23-08-09

Een Dekselse Pot!

Ik hou niet zo van het Franse chanson. Edith Piaff? Het spijt me dat ik het moet zeggen, beste medespeler, maar de dwerggeit van mijn voormalige buurman zong beter. Jacques Brel? Nooit begrepen wat men in die man heeft gezien. Johnny Halliday? Een regelrechte aanslag op de goede smaak. Had Osama Bin Laden de geniale ingeving gehad Johnny al zingend richting Twin Towers te sturen, het aantal slachtoffers was veel groter geweest. 700.000 toeschouwers onder de Eifeltoren op quatorze juillet 2009 kunnen zich toch niet vergissen, zegt u? Tja, het waren voornamelijk Fransen hé.

Neen, ik heb het niet zo hoog op met de zingende Franstalige medemens. Meer zelfs, ik gruw ervan.

De spelontwerpende Franstalige medemens daarentegen, dat is een ander paar mouwen. Philippe Keyaerts, Waal in hart en nieren, kan sinds Evo in mijn ogen maar weinig verkeerd doen. De heren Bruno Cathala en Bruno Faidutti – soms bekruipt me het ongemakkelijke gevoel dat ze één en dezelfde persoon zijn – staan hoog op mijn "te volgen-lijstje". Shadows Over Camelot heeft Serge Laget en de reeds eerder vermelde Bruno Cathala ten huize van ondergetekende een tabernakel opgeleverd, alwaar het spel samen met de uitbreiding "Merlin’s Company" achter slot en grendel wordt bewaard. Ze komen er enkel uit onder begeleiding van wierook en polifonische gezangen. Shadows Over Camelot is thuis ook het enige spel waarbij het wassen der handen vooraf verplicht is. Tot aan de ellebogen.

Veel krediet dus van mijnentwege voor de Franssprekende spelontwerpende medemens.

Maar soms gaat het ook wel eens een beetje mis.

Zelfs met de heren Laget en Cathala.

En hun spel Senji bijvoorbeeld.

Ik ga dit spel niet in detail bespreken, maar mij beperken tot mijn ervaringen tijdens mijn eerste kennismaking. Ervaringen die werden gedeeld door mijn favoriete medespelers, wiens mening ik altijd erg hoog aansla, tenzij het over Sandra Bullock gaat.

Laat ik beginnen met het positieve van Senji, want ook dat aspect is ontegensprekelijk aanwezig.

Senji is mooi. Heel mooi. Moest dit spel mij vermomd als vrouw passeren – ter hoogte van het Kruidvat in de Hasseltsestraat in Diest bijvoorbeeld – ik liep gegarandeerd tegen een parkeerautomaat op. Maar het is een spel en dan hebben we het over andere criteria wat schoonheid betreft. Een prachtig groot spelbord bijvoorbeeld, mooi afgezoomd met een scorespoor tot 80, met feudaal Japan erop. En zien we daar links bovenaan niet een detail uit het wereldberoemde meesterwerk "De Grote Golf" van Katsushika Hokusai? Kwijlsymptomen treden ook op bij het aanschouwen van de (actie)kaarten. De 18 samuraikaarten bijvoorbeeld, die elk corresponderen met een samuraifiguurtje. Ook de diplomatiekaarten (een setje voor elke speler) en de hanafudakaarten (waarvan we tijdens het spelen setjes proberen te verzamelen) zijn het bekijken en vasthouden meer dan waard. De forten, die op uw thuisbasissen worden neergezet, de "klaar in vier minuten-zandloper" en de negen gevechtsdobbelstenen zijn de afsluiters van het lijstje lekker in het oog springende spelonderdelen.

Jammer genoeg staat het spelen zelf – toch ook een niet onbelangrijk element – niet in verhouding tot de schoonheid van de onderdelen. Het eindresultaat is hier niet groter dan de samenstellende delen. Neen, 1 + 1 blijft hier jammer genoeg 1.

Om te beginnen vangt elke ronde aan met 4 minuten verplicht onderhandelen. Hierbij kan van alles en nog wat worden beloofd en uitgewisseld. En iedereen jengelt maar wat door elkaar. Niet mijn favoriete bezigheid tijdens een spel, temeer daar iemand een oogje op de zandloper moet houden. Dat leidt af. Ik heb daar in elk geval problemen mee want ik ben een man, ik kan geen twee dingen tegelijk. Speltechnisch hebben we hier dus te maken met een zeer manonvriendelijk gegeven. Dat zijn we nog niet dikwijls tegen gekomen.

Wie het eerst 60 punten haalt wint. Ook niet bepaald mijn dada. Ik hou van eindtellingen waar nog een beetje spanning inzit. Een bijkomend probleem is dat het spel neigt naar het creëren van een "wegloper", eentje van uw spellenvrienden die er op een bepaald moment op het scorespoor vandoor gaat en vanaf dan niet of zeer moeilijk terug te halen valt. Temeer daar deze speler bij de aanvang van elke nieuwe ronde de keizer op bezoek krijgt, waardoor hij de speelvolgorde mag bepalen en daar gigantisch van kan profiteren.

Japan is Japan, niks aan te doen, maar afhankelijk van je startpositie op het spelbord ben je bevoor- of benadeeld. Aan het randje ben je minder vatbaar voor aanvallen en dat is dus ideaal om tijdens de orderfase wat extra hanafudakaarten op hand te nemen. Je kunt wel altijd via de zee aangevallen worden maar als je aanvaller pech heeft kan hij wel een paar eenheden verliezen voor hij ook maar een voet aan land heeft gezet. Een potentiële agressor denkt wel even na vooraleer hij zo een campagne inzet.

Het verzamelen van setjes dan. Kijk, setjes verzamelen, dat is nu wél een beetje mijn dada. Maar er zijn grenzen, vooral die van mijzelf, en die worden in Senji zwaar overschreden. Alsof dat nog niet genoeg is worden we in het eindspel nog eens geconfronteerd met eindeloos optimaliseren bij het afleveren van de setjes in kwestie. Lees: er wordt een beetje veel geteld en opnieuw geteld en voor alle zekerheid herteld en daardoor gaat de rem erop. En het spel duurt al lang genoeg.

De overzichtelijkheid dan. Wat mij betreft was die voortdurend zoek, ondanks het feit dat de spelregels voortreffelijk werden uitgelegd. Er zijn teveel verschillende elementen die in elkaar moeten klikken. Er is zoveel om rekening mee te houden. Pas naar het einde toe begon zich bij mij enige Senji-vaardigheid af te tekenen. Meerdere spelsessies, liefst met dezelfde spelers, zouden dit probleem kunnen uitvlakken. Oefening baart immers kunst. En het spel wordt dan mogelijk iets leuker, zoals alle dingen de levens die je enigszins onder controle hebt. Maar net als ik had geen enkele van mijn medespelers na afloop zin om ooit nog oefeningetjes in Senji-spelen te doen. Voorwaar een veeg teken.

Anderhalf uur staat op de doos. Het is algemeen geweten dat uitgevers graag een loopje nemen met het aspect tijd. Zij gebruiken blijkbaar een totaal andere tijdsindeling dan wij, de normale en spelende mens. Less is more, daar gaan ze blijkbaar van uit. 180 minuten verkopen minder goed dan 90, vandaar altijd dat afronden naar beneden. Senji is in hetzelfde bedje ziek. Doe er maar minstens anderhalf uurtje bij, zeker voor uw eerste afspraakje. Wij speelden ongeveer drie uur met z’n vieren, en wij spelen altijd zonder grübler. Wat gaat dat geven als men met z’n zessen aan de slag gaat?

Besluit: niks voor mij. En mogelijk ook niks voor u aangezien mijn medespelers óók zoiets hadden van; "Nooit meer!" Maar let op, dat waren wij. Vandaar het woordje "mogelijk" in de vorige zin. Ik heb het gevoel dat er wél spelers zijn die iets gaan hebben aan een uitgebreide verkenning van Senji. Zij die Samurai & Katana (Tilsit) goed vinden bijvoorbeeld. Of Shogun (Queen Games), al ligt deze laatste speltechnisch wel iets verder verwijderd van Senji dan S&K.

Op elke pot past immers een deksel, nietwaar?

Dominique

 

 

Senji

Asmodée, 2009

Serge Laget en Bruno Cathala

3 tot 6 spelers vanaf 12 jaar

90 minuten

10:16 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.