22-08-08

Twee Galliërs en een klein hondje in een roeiboot, kapitein!

Ziet gij al iets, Dominique? Verschijnt er al iets aan de spelleneinder? Of hoort gij misschien iets? Komt er iets nader? Want vol verwachting klopt mijn hart. Ja, het zijn vragen die mij regelmatig worden gesteld. Gek genoeg is het onderwerp van de vraagstelling iets wat zich pas in de herfst zal openbaren. In oktober. In Duitsland dan nog wel. Ik vraag me steeds weer af waarom men die vraag aan mij stelt. Want alles wat u dient te weten vindt u op de wondere wereld van het internet. Daar hebt u mij niet voor nodig.

Maar omdat u het bent, beste medespeler, zet ik een stap in uw richting. En ik zal u zo dicht naderen dat ik iets kan fluisteren in uw welgevormde rooie oortjes. Fluisterdingen. Zaken die u niet verder mag vertellen, tenzij aan een ingewijde. Ik zal u influisteren wat ik graag zou zien.

Het woordje “zou” in de vorige zin staat niet voor niets schuin gedrukt. Ik heb geleerd dat men in de rugzak die men mee naar Essen neemt ook best voldoende plaats laat voor een gezonde dosis scepsis. Dat men zich wapent tegen ontgoochelingen. Niks erger dan zelfvoldaan glimlachend en vol verwachting figuurlijk tegen een muur opbotsen. Zo keek ik vorig jaar ongemeen verwachtingsvol uit naar “Monastery”. Alleen de affiche hing er. Aan een muurtje.

Hou er dus rekening mee dat wat hieronder volgt mogelijk niet op Spiel 2008 terug te vinden is. En misschien zelfs nooit te vinden zal zijn.

A Game Of Thrones: The Card Game (Fantasy Flight Games)

Geen verzamelkaartspel volgens FFG, maar u gaat toch maar leuk mee op weg in het zogenaamde boek dat tijdens het spelen geschreven wordt. Het verrassende is dat u de volgende hoofdstukken wel extra dient aan te kopen. U leest het goed: hoofdstukken, geen boeken. Hopelijk hebben ze wat lengte, die hoofdstukken. De lengte van een gemiddeld boek bijvoorbeeld.

Persoonlijk lees ik graag een boek in één ruk uit, dus ik bekijk dit voorlopig nog vanop een veilige afstand. Maar ik ben wel geïntrigeerd.

A La Carte (Heidelberger)

Een mogelijke heruitgave van een prachtig en hilarisch kookstelspel.  Ik geef u een gouden raad: hap toe als u de kans ziet. Op de doos staat namelijk “Karl-Heinz Schmiel." Dat op zich is al een beetje een garantie. En als u regelmatig smurfen of kabouters op visite krijgt vormen de bijgeleverde steelpannetjes een uitstekend alternatief voor uw reguliere kookset.

Ik lach graag en veel, maar tijdens dit spel heb ik één van de ergste lachkrampen gehad ooit aan een speltafel opgelopen. Het was een nogal genante vertoning, dus ik ga er niet verder over uitweiden, maar de intensiteit van die kramp kwam ongeveer overeen met die van de lachstuip die ik opliep toen de genaamde JVR uit B na een vier uur durende sessie “Der Rückkehr Der Helden” om het spel te winnen eenvoudigweg geen twee mocht gooien met twee zeszijdige dobbelstenen. Wat hij, terwijl hij binnensmonds zijn overwinningstoespraak al aan het repeteren was, vervolgens ook deed. Als ik mij slecht voel denk ik steeds aan dat moment. Er is voor mij geen betere feelgood-boost denkbaar.

Als u dit ziet liggen aanschaffen dus.

Battlestar Galactica (Fantasy Flight Games)

(Semi)coöperatief spelen deel één.

Ik ben een vurige fan van de tv-serie. Vooral omdat de makers ervan alle gangbare conventies over het maken van tv-series vakkundig overboord hebben gegooid en niets van wat u te zien krijgt enige zekerheid biedt over de afloop. Na een tijdje gaat u ook vreemde  – en tevens heel ongemakkelijke – gevoelens van sympathie ontwikkelen voor de slechteriken in het verhaal, de Cylons. Vanaf het tweede seizoen, als u voor het slapengaan voor de spiegel staat, begint u zichzelf af te vragen of u er misschien zelf niet eentje bent. En als u daarna in uw warme bedje ligt en door uw raampje naar de sterrenhemel kijkt meent u zelfs een Cylon ruimteschip te ontwaren. Ze komen u halen! Ook een hele leuke: de doodse en daardoor beangstigende stilte in de ruimte tijdens de luchtgevechten. Het is simpel en het spaart de makers waarschijnlijk een blik geluidstehnici uit, maar het werkt.

Wat trekt me, buiten het thema dus, aan in het spel? Wel, beste medespeler, kent u spellen waarin de kans vrij groot is dat u halfweg uit pure noodzaak het omgekeerde moet gaan doen van waar u tot dat moment mee bezig was? Dat u om te kunnen winnen halverwege tegen uzelf moet beginnen spelen? Dat betekent dat u het in de eerste spelhelft niet al te bont mag maken. Want als u het te goed doet bent u mogelijk de basis aan het leggen van uw eigen ondergang. En dat van enkele van uw medespelers. Aan de andere kant: als u het niet goed doet en u blijft halverwege wie u was is de kans groot dat u het al helemaal niet haalt. Als spelconcept kan dat tellen. Kunt u nog volgen? Regio's waar dit spel veel zal worden gespeeld zal een aanzienlijke aangroei van het aantal schizofreniepatiënten kennen. Een neveneffect dat gerust als waarschuwing in de bijsluiter mag.

Beautiful Minds (Mind The Move)

Ik heb hier verder totaal geen informatie over maar als Mind The Move op de doos staat wil ik wel even alert wezen. Oltremare is tenslotte nog altijd één van mijn favorieten. Stond al geseind voor Essen 2007 maar realiseerde daar de grote "niet verschenen"-truuk. Ook nu blijft het akelig stil. Ik ben benieuwd.

Cleopatra's Caboose (Z-Man Games)

Het doet allemaal geen zeer. Een bende losgeslagen geniale gekken heeft er niet beter op gevonden dan een treinspel te concipiëren waarin het Oude Egypte als decor fungeert. Ziet u het voor u: The Mummy meets Age Of Steam? Mummy Yummy, als u het mij vraagt. U leest het goed hoor. Het Oude Egypte. Hoe bewogen treinen zich toen voort? Zoals het openbaar vervoer bij de Flintstones? Trappelende voetjes? Hopelijk hebben ze, die analogie respecterend, dan ook een paar klagende beesten in het spelverloop verwerkt. Een mopperende nijlkrokodil als kaartjesknipper bijvoorbeeld. Of een depressief nijlpaard met een koffiekarretje.

Confucius (Surprised Stare Games)

Ik ken mensen die als er gekregen moet worden altijd op de eerste rij staan. Als er gegeven moet worden daarentegen willen ze wel eens geruisloos opgaan in het hun omringende behangpapier. In Confusius geven wij. En wat wij geven bepaalt wat en hoeveel we kunnen doen in onze spelbeurt. Voorwaar een hele opgave voor de gierigen onder ons. Alleen daarom al kijk ik uit naar dit spel. De grimas die de vrekken gaan moeten opzetten als ze aan de beurt zijn, ik kijk er echt naar uit. Ik, een geboren gever, ga dan ook geen enkele moeite hebben met dit spel. De kans is dus groot dat ik dit kan winnen. Alleen daarom al hoog op mijn radar.

Der Name Der Rose (Ravensburger)

“Gij zijt de schuldige!” Ik hunker ernaar deze uitspraak meer te kunnen bezigen aan de speltafel. Stefan Feld geeft u en mij daar ruimschoots de kans toe. Ik zal deze uitspraak – al zal hij niet lichtzinnig aan mijn mondholte ontsnappen – dan ook ondersteunen met een perfect gestrekte rechterarm waaraan op het einde een al even perfect gestrekte en trilloze wijsvinger in de richting van de dader wijst. Tevens zal het licht omhoog komen van mijn linker mondhoek een subtiele maar onmiskenbare arrogante zekerheid onthullen die het slachtoffer in tranen zal doen uitbarsten. Waarna hij of zij met gebogen hoofd bekent. Daarop zal ik op de schouders van de andere medespelers van de keuken naar de living worden gedragen en terug, daarbij deskundig het garnituur van mijn binnenverlichting ontwijkend. Als zulke taferelen u ook niet onberoerd laten schrijf deze titel dan op. Maar zorg er dan wel voor dat u dit nooit met mij speelt. Tenzij u goed kunt huilen natuurlijk.

Dominion (Filosofia / Rio Grande Games / Hans Im Glück)

Volgens mij dé hype van Spiel 2008. Men blijft bewust wat vaag over de grafische vormgeving van dit kaartspel – alleen de doosillustratie circuleerde tot voor kort op het web – en voor de rest laat men langs alle mogelijke kanalen weten hoe geweldig dit wel is. De meer dan 500 kaarten in het spel doen zelfs gematigde kaartliefhebbers al kwijlen. U kunt zich dus een kleine voorstelling maken wat dit bij mij, fervent kaartspelliefhebber, teweeg brengt. Dat en de overdreven, maar toch onbestrafte snelheid waarmee dit spel kan worden afgewerkt spreekt mij zeer aan. Er gaan geruchten over een versie van 999 Games, maar hoe ik over geruchten denk leest u een eindje verder wel.

Ghost Stories (Repos Production)

(Semi)coöperatief spelen deel twee.

Hier zie, de mannen van Repos! Landgenoten. En niet de minste. Cash'n Guns iemand? Heerlijk spelletje toch? Ze hebben mij aan de andere kant zwaar ontgoocheld met Santy Anno. Dit kwam onlangs aan de speltafel weer ter sprake en de naam alleen al veroorzaakte een nare smaak in mijn mond. Maar Ghost Story lijkt dan weer wel te beantwoorden aan mijn persoonlijke smaak.

Als er in het echte leven geesten moeten worden bestreden heb ik meestal heel dringend iets anders te doen. Aan de speltafel echter wil ik mij wel gewillig op de rug zetten van een nachtmerrie. Voor Ghost Stories liggen de stijgbeugels al klaar.

Heroes Of Battlelore (Days Of Wonder)

Battlelore verkocht aan Fantasy Flight Games. Het nieuws sloeg binnen de spellenwereld in als clusterbom. Heeft Days Of Wonder zich mispakt aan het project? Past het concept niet (meer) binnen de DOW-filosofie? Benieuwd wat FFG met dit lieverdje gaat aanvangen. Maar het kon erger. Stel dat Haba het had opgekocht.

En wat gaat er nu gebeuren met deze Heroes Of Battlelore? Gaan zij ooit het strijdtoneel betreden? Kijk daarvoor naar onze volgende aflevering, met als titel: De Heroes Of Battlelore betreden het strijdtoneel!

Leader 1 (Rio Grande Games/Ghenos Games)

Spellen over wielrennen. Ik heb er een zwak voor, dus deze heeft mijn aandacht. De twaalfzijdige gebeurtenis- en peletondobbelstenen verontrusten mij een beetje, maar deze blijft voorlopig toch op de radar.

Muncipium (Valley Games)

Hier wachten we ook al meer dan een jaar op. Het eigenaardige gefunctioneer – of eerder het gebrek eraan – van Valley Games speelt hierin een niet onaanzienlijke rol. Er schijnen een aantal exemplaren te zijn gesignaleerd op Gencon maar een kansberekening naar de beschikbaarheid in Essen durf ik toch niet maken.

Red November (Fantasy Flight Games)

(Semi)coöperatief spelen deel drie).

Probeer het u voor te stellen. U bevindt zich met een aantal collega bemanningsleden in een atoomduikboot. Als sardientjes in een blikje. Deze duikboot bevindt zich uiteraard onder water. U wordt plots geconfronteerd met een paar kleine ongemakjes. De waterdruk is zo groot dat de romp op springen staat, de kernreactor geraakt stilaan oververhit, een nucleaire torpedo staat op het punt te worden gelanceerd maar hij klemt een beetje, het zuurstofgehalte daalt zienderogen, buiten ligt een gigantische inktvis op de loer met zijn servetje al voorgebonden en tot overmaat van ramp is de sterke drank op. Dat is niet niks. Maar het kon nog erger hoor. Arrivederci Hans van Laura Lynn zou bijvoorbeeld door de intercom kunnen schallen. Gelukkig blijft dat laatste rampscenario ons bespaard. Maar hoe het u het ook draait of keert, het is alle hens aan het binnendek. En daar wil ik wel eens een spelavondje aan opofferen. Mijn softspot voor het coöperatieve spel, die in 2008 al aanzienlijk en met succes werd geprikkeld door Pandemic, ligt weer beroerensklaar. Een vrijwel zekere aanschaf.

Roll Through The Ages

Matt Leacock heeft wat mij betreft met Pandemic zijn standbeeld in het Parthenon der grote spelbedenkers al dik verdiend. Dat zijn “Roll Through The Ages” mij in hoge mate interesseert is dus geen verrassing.

Roll Through The Ages heeft niets van wat een Civ-spel in mijn ogen door de band heeft: een lange speelduur, diepe strategische overwegingen, lange wachttijden aan het loket “spelbeurten” en weinig of geen gelukselementen. Eigenschappen die mij er meestal van doen afzien dit soort spellen te kopen. Maar deze, door zijn buitenbenig karakter, zal dan ook met graagte door ondergetekende aan een gooitest worden onderworpen.

Roma II (Queen Games)

Komt hij nu of komt hij nu niet? Geen mens die het weet. Ik vermoed zelfs dat Herr Feld ondertussen het spoor naar zijn eigen spel bijster is. Velen met mij wachten hier al een klein jaartje op. Of dat wachten beloond wordt is maar zeer de vraag. En of men zal blijven wachten indien er in Essen geen beloning volgt is ook lang niet zeker. Geduld is een schone deugd, zegt men. Dat kan wel zijn, tot je met een baard van bijna twee meter zit die je op weg naar de keuken doet struikelen, een hersenschudding oploopt en daardoor het spel in Essen niet kunt gaan afhalen. Hij staat nog op mijn radar, maar de bliepgeluidjes hebben toch een beetje aan kracht ingeboet.

Tales Of The Arabian Nights (Z-Man Games)

Ik heb me vroeger graag verdiept in de verhalen van 1001 nacht. Hoe zou je zelf zijn als opgroeiende puber als je de kans kreeg te fantseren over een bloedmooie prinses die je elke avond voor het slapengaan een mooi verhaaltje komt vertellen?

Een spel dat speelt als een boek, een beetje moduleerbaar is en de woestijn als decor gebruikt mag er bij mij altijd in. Ik heb trouwens iets met de woestijn. Naast Louis XIV was ik in een vorig leven ook een Rudolph Valentino-achtig type dat menige woestijnroos de paringsdans van de schorpioen heeft geleerd. Ik voel woestijnzand in mijn bloed. Daarom een zo goed als zekere aanschaf. Zo goed als zeker is nog niet helemaal zeker, zult u opwerpen. U heeft gelijk. Dat komt door het letterlijke leeskarakter van het spel, tenminste als ze zich bij Z-Man Games zich aan de originele versie uit 1985 hebben gehouden. Er moet dan het één en ander worden voorgelezen aan elkaar. U leest dit goed. Dat is iets makkelijker te verteren als dit door een gesluierde schoonheid wordt gedaan die zich dagelijks wast met verse ezelinnenmelk, maar ik betwijfel of die bij de spelonderdelen zit. Nogmaals, toch een bijna zekere aanschaf.

Tribun Erweiterung (Heidelberger)

Et tu Brute, tu quoque fili mi? Ook gij Brutus? Ik durf zelfs nog verder gaan: Ook gij, Herr Schmiel, een uitbreiding?

Het moet me van het hart, beste medespeler. Ik begin de buik stilaan vol te krijgen van al die uitbreidingen. Carcassonne, Catan, Thurn Und Taxis. Vul gerust aan. Waarom toch? Zijn de basisspellen niet goed genoeg dan? Ik beleef heel veel plezier aan “Carcassonne puur” hoor. Of aan “plebs-Catan”, om even in de Tribun-sfeer te blijven. En dan dat gedoe met al die varianten. Er kan geen spel meer op de schappen verschijnen of dezelfde dag staat er al een variant op het net van één of andere ontevredene om het spel nog beter te maken – of beter: naar eigen goeddunken te modeleren zodat zijn of haar winstkansen toenemen -, daarbij vrolijk voorbijgaand aan het intensieve rijpingsproces dat het spel in kwestie heeft gemaakt tot wat het is. Als goede wijn. Ik heb soms zelfs het gevoel dat er variantenfabrieken bestaan die na het uitkomen van een spel vrijwel onmiddellijk de in hun ogen broodnodige aanpassingen beginnen uit te braken. Pas op, ik heb het ook ooit geprobeerd. Met een universele actiekaart die in 90 % van de spellen in mijn collectie bruikbaar was: "Heet u Dominique Cortens en speelt u deze kaart wint u onmiddellijk het spel." Hoeft niet hoor. Geef een spel gewoon enkele kansen. Gemorrel aan de regels kan later wel.

Maar Herr Schmiel krijgt van mij het voordeel van de twijfel. Met een grote “V”. Want Tribun is één van de beste spellen van 2007. Ik betwijfel of een uitbreiding het nog beter maakt, maar ik ga niet het risico lopen het niet te weten te komen. In fluo aangeduid in mijn Atomaschriftje. Ik raad u het zelfde aan. En als u het basisspel niet hebt, koop het dan als extraatje bij deze uitbreiding. U gaat het zich niet beklagen.

Versailles (Hans Im Glück)

België slaat weer toe. Als de splitsing voor 23 oktober geen feit is tenminste, anders is het Wallonië dat zal toeslaan. Of misschien Frankrijk, als de Walen zich snel kunnen laten annexeren. Het spel kon als prototype als worden aangesneden op de Belgische Kampioenschappen van BFVS en kreeg daar het Belgische “Gamers Game” keurmerk mee. Dat zegt wat. Wat ook iets zegt is dat deze titel werd opgepikt door Hans Im Glück, toch een teken aan de in dit geval zeer mooi uitziende wand. Versailles, het klinkt ook zo mooi. Zoals u even hoger las was ik in één mijner vorige levens trouwens Louis XIV. Dat kan niet anders gezien de vanzelfsprekendheid waarmee ik omga met buitensporige luxe. De kans is dus groot dat ik mij ook in dit spel thuis ga voelen.

Wabash Cannonball

In Essen 2007 op ongeveer twee nanoseconden uitverkocht en daarna nog amper te krijgen, hoeveel wind u ook verplaatste door het uitbundig zwaaien met uw Visakaart. Op Boardgame News maakt Dale Yu melding van een mogelijke heruitgave in grote aantallen door Queen Games. Dat is goed nieuws. Maar wacht nog even met klaroengeschal. Hou het voorlopig bij een binnensmondse “yesss!” Wan het is nog een gerucht. En geruchten in de spellenwereld zijn dikwijls evenveel waard als de maatschappelijke relevantie van Julien Berkmans, die hier een paar straten verder woont. U kent hem niet? Wel, Wasbah Canonball in een grote oplage zou wel eens hetzelfde lot kunnen beschoren zijn.

Ik laat het hier niet bij. Binnenkort een vervolg op deze vooruitblik. Ik zie u dan graag weer, beste medespeler.

Dominique

 

19:48 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

06-08-08

Abigail, where's my Tinners' Trail?

Ik hou niet zo van economisch getinte spellen. Dat aandelengedoe, dat geschuifel met en geritsel van geld. Het bedruimelde karakter dat dit speelgeld na een tijdje begint aan te nemen. Het is allemaal niks voor mij. Mogelijk komt dat doordat we in het echte leven, beste medespeler, ook al een speelbal van economische megakrachten zijn. Zowel op macro- als microniveau. Speculatie is er zo eentje. Tijdens de overtocht van een olietanker verandert zijn lading ongeveer 738 keer van eigenaar. Inkopen die handel, achterhouden, hopen dat de prijs daardoor stijgt en dan met forse winst verkopen. De man of vrouw in de straat, die voor dit soort praktijken uiteindelijk letterlijk de prijs betaalt, is een te verwaarlozen variabele. De wereld waarin wij leven, hij is pervers. En op microniveau doen ze ook hun best hoor. DVD-speler stuk? 50 euro voor een eerste diagnose. En dan zijn we nog niet aan het repareren hé. Politici hebben niets meer te zeggen. Multinationals bepalen mijn en uw leven. Het is een verontrustende gedachte.

Aan de andere kant bieden dit soort spellen dan weer bepaalde soorten genot die me aanzetten om niet altijd neen te zeggen als ze op tafel worden gelegd. Het gevoel nog eens over veel geld te beschikken bijvoorbeeld. Of de illusie eens aan de – in mijn geval meestal erg broze – financiële touwtjes te kunnen trekken. Soms ga ik dus overstag. Voor “Big Boss” bijvoorbeeld, in mijn ogen tien keer leuker (en mooier) dan Acquire. Of “Owner's Choice”, vooral door de lichtsnelheid (een verademing in deze tijd van gamer's games) waarmee dit spel wordt afgehaspeld. Of “I'm The Boss”, in mijn ogen nog altijd meer een psychologisch ping-pongspel dan een bordspel. Maar minstens even leuk. Of “For Sale”, ook eentje dat voorbij is voor het goed en wel begonnen is en steeds weer om een revanche vraagt. Of Mogul, waarin aandelenhandel tot zijn essentie wordt heleid en er daardoor uiteindelijk bijna niets overblijft. Maar leuk, mannen en vrouwen, niet te doen!

Maar, de bovenstaande uitzonderingen daargelaten, hou ik me er ver vanaf.

Het was dan ook wel even schrikken toen de nieuwste van Martin Wallace voor mij op tafel verscheen. Wallace, een verteraan die al vele spelwatertjes doorzwommen heeft en daarbij steeds de krokodillen en de piranha's deskundig ontweek, is een nieuw lijntje begonnen. U moet nu niet direct beginnen associeren met een eenzame fietser genaamd Boonen. Neen, het lijntje in kwestie is een nieuwe spellenlijn. Denk bijvoorbeeld aan de lijn Yorkshire-regenjasjes van Paris Hilton. Hilton en Wallace in één alinea, ik weet het, het is voor ons spelers heiligschennis, maar het is slechts ter verduidelijking. Een metafoor. Vergeeft u mij.

Wallace maakt veel spellen. Kenners dragen hem hoog in het vaandel. Mijn vaandel hing tot nu toe zo ergens 70% de stok op. Kenners roemen zijn spellen om hun historische authenticiteit, hun complexiteit en hun ongeëvenaarde diepgang. Ik geef hen gelijk. Deels. Complexiteit en diepgang genereren immers meestal ook een aanzienlijke speelduur, iets waar ik eerder allergisch voor ben. Zo herinner ik mij een vijf uur durende sessie van “Princes Of The Renaissance” waarover ik nog altijd nachtmerries heb. Maar ik moet toch toegeven dat enkele van zijn spellen mijn softspot vol hebben geraakt. Ik denk daarbij aan “Mordred”, een hoogst toegankelijke Wallace met een originele maar bizarre eindafrekening en “Volldampf”, in mijn ogen nog altijd beter dan Age Of Steam en speltechnisch veel vergevingsgezinder, wat in mijn geval altijd meegenomen is. Ook “Tyros”, door velen onder ons zwaar onderschat, is een doosje dat ik graag uit het spellenrek trek.

Maar even terug naar het lijntje.

Het lijntje is een nieuwe reeks van spellen die zich kenmerken door het uitsluitend gebruik van een spelbord en houten speelstukken. Geen kaarten, geen kartonnen fiches, geen gimmicks, niets. Het lijntje heeft ook een naam: Treefrog. Het logo toont een kikker die zich als ware hij wanhopig om een boomachtige letter T heeft gekronkeld. Ik vermoed dat de wanhopige kikker een metafoor is voor ons, spelers, die zich al even wanhopig aan alles vastklampen dat in een doos zit, op tafel kan worden uitgespreid en waarmee vervolgens kan worden gespeeld. Mijn oudste dochter, die tijdens dit schrijven even kwam meelezen en droogweg opmerkte dat een vibrator ook in die categorie valt, is ondertussen naar haar kamer gestuurd. Twee weken huisarrest.

Momenteel zijn er vier spellen die aan het lijntje worden opgehangen: Tinners' Trail, After The Flood, Steel Driver en Waterloo. Volgens mij was er ook al een voorprogramma, namelijk “Mordred”, waarover eerder al sprake. Een herwerkte versie van Wallace's gelijknamige spel uit 1999, maar net als de Treefrog spellen alleen bord en hout. En leuk.

Maar Tinners' Trail is de officiële eerste in lijn.

Ik heb hem ondertussen al enkele keren in een drie- en vierbezetting gespeeld en ik moet u meegeven, beste medespelers: zeer de moeite!

We gaan wel even terug in de tijd hoor, toen en waar er van ons nog geen sprake was. Cornwall, begin 19de eeuw. Ik ben er nooit geweest en ik weet niet hoe het er daar nu uitziet, maar in die tijd was het niet bepaald paradijselijk van aard. Grote armoede en iedere man die armen en benen aan zijn lijf had verlaagde zichzelf elke dag een paar honderd meter de grond in om tin en koper te gaan delven. En als we het spelsysteem mogen geloven voorzag hij zich ook best van reddingsboeien en zwemvliezen, want elke meter dieper graven leverde als naar bijprodukt nogal nat en verdrinkbaar water op.

Tin en koper dus. Daar gaat het om. Ontginnen, bovenhalen, verkopen en winst omzetten in investeringen (overwinningspunten). In vier ronden. Tinners' Trail in een notendop.

Spelbord op tafel, speelstukken uitdelen, startsituatie creëren door in bepaalde gebieden tin, koper en water te “zaaien” door middel van drie speciale zeszijdige dobbelstenen (naar de vijf en zes zult u tevergeefs zoeken), de startprijs van tin en koper bepalen, spelersvolgorde vastleggen (heel belangrijk), iedereen zijn startkapitaal uitbetalen, de beschikbare uitbreidingen voor de eerste ronde klaarleggen en “off we go!” Alhoewel, “down we go!” is, zowel letterlijk als figuurlijk – dat laatste vooral in mijn geval – meer van toepassing.

Tijdens onze beurt kunnen we verschillende acties doen, negen in totaal, waarvan er eentje “passen” heet. De timing van deze laatste actie is niet onbelangrijk, want je mag dan de volgende beurt als eerste. Ik geef u één goede raad: onderschat deze actie niet. U doet ermee wat u wilt, maar kom achteraf niet klagen. Verder in het rijtje: een mijn veilen in een gebied naar keuze waarbij de winnaar één van zijn zes mijnen in voorraad in het gebied mag plaatsen en twee tijdpunten op het tijdspoor vooruit gaat. “Tijdpunten?”, hoor ik u al zeggen. Inderdaad. Elke actie kost tijd, de ene al wat meer dan de andere. Tien tijdpunten mag je spenderen. Dan is je tijd gekomen voor deze beurt. Wie het minst tijd gebruikt blijft aan de beurt totdat hij de andere spelers voorbijsteekt of hun tijdsgebruik evenaart. Simpel en elegant. Volgende actiemogelijkheid: ontginnen, het spul naar boven halen. Dat kost één tijdpunt en je hebt uiteraard een mijn nodig om dit te kunnen doen (basiscapaciteit twee). Elk blokje tin of koper dat je bovenhaalt kost evenveel pond als het waterniveau in je mijn. Twee waterblokjes is twee pond per blokje. Veel water = moeilijker ontginnen = duurder. Na het ontginnen zitten we uiteraard dieper onder de grond. Dieper = meer grondwater. Meer grondwater is een extra blauw waterblokje in het gebied. Ontginnen wordt dus de volgende ontginactie nog duurder. Dank u, Mr. Wallace! U, alles behalve van gisteren zijnde, begrijpt dat waterbeheersing een aanzienlijke rol krijgt toebeeld in dit spel. Als er één spel is waarop de uitdrukking: “Ik trek de stop eruit!” van toepassing is, is het dit. Een goede raad: trek hem eruit zoveel je kan. Kom achteraf niet klagen dat u het niet wist. Water kunnen we wegpompen door – u raadt het nooit – pompen te installeren. Er zijn minipompen en ook een soort maxipompen waarmee je zelfs twee aangrenzende gebieden van de nattigheid kunt onlasten en tegelijkertijd deze twee gebieden extra van tin en koper kunt voorzien. Dat kost wel een schandalige drie tijdpunten, wat iets zegt over de waarde van dit soort pomp, de zogenaamde “adit”. In het hele spel komen er maar vier van deze pompen beschikbaar. En weg is weg. Slik. Ik zou u nu een goede raad kunnen geven, maar u bent niet van gisteren dus trek zelf uw conclusies. Tot slot kunnen we nog mijnwerkers (één tijdpunt), boten (twee tijdpunten) en treinen (twee tijdpunten) plaatsen. Zij verhogen onze mijncapaciteit met één. Treinen en boten hebben ook nog eens een positieve invloed op onze waterhuishouding – de trein zelfs ook in de aangrenzende gebieden – dus deze wonderen van de vooruitgang zijn ook niet te versmaden. Schrap even “Tot slot” zes regels hoger want er is nog één actie onvermeld gebleven: pasties verkopen. Pasties? Klik op de volgende link en er wordt u veel duidelijk.

(http://www.digischool.nl/en/frameset.htm?url=/en/werkstuk...).

Niet te verwarren met de pasties die zowel vrouwelijke als mannelijke strippers al eens op hun tepels plegen te kleven. Hoe ik dat weet? Bemoei u eens met uw eigen zaken! Eén pond levert het op. En het kost één tijdpunt. Maar soms is het een bescheiden redder in nood. Slechte cash-flow, weet u wel. Hou deze actie toch maar in uw achterhoofd als dit spel op tafel ligt.

Als iedereen heeft gepast verkopen we al onze tin en koper en de opbrengst zetten we naar believen om in overwinningspunten op een overwinningspuntentabel. In elk van de vier ronden zakt het aantal overwinningspunten dat je voor hetzelfde bedrag kunt kopen, dus vroeg kopen = meer punten. En hou er rekening mee dat elk overwinningspuntenvakje slechts kan bezet worden door maximaal twee investeringsblokjes, al dan niet van dezelfde speler. U kunt dus een medespeler forceren duurder of goedkoper punten aan te kopen. En dan nu de belangrijkste tip van allemaal: HOU TOCH MAAR WAT GELD OVER VOOR DE VOLGENDE RONDE! Ik herhaal: HOU IETS OVER VOOR DE VOLGENDE RONDE!

Na al deze rituelen – u weet het misschien niet, maar spelen is een ritueel – beginnen we opnieuw tot we vier ronden hebben afgewerkt. Op dat moment zijn we een kleine anderhalf uur van gevloek verder.

Zoveel te doen en zo weinig tijd, kent u dat? In het echte leven is dat frustrerend. In dit spel is het een waar genot. Ook mooi hoe het spelbord vol komt te staan met mijnen, pompen, boten, treinen, tin, koper, water en één blauwe M&M. Het lijkt wel zaaitijd in Agricola. En gelukkig voor mij zit er ook een beetje geluk in, omwille van de onzekere tin- en koperprijzen.  En alles wat we moeten weten staat op het bord. De spelregels zijn duidelijk en overzichtelijk. Op de achterkant ervan staat trouwens een zeer handig en gebruiksvriendelijk overzicht.

Minpunten? Ze zijn er, maar halen het spelgenot niet onderuit. De investeringstabel is een leuke, maar alle informatie ligt open en bloot en is dus steeds telbaar. Dat zondigt een beetje tegen mijn principe dat een eindtelling spannend moet zijn en het kan het speltempo wel eens naar beneden halen. Het geldspoor had ook niet gehoeven. Het vraagt een beetje masseren van je beide hersenhelften om het 20 pond-spoor te assimileren. En in mijn versie ontbrak er een blauwe mijn. Maar dat hebben we opgelost met een blauwe M&M, die vlak na het speleinde als bij toverslag was verdwenen.

Martin Wallace verwijst in de “designer notes” op het einde van de spelregels naar spelsystemen die dat van Tinners' Trail hebben beïnvloed, meerbepaald “Princes Of Florence” (het investeringsmechanisme) en “Jenseits Von Theben” (tijdpunten). Dat siert. Mede daardoor, maar toch vooral door Tinners' Trail zelf, hangt mijn Wallace-vaandel ondertussen op ongeveer 85% flapperhoogte.

Die Treefroglijn. hou die toch maar in de gaten. En hebt u iets in het vizier, sla dan genadeloos toe, voordat anderen u voor zijn. Beperkte oplage, weet u wel. Met dit spel bewijst Martin Wallace dat hij nog genoeg hout heeft om pijlen te maken. Dat deze doel zullen treffen staat buiten kijf. Ikzelf herstel trouwens nog steeds van de financiële wonden die mijn Tinners' Trail-sessies tot nu toe hebben opgeleverd.

Op 10? 8,5. Met felicitaties van de jury. Heerlijk spel. Mocht gerust als discipline op de Olympische spelen. Maar dan zijn die van Cornwall in het voordeel. En dat gaan we toch niet toelaten zeker?

Dominique

 

Tinners' Trail (JKLM Games / Warfrog / Treefrog)

Martin Wallace

3 of 4 spelers vanaf 13 jaar

60 tot 90 minuten

19:18 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |