26-05-10

Vaart wel en zie vooral niet om

Hagoth: Builder Of Ships (Mayday Games, 2010) 

Hagoth is een Nephitische scheepsbouwer, genoemd in het boek van Mormon (Alma 63:5-7).

De rest zoekt u zelf maar op.

Wat ons naadloos brengt bij het doel van dit spel: het bouwen van schepen, liefst zo groot mogelijk, deze zo snel mogelijk laten uitvaren en zowel voor het bouwen als voor het bereiken van hun bestemming als eerste 25 punten verdienen.

Het klinkt simpel en eigenlijk is het dat ook.

De kleine doos bevat 100 kaarten, 8 houten scheepjes, 4 telstenen, 50 geminiaturiseerde houtblokken, een vierzijdige dobbelsteen, een kort en overzichtelijk spelregelboekje, een klein spelbord en een zakje kaartsleeves (zie later). Meer heeft een mens niet nodig om gelukkig te zijn.

Het kaartendeck bestaat uit een melange van 8 soorten kaarten: blauwdrukkaarten waarmee we in totaal 5 verschillende schepen kunnen samenstellen, houthakkaarten die u toelaten de nobele kunst van het houtkappen te beoefenen, bouwkaarten die u toelaten uw blauwdrukken in de praktijk om te zetten door van uw gekapt hout schepen te maken, zeilkaarten die u toelaten de oversteek te maken zodat u extra punten kunt binnenhalen, “sla uw beurtje maar eens over-kaarten” die u toelaten de beurt van één uwer tegenstanders even uit te stellen, verwijderkaarten die u toelaten een nog niet werkbare blauwdruk van een speler te verwijderen, vertragingskaarten die u toelaten een zeilend schip van één uwer tegenstanders onderweg even op te houden en tenslotte vernietigingskaarten - geen paniek: slechts 2 in de hele stapel - die u de mogelijkheid geven een van hout voorziene blauwdruk van dat hout te ontdoen.

Alle 100 kaarten worden geschud en er worden er 5 uitgedeeld aan elke speler. Eén trekstapel en verder geen gedoe, dat is pas leuk.

Tijdens uw erg korte beurt hebt u twee mogelijkheden: of u speelt twee kaarten en voert de bijbehorende actie(s) uit of u speelt er geen en kiest uit drie mogelijke acties er eentje.

De uitgespeelde actiekaarten zijn de eenvoud zelve. U kunt alvast blauwdrukken uitspelen met als doel deze later met hout tot leven te brengen, u kunt het bos in om hout te kappen, u kunt een uitgespeelde blauwdruk van hout voorzien (bouwen), u kunt zeilen als u over een afgewerkt schip/afgewerkte schepen beschikt, u kunt een tegenstander “aanvallen” met een vertragingskaart, een “sla uw beurtje maar eens lekker over-kaart” of een vernietigingskaart of men kan, indien gewenst, 1 kaart uitspelen en een andere ongebruikt afleggen. Nadat u 2 kaarten hebt uitgespeeld neemt beroert u de trekstapel om er weer 2 op hand te nemen.

Indien u geen kaarten uitspeelt mag één van de volgende acties kiezen: houthakken, bouwen (met hout uit je persoonlijke voorraad) of zeilen.

Voila.

Als u een schip hebt voltooid levert het, naargelang de grootte, 1 tot 5 punten op. Als u uiteindelijk een haven in het land Nortward bereikt krijgt u nog eens extra punten, van 1 tot 6. Een voorbeeld. Als u erin slaagt het grootst mogelijke te bouwen schip (9 blauwdrukken) af te werken en de doelhaven te laten bereiken levert dat u 11 punten op. Als u weet dat u met 25 punten met uw medespelers de vloer aanveegt lijkt dit erg interessant, maar u moet wel weten dat u kostbare tijd, door het verzamelen van blauwdrukken en hout, moet investeren in het bouwen van dit gevaarte. En de logheid ervan, gecombineerd met een grotere zeilafstand, zorgt ervoor dat u langer onderweg bent. Prevelend onderweg. En dit spel gaat uiteindelijk om snelheid, om ter eerste aan die 25 punten zien te geraken. Zoals zoveel in het leven zal de juiste aanpak voor de overwinning waarschijnlijk ergens in het midden liggen.

U moet ook rekening houden dat u maar aan 2 blauwdrukken tegelijk kunt werken en dat u slechts 2 schepen tegelijk op het water kunt laten dobberen.

Houthakken gebeurt niet met een bijl, maar wel met behulp van een vierzijdige dobbelsteen. U gooit en het gegooide resultaat slepen uw werklieden uit het bos. Ook tijdens de bouwactie (toewijzen van hout aan blauwdrukken) wordt deze dobbelsteen soms gebruikt, afhankelijk van de soort bouwkaart die u uitspeelt.

Samengevat: u bouwt houten schepen aan de hand van blauwdrukken, stuurt ze vervolgens op weg naar verre streken en scoort punten voor het voltooien van en het aankomen van die schepen in de doelhaven.

De spelregels laten aan duidelijkheid niets te wensen over, het spel is heel snel uitgelegd en het speelt ook met de snelheid van een F1-bolide. En, beste Watson, het is erg leuk.

Minder leuk, maar in de verste verte niet opwegend tegen het positieve, zijn het spelbord en de kaarten. Het spelbordje bevat in het midden een irritante vouwbobbel die het zeilen op scheepsroute 3 enigszins bemoeilijkt. De kaarten zijn allesbehalve afwasbaar en voelen eerder kartonachtig aan. U hebt het gevoel dat u ze beschadigt door ze alleen maar aan te kijken. Sleeven is dus de boodschap. Men had dat duidelijk al snel door bij Mayday Games want er wordt standaard een setje sleeves meegeleverd in de doos. Maar verder? Niks dan goeds.

Opvallend: de bloedmooie vrouwen waarmee ik dit speelde wilden gelijk nog een keertje. Dat is hoopgevend voor de spelverslaafde mannen met partner onder ons. Qua partnervriendelijkheid komt u dus zeker aan uw trekken. Of u na haar kennismaking met dit spelletje seksueel nog aan uw trekken gaat komen is een andere zaak.

Net als ik schijnen Mormonen heel goed weg te weten met dit spelletje. Of het raadzaam is het onderstaande stelletje met de blauwdrukken van Hagoth aan de slag te laten gaan durf ik echter zwaar te betwijfelen.

http://www.youtube.com/watch?v=XSOknsF6pkE&feature=re...

Dominique

 

20:32 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-05-10

China in your hand!

Sun Tzu (Matagot, 2010)

U mag God De Vader, of wie of wat u ook aanbidt, op uw blote knieën bedanken.

Ik zal u uitleggen waarom.

Ik las op Boardgamenews dat Matagot “Dynasties” van Alan M. Newman (Jolly Roger Games, 2005), een erg leuk spel voor twee, gaat heruitbrengen.

Ik ben goed geplaatst om u daar wat meer info over te geven. Ik heb Dynasties immers al vijf jaar in mijn spellenkast staan en heb het al tientallen keren gespeeld. Het is trouwens één van de weinige spellen die ik in het merendeel van de gevallen weet te winnen. U begrijpt dat deze mijn collectie nooit zal verlaten.

