24-07-09

Lees en huiver!

Elke speler krijgt er vroeg of laat mee te maken: de blijkbaar nooit uitstervende specimen die hieronder staan opgesomd. Jammer dat Darwin niet meer tot de levenden behoort, hij zou hier een zware kluif aan hebben.

Ik kan niet om mijn verantwoordelijkheden heen. Veel belangrijker dan te waarschuwen voor de gevolgen van de Mexicaanse griep vind ik het aangewezen u te wijzen op de schade die onderstaande spelerstypes kunnen aanrichten.

Als pleister op de wonde geef ik u bij elk ettertje een tip waardoor ook u voordeel kunt halen uit diens uiterst irritante irritantheid.

Hier gaan we. In willekeurige volgorde want allemaal even erg. Met een wrange smaak in de mond maar het moet. Voor uw aller welzijn.

Het Pas Verliefde Koppeltje

Ze zijn verliefd en de hele wereld moet het weten. Tijdens het spelen worden er voortdurend lichaamssappen uitgewisseld (ook de meeste spelonderdelen komen onder te zitten), koosnaampjes gefluisterd, lichaamsdelen in elkaar verstrengeld, amoureuze blikken geworpen en gibberlachjes geuit. Samengevat: een paringsdans aan de speltafel. Makkelijk te herkennen door de aanwezigheid van het bovengenoemde en ook door de overdaad aan deodorant, parfum en andere geurmiddelen die ze gebruiken, meestal van een inferieur merk.

Doe er uw voordeel mee want uw kansen om te winnen worden aanzienlijk vergroot, tenzij één van beiden indruk wil maken op de ander waardoor die boven zichzelf uitstijgt. Meestal gaat het dan om het vrouwelijke specimen omdat die twee dingen tegelijk kunnen doen.

Advies: absoluut te mijden tenzij u kickt op de verstrengelende paringsdans uitvoerende medemens. In dat geval raad ik u aan uw hobby eens te herbekijken, u zit waarschijnlijk in de verkeerde club.

De Redenaar

Dit zeer irritante type wordt gekenmerkt door de verbale ondersteuning waarmee hij zijn of haar zetten, en meestal ook die van anderen, opkleurt. Samengevat: hij zegt wat hij denkt en zegt wat hij doet, tot in de kleinste details. Een voorbeeld, uit het spelersleven gegrepen: "Ik ga nu die fiche nemen zodat ik die actie kan uitvoeren. De andere openliggende fiches vind ik niet zo interessant en die laat ik dus best aan jullie. Nu, als ik die fiche op dat veld krijg ik waarschijnlijk vanaf ronde drie steeds weer extra inkomsten en kan ik misschien een voorspong opbouwen. Tja, maar misschien moet ik toch die andere fiche nemen want als ik deze neem kan een van jullie die andere nemen en dan kan ik misschien toch nog in de problemen komen als het verkeerd uitpakt. Even nadenken. Ik zit dus op drie in de spelersvolgorde. Dan komen jij en jij dus nog voor mij aan de beurt. Verdorie, toch jammer dat ik niet als eerste of tweede mag. Dat had de zaken aanzienlijk vergemakkelijkt. Maar ja, het is nu zo hé en ik moet toch iets doen. Geef de regels eens even door, ik moet even iets opzoeken. Mmmm. Ja, hier staat het. Ik citeer: de speler kan in zijn beurt alleen een fiche of een kaart nemen. Dat woordje of is belangrijk. Dat betekent dus dat ik niet én een fiche én een kaart mag nemen. Verdorie toch. Als dat wel zo was had ik een mooie zet kunnen doen. Weet je wat? Ik neem een kaart en neem die op hand. Zo, ik neem ze en ik houd ze op de hand. De volgende! Hé mannen, de volgende!!"

Doe er uw voordeel mee want als u dringend wat rust moet inhalen vindt u geen beter slaapmiddel. Tafels met een redenaar haalt u er zo uit omwille van het gesnurk.

De Voormalig Verliefde Samenspelers

Zich nog vaag de zoete roes van verliefdheid herinnerend, hebben we hier te maken met koppels wiens op springen staande relatie nog net voldoende cement bevat om aan de speltafel toch nog de kaart van de ander te trekken. Lees: zij helpen elkaar.

Makkelijk te herkennen aan de lange gezichten en aan de luidruchtige ruzies achteraf als geen van beiden er is in geslaagd te winnen.

Doe er uw voordeel mee want als de vechtscheiding zich aandient kunt u hem of haar misschien binnendoen.

De Gebetonneerde Alliantie

De Gebetonneerde Alliantie is een toevallig ontstane alliantie tussen twee spelers, meestal mannen, die wordt gecontinueerd omdat dat de eerste keer zo’n positieve ervaring was. Deze allianties worden in het spellenmilieu al eens "de homoconnectie" genoemd. Het gaat meestal om diehards die heel veel spellen spelen en dan nog voornamelijk samen, en de winst van één van hen staat voorop in het strijdplan. Heel moeilijk duo om te bestrijden. Kan uit elkaar gedreven worden door het organiseren van een duo- of solospel-avond, al is dat laatste écht wel het laatste redmiddel waarnaar u moet grijpen. Ook een handige tip: tijdens het spelen terloops opmerken dat u één van hen met de vrouw van de ander onlangs een hotel hebt zien binnen gaan.

Doe er uw voordeel mee door coöperatieve spellen met hen te spelen. Uw winstkansen stijgen dan aanzienlijk.

De Tijdreiziger

Dit type is voortdurend in de weer om het heilige principe van "De Tafel Plakt" te omzeilen en kenmerkt zich door het steeds weer te willen terugreizen naar het verleden. Dat verleden omvat reeds afgewerkte spelbeurten. Doel van de tijdreis: gedane beurten ongedaan maken. Ik heb het ooit meegemaakt dat een La Citta-sessie vier beurten werd teruggedraaid om de tijdreiziger in kwestie zijn mastermove alsnog te laten uitvoeren. Erg kenmerkend is ook de steeds weerkerende zin: "Had ik dát geweten had ik het anders gedaan." waarmee een niet mis te verstane sneer naar de verantwoordelijke voor de speluitleg wordt gegeven.

Doe er uw voordeel mee want als het niet voor iedereen erg duidelijk meer is hoe de vorige beurten werden afgewerkt en u wel kunt u tijdens de reconstructie interessante zaakjes doen.

Het Onschuldige Meisje

Zeer geliefd en meer dan welkom in "De Weerwolven van Wakkerdam", zeer te mijden in elk ander spel. Het Onschuldige Meisje, soms ook als man vermomd, probeert voortdurend in de kaarten van anderen te kijken. Brilglazen, vensterglazen, drinkglazen, spiegels, aluminiumfolie van Leo-koeken, gsm-display’s, alle middelen worden ingezet.

Makkelijk te herkennen aan de zonnebril, ook bij slecht weer. Gaat ook regelmatig naar toilet en is ook steeds vrijwilliger om drank of snoepjes te gaan halen, waarbij zij iedere medespeler persoonlijk en met een schouderklopje komt vragen waar hij of zij zin in heeft.

Doe er uw voordeel mee want terwijl het onschuldige meisje naar het toilet of om drank is kunt u in haar kaarten kijken. Maak hierover vooraf wel afspraken met uw medespelers, anders komt u ook in de problemen.

De Grübler

Ik gebruik bewust de Duitse term omdat de horror van het effect dat deze kerel teweegbrengt al enigszins in die uitspraak vervat zit. Synoniemen in het Nederlands: de nadenker, de twijfelaar, de afweger, de rekenaar, de treuzelaar. Kan een spelletje Coloretto drie tot vier uur laten duren. Als u geluk hebt. Heeft al menig speler tot wanhoop gedreven. Een zelfmoordgeval in de spellenwereld? Wedden dat er een grübler in de buurt was?.

Hulpmiddelen om dit sujet aan de leiband te houden: zandlopers, chronometers, wekkers, de sprekende klok en het plots roepen van "brand" wil ook wel eens helpen.

Doe er uw voordeel mee want u kunt ondertussen uw sms-berichten checken en beantwoorden. Neem gerust ook wat papierwerk mee naar de club en uw laptop. U kunt dan heel wat werk inhalen en op een goed blaadje komen te staan bij uw baas. U kunt eens relaxed naar het toilet of een praatje gaan slaan aan de andere speltafels. Pas met dat laatste wel op, want men durft u in dat geval wel eens verwarren met een ander uiterst irritant type: de Afleider. Indien u thuis speelt kunt u zich tijdens de beurt van de grübler lekker aan enkele huishoudelijk taken zetten zoals stofzuigen, afwassen, bedden opmaken, de wasmachine leegmaken en strijken. Ja, u kunt zelfs op het internet rustig op zoek gaan naar een interessante hobby.

De Afleider

Dit type probeert uw aandacht voor het spel te ondermijnen door over van alles en nog wat te praten, behalve over dat waar u op dat moment mee bezig bent, namelijk nadenken.

Te herkennen aan opmerkingen als: "Wisten jullie dat de posities van de twee solstitia tussen de sterren vanwege de precessie van de equinoxen elk jaar pakweg 50 boogseconden verder schuiven en dat ze toevallig rond het begin van 1999 de aangenomen hartlijn van de melkweg zijn overgestoken? Pakweg elke 13.000 jaar gebeurt dat weer. In sterrenatlassen die de equinox J2000 gebruiken is de afstand tussen de solstitia en de hartlijn van de melkweg dus maar ongeveer 50 boogseconden of 0.014 graden, en zo’n kleine hoek is alleen in heel grote sterrenatlassen te onderscheiden. Er is geen natuurkundige reden voor een verband tussen het vlak van de melkweg en het vlak van de aardbaan, en de precessie merkte er dan ook niets van dat de solstitia door de hartlijn van de melkweg gingen." Hoed u als zo’n opmerking tijdens Graantje De Voorste op u afkomt.

Doe er uw voordeel mee want u kunt af en toe al eens iets bijleren. En u kunt er ook een sport van maken gevatte antwoorden te verzinnen zoals: "Met of zonder uw permissie, ik voel me erg genoodzaakt mijn rechter equinox met volle kracht en dit in amper één boogseconde in uw precessie te rammen waardoor uw twee solstitia aan een zodanige verschuiving onderhevig zijn dat u wordt opgezadeld met ongeveer 13.000 jaar volledige arbeidsongeschiktheid."

Dit type speler komt nogal eens op spoedgevallen terecht.

De "Laatste? Over Mijn Lijk!-Speler"

Kenmerkt zich door het feit dat hij niet wil winnen maar wel speelt om niet als laatste te eindigen. Speelt altijd tegen de speler die het voorlaatste staat, waardoor die in de onmogelijkheid verkeert om nog kans te maken op de overwinning. Wordt erg onrustig als hij alleen op kop staat.

Doe er uw voordeel mee en pas uw tactiek aan door te spelen tegen de voorlaatste. Zorg er ten allen tijde voor niet als voorlaatste het begin van een ronde in te gaan. Zo vergroten uw kansen aanzienlijk om als derdelaatste te eindigen. In een spel met drie, beste medespeler, hebt u dan gewonnen!

De Adviseur

Subtiel sujet dat u schijnbaar helpt door goed advies te geven tijdens uw spelbeurt. Dat advies past echter in een groter plan dat maar één doel kent: winnen. Moeilijk te ontmaskeren omdat dit type meestal zeer sympathiek overkomt en oprecht met uw succes begaan lijkt te zijn. Dat maakt dit type speler extreem gevaarlijk. Zijn subtiliteit en manipulatieve vaardigheden zijn zo groot dat u er met open ogen inloopt. Zitten in het echte leven meestal in de verkoop.

Doe er uw voordeel mee want als u weet dat dit type aan tafel zit kunt u hém erin laten lopen door de indruk te geven dat hij de touwtjes in handen heeft, waarna u in het eindspel onverbiddelijk toeslaat. Dat vraagt veel en lang oefenen en ú moet daarvoor mogelijk ook een tijdje in de verkoop , maar als u het klaarspeelt heeft de bevrediging die u dan evenaart de allure van een mystieke Godservaring .

De Seksuele Focusser

Wint bijna nooit en is daardoor eerder onschadelijk maar is heel irritant omdat hij alles in een spelsessie een seksuele connotatie geeft. Voorbeelden: "Ja, ik ken wel iemand die met zo’n pion raad zou weten!" (Jungle Speed); "Nou, die Castillo, daar zou ik mijne snikkel ook wel eens in willen steken!" (El Grande); "O kijk, die wormen daar. Als we die eens stijf zouden kunnen krijgen. Hahahahaha!" (If Wishes Were Fishes);

Is meestal van de mannelijke kunne en partnerloos.

Doe er uw voordeel mee en geef hem op zijn verjaardag "Project Pornstar" cadeau. Hij is voor jaren zoet. Of leg met een paar spelers samen voor een bordeelbezoek zodat hij ontmaagd wordt.

De Spelonderdeelvernieler

Zeer gevaarlijk type omdat hij u op kosten jaagt. Heeft de neiging actiekaarten te plooien, te bijten in spelonderdelen, heel ostentatief pionnen te verplaatsen tijdens een loopspel waardoor er deuken in uw spelbord komen. Extreme gevallen durven zelfs al eens een spelbord in twee scheuren zodat het beter op tafel past. Vraagt tijdens het spelen ook specifiek naar hapjes met dipsaus.

Er bestaat ook een erg jonge versie van dit soort speler, genaamd kind.

Moeilijk te confronteren met zijn zwakheid omdat de bovenvernoemde handelingen meestal onbewust gebeuren, maar toch is ingrijpen meer dan noodzakelijk. Kaarten worden best gesleeved en als u echt helemaal zeker wil zijn raad ik u aan enkel spellen met hem te spelen die water, dipasus en bijt- en deukbestendig zijn. De mogelijkheden worden dan echt wel heel beperkt, want dan hebben we het over Duplo en Playmobil.

Doe er uw voordeel mee want als u geen eigenaar bent van het spel op tafel zijn lekkere hapjes met dipsaus lekker meegenomen.

De Betweter

Niet te verwarren met de adviseur. De Betweter heeft als eigenschap u te pas en te onpas te laten horen hoe dom u wel bent. En iedereen die zich in dezelfde ruimte bevindt mag dat weten.

Makkelijk te herkennen aan zijn zelfvoldane houding, ver achterover leunend met de kin licht omhoog en ondertussen arrogant glimlachend.

Is, zo heb ik mij laten vertellen, nogal eens werkzaam in het middelbaar onderwijs.

Doe er uw voordeel mee want als iemand ver achterover leunt is het een kleine moeite een klein zetje te geven zodat hij met zijn klikken en klakken onderuit gaat. Door de opwaartse beweging van Betweters onderbenen die daarvan het gevolg is gaat ook de tafel mee, met daarop alle spelonderdelen. Dat is mooi meegenomen als u op dat moment op het scorespoor achteraan bengelt.

Tot slot wil ik u extra waarschuwen voor de zogenaamde combo’s, die meerdere van de bovengenoemde types in zichzelf verenigen. Sommigen daarvan kunnen uw dood betekenen. U wilt bijvoorbeeld echt niet met een speler aan tafel die zowel Grübler- als Redenaarscapaciteiten in zich verenigt. Een Tijdreiziger + Grübler is ook dodelijk. U hoeft zeker ook geen tekening bij een Pas Verliefd Koppeltje waarvan de samenstellende delen bestaan uit een Afleider en een Adviseur. En als u geconfronteerd wordt met een Redenaar-Betweter loopt zelfs de Here Jezus een blokje om als u hem aanroept.

U bent gewaarschuwd. U hebt een leuke hobby. Laat deze niet vergallen door wat hierboven de revue is gepasseerd. Als ik mag kiezen tussen de Mexicaanse griep en de hierboven genoemde – Hij bedoelde het wel goed, maar kleurde hier toch een beetje té ver buiten de lijntjes – schepsels van Gods natuur, dan weet ik welke keuzemogelijkheid ik aankruis.

Ik raad u aan hetzelfde te doen.

Dominique

 

11:21 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (14) |  Facebook |

17-07-09

Beter één op je bord dan tien in de lucht.

Medespeler, mag ik vriendelijk verzoeken even naar het volgende te kijken?

http://www.youtube.com/watch?v=bnMIHpdYwX8

Dank u. Dat was mijn inleiding.

En nu over naar de kern van de zaak. Het spel waar ik het me u wil over hebben is "Birds On A Wire" van Gryphon Games. Ik wil het daar met u over hebben omdat een leuk spel is met een – denk even terug aan de inleiding – erg origineel thema.

Het doel van het spel is de eenvoud zelve: op uw persoonlijk spelbord met drie electriciteitsdraden groepjes vogels zien samen te krijgen van dezelfde soort – zijnde grootte, dikte en lengte – en dan nog liefst in zo weinig mogelijk groepjes. En dat, beste medespelers, is in tegenstelling tot wat de cuteness van het thema laat vermoeden, geen eenvoudige zaak. Geloof me of niet, maar als u dit op tafel legt moeten uw hersencelletjes vol aan de bak.

Zoals aangehaald beschikt elke speler over een eigen spelbordje. Denk aan Puerto Rico, maar dan blauwer. Verder in de doos: 63 voorgeponste vogelfiches, bestaande uit 9 verschillende soorten met 7 van elk, een zwarte zak waar al die fiches in moeten, een luchtbord waar de rondvliegende vogeltjes op terechtkomen en 4 zogenaamde zapfiches. Het kenmerk van de zapfiches is dat er een bliksemschicht op staat afgebeeld. Dat roept bij u ongetwijfeld al een aantal levendige associaties op. Verder bevat de doos nog een reclamefoldertje met informatie over de andere spellen van deze erg handig "gedooste" Gryphon-reeks. Een gouden tip: vermijd vooral Gem Dealer.

Ieder dus verwachtingsvol aan tafel, elk zijn of haar bordje, luchtbord in het midden van de tafel met diagonaal de vier zapfiches erop, de zak met vogelfiches geschud en grijpklaar en – het belangrijkste van al – de oogjes goed open. Onthou vooral dat van die oogjes.

Op uw persoonlijke spelbordje bevinden zich drie elektriciteitsdraden waarop elk vier vogeltjes kunnen zitten. Die vogeltjes zoeken uw draadjes op een heel originele manier op: u trekt ze uit een stoffen zak. Een beurt is heel simpel: u trekt en u legt. Het eerste vogeltje dat u trekt mag u nog weigeren. In dat geval fladdert het naar het centrale luchtbord. U moet daarna een tweede vogeltje trekken en het alsnog op één uwer elektriciteitsdraden plaatsen. Tres simple. Maar er zijn een paar maren. Ten eerste moet een vogeltje op je draden altijd worden gelegd naast, boven of onder een vogeltje van identiek dezelfde soort. Ten tweede moet u wanneer een rij of kolom op het centrale luchtbord – waarop de voorgaande legregels trouwens niet van toepassing zijn – helemaal vol is alle vogeltjes (3 of 4) van deze rij nemen en ze vervolgens volgens de geldende legregels op uw eigen bordje inpassen. Lukt dat niet of slechts gedeeltelijk fladderen deze vogeltjes in uurwijzerzin naar de volgende speler enzoverder, tot ze eventueel weer bij u terechtkomen en u ze, gelukkig maar, eender waar op uw draadjes mag onderbrengen. Als u geluk hebt mag u ook nog de zapfiche nemen die in de volgemaakte kolom op het luchtbord ligt. Daar kan u later in het spel leuke en zeer aangename dingen mee doen.

De zapfiches dus. Een heel belangrijk spelonderdeel, ook al zijn ze maar met z’n vieren. Deze mag je opsparen en later in het spel, in plaats van het trekken van een vogelfiche, gebruiken om ongewenste vogels van een van je eigen draden of zelfs die van een andere speler te verjagen. Eén vogeltje blijft dan zitten en trekt één pootje op, iets wat mooi staat afgebeeld op de achterkant van de vogelfiche. Omdraaien dus die handel. Dat vogeltje blijft voor de rest van het spel lekker zitten en het levert je gegarandeerd een punt op bij de eindtelling. De opvliegende fluiters echter proberen volgens de geldende legregels een plaatsje te vinden bij je medespelers. Als dat niet lukt verhuizen ze gewoon naar het centrale luchtbord.

Deze migratie door het vullen van kolommen en rijen op het centrale luchtbord en het inzetten van zapfiches zijn erg belangrijk. Goed uitvogelen en vooruitzien waar bepaalde vogels gaan terechtkomen is een aan te raden basisvaardigheid als u dit spel tot een goed einde wil brengen. De juiste vogels naar uw draadjes lokken en de ongewenste wegjagen is de hier sleutel tot succes.

En het strafste moet nog komen: wie wint?

Dat, beste medespeler, is heel eenvoudig. En aan de andere kant ook zo moeilijk. Om te bepalen of u gewonnen heeft moet u uw kleinste groep van dezelfde soort vogels die horizontaal en verticaal aan elkaar grenzen bepalen. Solitaire vogels tellen niet mee. Als u meerdere kleinste groepen van hetzelfde aantal vogels hebt mag u al die vogeltjes meetellen. Gezapte vogels, die met een ingetrokken pootje, leveren elk een punt op. De eindtelling levert soms gekke resultaten op. Hebt u bijvoorbeeld een groepje van drie en twee groepen van vier scoort u slechts drie punten. Hebt u twee groepen van drie en één groep van vier scoort u zes punten.

Het speleinde komt vrolijk binnengewandeld in de ronde waarin een speler zijn twaalfde vogeltje op zijn bord plaatst of zodra een speler zes vogels van dezelfde soort in groep op zijn bord heeft liggen. Die wint dan onmiddellijk. Kniel in dat geval onmiddellijk neer voor hem of haar en vraag een handtekening, want dat is beestig moeilijk. Maar haalbaar, zoals één onzer medespelers bijna proefondervindelijk heeft aangetoond. Bijna.

Zelf ben ik nogal voor open en bloot, maar niet bij spellen. Spellen waarin je de punten van de anderen kunt uitrekenen, waar eigenlijk iedereen dat doet waardoor het spel in kwestie begint de slepen en het spelplezier als een pudding onder een stoomwals in elkaar zakt zijn niks voor mij. Bij Birds On a Wire heeft me dat totaal niet gestoord. Ten eerste omdat het tellen zo snel gaat en ten tweede omdat iedereen iedereen zit te beloeren en iedereen iedereen constant een loer probeert te draaien. U brengt op visueel vlak dan ook aanzienlijk meer tijd door op het spelbord van uw tegenstanders dan op dat van u.

Wat is hier nóg goed aan? Ondanks mijn vrees voor analyseparalyse speelde dit verrassend snel weg. Verder werd er veel gelachen aan tafel, werden er wel erg veel blikken van verstandhouding uitgewisseld, nam de neiging tot vergeefs gokken toe naarmate met dichter en dichter bij de groep van zes vogeltjes kwam, steeg de spanning bij elke ronde tot een niveau dat ik zonder aarzelen ondraaglijk zou willen noemen, kregen we te maken met spelsituaties die op slag konden veranderen waardoor tactieken in een even hoog spoedtempo dienden te worden aangepast en leden we aan het gevoel dat we het spel op bepaalde momenten niet in de hand hadden. Tot we onze monden tijdens de nabespreking plots voelden openvallen omdat we beseften dat we het naderend onheil hadden kunnen zien aankomen, hadden we onze mooie oogjes maar beter gebruikt.

Bijschuiven als u dit op tafel ziet liggen.

Dominique

 

Birds On A Wire

Gryphon Games, 2009

Carey Grayson

2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

20 tot 30 minuten

23:15 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-07-09

Kijk mama, een bromtrol!

Lelijke en vooral ongewassen trollen zijn wij. En we beschikken over een eigen brug. Daar staan wij met gekruiste armen op. Stinkend en wachtend. Op reizigers die we zullen opeten of, als ze geluk hebben, een aanzienlijke hoeveelheid tol moeten betalen. Zo’n brug onderhouden kost immers geld en daarbovenop lijden we sinds onze maagvergroting aan een chronisch hongergevoel.

De reizigers die we niet onmiddellijk opeten steken we in de voorraadkamer voor later, de opgeëiste tol komt uiteraard in onze schatkamer terecht.

Zoals u in de eerste regel van deze bijdrage kunt lezen zijn we met meerdere trollen, soms zelfs met z’n zessen. Er ontstaat dus een zekere concurrentie voor het binnenhalen van potentiële passanten. Bij mooi weer zijn ze met velen, bij slecht weer zie je bijna geen mens buiten en heerst er schaarste. We zouden geen trollen zijn als we geen perverse manier hadden gevonden om reizigers naar onze brug te lokken. Zodra we weten wie er op stap is spelen we met onze trollenvrienden een biedspelletje. Met gekleurde houten blokjes. Wie dat wint mag als eerste een reiziger naar zijn of haar – vrouwelijke trollen, ze bestaan – brug leiden. Wie het meest biedt kiest eerst, wie nogal aan de gierige kant is kiest laatst. Als er meer reizigers dan trollen zijn hebben de meest biedende geluk.

We kunnen ook onze brug sluiten voor een tijdje. Je mag dan niet meebieden, maar je krijgt dan wel biedblokjes op basis van het aantal spelers die hun brug wel hebben geopend. In een spelletje met vier trollen bijvoorbeeld krijg je als je je brug voor een ronde sluit twee biedblokjes uit de algemene voorraad voor elke speler wiens brug "open" is. Is de algemene voorraad uitgeput haal je de blokjes weg bij de trol die er het meeste in zijn persoonlijke voorraad heeft. Dat voelt lekker.

Af en toe komt er een nietsvermoedend buitenkansje je brug op gewandeld. De edelen bijvoorbeeld, waaraan je geen tol vraagt maar die je gewoon even in de voorraadkamer propt in afwachting van een grote som losgeld. Dreigen met opeten helpt écht als je via die doelgroep iets wil bijverdienen en als je geluk hebt komt er al snel een gezant met de gevraagde goudstukken langs. Uiteraard gooi je die kerel na inning van het goud gewoon in de voorraadkamer, voor bij de soep vanavond. Ook welgekomen zijn lieden als de steenhouwer, de waarzegster en de nar die je, na wat afdreigen met een servet en mes en vork, extra biedblokjes, kaartinformatie en flexibeler biedmogelijkheden schenken.

Maar zelfs trollen moeten soms aan de voorzichtige kant zijn. Er zijn ook lieden die geen schrik hebben van ons. De draak bijvoorbeeld, die de kaart met de hoogste waarde uit onze residentie rooft. Of de ridder, die een op het menu geplaatste gevangene met de hoogste waarde bevrijdt. De dief op zijn beurt gaat vrolijk met uw tolopbrengsten aan de haal. Gelukkig kun je je hiertegen wapenen door de diensten van de knoflookhandelaar in te roepen, mijn favoriet. Eén ademstoot van die kerel en alles ligt plat.

Gek, soms trippelt er een geit onze brug op. Er zitten er vier in het spel en ze heten allemaal Billy. Billy’s getrippel veroorzaakt schade aan onze brug, zijnde minpunten, tenzij we hem wat verschillend gekleurde biedblokjes toewerpen. In dat laatste geval scoren we pluspunten. Briljante spelers houden dan ook een steenhouwer op de hand om tijdens een confrontatie met Billy snelsnel extra biedblokjes binnen te halen en zo te punten. ’t Is niet waar: een combo!

Op het einde van een beurt krijgt iedereen de kans punten te scoren door verzamelde kaarten uit de voorraadkamer en de schatkamer gecombineerd in te ruilen. Dat betekent dat u uit beide kamertjes moet inleveren, anders geen punten. Daar bovenop mogen we ook nog eens onze brug opwaarderen. Dat doen we – hou u vast – door het inleveren van overwinningspunten, eventueel gecombineerd met kaarten uit onze schatkamer. De eerste opwaardering is 15 punten waard, latere opwaarderingen dalen steeds verder in waarde tot 1. Niet te lang wachten hiermee is dus de boodschap. Elke opwaarderingskaart is op het einde van het spel nog 1 punt extra waard. Eenvoudig gesteld: een kaart van 15 scoort 16.

Wij spelen tot er bij het begin van een beurt niet voldoende reizigers meer kunnen worden aangevuld. Wij tellen onze verzamelde punten op en kijken bewonderend naar de winnaar, de grootste trol eigenlijk. Verliezen valt dus nog wel mee als je het vanuit dat perspectief bekijkt.

"De kaartillustraties hadden beter gekund." Dat was een opmerking van één mijner medespelers na afloop van onze eerste sessie. Hij had gelijk. Ik vermoed dat men vergeten is de illustrator te briefen over het feit dat niet álle karakters in het spel trollen zijn. De waarzegster bijvoorbeeld is niet bepaald een type dat ik na zonsondergang zou willen tegenkomen. Of net wel, ’t is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. Mogelijk heeft de illustrator, Ryan Laukat, een zwaar jeugdtrauma opgelopen waardoor zijn vertrouwen in de mensheid een zodanige deuk heeft opgelopen dat hij zijn kans schoon zag illustratief wraak te nemen. Het weze hem gegund, mij heeft het niet echt gestoord. De kaarten zijn voldoende duidelijk en, net als de rest van het spelmateriaal, taalonafhankelijk. Dat is mooi meegenomen.

"Dat is mooi meegenomen" vat dit spel eigenlijk erg goed samen. Pakken wat je kunt krijgen op die brug van jou is erg aangewezen. Timing is belangrijk bij het inruilen en al te lang treuzelen strekt niet tot aanbeveling, tenzij je een aversie hebt van winnen. Het is een kaartspel en dat bedriegt hier toch wel een beetje. Men denkt dat men dat varkentje eens snel zal wassen en men produceert bij die gedachte een nogal arrogant glimlachje. Ik zie het zo voor me. Toch, voorzichtigheid is hier geboden. We hebben het hier over een regelwerk van 12 bladzijden en u moet toch een paar kronkels in uw hoogst gelegen orgaan leggen om dit geassimileerd te krijgen. Vooral de richtlijnen aangaande het bieden, de daarmee samenhangende spelersvolgorde en de consequenties van het openen en sluiten van bruggen vragen wat concentratie. Haal die badpakkenspecial-poster van P-Magazine dus even van de muur als u aan dit naslagwerkje begint.

Ik raad dit aan. Ondanks mijn terughoudendheid ten aanzien van spellen waarin moet geboden worden. Ik wik mijn woorden, maar mogelijk raad ik dit net aan omwílle van het biedsysteem. Want, in tegenstelling tot de meeste andere biedspellen, kunt u altijd wat. U zit er nooit voor spek en bonen bij. Ik heb sedert mijn verliessessie al hele scenario’s uitgedacht over hoe ik het de volgende keer ga aanpakken. Dát, beste medespeler, is een goed teken.

Als u dit in een gespecialiseerde spellenzaak ziet liggen, beste medespeler, geef ik u deze gouden raad: mooi meenemen!

Dominique

 

Bridge Troll

Z-Man Games, 2009

Alf Seegert

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45 tot 60 minuten

21:36 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

15-07-09

Frankfurter Worst - Frankfurter Saalbau: 205 - 150

Laten we het even hebben over een abstracte denkoefening van de heer Schacht, na Knizia goed op weg om vanaf dit jaar notoir spelbraker te worden. Alhoewel, deze was in opdracht van een bouwonderneming uit Frankfurt die in 2009 haar 150ste jaar van bestaan viert. De schone deugd van het uitbraken van spellen kan, mits het door de juiste auteur wordt beoefend, ook al eens meevallen. Gelukkig helt de balans bij BB&Co over naar "oké". Niet meer maar ook niet minder.

In verschillend gekleurde stadsdelen leggen wij, uit onze persoonlijke voorraad van drie, gekleurde fiches die gebouwen en parken moeten voorstellen. Op deze fiches staan ook punten die we onmiddellijk mogen innen na het neerleggen, eventueel vermeerderd met de punten van gelijkaardige gebouwen die zich al in datzelfde stadsdeel bevinden. Als toetje kun je als beurtafsluiter nog een groot project realiseren, wat je puntenaantal aanzienlijk de hoogte in jaagt.

Beste medespeler, ik moet u een vraag stellen. Hoeveel spellen bent u al tegengekomen waarin de globale hoeveelheid muntstukken een gezamenlijke waarde heeft van twaalf? Moest dit nu een solospel zijn was dat nog enigszins te doen, maar als je dat dan nog eens moet delen door vier? U, ervaren als u bent, hebt al lang begrepen dat een spelonderdeel dat de naam goudmunt draagt en dat, zegge en schrijve, uit ocharme twaalf eenheden bestaat een HEEL BELANGRIJK spelonderdeel moet zijn. U hebt gelijk. U komt relatief makkelijk aan een muntstuk door een fiche op een bouwplaats te leggen met de afbeelding van een – u raadt het nooit – muntstuk. Maar u geraakt er nog veel gemakkelijker vanaf omdat u voor het bekomen van nieuwe fiches – vooral de fiches die voor u interessant zijn – en het oprichten van grote projecten moet betalen.

U legt, u krijgt en u koopt tot de vooraard beschikbare fiches niet meer kan worden aangevuld vanuit de zwarte zak. Vervolgens mag u van één kleur van uw resterende fiches de punten bijschrijven op het uiterst handige scorespoor. Wie daarna het verst is gevorderd op dat spoor wint.

Dit spel heeft een aantal eigenschappen die in mijn spellenwoordenboek kalligrafisch staan beschreven: scoren na elke beurt, snel, overzichtelijk, elegant, eenvoudige en duidelijke regels en dus snel uitgelegd, tactisch, functioneel en goedkoop. BB&Co heeft echter ook karaktertrekken uit mijn spellenwoordenboek die geen kalligrafie verdragen en die terug te vinden zijn onder het hoofdstuk "Dat heb ik toch liever niet": abstract, voorzetjes geven aan medespelers, niet bepaald mooi, een vlakke opwindingscurve, weinig interactie.

Legt u dit in mijn bijzijn op tafel doe ik lekker mee. Of ik het uit eigen beweging nog dikwijls op tafel ga uitspreiden betwijfel ik. Er zijn immers spellen die veel beter zijn. Maar er zijn er evenveel die slechter zijn. Wat hebben we dan? Een middenmoot.

Valt u onder de gemeenschappelijkste der gemeenschappelijke noemers, zijnde Jan Modaal, dan zult u zich geen builtje vallen met de aankoop van BB&Co. Hebt u graag veel vlees aan uw spellenbot en kauwt u daar achteraf graag lang op, zoek dan andere jachtterreinen op.

Wist u trouwens dat in 2004 de Frankfurter Worst  200 jaar bestond? Jammer genoeg heeft men toen verzuimd Herr Schacht aan te zoeken voor een spelontwerp. Ik ben benieuwd welke abstracte onderbouw hij daarvoor had gecreëerd en welke naam het eindresultaat had gedragen.

Die Goldene Würst?

Misschien een idee voor een spellenprijs?

Dominique

 

Bürger, Baumeister & Co

Abacus, 2009

Michael Schacht

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten

16:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-07-09

Mét prik graag!

Net als u, mannelijke medespeler, heb ik vroeger verkleed als Zorro heroïsche daden verricht. Gezeten op mijn trouwe hengst Blackie heb ik menige vrouw in nood van een gewisse dood gered. Zo heb ik ooit mijn eigen moesje tijdens het ophangen der was moeten beschermen tegen een frontale aanval van een Vlaamse Gaai. Hij was geen partij voor mij en mijn scherpe degen. De connotatie van belachelijkheid die het woord fladderen oproept werd nooit treffender geïllustreerd dan toen, op dat moment. En garde!

Uren en uren heb ik geoefend in mijn geheime uitvalsbasis, garage genoemd. Een coup de droit, een contra riposte, een contre temps, een feinte, een remise, een point en ligne, een contre-attacque werden door ondergetekende tot in de perfectie beheerst en dit allemaal aan een ongelooflijke temps d’escrime. Het schermen had geen geheimen voor mij. U hebt geluk dat u mij in die era niet bent tegengekomen.

Het ouder worden echter heeft mijn souplesse, snelheid en alertheid duidelijk geen goed gedaan. Eender welke idioot met iets wat op een floret lijkt hakt me nu zonder enige moeite in de pan.

Maar ooit, beste medespeler, was ik dé man.

Nú mag ik me gelukkig prijzen dat ik ondanks mijn aftakelende lichaam – leuk hoor, stop maar met lachen, dáár nog lang niet – de edele kunst van het schermen zittend aan een keukentafel toch nog kan beoefenen. En ik waarschuw u: zelfs zittend heb ik nog geen enkele van mijn oude trucs verleerd.

Ter zake. Ik wil het met u even hebben over het spel Musketiere.

Musketiere staat al jaren in mijn spellenkast en het wordt veel te weinig gespeeld. Want het is een erg leuk kaartspelletje. En het verdient dus een tafel en spelers. De versie die in mijn kast staat is die van Hexagames. Geboortejaar 1991. Kun je nagaan.

Ik sleep het nu even opnieuw in de etalage omdat de toffe peren van Pegasus Spiele pas een nieuwe versie hebben uitgebracht. In een blikken doosje, een nieuwe hobby bij Pegasus. En het spelletje verdient zeker uw aandacht. Ik gebruik bewust de term spelletje omdat het hier niet echt om een "zware" gaat. Nee, het is een "lichte". Eentje voor de opwarming of voor de chill out-ruimte. Maar ook dit soort spellen heeft zijn bestaansreden. En in dit geval mag dat bestaan gerust worden opgemerkt.

Het spel bestaat uit 76 kaarten die zijn onderverdeeld in musketierkaarten, kardinaalkaarten edelsteenkaarten en gevangeniskaarten.

Bij aanvang van het spel krijgt elke speler 12 musketierkaarten. Die hebben een waarde tussen 0 en 10 en er staan ook 0 tot 4 degens op. Daaruit kiest elke speler 3 kaarten die hij gedekt voor zich neerlegt. Deze kaarten worden soldenkaarten genoemd. De waarde van die kaarten wordt, als u het heel slim speelt, op het einde van een ronde omgezet in zilverstukken. Zilverstukken staan in dit spel gelijk met overwinningspunten. U weet dus wat u te doen staat. De overige 9 worden speelklaar op hand gehouden. De kardinaalkaarten worden geschud en gedekt klaargelegd. De edelsteen- en gevangeniskaarten worden eveneens grijpklaar gelegd.

Vervolgens bestijgen we op elegante wijze onze hengst en rijden de wijde en gevaarlijke Franse wereld in.

Een spelbeurt is trés simple. De bovenste kardinaalkaart wordt omgedraaid. Deze heeft een waarde tussen 4 en 40. Deze kaarten verpersoonlijken de klootzakken in het spel, de persoonlijke garde van kardinaal Richelieu himself, een zeer onsympathiek sujet. Nadat elke speler de sterkte van de garde heeft bestudeerd en even heeft nagedacht hoe hij zijn medespelers een ongelooflijke loer gaat draaien kiest men een handkaart en legt men deze gelijktijdig open. Is de totaalwaarde van de opengelegde musketierkaarten gelijk of groter dan de waarde van de kardinaalkaart krijgt de speler die de hoogste musketierkaart heeft uitgespeeld een edelsteenkaart. Deze mag hij op één van zijn 3 gedekte soldenkaarten leggen. Ligt op het einde van het spel een edelsteenkaart op een soldenkaart wordt de waarde van die kaart verdubbeld. Is er een gelijkstand tussen de hoogste kaarten hakt de kaart met de meest afgebeelde degens de knoop door. Is de totaalwaarde van de uitgespeelde musketierkaarten lager dan de waarde van de kardinaalkaart krijgt de speler die de laagste musketierkaart uitspeelde een gevangeniskaart. Deze wordt ook aan een soldenkaart toegewezen. Een soldenkaart met een gevangeniskaart scoort 0 punten op het einde van het spel.

Wat is hier leuk aan? Wel, er zijn maar drie edelsteenkaarten en gevangeniskaarten in omloop. Ik gebruik bewust het woord omloop omdat die kaarten net als de renners in de "Omloop Het Volk" vanaf een bepaald moment in het spel nogal veel gaan bewegen. Want als er geen beschikbaar zijn in de algemene voorraad moet je ze gaan weghalen bij een medespeler. Edelsteenkaarten worden uiteraard met open armen, een brede grijns en een diepe buiging ontvangen, gevangeniskaarten daarentegen worden met trillende handjes en absoluut niet in dank aanvaard. Verder worden we geconfronteerd met enkele interessante dilemma’s. Die drie soldenkaarten, welke gebruik je daarvoor? Hoge om hoog te kunnen scoren op het einde, maar daardoor minder kans om edelsteenkaarten te winnen tegen de garde? Lage, met de kans op een lage score op het einde maar meer mogelijkheden om edelsteenkaarten binnen te halen? Wil je iemand een gevangeniskaart aannaaien, hoe doe je dat dan het beste? Laag uitspelen, inderdaad, maar niet laag genoeg want anders val je in je eigen put. En wat als de garde met waarde 40 zijn opwachting maakt, was dann? Of beter, wie dan?

Het spel eindigt zodra elke speler zijn 9 handkaarten heeft uitgespeeld. De waarden van de soldenkaarten worden opgeteld, al dan niet gemodifieerd door edelsteen- of gevangeniskaarten - én is ook mogelijk - waarna de winnaar de verliezers mag lek prikken. U moet zich daarvoor schrap zetten na ongeveer 30 minuten.

Pegasus brengt dit bescheiden pareltje niet voor niets opnieuw uit. Geloof me, er zitten een paar slimmeriken bij die uitgever.

Ik hou van dit spelletje. Het is eenvoudig van opzet, speelt lekker en snel weg en het herbergt een aantal subtiliteiten die pas na enkele sessies hun ware en vooral gemene aard openbaren. Er wordt wat afgebluft in dit spel. En er is één constante: op uw medespelers hoeft u niet te rekenen. Bizar in een spel waarin men elkaar echt wel nodig heeft.

Het is een harde wereld.

Dominique

 

Musketiere

Pegasus Spiele, 2009

Franz-Jozef Lamminger

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

20 tot 40 minuten

 

08:11 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-07-09

Het zit van binnen!

Er staan twee romans in mijn boekenkast die ik koester als waren ze het kaartspel San Juan. De boeken in kwestie dragen de titel " De Gevangene" en "Het Kaartenhuis" en werden respectievelijk geschreven door Mary Doria Russel en Mark Z. Danielewski.

De Gevangene gaat over een Jezuïet die op een andere planeet, genaamd Rakhat, meermaals wordt verkracht door een bende aliens. Nu heeft dat wel iets, een fundamentalistische bekeerzieke Jezuïet die genaaid wordt door een alien, maar in dit boek krijg je er toch een beetje medelijden mee. De verwachtingsvolle heenreis naar Rakhat duurde immers 17 jaar. Vanuit het bekeringsgerichte Jezuïetenstandpunt wel een heel lang voorspel op zo’n anticlimax als je het mij vraagt.

Het Kaartenhuis is van een heel ander kaliber. Hierin wordt het verhaal verteld van een gezin dat tot de vaststelling komt dat hun huis aan de binnenkant groter is dan aan de buitenkant. Als ik dat boek in twee woorden moet omschrijven worden die woorden als volgt geschreven: Waanzinnig en Beklemmend. Met een dikke vette hoofdletter zoals u ziet. Als u het mij vraagt hebben de makers van The Blair Witch Project hier de mosterd gehaald. En er, tussen ons gezegd en gezwegen, vervolgens op onnavolgbare wijze een potje van gemaakt. Gelukkig is de pot waarin wordt geroerd in Het Kaartenhuis van een zodanig kaliber dat u ’s nachts regelmatig zwetend wakker wordt waarna u als een bezetene, bibberend op uw benen, met een rolmeter alle kamers in uw woonst gaat opmeten. En de volgende nacht doet u dat opnieuw. En de nacht daarop opnieuw. Tot u uiteindelijk krijsend in pyama met uw rolmeter in de hand de straat oprent om nooit weer te keren. U bent gewaarschuwd.

Vanwaar deze blijkbaar nergens toe leidende inleiding hoor ik u al denken? Wel, beste medespeler, het thema van Het Kaartenhuis leunt lekker aan bij wat ik u wil vertellen. Ik wil het met u namelijk hebben over mijn lievelingsspel "San Juan", meerbepaald over de fantastische uitbreiding voor dit spel. Een uitbreiding die u kunt terugvinden in "Die Schatzkiste" van Alea. Want net als in Het Kaartenhuis blijft de omvang van de buitenkant, in dit geval de doos, hetzelfde. Maar de inhoud is met een dikke 30 kaarten uitgebreid. En het gaat hier niet alleen om een kwantitatieve uitbreiding, maar – verdomd als het niet waar is – ook een kwalitatieve!

San Juan, of "Puerto Rico: Het Kaartspel" is bij de meesten onder u welbekend. Ik ga me hieronder dan ook beperken tot het beschrijven van de nieuwe kaarten in de uitbreiding. Om u alvast te laten wennen aan de Duitse terminologie – er is in heinde en verre geen Nederlandse vertaling te bespeuren – heb ik de originele kaartnamen even overgenomen.

Lees en kwijl.

Amtsstube

Bij het begin van elke ronde mag u 1 of 2 handkaarten afleggen en in de plaats 1 of 2 kaarten nemen van de trekstapel. Leuk als u van dat afval in uw handen wilt geraken en, manueel althans, een beetje wil opwaarderen. Kostprijs 1, zegepunten 1, aantal 3.

Wachstube

Alle spelers die geen Wachstube hebben gebouwd mogen aan het begin van de ronde slechts 6 kaarten op hand houden in plaats van 7. Spelers die een toren hebben gebouwd mogen gelukkig nog tot 12. Kostprijs 1, zegepunten 1, aantal 3.

Schenke

Als je na de bouwmeesterfase het laagste aantal gebouwen bezit (productiegebouwen + paarse gebouwen) mag je een kaart van de trekstapel nemen. Kostprijs 2, zegepunten 1, aantal 3.

Park

Overbouw je het park – je hebt wel een kraantje nodig – doe je dat gewoon gratis. Alleen de Kathedraal, waarover later meer, kost je dan nog 1. Kostprijs 3, zegepunten 2, aantal 3.

Zollamt

Bij het begin van de raadsheerfase neem je een kaart van de trekstapel en legt ze als handelswaar gedekt op het Zollamt. Tijdens de handelaarfase mag je deze handelswaar verkopen. Gegarandeerde opbrengst: 2 kaarten. Kostprijs 3, zegepunten 2, aantal 3.

Bank

Eén keer tijdens het spel, bij het begin van een nieuwe ronde, mag je al je handkaarten onder de bank leggen. Bij de puntentelling op het einde telt elke kaart voor 1 punt. Kostprijs 4, zegepunten 2, aantal 3.

Hafen

Tijdens de handelaarfase mag de bezitter één verkochte warenkaart onder de havenkaart leggen. Elke kaart telt voor 1 zegepunt bij de eindtelling. O wat leuk! Kostprijs 4, zegepunten 2, aantal 3.

Goldschmiede

Tijdens de goudzoekerfase wordt de bovenste kaart van de trekstapel omgedraaid. Is deze kaart nog door geen enkele speler gebouwd mag je ze op hand nemen. Kostprijs 5, zegepunten 3, aantal 3.

Residenz

Je krijgt op het einde van het spel voor elke groep van drie verschillende gebouwen die je hebt gebouwd met dezelfde bouwkost 4-3-2-1 zegepunt. Kostprijs 6, zegepunten variabel, aantal 2.

Kathedrale

Is geen gebouwenkaart die zich in de stapel bevindt, maar ligt gewoon open bij het begin van het spel. Wie De Kathedraal bouwt legt ze gewoon open bij zijn andere gebouwen. De bezitter krijgt op het einde van het spel voor elk 6-gebouw dat andere spelers hebben gebouwd 4-3-2-1 punt. Kostprijs 7, zegepunten variabel, aantal 1.

En dan hebben we nog de gebeurteniskaarten. Ze zijn met z’n zessen en worden gewoon mee in de trekstapel geschud. Worden ze getrokken worden ze centraal open gelegd en kunnen ze door elke speler worden geactiveerd. Ze komen dus nooit op het handje. De speler die een gebeurteniskaart activeert mag geen rol selecteren. Na activatie gaan ze gewoon weer in de aflegstapel. Ze kunnen dus later in het spel weer opduiken.

Hier zijn ze, de lieverdjes:

Erdleben

Elke speler, ook de speler die deze kaart activeert, moet een gebouw naar keuze afbreken. Deze gaan naar de aflegstapel.

Erg handig voor het uitstellen van het speleinde.

Schuldenerlass

Elke speler, ook de speler die deze kaart activeert, mag drie kaarten van de trekstapel nemen.

Steuern

Elke speler, behalve de speler die deze kaart activeert, moet een kaart uit de hand op de aflegstapel leggen.

Generalamnestie

Beginnend met de actieve speler mag elke speler een aantal handkaarten naar keuze op de aflegstapel leggen en evenveel nieuwe kaarten nemen van de trekstapel.

Gouverneursbesuch

De actieve speler mag onmiddellijk een reeds gekozen rol opnieuw gebruiken.

Wiederaufbau

Beginnend met de actieve speler mag elke speler gratis een gebouw bouwen met een maximale kost van 4.

Lees het voorgaande, creëer mentaal enkele combo’s en besef hoeveel extra spelplezier u wordt gegeven.

Auf Deutsch, en ik vrees dat de kans klein is dat er een Nederlandse editie van de uitbreiding komt. Een Engelse? Misschien. Maar kom, een klein beetje moeite is het minste wat u voor San Juan kunt doen. Want in één moeite door krijgt u een opwaardering van spelplezier in handen om u tegen te zeggen. Likkebaardend zat ik aan tafel. Er was tijdens het spelen en achteraf een lekkere discussie over de nieuwe tactieken en strategieën. Geloof me, u moet het een en ander gaan herdenken, behalve de gedachte om naar de speciaalzaak te hollen.

Leuk: de hele handel in de kaartenstapel en beginnen maar. Geen gedoe met uitsorteren vooraf en afspraakjes over dit en dat. Op tafel die kaarten, even schudden et jouer.

Er is een klein kleurverschil tussen de kaarten van de uitbreiding en de originele, ook als u zowel het basisspel als de uitbreiding nieuw koopt. Dat is geen ramp. Het heeft geen invloed op het spel, mede door het feit dat er ook een stapeltje extra productiekaarten wordt meegeleverd. Trouwens, sinds ik een artikel heb gelezen over druktechnieken waarin werd gesteld dat zelfs een klein verschil in temperatuur en luchtvochtigheid invloed heeft op de uiteindelijke kaartkleur ben ik veel vergevingsgezinder geworden wat dit soort ongemakken betreft.

Volgens Race For The Galaxy-ingewijden is San Juan een kneusje. Zij dwalen. Meer zelfs, met deze uitbreiding steekt San Juan een grote middelvinger op richting sterrenhemel. U hebt trouwens in mijn inleiding gelezen tot wat uitstapjes in het heelal kunnen leiden. Doe gerust wat u niet laten kunt, beste medespeler, ik blijf lekker op de grond.

Ik was van plan tijdens mijn verlof Het Kaartenhuis nog eens bibberend tot mij te nemen. Het boek zal echter moeten wachten. Ik ga mij bezighouden met een doos.

Ik ben zó content.

Dominique

 

08:30 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

07-07-09

Ice Age 2097

Laten we er niet omheen draaien, beste medespeler, onze aarde gaat naar de verdoemenis. Met ons erop. Zoethoudertjes als "de wetenschap vindt wel een oplossing" en "het zal zo’n vaart niet lopen" mag u gerust blijven poneren, het haalt allemaal niks uit. We gaan eraan. Ik vrees zelfs nog sneller dan verwacht.

Gelukkig zijn er spelontwerpers die ons al een klein beetje willen voorbereiden op wat komen gaat. Robert K. Gabhart is er zo eentje. Hij ligt klaarblijkelijk ’s nachts wakker van wat onmiskenbaar op ons afkomt. Hij katapulteert ons immers naar het jaar des Heren 2097 om alvast een beetje te oefenen. Over 88 jaar is het blijkbaar – en dat is een understatement – ietwat koeler dan anno 2009. Lees: we bevinden ons in een nieuwe ijstijd. Voordeel van deze klimaatwijziging: 90% van de wereldbevolking is omgekomen, er is dus weer wat plaats op deze bol. Dat lucht op. De resterende 10% doolt wat rond en raakt, zoals een degelijke doorsnee mens betaamt, regelmatig slaags met soortgenoten. De aard van het beestje. Als er iets onuitroeibaar is in het heelal is het wel onze hang naar agressie.

En daar gaan we weer, want nog meer eigen aan het beestje is de drang naar macht en het grootste zijn en het grootste hebben. Als speler sta je aan het hoofd van een clan die naar het voorgaande streeft.

Het allerbelangrijkste bij de prijsuitreiking – geen zilver of brons hier – is dat je zoveel mogelijk leden in je clan hebt zitten. Je hangars mogen dan nog uitpuilen van de pikhouwelen, schoppen, sneeuwscooters, medikits, spuiten, netten en granaten, zonder voldoende menselijk kapitaal lachen je medespelers je op het einde ongenadig uit. Eentje toch.

Arctic Scavengers, want over dit kaartspel gaat het, gebruikt het speltechnisch concept van Dominion. Dat is niet slecht bekeken want het is een leuke basis. Spelers die nu gaan beweren dat dat niet mag omdat het diefstal is kruipen best weer in hun mandje. Als in een Ferrarimotor in mijn Toyota wil steken doe ik dat gewoon. Ik heb er dan ook geen bezwaar tegen een Dominionmotor aan te treffen in de kleine doos van Arctic Avengers. Ze doen maar, als ik maar geniet. En genoten heb ik, beste medespeler.

U gaat dus net als in Dominion aan de slag met tien startkaarten. U schudt die en trekt er vijf in uw poezelige handje. Dat poezelige gaat er wel vanaf zodra u uw eerste graafbeurt op de plaatselijke vuilnisbelt achter de rug hebt.

Tijdens uw beurt kunt u vier dingen doen: trekken, graven, jagen en inhuren. Trekken doet u gewoon uit uw trekstapel, heel origineel. Graven doet u op de plaatselijke afvalhoop, jagen doet u uiteraard in de wildernis – al is het tijdens het spelen niet echt duidelijk waarop u jaagt – en inhuren doet u in de kroeg daar op het einde van de hoofdstraat. Wie je inhuurt mag je kiezen, het graven op de vuilnisbelt doet u best onder begeleiding van een schietgebedje. Al deze acties vragen handkaarten, die bestaan uit personages en hulpmiddelen. Een schop bijvoorbeeld graaft al wat makkelijker en – veel belangrijker – ook dieper. Met injectiespuiten en medikits verleidt u huurlingen en met handgeknoopte netten vangt u wel eens een vogeltje voor op de barbecue. U kunt elke actie maar één keer tijdens uw beurt doen. U mag dus één keer trekken, graven, jagen en inhuren als het aan u is. Na ronde twee trekt het spel zich echt op gang want vanaf dan wordt elke ronde besloten met een "schermutseling". Schermutselen, het lijkt een onschuldig gegeven, maar dat krijgt toch een iets andere dimensie als één uwer schermutselaars met een groot gat centraal in zijn voorhoofd tegen de grond gaat. Waarna u moet vaststellen dat een andere schermutselaar over een sluipschutter beschikt. Over dat soort spel hebben we het hier. U bent gewaarschuwd.

In tegenstelling tot Dominion, waar de geldstrategie u toch een meer dan aanzienlijke kans biedt op de overwinning, heb je hier de actiekaarten echt wel nodig. Maar net als in Dominion wil je je deck zo klein mogelijk houden om voldoende frequent te kunnen trekken, graven, jagen en inhuren. En vechten. Dit laatste werkwoord is erg belangrijk in Arctic Scavengers. U moet aan de agressieve bak. Vanaf ronde drie is het – u las het al eerder - elke keer raak. Heel interactief allemaal, meer dan in Dominion en bij momenten bloedstollend spannend. Want u wilt de kaart die daar boven op de "contested ressources" stapel ligt. U wilt ze persé want u hebt ze, in tegenstelling tot uw medespelers – gezien. U bent immers de "initiator". En u hebt ze écht wel dringend nodig, want ze kan mogelijk het verschil maken bij de eindtelling. Maar wat doet u dan? Gaat u een beetje zitten bluffen en ze met zo weinig mogelijk gevechtskracht proberen binnen te halen, omdat u toch ook zó broodnodig moet graven, jagen en inhuren eerder in uw beurt? Gaat u met een lage gevechtskracht, maar met een saboteur en een sluipschutter, het gevecht aan in de hoop dat die heel handige teamleden de aanvallers van uw tegenstanders wel zullen uitschakelen voor ze aan de beurt komen? Waar zit u eigenlijk in de beurtvolgorde? Is het eigenlijk wel raadzaam om als derde in de rij uw sluipschutter en saboteur nog in stelling te brengen? Een stelling die wel eens leeg zou kunnen zijn op het moment dat u aan zet bent, waardoor u uw zet kunt vergeten? Dat soort vragen komen bij u op als u dit speelt. Het zijn geen alledaagse vragen, dat geef ik grif toe, maar ze genereren hier wel gratis een behoorlijke dosis adrenaline, iets waar u in een doorsnee apotheek toch een aanzienlijke hoeveelheid euro’s voor op tafel moet leggen.

Na 14 ronden, getriggerd door het gevecht om de sterke ressourcekaarten, is het spel afgelopen. U telt dan het aantal persoonsicoontjes op al uw kaarten bij elkaar op en wie daarmee het hoogst scoort is de winnaar, Mister Overleven als het ware. U begrijpt dat er, gezien het doel van het spel, geen condoom- of andere voorbehoedsmiddelenkaarten in het spel voorkomen.

Arctic Scavengers speelt sneller dan Dominion. Met sneller bedoel ik hier niet het tijdsbestek dat u aan het spel spendeert, ik heb middels chronometrie al vastgesteld dat Dominion op dat vlak sneller door de bocht scheurt. Nee, ik bedoel de snelheid waarmee u weer aan de beurt bent. U wordt hier immers niet geconfronteerd met ellenlange reeksen van actiekaarten, ondertussen de secondenwijzer van uw keukenklok bestuderend. Uw mogelijkheden zijn beperkter. Beperkter, maar u wordt wel bij elke beurt geconfronteerd met meer dilemma’s. En dat, beste medespeler, is een zeer goede zaak. U krijgt immers het gevoel dat u snel speelt. En dat gevoel wordt nog eens versterkt door het feit dat u snelheid én plezier gelijktijdig ervaart.

Net als in Dominion wordt er nogal wat afgeschud. Hou daar rekening mee, en als u zich het spel aanschaft raad ik u ook aan de kaarten een jasje aan te doen. Ze zijn nogal gevoelig voor slijtage, vooral aan de randjes. De kaarten zijn functioneel, alleen de opdruk van de kosten voor het inhuren hadden wat groter gemogen.

Uit het voorgaande hebt u al begrepen dat de sluipschutters en de saboteurs erg leuke karakters zijn die hun naam alle eer aandoen. Helaas kunnen ze tijdens de gevechten al eens fungeren als kingmaker, waardoor u één of andere speler bevoor- of benadeelt. Klein minpuntje maar, want op het einde vlakt het lekker uit.

Er zitten ook al een aantal uitbreidingen in de pijplijn. Dat is leuk, maar het is een tweesnijdend zwaard. Gevaar voor ondersneeuwen zit erin. Zelf ben ik meer en meer aan het terugkeren naar "het goeie ouwe basisspel". Niet teveel tralalie en tralala meer voor mij. Ik heb het wel een beetje gehad met al die extra’s, al zal één mijner volgende bijdragen over mijn orgastische ervaring met een welbepaalde uitbreiding dit weer meedogenloos tegenspreken. Het zij zo.

Ik ga die uitbreidingen wel een beetje in de gaten houden, maar op dit moment is het basisspel meer dan voldoende om de warme zomerdagen door te komen. Ik moet me tenslotte dringend beginnen opwarmen voor het echte werk. In 2097.

Dominique

 

Arctic Scavengers

Driftwood Games, 2009

Robert K. Gabhart

3 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

45 tot 60 minuten

00:07 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

06-07-09

Bespaar u de moeite, Tiny, want ik ga winny!

Tiny op de boerderij. Dat is het eerste wat me te binnen schoot toen ik de buitenkant van dit spel onder ogen kreeg.

Als je, in een speciaalzaak vertoevend, die doos ziet denk je: "Laat ik dát toch maar in de rekken laten staan. Dat krijg ik nooit aan mijn spellenvrienden verkocht." De oubolligheid – en dat is een understatement – druipt er vanaf. Sommige nostalgici gaan hiervoor overstag, ondergetekende niet. Integendeel, ik moest een beetje happen naar adem. Er doemden immers visoenen voor me op van "Voor Boer En Tuinder." Voor mij betekent dat nachtmerrieachtige herinneringen aan doodsaaie zondagnamiddagen vroeg in de jaren 70. En dat, beste medepeler, zijn jeugdfragmenten waarmee ik liever niet word geconfronteerd.

Maar sinds de aankoop van mijn eerste Playboy heb ik geleerd een boek niet te beoordelen op basis van de kaft. Dus kreeg ook Eine Frage Der Ahre een kans.

Ben ik blij dat ik dat gedaan heb.

Want waar ik wél voor overstag ging is het spel zelf. En daar had het niet veel tijd voor nodig. Ongeveer 4 minuten en 32 seconden na aanvang van de eerste sessie ging ik voor de bijl. Helemaal.

Dit spel zit in een grote doos en is ook actief in een hogere gewichtsklasse. Er zit veel spel in voor uw geld. Dubbel- en enkeltegels, bonustegels, schuurtjes, telstenen, spelregels en natuurlijk een lekker groot spelbord. Van dat bord moet u zich, buiten de grootte, ook niet teveel van voorstellen. Hip is het allemaal niet. Hier gaat u niet mee kunnen opscheppen aan de speltafel. Maar het is functioneel en het doet op efficiënte en overzichtelijke manier zijn werk. En dat is in deze verwarde tijden van spellen als Machu Pichu ook een verdienste.

De maker van dit spel, Jeffrey D. Allers, is ook de bedenker van "Aber Bitte Mit Sahne", "Circus Maximus" en "Alea Iacta Est". Ik zou deze kerel dan ook in de gaten houden als ik u was. Hij heeft duidelijk wat in zijn mars. Mij heeft hij met de eerste twee al veel plezier bezorgd. En nu dus ook met Eine Frage der Ahre. Knappe kerel die dat met een boerderijthema klaarspeelt. Ik durf het bijna niet neerschrijven maar deze bekoort mij nog meer dan Agricola. Zo, het is eruit.

Een prachtige korte samenvatting over het spelconcept in vraag- en antwoordvorm vindt u op het volgende internetadres:

http://www.gamepack.nl/gamepack/verrassend-EF.html#frage-NL

Wat mij overstag deed gaan:

Het tactisch gegeven

Na elke beurt scoor je en dat voelt zó lekker

Vaart a volonté

Een aangenaam korte speelduur met heel wat diepgang

Meerdere wegen komen toe op de bestemming der bestemmingen: de overwinning

Mede door de bonustegels spannend tot op het einde

Degelijk en functioneel spelmateriaal

Tegels aanleggen in 3D

Aangenaam spelen met elk spelersaantal

Dit moet volstaan om u nieuwsgierig te maken. Probeer het eens en u zult merken dat ik gelijk heb.

De boerenstiel, het is niks voor mij. Maar een beetje wroeten in kartonnen dubbel- en enkeltegels en bonusfiches, dat gaat me enorm goed af. En het hoeft echt niet te regenen voor een goede oogst.

Aanrader!

Dominique

 

Eine Frage der Ahre (Pegasus Spiele, 2009)

Jeffrey D. Allers

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

45 tot 60 minuten

 

 

 

 

 

07:26 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

05-07-09

Ezels niet meegeleverd!

Eén van mijn belangrijkste spelgeboden is: "Gij zult niet bieden!" Als er geboden moet worden ben ik er niet graag bij. Modern Art bijvoorbeeld – in mijn ogen een heel goed spel – is door mij moeilijk te winnen. Nu geldt dat voor bijna alle spellen die ik speel, Ganzenbord uitgezonderd, maar als Modern Art zich aandient zijn mijn kansen op een overwinning quasi nihil. Dat is niet veel. Het komt dan ook nauwelijks op tafel, toch niet op mijn verzoek.

Masters Gallery – Modern Art zonder bieden – is in mijn geval dan ook een zegen. Ik heb het gevoel dat Herr Knizia mij in gedachten had toen hij zijn figuurlijke schaar in Modern Art zette. En ik ben hem daar zeer dankbaar voor.

Masters Gallery is Modern Art in ondergoed. Ik weet wat u nu denkt. Dat dit niet goed klinkt. Maar hebt u het ex-lief van Leonardo Di Caprio, Bar Refaeli, al eens goed bekeken? Probeer u eens een beeld te vormen van Bar in haar ondergoed. Dát, beste medespeler, is het perspectief van waaruit u dit spel moet benaderen. Ik weet niet hoe het met u zit – ik hoor het graag als u een paar sessies achter de rug hebt – maar wat mij betreft is less in dit geval aanzienlijk more. Zelfs zodanig more dat ik vrees dat Modern Art nu helemaal gaat verkommeren op mijn spellenrek.

Er zijn twee edities van dit spel. Een lelijke en een minder lelijke. Beide versies zijn speltechnisch dezelfde, maar mooi is anders. De lelijke heeft de erg originele titel "Modern Art: The Card Game", met de kaarten uit het originele spel De minder lelijke is Masters Gallery, met afbeeldingen van schilderijen van Vermeer, Van Gogh, Monet, Renoir en Degas. Allemaal toffe peren, die schilders, en ze hebben stuk voor stuk prachtige dingen gemaakt, maar op een speelkaart komen ze toch niet helemaal tot hun recht.

Het spelsysteem is weinig veranderd ten opzichte van Modern Art, alleen worden de  kaarten niet geveild maar gewoon uitgespeeld. Zonder meer. Centraal op tafel liggen de "meesterkaarten" van de deelnemende schilders uitgestald. Daarop komen tijdens de waardering  populariteispunten te liggen. Deze populariteitspunten worden toegekend op basis van het aantal kaarten die de spelers samen van die betreffende schilder hebben uitgespeeld. Een waardering wordt in gang gezet zodra de zesde kaart van een schilder open komt te liggen. Voor we zover zijn hebben we dus kaarten uitgespeeld, zowel "gewone" als "speciale". de speciale kaarten zorgen voor het pigment. Zo zijn er die je toelaten nog een kaart extra gedekt uit te spelen, kaarten die je toelaten aan een schilder naar keuze 2 populariteispunten toe te kennen, kaarten die je toelaten een extra kaart te trekken van de trekstapel, kaarten die elke speler verplichten simultaan een kaart uit te spelen en kaarten die je het genot bieden onmiddellijk een extra kaart van de betreffende schilder uit te spelen. Voorzichtig met die kaarten, ze zijn erg belangrijk en er zijn er niet zoveel van.

De zesde kaart van een schilder open op tafel initieert zoals gezegd een waardering. De drie schilders waarvan de meeste kaarten werden uitgespeeld krijgen in volgorde van succes puntenfiches toegekend: 3, 2 en 1. Gelijke standen zijn door het toekennen van een numerieke waarde aan de centrale meesterkaarten niet mogelijk. Vlak voor de waardering kan elke speler nog één kaart per uitgespeelde schilder aan zijn display toevoegen en dan worden de punten verdeeld. Elke kaart in je display levert de populareitspunten van de overeenkomende schilders op. De puntenfiches blijven op de meesterkaarten liggen waardoor deze artiesten potentieel in waarde kunnen gaan stijgen tjdens het spel, al worden tijdens elke ronde enkel de van die betreffende ronde populairste schilder gewaardeerd.

Velen onder u zullen zeggen: "Maar door het wegvallen van de veilingen valt er toch een hele hoop interactie weg?" En die velen hebben gelijk. Ten dele. Want u moet de blik in mijn ogen eens zien zodra ik de zesde kaart van één des meesters op tafel leg, een blik die ik dan meestal richt op de speler die op dat moment aan kop ligt. Interactie zonder woorden heet dat. Of als ik na het uitspelen van een speciale kaart er nog een extra gedekt bij leg. Tja, wat ligt daar nu? Of wanneer ik in de vierde en laatste ronde een mastermove maak van 60 punten waardoor ik vanuit een schijnbaar verloren positie de overwinning alsnog binnen haal. Très satisfaisant. Of het intens genot waarmee ik vaststel dat mijn tegenstanders hun hand zitten leeg te spelen om te laat en niet zonder enige verbijstering tot het besef te komen dat er in de vierde en laatste ronde geen kaarten meer worden uitgedeeld. Een genot dat ik in die bewuste vierde ronde graag met hen deel door overmatig met mijn uitgebreide voorraad handkaarten te zwaaien als was het een buitensporig grote waaier tegen de warmte. Waarmee ik gewoon even wil aantonen dat interactie een heel relatief begrip is en dat u daar met een beetje goede wil altijd iets van kunt maken, in eender welk spel.

Wilt u een aantal bekende werken van beroemde schilders in huis halen, hapt u dan gerust toe. Ze verdienen een plaats in uw woonkamer.

Zelfs in uw keuken gaan ze niet misstaan.

Dominique

 

Masters Gallery

Gryphon Games, 2009 

Reiner Knizia

2 spelers vanaf 10 jaar

30 tot 45 minuten 

14:23 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |