29-04-11

De Heer van de Ringen: Het Hondsmoeilijke Kaartspel

Enkele belangrijke krantenkoppen van de voorbije week: Eva Longoria meent het serieus met toyboy; Sharon Stone is op haar 53ste goddelijk in bikini; Carla Bruni is zwanger; Elton John: “Ja, Lady Gaga is de meter van mijn zoon.”; kwart mannen vindt seks met partner saaier door porno; man lepelt ogen van bejaarde oom uit; fitnessgoeroe showt kleinste bikini ooit; ijsbeertje doet Winnie De Poeh na met emmer; Tijgertje niet in derde oh oh-reeks; advocate mag ‘vagina‘-nummerplaat behouden; zo creëer je de perfecte lippen; Mr. Bean wel, Beatrix niet naar bruiloft Kate en William; teek het meest gehate dier; dode alien in de sneeuw is gemaakt van kippenvel; de witte iPhone 4 is er; Will en Kate kiezen Belgische suite voor huwelijksnacht; Taboo van Black Eyed Peas verwelkomt derde kindje; Oh Oh Barbie weer vrij na arrestatie bij wietkweker; Elisabeth Taylor had geheime liefdesbaby..

Maar al dat wereldschokkende nieuws viel in het niet bij wat ik gisteravond meemaakte.

Ik heb namelijk Lord of the Rings: The Card Game gespeeld.

En ik kreeg er maar geen genoeg van.

Heb ik net Warhammer: Invasion ontdekt - ook al van die gluiperds van Fantasy Filght Games - komen ze nu hier mee op de proppen.

In dit voortreffelijke coöperatieve kaartspel gaat u alleen of met z’n tweeën of meer - u moet dan wel meerdere basissets kopen - op queeste in het Midden-Aarde universum. Dit universum is, sedert mijn eerste kennismaking een kleine veertig jaar geleden, mij zeer genegen.

Ik reis daar graag naartoe.

Het is daar ook altijd wat in Midden-Aarde. Steeds weer dat gedoe met die Sauron die na elk standje dat hij krijgt nooit langer dan vijf minuten in de hoek kan blijven staan. En hoe hij altijd weer zo snel aan nieuw personeel geraakt is mij ook een raadsel.

U wordt op queeste gestuurd - er zitten er drie in de basisset, van moeilijkheidsgraad moeilijk tot heel moeilijk tot bent u wel goed bij uw hoofd - en het enige wat van u wordt verwacht is overleven. Onderweg zult u om enkele gunsten worden gevraagd of enkele opdrachten toegestopt krijgen. U weigert die best niet want het zijn allemaal randvoorwaarden voor het bereiken van uw eeuwige roem.

U moet er wel het hoofdje bijhouden. Er zitten nogal wat fases in een beurt en als u niet oppast maakt u fouten. Dat kan soms in uw voordeel zijn, maar ook in uw nadeel en erger: u speelt verkeerd. Neem dus gerust de tijd om de spelregels goed te assimileren vooraleer u uw rugzak omdoet en hou het regelboek binnen hand- en leesbereik.

U begint uw queeste met drie helden. U gaat kreetjes van herkenning slaken als u de kaarten door uw handen laat gaan. Aragorn zit erin, Eowyn, Glóin, Gimli, Thalin, Théodred, Glorfindel, Legolas, Denethor de stadhouder en ga zo maar door. Ze beschikken per groepje van drie over een deck van dertig kaarten waarmee u aan de slag gaat. Daarin zitten bondgenoten (Gandalf bijvoorbeeld, die slechts kort maar erg hevig zijn opwachting maakt), uitrusting, gebeurtenissen en toverspreuken. U begint met zes handkaarten en trekt er bij het begin van elke beurt slechts één op hand. U moet dus ook een beetje zien te managen. Is uw trekstapeltje leeg moet u het spel uit zien te maken met wat er nog op tafel ligt en wat zich in uw handen bevindt. De afgelegde slechteriken daarentegen komen vrolijk terug als hun trekstapel is opgebruikt. Sauron, beste medespeler, speelt immers vals.

Als u uw kaartenarsenaal op tafel wilt uitbreiden moet u betalen. Invloedfiches die gelinkt zijn aan bepaalde vaardigheden waarover uw helden beschikken: leiderschap, wilskracht, tactiek en wijsheid. Bij het begin van elke ronde krijgt elke held één invloedfiche zakgeld. Het optimaliseren van het gebruik van uw invloedfiches is erg belangrijk. Uw buideltje blind leegkopen leidt meestal naar een gegarandeerde ondergang. Het feit dat elke held zijn eigen voorraad aan invloedfiches beheert en alle kaarten aan een bepaalde invloedsfeer zijn gelinkt die enkel met invloedfiches uit die invloedsfeer kunnen worden betaald maakt dit, zeker als u met een samengesteld deck speelt, een moeilijke evenwichtsoefening. Moeilijk, maar erg leuk.

U moet er ook voor zogen dat u zo snel mogelijk bondgenoten op tafel krijgt. Zij kunnen u bijstaan in het queesten en vechten en hun speciale vaardigheden zijn meestal ook niet te versmaden.

Speciale aandacht verdient de gevechtsfase. Hier wordt het ons echt niet gemakkelijk gemaakt. Kunt u tot op zekere hoogte zelf bepalen met welke vijanden u wanneer gaat rollebollen, er gaan momenten komen waarop u er gewoon niet aan kunt ontsnappen en de arena in móét. Daar komt nog eens bovenop dat deze vijanden, eens u met hen aan het bakkeleien bent, vechten tot de dood. Daar kunnen meerdere beurten overheen gaan. En alsof dat nog niet genoeg is vallen zij altijd eerst aan en worden ze door de heer Sauron himself nog eens extra voorzien van door ú niet te voorziene gemeenheden. U mag verdedigen, maar daarvoor moet u een nog niet getapt karakter beschikbaar hebben en daar zit ook een adder onder het gras. Elke actie die een karakter onderneemt maakt hem of haar, enkele uitzonderingen daargelaten, niet meer bruikbaar voor een andere actie. Kiest u ervoor om een karakter op queeste te laten gaan - u móét dat want anders kunt u het spel niet winnen - kunt u het in een latere fase niet gebruiken om bijvoorbeeld te vechten of te verdedigen. Dat maakt plannen en - als u niet alleen speelt - overleg met uw medespeler(s) enorm belangrijk.

Ook heel goed gevonden: uw gevaarmeter, die een bereik van 50 heeft, bij het begin van het spel wordt geijkt op de som van de graad van weerstand tegen dreiging van uw drie helden en tijdens het spel voortdurend wordt aangepast als u aan het queesten slaat - maakt u zich vooral geen illusies, meestal in negatieve zin. Bereikt de meter 50 mag u uw boeken dichtdoen. Als u op dat moment met meerdere spelers aan de gang bent moeten zij hun tocht zonder u verder zetten, al zullen zij zeker blijven openstaan voor uw deskundig zijlijnadvies.

Prachtig geïllustreerde kaarten hebben we hier ook, alleen wat aan de donkere kant. Maar dat is eigen aan het tijdperk waarin we ons bevinden, een periode die ongeveer 17 jaar bestrijkt voor het definitieve vertrek van Bilbo uit de gouw.

Thematisch topperdetopperdetop. Hier kan bijvoorbeeld - ik noem maar iets - Cargo Noir een punt aan zuigen van hier tot ginder. Ook wat opwinding betreft, want in LOTR: TCG loopt u voortdurend op de toppen van uw tenen. U dacht dat Im Jahr Des Drachen of Defenders Of The Realm qua wanhoop niet meer konden worden overtroffen? Ik geef u op een blaadje: als u dit op tafel legt gaat u niet alleen om uw moesje roepen, maar om álles wat nog maar naar het vrouwelijke geslacht ruikt dat zich in uw bloedlijn bevindt. Calculeer dus frustratie in als u uw tochten aanvat. En wat er ook met u en uw helden gebeurt: geef niet op. Op een bepaald moment wordt u beloond. Waarna u onze eigen vreselijke wereld - een wereld waaruit Sauron onmiddellijk krijsend zou weglopen - weer breed glimlachend tegemoet treedt.

Ziet u er niet tegenop om tijdens uw nachtelijke tochten langs de Anduin verdwaald te geraken, plots onder vuur te worden genomen door een Goblin sluipschutter, vervolgens achterna te worden gezeten door een heuveltrol om uiteindelijk midden in een roedel wargs terecht te komen mag u dit zeker niet laten liggen. En dit was nog maar een voorgerecht.

Fantasy Flight Games zou Fantasy Flight Games niet zijn als er niet al een oneindig aantal uitbreidingen in de pijplijn zitten. Uitbreidingen die het u mogelijk maken door het pimpen van uw decks het vals spelen van Sauron deskundig de kop in te drukken. De kraan zou vanaf mei van het jaar des Heren 2011 - onze tijdrekening - worden opengedraaid. U moet dan op zoek naar Gollum.

Veel geluk.

Dominique

 

The Lord Of The Rings: The Card Game

Nate French

Fantasy Flight Games, 2011

1 tot 2 spelers (meer met meerdere basissets) vanaf 13 jaar

60 minuten

 

 

27-04-11

Zwermvest niet inbegrepen

Bugs is een eigenaardig kaartspelletje. Het heeft quasi niets om het lijf en toch is het erg verslavend.

Hoe zou dat toch komen?

Het doel van het spel? Het leegspelen van je hand om zo weinig mogelijk verliespunten te incasseren?

Het thema? Steeds weer aangroeiende insectenzwermen doorsturen naar het erf van je tegenstander in de hoop dat hij of zij de zwerm niet kan vergroten en die zwerm - alle kaarten op tafel - op hand moet nemen?

Of zou het dat weer op hand nemen van die kaarten kunnen zijn? Een actie die in bepaalde gevallen paradoxaal genoeg wel eens kan uitgroeien tot een mastermove. Al roep ik u ook op om nu ook weer niet tevéél risico’s te nemen.

Of zou het gewoon een reactie zijn op de denigrerende houding waarmee bepaalde veelspelers - zij zouden het woord ‘spelen’ eens letter per letter moeten ontleden - dit spelletje benaderen?

Of komt het misschien door de speciale actiekaarten? Het verdelgingsmiddel, het vlindernet, de plaag of de uitroeier die slechts beperkt voorhanden zijn maar zich bij hoge nood extreem handig tonen? En die je best niet te lang op handen houdt?

De eenvoudige spelregels misschien - niet minder dan acht spelregelboekjes in al evenveel talen - en meerbepaald de regel die u toelaat in één beurt hele insectenkolonies uit te roeien?

De subtiliteiten die u tijdens het lezen van de spelregels niet gaat kunnen doorgronden, maar pas tijdens het spelen hun ware, soms smerige, openbaren?

De snelheid van spelen wellicht?

De ondraaglijke - al laat u dat uiteraard niet merken - spanning die u overvalt als de speler links of rechts van u aan de beurt is?

De overvloed aan interactie misschien?

Het gevoel dat u nooit helemaal veilig bent, zelfs als u nog maar één kaart op hand hebt?

Ik zou het niet weten.

Ik weet alleen dat dit bij mijn spellenvrienden - niet de minste - heel goed is aangekomen en dat we enorm hebben gelachen.

Wij hebben immers gespeeld.

Dominique

 

Bugs

Keith Meyers

Valley Games, Inc. - 2010

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

21:16 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bugs, kaartspel, valley games |  Facebook |

24-04-11

Oostfront

War of Honor (Alderac Entertainment Group)

Ik lees graag en veel. Bij voorkeur in bed doe ik dat, rond middernacht. Spelregels, maar ook - dat zal u misschien verbazen - boeken.

Lezen, beste medespeler, is niet altijd gezond.

Neem nu Het Boek Der Doden van Glenn Cooper. Wat er onderaan bladzijde 109 en bovenaan bladzijde 110 gebeurt heeft mij onlangs een erg rusteloze nacht bezorgd. En enkele nachten later, op bladzijde 333 deed de heer Cooper het nog eens dunnetjes over. In een heel andere context weliswaar, want op die voorlaatste bladzijde serveert hij een ongelooflijke plotwending die je verbijsterd in je bed achterlaat. Meestal zie ik plotwendingen en clous al van ver aankomen, als worden ze begeleid door vuurwerk en klaroengeschal, maar nu was ik toch blij dat ik mij al in liggende houding bevond.

Mijn hart sloeg ook over toen ik vernam dat Alderac Entertainment Group in juni komt met een nieuwe en volledig zelfstandig speelbare doosversie van het CCG Legend of the Five Rings, een kaartspel dat zich afspeelt in een - overigens prachtig weergegeven - Oosterse setting. 

Ik heb de oerversie van dit spel in haar beginjaren herhaaldelijk en met veel plezier gespeeld, maar het CCG-element deed mij uiteindelijk, zoals zovelen waarschijnlijk, afhaken.

Maar nu, beste medespeler, is mijn aandacht opnieuw gewekt. Want de nieuwe versie zit in een grote doos en is out of the box speelbaar. Dat opent perspectieven, vooral voor zij die het spel nog niet kennen en er op een budgetveilige manier kennis mee willen maken, maar ook voor de diehards want er worden in deze versie enkele nieuwe spelmechanismen geïntroduceerd die zeer de moeite van het ontdekken waard zijn. Daarbovenop, in tegenstelling tot de Playstation 3, is War of Honor backwards compatible met de reeds eerder verschenen kaarten uit de Legend of the Five Rings.

Met zijn vieren kant en klaar uit de doos speelbaar, een grote herspeelbaarheidsfactor, vier manieren om het spel te winnen en een grafische vormgeving - die kaarten! - die uw kwijlende kinnebak met een luide bonk op uw tafelblad gaat doen terechtkomen. Dat, in een notendop, is War Of Honor.

Hou wel rekening met een hogere instapdrempel dan u gewend bent. U gaat moeite moeten doen om dit spel onder de knie te krijgen. U moet investeren en andere spellen even aan de kant laten. Ik kan mij voorstellen dat dit voor sommigen onder u - de dippers - een gruwelijk vooruitzicht is. U mist dan wel uw wonderlijke metamorfose tot digger. Want u gaat na uw financiële en mentale investering gegarandeerd aan niks anders meer kunnen denken.

Dominique

 

22-04-11

Echt jammer

De dagen van verwondering.

Waar zijn ze gebleven?

De mijne situeerden zich in de tweede helft van de jaren zeventig.

Waar die van Days Of Wonder zelf zijn gebleven? Ik zou het niet weten.

De magie lijkt voorbij.

De aanfluiting Ticket to Ride: The Dice Expansion en de wanhopige oproep voor het tegen een eventuele betaling indienen van een nieuwe Ticket To Ride map waren al serieuze tekenen aan de wand, het nieuwe Cargo Noir maakt het er allemaal niet beter op. Cargo Noir doet zijn naam, vooral het tweede gedeelte ervan, alle eer aan want er zijn, volgens mijn bescheiden mening, weinig lichtpuntjes te ontdekken.

Nu moet u weten dat ik zeer gevoelig ben voor lichtpuntjes en dat ik ze altijd opmerk. Ik spreek ook meer dan gemiddeld de woorden “het voordeel van de twijfel” uit en mensen die mij goed kennen zullen u bevestigen dat met het toenemen mijner levensjaren ook mijn mildheid aanzienlijke stappen vooruit heeft gezet.

Om maar even aan te geven dat ik niet de slechtste ben.

Maar nu heb ik toch wel heel veel moeite moeten doen.

Het klinkt een beetje raar voor iemand die naar lichtpuntjes zoekt maar er zit te veel kleur in dit spel. Het is allemaal te bont, vrolijk zelfs. Niet bepaald een kleurenpallet dat ik associeer met het leven van een smokkelaar. Het had gerust wat soberder, zeg maar donkerder, gemogen.

Nog een probleem: repetitiviteit. Het is een woord waarmee ik in een spelomgeving gerust kan leven omdat spelbeurten nu eenmaal de neiging hebben om steeds weer terug te komen, maar hier kwam het mij na een tijdje echt de strot uit.

Verder: bieden van begin tot einde. Bent u geen bieder loop hier dan met een grote boog omheen. U doet in dit spel niets anders.

En het kan nog erger: weinig variatie. Een spel moet van mij niet in alle richtingen uitwaaieren, maar de windstilte waarin Cargo Noir blijft hangen is verre van opwindend. U hebt echt niet veel mogelijkheden tijdens uw beurt. Dat heeft dan weer het voordeel van snelheid - al is dat in dit spel eigenaardig genoeg ook weer relatief, zie later - , maar in mijn geval ook de irritante bijwerking van de meest gehate emotie die ik kan ervaren tijdens een spel: verveling.

Thematisch valt er ook een en ander aan te merken. U verwacht een spannend spel over het smokkelen van waar, daarbij een hele resem wereldhavens aandoend. Dat doet u echter niet. U biedt op spullen en ruilt ze in voor overwinningspunten. Spannend is anders. Kopers die door de opwindende doosillustratie over de streep worden getrokken zullen even moeten slikken zodra ze het regelwerk tot zich nemen.

Verder kan het spel vooral naar het einde toe verzanden in het verschrikkelijke analysis paralysis syndroom, een syndroom dat in het betere familiespel - iets wat Cargo Noir toch pretendeert te zijn - totaal niet thuishoort. Ik adviseer dan ook een zandloper. Van een half minuutje ongeveer.

Als u écht wilt smokkelen en de spanning bij de kans op betrapping en de opluchting bij ontsnapping aan den lijve wilt ondervinden raad ik u aan - hou u vast - “Niets Aan Te Geven” van MB te proberen. Oud, versleten, totaal geen présence maar qua spelbeleving stukken beter dan Cargo Noir. Daar heb ik zelfs twee exemplaren van in mijn kast staan. Voor als er eentje de geest moest geven.

U moet goed beseffen dat ik hier mijn eigen mening ventileer. Ik heb ook positieve zinnen en alinea’s gelezen over dit spel. Maar lezen en spelen zijn twee totaal verschillende zaken. Ik raad u dan ook een testspelletje aan en vervolgens zelf te oordelen. Want uiteindelijk gaat het om ú.

Mijn days of wonder komen nooit meer weer. Cargo Noir op mijn speeltafel ook niet.

Jammer.

Dominique

 

Cargo Noir

Serge Laget

Days Of Wonder, 2011

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

60 minuten

 

 

15:52 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (2) | Tags: cargo noir, days of wonder |  Facebook |

18-04-11

We moeten bijten, scheuren, krabben, beuken, klauwen, opstaan en weer doorgaan

Medespeler,

Ferdinando Galiani, secretaris van de ambassadeur van Napels, schreef in de 18de eeuw de volgende gevleugelde woorden neer: “Niet zelden is nietsdoen, behalve zeer verdienstelijk en nuttig, ook een heel zware opgave en een stuk lastiger om uit te voeren dan het zou lijken.”

De man had volkomen gelijk. Wij zijn allemaal zó verkeerd bezig.

Maar toch: tijdens het volgende spel zou ik u deze levenshouding niet aanraden. Zeker als u in leven wilt blijven. U moet zwaar aan de bak en u mag uzelf geen moment rust gunnen als u dit gevecht, want dat is het, winnend wilt afsluiten.

Zwaar aan de bak betekent in dit spel aanvallen. Als u zich de attitude van een brave bes aanmeet zult u het hoogste schavot niet bereiken. Uw tanden en klauwen in uw tegenstanders zetten moet u. Als u een zich op geitenwollen sokken verplaatsende vredestichter bent begint u hier dus best niet aan.

Nightfall is de ondertussen zoveelste versie van het deckbuilding while you play principe. U begint met een standaard starthandje en vult dat tijdens het spelen aan tot u een niet meer te riposteren set kaarten tot uw beschikking hebt.

Wat Nightfall enigszins doet afwijken van standaard deckbuilding spellen is het feit dat u ook buiten uw beurt een aardig woordje meespreekt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Dominion, waar u soms geeuwend de barsten in het plafond zit te tellen terwijl een tegenstander zijn dorpen, markten, jaarmarkten, golems en apothekers in stelling brengt bent u in Nightfall voortdurend betrokken en doet u óók leuke activiteiten. Bouwen aan uw overwinning bijvoorbeeld.

Verder staat in dit spel direct conflict centraal. U moet uw tegenstanders met zoveel mogelijk wonden - geen paniek, het zijn maar kaarten - opzadelen want wie er daarvan het minste heeft op het einde van het spel is de winnaar.

Het toebrengen van wonden gebeurt in dit universum voornamelijk door vampiers en weerwolven. Die bekomt u door ze gewoon aan te kopen met uw invloed, het betaalmiddel in dit spel. Dat kopen heeft ook een interessante twist, want u kunt voor spelaanvang draftgewijs twee kaarten selecteren die u alleen kunt kopen. In het midden van de tafel komt ook nog een gemeenschappelijke supermarkt te liggen alwaar u naar hartenlust uw bovennatuurlijk winkelkarretje kunt volstoppen.

Het origineelste spelconcept in Nightfall is dat elk wezen of elke actie die u onderneemt gelinkt is aan een bepaalde maansoort (kleur), die op haar beurt weer gelinkt is aan een of twee anderskleurige en kleinere maansoorten. Daarmee kunnen uw tegenstanders ook tijdens uw beurt gelinkte kaarten uitspelen en zo een ketting vormen, de kernterm in dit spel. De eigenschap van elke kaart die in zo’n ketting komt te liggen wordt uitgevoerd. In omgekeerde richting zelfs, wat goed plannen vraagt als u er het maximale wil uithalen. De clou is dan ook dat u goed moet opletten welke kaarten door welke spelers worden gekocht zodat u lekker mee kunt linken tijdens hun beurten.

Om het nog een beetje ingewikkelder te maken hebben sommige kaarten ook kickers, aangegeven door grote manen die, als ze overeen komen met de grote maan van de laatste gespeelde kaart in de ketting, erg leuke en dus vooral onaangename dingen met uw tegenstanders kunnen doen. Het onder de knie krijgen van het linken en kickeren vormt de grootste uitdaging van dit spel en misschien wel de grootste uitdaging die u ooit in een bord- en kaartspelomgeving zult tegenkomen.

Ook belangrijk: geen handkaartenlimiet, wat uiteraard ook perspectieven biedt. U kunt boven uw starthandkaartenlimiet van vijf gaan door eenmalig tijdens de zogenaamde opkuisfase wondkaarten - wanhoop niet: die krijgt u zonder twijfel toegestopt tijdens het spel - in uw aflegstapel te leggen en voor elke afgelegde kaart er twee bij te trekken.

Nightfall is er eentje waarvoor u eens rustig moet gaan zitten. Het grondig bestuderen van de beschikbare kaarten voor het eigenlijke spel begint is zeer aan te raden, zelfs noodzakelijk. Combinatiefreaks komen hier helemaal aan hun trekken.

U gaat ook teleurgesteld zijn als u alle kaarten van hun plastic omhulsel hebt ontdaan en zorgvuldig gesorteerd in de doos ziet zitten. U gaat het gevoel hebben dat er spelonderdelen ontbreken omdat de doos zo leeg oogt. Geen paniek: alles zit erin en de ruimte die overblijft zult u goed besteden aan uitbreidingen, iets waar dit spel om schreeuwt. De eerste, Martial Law, is aangekondigd voor juli 2011. En op BoardgameGeek is ondertussen al een Horde Zombies gearriveerd. Een horde die zich relatief goedkoop laat inhuren.

Ik moet u echter ook waarschuwen: dit spel heeft een hogere instapdrempel dan Dominion, Thunderstone en alle andere Dominionklonen die u kent. Dit spel vraagt uw aandacht. Als u - samen met de spelers waarmee u regelmatig tafels deelt - die aandacht niet kunt opbrengen laat u dit best links liggen.

Dominique

 

Nightfall

David Gregg

Alderac Entertainment Group, 2011

2 tot 4 spelers vanaf 12 jaar

45 minuten

 

09:33 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nightfall, deckbuilding, aeg entertainment |  Facebook |

17-04-11

Heren van Rokland

Medespeler,

Als u uw wilde nachten nog wat wilder wil maken en op zoek bent naar de ultieme achtergrondmuziek voor het bedrijven van de schone deugd der liefde, luister dan even naar de nieuwe van Sade, Love Is Found. Een heel toepasselijke naam voor dit afrodisiacum. En ondanks het risico dat ik loop uw aandacht nu onmiddellijk te verliezen aan die voor uw partner, plaats ik hieronder toch even de link naar waar u kunt gaan luisteren. Laat u voortal niet in slaap wiegen door de ouderwets aandoende intro. Vanaf seconde 54 wordt u volledig op uw seksuele wenken bediend.

http://www.youtube.com/watch?v=v29hLQnr1fo

Alles voor de liefde nietwaar?

Voor zij die zijn gebleven heb ik nu een interessant nieuwtje.

Z-Man Games komt met een kaartspel dat elementen in zich draagt van Three-Dragon Ante, Condottiere, Straw, Court Of The Medici en Havoc: The Hundred Years War. Wie een beetje mee is in de spellenwereld is de haringen van zijn tent aan de ingang van zijn favoriete spelleverancier al aan het inslaan.

De nieuweling heet Lords Of Scotland.

Ik zal u even meegeven waarom u voor dit spel extra opmerkzaam moet zijn.

U speelt gevechtsrondes met clanleden waarin na vijf beurten de winnaar wordt bepaald. Punten worden door middel van het kiezen van supportkaarten, die voor de aanvang van een gevechtsronde worden opengelegd, verdeeld. Elke speler krijgt er eentje op het einde van een gevechtsronde en hebt u zich niet voldoende ingezet blijft u met de restjes zitten. Restjes in dit spel zijn meestal kaarten van lage waarde. Het opbouwen van uw, hopelijk sterkste, hand vormt de kern van de gevechtsrondes. Ik vond dit in Havoc: The Hundred Years War al een heel leuke bezigheid, hier doet men er naar verluidt nog een schepje bovenop.

U kunt met z’n zessen aan de slag - al verliest het spel dan wel een beetje aan slagkracht - en u bent snel weer aan de beurt. Een beurt is immers snel afgehandeld omdat u slechts kunt kiezen tussen clanleden uitspelen of clanleden rekruteren (van de eventueel openliggende kaarten of van de trekstapel).

Elke clan heeft een speciale eigenschap die actief wordt als hun openliggende kaarten de laagste waarde hebben. Als u Three Dragon Ante al hebt gespeeld - indien niet: zeker doen, bij voorkeur de Emperor’s Gambit versie - weet u wat dit betekent. Hier zorgt dat voor nog meer problemen dan in Three Dragon Ante omdat het uitspelen van clanleden met een hoge waarde u meer perspectieven biedt voor het winnen van een gevechtsronde. Er staan u dus enerverende dilemma’s te wachten. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de afweging welke kaarten u opspaart voor, mogelijk lucratievere, gevechtsrondes die nog in het verschiet liggen.

U kunt kaarten gedekt uitspelen om te bluffen of als u iets te verbergen hebt. Speciale eigenschappen moet u dan wel achterwege laten.

Op een dik half uur bent u klaar en gaat u gegarandeerd opnieuw beginnen. Meer zelfs, de makers geven op de doos exact aan hoe lang een spelletje duurt: 35 minuten.

En het vraagt heel weinig plaats in uw spellenkast.

Bij Decathlon hebben ze momenteel interessante kampeerspullen in de aanbieding.

Dominique

 

11:25 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lords of scotland, preview, z-man games |  Facebook |

15-04-11

What is it good for? Absolutely everything!

Warhammer.

Ik liep er tot voor kort altijd met een wijde boog omheen. Oorlog voeren - al leken de participanten zich steeds weer te pletter te amuseren - met in de ene hand een lintmeter en de andere een regelwerk van encyclopedische omvang schrok mij altijd af. Of beter: schrikt mij nog altijd af.

Niet dat het Warhammer universum mij niet fascineert. Als een met zwaarden bewapende ondode op een knekelkoets een heuvel afdenderen richting vijand heeft wel iets.

Maar er komt te veel bij kijken. Die regelwerken van encyclopedische omvang bijvoorbeeld, of dat schilderen van die, overigens prachtige, miniatuurtjes - een activiteit die toch bijna een voorwaarde is om ten volle van de spelbeleving te kunnen genieten.

Maar het leven, ook de spellenwereld, zit vol verrassingen en zo bestond het dat ik onlangs - op een regenachtige avond, ik weet het nog goed - alsnog overstag ging. Niet voor de miniatuurtjes, de lintmeters en de encyclopedische regelwerken, maar voor een afgeleide onder de vorm van een kaartspel. Een heerlijk kaartspel.

Warhammer: Invasion, dát was de schuldige.

Vanwaar die heerlijkheid?

Ten eerste omwille van de afwezigheid van de miniatuurtjes, de lintmeter en het encyclopedische regelwerk. Alles waarover u beschikt wordt op kaarten weergegeven en de spelregels hebben een erg atypische Fantasy Flight omvang waarmee zelfs ik overweg kan. En als ik het kan kunt u het ook.

Ten tweede omwille van het intuïtieve van de spelregels. Alles klikt logisch in elkaar en na uw eerste beurt bent u zo goed als vertrokken.

Ten derde omwille van de overeenkomsten met Magic The Gathering. Het is geen schande dat Eric M. Lang daar enkele mosterdzaadjes heeft opgepikt. Het manna - de grondstof waarmee u eenheden, gebouwen, ondersteuningskaarten, questekaarten en tactiekkaarten in het spel brengt en kaarten activeert - heet hier gewoon power. U probeert, net als in MtG, uw tegenstander rechtstreeks te raken, zij het dat u hier gewoon zijn koninkrijk aan flarden scheurt door minstens 16 schadepunten toe te dienen. Verder hebt u interessant personeel ter beschikking waarmee u erg leuke, bloederige en verrassende dingen kunt doen. En de tactiekkaarten zijn gewoon de instants uit MtG.

Ten vierde omdat MtG niet schaamteloos werd gekopieerd. Het driezonige koninkrijk waarover u heerst bijvoorbeeld, bestaande uit een slagveld, een questegebied en een hoofdstad is erg goed gevonden. En u kunt bijna elke kaart in elke zone spelen, waarbij hun functie aan die zone wordt gelinkt. Op het slagveld gaat u vechten, uw hoofdstad levert u krachtpunten op waarmee u kaarten in het spel kunt brengen en acties kunt uitvoeren en uw questegebied laat u toe eenheden op avontuur te sturen, een avontuur dat u mogelijk fantastische schatten en roem oplevert maar toch vooral meer kaarten op uw oorlogszuchtige handje. Dat koppelen van kaarten aan zones zadelt u bij elke speelbeurt met een aantal dilemma’s op van hier tot ginder. Die sterke eenheid, die heel veel power oplevert, zet ik die in op het slagveld of in mijn hoofdstad zodat ze daar grondstof genereert voor de verdere uitbouw van mijn rijk? Of ga ik ermee op avontuur, zodat eeuwige roem en bewondering mijn deel zijn en ik meer kaarten op hand kan krijgen?

Ten vijfde: u moet aanvallen om te winnen. Getreuzel is niet aan de orde. Doet ú het niet doet die van de overkant het wel.

Ten zesde: u bent binnen een uurtje klaar, soms zelfs sneller.

Ten zevende: u moet geen oneindig aantal pakjes uitbreidingen kopen om de kaart in bezit te krijgen waarnaar u zo wanhopig op zoek bent. Meer zelfs, met de basisdoos - al raad ik ook de deluxe uitbreiding “Assault on Ulthuan” aan - bent u jaren zoet.

Ten achtste: de schoonheid van uitvoering. U gaat aangenaam verrast zijn door de schoonheid van de kaarten. Mogelijk gaat u daardoor in het begin zelfs vergeten te spelen.

Ten negende: de functionaliteit van de kaarten en het spelmateriaal. Geen overdonderende hoop spelonderdelen hier - de doos kon zelfs kleiner - maar een beheersbare hoeveelheid functioneel karton. 220 kaarten, schadefiches, brandfiches (waarmee u aangeeft dat een zone in uw koninkrijk in brand staat - twee van die fiches en u bent er geweest) en krachtfiches (uw grondstof). De kaarten - de motor van het spel - zijn niet voorzien van overdreven veel icoontjes waarin u al snel de weg kwijtraakt. Neen, men is eerder karig met informatie en die karigheid komt de snelheid van spelen en de spelbeleving op zich zeer ten goede. U ziet in één oogopslag waarmee u te maken hebt.

Ten tiende: de balans. Of u nu met de dwergen, de troepen van chaos, de orks of het keizerrijk speelt - u gaat nooit vooraf kunnen pochen over uw op handen zijnde overwinning. U moet zwaar aan de bak.

Ten elfde: de eigenheid der volkeren. Het dwergvolk is robuust en resistent en zet zich graag aan grote bouwprojecten. De Orks zijn een stelletje ongeregeld dat weinig structuur kent en als een zwerm ongeleide projectielen en zonder ook maar één voet te vegen uw stulpje onder de voet loopt, soms zelfs hun eigen stulp. De heren van chaos komen er recht voor uit dat ze gewoon plezier hebben in het oorlogvoeren en ze slagen er meer dan eens in eenheden van tegenstanders te corrumperen zodat die een oogje dichtknijpen wanneer hun koninkrijk wordt aangevallen. De troepen van het keizerrijk zijn tactisch zeer bedreven en denken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de orks, eerst eens goed na vooraleer actie te ondernemen.

Ten twaalfde: het deckbuilding aspect. Niet aan mij besteed, maar u kunt uw eigen onverslaanbare deck bouwen. Dit is een activiteit die ik niet zo graag doe. Ik speel liever recht uit de doos en hou me niet graag bezig met urenlange optimalisatietechnieken om vervolgens op een kwartiertje ingemaakt te worden door iemand met een killerdeck. Maar als u streeft naar onoverwinnelijkheid krijgt u ruimschoots de kans.

Ten dertiende: u kunt met uw tegenstander draftgewijs een legertje samenstellen. Dat vind ik dan weer wel leuk, even draften voor het spelen.

Ten veertiende: de herspeelbaarheid. Elke confrontatie is weer anders aangezien u bij elk spel tien willekeurig uitgedeelde neutrale kaarten in het deck van uw volk mengt. En die nuetrale kaarten zijn zo leuk. En wannéér uw kaarten op hand komen en in welke zone u ze uitspeelt heeft ook een impact op het spel.

Ten veertiende: u moet ook aan verdedigen denken. Uw bloedlust moet toch af en toe een beetje getemperd want u wilt toch geen zone in uw koninkrijk onbeschermd laten? U moet diep in de ogen van uw tegenstander kijken en proberen te voorzien wat zijn plannen zijn, u moet uw eigen zwakke plekken kennen en daar iets proberen aan te doen. U moet uw tegenstander af en toe op het verkeerde been zetten met bepaalde acties en vervolgens hopen dat hij daardoor een foutje maakt. En - leer het volgende alstublieft van buiten - u moet ervoor zorgen dat u wat power overhoudt op het einde van uw actieve fase zodat u ook iets kunt (terug)doen als uw tegenstander aan de beurt is. Tijdens uw beurt blindelings uw bijeengeschraapte power volledig opgebruiken is niet slim. Ik durf zelfs meer zeggen: het is ongelooflijk dom.

Ten vijftiende: u bent, zoals bij elke vorm van actieve oorlogvoering, altijd betrokken. Dat betekent dat u ook tijdens de beurt van uw tegenstander de kans krijgt acties te doen, misschien zelfs briljante acties. Maar u moet zich daar wel op voorbereiden. Doet dat niet mag u zichzelf vergelijken met een wilde, aan chronisch overgewicht lijdende kalkoen rond de kerstperiode. Met jagers in de buurt.

Ten zestiende: uw eenheden hebben bij elke aanval, in tegenstelling tot MtG, de zogenaamde trample-ability. De schade die verdedigende eenheden in de aangevallen zone niet kunnen opvangen komt altijd op het koninkrijk van uw tegenstander terecht. En met een beetje inzicht en geluk slaat het daar aan het branden, het uiteindelijke doel van het spel.

Minpunten?

De kans bestaat dat u na enkele spelletjes toch gaat verlangen naar die uitbreidingen, zeker als u een notire deckbuilder bent, en u weet wat dat voor uw boekhoudkundige balans op het einde van het jaar kan betekenen. Er schijnen verder ook foutjes te zijn geslopen in de beschrijving van de acties op enkele kaarten. Enkele, niet onoverkomelijk dus en u kunt de errata trouwens terugvinden op de website van Fantasy Flight Games. Mijn speelplezier heeft het in elke geval niet gehypothekeerd.

Een nadeel is ook dat het slechts met z'n tweeën kan, al zou het stilaan genant wordende gesmeek van de fans voor een officiële meerspelervariant wel eens iets kunnen opleveren. 

Bent u op zoek naar interessante en korte veldslagen voor op zaterdagavond - uw vrouw is dan toch naar de plaatselijke zumbaclub, dénkt u - hebt u ze gevonden.

Dominique

 

Warhammer: Invasion

Eric M. Lang,

Fantasy Flight Games, 2009

2 spelers vanaf 13 jaar

45 minuten

 

 

13-04-11

Kliederen

Het mooiste schilderij ter wereld, een abstract werk van een nog erg jonge meester genaamd Ruth, hangt in mijn eigenste keuken en heet "Mijn Papa."

Het is niet te koop.

Wat wel te koop is én makkelijker te vinden is de schoonheid waarover we het vandaag gaan hebben: Pastiche.

Het spel dat Pastiche dit jaar van de “De Tafel Plakt!” award “Mooiste Spel Van Het Jaar” wil houden zal van heel goeden huize moeten zijn. Gryphon games heeft de lat hier immers hoog gelegd. Erg hoog. Maar goed, het jaar is nog lang en War of Honor is op komst, er is dus mogelijk toch sprake van enige concurrentie.

Het eerste wat u opvalt als u de wonderschoon geïllustreerde doos ter hand neemt is niet zozeer de schoonheid dan wel het gewicht ervan. U gaat, als u tot het kamp van liefhebbers van zware spelonderdelen behoort, aangenaam verrast zijn. Het doosdeksel alleen al is van een indrukwekkende en aangenaam aanvoelende gewichtigheid.

In Pastiche gaan we beroemde schilderijen - er zitten 34 miniversies in de doos - van al even beroemde meesters reproduceren. Beroemde meesters, dat zijn: Bazille, Botticelli, Cézanne, da Vinci, Degas, Theotocopuli, Gaugin, Marc, Monet, Sanzio, Rembrandt, Signac, ter Borch, Velasquez, Van der Weyden en van Gogh. Domper op de feestvreugde: geen enkele Vlaming. Daarvoor toch enige puntenaftrek.

Schilderen kunnen we niet zonder verf in vrolijke en minder vrolijke kleuren en die is dan ook overvloedig voorhanden, weliswaar onder de vorm van kaarten. Deze worden voor spelaanvang op een schilderspalet - een uit de kluiten gewassen prachtig, maar eigenlijk overbodig spelbord - gelegd. De schilderijen die we gaan reproduceren en de kleuren die we erin moeten verwerken worden aangeleverd op mooie glanzende en grote fiches, waarlijk een lust om naar te kijken. Op die fiches staat ook een getal vermeld dat het aantal punten aangeeft die een speler krijgt als hij of zij het werk als eerste voltooit.

Vooraleer u aan het spelen gaat moet u, net als een echte schilder, een en ander prepareren:

U legt het schilderspalet op tafel en sorteert daarop de kleurkaarten.

U legt de zeshoekige kleurtegels - daarmee gaat u lekker aan het mengen - grijpklaar en geeft elke speler twee tegels. De driedelige starttegel legt u in het midden van tafel.

Elke speler krijgt een overzichtskaart met daarop het beurtverloop en alle mogelijke mengresultaten.

Er wordt een centrale uitlage samengesteld uit vier willekeurig gekozen schilderijen en van de resterende stapel krijgt elke speler er twee die hij gedekt voor zich neerlegt.

Elke speler krijgt vier kleurkaarten op hand: groen, violet, oranje en bruin.

Vervolgens zet iedereen zich voor zijn fictieve schildersezel en kan het kliederen beginnen.

Pastiche spelen is, naast heel erg leuk, ook heel erg simpel:

U legt een zeshoekige kleurentegel uit de hand aan een tegel die zich centraal op tafel bevindt. Daardoor gaan kleurdotten die zich daarop bevinden aan die van andere tegels grenzen. Dat heet mengen. Vervolgens krijgt u van het schilderspalet de kleurkaart(en) die uw mengactie oplevert. Dit is een verplichte actie.

Daarna mag u onbeperkt kleurkaarten met medespelers en de “kleurenbank” ruilen.

Vervolgens mag u een schilderijkaart die u in voorraad hebt ruilen met een schilderijkaart van de uitlage. Dat doet u meestal om uw medeschilders te pesten.

Als u kunt mag u een schilderij van de uitlage of uit de eigen voorraad reproduceren door de vereiste kleurkaarten in te leveren en het schilderij in kwestie open voor u neer te leggen. Die punten zijn alvast binnen.

U kijkt nog snel even na of de handkaartenlimiet van acht kleurenkaarten niet overschrijdt.

En als beurtafsluiter trekt u een nieuwe gedekte kleurentegel uit de voorraad.

Dat gaat zo lekker ontspannen door tot een speler een bepaald aantal punten door het realiseren van schilderijen heeft verzameld: 35 punten bij 4 spelers, 40 punten bij 3 spelers en 45 punten bij 2 spelers.

Waarna de obligatoire eindtelling volgt: elke speler telt de punten van zijn voltooide schilderijen, de punten van de kleurkaarten op hand die overeenkomen met de kleuren op zijn onvoltooide schilderijen op diezelfde hand en de bonuspunten die worden vergeven door het voltooien van meerdere werken van dezelfde schilder bij elkaar op. Het vergelijken van die punten zou u moeten toelaten een winnaar aan te duiden.

Ik ga niet rond de pot draaien: Pastiche spelen is een erg aangename, ontspannende en vooral erg mooie bezigheid. U moet uw hoofdje er bijhouden als u wilt gaan voor de overwinning maar als dat uiteindelijk niet lukt hebt u er toch maar een mooie wandeling door een bordkartonnen museum opzitten. En u gaat bij elk schilderijtje dat u tegenkomt even bewonderend verwijlen, dat garandeer ik u.

Samengevat: Pastiche is een spel voor kunstliefhebbers en aanhangers van schoonheid in het algemeen, beginnende spelliefhebbers, combinatiefreaks, zware doos fetisjisten, liefhebbers van tegelspellen, racefanaten, mensen die absoluut niet kunnen schilderen, aanhangers van eenvoud en pestkoppen.

En lukt het niet van de eerste keer, wanhoop dan niet. Kijk even - en blijf vooral kijken - naar het onderstaande filmpje:

http://www.youtube.com/watch?v=He7Ge7Sogrk

Dominique

 

Pastiche

Sean D. MacDonald

Gryphon Games, 2011

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 tot 60 minuten

 

21:44 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (1) | Tags: pastiche, schilderkunst, gryphon games |  Facebook |

11-04-11

Mag ik?

Camelot op een koude winteravond.

Als we de heren Kramer en Kiesling moeten geloven moet dat daar wat geweest zijn aan die ronde tafel van Arthur. Een geschuifel en gedrang om zo dicht mogelijk en rechts van de koning te zitten en een gelobby van hier tot ginder om een van de drie prinsen tot koning te (helpen) kronen.

Dat schuifelen zette hen aan het denken. En als Kiesling en Kramer gaan denken vloeit daar meestal een spel uit voort.

Artus heet de jongsgeborene.

En het werd ooit al eens gepreviewed door het team van Monty Python:

http://www.youtube.com/watch?v=lfGpVcdqeS0

Let vooral op het profetische zinnetje op het einde.

Dit spel laat u toe aan de rijk gevulde feestdis aan te schuiven en ondertussen alles in het werk te stellen om op het einde het meeste overwinningpunten te behalen.

Die feestdis mag u al onmiddellijk met een grote korrel zout nemen want als er aan die ronde tafel inderdaad zo frequent van plaats werd gewisseld als in dit spel kwam men aan eten gewoon niet toe. Kwam men gewoon aan niets toe eigenlijk. Erger nog, de tafel beweegt zelf ook regelmatig.

Maar goed, wij zijn spelers en wij kunnen wel wat hebben.

U werkt zichzelf naar de overwinning toe door het uitspelen van drie soorten kaarten: ridderkaarten waarmee u uw ridders aan de tafel in uurwijzerzin of - heel af en toe - tegenuurwijzerzin verplaatst om daarna (meestal) te scoren, koningskaarten waarmee u de koning of de drie prinsen verplaatst of de prinsen tot koning kroont en scorekaarten (enkel in het spel voor gevorderden) waarmee u - inderdaad - scoort.

Elke speler beschikt over dezelfde set kaarten en als iedereen zijn kaarten heeft uitgespeeld is het spel afgelopen. U start dus met gelijke wapens, al zal dat tijdens het spel snel veranderen.

 Mijn bevindingen.

Wilt u uw grijze hersencellen voldoende prikkelen moet u onmiddellijk met het spel voor gevorderden aan de slag. Het basisspel is een beetje flauw. Daarnaar keert u na één keer spelen nooit meer weer tenzij u af en toe met kinderen aan tafel zit.

Laat u vooral niets wijsmaken: Arthur en de ronde tafel en ridders en prinsen en koningen en feestdissen, dat klinkt allemaal wel mooi, maar de link thema-spelverloop is hier net zo aanwezig als Herman Schueremans in het Vlaams Parlement, met andere woorden: niet. Dit is een abstracte. Een middelmatige tot goede abstracte, dat wel, maar een abstracte. Is thema voor u een belangrijke afweging bij de aanschaf van een spel, loop hier dan met een wijde boog omheen.

De punten durven nogal eens in grote hoeveelheden en naar beide kanten van het spectrum, plus en min, uitwaaieren. De grote hoeveelheid 50 punten fiches in de doos, die u krijgt toegestopt telkens u het scorespoor van 50 punten rondt zal u al onmiddellijk aan het denken zetten.

U kunt mastermoves doen die u mogelijk de overwinning opleveren lang voor het eigenlijke speleinde zich aandient. U kunt ook missermoves doen, noodgedwongen meestal, die u een loodzware rugzak van minpunten opleveren waardoor u vanaf dat moment eerder strompelt op het scorespoor dan rent. Ik raad u ten stelligste aan de scorekaarten waar een grote hoeveelheid minpunten aan zijn gekoppeld niet te lang in uw geharnaste handen te houden. U zou wel eens voor erg onaangename verrassingen kunnen komen te staan.

Artus is een tactisch spel. U moet op erg korte termijn denken. Zij die hopen strategisch te werken naar een hoger doel en vooral een hoger puntenaantal lopen hier óók best met een wijde boog omheen. Als u uw pionnen eindelijk in de juiste positie hebt gekregen kan een actie van een medespeler, meestal zelfs onbedoeld, u een echt wel heel erg dikke pad in de korf zetten. Een pad die na een wanhopge kusactie niet bepaald in een prinses of prins zal veranderen, geloof me.

U moet uw tegenspelers in de gaten houden en meerbepaald de soort kaarten die ze op het einde van hun beurt op hand nemen. Dat zegt iets over hun bedoelingen, maar lang niet alles. Iets weten is nog altijd beter dan niets natuurlijk.

De kaarten, verder groot en stevig, hadden qua kleurgebruik en illustraties ook iets meer onderscheid mogen hebben. De ridder- en koningskaarten brachten ons meermaals in verwarring.

Is Artus een must? In mijn ogen niet. Is het een maybe? Dat dan weer wel. Als u houdt van abstracte en mooie spellen, degelijk spelmateriaal, een grillig scoreverloop met de mogelijkheid soms heel veel (min)punten te scoren, pestgedrag en een korte speeltijd komt u zeker aan uw trekken.

Als u iets zoekt met een ronde tafel en gerommel met de tafelschikking raad ik u echter ook Draco & Co van de heren B. Faidutti en M. Schacht aan. Ook zeer de moeite, misschien zelfs iets meer de moeite dan Artus.

Maar u beslist.

Dominique

 

Artus

Michael Kiesling en Wolfgang Kramer

Alea, 2011

2 tot 4 spelers vanaf 9 jaar

60 minuten

 

00:34 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (1) | Tags: artus, alea, ronde tafel |  Facebook |

10-04-11

Karma chameleon, you come and go-ooh-ooh-ooh

Voor we het onderwerp van vandaag aansnijden een korte muzikale inleiding:

http://www.youtube.com/watch?v=SKhfKprc6S0

Boeddha, verlichting, mededogen, loslaten, nu-leven, het zijn populaire vluchtwegen in deze barre tijden.

Als u het Boeddhisme genegen bent weet u waarschijnlijk al dat de béste vluchtweg het opsparen van voldoende goed karma is zodat u op deze bol nooit meer hoeft terug te keren.

Het grote probleem is dat in de karmaleer uw ultieme voltooiing pas plaatsvindt nadat u tientallen, honderden, duizenden, miljoenen en voor sommige individuen onder ons zelfs miljarden keren naar deze barre planeet bent weergekeerd. Het hangt allemaal af van uw hoeveelheid opgespaard goed of slecht karma. Bent u goed van inborst zult u minder dikwijls een retourtje krijgen, hebt u meer raakpunten met types als Muammar Muhammad al-Gaddafi gaat u zich in het universum eerder voelen als een pingpongbal. Het is een onderdeel van het Boeddhisme dat mij niet erg bevalt, want het is onder andere door types als Muammar Muhammad el-Gaddafi dat ik hier bij momenten niet zo graag ben.

Gelukkig kwamen ze bij Kosmos op het briljante idee het reïncarnatieproces aanzienlijk te verkorten.

Middels een kaartspelletje.

Mieses Karma.

In de iets te grote doos vinden we dier- en menskaarten, levenslijnkaarten, vijf gouden plastic Boeddhafiguren, vijf karmabordjes en spelregels. Allemaal vrolijk gelig getint.

De dier- en menskaarten evoceren de levensvormen waarin we worden geboren en uiteindelijk weer reïncarneren. Dat reïncarneren gebeurt het liefst in een hogere levensvorm, waarbij de levensvorm mens - begrijpe wie begrijpe kan - uw allerhoogste betrachting is.

Uw individuele karmabordje heeft een karmaspoor waarop u uw verzamelde karma aangeeft - hoe meer hoe beter - met behulp van uw Boeddhafiguur. Het is tevens uw toevluchtsoord als u het beurtverloop niet goed meer uit het hoofd kent. U kunt er ook uw tijdens het spel verzamelde bonus-levenslijnkaarten op kwijt, die op het einde van het spel elk twee punten waard zijn.

De levenslijnkaarten zijn kaarten die u (meestal) rechts aan uw levensvorm aanlegt, rekening houdend met de daarop aanwezige symbolen (een hartje voor liefde, een klavertje vier voor geluk, een weegschaal voor evenwicht, een zon voor verlichting). Er is ook een jokersymbool dat gewoon doet wat de benaming al aangeeft: jokeren. Gouden tip: de regenworm heeft deze altijd in de aanbieding.

U begint het spel als mier en probeert uiteindelijk via tussenstations als regenworm, aardappelkever, vlinder, salamander, cavia, ekster, vleermuis, eekhoorn, haan, egel, kat, kameleon, schaap, hond, koe en aap uw ultieme wensdroom genaamd mens te bereiken. U probeert dat zo snel mogelijk te doen want wie als eerste als mens verschijnt krijgt de meeste bonuspunten en leidt daarbovenop het speleinde in.

Als mier begint u met twee levenslijnkaarten op hand.

Uw beurt is, in tgenstelling tot het echte leven, overzichtelijk en simpel:

U moet een levenslijnkaart aanleggen aan de levensvorm waarin u op dat moment vertoeft. Rechts moet dat, al kan het heel zelden ook links. U moet daarmee rekening houden met het symbool dat rechts onderaan op de laatst gelegde kaart staat vermeld.

U mag eenmaal tijdens uw beurt de speciale vaardigheid van uw huidige levensvorm gebruiken. Jawel, speciale vaardigheden. Alle diersoorten, buiten de mier, de regenworm en de mens kunnen iets speciaals.

U mag uw medespelers om een passende levenslijnkaart verzoeken. Zij staan dan vrij om u er eentje te schenken of niet. Zij die dat wilen doen leggen deze in uurwijzerzin gedekt voor zich op tafel waarna ze gelijktijdig worden omgedraaid. U mag vervolgens een van de aangeboden kaarten kiezen en aan uw levenslijn aanleggen. De speler waarvan u de kaart hebt genomen krijgt omwille van zijn goede daad een karmapunt en duidt dat middels zijn - overigens erg mooie - Boeddhafiguur aan op zijn karmabordje.

Als u op het einde van uw beurt geen levenslijnkaarten meer op hand hebt of het rechtersymbool op uw laatst gelegde levenslijnkaart de man met de zeis is sterft u onmiddellijk en - u leest dit goed - scoort u punten.

Het tussentijds tellen doet u als volgt: voor elke Boeddhafiguur die op een levenslijnkaart staat afgebeeld schuift u uw Boeddhafiguur een veld vooruit op uw karmabordje. Uw verzamelde karmapunten zijn op het einde van het spel evenveel punten waard. Daarbovenop laten uw karmapunten u toe een volgend leven met een hogere levensvorm aan te vatten. Vervolgens gaat u tijdens een erg korte visuele evaluatie na of u op uw levenslijnkaarten setjes van vier dezelfde of vier verschillende symbolen hebt verzameld. Voor elke set - elk symbool mag maar één keer worden gebruikt - mag u een levenslijnkaart uit uw levenslijn op uw karmabordje leggen. Er is daar ruimte voorzien voor een stapeltje. Handig! Elke levenslijnkaart op dat stapeltje is op het einde van het spel twee punten waard.

Nadat u hebt geteld en geschoven neemt u een nieuwe dier- of menskaart van de stapel die uw karmatotaal op dat moment aangeeft. Dat getal staat mooi aangegeven op de rugzijde van die kaarten zodat u zich niet kunt vergissen. Uw nieuwe levensvorm legt u voor u neer en u bent klaar voor uw volgende levenslijn. Is dat een mens luidt u het speleinde in. Als de eerste mens komt te sterven is het spel onmiddellijk gedaan. Iedere speler sterft nog een laatste keer en waardeert zijn laatste levenslijn.

De eindtelling dan: uw eindtotaal wordt gevormd door het optellen van uw karmapunten, uw bonus-levenslijnkaarten (twee punten per kaart) en de waarde van de mens die u eventueel voor u hebt liggen. Hoe sneller u mens wordt hoe meer bonuspunten. Al wil dat niet zeggen dat u wint. U kunt dit spel ook winnen als cavia.

Evaluatie:

Een troef van dit spel is zijn eenvoud en snelheid. U leeft en sterft wat af binnen erg korte tijd. Verder worden altruïstische types tijdens het spelen beloond, mogelijk nog meer dan in het echte leven, al moeten zij er wel goed voor opletten dat hun hulpvaardigheid anderen niet meer beloont dan hen.

Erg interessant zijn de vaardigheden van de dieren. Daar kunt u leuke dingen mee doen. Niks ingewikkelds hoor, maar gewoon overzichtelijke leuke handelingetjes die zowel uzelf kunnen bevoordelen als anderen kunnen schaden. Gek genoeg leveren die laatste gemenigheidjes geen negatieve karmapunten op.

Voorbeelden? De aardappelkever, waarmee u de bovenliggende levenslijnkaart van de aflegstapel - als ze past - aan uw levenslijn mag aanleggen. Of de ekster, waarmee u vrolijk fladderend een voor u passende levenslijnkaart bij een tegenspeler kunt gaan stelen. Of de vleermuis, die als ze sterft, en enkel dan, de Boeddhafiguur van een andere speler een stapje achteruit mag zetten en de eigen Boeddha een stapje vooruit. Of de haan, die u toelaat uw karma met één punt te verhogen als u tijdens uw beurt een passende levenslijnkaart aan de levenslijn van een tegenspeler legt. Of de kameleon, die de gedaante en de vaardigheid van een dier van een tegenspeler overneemt. Of de hond, die u toelaat, wel rekening houdend met de symboolregel, een levenslijnkaart aan de linkerkant van uw dier- of menskaart aan te leggen. Dat zijn allemaal leuke dieren voor de mensen.

Ook leuk is dat u op weg zijnde naar uw menswording niet weet in wat u tussentijds wordt gereïncarneerd. U weet hoe u begint, als mier, maar na uw eerste overlijden hebt u zich neer te leggen bij wat u wordt aangeboden uit het stapeltje dat overeenkomst met uw opgespaarde karma. U moet het dus, net als in het echte leven, doen met wat u hebt. Of beter: bént.

Minder vind ik de hoeveelheid aan Duitse tekst op de kaarten en op de karmabordjes. Er zijn nogal wat dieren met speciale vaardigheden, zestien in totaal, en die vragen wat bestudering. Daarbovenop staan bepaalde vaardigheden niet volledig uitgeschreven op de kaarten en moet u nog bijkomende referenties gaan zoeken op het bijblad van de, weliswaar overzichtelijke, spelregels.

De levenslijnkaarten zijn, behalve die waar een Boeddhafiguur opstaat, een beetje kaal. Net als Boeddha zult u opwerpen. Inderdaad, maar ze hadden toch wat voller gemogen, net als Boeddha. Het voordeel van die kaalheid is wel een grote functionaliteit. En daar streven we toch ook naar in een bord- of kaartspel, nietwaar?

Mieses Karma is een spel dat valt onder de categorie "lekker ontspannend en vrolijk". U moet het spelen als het zonnetje schijnt en u gekwetter van vogels en kreetjes van spelende kinderen op de achtergrond hoort. Het bezorgt u gegarandeerd een goede luim, al moet u er wel voor opletten dat dit niet in de weg gaat zitten als u mee wilt doen voor de overwinning. Want ervaren spelers hebben u zo bij uw pietje.

Meer dan goedgekeurd!

Dominique

 

Mieses Karma

David Safier

Kosmos, 2011

3 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

10:01 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mieses karma, boeddhisme, kosmos |  Facebook |

09-04-11

B(l)endereffect

Summoner Wars: Master Set (Plaid Hat Games)

Summoner Wars is stilaan mijn favoriete conflictspel aan het worden. Dat komt door de eenvoudige spelregels, de snelheid van opzetten en uitvoering, de herspeelbaarheid, de korte speelduur, de erg interessante afwegingen bij het managen van magie, de compactheid, de moduleerbaarheid en -last but not least - het speelplezier.

Het is zelfs zo ver gekomen dat Battlelore, tot voor kort mijn numero uno wat dit soort spellen betreft, stof staat te verzamelen in mijn spellenkast.

Als u op een comfortabele manier wil intekenen voor dit fenomeen raad ik u aan de Summoner Master Set, aangekondigd voor juni 2011, in de gaten te houden. Zes nieuwe volkeren (de Shadow Elves, de Vargath, de Sand Goblins, de Deep Dwarves, de Swamp Orcs en de - nu al mijn favoriet - Benders) zitten samen met de rest van het spelmateriaal, waaronder het onontbeerlijke premium spelbord, functioneel verpakt in één grote doos. De compactheid krijgt daardoor een aanzienlijke deuk maar daar vinden we wel iets op.

Richtprijs: 40 euro.

Als u geïnteresseerd bent in schermutselingachtige tweekampen - al behoort een krioelwalkover met die kl. goblins ook tot de mogelijkheden - in een fantasysetting die u de mogelijkheid bieden tot meerdere revanchesessies op één avond slaat u in juni best toe.

Want dit behoort tot het beste wat er op dit moment in dat marktsegment te krijgen is.

Ik lig alvast in een hinderlaag.

Dominique

 

07-04-11

Doe me vandaag maar een Vyborian Arbiter

Stel: u bent een alien. En u hebt - begrijpe wie begrijpe kan - uw zinnen gezet op de planeet aarde. U hebt het niet zo op met diplomatie, dat is allemaal tijdverlies. U bent eerder van het type dat eerst schiet en dan praat. U begrijpt de mensheid trouwens toch niet, met hun rare taaltje.

"Conquest of Planet Earth: The Space Alien Game" laat u toe een poging tot vijandige overname te doen.

U zit wel met enkele problemen. Er zijn namelijk nòg aliens die hun zinnen op de blauwe planeet hebben gezet en die zijn net als u van het schietgrage soort. Het soort dat ook op ù begint te vuren als u hen niet aanstaat. Verder blijken de mensen, zoals de hoofdmoot van de plaatselijke fauna zich pleegt te noemen, nogal aan de weerbarstige kant. Ook zij schieten terug en ze beschikken onder andere over enkele superhelden die u maar niet onder de zoden kunt krijgen.

Als u wil koloniseren hebt u geen alternatief: de tentakels moeten uit de mouwen.

Tentakels uit de mouwen betekent hier dat u zich vanuit uw landingsplaats met uw vliegende schotels landinwaarts begeeft alwaar u bepaalde locaties (willekeurig getrokken) probeert te veroveren, al dan niet uitpuilend van de menselijke tegenstand. U doet dat uiteraard met wapens en andere buitenaardse hulpmiddelen, eveneens getrokken uit meerdere trekstapels die zich her en der rond de moduleerbare spelborden bevinden. U kunt zelfs beroep doen op bevriende eenheden. Gigantische monsters en reuzenrobotten bijvoorbeeld. Onderweg naar uw acht terreurpunten, de overwinningsvoorwaarde, komt u al eens andere aliens tegen die net als u volop bezig zijn met hun eigen invasieplannen. Dat tegenkomen is niet zo handig want ook dan moet u een robbertje vechten. En dat kan zware, zij het geen onoverkomelijke, gevolgen hebben.

Punten verdient u door bepaalde locaties te veroveren, een bezigheid die soms meerdere gevechtrondes vraagt. Helemaal problematisch wordt het als u geconfronteerd wordt met een of meerdere helden, zoals Captain Fantastic bijvoorbeeld, een sujet dat niet kapot te krijgen is en maar blijft terugkomen om u te jennen.

Uw activiteiten worden gestuurd door het inzetten van actiepunten die u naar believen over meerdere handelingen kunt spreiden: bewegen, landen, kaarten trekken, kaarten uitspelen, versterkingen oproepen, enz. U selecteert in het geheim het aantal actiepunten dat u tijdens een ronde wil spenderen (van 1 tot 6 of een D6) waarbij het geen onbelangrijk detail is dat de speler die het laagste aantal actiepunten heeft geselecteerd als eerste aan de beurt komt. De actiefiches bent u kwijt tot u ze allemaal hebt uitgespeeld. Dan mogen ze weer op hand. De D6 fiche mag u onmiddellijk weer op hand nemen, maar het gooien van een zeszijdige dobbelsteen om uw aantal actiepunten te bepalen is niet altijd handig als u min of meer wil beïnvloeden op welk moment u aan de beurt wilt komen, een overweging die naar het speleinde toe enorm aan belangrijkheid wint.

In de loop van het spel verzamelt u ook gevaarfiches waarmee u allerhande leuke dingen kunt kopen en doen.

U wint zodra u locaties hebt veroverd die u samen minstens 8 terreurpunten hebben opgeleverd. Inderdaad: terreurpunten. Het geeft aan in welk geschift universum we ons hier bevinden.

Pluspunt één: de moduleerbaarheid. U kunt solo, tegen elkaar of - voor de mietjes onder ons - coöperatief. Tevens kunt u kiezen uit een keur van Cosmic Enounter-achtige aliens, elk met hun specifieke eigenschappen. Samengevat komt het erop neer dat een grote intelligentie uw handkaartenlimiet aanzienlijk uitbreidt, maar uw vuurkracht beknot. Omgekeerd heeft een domme kracht minder kaarten achter de hand, maar als het op bruut geweld aankomt zijn deze lelijkerds dan weer moeilijk af te stoppen. Wat bijvoorbeeld te denken van de Setaris Kitewings die erg beweeglijk zijn, dodelijk vanuit de lucht en in diezelfde lucht best uit de weg worden gevlogen? Of de Rantillion Beetlemen, die over extreem scherpe en vooral grote klauwen beschikken en zich bij voorkeur verplaatsen van door diezelfde klauwen uitgegraven tunnels? Of de Fishmen Of Atlorak, die zich graag ophouden in extreem vochtige locaties en hun sterkte daar zelfs zien toenemen? Of de Venezian Matriarchy, de femmes fatales in dit spel, die elke superheld waarmee ze te maken krijgen van pure verliefdheid op fluwelen benen zetten en over een heel arsenaal aan manipulatieve vaardigheden beschikken?

Pluspunt twee: de jaren 50 Sci-Fi B-film setting. Een hele leuke context hebben we hier.

Pluspunt drie: geen illustraties op basis van echte foto’s deze keer, toch een kenmerk van Flying Frog Productions, maar getekend. En goed getekend. Een plezier om naar te kijken.

Pluspunt vier: hopen kaarten (gebeurtenissen, locaties, alien stuff, verzet, en menselijke technologie)

Pluspunt vijf: hopen pretentieloze fun.

Pluspunt zes: duidelijk met liefde voor het genre gemaakt.

Pluspunt zeven: een speelduur die binnen de grenzen van het aanvaardbare blijft.

Pluspunt acht: elke keer weer anders.

Pluspunt negen: in de doos vindt u een cd die u auditief in de sfeer moet brengen. Anderen zien dit na een eerste beluistering dan weer als een minpunt. Het is maar hoe u het bekijkt.

Pluspunt tien: waarlijk mooi en tot spelen uitnodigend materiaal, al moet u eerst even de kleine hindernis van de spelborden over. Dat is makkelijk: u moet gewoon beseffen dat ze alleen maar dienen als ondergrond voor wat komen gaat.

Pluspunt elf: een in full color en uitgebreid regelwerk dat weinig of geen vragen openlaat.

Pluspunt twaalf: termen als teleportation pants, eating kittens, feeding on the dead, teenagers at looking point en massive blub. Men kijkt voor minder uit naar een lekker interactief spelavondje.

De minpunten dan:

Minpunt één: de glansafwerking van de kaarten, een gegeven dat zich wel meer voordoet bij de worpen van de jongens en meisjes van Flying Frog Productions. Een zonnebril is tijdens het spelen geen overbodige luxe maar zit standaard niet in de doos. Geef mij maar mat.

Minpunt twee: kleine en scherp gehoekte dobbelsteentjes die niet lekker rollen. En rollen moeten ze zo dikwijls in dit spel.

Minpunt drie: u bent een eurogamer van het figuurlijke zware type.

Minpunt vier: aanzienlijke geluksafhankelijkheid.

Minpunt vijf: dit is persoonlijk, maar ik hou niet zo van spellen met als eindvoorwaarde het behalen van een bepaald aantal punten, ook al zijn ze gedrenkt in terreur.

Minpunt zes: de vliegende schotels lijken eerder in het kabouter Plop universum thuis te horen dan in een Sci-Fi B-film setting uit de jaren 50. Met andere woorden: ze lijken nogal veel op een paddenstoel.

Minpunt zeven: u moet een aanzienlijke hoeveelheid geschreven Engelse taal absorberen.

Bent u een liefhebber van het genre, lacht u graag en wilt u gewoon een avondje onversneden amusement ken ik veel slechtere adressen waarnaar ik u kan doorverwijzen. Bent u echter een euro-droogstoppel raad ik u aan hier met een wijde boog omheen te lopen.

Ik daarentegen, beste medespeler, loop hier recht op af.

Dominique

 

Conquest of Planet Earth: The Space Alien Game

Jason Hill

Flying Frog Productions, 2011

1 tot 4 spelers vanaf 12 jaar

60 minuten

 

05-04-11

Ga er even voor zitten en geniet

Als opwarmer voor mijn volgende spelbespreking een zeer toepasselijk filmpje.

Ga er even voor zitten en geniet:

http://www.youtube.com/watch?v=PYzw9p1JzXc

Dominique

 

23:07 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

04-04-11

Meer van net niet hetzelfde

Als Thunderstone u prikkelt en u blijft maar weifelen om uw bankkaart boven te halen raad ik u aan even bij een sessie Dragonspire aan te schuiven. De kans is groot dat na afloop overgaat tot de aanschaf van de hele mikmak.

Dragonpsire is een zelfstandig spel binnen het Thunderstone universum en, zoals ik al aangaf, voor nieuwelingen de ideale opstapplaats. Daarbovenop is het volledig combineerbaar met wat voorafging.

Om te kunnen winnen moet u nog steeds ondergronds en vooraleer ondergronds te gaan bevoorraadt u zich best bij de plaatselijke middenstand van het dorpje dat zich, gelukkig bovengronds, vlakbij bevindt. Rusten behoort ook weer tot de mogelijkheden, maar uw luie laffe lijf aan het hoge gras toevertrouwen brengt u in tijdnood. Time is money, ook in monsterland.

Grafisch realiseerde men ook een lichte, maar zeer geslaagde stijlbreuk. En niet dat het echt nodig was - Thunderstoneveteranen drammen deze regel op met de ogen dicht - maar de toevoeging van het kerkerbord waarop de handicaps bij onvoldoende lichtbronnen worden aangegeven is voor nieuwelingen een welgekomen hulpmiddel. Lichtbronnen zijn dan ook onontbeerlijk als u letterlijk erg diep wil gaan. Dat dit spel ondertussen in Philips nog geen sponsor gevonden heeft is mij een compleet raadsel.

Maar het belangrijkste aspect van het spel is onveranderd gebleven: het speelplezier. Was u al een Thunderstonefan gaat u smullen, was u het nog niet is de kans groot dat u nu wel overstag gaat.

Nieuw zijn de settings, die over het hele spel hun (meestal negatieve) invloed laten gelden.

U bent gewaarschuwd.

Mijn favoriet is, ondanks de negatieve connotatie die heden ten dage rond de clerus hangt, Belzur Curate. Extra kaarten bij op hand trekken terwijl u zich in de kerker bevindt? Merci beaucoup. Een beetje contradictorisch in gebruik ook, want ondanks de uitbreiding van uw handarsenaal tijdens uw getast in het donker ook een kaart voor durvers. U moet het zelf maar eens proberen. Als u durft.

Laat u ook niet misleiden door de Guardian Blade. Bij een eerste lezing gaat u vermoeden dat het hier om een misprint gaat. Niets is minder waar. Lees de kaart nog eens aandachtig en u zult zien waar de, overigens erg interessante, klepel hangt.

Thunderstone blijft een donker spel. Ik, beste medespeler, heb mij altijd meer aangetrokken gevoeld tot de duisternis dan tot het licht. Wat zich in het donker ophoudt is door de band veel opwindender dan wat zich onder het zonlicht voortbeweegt.

En nu weer de nacht in..

Dominique

 

Thunderstone: Dragonspire

Mike Elliott / Brent Keith

Alderac Entertainment Group, 2011

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

45 minuten (al moet u daarvoor erg veel oefenen)

 

02-04-11

Blub

Mermaid Rain (Gentosha Education / Z-Man Games)

Ik ken u. Ik weet dat u voortdurend in uw digitale kraaiennest zit, met uw beeldscherm de spellenhorizon afspeurend. Eigenlijk zou u uw tijd beter verdoen met het herspelen van wat oudere spellen, maar kom, ik knijp een oogje dicht en zal u helpen uw kijker de juiste kant op te richten.

Waar u naar op zoek moet gaan is het eiland genaamd Z-Man Games. Hebt u dat gevonden moet u even inzoomen op de dozen genaamd Mermaid Rain, die inscheepklaar op de kade liggen.

Ik zou ook al plannen maken om een van die dozen te pakken te krijgen.

Ik zal u schrijven waarom.

Het moet een kleine zeven jaar geleden zijn dat ik Mermaid Rain voor de eerste keer speelde. Ik weet niet goed meer waar en met wie dat was, maar wat ik wel weet is dat ik mij toen enorm heb geamuseerd.

Dat amusement werd vooral gegenereerd door het tweefasige spelsysteem waarin u, zeemeermin zijnde, eerst kaartsetjes à la poker moet samenstellen om vervolgens met de kaarten die u daarvoor niet gebruikt - u leest dit goed - op de golven te gaan surfen. Tijdens dat surfen verzamelt u uit het blauwe sop al het moois waarop uw vinnen de hand kunnen leggen. Dat gaat van schelpen over koralen tot parels, vijf verschillende soorten in totaal. Zowel met de kaartsetjes als met uw verzamelobjecten kunt u punten scoren. De spanningsboog die het maken van kaartensets om te scoren en het tegelijkertijd opzij houden van kaarten om in de tweede fase naar de oceaanschatten op zoek te gaan creëert is een zeer aangename. U gaat kunnen maar niet willen en willen maar niet kunnen. Erg uitdagend. Als ik u daarbij ook nog wijs op het feit dat de speler met de beste “pokerhand” in de eerste fase de tweede fase als eerste mag aansnijden kunt u zich een beeld vormen voor welke dilemma’s u zoal komt te staan.

U scoort dus onmiddellijk voor pokersetjes en bij de eindtelling voor de setjes van uw verzamelde schatten, maar dit laatste pas na het betalen van een bescheiden bijdrage aan de zeeheks. Belastingen zeg maar. Afhankelijk van de hoeveelheid schatsoorten in uw resterende verzameling krijgt u bonuspunten. Hebt u bepaalde schatten niet krijgt u per ontbrekende soort vijf strafpunten. Spelen, beste medespeler, doet soms pijn. 

Als u vergelijkingspunten zoekt: Mermaid Rain heeft raakvlakken met Elfenland en Taj Mahal. Van Taj Mahal durf ik het niet beweren, maar Elfenland gaat moeiteloos in de achterzak.

Het ontschepen zou ergens in april plaats moeten vinden. Zet u al maar op een bankje aan de waterkant.

Dominique

 

19:38 Gepost door Dominique | Permalink | Commentaren (1) | Tags: mermaid rain, preview, z-man games |  Facebook |