In Dynasties is de inzet China, zo simpel is het. In het jaar des Heren 506. Dat doet u door in de rol van Sun Tzu of Koning Shao kruipen en te vechten om de vijf hoofdprovincies. Omwille van de herspeelbaarheid hoeft u gelukkig niet met echte zwaarden en andere steekwapens aan de slag. U moet wel kaarten uitspelen en houten blokjes op een klein spelbord heen en weer schuiven.

Het spel zelf is poepsimpel maar zit vol subtiliteiten. Dat maakt het ook zo goed. Elke speler beschikt over net dezelfde kaartendeck, met 10 kaarten in waardes van 1 tot 10, 3 kaarten -1, 3 kaarten +1, 2 pestkaarten (lees: “dé pest”) en - als u een gevorderde Chinees bent - 4 speciale actiekaarten waarvan u er bij spelaanvang 1 moet kiezen voor eenmalig gebruik later in het spel en een +2 en een +3 kaart. Daarbovenop krijgt u de beschikking over 21 zwarte of witte blokjes. Elke provincie op het bij aanvang nog maagdelijke spelbord wordt willekeurig voorzien van één van de 9 El Grande-achtige scoretegels. Er blijven er 4 over, die gaan uit het spel. Deze geven aan hoeveel punten de provincie na elke Dynastie (na ronde 3, 6 en 9) waard is. Dat zijn de enige momenten waarop de machtsverhoudingen in een objectieve score worden vastgelegd.  

Daar moet u het mee doen.

Maar wees gerust, u zult uw Chinese handjes meer dan vol hebben.

Tijdens een beurt (simultaan) speelt u aan uw zijde van het spelbord aan elke provincie die daar mooi staat aangegeven een gedekte getal- of pestkaart. In de eerste ronde beschikt u enkel over de startkaarten met waarde 1 tot 6. Als elke speler dat gedaan heeft worden ze één voor één onthuld en worden de machtsverhoudingen in de provincies geëvalueerd. Vanaf ronde twee bepaalt de speler met de minste legers (blokjes) op het bord in welke volgorde de provincies worden afgewerkt.

Het bepalen van de machtsverhoudingen is simpel. De getalkaarten van elke speler aan elke provincie worden vergeleken en op basis van het verschil worden in de betreffende provincie legers (blokjes) geplaatst en/of weggenomen, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat in een provincie alleen legers van één speler kunnen staan. Een +1, +2 of +3-kaart laat u altijd toe 1, 2 of 3 legers te plaatsen, ongeacht de kaart die uw tegenstander heeft uitgespeeld, tenzij die net dezelfde +-kaart heeft uitgespeeld (dan gebeurt er niets). Een -1 kaart doet hetzelfde, maar dan omgekeerd (maximaal 1 leger weg). Een pestkaart reduceert het aantal blokjes in een provincie met de helft, naar beneden afgerond.

Na ronde 3, 6 en 9 wordt er geteld. De waarde van elke provincie wordt in punten toegekend aan de speler die daar legers heeft en het verschil wordt door een machtsteen aangeduid op het macht(score)spoor. Slaagt een speler tijdens het spel erin de scoresteen volledig naar zijn zijde van het spelbord te krijgen wint hij onmiddellijk. Indien dat niet lukt wordt na de negende ronde gekeken naar welke speler de machtsteen het verst is opgerukt. Die wint dan. Bij een gelijke stand wint de speler die het meeste legers in zijn reserve heeft.

Zoals eerder neergeschreven zit het spel, ondanks de schijnbaar eenvoudige opzet, vol subtiliteiten. Enkele voorbeelden. U mag u de kaarten 7, 8, 9, 10, +1, +2, +3, -1 en de pestkaart slechts één keer tijdens het spel gebruiken. De kaarten van 1 tot 6 kunt u recupereren (daarom erg handig in het geel weergegeven), maar u moet er wel rekening mee houden dat elke keer u een 6-kaart uitspeelt uw leger met 1 eenheid wordt verminderd. Uw bezettingsmacht bestaat maar uit 21 eenheden voor 5 provincies (in de expertversie slechts 18), dus wees voorzichtig. Op het einde van elke ronde mag u 2 kaarten van uw trekstapel nemen en er 1 uit kiezen. De andere gaat onderaan de trekstapel. Als u tijdens een beurt echter een gewone 1 hebt gespeeld mag u 3 kaarten van uw trekstapel nemen en er 2 uit kiezen. Dat laat u toe snel door uw trekstapel heen te rennen en meer mogelijkheden te genereren maar u loopt dan wel het risico dat u naar het speleinde toe dan weer in de problemen komt. Onderschat ook de kracht van de plus- en minkaarten niet. Echt krachtig lijken ze op het eerste gezicht niet, maar op het juiste moment, net voor een belangrijke scoreronde bijvoorbeeld, kunnen ze het verschil maken. De pestkaart is aangewezen als u een machtsovername in een gebied met een groot bezettingsleger plant. Of wat dacht u van het verplicht verplaatsen van legers op het bord als u er bij mag plaatsen maar er geen meer in voorraad hebt? Of wat te denken van het feit dat u de volgorde van de schermutselingen bepaalt als u het minste legers op het bord hebt? Niet onderschatten hoor, dat voordeel. En dan de niet scorende rondes. In ronde 1, 2, 4, 5, 7 en 8 zijn er geen punten te verdienen. U weet wel perfect waar en hoeveel punten er in ronde 3, 6 en 9 te halen zijn. U moet daar dus naartoe werken. Ik hoef u niet voor te tekenen wat dat allemaal teweegbrengt bij een Chinees opperbevelhebber. Het zweet, beste medespeler, staat in uw handen.

De speciale Sun Tzu en Koning Shao actiekaarten dan. De heerschappen hebben er elk 4 maar u mag er bij spelaanvang slechts eentje kiezen die u tijdens het spel één keer mag gebruiken. Wat dacht u bijvoorbeeld van de kaart die Sun Tzu toelaat een leger te verplaatsen naar een aangrenzende provincie tijdens één van de eerste zes beurten? Of Koning Shao, die tijdens de eerste zes beurten een leger naar keuze van het spelbord mag verwijderen? Die hebben maar een kleine impact, zegt u? Sta me even toe hierop kort te reageren: Hahahahahahahahahaha!

Aan de originele versie was, buiten de te grote scoresteen, qua functionaliteit en spelplezier niets aan te merken. Het zou mij verbazen, Matagot kennende, dat het bij hun editie anders zou zijn. Ik hoop ook dat er niet aan de regels wordt gemorreld, al moet je altijd oppassen met die Fransen. On sait jamais.

Hebt u 2 de Mayo in uw bezit is het stilaan tijd om er afscheid van te nemen. Als u zich Sun Tzu aanschaft tenminste.

Eenvoud, elegantie, subtiliteit, bluf, psychologische oorlogvoering en kei- en keihard.  En dat allemaal in een - ook bij Matagot, mag ik veronderstellen -  kleine verpakking. Hebt u een wenslijst, zet deze dan maar bovenaan. Hebt u er geen is het moment aangebroken om er eentje te maken.

Als toemaatje, beste medespeler, nog deze totaal overbodige en erg foute videoclip:

http://www.youtube.com/watch?v=PSh6SQd8UrI

Dominique

 

10:20 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

22-05-10

Des winters als het regent..

Jäger Und Sammler (Amigo, 2010)

Jäger Und Sammler, beste medespeler, is een bewerking van Zombiegeddon. Een Kniziaatje.

Lang geleden, toen bordspelers nog spraken en niet op fora actief waren, gingen al mijn leisure-voelsprieten bij het horen van het woord Knizia als in een kniepeesreflex overeind staan. Aan elke nieuweling schonk ik dan ook intensief aandacht, als was ik zelf net bevallen van een wolk en een schoonheid van een baby (voor mensen die vertrouwd zijn met mijn fysiek voorkomen uiteraard de evidentie zelve). Maar die tijden zijn, zoals u uit het voorgaande waarschijnlijk al hebt opgemaakt, lang voorbij. Idolatrie maakt een mens dom, heeft een wijze ooit gezegd. Gelukkig was ik er net op tijd bij om hier rekening mee te houden.

Want Jäger Und Sammler is er eentje die u gerust mag mijden, Reiner Knizia op de doos of niet. U doet uiteraard wat u wilt maar naar kom achteraf niet zeuren.

In Jäger Und Sammler gaan we in de oertijd op zoek naar eten en - inderdaad, daar werden reeds de kiemen van onze nakende ondergang gezaaid - voorwerpen die onze status verhogen en ons onderscheiden van anderen. Om te eten moeten we plukken en jagen. Om te jagen hebben we wapens nodig, zoals pijl en boog. De statusverhogende voorwerpen (kralen en dergelijke) rapen we gek genoeg tijdens onze wandelingen gewoon van de grond op.

Om al deze hebbedingetjes te bekomen bewegen we ons met onze vier oermensen over het met fiches volgezaaide spelbord. Wat dat zaaien betreft doet het spel aan Afrika denken, van dezelfde auteur maar dan veel leuker. We bewegen één figuur twee velden ver of we bewegen er twee één veld. De fiche die we verlaten plaatsen we in onze persoonlijke voorraad. Net zoals in het spelletje Pinguïn, alleen is dat spelletje veel leuker. Om mammoeten van het bord te nemen moeten we ze eerst opjagen. Gek genoeg gaan bij een succesvolle jacht onze wapens volledig verloren. Net als in het spel Altamira, al is Altamira veel leuker.

En we moeten nog twee seizoenen spelen ook: zomer en winter. In de zomer verzamelen we en prepareren we tegelijkertijd onze winterkampen, in de winter doen we identiek hetzelfde (al is er wat meer aandacht voor de mammoetjacht) en prepareren we ons zomerkamp. Dat doen we door één van onze vier “voorraadkisten” op de voorgedrukte kampplaatsen op het bord te plaatsen. Als u daar tijdens de zomer niet in slaagt zit u met een groot probleem want u mag de winter slechts aanvangen met evenveel oermensen als u vooraadkisten hebt geplaatst. Dan kan betekenen dat u tijdens de winter enkel nog voor spek en bonen meespeelt, terwijl om u heen uw medespelers vrolijk de ene mammoet na de andere neerleggen.

Het blokkeren van tegenstanders - een speltechnisch gegeven waar ik in dit spel absoluut niet mee overweg kan - is erg belangrijk. Soms bent u meer bezig met wat u anderen niet wilt gunnen dan wat u zelf wél wilt. Rekening houdend met de nefaste gevolgen dat dit kan hebben voor het wintergedeelte van het spel raad ik u aan dit gegeven met grote omzichtigheid te benaderen.

Op het einde van het spel scoort u punten voor de verzamelde mammoet- en plantenfiches en de “luxegoederen” die u hebt bijeengeraapt. De mammoet- en plantenfiches leveren gewoon de afgebeelde punten op, de luxegoederen worden op typisch Kniziaanse wijze gescoord op basis van hun aantal. Wapens leveren op het eind geen punten meer op, in de aanslag of niet.

Erg verontrustend is dat dit spel zich voornamelijk in absolute stilte afspeelt. Ik heb nog nooit mijn keukenklok zo hard horen tikken als tijdens Jäger Unf Sammler. Tot op het onheilspellende af. Dat verhoogt de kansen van dit spel voor een sessie op mijn jaarlijkse Halloween-spelavond, maar ik vrees dat de resterende 364 dagen van het jaar het jachtseizoen gesloten zal zijn. Ik wil u ook waarschuwen voor erg lange wachttijden als u met beurtanalisten aan tafel zit. Dat, gecombineerd met een onheilspellend tikkende keukenklok, kán bij bepaalde spelers de trigger zijn om later op de avond wild om zich heen schietend een hamburgertent binnen te lopen.

Wilt u persé iets met Jäger Und Sammler in de titel, schaf u dan de Carcassonnevariant aan. Veel leuker.

Om in winter- en zomertermen te blijven: ik werd er niet koud of warm van.

Dominique

 

22:24 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-05-10

Say No More!

Glen More (Ravensburger/Alea, 2010)

Of Schotten nu al dan niet iets dragen onder die rok, daar kan ik u geen antwoord op geven. Vrouwelijke Schotten dragen waarschijnlijk wel iets. Omwille van het grotere risico op een blaasontsteking namelijk. Aangezien mannelijke Schotten over een langere urineleider beschikken, die de weg die de bacteriën naar de blaas moeten afleggen verlengt en dus bemoeilijkt, ga ik van de veronderstelling uit dat zij gerust zondergoed onder die rok kunnen rondlopen. En bij Schotse exhibitionisten kunnen we daar 100% zeker van zijn. Behalve in de winter.

Blijft u echter met de kiltvraag worstelen vindt u hieronder mogelijk een antwoord:

http://www.youtube.com/watch?v=nJB1u1ZFzrk&feature=re...

Deze nietszeggende inleiding, beste medespeler, was de aanloop naar de bespreking van vandaag: Glen More.

En ik kan u nu al zeggen: More Van Dat!

In Glen More mogen we - ik wil echter niet veralgemenen - eindelijk nog eens een rokje aan om ons vervolgens te verplaatsen naar de Schotse Hooglanden in de zeventiende eeuw. Daar kruipen we in de rol van een clanaanvoerder die zijn aanhangers, maar toch vooral zichzelf, macht, voorspoed en welvaart wil schenken. Dat wordt gedaan door aan gebieds- en gezinsuitbreiding te doen, grondstoffen te verzamelen en om te zetten en whisky te stoken.

Tijdens uw relatief korte beurt mag u door uw pionnetje te verplaatsen een tegel uit de centrale uitlage nemen, deze volgens de geldende legregels aanleggen, de directe extra’s die deze tegel eventueel genereert verzamelen (rechts onderaan op de tegel aangegeven) en vervolgens de aangrenzende tegels (ook diagonaal) activeren, waardoor nog wat extra goodies uw richting uitkomen. Het lekkers bestaat uit grondstoffen (hout, steen, graan , runderen en schapen) die u vervolgens op de geactiveerde tegel(s) legt. Soms slaagt u er ook in om whisky te stoken en die te verkopen aan de plaatselijke taverne of u slacht wat vee en ruilt wat goederen in op de plaatselijke jaarmarkt  (in gewone spelerstaal: u haalt wat overwinningspunten binnen). En er duiken ook geregeld extra clanleden op, al dan niet gekoppeld aan bewegingspunten, die de mogelijkheden van uw legbatterijen aanzienlijk kunnen uitbreiden.

De legregels zijn simpel: uw nieuw aangelegde tegel moet grenzen aan een tegel waar een clanlid opstaat (niet diagonaal), wegen moeten (horizontaal) aansluiten, uw rivier - let op het enkelwoord - moet (vertikaal) vloeien en tegels zonder weg of rivier moeten ook aangelegd worden aan tegels zonder weg of rivier. Tijdens het activeren mag u van de zonet aangelegde tegel + alle aangrenzende tegels, ook diagonaal, de aanknop omzetten en innen wat centraal onderaan op die tegels staat aangegeven.

Tijdens uw beurt kunt u ook grondstoffen kopen en verkopen aan de hand van een in zijn eenvoud briljante en erg handige handelstabel. Grondstoffen kopen kunt u enkel indien u ze op dat moment voor iets nodig hebt, het kopen van een tegel bijvoorbeeld.

De tegel die u kiest, al dan niet na het betalen van enkele grondstoffen, ligt op het centrale spelbord op een zogenaamd tegelspoor dat regelmatig wordt aangevuld. U mag kiezen wat u wilt maar u moet er wel rekening mee houden dat u pas weer aan de beurt bent als uw pionnetje op dat tegelspoor weer laatste staat. Thebes, weet u wel. Dat wordt vingerdraaien als u persé die lekkere tegel aan het einde van dat spoor wilt. Als u echter nog steeds achteraan bengelt na uw tegelkeuze mag u aan de gang blijven en komt u echt niet aan vingerdraaien toe. Ik raad u wel aan daar heel goed mee op te passen (zie later).

Onderweg naar de overwinning kunt u, mits slim spelen, bijzondere gebiedstegels “binnendoen” die u tijdens het spel, al dan niet eenmalig en eventueel tijdens de eindwaardering, extra voordelen opleveren. Het Meer Van Loch Ness bijvoorbeeld, dat u toelaat één keer tijdens uw beurt een tegel naar keuze te activeren (die dus niet moet grenzen aan de net gelegde). Of Donan Castle, waarmee u onmiddellijk twee whiskyvaten aan uw persoonlijke voorraad toevoegt. Of Iona Abbey, die de eigenaar op het einde van het spel twee overwinningspunten schenkt per geel productieveld in zijn gebied.

Tijdens het spel zijn er drie waarderingen en een eindwaardering. Wat gewaardeerd wordt zijn uw whiskyproductie, uw clanleiders die u tijdens het spel hebt aangesteld en de bijzondere gebieden waarover u beschikt. De eindwaardering tenslotte houdt nog rekening met uw bijzondere eindbonusgebieden, het geld dat u nog in uw Schotse sok hebt zitten en de grootte van uw opgebouwde gebied (tegels). Leuk aan de waarderingen is dat de punten voor die verschillende elementen worden toegekend op basis van het verschil dat u hebt met de speler die er het minste van heeft. Hebt u bijvoorbeeld drie whiskyvaten en één van uw tegenstanders slechts nul scoort u drie punten. Interessant en uiteraard van groot belang voor hoe u dit spel aan gaat pakken.

Muggenziften nu. De fiches zijn nogal aan de kleine kant. Dat helpt uiteraard bij het creëren van een groot gebied, maar ik had ze graag een ietsepietsie groter gezien. De ouderdom waarschijnlijk. Het centrale speelbord is functioneel maar is in een zodanige kleurschakering gehuld dat men er niet bepaald vrolijk van wordt. Men heeft daarop mogelijk de deprimerende invloed die het mistige Schotse Hoogland op een mens kan uitoefenen willen evoceren en men is daar wonderwel in geslaagd. Aan de andere kant contrasteert dat donkere bord dan weer mooi met de kleurenpracht van de tegels die erop komen te liggen.

De spelregels had ik ook graag in een iets groter formaat gezien. De voorbeeldafbeeldingen van de tegels zijn minuscuul klein (blader gerust eens naar blz. 6) en moeten met een vergrootglas worden bestudeerd. U kunt natuurlijk de tegels er gewoon bij nemen maar dat is zo’n gedoe in bed. Inhoudelijk valt er, naar goede Aleagewoonte, op de spelregels niets aan te merken.

Waar ik ook niets op aan te merken heb is het spelplezier. U en uw spellenvrienden gaan hier tonnen plezier aan beleven. Het feit dat de punten die u scoort worden bepaald door die van u te vergelijken met de speler die vlak voor de bezemwagen hangt is een mooie vondst en verplicht u goed in de gaten te houden wat die andere rokkendragers aan tafel aan het doen zijn. Ik moet u ook waarschuwen voor de verleiding niet te ver vooruit te lopen op het tegelspoor. U doet dat met in het achterhoofd de briljante gedachte dat u daardoor meer en sneller aan de beurt komt, daardoor meer tegels kunt bekomen en dus meer bijeen kunt graaien tijdens het spel. Ik garandeer u dat de uivoering van deze briljante gedachte u in dit spel erg zuur gaat opbreken. U moet bij de eindwaardering immers per tegel die u meer hebt dan de speler met het kleinste gebied drie overwinningspunten afgeven.

Van 45 tot 70 minuten staat er op de doos. Dat wordt gehaald, maar daar moet u eerst toch een beetje voor oefenen. Maar ach, gezien het spelplezier dat hier wordt geleverd is dat oefenen lekker meegenomen.

Heel belangrijk: ook erg leuk met z'n tweeën, mede door de speciale dobbelsteen die bij twee en drie spelers zijn opwachting maakt en die "als hij aan de beurt is" één van de eerste drie tegels uit het tegelspoor voorgoed in de Schotse nevelen doet verdwijnen.

Glen More, beste medespeler, mag zich de pretentie toeëigenen het middenvingertje op te steken naar - ik noem maar wat - Die Speicherstadt, ondertussen luid en terecht schreeuwend: “Só Mok Wi Dat!” Inderdaad, met de nadruk op so.

Dominique

 

21:23 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-05-10

Plat opportunisme

Irondale (Small Box Games, 2010)

Onlangs heb ik, tot mijn grote vreugde en verrassing, de kleine huis-, tuin- en keukenuitgever Small Box Games ontdekt. Bescheiden van opzet, maar wat dit minimaatschappijtje aflevert is kwalitatief van dien aard dat veel grote uitgevers hier inhoudelijk een puntje aan kunnen zuigen. Kleine doosjes worden hier op ons losgelaten, waar vervolgens grote spellen uit tevoorschijn komen.

Irondale heeft mij in elk geval zwaar van mijn sokken geblazen. Dat kan ook moeilijk anders als u beseft dat zowel Big City als my precioussss San Juan tijdens het spelen van dit kleinood voelbaar aanwezig zijn en goedkeurend op de achtergrond tegen elkaar staan te mompelen.

In dit kaartspel, met een opvallend kort regelwerk, bouwt u het stadje Irondale vanuit het niets weer op. Tijdens dat opbouwwerk scoort u punten voor het soort gebouw dat u neerzet, waar u het neerzet en soms zelfs voor gebouwen die aan uw bouwsel grenzen. De betaling van deze bouwwerken geschiedt door middel van handkaarten. In tegenstelling tot San Juan echter dient u ze gewoon “op hand te hebben”, u moet ze niet afgeven. Maar aangezien uw handlimiet aanzienlijk onder die van San Juan zit vraagt dit toch wel enige planning vooraf. Daarbovenop moet u goed uit uw doppen kijken want u bent met z'n allen aan hetzelfde project bezig. Een niet te missen voorzet is snel gegeven en, dat zult u dan wel merken, nog veel sneller binnengekopt. Door de platte opportunist meerbepaald, een niet te onderschatten spelerstype dat ik onlangs heb ontdekt. 

Uw score bijhouden doet u door op inventieve wijze de rug van de kaarten van de drie beschikbare (gebouwen)trekstapels te gebruiken. Rare bouwheren, die Amerikanen.

Er is ondertussen ook een uitbreiding beschikbaar, Irondale Expands. Die is al onderweg naar ondergetekende. Ik zou daaruit enige conclusies trekken als ik u was.

Een kleine waarschuwing is echter op zijn plaats: het is aan het spel te zien dat het werd geproduceerd door een huis-, tuin- en keukenbedrijf. Bepaalde teksten op de kaarten zijn nogal wazig, u gaat verkeerdelijk denken dat er iets mis is met uw ogen of dat u teveel gedronken hebt. Hijst u zich daar echter overheen bent u in voor een ware traktatie.

Small Box Games, hou deze uitgever in de gaten. Over enkele dagen passeert trouwens nog een telgje van dit genootschap deze revue.

Dominique

 

19:38 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

19-05-10

Voedertijd

Charly (Abacus, 2010)

Kaartspelletje in een veel te grote doos waarbij je de dieren die je op hand hebt aan de juiste voederkaarten probeert te leggen. Hou er wel rekening mee dat er altijd hongersnood is in dit universum, behalve voor de varkens dan. Die eten naar goede gewoonte alles wat voor hun schattige neus verschijnt en liggen erg lekker in uw handje, waarvan u de samenstelling in een soort voorspel probeert te optimaliseren. Leuk, de bijgeleverde voederbak - vandaar de veel te grote doos - waarin u van verre uw honingdropjes mag gooien. Een leuke bezigheid en een beetje een spel in een spel, maar besef wel dat u, terwijl u deze activiteit breedlachend beoefent, aan het kortste eind aan het trekken bent. De winnaar is immers de speler die aan het einde het meeste honingdropjes in zijn of haar persoonlijke voorraad heeft liggen.

Eenvoudige kost en komt zeer goed aan bij kinderen, wat niet wegneemt dat u als volwassene ook plezier aan dit spelletje kunt beleven. Maar niet zoveel als de kleine mensjes. Het is maar dat u het weet.

Dominique

07:52 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-05-10

Klapwiekend naar beneden

Drachenherz (Kosmos, 2010)

Ga er even voor zitten.

In Drachenherz, beste medespeler, spelen zich meerdere verhaallijnen simultaan af. Er rijdt daar een prinses te paard rond die wanhopig zoekende is naar schatkisten en versteende draken. Zij wordt op haar beurt opgejaagd door een vervaarlijk uitziende trol die, zo gaat het gerucht, daartoe door een boze tovenaar werd aangezet. De prinses wordt dan weer te pas en te onpas van die trol gered door een held die zijn hormonen duidelijk niet meer onder controle heeft. Even verderop proberen groepjes van vier dwergen in ondergrondse gewelven voldoende schatten te delven om er daarna als een speer vandoor te gaan, maar niet zonder hun buit eerst van op de hoogste berg tentoon te hebben gesteld. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is zijn er ook nog vrouwelijke drakenjagers gesignaleerd, gespecialiseerd in het verzamelen van vuurdraken, die op hun beurt door de tentoongestelde schatten van de dwergen worden aangelokt en de hele streek in rep en roer zetten. In de haven ondertussen zitten de reisbureau’s met de handen in het haar omdat er een voortdurend af- en aangeloop is van drakenjagers en helden die willen ontschepen.

Fantasyliefhebbers en adepten van multitasken zitten nu mogelijk kwijlend naar hun scherm te staren.

Maar in tegenstelling tot wat het bovenstaande suggereert moet ik hier toch het volgende poneren: thematische omzetting? Nul komma nul.

Het spel zelf, medespeler, moet ik ondanks mijn gekende mildheid ongeveer dezelfde quotering meegeven. Ik weet het, het is niet veel. Maar ik kan u toch moeilijk een rad voor ogen draaien.

De hoger genoemde taferelen worden geëvoceerd door het uitspelen van kaarten op een langwerpig, rechthoekig spelbord. Deze kaarten, die de participanten in deze taferelen afbeelden, zijn tevens voorzien van getallen van één tot vijf. Dat zijn de punten die ze op het einde van het spel opleveren als u ze in uw bezit hebt. Ondanks het veelvoud van avonturen die in dit spel worden beleefd kunt u slechts met z’n tweeën aan de slag, elk voorzien van een identieke kaartenstapel. Tijdens uw beurt speelt u één of meerdere (dezelfde) kaarten uit en legt ze vervolgens op de landingplaats die op het spelbord mooi is aangegeven. U kijkt dan even of ze een evenement in gang zetten, wat erop neerkomt dat u een ander stapeltje kaarten op het spelbord tot u neemt en eventueel drakenjagers of helden ziet inschepen. Dat gaat zo een tijdje door tot er geen kaarten meer op handen kunnen worden genomen of er drie schepen de haven hebben verlaten. Vervolgens telt u de waarden van alle kaarten die u tijdens het spel hebt verzameld op en vergelijkt het totaal met dat van uw tegenstander. De eigenaar van het hoogst aantal punten wint.

Leuk, we hebben hier te maken met twee identieke kaartendecks. Dat vlakt uit, zult u opwerpen. Dat is inderdaad mogelijk, maar niet tijdens de spelletjes die ik tot nu toe achter de kiezen heb. En geknarst hebben ze, die kiezen van mij. Want over dezelfde kaartendeck beschikken als je tegenstander betekent uiteraard niet dat de kaarten in dezelfde volgorde kómen als die van hem of haar. Dat is nu net de charme van een kaartspel, zult u opwerpen. En weer hebt u gelijk, maar mijn frustraties tijdens het spelen van Drachenherz liepen wel heel hoog op. Niet dat ik mijn tegenstanders te lijf ging of zo, maar een boksbal in de buurt was wel handig geweest.

Daarom moet ik hier meegeven dat ik dit geen goed spelletje vind. Teveel geluk. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik van geluk hou en het zo lang mogelijk probeer te koesteren als het zich aandient, maar in bepaalde biotopen, een spelsituatie bijvoorbeeld, bewandel ik toch liever de weg van de geleidelijkheid.

Wat dit spelletje dan weer wel mee heeft is het feit dat recycleren ondertussen ook de weg gevonden heeft naar de speeltafel. Na het hergebruik van spelonderdelen uit Giganten in Schwarzes Gold heeft men uit de magazijnen van Kosmos hier de draakjes van Blue Moon heropgevist. Misschien moet u dát spel eens opvissen als u een leuk kaartspel voor twee zoekt. Of lees voor nog meer tips mijn “Draken-speladvies” op Léons “Bordspellen weblog” er eens op na:

http://bordspellen.blogspot.com/2008/07/klapwiekende-vuurspuwers.html

Een score? Drie op tien. Als ik iets te zeggen had bij Fantasy Flight Games, ik zou op de beslissing van een Engelstalige editie terugkomen.

Dominique

 

10:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-05-10

Been there, done that..

Die Seidenstrasse (DDD Verlag, 2009)

Ticket To Ride in de woestijn, met tussendoor enkele koopdagen en braderijen, op een dubbelzijdig spelbord waardoor zowel een vaste als een variabele startopstelling mogelijk is.

Drie karavanen beweegt u op dat bord - heel toepasselijk karavaan één, twee en drie genoemd - middels het uitspelen van goederenkaarten. Deze komen voor u open te liggen en hun aantal bepaalt of u in de stad/steden van aankomst de betreffende goederen al dan niet mag verkopen. Als u dat mag, krijgt u diamantjes die setgewijs op het einde van het spel punten waard zijn. Reizend naar de drie steden van bestemming doet u onderweg ook kleine nederzettingen aan, alwaar u aan kleine koopdagen of braderijen kunt deelnemen, extra goederen kunt inslaan, tegen betaling vuile zaakjes opknapt of met andere (on)genoegens des levens wordt geconfronteerd, als daar zijn: zandstormen, dievenbendes en tolhuizen. Daar hoeft verder geen tekening bij.

Zeer leuk, snel en elegant. Vloog in Essen 2010 jammer genoeg vrolijk onder vele radars door waardoor het de aandacht die het verdient tot nu toe moest ontberen. Hopelijk brengt deze bijdrage daar een beetje verandering in. Al vrees ik dat het een druppel op een hete plaat blijft.

Maar dat is dan uw schuld, niet de mijne.

Dominique

 

12:44 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-05-10

Wél lustig!

Hoe gekker hoe liever, zeg ik altijd. Thematisch kan een spel voor mij niet idioot genoeg zijn. Het gaat en ging er in de gewone wereld al erg genoeg aan toe. Funkenschlag? Geeuw. Hansa Teutonica? Zucht. Fabrieksmanager? Kreun. Vasco Da Gama? Afwezige blik naar het plafond.

Neen, geef mij dan maar chimpansees die van een vuilnisbelt moeten worden gekletst (Spank The Monkey), buitenaardse wezens die frituren neerpoten in winkelwandelstraten (UFOs, Fritten Aus Den All), geslachtsopwaarderingen met intimschmuck (Project Pornstar) of het koppelen van neuzen (Das Prestel Nasenspiel). Allemaal thema’s die mijn steeds smeulende spelersvuurtje aanzienlijk kunnen oppoken.

Toen ik de eerste keer werd geconfronteerd met Lemming Maffia laaide de waakvlam van de liefde voor unplugged spellen dan ook enthousiast op.

Qua belachelijkheid kan dit thema immers tellen: zes lemmingen behorend tot de maffia willen na een race door de binnenstad als eerste in de haven aankomen om zichzelf vervolgens theatraal van de eerste de beste pier af te gooien, een zekere verdrinkingsdood tegemoet want aan de pootjes voorzien van één of twee betonblokken. Ga daar maar eens aan staan.

Moest ik in zo’n race verwikkeld zijn, ik hield toch een beetje in onderweg.

Maar soit, aangezien we allemaal wel ergens een vijs los hebben, doen we hier vrolijk aan mee.

In elk spel zijn de zes lemmingen vertegenwoordigd, ongeacht het aantal spelers. Zij begeven zich zigzagsgewijs door de binnenstad, aangedreven door twee gekleurde lemmingdobbelstenen waarvan u er na het werpen eentje moet kiezen. Van straatveld naar straatveld bewegen ze. Dat is belangrijk, want in elk straatveld bevinden zich meerdere velden waarop u de lemming in kwestie kunt plaatsen. De meeste velden zijn actievelden. Het actieveld betonmenger bijvoorbeeld, waarmee u de lemming in kwestie een betonblokje aanmeet (drie en het beestje is voorgoed uitgeschakeld). Of het veld luchtdrukhamer, waarmee u een betonblokje van een pootje kunt verwijderen. Of het veldje boekhouder, waarmee u kunt wedden op de lemming die volgens u de race gaat winnen. Of de vluchtwagen die u, mits wat geluk, toelaat op korte tijd een grote afstand te overbruggen. Of het veldje maffiabaas, die u toelaat een opdrachtkaart, die een betonblok aan úw been geworden, is te dumpen. Die opdrachtkaarten, naargelang de moeilijkheidsgraad variërend in waarde van één tot vier, zijn erg belangrijk. U krijgt er bij spelaanvang drie uitgedeeld en zoals de naam het al doet vermoeden staan daar opdrachten op die u tot een goed einde moet zien te brengen, zoals een bepaalde lemmingen die bij de eerste drie moet eindigen bijvoorbeeld, of lemmingen die moeten zijn uitgeschakeld aan het einde van het spel. De waarde van de kaarten is de beloning in punten als de opdracht slaagt. Lukt dat niet krijgt u per niet vervulde opdrachtkaart twee strafpunten, standaard tarief. U weet dus vooraf waar u aan toe bent.

De wedkaarten tenslotte laten u toe middels een erg leuk mechanisme nog wat extra punten binnen te halen. In tegenstelling tot andere wedspellen echter moet u om maximaal rendement te halen hier zo lang mogelijk wachten om op de juiste lemming te wedden. Interessant.

De lemmingen, samengesteld uit soepel en dus kindvriendelijk plastic, hebben wel een geurtje. Maar geen nood, het verdwijnt vrij snel na het openen van de doos. Uitgebreid luchten - ik heb nog altijd nachtmerries van Duel In The Dark - is dus niet nodig. Het spelbord kon wat kleurrijker, maar is meer dan functioneel en de rest van het materiaal is van die aard dat men op de klachtendiensten van Kosmos en 999 Games ook niet hoeft te vrezen voor een aanzienlijke toename van overuren.
Mijn advies? Toeslaan, want op onze recentste “De Tafel Plakt!“ spelavond, alwaar het de concurrentie moest aangaan met Die Speicherstadt, Hotel Samoa en Schweinebande, dé hit van de avond. En dat je dit met z'n zessen kunt is ook meegenomen.

Dominique

 

Nichtlustig: Lemming Mafia

Kosmos / 999 Games (2009)

Michael Rieneck

3 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

10:03 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-05-10

Weer brand, man!

Die Speicherstadt / Het Koopmanshuis (Eggert Spiele - The Game Master, 2010)

Vergis u niet als u de omvang van de doos ziet. Dit is een kaartspelletje, gelardeerd met enkele munten (25) en een buideltje goederenblokjes.

Men had hier dus de kosten aanzienlijk kunnen drukken. Ik vraag me nog altijd af wat het doel is van dat bijgeleverde spelbord. De doos zichtbaar maken op het spellenrek bij uw favoriete spelleverancier waarschijnlijk.

In “Die Speicherstadt” bevindt u zich in een oord waar schepen aanmeren en intensief aan handel wordt gedaan. Zij die wakker zijn onder u hebben ondertussen al lang door dat het hier om een haven gaat.

In een haven gebeurt uiteraard van alles. Er wordt bijvoorbeeld geveild. Verscheepte goederen bijvoorbeeld, maar gek genoeg ook kerken, banken, handelsposten, magazijnen, handelaars, havens (!) en zelfs brandweermannen. Deze laatste zijn, het wordt nog gekker, heel belangrijk als u het spel wil winnen. En het wordt nóg gekker: u weet bijvoorbeeld dat de gebouwen waar u de trotste bezitter van bent exact vier keer door brand gaan worden geteisterd. Gevolg: geen verzekeringsmaatschappij die met u in zee wil. U moet het dus van uw brandweermannen hebben. Hebt u voldoende lieden van die beroepscategorie in dienst valt het allemaal nog wel mee en leveren ze u mogelijk nog wat extra punten op, maar mist u er een paar kan dat u zuur opbreken. Met “zuur” bedoel ik verlies van punten, in het slechtste geval tien. In een spel waar twintig punten voldoende kunnen zijn voor de overwinning tikt dat lekker door.

De kostprijs van het aangebodene wordt bepaald door het aantal spelers die dat aangebodene willen hebben, of beter: het aantal poppetjes dat de spelers samen aan elke te veilen kaart hebben geplaatst. Deze prijs kan dalen als er kandidaten tijdens de verkoop afhaken, meestal ten gevolge van het gebrek aan financiële middelen.

Al dat geveilde komt in uw persoonlijke uitlage alwaar het tijdens het spel bepaalde functionaliteiten biedt (opslaan en/of verkopen van goederen bijvoorbeeld) en/of punten oplevert aan het einde van het spel.

Mooi: de zilveren munten. Van karton, maar wel dik karton en glinsterend mooi. En de echte startspelermunt mag er ook wezen. Wees in ieder geval zuinig met uw munten want u wordt er niet bepaald rijkelijk van voorzien in dit spel. Met een armzalige beurs van vijf zilverlingen moet u aan de slag. En als u tijdens het spel tot uw afgrijzen ontdekt dat u er na elke ronde slechts één zilverstuk bij krijgt zult u beseffen dat de zuinigheid waarvan hierboven sprake een schone deugd is.

De weinige munten die er in omloop zijn, gecombineerd met het feit dat ze open en bloot voor iedereen op tafel liggen, vind ik dan weer minder deugdzaam. Dat vertraagt het spel nodeloos en zorgt ervoor dat u meer bezig bent met wat u anderen niet wil gunnen dan met wat u zélf eigenlijk wil. Een zichtschermpje lost hier mijns inziens weinig op aangezien je voor elke speler door de band maar tot vijf moet kunnen tellen. Dat is zelfs voor mij een fluitje van een eurocent.

De spelregels dan. Ze laten qua duidelijkheid niets te wensen over. Alleen heb ik wat moeite met de indeling en de schier eindeloze uitklapbaarheid ervan. Zoals één mijner medespelers terecht opmerkte: "Nu moet je tijdens het spelen ook al de krant gaan zitten lezen." Ik weet niet hoe het met de Nederlandstalige editie zit, maar "auf Deutsch" is ze niet erg praktisch.

In eerste aanleg leuk en interessant, maar ik verwacht nog een uitbreiding die er eigenlijk standaard bij had moeten zitten. Ik stel mij ook vragen over de blijvende leukheid van dit spel. Na enkele sessies merkte ik al enige tekenen van afbrokkeling van enthousiasme. Snel dus hier met die uitbreiding, Stefan Feld. Dan komt het mogelijk weer eens uit de kast.

Dominique

08:36 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-05-10

Mijn geslacht

Steinzeit (Piatnik, 2008)

Zo goed als onbekend kaartspelletje (op BGG gaat u er tevergeefs naar op zoek, waaruit blijkt dat deze databank ook weer niet zaligmakend is), waarbij men jaagt in de oertijd en vervolgens het gevangene in steaks omzet. Kleine buit geeft kleine steaks (lees; één), grote buit geeft grote steaks (lees: veel). En veel steaks voor u op tafel hebben liggen is niet echt aangewezen als u met een horde uitgehongerde, kwijlende holbewoners aan uw keukentafel zit. Eenvoudig, met veel interactie en niet voor gevoelige zielen, lees: men kan u al eens een kloot afdraaien. En u zult tijdens dit spelletje tot uw eigen schande - of genot, dat moet u zelf maar uitmaken - vaststellen dat u over een veelvoud van kloten beschikt.

Wat dacht u bijvoorbeeld van de actiekaart “Freiheit”, waarmee u bij nacht en ontij een kooi van een medespeler, waarin zich een nog niet geslacht dinootje bevindt, wagenwijd openzet waardoor die speler tot zijn eigen afgrijzen zijn toekomstige steaks de wijde wereld in ziet rennen? Of de toepasselijke actiekaart “Appetit” waarmee u doodleuk reeds gesteakte dino’s van een andere speler komt opeten? Of de kaart “Kumpel”, waarmee u tot verbijstering van de medespeler in kwestie één van diens huisdieren voor zijn ogen begint de slachten en het vlees vervolgens naar uw eigen koelcellen overhevelt? Dat zijn toch leuke dingen voor de mensen.

Toch, misschien moeten we het maar houden bij een gezond stuk fruit. Al moeten we ook dát met de nodige omzichtigheid benaderen, zoals het volgend filmpje ontegensprekelijk aantoont:

http://www.youtube.com/watch?v=ZN5PoW7_kdA

Maar aan de andere kant is Steinzeit dan weer het enige spelletje waarin opmerkingen als: "Ik word zo moe van je geslacht!"; "Hou nu toch eens op met je geslacht!" en "Laat je geslacht nu toch eens voor wat het is!" schering en inslag zijn. Het is bij mijn weten ook het enige spel waarbij u alleen met uw geslacht de overwinning kunt behalen. Daarvoor alleen al is het een aanschaf waard.

Zoals u uit het voorgaande kunt afleiden neemt Piatnik een loopje met de geschiedenis. Dino’s en menselijke specimen zouden, als we voortgaan op mensen die het kunnen weten, nooit samen de wereldbol hebben bevolkt. Jammer eigenlijk, want anders waren we samen al uitgestorven en hadden we de kredietcrisis en de de ramp die zich nu volstrekt in de Golf van Mexico niet hoeven te doorstaan.

In tegenstelling tot de dino’s die Steinzeit onrechtmatig bevolken, is het spelletje zelf aan de lichte kant. Aan de leuke lichte kant wel te verstaan. Als ik mij wil ontspannen, en daar heb ik de laatste tijd meer dan ooit nood aan, zeg ik hier dan ook geen neen tegen.

Dominique

13:04 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-05-10

Krulstaart met weerhaken

Schweinebande (Hans Im Glück, 2010)

Pester zoekt boerderij. Vandaar niet zo kindvriendelijk als de doos en de inhoud ervan laten uitschijnen. U bent dus gewaarschuwd als u tijdens het winkelen met uw jengelende koters voor de rekken staat. Maar met een bende op wraak en weerwraak en weerweerwraak beluste volwassenen? Smullen!

Hebt u dus nog een stapeltje openstaande rekeningen met bepaalde medespelers kunnen deze middels dit spel worden vereffend.

Op deze schijnbaar van peis en vree voorziene veemarkt probeert u de meest waardevolle dieren in te kopen om ze vervolgens in uw eigen stalletje onder te brengen. Daartoe plaatst u twee of drie van uw boeren, lijfeigenen zeg maar, op het marktplein alwaar elke ronde ook een meute van 25 dieren(fiches) willekeurig in een raster worden uitgelegd. U plaatst uw boertjes zo strategisch mogelijk, wat betekent dat u ernaar streeft tijdens de ronde in kwestie veel dieren binnen te halen en/of de juiste. Dat lijkt makkelijker dan het is omdat uw medeboeren de neiging hebben nogal eens in de weg te gaan staan.

Afhankelijk van wat u verzamelt (setjes van vier dezelfde of zes verschillende dieren) mag u op het einde van een ronde een aantal dieren in uw persoonlijke stal onderbrengen. Zo leveren ze punten op aan het einde van het spel. Varkens houdt u best apart tot de laatste ronde want dan kunnen ze u nog een aanzienlijke bonus opleveren. Als de varkens waarmee u aan tafel zit ze ondertussen niet voor uw neus hebben weggekaapt.

Houdt u na een spelronde nog dieren over mag u ze meenemen naar de volgende ronde als u erin slaagt de beestjes voldoende eten te geven. Daartoe dringt een verkoop van enkele plattelandsorganismen zich af en toe op, tenzij u zich eerder een supergrote voederzak hebt eigen kunnen maken. Daar kunt u immers eenmalig een privé-vreetfestijn mee organiseren.

Het pesten waarvan sprake in de inleiding gebeurt vooral bij het plaatsen van de boeren. Men kan al eens in de weg gaan staan en als u uw laatste boertje nogal snel plaatst (timing is bij het plaatsen heel belangrijk, croyez-moi) zou het wel eens kunnen dat er bij de verdeling van de schattige dierenfiches nogal weinig te rapen valt. Letterlijk. Denk hierbij aan het Vlaamsche spreekwoord: “Hij heeft in mijn rapen gescheten.” Kleine kindjes, die zeker gaan worden aangelokt door de doosafbeelding en de erg aaibare dierenfiches, gaan tijdens het spelen dan ook gegarandeerd enkele jeugdtrauma’s oplopen, zo ernstig zelfs dat zij mogelijk voor de rest van hun leven voor de spellenwereld verloren gaan.

En dat, beste medespeler, wilt u toch niet op uw geweten?

Dominique

12:17 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-05-10

Frustrerend friemelen

Campaign Manager 2008 (Z-Man Games, 2009)

Af en toe doemt ze nog voor mijn geestesoog op: die anti-abortusmilitante in het journaal van acht uur tijdens de Obama-McCain campagne in 2008, met het bordje “What if his mama aborted Obama?”

En weer deed ze dat tijdens mijn eerste sessie “Campaign Manager“, waarin het duel Obama-McCain nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Het kleine broertje van "1960: The Making Of The President", met een kaartendeck van 90 kaarten waarvan er maar 30 tijdens het spel worden gebruikt, 15 voor elke speler, draftgewijs op hand genomen. Zorgt er mogelijk voor dat in deze drukke en tijdrovende tijden “1960: The Making Of The President” - al hangt daar duidelijk meer vlees aan - niet meer uit de kast komt.

Hou wel rekening met gefriemel tijdens het toekennen van de overwinningspunten. Dat gebeurt, vrij origineel, door het leggen van kartonnen staafjes op een scorediagram. Dat gaat goed met de grote staafjes, die gekoppeld zijn aan de staten waar de meeste stemmen te halen zijn, maar tijdens het leggen van de kleintjes gaat u toch met uw ware aard worden geconfronteerd wanneer u zichzelf tot uw grote verbijstering verdomme, klote, fuck, shit en aanverwanten hoort roepen, als u al niet met één vloeiende zwaaibeweging alle spelonderdelen gefrustreerd op de grond kiepert. Oefen dus uw fijnmotorische vingervaardigheden maar in, meerbepaald de pincetgreep.

Maar ondanks dat gefriemel heb ik zeer genoten van dit kleinood. Omdat het snel speelt bijvoorbeeld, duidelijke spelregels heeft en spannend is tot het eind. En zo’n mooie kaarten heeft. Alleen jammer dat je niet met alle kaarten tegelijk aan de slag kunt.

Dominique

00:01 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-05-10

Glory To Chudyk!

Innovation (Asmadi Games, 2010)

De nieuwe van Carl Chudyk (Glory To Rome). Wie weet heeft van mijn affiniteit voor Glory To Rome beseft dat ik deze niet kon laten liggen.

Een zeer origineel Civ-kaartspel hebben we hier, met 105 ontwikkelingskaarten die elk hun eigen eigenschap hebben. En een leuke spelterminologie ook, zoals tuck en splay (left, right en up). U kunt - en moet, als u het spel wilt winnen toch - tijdens het spel ook dogma’s inroepen waardoor uw tegenstanders worden verplicht acties uit te voeren die ze eigenlijk liever niet willen. Het zal hun een troost zijn dat ze, als ze het net zo slim als u spelen, tijdens hun beurt hetzelfde met u mogen doen.

Grafisch niet om aan te zien, maar wel heel functioneel en u wordt geconfronteerd met een wirwar van wegen die naar Rome, excuseer, de overwinning leiden.

Ook een heel aangename verrassing: hoe verder het spel vordert, hoe verder je ontwikkelt dus, hoe chaotischer het spel wordt en hoe meer de controle je als los zand door de vingers begint te glippen. Ik vind dit erg leuk want dat betekent dat als je zeker wil zijn van de overwinning je er alle belang bij hebt dat zo snel mogelijk te doen en de hele zooi niet tot in de 21ste eeuw laat doorevolueren. Dat zet druk. Erg leuke druk!

Toch een kleine waarschuwing: tijdens uw eerste zitting gaat u overweldigd worden door de vele mogelijkheden die al deze unieke kaarten in de aanbieding hebben. U gaat ook enkele slapeloze nachten tegemoet aangezien u moeite gaat hebben uit al deze mogelijkheden de juiste te kiezen, zoveel moeite dat u meer dan waarschijnlijk de verkeerde kiest. Dat resulteert in het zogenaamde “beddenken”, een aandoening die bij bord- en kaartspelers al eens durft voorkomen en waarbij gepoogd wordt flagrante fouten in de toekomst te vermijden door in gedachten de voorbije sessie(s) de revue nog eens te laten passeren. Tijdens die revue worden alle gemaakte fouten vakkundig weggegomd en vervangen door de juiste acties, gepatcht als het ware. De kans dat u deze aandoening oploopt na het spelen van dit spel is aanzienlijk. Het is maar dat u het weet.

Carl Chudyck is een straffe kerel. U moet zijn creaties zeker eens een kans geven.

Een aanrader voor de liefhebbers van het betere kaartspel.

Dominique

19:56 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

09-05-10

Koninklijk doorspoelen..

Royal Flush (Schmidt Spiele, 2009)

Een verrassend leuke pokervariant. Veel leuker dan pokeren zelf eigenlijk. En een zonnebril bij kunstlicht hoeft hier echt niet, wat betekent dat u zich allesbehalve belachelijk moet maken.

Twee klassieke kaartendecks, een handvol stevige en grote inzet(koop)fiches, kleurrijke markeerstenen en een goeie geut kleine spelbordjes met daarop afgebeeld de pokerhandjes die u zo snel mogelijk dient binnen te halen en de punten die daar tegenover staan. Onthou vooral het woordje “snel”, want hoe eerder u een obligatoir uitliggend pokerhandje op tafel gooit, hoe meer punten dit oplevert.

Wat dit zo’n plezierig tijdverdrijf maakt is, buiten de druk om zo snel mogelijk te scoren, het feit dat u tijdens uw beurt ook kaarten kunt kopen uit een openliggend setje van vier. U kunt dit niet eindeloos doen, want u moet er pokerfiches voor inleveren, maar het feit dat u het tot op zekere hoogte kúnt - liefst op het juiste moment natuurlijk - is een erg leuke speltechnische bezigheid .

Royal Flush wordt door ervaren pokerspelers met een zekere dedain bejegend, maar aangezien deze subgroep in het speluniversum absoluut niet serieus te nemen is mag u dat gegeven vrolijk naast u neerleggen. Het zou me trouwens niet verbazen moest dit spel na het echte “werk” door diezelfde subgroep in groezelige en schaars verlichte achterkamertjes kwijlend van verlangen boven wordt gehaald.

Een spel moet ontspannen toch? Hier komt u ruimschoots aan uw relaxatiebehoeftige trekken.

Dominique

09:26 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |