30-03-10

Door een groene bril

Ik heb alles wat er van de familie Keltis ook maar te spelen valt al eens onder handen gehad, ook de twee - zeer aan te raden trouwens - elektronische afgeleiden. En tot nu toe hebben zowel de stamvader als de nakomelingen mij aangenaam verrast, iets dat van andere stamvaders en nakomelingen in het speluniversum niet kan gezegd worden.

Nu moet ik wel even aangeven dat de stamvader ondertussen zo oud en versleten is dat hij niet zo dikwijls meer contact maakt met het kieskeurige hout van mijn keukentafel. Potent is hij blijkbaar nog wel, want hij heeft weer een kleintje verwekt dat - ik wik mijn woorden niet - wel eens dé kanjer zou kunnen zijn van het hele pak, het lieverdje van papa en mama, de favoriet die altijd wordt voorgetrokken of - in dit geval - op de keukentafel mag.

Wat maakt deze telg dan zo interessant? Waarom gaan we hem of haar zo liefhebben? Een opsomming:

Eén pad.

We gaan allemaal samen op weg naar het einddoel. Op één hobbelig stenen pad dit keer, In spiraalvorm op het spelbord afgedrukt. Ook weer onderverdeeld in de alom bekende eindzone met de vele pluspunten, de aanloopzone met de minpunten en de onvermijdelijke tussenzone met de zozopunten. Elke steen waarop we onze broze voetjes zetten draagt de kleur en het symbool van de kaarten waarmee we ons gaan verplaatsen.

Een set kaarten.

Dat wist ik al, hoor ik u mompelen. Inderdaad, maar deze zijn toch speciaal, want er staat centraal op de kaart een figuurtje afgebeeld met daaronder een getal variërend van 1 tot 5. Daarmee kunt u de enige vrouw in dit onbestaande verhaal, de Priesteres van het Orakel, naar u toe lokken. Zij beweegt zich maximaal het aantal velden dat op de kaart staat afgebeeld. Zij levert extra punten op als ze zich tegen je aanschurkt op dat hobbelige pad, vijf meerbepaald. Als u voor het geschurk kiest kunt u de kaart in kwestie echter niet gebruiken om uzelf te verplaatsen. Het beminnelijke mens verplaatst zich enkel voorwaarts en om te scoren moet zij naar jou toe en niet omgekeerd, hou daar rekening mee als u uw briljante zet aan het voorbereiden bent.

Drie grote speelfiguren per speler.

De kleintjes zijn verdwenen. U mag nu met drie knoerten van pionnen aan de slag. Ze leveren u ook geen dubbele plus- of minpunten op aan het einde, ze tellen elk gewoon enkel. Dat staat garant voor minder stress, zult u opwerpen. Wel, ik werp terug: het spelsysteem voorziet ruimschoots in compenserende stressgenererende maatregelen. Lees verder en u begrijpt wat ik bedoel.

U beschikt over springveren onder uw schoeisel.

Ik bedoel daarmee dat u niet voortstrompelt zoals in de vorige afleveringen van het bordspel. Neen, u springt, meerbepaald naar het volgende veld met hetzelfde symbool of kleur van de kaart die u net hebt uitgespeeld. Geloof me, dat brengt schwung in het spel en u gaat extra attent moeten zijn op wat uw medespelers van plan zijn, vooral wat de timing van het speleinde aangaat. U gaat ook rekening moeten houden met het feit dat u daardoor al eens wat lekkers gaat moeten overslaan, tenzij u terechtkomt op een spiraaltegel (later meer hierover). Ook de “dubbele beurt tabletten” zijn nu gekleurd en gesymboliseerd waardoor u in één beurt nóg verder kunt springen.

U komt naast schoon volk ook lelijk volk tegen tijdens uw pelgrimstocht.

Drie kobolden namelijk, in het groen gestoken mannetjes met een gek hoedje op waarop deugnietgewijs een kaartje is weggestoken. Dat koboldje staat ook op de achterkant van uw groot kleitablet afgedrukt, waarmee u gaat aanduiden dat u - één keer mag u dat tijdens het spel - een koboldwaardering hebt uitgevoerd. Deze waardering houdt in dat u punten scoort voor elk van uw figuren die op een veld met een kobold staan. Uiteraard liefst alle drie want dat levert u onmiddellijk een lekkere bonus op: 15 punten als uw drie figuren zich elk apart bij een kobold bevinden, 10 als ze zich alle drie bij twee kobolden ophouden en 5 als uw drie figuren zich alle drie op één koboldveld staan te verdrummen. Een bezoekje bij een kobold laat u ook toe een handkaart extra op een aflegstapel te leggen. Meer nog, zelfs de kaart die u pas hebt uitgespeeld om uw figuur te verplaatsen mag eventueel weg. Daardoor krijgt u bij het aanvullen van uw handkaarten op het einde van uw beurt hopelijk wél op de hand waar u zo naarstig naar op zoek bent. Ik hoef u, doorwinterde Keltisspeler die u bent, niet uit te leggen wat dit betekent. Denk vooral aan woorden als “brol” en “rijen”.

U gaat meer punten scoren.

Hou er rekening mee dat u op het scorespoor dit keer het hoekje van de 80 punten wel eens zou kunnen ronden. Ik vind dat lekker, het hoekje omgaan.

U kijkt al eens in de spiegel.

Drie spiegeltjes kunt u onderweg zomaar van het pad oprapen, als u er snel bij bent tenminste. Deze spiegeltjes kunt u tijdens de eindtelling gebruiken in combinatie met de wensstenen die, net als in de vorige afleveringen, extra plus- of minpunten kunnen opleveren. Per spiegel mag (moet in het geval van verliespunten) u uw bonus op het einde van het spel extra scoren. Dat tikt lekker aan, zowel naar boven als naar beneden. U vindt de wensstenen per twee op de grote scheidingsvelden van de zones, maar - ik voelde de vraag al komen - u mag er bij uw passage slechts eentje nemen.

U keert op uw stappen terug.

Onderweg komt u spiraalvormige fiches tegen. Die laten u toe uw steen achterwaarts naar een veld naar keuze te bewegen, behalve het veld waar u net vandaan komt. Ik moet u, doorwinterde Keltisspeler die u bent, niet uitleggen wat dat betekent. Als ik het u zou uitleggen zouden de woorden “speciale fiches” en “kettingreactie” ongetwijfeld in mijn betoog voorkomen.

Verder geen gezeur.

De doorwinterde Keltisspeler, u dus, kan verder op beide oren slapen. De basisprincipes blijven onveranderd: kaarten spelen om te bewegen, fiches die, uitgezonderd de wensstenen, willekeurig worden gelegd zodat elk spel weer anders is en het speleinde dat wordt getriggerd door de lege trekstapel of door de vijfde spelerfiguur die in de eindzone arriveert. Al ontwaren we hier ook een extraatje: als de derde figuur van een speler de eindzone bereikt is het ook afgelopen. Minder stress zei u?

Zou dit Keltis zijn zoals Keltis eigenlijk altijd al had moeten zijn? Ik weet het niet, maar het komt er nu wel verdraaid dichtbij. Verdrijft deze versie de vorige van de speeltafel? Ik weet het niet maar de kans is verdraaid groot. Word je als speler niet draaierig van dat spiraalpad? Geloof me, dat valt reuze mee. Smaakt dit naar meer? Verdraaid ja. Ten huize van treden in elk geval al verslavingsverschijnselen op. En dat na één avondje spelen.

Ik begin groen meer en meer te associëren met leuk. Keltis heeft daar een niet onaardig aandeel in.

Goedgekeurd!

Dominique

 

Keltis - Das Orakel (Kosmos, 2010)

Reiner Knizia

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

 

 

 

09:14 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

28-03-10

Hotel S(am)oa

Reizen, beste medespeler, is een activiteit die niet aan mij besteed is. Ik heb er gewoon geen behoefte aan. U moest trouwens eens weten wat hier in Diest allemaal te beleven valt. En dan vooral als iedereen op reis is. Daar kan geen Canarisch eiland tegenop. Als er toch gereisd moet worden doe ik dat dan ook liever aan de keukentafel.

Gisteravond was het weer zover. Ik boekte een groepsreisje van vier naar het idyllische eiland Samoa. Daar aangekomen was het niet de bedoeling dat we ons met verrekijker en boek op het strand gingen neerplanten. Neen, we hadden afgesproken elk een hotel uit te baten. Een jaartje. Op competitieve wijze. Eens kijken wie de meeste toeristen naar ons hotel kon lokken en daar het meeste geld aan kon verdienen.

Die toeristen bestaan uit Noren (!), Duitsers, Engelsen en Japanners. Ze worden maandelijks in bosjes op het plaatselijke vliegveld aangeleverd waarna wij, de bloedzuigers, ze in ons hotelletje proberen binnen te lokken. Dat doen we door de laagste kamerprijzen aan te bieden en tegelijk ons hotel aantrekkelijk te maken door het aanleggen van zwembaden, het opwaarderen van kamers tot suites en het bijbouwen van extra logies.

Het lokken en mooier maken gebeurt door het uitspelen van een zogenaamde prijzenkaart zodra de toeristen (hun aantal wordt bepaald door het omdraaien van een toeristenkaart) zijn gedropt. Die toeristen hebben elk, buiten de doorsnee nietsnut, bepaalde eigenschappen. Er zijn er die graag in zwembaden liggen, er zijn rijke stinkerds die je sowieso een dubbele kamerprijs kunt aanrekenen, beroemdheden die je toelaten toeristen in aangrenzende kamers dubbel te laten betalen en tenslotte types die nogal snel verliefd worden en gaan samenhokken met andere toeristen. Deze laatste hormonaal geteisterde types zijn heel interessant aangezien ze met z’n tweetjes op één kamer kunnen, wat de regel “een toerist per kamer” elegant omzeilt.

Het lokken en kopen van uitbreidingen wordt door een erg leuk spelsysteem afgehandeld. Zoals eerder geschreven speelt elke speler een prijzenkaart uit met daarop bovenaan de prijs die hij wil besteden aan de beschikbare uitbreidingen (liefst zo hoog mogelijk, maar ook weer niet te hoog) en onderaan de prijs die hij per kamer aan de gedropte toeristen aanrekent (laag maar ook weer niet te laag). De speler met de kaart met de hoogste “uitbreidingswaarde”, in uurwijzerzin, mag een uitbreiding voor dat bedrag kopen, de speler met de laagste kamerwaarde, in tegenuurwijzerzin, mag uit een groep gearriveerde toeristen een selectie voor zijn hotelletje maken en per toerist de kamerprijs innen. Mits hij voldoende plaats heeft natuurlijk. De kamerprijs kan worden verdubbeld als je rijke stinkerds aantrekt, suites bezit of beroemdheden herbergt. Zwembaden geven bonusinkomsten als je liefhebbers van extreme vochtigheid binnenhaalt en leveren zelfs extra inkomsten op als je ze bouwt op het moment dat deze types zich in je hotel bevinden.

Zoals eerder geschreven duurt het spel een jaar, gelukkig gecomprimeerd in een klein uurtje. Dat jaar is onderverdeeld in twaalf maanden, gesymboliseerd door twaalf beestig grote kartonnen vlaggen waarop elke nationaliteit drie keer voorkomt. Dat is belangrijk omdat elke nationaliteit het eiland drie keer aandoet. Als ze het eiland aandoen vertrekken hun landgenoten die zich op dat moment in de hotels op het eiland bevinden met hetzelfde vliegtuig weer naar huis. Dat vertrekken is heel belangrijk omdat de toeristen die in je hotel verblijven slechts eenmalig bij aankomst hun verblijf betalen waardoor ze - slecht als we zijn - voor de rest van het verblijf worden beschouwd als ballast. Je wilt ze, buiten de zwemmers, liefst weer zo snel mogelijk kwijt. De belangrijkheid van plaats ruimen wordt nog duidelijker als je beseft dat je bij spelaanvang slechts over zes instapklare kamers beschikt.

Je weet vooraf welke groep toeristen op welk moment zal arriveren. Het is dus niet echt interessant een groep je hotel in te lokken waarvan de verblijfsduur nogal aan de lange kant is, tenzij je er financieel een enorme slag mee kunt slaan. Gelukkig heb je een kaart “personeelsvakantie” die je toelaat tot twee toeristen op straat te bonjouren. Daarmee verspeel je wel de rest van de beurt maar soms is die ingreep meer dan noodzakelijk. Je wilt echt niet, zoals ondergetekende, opgezadeld zitten met een bende Noren die goedkoop geboekt hebben en je hotel niet meer uitwillen.

Ook erg belangrijk: je hebt elf prijzenkaarten, waaronder de “personeelsvakantie”, en als je tijdens een beurt minstens een actie kunt doen (kopen of lokken) ben je die voor de rest van het spel kwijt, uitgezonderd de personeelsvakantiekaart. Die neem je altijd weer op hand. Bepaalde bonusfiches die je kunt aanschaffen laten je ook toe tot twee uitgespeelde kaarten weer op hand te nemen of er eentje met je handkaarten te wisselen. Onderschat ook de kracht niet van de bonusfiche waarmee je zonder beurtverlies twee toeristen kunt buitengooien. Die lijkt onnozel en je lacht daar eens goed mee en je laat die voor wat ze is, tot je later in het spel begint te beseffen welke kapitale blunder je daar in ronde drie hebt gemaakt.

Ik vond dit een leuk spel. Niks wereldschokkends, daarvoor moet je op de “De Tafel Plakt!” spelmarathon van 10 april zijn, maar gewoon plezant. Snel ook, makkelijk uit te leggen en een generator van lachsalvo‘s, ook mede door het feit dat onze globetrotter aan tafel, zelfs met ondersteuning van zijn nieuwe Blackberry, er totaal niks van bakte en zijn hotel met het vorderen der speelronden meer evolueerde naar Fawlty Towers dan naar het Heist-Op-Den-Berg Hilton. Die weet ondertussen ook dat hij beter aan de andere kant van de balie blijft.

Dit spel deed me denken aan het schandelijk onderschatte en beestig goede (vandaar de schande) Scream Machine (Jolly Roger Games), waarin je bezoekers naar je pretpark probeert te lokken. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de makers hierdoor werden beïnvloed. Dat is geen schande. Ik, bijvoorbeeld, werd zwaar beïnvloed door Albert Einstein en ik heb me dat nog nooit beklaagd.

U hoeft echt niet op reis om tot rust te komen hoor. Ik vraag me trouwens af - als ik zo rond de zomermaanden om me heen kijk - of tot rust komen en op reis gaan wel samen door dezelfde deur kunnen. Neen, blijf maar lekker thuis en leg dit op tafel. De luidruchtige Duitsers moet u erbij nemen. Eventjes maar, want na het innen van de eurootjes na hun inchecken stuurt u uw personeel doodleuk op vakantie. En richt u uw blik al op de volgende maand, naar die charter vol Japanners.

Zeker eens proberen!

Dominique

 

Hotel Samoa (White Goblin Games / Huch & Friends, 2010)

Kristian Roald Amundsen Østby

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

 

13:55 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

22-03-10

Trains Of Wonder?

U zit in een trein. Er wordt iemand vermoord. U gaat op zoek naar de moordenaar en u probeert te weten te komen wie het gedaan heeft, wanneer, waar, hoe en waarom.

Vooral de waarvraag intrigeert. Hebben ze het lijk niet gevonden dan?

Soit, als we losse eindjes op pelicule door de vingers zien - kijk maar eens heel goed naar “The Usual Suspects” - moeten we dat in de spellenwereld ook maar kunnen.

Wat u, nieuwsgierig als u bent, aan het licht probeert te brengen staat al ergens neergeschreven. Op speelkaarten namelijk. De oplossing van het mysterie bevindt zich dus gelukkig al in de spellendoos. U moet het er alleen maar zien uit te kappen, Brancusigewijs als het ware, als een standbeeld uit een rotsblok.

Alsof u nog niet genoeg aan uw hoofd hebt - proberen een ontspannende spelavond te beleven bijvoorbeeld - zijn er van elke kaart twee in omloop. Erger nog: van de vraag “hoe laat?” - er zijn acht mogelijke tijdstippen van overlijden - drie!

Uit de stapels kaarten worden er vijf getrokken en gedekt apart gelegd. Deze vijf geven het antwoord op de vragen die in de tweede zin van deze bijdrage werden gesteld.

We kiezen een karakter, elk met een interessante eigenschap, dat de reis Parijs-Istanboel zal maken. Tijdens de reis begeven we ons op en af door de treinstellen alwaar we, afhankelijk van de coupé in kwestie, een aantal acties kunnen doen. Acties worden gekocht met tijd, uren meerbepaald.

Onderweg stappen nog enkele extra reizigers op die, gek genoeg, ook over informatie over de moord beschikken. En er loopt ook nog een conducteur rond die, buiten knippen, ook al een aanzienlijke bijdrage kan leveren voor de oplossing van het raadsel.

Dat lijkt allemaal erg mooi en leuk, beste medespeler, maar dat is het niet. Want de kaarten die niet apart werden gelegd beginnen in het spel te circuleren, en opnieuw te circuleren, en opnieuw. En gaan op een persoonlijke aflegstapel, en komen dan weer in het spel, en gaan weer op een persoonlijke aflegstapel, en komen opnieuw in het spel, en opnieuw, en opnieuw. Waardoor u rekening moet houden met de mogelijkheid dat de kaart waarvan u denkt dat u het tweede exemplaar in het handje krijgt eigenlijk dezelfde kaart is die u enkele beurten geleden al eens de revue hebt zien passeren. Als u Sherlock Holmes met dit spel had geconfronteerd had hij u in uw mooi gezichtje uitgelachen. “De zaak, beste Watson moet wel oplósbaar zijn,” had hij er ongetwijfeld nog aan toegevoegd.

En de zaak is oplosbaar hoor, alleen hebt u er een fenomenaal geheugen voor nodig. En een rekenkracht die ongeveer gelijkstaat met die van de Intel Core i7 processor. Overklokt. Ik weet niet of u zich daarmee kunt meten, ik weet alleen dat bij het plaatsen van mijn persoonlijke geheugenchips enkele decennia geleden enkele latjes Ram op de schappen van de werkplaats zijn blijven liggen.

Het tijdstip van overlijden dan. U gaat het niet geloven maar op geregelde tijdstippen in het spel worden alle pendulekaarten om beurt opengelegd waarna van u verwacht wordt te traceren welke kaart slechts twee keer de revue is gepasseerd. De derde zit dan immers bij de vijf kaarten die het mysterie openbaren. Tijdens het omdraaien van de pendulekaarten wordt van de actieve speler verwacht dat hij of zij, volledig synchroon met dat draaien, de woorden “tik” en “tak” uitspreekt. Deze twee woorden vindt u ook terug in een Vlaams kinderprogramma dat qua niveau probleemloos met dit subspelletje kan concurreren. Ik weet niet hoe het met u zit, maar hier wordt voor elke zichzelf respecterende bordspeler een grens overschreden. Een ondergrens.

Even spannend als een te grote onderbroek, even verfrissend als een noodlanding in de Sahara, even vloeiend als de doortocht van de duizenden wielertoeristen op de Muur Van Geeraardsbergen op 3 april aantaande, even interactief als een regeringsmededeling over de voorafbetalingen van uw belasting en qua opwinding te vergelijken met de eucharistieviering op Eén op zondagvoormiddag. Dat, in een notendop, is Mystery Express.

Ik zou enig voorbehoud vragen indien ik het gevoel had dat deze negatieve gevoelens zich enkel en alleen in mijn - ik geef het toe - verwrongen geest zouden manifesteren, maar ik heb ondertussen, mezelf niet meegerekend, al van een zevental spelers “nooit meer” gehoord, van samenzweerderig fluisterend tot schreeuwend. Ik weet niet hoe het met u zit maar ik kom dat niet dikwijls tegen.

Er schijnt zich ergens een abdij te bevinden waar een gelijkaardig mysterie moet worden opgelost. Ik zou daarnaar op weg gaan. En wordt u onderweg daar naartoe op de trein met een verdacht overlijden geconfronteerd geef ik u een gouden raad: bemoei u er niet mee!

Dominique

 

Mystery Express (Days Of Wonder, 2010)

Antoine Bauza, Serge Laget

3 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

75 minuten

21:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

21-03-10

Wonderland

Nu wij ons als lemmingen van de rots gooien die "Alice In Wonderland" heet om - neem het gerust van mij aan - vervolgens erg onzacht neer te komen, zie ik mij genoodzaakt u te wijzen op hét alternatief: de animatieve versie "Alice" van de Tsjech Jan Svankmajer. Nadat ik dit beangstigende kleinood begin jaren 90 aanschouwde heb ik bijna twee weken niet goed geslapen. Alice, beste vrienden, is in zijn essentie immers pure horror en die werd, in tegenstelling tot de heer Svankmajer, door Burton en Depp vakkundig weggegomd. Zo goed dat zelfs een 3D-bril geen soelaas meer biedt.  

U weet dus wat u te doen staat.

Als u zich - laten we maar snel terugkeren naar de bestaansreden van deze blog -  binnen de bord- en kaartspelwereld van een klif wil gooien die wél een aangename landing garandeert kan ik u de witte krijtrotsen van Titania ten zeerste aanraden. 

Waarom?

Daarom 1: omdat u krijgt altijd iets krijgt

Het maakt niet uit welke actie (verplaatsing) u onderneemt, u krijgt altijd een beloning. Een puntenfiche, schelpen of een zeester, of u mag (moet) bouwen. Dat is erg leuk. Vergelijk het een beetje met Endeavor. Daar kunt u ook altijd wat en u kunt weinig verkeerd doen, zo lijkt het, tot de eindtelling zich aandient en u een nieuwe bijnaam aan uw reeds indrukwekkende lijst mag toevoegen: klos.

Daarom 2: de zeesterren

Oranje - onze Noorderburen zullen het graag horen en zien - en zeer mooi in hout uitgevoerd. En heel belangrijk voor het bewerkstellingen van uw overwinning. Het is maar dat u het weet.

Daarom 3: u krijgt een tweede kans

Er zijn spelers die klagen over het feit dat het spel uit twee delen bestaat die nagenoeg identiek van opzet zijn. Re-pe-ti-ti-vi-teit, daar hebben ze het over. Wel, ik heb deze spelers nog nooit horen klagen over het feit dat ze al jaren aan een stuk elke dag opstaan, zich wassen, tanden poetsen, eten, ruzie maken met hun partner, in de file staan, werken, eten, werken, in de file staan, koken, eten, afwassen, ruzie maken met hun partner, tv kijken, tanden poetsen, slapen, enzovoort. Zij hebben blijkbaar ook geen last van het feit dat élk spel dat gespeeld wordt gekenmerkt wordt door het steeds opnieuw afhaspelen van dezelfde of toch minstens op elkaar lijkende beurten. Begrijpe wie begrijpe kan. Goed dat ze niet in Chili of Haïti wonen, die zeuren, of we hoorden hun geweeklaag tsunamiën tot hier.

Trouwens, de tweede akte is niet identiek aan de eerste. Want u gaat wat voor u op tafel ligt anders moeten bekijken en dus ook uw tactiek aanpassen. Er zijn immers al kastelen gebouwd, waardoor het plaatsen van zeesterren nog meer punten genereert en bepaalde stukken van het spelbord worden beter bereikbaar omdat er meer scheepjes in de algemene voorraad liggen. En u krijgt de kans uw tegenslag met de gedekte fiches uit deel één te neutraliseren. Dat zijn weliswaar geen spectaculaire, maar wel relevante verschillen.

Daarom 4: u hebt het gevoel zandkastelen bouwend op het strand te zitten

U gaat zich tijdens het spelen, terwijl u de torens van Titania aan het heroprichten bent, op bepaalde momenten afvragen of het gekrijs dat u op de achtergrond hoort echt van zeemeeuwen komt. Sfeerschepping, weet u wel.

Daarom 5: het speelt op een uurtje

Ik weet niet hoe het met u zit, maar naarmate ik ouder wordt neig ik meer naar het kortere werk, lees: een uurtje volstaat. Titania verhoort deze smeekbede en dat op zich is al een daarommetje waard. Velen onder ons maken de fout speeltijd te koppelen aan diepgang. Zij associëren korte spellen met te verwaarlozen lichte kost. Zij dwalen, als een glimworm wiens vermogen tot bioluminescentie tijdens een nachtelijk uitstapje plots is weggevallen. Titania is in mijn ogen dan ook een volwaardige euro die gereduceerd is tot zijn essentie en geen overdreven ballast kent.

Daarom 6: als u creatief bent en kinderen hebt gaat u een rustige strandvakantie tegemoet

Het enige wat u tijdens de zomer moet doen is op een of andere kuststrook in een strandstoel gaan zitten met een goed boek en uw minimensjes duidelijke instructies geven over de schelpensoort die u wenst te bekomen, hun kleur, grootte en de juiste hoeveelheid. Na het uitzwermen van de producten uwer lendenen doet u gewoon úw ding, dat ding met uw verrekijker en uw boek, waarbij het tweede dient om de handelingen met het eerste discreet te houden. Na afloop van uw zeer geslaagde en rustige vakantie beschikt u dan over totaal nieuwe en zeer tot de verbeelding sprekende spelonderdelen waarmee u in uw spelerskring aanzienlijk gaat kunnen opscheppen. Wel goed wassen voor gebruik.

Daarom 7: u speelt met alle kleuren

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind het leuk dat u met alle scheepjes aan de slag mag. Dat opent een veelheid aan mogelijkheden en dat voelt lekker. Aan de andere kant betekent dat ook dat uw medespelers ook over dezelfde zee aan mogelijkheden beschikken wat dan weer zorgt voor de nodige spanning.

Daarom 8: u bent een tacticus

Ik weet niet hoe het met u zit maar ik walg van lang voorspelen. Ik wil snel naar het hoogtepunt, het leven is al kort genoeg. Voor mij geen actie in beurt twee die pas in beurt 348 mogelijk iets zal opleveren. Geef mij dus maar tactiek: tijdens elke beurt roeien met de - meestal te korte - riemen waarover u beschikt en daarmee zover mogelijk zien te komen. De dosis die mij hier wordt toegediend is ruim voldoende om mij maximale bevrediging te schenken.

Daarom 9: u vecht graag tegen schaarste

U hebt drie kaarten op hand. Daar moet u het mee doen, al kunt u als goede spaarder wel tot een maximum van zeven komen. En bent u nogal gulzig en doet u teveel zorgt het spelsysteem ervoor dat u de volgende beurt in uw vrijheid wordt belemmerd. Het aanvullen van handkaarten wordt geregeld door een eenvoudig 1-2-3-principe. Speelt u één kaart tijdens uw beurt trekt u er twee bij, speelt u er twee mag u slechts één kaart bijtrekken en bent u zo overmoedig er drie uit te spelen krijgt u op het einde van uw beurt niets. Er zijn er die dat niet leuk vinden maar ik wel. Gulzigheid is een doodzonde in dit spel en wordt, net als in het echte leven, vroeg of laat afgestraft, zo erg zelfs dat het risico bestaat dat u al eens een beurt moet overslaan.

Daarom 10: u profiteert van uw medespelers

Zij geven u voorzetten die u Ronaldogewijs kunt afwerken, op voorwaarde dat u de voorzet ook daadwerkelijk ziet natuurlijk, een vaardigheid die mij tijdens het spelen van bordspellen wel eens durft te mankeren. Hou er ook rekening mee dat u tijdens uw beurt ook dikwijls de laatste assist zult geven, al kunt u leuke dingen doen met de “slechts twee schepen in verschillende kleur per veld regel.”

Er zijn zoals altijd ook enkele weerhaakjes, de “daarom nietjes”.

Daarom niet 1: u hebt daglicht of Etap-kamerverlichting nodig

U moet van goeden visuele huize zijn om het onderscheid tussen de verschillende schelpschakeringen te kunnen maken, en dan heb ik het zowel over de afgebeelde schelpen op het bord als over de schelpen zelf. Ik durf nu al voorspellen dat u, indien u met het bovengenoemde aandachtspunt geen rekening houdt, zich tijdens het spel gaat vergissen. Dat kan soms handig zijn, als u tot de subgroep valsspelers behoort bijvoorbeeld, maar het kan zich ook tegen u keren.

Daarom niet 2: plaatsgebrek

De velden komen door het bouwen en beleggen met zeesterren nogal eens vol te liggen waardoor u het overzicht een beetje verliest en aan het schuiven moet om te weten te komen wat er nu eigenlijk op die velden staat. Ik hou van het tactiele aspect van bordspellen, maar men moet nu ook niet overdrijven. Dit had beter gekund en wel met een heel eenvoudige ingreep: het bord en de velden erop een beetje groter.

Maar laat die kleine weerhaakjes de pret vooral niet drukken. Probeer het een keertje en geniet van een een klein uurtje ontspanning.

Een gecondenseerde standvakantie zeg maar.

Dominique

 

 

Titania (Hans Im Glück, 2010)

Rüdiger Dorn

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

 

11:15 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

14-03-10

Hij is rond.

Ik heb een zwak voor kaartspellen, in alle maten en kleuren,  behalve voor de klassieker: het standaard deckje van 52 kaarten. Ik heb er wel eentje, of nee, twee, maar die worden enkel gebruikt om tijdens spelavonden op een ingenieuze en democratische manier te bepalen welk spel uiteindelijk op tafel komt.

Alles wat buiten het klassieke kaartspel valt geniet dan ook mijn bijzondere aandacht. Dat wil al eens zwaar tegenvallen - van Arne ben ik mentaal nog altijd niet bekomen - maar dikwijls ook niet. The World Cup Card Game (Games for the World), beste medespeler, heeft me bijvoorbeeld aangenaam verrast. Als een enig mooi uitgespeelde counter als het ware.

Het bordspel, ook een aanbeveling waard, staat al een hele tijd in mijn spellenkast. Inclusief uitbreidingen. Maar daar zit nogal een overdaad aan materiaal in. En overdaad, zo heb ik ontdekt, is iets wat niet snel de speltafel haalt. Al blijft het ener mijne sportbordspelfavorieten.

Het kaartspel is fysiek zijn totale tegenhanger. Compact, overzichtelijk en een stuk goedkoper. Voor 10 eurootjes, verzendingskosten inbegrepen, bent u gesteld. Het enige waarin het niet afwijkt van zijn grote broer is het spelplezier. Dat wordt door dit kleine doosje óók gegarandeerd.

Samenvattend komt het erop neer dat u een aantal teams doorheen het toernooi moet zien te managen. U doet dat door tijdens de wedstrijden actiekaarten uit te spelen op de ploegen die op het veld staan. Heel eenvoudige actiekaarten zijn het: aanvalskaarten, overtredingskaarten, strafschopkaarten, buitenspelkaarten, doelpuntkaarten en verdedigingskaarten, die elk goed met een balletje overweg kunnen. Als u dit zo leest lijkt het allemaal poepsimpel en dat is het ook, tot u naar uw handkaarten zit te kijken en voor hartverscheurende dilemma’s wordt geplaatst. En u begint te beseffen dat u wel heel goed moet oppassen met wat u aan het doen bent. De term kaartmanagement is voor dit spel uitgevonden. En geloof me of niet, u gaat soms kiezen om bepaalde wedstrijden te verliezen in de hoop in een latere speelfase genadeloos terug te slaan.

Enig nadeel van dit spel. Als u uit de groepsfase wordt geflikkerd moet u de rest van het toernooi verder als onderuitgezakte, passieve toeschouwer. Maar kom, dat bent u als supporter van de Rode Duivels nu toch al een tijdje gewend, dus waar klagen we over? U gaat in deze 2010-editie trouwens tevergeefs naar de Duiveltjes op zoek. Wij zijn er immers niet bij in Zuid-Afrika. Maar met wat knutselwerk creëert u toch zelf een kaartje zeker?

Trouwens, dat uit het toernooi geflikkerd worden, daar moet u wel echt uw best voor doen. U gaat immers met meerdere teams tegelijk aan de slag, hun sterkte geënt op hun waarde in het echte voetbaluniversum. Dat betekent dat Brazilië in dit spel echt wel sterker is dan Honduras, maar dat maakt het ook des te leuker. Probeer u zich eens voor te stellen wat er door u heen gaat als u als Hondurees de Brazilianen op hun blote poep geeft. Uitzinnig gillend begeeft u zich als een sneltrein door uw spellocatie, met moeite tot bedaren te brengen door uw medespelers. Daar doet u het toch voor?

Ik zou dit spel toch eens proberen als ik u was. Zeker als u de Belgische nationaliteit hebt en er stiekem van droomt die frivole Hollanders eens eigenhandig op hun oranje donder te geven. Met “The Real Thing” volledig uitgesloten als u het mij vraagt, maar in “The World Cup Card Game”, mits u een kaartje voor België in elkaar knutselt, zeker geen utopie.

Goedkoop, compact en plezant. Noem mij, buiten een pakje condooms met aardbeiensmaak, nog eens iets wat binnen deze categorie valt. Inderdaad. Ik zou direct in de aanval gaan als ik u was! En u moet echt geen voetballiefhebber te zijn om hiervan te genieten, zelfs de spelregels van voetbal kiepert u vrolijk overboord (ik ken zelfs enkele vrouwen-voetbalhaatsters die ondertussen verknocht zijn geraakt aan dit kaartspelletje). Een zwak hebben voor een goed kaartspel, ongeacht het thema, is dus voldoende. En houdt u van overzichtelijkheid, relatieve eenvoud en zweet in uw handpalmen bent u ook al aan het goede adres.

Het zal dus prijs zijn in juni 2010, ten huize van. Zowel het kaartspel als het bordspel komen op tafel en het toernooi zal vervolgens volledig worden afgewerkt. Wie wint laat ik u nog weten.

Ik tip op Zwitserland.

Dominique

 

The World Cup Card Game 2010 (Games For The World, 2010)

Shaun Derrick

2 tot 8 spelers vanaf 8 jaar

75 minuten

 

 

00:48 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |