer schuiven van grondstoffenblokjes eigenlijk gewoon tijdverlies was.

Eigen schuld.

In het voortreffelijke - laat ik dat alvast verklappen - kaartspel Perfect Stride trekken we de velden en de bossen in, te paard gezeten en in snelheidsconcurrentie verwikkeld met onze mederuiters. In die bossen en velden worden wij geconfronteerd met natuurlijke hindernissen zoals wallen, waterpartijen, boomstammen, hagen en greppels. Hindernissen waar u ook vrolijk en voorzichtig omheen kunt rijden, maar dan bent u een mietje en kunt u het spel niet winnen. Echte mannen en vrouwen gaan rechtdoor, érdoor als het moet.

Voor u het bos intrekt kiest u een paard dat bij u past. Er is een kudde van twaalf dieren beschikbaar. Tempest bijvoorbeeld, een specimen dat erg van uitdagende en moeilijk te nemen hindernissen houdt. Of Legend, bekend om zijn snelheid. Of Jack, die rechtstreeks vanuit het paardenkrachthonk naar de onderkant van uw zitvlak lijkt geteleporteerd. Welk paard u kiest maakt eigenlijk niet veel uit, ze hebben allemaal hun positieve eigenschappen. Vaardigheden die u zeker van pas kunnen komen.

Vervolgens legt een onschuldige hand willekeurig tien van de twintig beschikbare hinderniskaarten gedekt in een rij midden op tafel met aan het einde de finishkaart. Aan elke hindernis wordt, afhankelijk van het aantal spelers, een stapeltje puntenkaarten gelegd (van vier naar één als u met het maximum aantal spelers speelt). Voor het startschot klinkt krijgt iedere speler nog drie vaardigheidskaarten en vier bewegingskaarten (stap, draf, handgalop en galop) op hand.

En u bent vertrokken.

Tijdens een beurt speelt iedere speler simultaan en gedekt een bewegingskaart uit waarna deze wordt vergeleken met de kaarten van de tegenspelers. Dit om na te gaan wie het snelst gaat en dus aan de kop ligt. Deze speler krijgt de startspelerpion en mag ook als eerste de volgende hindernis proberen te nemen. In volgorde van snelheid gebeurt dat, daarbij gebruik makend van vaardigheidskaarten die rechts bovenaan samen hopelijk hetzelfde aantal symbolen bevatten als de hinderniskaart die voor ligt. Voor ze dat doen moeten ze eerst nog een gebeurteniskaart van de stapel trekken en deze uitvoeren. Met collectieve of individuele gevolgen, ten goede of ten kwade.

Wie als eerste over de hindernis gaat mag de bovenste en hoogste puntenkaart aan die hindernis de zijne of hare noemen. De rest van de ruiters volgt in volgorde van snelheid. U kunt, zoals eerder al aangehaald, als een mietje op een Shetlandpony om de hindernis heen maar dan kunt u naar uw puntenkaart fluiten.

Sta mij toe u vooral veel succes toe te wensen bij het bedwingen van Woodstack Wall, Grandfather Oak, The Stone Sentinel en - o, de horror! - The Black Hole.

Leuk: voor u de hindernis neemt mag u, op basis van de snelheid van de bewegingskaart die u hebt uitgespeeld, al dan niet extra vaardigheidskaarten op hand nemen. Hebt u bijvoorbeeld een stapkaart uitgespeeld mag u drie vaardigheidskaarten trekken die onmiddellijk inzetbaar zijn. U bent dan wel het traagst en uw score voor die hindernis zal dan navenant zijn, maar wie weet bent u wel aan het opsparen voor die twee galopkaarten die u ondertussen op handen hebt gekregen. Speelde u een galopkaart kunt u het wel vergeten. U bent dan snel als de weerlicht maar u moet het dan doen met wat u op dat moment op het handje hebt.

Nóg leuker: uw uitgespeelde bewegingskaart moet u op het einde van de ronde doorgeven aan uw linkerbuur. Voelt u ‘m al komen?

Op het einde van een beurt mag u maar vijf vaardigheidskaarten meenemen naar de volgende ronde. Het goed kunnen managen van handkaarten sterkt dan ook zeer tot aanbeveling. Gelukkig kunt u onderweg - ik vermoed tijdens een soort paardenpitstop - uw paard upgraden met enkele interessante hebbedingetjes. Hebbedingetjes die het racen in bos en veld aanzienlijk veraangenamen.

Zoals u, veelspeler zijnde, al hebt begrepen is snelheid heel belangrijk maar dan moet u inleveren aan wendbaarheid. U moet voortdurend een goede balans zoeken tussen snelheid en het al dan niet nemen van de hindernissen. De race van de laatste hindernis naar de finish mag u ook niet verwaarlozen want daar worden ook nog eens extra punten uitgedeeld.

Perfect Stride ademt liefde van de makers uit. Liefde voor het maken van een goed en uitdagend kaartspel, liefde voor een mooie vormgeving, liefde voor de paardensport - ik vermoed dat Kay en Jeff zelf regelmatig de merrie of hengst bestijgen - en liefde voor de jongere paardenliefhebbers onder ons, want ook zij komen in de basisversie meer dan aan hun trekken.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat die liefde overslaat naar zij die dit spel spelen.

Perfect Stride simuleert met verve een cross country, is ontspannend, verrassend leuk, zeer interactief en - al hebt u dat tijdens de eerste speelrondes nog niet onmiddellijk door - heel subtiel.

Een pareltje.

Dominique

 

Perfect Stride

Funleague, 2010

Jeff Timothy & Kay Darby

2 tot 4 spelers vanaf 13 jaar

45 minuten

 

22:36 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (2) | Tags: perfect stride, funleague |  Facebook |