31-03-09

Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!

Valdora. Ik ben er nog nooit geweest en dat zal ook nooit gebeuren. Want dit lieflijke land bestaat niet.

Ik vind dat maar een klein beetje jammer want als ik er zou wonen zou ik het merendeel van mijn kostbare tijd al rondhossend doorbrengen. Rondhossen, ik doe het niet graag. Het vraagt zoveel energie. Ik ben eerder een aanhanger van de activiteit "onbeweeglijk in het ijle zitten staren". Zonder meer. We zouden dat vaker moeten doen, beste medespeler. Niets doen. Maar neen, we moeten nog naar daar en ginder en her en der want het leven is zo kort en geef toe: dat put zo uit.

Elk nadeel heb z’n voordeel, oreerde Johan Cruyff ooit. Als er één uitspraak is waar u altijd en overal uw voordeel mee kunt doen is het wel deze. Ik spreek uit ervaring. De gelukzalige toestand waarin ik me momenteel bevind had zich immers nooit kunnen ontplooien zonder zijn oorzakelijke rampspoed. Dat stemt tot nadenken.

Maar we dwalen af.

Valdora mag dan niet bestaan, het aangename ervan is dat u er zich met een beetje fantasie wel naartoe kunt begeven en dat u het obligate rondhossen in die contreien gezellig onderuit gezakt aan uw keukentafel kunt beoefenen. Zelfs in competitieverband.

Als we Valdora vanuit vogelperspectief aan de speeltafel in ogenschouw nemen betrappen we ons op een gelukzalig wegdromen naar groene heuvels, pittoreske holle wegen, schattige riviertjes en tot aan het dak met mede gevulde taveernes. Hobbitland als het ware. Bloedmooie prinsessen en bloedgeile prinsen komen in dit universum ook voor. En ziet, liggen daar op het plaatselijke wegennet geen edelstenen? Zomaar voor het oprapen? Zouden we daar geen slagje uit kunnen slaan? Zodat we ons kunnen opwerken tot in het milieu van de bloedmooie prinsessen, uptown? Bloedgeil zijn we tenslotte al.

Geen tijd te verliezen dus.

Gepakt en gezakt gaan we op weg. We beginnen eraan met een goudklomp en in het beste geval met vijf zilverstukken (als u pas als vierde na de startspeler uit de startblokken mag). Vier belangrijke steden zijn er in Valdora. In twee van hen kunt u uitrusting kopen. Met goud. Denk aan schoppen, houwelen, paard en kar, enz. Deze hebt u nodig om edelstenen te verzamelen. De twee andere steden staan bekend om hun handelaren die u graag een contractje aanbieden om her en der te lande edelstenen te bezorgen. Deze betaalt u met zilverstukken. Zie deze betaling als een waarborg voor als u er zelf met de stenen vandoor zou gaan. Al bij al bent u een middeleeuwse voorloper van de moderne pakjesdienst. Om de contracten en het bezorgen van de daaraan verbonden edelstenen – en soms ook zilverstukken - draait het spel, want die leveren punten op (drie tot vijftien). Bij elk contract dat je succesvol afsluit krijg je er ook nog eens extra personeel bovenop, een handwerker per afgesloten contract. In die kleur. Voldoende handwerkers in een bepaalde kleur leveren je nog eens een werkplaats voor die handwerkers op. Die genereren in bepaalde gevallen zelf nog eens de nodige punten en – nog veel beter – tien bonuspunten bij elk contract dat je vanaf dan in die kleur volbrengt. De Engelse uitdrukking die bij ervaren spelers na het lezen van de vorige zin opkomt gaat als volgt: "Say no more!"

Valdora heeft geen tolwegen, er staan geen rode lichten en van wegwerkzaamheden is geen sprake. U hebt dus een grote bewegingsvrijheid en ondertussen snuift u niets dan gezonde lucht op. Het enige dat soms voor wat wrevel zorgt is het feit dat u geen stad doorkomt zonder er te stoppen, tenzij u voldoende proviand hebt. Uw tegenspelers willen daarbovenop ook nog eens irritant het handje ophouden als u afstapt op een locatie waar zij zich al bevinden. Een zilverstuk per speler kost u dat.

Het kopen van uitrusting en contracten doet u door in de betreffende steden in een boek te bladeren en de gewenste pagina er gewoon uit te "scheuren". Een originele gimmick die toch de nodige frustratie kan opleveren omdat u meestal niet direct vindt wat u zoekt, als een gek aan het bladeren moet slaan en daar dan nog voor moet betalen ook. Uw zilverbeurs, die slechts plaats biedt aan zes schamele zilverstukken, komt daardoor aanzienlijk onder druk te staan. Met alle gevolgen van dien. U zult dus regelmatig een zilvermijntje moeten aandoen om uw voorraad weer tot dat belachelijk laag niveau van zes aan te vullen. Schaarste, het blijft een modewoord in de spellenwereld.

En zo gaat het leven van een rondhosser in Valdora. U beweegt, u doet waar u stopt één actie (uitrusting kopen en contracten afsluiten en uw proviand aanvullen in steden, edelstenen verzamelen onderweg, edelstenen afleveren aan handelaren die zich ophouden in kleine gezellige huisjes, uw geldvoorraad aanvullen in de zilvermijn). En als u opnieuw aan de beurt bent doet u dat gezellig opnieuw.

In de loop van het spel wordt de beschikbare voorraad edelstenen die je op de wegen vindt steeds kleiner en moet je naar de havens om de daar ontstane voorraad aan te spreken Het sprookje van Valdora eindigt als er nog maar van één handwerkersoort fiches overblijven. Dan moet er worden geteld: de punten van de afgewerkte contracten, de tienpunten-bonusfiches, de edelstenen die je nog in je rugzakje hebt (een punt per edelsteen), de punten van de werkplaatsen en daarbovenop nog tien punten voor elke verschillende kleur waarin je handwerkers hebt verzameld. Ik raad u aan deze telling niet na een zware spellenavond te doen. Zij vraagt wat aandacht.

Bij ons leverde het spelen en tellen de volgende scores op: speler 1: 146, speler 2. 143, speler 3: 126, speler vier: 124. Omwille van de wet op de privacy worden geen namen genoemd.

Wint u en bent u nog steeds bloedgeil na al dat gehos, wat ik ten zeerste durf te betwijfelen, krijgt u de prinses. Ze neemt u mee naar haar privé-vertrekken, legt haar schitterende gewaad af en leidt u met de soepele gratie die prinsessen eigen is naar haar sponde, alwaar haar seksuele opwinding na enkele seconden als een pudding in elkaar zakt als ze geconfronteerd wordt met uw gesnurk. Rondhossen in Valdora. Het blijft vermoeiend. Volgende keer beter.

Enkele raadgevingen vooraleer u op pad gaat. Speel dit onder degelijk, en liefst natuurlijk, licht. U gaat anders de gele en roze edelstenen door elkaar halen. Hou er ook rekening mee dat dit spel opeens – pats! – kan afgelopen zijn. Let daarop en anticipeer. Hou dus die resterende handwerkerfiches in de gaten. Hou er altijd minstens één oog op gericht, bij voorkeur uw beste. Het opslaan van proviand in een stad lijkt een overbodige actie maar op bepaalde sleutelmomenten in het spel komt dat extra boterhammetje meer dan van pas. U hebt ongetwijfeld gezien wat Contador enkele weken geleden in Parijs-Nice overkwam. Maak dezelfde fout niet in Valdora.

"Val, Dora! Val dan toch! In dat ravijn, je staat er vlakbij! Eén stapje maar!" Deze kreet schalde door mijn hoofd toen mijn jongste dochter onlangs naar dit irritante ettertje van een tekenfilmfiguurtje zat te kijken. Ik kan veel hebben, maar mijn stressmeter heeft ook een bovengrens. Vandaar. Dora viel uiteraard niet. Valdora ook niet, toch zeker niet door de mand. Hebt u een familie en speelt u daar wel eens mee? Leg Valdora dan gerust op tafel. Want prinsessen, zo gaat het sprookje, geven soms wel eens een tweede kans.

Dominique

 

Valdora (Abacus – 2009 – Michael Schacht)

3 tot 5 spelers

Vanaf 10 jaar

60 minuten

 

 

18:56 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

29-03-09

The loser standing tall!

Ooit sprak Gerrit Komrij mij en vele anderen in De Singel in Antwerpen toe met de volgende woorden: "Voorwaar ik zeg u: liefde is een chemische reactie met een onmiskenbaar slechte afloop." Die zat. Ik vermoed dan ook dat bij veel koppels de stilte tijdens de terugreis oorverdovend moet zijn geweest.

Ik vrees, beste medespeler, dat de man gelijk heeft. Hij is tenslotte ook veel slimmer dan ik. Maar we moeten bij de les blijven en de bestaansreden van deze blog niet uit het oog verliezen. Dus trekken we zijn uitspraak gelijk door naar de spelwereld. Dan wordt het iets van: "Voorwaar ik zeg u: spelen is een vorm van tijdverdrijf met een onmiskenbaar slechte afloop, behalve voor de winnaar."

Ik zou hierbij graag even een lans breken voor mezelf. En voor alle andere spelers op deze aardbol die meer dan gemiddeld verliezen.

Ik moet toegeven, het verlies van onze nationale voetbalploeg tegen Bosnië-Herzegovina heeft deze bijdrage enigszins bespoedigd. Er wordt immers wat schamper over gedaan. Onterecht. Want ondanks de smadelijke nederlaag is hun aanwezigheid op het internationale voetbalforum onmisbaar. De duiveltjes, zij zijn nodig.

Tom Boonen zou veel minder bekijks hebben als hij moederziel alleen de Ronde Van Vlaanderen moest fietsen hoor. Gaat u kijken als David Hamilton als enige deelnemer op een zondagmiddag in augustus het circuit van Spa Francorchamps afraast? Ik dacht het niet. En volgt u de rechtstreekse uitzending waarin Usain Bolt  op zijn eentje de 100 meter afjakkert? Inderdaad.

"Bende strandjeanetten, en durf dit niet te schrappen of ik zet het in een andere krant!!!". Dat was vanochtend een van de reacties van een lezer van Het Laatste Nieuws op het online artikel over het verlies van de Rode Duivels tegen Bosnië-Herzegovina. De reactie daaronder was nog treffender: "Naar af? Waar ligt dat?" Als het een troost mag zijn, beste duivels: ik weet wat het is, verliezen. En geloof me, het went na een tijdje. En het is geen schande.

Deze bijdrage is dan ook een boodschap voor u, de meer dan regelmatige winnaar. Bedenk dat u zonder ons, verliezers, niets bent. U hebt ons nodig. Wij voeden uw ego. Denk daar eens aan voor u ons van domme zetten beticht tijdens het spelen, of wanneer u ons weer eens probeert te manipuleren om een actie in uw voordeel te doen. Denk daaraan als u uw zoveelste beker in de hoogte steekt of als u voldaan achterover leunt en het slagveld dat medespelers heet, onder begeleiding van een monkelend lachje, overschouwt.

Voor de verliezers onder ons: blijven proberen! En als er zich ooit een omslag voordoet van regelmatig verliezen naar regelmatig winnen, verloochen dan uw verleden niet. Besef waar gij vandaan komt. Dan respecteert u de medespelers die u speelsgewijs steeds weer onder de zoden stopt. En u geeft hen dan af en toe een cadeautje.

Oei, is het al zo laat? Excuseert u mij, ik moet gaan verliezen.

Dominique

 

12:01 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

22-03-09

Interessanter dan een parallellepipedum: Municipium

Valley Games. De naam alleen al brengt bij spelliefhebbers een siddering teweeg. Wazige voorbestellingprocedures, een stroef communicatiesysteem met (potentiële) klanten, voorbestelde spellen die later worden uitgeleverd dan de winkelexemplaren en dan nog zonder de beloofde goodies en meer van dat fraais. Al moet ik toegeven dat de stunt met Miss Canada op Spiel 2007 veel goedmaakt.

Ondanks de bovenvernoemde slechte voortekenen stond Municipium al een tijdje op mijn wenslijst te blinken. Omdat het een Knizia is, Mike Doyle als illustrator heeft en het spelmechanisme mij intrigeert. Maar tot een aanschaf kwam het niet. Tot enkele weken geleden. Toen het mij tijdens een bezoekje aan een van mijn favoriete spelwinkels, Ingelberts in Aarschot, vanop het onderste schap van het spellenrek stond toe te grijnzen. Ik kon het niet laten liggen. Het was niet goedkoop – het komt tenslotte van de andere kant van de wereld naar ons overgevaren – maar ik heb er geen spijt van.

In Muncipium worden wij geacht in de huid te kruipen van het hoofd van een vooraanstaande familie in het Oude Rome. Zoals altijd hebben vooraanstaande families maar één doel: vooraanstaander worden. En dan nog het liefst het vooraanstaandst. Je moet tenslotte wat. Het leven is simpel in die kringen.

Vooraanstaand worden doen we door invloed uit te oefenen op de burgers van Rome. Ze voor ons winnen. Daar lopen we wel wat voor af. Van het ene openbare gebouw naar het andere. We moeten ons immers laten zien. Denk aan Waregem Koerse. En als het even kan willen we opgemerkt worden als de prefect in de buurt is, liefst door de prefect zelf. Vooraan staan is dus de boodschap. Zo kan men ons het ene moment treffen in het forum, het volgende in het optrekje van de staf van de praetoriaanse wacht waarna we er als de weerlicht weer vandoor gaan naar de place of all places: de tempel. Ook de baden, de taverne, de plaatselijke Meir (het emporium) en de multifunctionele basilica worden door onze familieleden platgelopen. Tot op het genante af.

Onze bezoekjes alleen zijn echter niet voldoende. Neen, als we met onze familie willen opvallen en écht door de paparazzi achterna gezeten, moeten we op al die plaatsen met meer zijn dan de rest. Klein probleem: we zijn maar met z’n zevenen.

Een beurt op weg naar onsterfelijkheid in het Oude Rome is simpel. Eerst een of twee van onze familieleden bewegen naar een ander gebouw, daarna een kaart activeren en de actie uitvoeren. De kaart die we activeren kan er eentje uit onze persoonlijke voorraad zijn (drie, slechts eenmaal te gebruiken tijdens het spel) of eentje uit de algemene voorraad (twaalf: recycleerbaar). Je persoonlijke kaarten zijn ongeveer dezelfde als de algemene, alleen krachtiger. Geactiveerde kaarten doen de prefect bewegen (in uurwijzerzin naar het aangrenzende gebouw) of laten je toe de voordelen van bepaalde gebouwen te benutten. In beide gevallen krijgen de spelers die de meerderheid en de tweede plaats opeisen van het aantal familieleden een cadeautje: burgers die toevallig in hetzelfde gebouw aanwezig zijn. In spellenland worden burgers ook wel eens meeples genoemd. Meeples zijn, zoals hun naam het al suggereert, heel schattig. En kleurrijk. Die kleurtjes zijn nodig in dit spel. We verzamelen immers setjes in verschillende kleuren. Die ruilen we dan ten gepaste tijde in voor – hou u vast – decurionfiches. Vijf van die fiches en we zijn binnen. Binnen heeft hier de betekenis van gewonnen.

De prefect zou de prefect niet zijn als hij voor ons geen extra geschenkje had: als je het slim speelt geeft hij je een jokertje. Altijd handig als je een setje volledig moet zien te krijgen.

Très important: kennis van de kaarten in de algemene stapel. Je persoonlijke ken je, die liggen tenslotte open voor je neus. De algemene liggen gedekt. Ze zijn met z’n twaalven en van die twaalf zijn er vijf kaarten die de prefect doen bewegen. Onthouden wat er nog in het stapeltje ligt en welke er al zijn geactiveerd is een van de sleutels van de deur naar de overwinning. En heb je op het einde van het spel niet al je persoonlijke kaarten geactiveerd was je niet goed bezig. En die hoedjes die je je familieleden opzet, zorg ervoor dat je er zo snel mogelijk aankomt. Ze zijn immers beperkt en ze geven je een extra punt voor het bepalen van de meerderheden. U bekomt ze door eerst in bad te gaan en u vervolgens als de weerlicht naar de tempel te spoeden.

Municipium is een loop- en meerderheden- en verzamelspel. Ik heb het wel een beetje voor loop- en verzamelspellen. Gisteren had ik in deze categorie trouwens het voorrecht Bombay en Valdora te mogen serveren op mijn keukentafel. Allebei snel en elegant en mooi en dus meer dan goedgekeurd. En Municipium krijgt ook het "De Tafel Plakt Keurmerk".

Nu maar hopen dat het spelbord niet uit elkaar begint te vallen.

Dominique

14:39 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

15-03-09

Snel en elegant en een kort lijstje

Snel, elegant en leuk. Dat zijn de eisen die ik tegenwoordig stel aan een spel. Ongelooflijk toch hoe deze drie eenvoudige ingrediënten in veel spellen vakkundig de nek worden omgewrongen.

Elegant: in het Van Dale woordenboek betekent het "sierlijk, bevallig". Mijn speldefinitie is: speltechnisch soepel en niet te langdurend met snelle beurtwisselingen. Al kan zelfs het elegantste en simpelste spel door een grübler tot een drama worden getransformeerd. Je zult bijvoorbeeld tijdens een spelletje Diamant maar iemand aan tafel hebben zitten die bij elke beurt aan intensief kansberekenen doet. Maar daarover gaan we het wel eens hebben in een andere bijdrage.

Tegengestelde van elegant: stroef en complex. Ik kan er niet zo goed meer tegen, die complexiteit. Ik wil mij amuseren tijdens een spel, niet tijdens de beurt van een ander liggen denken aan de boodschappen die ik zeker de volgende dag niet mag vergeten te doen. Ik kan mij soms niet van de indruk ontdoen dat - ik zeg maar iets - een tafel Caylus-spelers zich écht niet amuseert. Hebt u zo’n kwartet al eens goed bekeken? Doodstil, het gezicht vertrokken tot een grimas, de monden gereduceerd tot een horizontale dunne streep door het tandengeknars (dat soms zelfs hoorbaar is). Al heb ik ooit een uitzonderlijk luide en onmiskenbaar plezierige sessie mogen gadeslaan in spelclub "De Speeldoos" in Aarschot waaraan Wim, Freddy, Kris - en ik meen Ronny - deelnamen. Bijna had Caylus mij toen verleid, tot ik besefte dat het om de spelers ging, niet om het spel. Die mannen beheersen immers het nobele ambacht om het meest saaie spel tot een belevenis te maken. Ik kwam net op tijd tot inkeer.

Gek genoeg hebben spelers na "een zware" behoefte aan "een lichte" (simpel en elegant) om zich weer wat op te laden. Te ontluchten. Vreemd, je zou zeggen dat na zo’n leuk spel onmiddellijk een tweede sessie wordt opgezet. Niet dus. Er wordt gegrepen naar iets leuks in de plaats. Iets om de spanning af te laten. Te ontspannen. U leest goed: ont-spannen. En dan wordt er plots wél gelachen en plezier gemaakt aan tafel. De spellenwereld en haar bewoners, het blijft een vreemd universum. Hoe verklaart u het anders dat een essentieel element waarnaar wij in het dagelijkse leven wanhopig op zoek zijn – geluk – door bepaalde spelers aan de speltafel absoluut niet wordt gedoogd?

Ik weet het: een zwaar strategisch en erg veel hersencellenvragend spel is ook een uitdaging en kan voor een aantal onder ons ook erg veel genot brengen, maar bij mij moet je er niet meer mee aankomen. Ik ga meer en meer voor de kortere, lichtere hap. Zonder in ganzenbordtoestanden te vervallen natuurlijk. Er zijn grenzen.

Nu wil het toeval dat de maand maart mij uitvoerig heeft voorzien van interessante, snelle en elegante hapjes. Hapjes die op mijn persoonlijke menukaart niet misstaan en dus zonder enige gène kunnen worden toegevoegd aan mijn bestaande lijst van andere heerlijke gerechtjes als - ik doe maar een greep - Notre Dame, San Juan, R-Eco, Keltis, Der Elefant Im Porzellanladen, Kardinaal en Koning.

Ik ga niet teveel in detail treden – u weet zelf wel waar u daarvoor terechtkunt – maar gewoon mijn eerste indrukken op u afvuren. U doet ermee wat u wilt.

Einauge Sei Wachsam (Amigo)

Dit is een "rollende sneeuwbal op bergflank wordt aanzienlijk groter-spel". Ik ben niet voor dat soort spellen omdat die door de band langer duren dan ik draaglijk vind, maar deze klaart de klus in welgeteld 46 minuten en 25 seconden. We worden nog maar eens in de rol van piraten gedwongen en gaan op eilandjes allerhande graven naar vooral edelstenen (altijd al geweten dat piraten material girls waren). Gek genoeg moeten we de concessierechten voor die eilandjes eerst opkopen. De eilanden, voor de gemakkelijkheid in kaartvorm, hebben verschillende kleuren met daarop afgebeeld de kostprijs en het resultaat van de graafwerken ( geld, edelstenen, sabels). We kiezen deze uit een steeds weer aangevulde voorraad van zes en leggen ze mooi in rijtjes per kleur voor onze neus op tafel. Doen we dat krijgen we de voordelen onmiddellijk uitbetaald, samen met de voordelen die op alle andere kaarten in hetzelfde rijtje staan. Cumuleren heet dat. Daarna mogen we proberen een kaart uit de kajuit van waakzame eenoog te stelen door sabels in te zetten (drie of vier). Dan vullen we deze kajuit weer aan met een kaart uit de aanbodzone en zo dobberen we verder naar het einde, dat door het opduiken van jokerkaarten wordt ingeluid. Ter hoogte van het eindstation worden al onze goederen nog eens omgezet in edelstenen. Wie hiervan op het einde de dikste buidel heeft wint. En was dus extremely wachsam.

Sei vooral Wachsam voor de sabels. Dat is de gouden raad die ik u meegeef als u dit op tafel legt. Zeg achteraf niet dat u het niet wist. Sabels op voorraad betekent elke beurt een extra kaart. Dat tikt aan. En met een beetje meeval tikken ze u rechtstreeks naar de overwinning.

Een kleine doos, weeral eentje waarvan de illustratie u zal doen neigen het voor uw ukken van vier en vijf onder de Paasboom te leggen. Laat dat, want zij gaan hier geen weg mee weten. Ik daarentegen dan weer wel, geef dus gerust een seintje als u zich toch hebt laten vangen.

Islas Canarias (Clementoni)

Van de ene eilandengroep naar de andere. Naar de Canarische varen we deze keer. Hier geen verplichte aankoop van eilanden, we hebben er immers al eentje. Gratis mogen kiezen zelfs. En aangezien we, mens zijnde, toch onze bijdrage moeten leveren aan het naar de verdoemenis helpen van onze planeet bouwen we het maar gelijk vol met huizen en paleizen. Met als eindresultaat een prachtig verstedelijkt gebied.

Bouwen op ons eiland is simpel. Een kaart van een kolonist (jaja!), uit de hand spelen – deze zijn trouwens erg kleurrijk en heel divers geïllustreerd – en een huisje neerzetten in het voorkeurgebied en de voorkeurkleur van de betrokkene. Vier staan er op zo’n kaartje. Er zijn er bijvoorbeeld die graag aan de kust wonen. Andere, de Contadortypes, zoeken liever de bergen op. En een weg naast de deur kan ook erg handig zijn. Na het bouwen nog even een handkaart toevoegen aan de bemanning van het schip dat op het einde van een ronde onze eilandengroep aandoet en ziet, onze beurt is al voorbij. Als we niet bouwen trekken we gewoon drie kaarten van de trekstapel. Dat moeten we zelfs als we geen of slechts een kaart op hand hebben.

Nadat elke speler zijn beurtje heeft gehad meert het schip aan. De passagiers hiervan worden goed door elkaar geschud en een voor een op de kade gelost. Ook zij gaan bouwen maar ze kiezen welk eiland voor hen het interessantst is, lees: bij welke spelerseiland het meeste ruimte is naast het voorkeurstekje. Bij gelijke standen worden de voorkeurstekjes van links naar rechts op de kaart afgewerkt.

Tijdens onze beurt kunnen we onze bouwsels nog upgraden ook. Twee huisjes van dezelfde kleur worden een paleis, drie huisjes en/of paleizen een stad. Upgraden moet, want dat levert meer punten op en de eerste speler die een paleis in een bepaalde kleur bouwt krijgt het daarbij horende privilege (jaja!). Deze geven, zoals een degelijk privilege betaamt, extra voordelen op. Sowieso bij elke beurt een kaart trekken bijvoorbeeld, of huisjes van een verschillende kleur inruilen voor een paleis, of gelijke standen winnen.

Maar er zitten ook zes piraten (jaja!) in het spel die vuurtje stook komen doen bij spelers met die privileges. Zij mengen zich onder de passagiers van het schip en laten zich na het aanmeren eens lekker goed gaan. Zo goed zelfs dat ze een huis slopen of, als je pech hebt, een paleis.

Zodra een speler op het einde van een beurt 19 punten of meer heeft wordt er nog een laatste ronde gespeeld. Punten krijg je voor huizen (1), paleizen (3 voor het eerste, 2 voor de volgende in dezelfde kleur) en steden (5 per stad). Wie de meeste punten heeft wint en heeft een uitzonderlijke bijdrage geleverd tot het naar de kloten helpen van onze geliefde planeet.

Als u gluurderneigingen hebt maar u houdt zich in omwille van de pakkans is dit echt een spel voor u. Je brengt namelijk het meeste tijd door met het begluren van de bouwsels van je tegenstanders. Die bepalen immers voor een groot deel je acties. Weten welke kolonist je op de passagierslijst van het schip zet is hierbij zeer belangrijk.

Mooi materiaal, snel en elegant en afklokkend op 50 minuten en 23 seconden. Meer moet dat voor mij niet zijn.

Livingstone (Schmidt Spiele)

Dit is een mooie. Eenvoudige regels, voldoende diepgang, presenteert zich stijlvol op tafel zonder zich op te dringen en bevat een set edelstenen om u tegen te zeggen. Geen minuscule steentjes hier, maar joekels van mineralen die u bij frustratie best niet in de richting van een medespeler gooit. Die belandt dan – als hij geluk heeft – in het ziekenhuis.

Schoonheidsfoutje 1: te grote telstenen of een te smal scorespoor, u mag kiezen. Schoonheidsfoutje 2: een gele telsteen tekort. En laat dat nu net mijn lievelingskleur zijn. Dit spel begon dus wat mij betreft onder een erg slecht gesternte.

Benjamin Liersch heeft goed naar Yspahan gekeken. Dobbelen dus, steentje(s) pakken en een actie kiezen. Eenvoudige acties zijn het: een actiekaart nemen en eventueel onmiddellijk uitspelen, een tent plaatsen, graven in de plaatselijke mijn  of gewoon geld nemen. Een stoomboot op de Zambezirivier doet dienst als rondeteller en campingaanwijzer voor onze tentjes.

Na onze acties (we kunnen geen dobbelstenen meer nemen) wordt het tentenkampement op de oever gewaardeerd en vaart het stoomschip naar de volgende zone.

Tijdens onze beurt kunnen we nog doneren ook. In een fraai vormgegeven schatkist in onze kleur. Wie op het einde van het spel het minst heeft bijgedragen aan het algemeen belang – maar vooral dat van uzelf, maakt u zich vooral geen illusies – wordt met de nodige egards en in zijn blote poep de Zambezirivier ingeflikkerd. Daar zitten krokodillen. Ik heb iemand die door krokodillen werd opgegeten nadien nog nooit een spel weten winnen. Trek zelf uw conclusies.

Bij de eindtelling worden meerderheden van tentjes ook nog eens beloond, net als de edelstenen die je tijdens het spel niet hebt verkocht en nog in voorraad hebt en kun je alsnog actiekaarten met punten uitspelen om de balans uiteindelijk nog in jouw richting te laten overslaan.

Even terug naar die joekels van edelstenen. Grabbelen is een essentieel onderdeel in dit spel. Doet u dat graag, in zakjes zitten, mag u dit zeker niet laten liggen. En in gevallen van extreme nood – u hebt bijvoorbeeld een geliefde maar ook een slecht geheugen en u bent Valentijn vergeten – kunt u met een beetje creativiteit en durf met deze edelstenen nog een en ander rechttrekken.

Livingstone deed er heel wat langer over. Te lang naar mijn zin. Wij zijn nog volop bezig met living en we willen dus zoveel mogelijk pakken wat we kunnen. In zo kort mogelijke tijd. Dit spel draagt daartoe bij.

Goedgekeurd.

Master Of Rules (Z-Man Games)

Poepsimpel dit spel, al laat een eerste lezing van de regels het tegendeel uitschijnen. U hebt regelkaarten en getalkaarten in een bepaalde kleur in uw grijpgrage, met Oil of Olaz gehydrateerde, gevoelige handjes. Tijdens uw beurt speelt u een regelkaart of een getalkaart uit, tijdens een ronde een getalkaart én een regelkaart. Wordt op het einde van een ronde uw uitgespeelde regel gerespecteerd – u gaat het soms écht wel van uw tegenstanders moeten hebben – mag u de regelkaart in uw scorestapeltje leggen. Op het einde van het spel worden de verzamelde regelkaarten in punten omgezet, sowieso 1 punt per kaart en bonussen voor setjes van drie dezelfde en setjes van vijf verschillende. Wie het meeste punten heeft wint. Dat is nieuw.

De regelkaarten zijn simpel. Er is ere eentje die u doet beweren dat de som van de uitgespeelde getalkaarten van alle spelers het getal 23 niet overschrijdt. Of dat er een triootje op tafel ligt (jaja!). Of dat u de getalkaart die u uitspeelt uiteindelijk de hoogste van allemaal is. Of – mijn favoriet – dat uw rechterbuurman zijn regeltje uit de brand sleept en u daardoor ook (support right). Daar bestaat een term voor in het Nederlands: parasiteren.

Een spel waarbij u de regels zelf bepaalt terwijl u aan het spelen bent. Zo zijn er niet veel. Was het leven ook maar zo.

Veel tabletalk, bluf, bedreigingen, gesmeek en soms ook gewoon blind vertrouwen op een tegenstander. Dat zijn de ingrediënten van dit korte maar uitstekende kaartspelletje. Met dank aan Kristof voor de introductie.

Op de menukaart? Jazeker!

Dominique

 

 

11:58 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

02-03-09

De Schijnwerkelijkheid

Op zaterdag 28 februari bevond ik me thuis in de door mij zo geliefde schijnwerkelijkheid. Zo voer ik twee keer de Zambezirivier af, probeerde ik schatten te ontfutselen aan een eenogige piraat, vocht en onderhandelde ik op hoog niveau in een verafgelegen sterrenstelsel, was ik even verantwoordelijk voor de toeristische dienst in een wereldstad, runde ik een groot Europees luchtvaartbedrijf, was ik een machtsgeile senator in het Oude Rome en probeerde ik – last but not least – als een veredelde keuterboer mijn geiten in de stal te houden.

Schijnwerkelijkheid. Ze is niet door mij uitgevonden. Ik weet niet wie de term het eerst in de mond nam, maar wat het is wordt op een heel treffende manier omschreven door de heer Herman Finkers, een Nederlandse cabaretier die ik een zeer warm hart toedraag. Hier de link waarin hij de schijnwerkelijkheid op een zeer duidelijke en didactisch verantwoorde wijze uiteenzet. Zoals alleen hij dat kan. Ga er maar eens lekker voor zitten en geniet:

http://www.youtube.com/watch?v=kDUd2gp4akU

De schijnwerkelijkheid dus. De bovengenoemde schijnactiviteiten oefende ik uit tijdens het spelen van volgende spellen: Livingstone (Schmidt Spiele), Einauge Sei Wachsam (Amigo), Cosmic Encounter (Fantasy Flight Games), Cities (Emma Games), Master Of Rules (Z-Man Games), Jet Set (Wattsalpoag Inc.), Municipium (Valley Games) en Herr Der Ziegen (Amigo)

Ze komen de volgende dagen allemaal aan bod, maar sta me toe te beginnen met het spel waarmee ik vanuit een ogenschijnlijk hopeloze positie toch nog de grote oren van de overwinningsbeker wist vast te grijpen. Op briljant, magistrale, onnavolgbare, ongeëvenaarde en precedentloze wijze.

Jet Set (Wattsalpoag Inc.)

"Och kijk, Jumbo Jet!". Zo klonk de denigrerende opmerking van een mijner medespelers toen dit op tafel werd gelegd, niet wetend dat het lachen hem een paar minuten later snel zou vergaan. Die paar minuten had hij nodig om te beseffen dat Jumbo Jet zich tot Jet Set verhoudt als Ganzenbord tot Caylus.

In Jet Set zijn wij beheerders van luchtvaartmaatschappijen. Wij vliegen boven Europees grondgebied van her naar der, claimen korte en lange luchtvaartroutes die zowel inkomsten als overwinningspunten opleveren en proberen door het aankopen van strategisch gunstig gelegen vluchtrechten ook nog wat extra winst te maken. Als medespelers onze verbindingen aandoen namelijk.

Beste medespeler, ik wil het nu met u even hebben over een goed dat – de huidige kredietcrisis indachtig – in dit spel even zeldzaam is als een goed zingende en acterende Paris Hilton: geld. U begint immers met een schamele 30 dollar. Zelfs een jonge Bill Gates zou zich met zo’n startkapitaal gillend voor de eerste de beste passerende vrachtwagen gooien. Geen tycoon dus die daarmee aan de slag wil. Van ons, beste medespeler, wordt dat dan weer wél verwacht. Wij zijn echt niet goed snik.

Geld is in dit spel zo schaars dat de maker (Kris Gould) u in de spelregels smeekt om toch maar in de eerste beurten enkele kleine vluchtroutes te claimen zodat u niet te snel zonder inkomsten – en daardoor zonder ook maar enige kans op de overwinning – komt te zitten. En ondanks die schaarste moet u toch maar vliegtuigen aankopen, eigendomsrechten aanschaffen, kerosine betalen en, het ergst van al, uw medespelers betalen om van hun luchtruim gebruik te maken.

Dit spel lijkt bij aanvang inderdaad - de Jumbo Jet-opmerking indachtig - de eenvoud zelve. Tot u uw budget moet gaan beheren. Beheren is al een hele klus, het laten renderen is een heel ander paar mouwen. Ik heb nog nooit aan een speltafel gezeten waar zo intens over gebrek aan geld werd gecommuniceerd als tijdens Jet Set. Een smerige zet van de makers is ook dat geld op het einde van het spel geen enkele waarde meer heeft, tenzij als het op een gelijke stand aankomt. Vergelijk het een beetje met een door olifanten bevolkte porseleinwinkel die u met de moed der wanhoop scherfvrij probeert te houden, tot de eigenaar u na een paar uur doodleuk komt vertellen dat de hele inboedel uit bordkartonnen replica’s bestaat.

Geldgebrek is een ding, actiegebrek een andere. Eén actie per beurt heb je: ofwel vluchtkaarten uit de uitlage claimen, inkomsten innen, vliegtuigen inzetten op je eigen routes of die van je medespelers en vluchtroutes aankopen. En dan komt dat verschrikkelijke woord tevoorschijn: dilemma. Gecombineerd met angst. Angst om de verkeerde actie te kiezen.

Mijn "moment de gloire" kwam na ongeveer een uur spelen. Ik had al de hele sessie het ongemakkelijke gevoel dat ik niet van de grond kwam en de anderen wel. Ik moest denken aan een mijner bijnamen in het spellenmilieu: de knoeier. Tot ik mij de trigger van het eindspel nog eens voor de geest haalde: twee vakantiekaarten die open komen te liggen, die dan op hun beurt aan elke speler de mogelijkheid geven een van hun superlange afstandsvlucht-vakantiekaarten uit te spelen. Bij spelaanvang krijgt iedere speler er zo twee op het handje en eentje mag uiteindelijk, als de voorwaarden vervuld zijn, op tafel. Deze voorwaarden zijn simpel: elke route op je kaart aandoen, slechts een keer, en aaneengesloten. Ze zijn tien punten waard en zodra de eerste is uitgespeeld duurt het spel nog welgeteld vijf ronden. Elke ronde waarin nog niet elke speler zulke kaart heeft uitgespeeld krijgen zij die dat wel deden twee bonuspunten.

Ik begon me dus als een – niet al te opvallende – bezetene te prepareren voor deze ultieme vlucht die me, indien goed getimed, minstens tien bonuspunten zou opleveren. In het beste geval twintig. Op dat moment had ik een armzalige zes punten aan korte en middellange vluchtroutes voor mij op tafel liggen. Met een beetje geluk kon ik dus een sprong maken naar zesentwintig.

Beste medespeler, het is me gelukt. Zodra ik mijn ultieme kaart uitspeelde brak bij mijn tegenstanders het angstzweet uit en werden de resterende vijf ronden, waarin geen van hen hun vakantiekaart kon uitspelen omwille van niet voldoende vliegtuigen op het bord en gebrek aan tijd, met trillende handjes afgewerkt. Het leuke is dat je vanaf het uitspelen van je vakantiekaart geen enkele actie meer mag doen, buiten het ontvangen van twee bonuspunten per ronde. Ik heb dus vijf ronden met de armpjes over elkaar mijn tegenstanders zien worstelen, zuchten, klagen, stressen en afzien. Om hen uiteindelijk, gereduceerd tot een hoopje ellende, mompelend hun nederlaag te horen toegeven.

Maar ondanks de nederlaag hadden ook mijn medespelers zich uitstekend vermaakt. Getuige hiervan het sms-je dat een van hen - een notoir veelspeler - me na zijn vertrek, op weg naar Heist-op-den-Berg, stuurde: "Jet Set was écht leuk. Bedankt voor de fijne dag." U wilt een beoordeling? U hebt ze net gelezen.

The Winner Takes It All, zingen Anna, Agnetha, Bjôrn en Benny. Ze hebben gelijk. Al heb ik niet echt het gevoel van dat knoeier-koosnaampje te zijn afgeraakt. Dat ligt aan een aantal minder spectaculaire exploten die ik op die bewuste 28 februari tentoon heb gespreid. Toch wil ik een lans breken voor alle knoeiers onder ons. Nog veel meer dan dat zelfs. Maar dat, beste medespeler, is voor een andere bijdrage.

Dominique

20:13 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |