30-04-09

In een groene maillot, achter een boom.

Enkele dagen geleden bevond ik mij met enkele getrouwen in de bossen van Sherwood, alwaar wij stalen van de rijken en deelden met de armen. We droegen groene maillots waarin bepaalde mannelijke kenmerken – vooral de mijne – extreem werden geaccentueerd. Goed dat er geen vrouwen bij waren, we hadden door hun hormonenspel het eindspel niet gehaald.

Tijdens onze uitgebreide boswandeling hielden wij ons bezig met roddelen in de plaatselijke taverne, goud doneren aan de plaatselijke clerus, uitrusting kopen bij de plaatselijke handelaar, bendeleden aanwerven op de plaatselijke marktplaats, maar vooral in hinderlagen gaan liggen op plaatselijke bospaadjes. Al dan niet alleen. Aan deze laatste activiteit gingen meestal keiharde onderhandelingen vooraf. Want wat door de bossen liep konden we meestal op ons eentje niet aan. Daar hadden we medespelers voor nodig. We bogen ons dus intensief over vragen zoals: wie? Waar? Wanneer? Hoeveel moet je? Je gaat toch doen wat je beloofd hebt hoop ik? Ben je er zeker van dat ze hierlangs komen? Waarom die grijns op je gezicht? Is dat alles? Ben je gek? Heb jij voorkennis of zo? Twee goudzakken maar? Heb je toevallig dynamiet bij je? Mijn maillot schuurt een beetje, mag ik de vaseline even? En meer van dat fraais.

Liggend in het struikgewas kan een mens meerdere doelstellingen nastreven. Ornithologen bijvoorbeeld zoeken dit ecosysteem graag op, ontsnapte gevangen kom je er ook wel eens tegen en ik ken er die deze groene zone frequenteren om gewoon lui te liggen wezen. En wat er op de parking aan de E40 ter hoogte van Sterrebeek in het struikgewas gebeurt wilt u écht niet weten, geloof me. Echte mannen, beste medespeler, – wij dus – houden zich gelukkig met andere zaken bezig. Wij liggen in het struikgewas te wachten op rijke lieden die we bij een passage vakkundig in elkaar slaan, hun bezittingen afnemen en hen vervolgens in onderbroek – na een goeie klets met een of andere verse twijg op de blote billen – huiswaarts sturen. Het afgenomene delen wij onder elkaar waarna we het in ruil voor wat roem en eer in het offerblok van broeder Tuc storten.

Dat storten, daar ging het om enkele dagen geleden. Roempunten leverde het op en wie er hiervan de meeste had na zes rondjes overvallen mocht de eretitel "Maillot Supérieur" tot zich nemen. Die avond luisterde le Maillot Supérieur naar de naam Kristof. Het was nipt, één puntje maar. Maar het was er. Scoresporen liegen niet.

Erg leuk: de sheriffkaarten. Niks mooiers dan een tegenstander hiertegen in het stof te zien bijten. Ook de proviand- en de camouflagekaarten deden het een en ander, bedoeld of onbedoeld, nogal eens anders uidraaien. Kommer en kwel voor de ene, het walhalla voor de andere. Mijn favoriet: de leperd die de wegwijzers verwisselt. Wat hou ik van die man.

Is dit een goed spel? Beste medespeler, ik ga eerlijk met u zijn. Ik weet het nog niet. Ik heb nog enige reservaties. De regels, vooral die voor de gevorderden, zijn nogal wollig, niet echt duidelijk neergeschreven en vragen enig ontcijferwerk. Het gebeurt zelden, maar bij deze ben ik aan een eigen, meer gestructureerde versie begonnen. Ik vraag me trouwens nog steeds af of we wel hebben gespeeld zoals het hoorde. Gelukkig is er ruimte voor modulering, u kunt dit op maat kneden voor de spelersgroep waarmee u aan tafel zit. Hebben wij ons, ondanks de afwezigheid van het vrouwelijke geslacht, geamuseerd? Zeker weten. Is dit een spel voor harde onderhandelaars? Ja hoor, al kan de zachte aanpak af en toe ook geen kwaad. Hebben wij een groepsfoto genomen van onszelf in onze maillots? Natuurlijk, maar u weet dat ik principieel geen foto’s post op deze blog.

Voorlopig verdict: een vrolijk basisdanspasje is dit zeker. Maar een "battement relevé lent en croix"? Dáár moet Sherwood Forest nog een beetje voor oefenen. Met ons als danspartner.

Dominique

 

 

Sherwood Forest (Eggert Spiele / Filosofia Editions – 2009)

Nils Finkenmeyer

3 tot 6 spelers vanaf 9 jaar

60 minuten

 

21:32 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

20-04-09

...Aber Bitte Nicht Braken

Lang geleden, toen de dieren nog speelden, heb ik een medeaardbewoner van de vrouwelijke kunne – ik treed niet in detail, maar volledig terecht – verweten een niemendelletje te zijn. Het scheelde toen niet veel of ik had u deze anekdote – volledig onterecht – niet kunnen navertellen. Dit voorval schoot me te binnen toen ik enkele dagen geleden "...Aber Bitte Mit Sahne" (Winning Moves, die uitgever met dat mooie logo) aan het spelen was. Een spel dat erin slaagt uit de diepste krochten van mijn persoonlijke harde schijf een lang vergeten item naar boven te halen verdient dan ook meer dan bijzondere aandacht.

Ik moet u bekennen, medespeler, ik heb genoten van deze sessie. Wat zeg ik: sessies, want het is niet dat bij ene spelletje gebleven.

Het genot waarvan sprake zit in een kleine, gezellige en roze doos en het spelconcept is zo simpel als wat. Het schattige doosje bevat 57 stukjes taart in verschillende soorten. Niet het echte taartwerk natuurlijk, maar het betere soort karton. Heel stevig karton. Oppassen hiermee als u kleine kinderen hebt, tenzij ze zich later willen opwerken in de kleine criminaliteit. De vriendelijk ogende taartstukjes kunnen immers in een oogwenk omgetoverd worden tot een levensgevaarlijk steekwapen. Het is maar dat u het weet. Leg aan die politieagent in uw keuken maar eens uit dat uw jongste uw echtgenoot per ongeluk heeft neergestoken. Met een stuk taart. U liever dan ik.

De taartstukjes zijn prachtig uitgevoerd. Je hebt écht geen 3D-bril nodig om met je vinger in de slagroomversiersels te willen gaan. Dit spel kan ook zo in een pretpakket voor feesten en partijen. Verhoog de bodem van een taartdoos een beetje, leg er elf stukjes van dit spel op, presenteer het aan een feestvarken en ik garandeer u dat het varken in kwestie als een speer de keuken inschiet om een taartsnijder te halen. U komt niet bij. Gegarandeerd. Ik vermoed dan ook dat dit spel binnenkort gaat opduiken in de betere fopwinkel. Dat kan van niet veel spellen gezegd worden, een nevencarrière in een totaal andere sector.

Het spelconcept dan. Dit, beste medespeler, is niet bepaald Caylus. Of Brass. Of Twilight Imperium, al typeert een klein stukje tekst in de titel van dit laatste spel wel een beetje waarmee we hier te doen hebben. Dit is lichte kost.

Is dat per definitie slecht, lichte kost? Heeft ondraaglijke lichtheid geen reden van bestaan? Kan lichtheid geen spelplezier garanderen, zoals sommigen in de spellenwereld ons willen doen geloven?

Het antwoord op de eerste vraag is "neen", het antwoord op de tweede vraag "jawel" en het antwoord op de derde "wie denken zij wel dat ze zijn?"

"...Aber Bitte Mit Sahne" is een uiterst geslaagd tussendoortje, net als een lekker stuk taart. Van uw hersenen wordt hier niet verlangd dat ze door intensief gebruik bijdragen aan de opwarming van de aarde. U kunt dit dus met een koele motor spelen. Hersenstretchen vooraf hoeft echt niet. De beslissingen die u neemt gaan bij uw medespelers geen oooooh’s of aaaaaah’s of "verdorie, jij bent me d’r toch eentje" ontlokken. Neen, u bent gewoon gezellig samen bezig.

De gezelligheid ontvouwt zich als volgt:

De 57 stukken taart worden gedekt gemengd en er worden 5 stapeltjes van 11 stukken klaargelegd. Dat betekent – u speelt, u kunt dus tellen – dat er twee ongezien weer de doos in gaan. Op de taartstukken staat een getal, dat is het aantal stukken dat er van die soort in kwestie in het spel zitten. Afhankelijk van de taartsoort staan er ook nog een aantal slagroompuntjes op. Van 1 tot 3. Ook deze zijn belangrijk. Let maar eens op.

De actieve speler draait zijn 11 taartpuntjes om en legt ze ook in volgorde van omdraaien aan tot we een mooie volledige taart op tafel hebben liggen. Daarna mag hij de taart verdelen in evenveel stukken als er spelers zijn. Het mag ook minder, maar ik raad dat ten stelligste af omdat er dan voor hem of haar niks meer over blijft als hij aan de beurt komt om te kiezen. Ziet u een actieve speler deze handeling toch uitvoeren: vooral niks zeggen, hij komt er zelf wel achter.

Wat volgt is de eenvoud zelve. Iedereen kiest een – samengesteld – stuk taart, de actieve speler als laatste, en legt deze open voor zich neer. Schransers kunnen ervoor kiezen hun gekozen stukken onmiddellijk op te eten. In dat geval worden ze omgedraaid voor hen neergelegd en dan tellen op het einde van het spel enkel de slagroompuntjes. In plaats van een stuk taart te nemen mag je er ook voor kiezen om taartstukken van één soort die je al hebt verzameld en nog voor je openliggen op te eten. Simpel.

Na de verdeling van de vijfde taart gaan we tellen. De speler die het meeste stukken van een bepaalde taartsoort heeft verzameld krijgt de punten die op één van die stukken staan vermeld. Zo levert de meerderheid in de chocoladetaart, de pièce de résistence in dit spel, de gelukkige bezitter 11 punten op. De armzalige, maar darmspoelende, pruimentaart slechts 3. Daarna worden de magen weer geleegd zodat ook de gegeten taarten kunnen worden gewaardeerd – dit is bij mijn weten het enige spel waarbij u vriendelijk wordt gevraagd te braken voor de eindtelling – door de slagroompuntjes bij de voorlopige totalen op te tellen. De zoetekauw met de meeste punten wint. En spoedt zich daarna naar het dichtstbijzijnde toilet.

Het is licht als slagroom, het is luchtig, het duurt geen half uurtje.

Het is een niemendalletje.

En het speelt zó lekker weg.

Aanradertje. Met de nadruk op -tje

 

Dominique

 

...Aber Bitte Mit Sahne (Winning Moves, 2008)

Jeffrey D’Allers

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

 

20:05 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-04-09

800, dit bovenschrift niet meegerekend.

Soms vraagt men mij wel eens: "Dominique, waarom staan er geen foto’s op je blog?", gevolgd door hét cliché: "Want een foto zegt toch meer dan 1000 woorden?"

Wel, beste spellenvrienden, die uitspraak over de 1000 woorden mag gerust bij het taalkundig huisvuil. Zo zag ik onlangs op internet een foto van een juichende man, armen in de lucht en mond wijd open als was hij in extase, waarbij ik dacht: "Zijn ploegje heeft net de beker gewonnen." Bleek het bij nader inzien te gaan over een Palestijn die door vijf Israëlische soldaten onder schot werd gehouden. Om maar te zeggen dat men mij in 1000 woorden een veel betere beschrijving van de situatie had kunnen geven. Geen foto’s op mijn blog dus. En Miss Canada dan? Op 20 oktober 2007? Ik hoor het u al opwerpen. En ik werp terug: hoe zou u zelf zijn? Uitzonderingen bevestigen de regel.

U moet trouwens eens goed letten op – ik noem maar iets – foto’s in de krant. Fixeer het beeld en kijk vervolgens enkele cm loodrecht naar beneden. En zeg me dan wat u ziet. U zal zeggen: een onderschrift. En dat onderschrift, beste medespeler, beschrijft wat er op de foto staat. Dat betekent dat: a. men totaal geen zekerheid heeft over het feit dat u de foto in kwestie wel volledig begrijpt, of b. dat men vermoedt dat u blind bent en wel een huisgenoot heeft die u het onderschrift wil voorlezen. Zo vindt u bijvoorbeeld op BoardgameGeek afbeeldingen van spelborden waaronder u leest: The Gameboard. Lach niet, voor een keer ben ik doodernstig. En heeft u trouwens de foto’s in de krant gezien over de "Earth Hour"-happening van 28 maart jongstleden, waarbij op vraag van het WWF een uur lang in alle grote wereldsteden de lichten werden gedoofd? Ik wel en wat zag ik? De Eiffeltoren in Parijs: één grote donkere vlek. De Piramiden in Egypte: zwart als de nacht. Het Operagebouw in Sydney: nergens te bekennen omwille van een alles omvattende duisternis. Las Vegas: knappe kerel die op die foto iets kan onderscheiden. Amsterdam: duidelijk onderbelicht. Brussel: bij zo’n slecht zicht gaat zelfs Manneken Pis niet aan de bak. Aan die foto’s is veel zwarte inkt verspild. Meer zeggen dan 1000 woorden? Laat me niet lachen.

U hebt aan deze redenen nog niet genoeg?

Ik hou van radio, niet van tv. Dat liedje over die video die de radioster heeft vermoord klopt als een bus. Meer zelfs, hij heeft de radioster vermoord en hem daarna vakkundig in reepjes gesneden.

Eigenlijk hou ik ook niet van geklooi op computers. Ik ga écht niet graag aan de slag met een digitale camera. Ik heb er trouwens geen. En worstelen met een doorsnee testverwerker levert mij al meer dan voldoende stress op. Ik hoop dus dat u het door de vingers ziet, dat ontbreken van visuele ondersteuning.

En tenslotte misschien wel het meest doorslaggevende argument voor deze fotoloze blog: ik ben nogal lui. Zo, het is eruit. Kijk maar verontwaardigd.

Als u foto’s van spellen wilt ontleden weet u waarschijnlijk veel beter dan ik waar u virtueel terecht kunt. Het warm water uitvinden, ik had het graag gedaan en ervoor betaald gekregen, maar daar is het nu een beetje te laat voor.

Back to basics dus. Lezen in plaats van kijken. Laten we ons daarom als voorbereiding op een spel eens lekker onderdompelen in een boek. Zonder prentjes. Als voorbereiding op het spel Der Schwarm (Kosmos) heb ik mij verdiept in het gelijknamige boek van Frank Schätzing, een dikke jaap van 704 bladzijden. Voor €10 met hardcover en leeslintje in de Standaard boekhandel. Zwemmen in zee zal - als ik het al ooit in overweging zou nemen, ik ben niet gek - voor mij nooit meer hetzelfde zijn. Of sla nog eens een Tolkien open en speel daarna "In De Ban Van de Ring, Het Bordspel". Heerlijk. U leeft helemaal mee. Of neem voor het slapengaan "De Kathedraal" van Ken Follet eens rustig door. U gaat het gelijknamige spel helemaal anders bekijken. Of dompel u eens onder in "Een Lied Van Ijs En Vuur" van George R. R. Martin". En leg daarna "Het Spel Der Tronen" op tafel. U geniet.

We kijken wel maar we zien niet. Doe bij uzelf maar even de test. Hou uw ogen enkel en alleen op deze tekst gericht en probeer dan de volgende vraag te beantwoorden: als u een polshorloge heeft met wijzerplaat, worden de uren daarop dan aangeduid met streepjes of met cijfers? Gek hé, u kijkt er elke dag naar, tientallen keren zelfs, maar u de kans is groot dat u het antwoord op de vraag schuldig moet blijven. Omdat u niet ziet, maar kijkt.

Vergeeft u mij dus, beste medespeler, ik hou het bij woorden. Ook vandaag. 800 om precies te zijn.

Dominique

 

 

 

17:18 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

12-04-09

Aprilse grillen. In alfabetische volgorde.

Bombay (Ystari)

Na een zestal sessies bekruipt me het ongemakkelijke gevoel dat er slechts één winnende strategie is: het bouwen van paleizen volledig links laten liggen en u enkel en alleen bezighouden met kopen en verkopen van goederen. Ik hoop dat ik me vergis, maar het knaagt. En als u met z’n vieren of vijven speelt mag u de speler die als laatste aan de beurt komt gerust verblijden met een koosnaampje: de pineut. Daar zal in een sessie met vijf zijn extra goudstuk ter compensatie van de geleden schade geen reet aan veranderen. U zult zeggen: "De pineut komt toch ook eens aan de beurt als startspeler?", en u hebt overschot van gelijk, maar dan is het olifantenkalf al lang verdronken. De pineut mag zichzelf wel gelukkig prijzen dat de doodstrijd van dat kalf snel ten einde is. Snel mag hier in koeien van letters worden geschreven want dit spel vliegt voorbij.

Cartagena 4: Die Meuterei (Winning Moves)

Ik wik mijn woorden absoluut niet, beste medespeler: dit is een van de beste spellen die ik dit jaar al heb gespeeld. Enkele kernwoorden? Spannend, vlot, enorm veel interactie, bluf, hebzucht, geslijm, sluiertipjes waar mijn heel voorzichtig mee moet omgaan, tandengeknars, tijdsdruk, ontgoocheling, blijdschap en als u niet oppast ligt u er al uit voor de echte pret, die van de tweede fase, begint. Inderdaad, het gaat hier om een Griekse tragedie in twee bedrijven, varen en muiten genoemd. En elk deel heeft zijn eigen dynamiek en zijn eigen onweerstaanbare charme. Ook opvallend: een verrassend groot en mooi spelbord in een kleine doos, het is net alsof er 57 olifanten uit een mini-cooper komen gekropen. Dat blijft maar komen.

Er zit een klein schoonheidsfoutje in de – overigens heel mooi gesculpteerde – piraten, maar het is niet iets dat niet met wat creativiteit en gezond verstand kan worden verholpen. Wij hadden er tijdens het spelen dan ook geen enkele last van.

Wilt u wat meer dan blokjes en goudstukken en edelstenen verzamelen en deze omzetten in overwinningspunten? Dan is dit iets voor u. Een verademing.

Die Goldene Stadt (Kosmos)

Michael Schacht, tegenwoordig sneller spellen ontwerpend dan zijn eigen schaduw, slaat weer toe. Naar verluidt heeft hij zich alchemistgewijs opgesloten in zijn kelder vanwaar hij de wereld bestookt met creaties allerhande, de ene al wat meer geslaagd dan de andere. Ik heb goeie dingen gehoord over Bürger, Baumeister &Co, al ziet het er niet uit. De Zooloretto-mania mag van mij nu stilaan gaan ophouden, Valdora kon mij zeer bekoren en ik moet zeggen dat Die Goldene Stadt  mij van Michael’s worpen van 2009 het meest bekoort van allemaal. Handelshuisjes bouwen langs de wegen van kust naar stad en ondertussen handelsbrieven – zeg maar punten – verzamelen tijdens maximaal 16 tussenwaarderingen en een bonustelling op het einde. Dit speelt enorm vlot, is dus snel en elegant (u weet ondertussen welke betekenis dat in mijn spellenwoordenboek heeft) en heeft een aangenaam korte en intense speelduur. Mooi spelmateriaal ook – met de bijgeleverde biedhandjes kun je gerust je tegenspelers knock-out slaan – en eindelijk eens een spelbord dat je nooit ondersteboven kunt voorgeschoteld krijgen.

Leuk is ook dat je na elk bouwmoment een beloning krijgt: goudstukken, landschapskaarten die je nodig hebt om te bouwen, bonuskaarten voor extra punten bij de eindtelling, stadssleutels die je toelaten in de binnenstad te bouwen en goederenkaarten die je punten opleveren bij de tussenwaarderingen. Bouwen is krijgen en dat voelt lekker.

Snel en elegant? Jazeker. Een aangenaam tijdverdrijf? Jazeker. Makkelijke regels? Jazeker. Diepgang? Jazeker. Meerdere wegen naar de overwinning? Goed lezen nu, Cyril Demaegd: jazeker!

Wel opletten, beste medespeler. Als u zichzelf "vastbouwt" – u kunt geen kant meer op – is het "game over". Het spel is dan onmiddellijk gedaan en u wordt bedekt met pek en veren de Gouden Stad uitgejaagd. Lees: daar gaat uw overwinning.

Finca (Hans Im Glück)

Een gouden raad als u dit gaat spelen: het gedekt houden van de verzamelde fiches strekt tot aanbeveling. Indien u dat niet doet ontaardt dit alleraardigst tactisch kleinood van verzamelen en leveren van vruchten – met een ezelskar nota bene, hoe hip kan spelen toch zijn – in een langgerekt teldrama waaraan maar geen einde lijkt te komen. Men wil immers zetten gaan optimaliseren en in dit geval lijdt optimaliseren tot hét enige onvermijdbare eindstation: verveling. Ik heb beide manieren van spelen geprobeerd en de sessies met de gedekte fiches was honderd – wat zeg ik: duizend! – keer leuker.

Voor tactici, dus echt iets voor mij.

Keltis: Het Kaartspel (Kosmos)

Keltis zonder bord, dus kleiner en veel goedkoper. Persoonlijk hou ik meer van het bordspel, maar dat is zo’n gezeul op reis. Niet dat reizen mij iets zegt, Diest en omgeving blijven uitermate rustig en dus erg verkwikkend in de vakantieperiodes omdat iedereen dan op reis is, maar moest u van het "ik wil hier weg en liefst zo snel mogelijk en ik wil mij nog amuseren ook"-type zijn, steek dit dan maar in je koffer.

Keltis: Das Mitbringspiel (Kosmos)

Keltis, hoofdstuk vier. Geen kaarten maar 55 platte kartonnen tegeltjes deze keer die ze, gek genoeg, stenen noemen. Probeer dat maar eens uit te leggen aan je kinderen. In tegenstelling tot de andere leden van de familie Keltis begin je hier met niets. Niets in je grijpgrage tengels, alleen dat hoopje gedekte tegeltjes dat je vanaf het midden van de tafel ligt toe te grijnzen. Tijdens je beurt draai je een tegeltje om en beslis je of je het of open in het midden van de tafel laat liggen, weerloos ten prooi aan de grijpgrage tengels van je tegenspelers. Dit is écht een spel voor – ik noem maar iemand – Nicolas Frutos van Anderlecht. Hij lijdt tegenwoordig aan een acuut verlies van kopkracht heb ik mij laten vertellen. Als hij zich hier aan zet gaat hij zich weer volledig in zijn sas voelen want hij krijgt de ene gemeten voorzet na de andere afgeleverd. Het blijft Keltis, maar dan in heel minimalistische stijl. Gek genoeg levert het hoopje spel dat daar op tafel ligt veel spelplezier op. Dit is duidelijk de meest sociale van de Keltisfamilie omwille van de uitgebreide interactie. Snel gespeeld – we rekenen in minuten hier – en in een handige kleine doos. Ik denk dat veel vakanties groen gaan kleuren in 2009.

En als u mij binnenkort nog eens uitnodigt bring ik het ook zeker mit.

Roll Through The Ages (Gryphon Games)

Matt Leakock heeft ons al eens in snelheid genomen met Pandemic – we zijn er nog altijd niet goed van – en nu doet hij het toch weer zeker? Een heerlijk dobbelspel waarin u in een kleine drie kwartier een hele beschaving uit de grond stampt met alles erop en eraan, en dit op een oppervlakte van ongeveer 100 vierkante centimeter. Mooi spelmateriaal ook, met grote dobbelstenen die rechtstreeks uit het Neolithicum lijken te zijn geteleporteerd.

Dit speelt echt vlot, niet in het minst door het functionele spelmateriaal – ik dacht eerst dat ze "Cribbage" per vergissing in de doos hadden gestopt – en de snelle beurtwisselingen. U kunt ook erg snel aan de slag. Geen ingewikkelde spelregels hier. Alle belangrijke informatie staat op de handige scoreblaadjes die en masse worden meegeleverd. Ik ben altijd een beetje huiverig voor scoreblaadjes maar hier was de vrees ongegrond.

En bent u sociaal een beetje geïsoleerd geraakt kunt u ook solo.

Small World (Days Of Wonder)

U gaat de wenkbrouwen fronsen, maar ik vermoed dat dit wel eens van de beste tweepersoonsspellen zou kunnen zijn ooit gemaakt. Ik heb daar wat Small World betreft nog geen ervaring mee, maar een van mijn medespelers wel en de rest van het schoon volk dat mee aan tafel zat had duidelijke gevoelens in die richting. Dat zegt iets, aangezien zij niet van de minsten zijn.

Prachtig materiaal, iets te bont naar mijn mening en daardoor een deukje in de carrosserie van de overzichtelijkheid, maar wel leuk. Als de kortere speelduur uw hoofdargument is om uw exemplaar van Vinci door Small World te vervangen raad ik u aan dat vooral niet te doen als u veel met z'n vijven speelt. Uw hoofdargument gaat dan in rook op.

Er wordt ook lyrisch gedaan over de doosindeling en de inlay. Daar is inderdaad over nagedacht, maar ik heb zo’n vermoeden dat dit nadenken enkel en alleen werd beoefend boven het veilige universum van de tekentafel. Het idee van de uitneembare tray (met deksel!) is een goed idee, maar men had misschien beter de doos van "Um Ruhm Und Ehre" eens geopend en de functionaliteit van die doosinhoud eens uitgeprobeerd om te ervaren hoe het wél moet. Bij het openen en speelklaar maken van Small World kwam dan ook één woord steeds weer in me op: ziplockzakjes. En dat, beste medespeler, is geen goed teken.

Maar verder geen gezeur; Hebt u Vinci niet valt een aanschaf zeker te overwegen en als u regelmatig met twee of drie spelend aan tafel zit al helemaal.

Ook hier moet ik toch weer een term gebruiken die u ondertussen ongetwijfeld bekend in de oren klinkt: de pineut. En weer is dat, zeker bij sessies met vier of vijf spelers, de laatste speler die aan de bak mag. Alle mooie en interessante gebieden zijn dan al lang door de niet-pineuten ingepalmd. De pineut moet vanaf de eerste ronde dus al meer gaan investeren dan zij die al op het bord staan. Dat is een handicap. Ik heb een vermoeden dat dit een hypotheek legt op de overwinning, al wordt dat mogelijk gecounterd door het oppikken van een interessant volk met een leuke vaardigheden. Ik raad u ten zeerste de sorcerer met seafaring aan. Als u het geluk hebt deze combinatie tegen te komen laat hem dan niet liggen.

Dominique

16:49 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |