26-10-09

Hitparade

Vandaag wil ik uw aandacht vragen voor een eenvoudig maar uiterst verslavend kaartspelletje.

Ik doe dat omdat ik in Essen naar jaarlijkse gewoonte weer een bezoekje heb gebracht aan onze Japanse vrienden van Grimpeur. Na de obligatoire 67 buigingen en een uitgebreide theeceremonie van ongeveer drie uur kreeg ik het mee, samen met Greedy Kingdoms en Chronicle.

Het thema waaraan dit kaartspelletje is opgehangen is Alice In Wonderland.

U kent het verhaal dat aan het bizarre brein van Lewis Caroll is ontsproten allemaal wel. Alice ziet tijdens een uitje een sprekend konijn met een grote klok dat schijnbaar ergens te laat gaat arriveren, loopt erachteraan, valt in een gat in de grond, komt in een bizarre wereld terecht, ontmoet allerlei eigenaardige creaturen en beleeft daarmee vervolgens de meest gekke, en ook levensgevaarlijke, avonturen. Las je dit verhaal voor het slapengaan voor aan je spruiten konden ze voor de rest van de nacht van pure angst de slaap niet meer vatten. Een ideaal afsluitmoment na een stoute dag dus.

Ik raad u trouwens nu al aan anno 2010 te gaan kijken naar de filmadaptatie van Tim Burton, waarvan hieronder een voorproefje:

http://www.youtube.com/watch?v=LjMkNrX60mA

Het thema, beste medespelers, is er dan wel, het vinden tijdens het spelen is een heel andere zaak. U moet al van heel goeden huize zijn om hier de link thema-spel te kunnen ontwaren.

Maar dat geeft niet.

Want dit spelletje speelt zo lekker en elegant weg dat het niet mooi meer is.

En het is verbluffend simpel.

In Wonderland wordt een parade georganiseerd en blablabla en blablabla. Het volstaat dat u weet dat de kaartendeck bestaat uit zes setjes van tien kaarten, elk in hun eigen kleur en met een karakter uit het boek erop. Het klokdragende konijn zit erin en Alice uiteraard ook. Ook de dodo en de kameleonkat werden door Grimpeur niet over het hoofd gezien.

De kaarten worden geschud, elke speler krijgt er vijf op hand en er worden er zes in een rij opengelegd naast de trekstapel: zij vormen de parade!

Wat volgt is van een onnavolgbare simpelheid die na uw eerste sessie gek genoeg naar heel veel meer smaakt.

Tijdens uw beurt moet u een kaart uitspelen. U legt deze achter aan de parade aan en u telt het aantal kaarten, gelijk aan de waarde van uw uitgespeelde kaart, naar links. Beslaat deze telling de hele parade is er niks aan de hand. Blijven er echter kaarten over aan het begin van de parade zit u met een probleem want u moet mogelijk een aantal van die overblijvende kaarten uit de parade halen en voor u open op tafel leggen. Dat is niet goed want die leveren bij de eindtelling strafpunten op. Wat u weg moet nemen zijn de kaarten die dezelfde kleur hebben als uw uitgespeelde kaart en de kaarten die een gelijke of lagere waarde hebben. Zoals gezegd legt u deze open voor u neer, mooi gesorteerd zodat het tellen van uw minpunten snel en overzichtelijk kan gebeuren, maar toch vooral opdat uw medespelers ze goed kunnen zien. Want die gaan hun verdere acties daar meedogenloos op afstemmen.

Na het leggen van uw kaart trekt u een nieuwe van de trekstapel en wacht zuchtend en tandenknarsend op uw volgende beurt.

Het spel is gedaan zodra een speler kaarten in alle zes kleuren voor zich heeft verzameld of zodra de trekstapel leeg is. In beide gevallen komt iedereen nog één keer aan de beurt. Zodra er bij een speler zes kleuren openliggen wordt er na de laatste beurt geen kaart meer bijgetrokken. Dat is belangrijk want elke speler moet het spel afsluiten met vier handkaarten

Als laatste actie schudt elke speler zijn resterende vier handkaarten, trekt er twee uit en voegt deze toe aan de kaarten die hij tijdens het spel voor zich heeft verzameld.

Daarna wordt er geteld.

Ook dat tellen is heel simpel. Er wordt gekeken welke speler in welke kleur de meeste kaarten heeft verzameld. De gelukkige draait deze kaarten om en krijgt voor elk van deze kaarten slechts één minpunt. Bij gelijke stand profiteert iedere gelijk gestrande speler van dit voordeel. Daarna telt elke speler de waarde van al zijn nog openliggende kaarten op en noteert ze als minpunten.

Dat is het.

Maar niet voor mij want ik kon hier, ondanks de schijnbare eenvoud, heel moeilijk mee stoppen. Tijdens het spelen wordt al snel duidelijk dat u met interessante dilemma’s wordt geconfronteerd. Hou ik mijn hoge kaarten bij of speel ik ze toch snel uit om voorlopig buiten schot te blijven maar met het risico dat ze snel naar de kop van de parade opschuiven, mogelijk zelfs tegen de tijd dat ik weer aan de beurt ben? Ga ik ervoor om zo weinig mogelijk kaarten te verzamelen of ga ik voor de meerderheid in een bepaalde kleur om mijn minpunten te minimaliseren? Durf ik dat trouwens aan? En wat met die laatste vier handkaarten? Wat doe ik daarmee? Twee ervan gaan open op tafel, maar deze worden blind uit mijn stapeltje van vier getrokken. Hoe doe ik daar aan damagecontrol? En blijf ik wel voldoende alert voor het naderen van het speleinde? Kom ik niet te laat met mijn mastermove? En wat speel ik uit tijdens die allerlaatste beurt?

En dan de belangrijkste vraag: kunnen we nóg een keer?

Dat zijn veel ingrediënten in een doosje van 2,5 op 9 op 6 cm.

Hou alvast rekening met een hele klets minpunten. Zo rond de dertig is een mooi gemiddelde. En helemaal leeg uitgaan is een mirakel waarvoor u nog tijdens uw leven de heiligenstatus verdient. Maar u mag het proberen, het is een uitdaging.

Parade, beste medespeler, is mijn favoriete filler in wording. En is ook extremely funny met twee.

Dominique

 

Parade (Grimpeur Inc., 2009)

Naoki Homma

2 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten 

19:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.