25-10-09

DARWIN(iknooit)CI

November is een vermoeiende maand. De "De Tafel Plakt Spellen-Van-Essen-Marathons" komen er alweer aan, er is de Asmodee Nocturne op 6 november en Spel 2009 in Broechem komt ook met rasse schreden onze richting uitgerend. Verder heb ik me voorgenomen weer enkele spellenclubs aan te doen en wordt ik ook verwacht als demonstrator op een spelavond ergens in het Geelse.

Maar ik heb weer wat meer energie, laten we die dan ook maar verbranden.

Gisteravond heb ik mijn post-Spiel-vermoeide-benen nog eens in actie gezet en deelgenomen aan de befaamde Diestse Draculatocht. Na 100 meter stappen voelden mijn benen alweer aan als lood, een gevoel dat ik normaal gezien pas dien te trotseren na twee dagen Spiel. Ik was duidelijk nog niet helemaal gerecupereerd.

En het lood sloeg al helemaal in mijn schoenen toen ik het antwoord hoorde van mijn jongste dochter en haar vriendinnetje toen ze onderweg werden bevraagd door de Heer Dracula himself: "Kunnen jullie mij helpen, lieve kinderen? Ik ben op zoek naar bloed van jonge maagden!". Het antwoord van die twee was: "U hebt pech, Heer Dracula, wij zijn geen maagden!" U kunt zich misschien wel voorstellen wat dat met een vader van een tienjarige doet. Het leverde haar een lange nachtelijke ondervraging op. Met bureaulamp.

Ze kon me uiteindelijk overtuigen van het feit dat ze het sterrenbeeld hadden bedoeld.

We leven in een verwarrende tijd.

Ooit was het leven simpeler. In Darwin’s tijd bijvoorbeeld. Bootje op, bootje varen, zeeziek zijn, aanmeren, eiland verkennen, notities maken, afmeren, bootje op, bootje varen, zeeziek zijn, aanmeren, notities te boek stellen, voldaan achterover leunen, sterven, wereldberoemd worden.

Dat waren nog eens tijden.

Darwin is lang heen, maar gelukkig zijn er speluitgevers die het belang van deze historische figuur terecht naar waarde weten te schatten en er een (mooi) spel over maken.

En naar LudoArt-normen ook goedkoop. 20 euro. Ik heb ze daar ooit andere dingen met euro’s weten doen.

In Darwinci graven we knoken op. Die gaan we proberen te reconstrueren tot een acceptabel creatuur. U moet acceptabel hier met een grote korrel zout nemen. Want wat uiteindelijk op onze tafel verschijnt zou ik na zonsondergang niet willen tegenkomen.

Onze onderzoekstafel is ook niet bijster groot. Ze kan maar 12 skeletonderdelen bevatten en dat in een 3 x 4 raster. Weinig manoeuvreerruimte, hoor ik u denken. U heeft gelijk. U moet in dit spel goed kunnen puzzelen. Gelukkig beschikken we over een frame dat ons toelaat een beter overzicht te bewaren.

We beginnen het spel met vier opgegraven skeletonderdelen. Deze mogen we niet allemaal houden. We moeten er al onmiddellijk twee "inbouwen" op onze persoonlijke onderzoekstafel. We krijgen ook heel mooie biedstenen - een hele grote en negen kleine - waarvan we er onmiddellijk één aan onze linker en rechterbuur moeten overhandigen. We krijgen elk ook 12 Darwins, de munteenheid van dit spel. Er worden 5 soorten juwelenfiches gesorteerd (25 in totaal), de startspeler wordt aangeduid en de speler links van de startspeler krijgt de Darwintegel (the lucky bastard!).

Und dann geht’s los!

We kiezen allemaal een tegeltje uit onze overgebleven starthand van twee en leggen die voor ons in het midden van de tafel. Bent u een moeilijk mens en staan de tegeltjes die u in uw handen houdt u absoluut niet aan mag u er aan het begin van een nieuwe ronde nog twee kopen van een van de twee trekstapels. U kiest er uit deze vier dan twee uit en legt de andere onder een trekstapel naar keuze.

Goed, u hebt een tegel met een skeletonderdeel. U legt er eentje voor u op tafel en dan begint een heel interessant biedproces. Dat proces bestaat uit drie ronden. In de eerste ronden bent u verplicht minstens één of twee biedstenen van andere spelers uit uw voorraad in te zetten. In de eerste ronde zult u trouwens niet anders kunnen want u hebt er net twee gekregen van uw linker- en rechterbuur. Daarbovenop mag u nog één eigen biedsteen extra inzetten. U plaatst de biedstenen aan de tegels die in het midden van de tafel door uzelf en uw medespelers worden aangeboden. De tweede biedronde mag u twee stenen naar keuze inzetten en in de derde mag u dat ook. De speler met de Darwintegel – verder kneusje genoemd – mag in de tweede biedronde drie stenen inzetten. Dat scheelt, maar dat is ook nodig want hij of zij is immers het kneusje van dienst. Lees: hij of zij bengelt meestal vanaf de tweede ronde achteraan.

Na de drie biedronden wordt gekeken wie welke tegel wint. De speler met de meeste biedstenen aan die tegel krijgt de tegel en krijgt één van zijn ingezette stenen terug op voorraad. Zijn eventueel andere ingezette stenen gaan naar de eigenaar van de tegel. De niet winnende spelers krijgen hun stenen aan die tegel gewoon weer in hun voorraad. Win je je eigen tegel krijg je al je ingezette stenen aan die tegel ook gewoon weer terug.

Als iedereen zijn tegeltje met knookstructuur heeft genomen legt hij ze in zijn rastertje. U mag uw frame ook naar believen 90° draaien om voor uzelf meer mogelijkheden te creëren, maar zodra u ergens een rijtje of kolom van vier hebt gevormd ligt uw raster vast. Zo vast als gewapend beton.

U mag naar believen puzzelen maar uw aangelegde tegel moet wel aan een reeds aangelegde tegel grenzen. U doet maar raak en u mag in alle richtingen. Wat u wel probeert is verbindingen tussen allerlei beenderen en uiteinden (schedels, klauwen, handen en staarten) te creëren. Uiteinden zijn heel belangrijk, want ze dienen als multiplicator bij het scoren van afgewerkte wezens. Kortom: u probeert zo groot mogelijke wezens te reproduceren. Lukt het u er eentje af te werken (geen onafgewerkte uiteinden) mag u dat wezen scoren. U doet dat door het aantal tegels waaruit het wezen bestaat te vermenigvuldigen met het aantal uiteinden. Een afgewerkt wezen dat bijvoorbeeld bestaat uit acht tegels met een schedel, twee handen en een staart (probeert u er zich vooral geen voorstelling van te maken maar in Darwinci kan het) scoort dus 8 x 3 = 24 punten. U wordt daarvoor onmiddellijk beloond. De punten worden immers uitbetaald in Darwin.

Een tweede mogelijkheid bestaat erin te scoren in één van de vijf juwelensymbolen. Soms graaft u samen met beenderen ook al eens een juweeltje op. Die juweeltjes zijn op de tegel geëtiketteerd met een kaartje. Daar staan één, twee of drie punten op. Eén keer per symbool mag u tijdens het spel en tijdens uw beurt een kolom of rij in uw uitlage scoren. U telt dan gewoon het aantal dezelfde juweelsymbolen op aaneengesloten tegels in deze rij of kolom op en vermenigvuldigt ze met het totaal van de getallen op de kaartjes. Weer kassa!

Sommige tegels zijn ook voorzien van een rood getal met een minnetje voor. Die gaan van –1 tot –5. U voelt het al aan uw water: wordt u opgezadeld met zo’n tegel betaalt u dat bedrag gewoon aan de bank. Ai, een verliespost!

De winnaar van de biedronde wordt de nieuwe startspeler en de Darwintegel gaat naar de speler die het minste tegels in zijn of haar uitlage heeft liggen. Zoals u ziet, het kneusje van dienst. We trekken vervolgens weer één tegel bij op hand, kunnen er voor 3 Darwin twee bijkopen en we zijn weer vertrokken.

Het spel eindigt op het moment dat een speler zijn twaalfde tegel aanlegt. Dan kan iedereen eventueel nog een laatste afgewerkt wezen scoren en/of een laatste juwelenscore doorvoeren.

De Darwins worden geteld en de speler met de dikste beurs wint.

Dat, beste medespeler, is Darwinci.

Enkele bedenkingen:

Achterop geraken is niet erg aan te raden. U zorgt er best voor dat u elke beurt een tegel bemachtigt. Dat is niet altijd even gemakkelijk, zoals ik zelf heb mogen ondervinden. U laat bij het bieden uw gedachten best niet te ver afdwalen.

Alleen afgewerkte wezens scoren punten. Hou daarmee rekening terwijl u vlijtig aan het puzzelen bent. Zonde een groot wezen te reproduceren dat uiteindelijk niet afgewerkt geraakt.

Het scoren door middel van de juwelen eist ook geen te lang getreuzel. U mag het voor elk symbool maar één keertje doen tijdens het spel, en iets is beter dan niets zeg ik altijd. Wacht dus niet te lang.

Het bieden vraagt wat gewenning, te meer daar u met de biedstenen van uw tegenstanders aan de slag moet. De nadruk in de vorige zin ligt op het moeten in de eerste biedronde. Dat "biedt" interessante tactische en strategische mogelijkheden. En dat is leuk. U kunt uw mede-aangezetenen vrolijk voor de wielen rijden.

U mag ook uw frame naar believen 90° draaien, zolang u nog geen rij of kolom van vier tegels hebt. Dat kan soms een oplossing bieden voor een acuut puzzelprobleem.

De speelduur is aangenaam en net lang genoeg. Binnen het uurtje bent u klaar.

Er is een variant voorzien waarin u leuke dingen doet met uw grote steen. Die wordt in het basisspel enkel gebruikt om uw kleur aan te duiden, maar in de expertversie mag u er ook interessante dingen mee doen tijdens het biedproces. Nog niet geprobeerd dus ik kan er niet veel over zeggen.

Heb ik me vermaakt tijdens dit spel? Het antwoord is ja. Het biedsysteem fascineert en het cerebraal malen achteraf over hoe ik het de volgende keer anders en beter zal doen is een goed teken.

U mag dit gerust eens nader bekijken.

Dominique

 

Darwinci (LudoArt, 2009)

Martin Schlegel

3 tot 5 spelers vanaf 9 jaar

30 tot 60 minuten

18:53 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.