15-06-11

Van de goden niets dan goeds

Medespeler,

Op 3 februari jongstleden schreef ik op deze eigenste plaats het volgende:

“Het is nog maar 3 februari en het belang van het smachtend vooruitblikken naar wat dit gezegende speljaar ons zal brengen kan wat mij betreft nu al worden gedefinieerd met het volgende woord: overbodig. Dat komt door het feit dat ik het beste spel van 2011 gisteravond al heb gespeeld.”

Ik had het toen over Yomi (Sirlin Games).

Ik neem die woorden terug.

Want ondertussen heb ik Omen: A Reign of War (Small Box Games) gespeeld.

Een openbaring.

Omen: A Reign of War is een kaartspel voor twee agressieve spelers waarin zij, de rol van twee rivaliserende broers spelend, de baas proberen te worden over het oude Griekenland. Zij beschikken daarvoor over een multidisciplinair samengesteld leger en een mythologisch bestiarium dat, al dan niet mits betaling, multifunctioneel inzetbaar is.

In de doos - er is ondertussen ook een videoboxeditie beschikbaar waarvoor u zelf de flapillustratie kunt kiezen - vindt u een stapel kaarten, 20 uit de kluiten gewassen houten (munt)stukken, een handig en compact spelregelboekje en een velletje ronde stickers.

Het eerste dat u opvalt als u de doos opent is de geur. Dat zijn de aroma’s die de grote houten muntstukken afgeven, alsof ze net vanuit een Canadese houtzagerij zijn toegeleverd. Eindelijk, eindelijk eens houten speelstukken die daadwerkelijk naar de boskap ruiken. U waant zich echt ter plekke.

Het is de bedoeling dat die houten munten eenzijdig worden beplakt met de bijgeleverde ronde stickers met daarop een oud Griekse mythologische illustratie. Ik heb het niet gedaan omdat het de egale schoonheid van de munten aantast en het nut van een eenzijdige beplakking mij volledig ontgaat. Maagdelijk schoon heb ik ze gelaten en ik raad u aan hetzelfde te doen. Die stickers komen ooit elders nog van pas, als u een beloningssysteem voor uw jongste dochter uitdoktert bijvoorbeeld.

Het tweede dat u opvalt zijn de p-r-a-c-h-t-i-g-e illustraties op de kaarten. Een keukenrol grijpklaar houden als u ze door uw handen laat gaan is geen overbodige luxe. Vergroten, inkaderen en in de woonkamer ophangen is het eerste waaraan u zult denken. Als u die gedachte uiteindelijk als onzinnig hebt bestempeld werpt de volgende zich al op: sleeven, zo snel mogelijk want ze moeten worden beschermd. Tegen kwijl bijvoorbeeld. Ik wil hierbij de heer Michael “Riiven” Ng, de illustrator van dienst, dan ook nadrukkelijk bedanken.

Die juweeltjes van kaarten zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:

Beloningkaarten (12): deze worden in drie gedekte stapels in het midden van de tafel gelegd, verder steden genoemd. Indien een speler de strijd om een stad wint mag hij de bovenste op hand nemen. Eén keer in het spel mag hij het - overigens zeer krachtige - effect van die kaart gebruiken, waarna hij ze gedekt voor zich neerlegt. Op het einde van het spel is een beloningkaart twee punten waard als u ze nog op hand hebt en één punt als ze gedekt op tafel ligt. Het is dus afwegen of u het effect tijdens het spel gebruikt of niet, temeer daar hier qua scores niet bepaald met honderd- of zelfs tienttallen wordt gewerkt. Krachten gebruiken staat gelijk aan punten inleveren, de verscheurende keuze is aan u.

Opdrachtkaarten (12 in totaal, 6 per speler): dit zijn kaarten die elke speler open voor zich heeft liggen. Ze symboliseren uitdagingen die door de goden worden opgelegd, elke stad van een orakel voorzien bijvoorbeeld. Slaagt een speler daarin wordt de betreffende kaart omgedraaid en levert ze op het einde van het spel twee punten op.

Eenheden (84): de motor van het spel, bestaande uit soldaten, beesten en orakels. Soldaten worden vanuit de hand aan de eigen speelzijde van een stad toegevoegd waarna hun speciale vaardigheid wordt geactiveerd. Met beesten - denk aan mythologische wezens als harpijen, centaurs, saters, minotaurussen en Pegasus - kunt u twee kanten op: u kunt ze aan een stad toegevoegen of op de aflegstapel leggen. Als ze op de aflegstapel worden gelegd wordt hun speciale eigenschap geactiveerd, in een stad niet. Orakels tenslotte worden aan de eigen speelzijde van een stad toegevoegd zodat u ze later, in de orakelfase, kunt raadplegen.

Op de kaarten van de eenheden staan drie grote - u hebt echt geen bril nodig - cijfers vermeld: de kosten die u moet betalen om ze uit te spelen (geel), de offerwaarde die het aantal munten en/of kaarten aangeeft die u ontvangt als u de kaart offert (blauw) en tenslotte de sterkte van de kaart die wordt gebruikt om de winnaar te bepalen als er om een stad wordt gestreden (rood). U hebt ondertussen al lang door dat u tijdens uw beurt gaat geconfronteerd worden met enkele pertinente vragen. Vragen warvoor u zelf maar de oplossing moet zoeken. Tip: enige flexibiliteit is aangewezen.

Het spel zelf verloop gefaseerd.

In de eerste fase - u begint het spel met vier handkaarten en vier munten - krijgt u drie welvaartpunten die u vrij mag besteden. U mag voor elk welvaartpunt bijvoorbeeld een munt in voorraad nemen of een eenheidkaart van de trekstapel nemen en u mag deze welvaartpunten vrij tussen die twee combineren. Lokkertjes: als u al uw welvaartpunten spendeert aan het nemen van eenheidkaarten mag u één eenheidkaart extra op hand nemen, als u al uw welvaartpunten daarentegen spendeert aan het uitbreiden van uw verzameling oude munten krijgt u één munt extra.

In fase twee mag u eenheden uit de hand spelen, mits betaling uiteraard en rekening houdend met hun functiebeschrijving hierboven. Voegt u ze aan een stad toe moet u rekening houden met een limiet van vijf punten eenheidsterkte per stad aan de eigen zijde. Soldaten en orakels tellen hier voor één punt, beesten voor twee. In deze fase mag de actieve speler ook één beloningkaart uit de hand activeren, diens kracht gebruiken en ze vervolgens gedekt voor zich neerleggen.

In fase drie gaat u bij uw orakels langs voor advies. U staat er dus niet alleen voor. Tijdens de raadpleging, die u overigens niets kost, worden de speciale eigenschappen van uw orakels geactiveerd, één voor één. Een erg leuke fase vind ik dit.

In fase vier gaat u na of u de grillen van de goden hebt gerealiseerd (opdrachtkaarten). Elke gril die u op dat moment hebt vervuld laat u toe de betreffende kaart om te draaien waardoor ze op het einde van het spel 2 overwinningspunten oplevert.

In fase vijf trekt u ten oorlog en wordt eerst per stad nagegaan of ze wel in oorlog is. Dat is makkelijk na te trekken: elke stad waarin uzelf en uw tegenspeler samen minstens vijf eenheden hebben liggen heeft prijs, net als elke stad waarin uw tegenspeler minstens drie eenheden heeft ondergebracht. Opletten is de boodschap hier! De speler die het sterkste leger aan de stad heeft geplaatst krijgt de bovenste beloningkaart van de stapel, neemt die op hand en legt vervolgens al zijn eenheden, uitgezonderd één, aan die stad op de aflegstapel. De verliezende speler moet ook eenheden uit de stad verwijderen, maar mag er wel twee laten liggen. Uw bestiarium vliegt sowieso de stad uit. Bij gelijke stand geven de soldaten de doorslag. Indien het dan nog gelijk is moet elke speler zijn eenheden aan de stad reduceren tot twee.

In de zesde fase slaat u aan het offeren: u mag één eenheid uit de hand offeren en daarvoor het aantal aangegeven inkomsten op de kaart aan munten uit de kas nemen en/of kaarten trekken van de trekstapel.

U loopt deze fases steeds afwisselend met uw tegenspeler door tot één van jullie twee op het einde van zijn beurt het volgende vaststelt: de tegenspeler heeft vijf opdrachtkaarten gedekt voor zich liggen of twee steden hebben geen beloningkaarten meer in voorraad. Vervolgens slaat u aan het tellen: elke gedekte - en dus gerealiseerde opdrachtkaart - levert twee punten op, elke gedekte - en dus tijdens het spel uitgespeelde - beloningkaart levert één punt op en elke beloningkaart op hand doet twee overwinningspunten uw richting uitwaaien. Wie het meeste punten heeft verdient is Grote Broer. Bij gelijke stand wordt naar het aantal gedekte opdrachtkaarten gekeken.

Omen: A Reign of War is zonder enige twijfel hét juweel van de Small Box kaartspellenlijn.

De meerlagigheid die uitnodigt tot steeds weer verkennen, de aha erlebnis bij het ontdekken van weer een nieuwe combo, het handkaartenmanagement, het manipuleren van het momentum, de eenvoudige maar zeer effectieve draftmogelijkheden die optioneel bij spelaanvang worden geboden, de schoonheid van uitvoering, het hunkeren naar een revanche, de mogelijkheid om zich vanuit een schijnbaar hopeloze positie weer helemaal in het spel te knokken, het eenvoudige regelwerk en tenslotte de korte speelduur zijn troeven die zich maar zelden tegelijk in één spel manifesteren. Hier is het gelukt.

Goed bezig, Jonh Clowdus, héél goed bezig.

Toch gemist in de doos: een overzichtskaart. De fasering van het spelverloop is niet makkelijk te onthouden - dat kan uiteraard ook mij liggen - en een korte samenvatting ware handig geweest. Maar verder geen gezeur. Spijkers op laag water weet u wel.

Ik ben gek op kaartspellen. Dat kleurt ongetwijfeld mijn mening over dit kleinood. Maar aangezien ik gek ben op kaartspellen weet ik ook waarover ik schrijf. En ik durf gerust te stellen dat dit tot het beste behoort wat zich momenteel in mijn collectie, en ook ver daarbuiten, bevindt. En dáár neem ik geen woord van terug.

Een blijvertje.

Dominique

 

Omen: A Reign of War

John Clowdus

Small Box Games, 2011

2 spelers vanaf 12 jaar

30 tot 45 minuten

 

14:58 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (4) | Tags: omen: a reign of war, small box games |  Facebook |

13-06-11

Flankaanval!

‘s Avonds laat, net voor de blijde intrede van het zandmannetje, gaan mijn gedachten al eens met mij op stap. Lange mentale wandelingen maak ik dan, met de meest bizarre bestemmingen.

Soms heb ik dan de meest briljante ideeën. Zo speel ik sinds vorige nacht met de gedachte een Top Gear-achtige videoblog te maken waarin bord -en kaartspellen aan de meest waanzinnige tests worden onderworpen. Allemaal ten dienste van u, de medespeler.

In de aflevering “Vasco De Gamaar” bijvoorbeeld wordt nagegaan hoe snel een online besteld exemplaar van Vasco De Gama op uw deurmat arriveert als het vanuit Duitsland wordt verzonden met DHL, de Deutsche Post, een fietskoerier en per binnenschip.

In de aflevering “Risicoaandoeningen bij bordspelers” wordt stevig ingezoomd op de zogenaamde dobbelpols, de actiekaartduim, de grondstofblokjesvinger, de Im Jahr des Drachen depressie, de folieverwijdersnijwonde en de Thunderstone nekkramp.

Ook zal worden nagegaan in hoeverre bordspellen bestand zijn tegen hun eigen thema: Hoogspanning wordt - met groot genoegen, ik ga het niet ontkennen - aan een kleine 200.000 volt blootgesteld, Feurio wordt overgoten met benzine en op de Kalmthoutse heide in brand gestoken, Project Pornstar wordt geconfronteerd met een bende naakte seksverslaafden, Pandemie wordt rijkelijk overgoten met de inhoud van een petrischaal die bestaat uit een kweek EHEC, Age of Steam wordt op de rails gelegd van een druk bereden tgv-traject ergens in Frankrijk en Agricola wordt op een nog nader te bepalen akker overreden door een Deutz-Fahr Agrotron 150.7 van het bouwjaar 2007 met kruipversnelling, geveerde vooras en load sensing pomp.

K2 tenslotte wordt op de Chinees-Pakistaanse grens van de gelijknamige top gegooid. Bij heel slecht weer.

Gisteren trouwens gespeeld, K2, en goed bevonden.

De beruchte berg op moet u, helemaal, liefst zo snel mogelijk en levend. Leven wordt van u ook verwacht als het speleinde zich aandient. Stuiptrekken is voldoende. En u wint als u op het einde van het spel met uw twee klimmers samen de hoogste hoogte hebt bereikt, want die wordt uitgedrukt in punten. Haalt uw bijvoorbeeld met uw twee klimmers de top - en ademt u nog na de laatste ronde - hebt u 20 punten verdiend, de hoogst mogelijke score.

U vertrekt met twee klimmers in een klein basiskamp en haast zich, rekening houdend met de steeds wijzigende weersomstandigheden - door ons tijdens het spel al snel omgedoopt tot weerzinvloeden - naar boven. Hoe hoger u klimt, hoe moeilijker het wordt. Er wordt immers gretig geknabbeld aan uw zorgvuldig opgebouwde conditie en de ogenschijnlijk eenvoudige handeling die de ene voet voor de andere zetten uiteindelijk toch is wordt naarmate het spel vordert een hels karwei.

Gelukkig beschikken uw klimmers elk over een tent waarin zij, als ze al slagen deze op de flank op te zetten, af en toe tot rust kunnen komen.

U klimt, daalt en bouwt conditie op door het uitspelen van kaarten. Elke speler beschikt over een eigen deck van 18 mooi geïllustreerde kaarten waarvan er na het schudden 6 op hand worden genomen en waarvan u er tijdens een speelbeurt drie gedekt uitspeelt. En ze komen meestal niet in de volgorde die u verkiest. Wie de hoogste klimwaarde heeft uitgespeeld loopt daarbovenop nog eens het risico met een extra handicap te worden opgezadeld, gesymboliseerd door meestal roodcijferige fiches.

In leven blijven is in dit spel al een opgave op zich, laat staan zonder kleerscheuren de top halen.

Het managen van uw handkaarten, het conditioneel scherp houden van uw klimmers, de race voor de roem met uw tegenklimmers en het voortdurend raadplegen van uw transistorradio om de weersvoorspellingen op te volgen - u weet, meestal tot uw afgrijzen, wat er de volgende vijf dagen op welke hoogte op u afkomt - vormen een zeer uitdagende bezigheid die u, ook al faalt u in alle opzichten, keer op keer naar dit spel zullen teruglokken.

De maker van dit spel beklimt ook af en toe een berg. Dat is aan het spel te voelen. Een mooie verbinding thematiek-spelsysteem hebben we hier. Gekken kunnen trouwens in plaats van voor de zomerkant van het spelbord te kiezen ook de winterzijde proberen. Het woord uitdaging wordt dan een understatement. Ik vermoed ook - ik spreek hier echter niet uit ervaring, maar ik heb dat bordje wel aanschouwd - dat u dan na afloop 's avonds met grote frustraties uw bed in kruipt. En dat u die nacht merries hebt.

Gelukkig kunt u, binnen de beslotenheid van uw ongetwijfeld erg leuk ingerichte speelkamer en buiten het gezichtsveld van uw meestal spottende medespelers, op uw eentje een beetje oefenen. Dat scheelt.

Toch een minpuntje: boven de 8000 meter wordt het pad naar de top nogal smal en kunt u niet meer met z’n tweeën op hetzelfde veld staan. Met alle gevolgen - mogelijk zelfs het uitblazen uwer laatste levensadem - vandien. Problematisch is dat u dat bij momenten niet volledig in de hand hebt en zelfs afhankelijk bent van de kaarten die uw tegenklimmer(s) gedekt hebben uitgespeeld. Dat wringt een beetje. En hier spreek ik wél uit ervaring.

Maar verder geen aanmerkingen. Mooi spelmateriaal, een aangename speelduur, eindelijk nog eens een echte uitdaging op uw keukentafel en u mag met uw hoofd in de wolken. Wat wil een mens nog meer?

K3 misschien?

Een flauw grapje, ik weet het.

Dominique

 

K2

Jarek Nocori

REBEL.pl, 2010 (White Goblin Games, 2011)

1 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

00:39 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (2) | Tags: k2, white goblin games |  Facebook |

02-06-11

Drie kandidaten, twee kiezers, één winnaar

Slagenspellen. Ik ben er geen fan van.

Maar af en toe, heel af en toe, ligt er iets voor je op tafel waarvan je denkt: “Tiens, ik ben echt geen fan van dit soort spellen, maar nu gebeurt er toch iets met me dat die houding op los zand zet.” Zou dat kunnen omdat dit slagenspelatypisch specifiek voor twee spelers is bestemd? Of komt het omdat het gewoon erg leuk is?

Dit soort ervaring - zeg maar gerust openbaring - had ik met Triumvirate (Indie Boards and Cards).

Veel materiaal vindt u niet in de kleine doos: een set van 27 kaarten in drie kleuren, 13 grote houten schijven in 5 kleuren, een klein spelbordje waarop u de stemmen voor de consuls bijhoudt en drie - overigens erg duidelijke - spelregelboekjes in het Duits, Engels en Frans). Weinig materiaal, maar wel heel, heel mooi en kwalitatief dik in in orde.

Triumvirate is daarbovenop ook nog simpel als poep.

U legt het spelbordje in het midden van de tafel - u woont echt wel in een paddenstoel als u hierin niet slaagt - en schudt de 27 kaarten. Daarvan deelt u er aan u en uw tegenpartij 11 uit. De resterende 5 houdt u voorlopig even apart. De houten schijven (3 per consul: Caesar, Crassus en Pompeius) legt u ernaast, samen met de overwinningsschijven (wie als eerste twee partijtjes wint, wint het spel) en de delerschijf, die de startspeler aangeeft.

Vervolgens begint het steekspel.

De niet-deler begint en speelt een kaart uit de hand. De tegenpartij moet volgen en mag enkel indien dat niet kan een andere kleur uitspelen. Belangrijk: de hoogst uitgespeelde kaart wint de slag, ook als die van de andere kleur is! Een nul slaat de twee andere kleuren en garandeert dus winst in de uitgespeelde nulkleur.

Hier moet even een knop om.

U speelt immers niet direct om slagen te winnen voor uzelf, maar om een bepaalde consul in de senaat te krijgen, als opstapje naar de keizerstroon. U moet dus een omweg maken vooraleer u kunt beginnen denken aan de overwinning. Zodra een consul (kleur) drie slagen heeft gewonnen wordt hij immers naar de senaat gestuurd. Zodra dat gebeurt mag elke speler 1 handkaart gedekt naast de senaat (het spelbordje) leggen met het oog op de latere overwinning. Enkel en alleen de legionairkaarten - 3, 5 en 7 - leveren dan op het speleinde punten op. U mag uiteraard ook een andere kaart afleggen om te bluffen.

Zodra de keizer is gekozen - drie fiches in de senaat volstaan daarvoor -  worden de gedekte (punten)kaarten omgedraaid en wordt gekeken wie het partijtje heeft gewonnen. U moet er twee van de drie winnen om een rondedans te mogen maken.

Tussen de partijtjes door houdt u uw niet gespeelde kaarten klemvast op hand en worden de uitgespeelde samen met de bij spelaanvang terzijde gelegde kaarten geschud, waarna er dit keer drie worden apart gelegd. De resterende kaarten worden evenredig verdeeld. En u duikt weer het bruisende politieke leven van Rome in.

Het blijft wonderbaarlijk hoe sommigen erin slagen met zo weinig spelmateriaal zoveel spel te creëren. Een woordje van dank aan de heer Travis Worthington is dan ook op zijn plaats.

Aan de andere kant is het dan ook weer wonderbaarlijk te moeten vaststellen hoeveel zo weinig spelmateriaal in de winkel dan wel niet kost. Niet goedkoop, dit vogeltje, en u gaat het mogelijk net daarom op de, al dan niet digitale, winkelrekken laten liggen. En dat is jammer, want u had met uw (speel)partner aangename speeluurtjes in Rome tegemoet kunnen gaan. En dat is dan weer goedkoper dan een citytrip.

Goedgekeurd.

Dominique

 

Triumivirate

Travis Worthington

Indie Boards and Cards, 2010

2 spelers vanaf 12 jaar

15 minuten

 

18:26 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: triumvirate, kaartspel, oude rome |  Facebook |