21-07-08

Agricola The Gathering!

De Helaasheid Der Dingen. Het is een boek van Dimitri Verhulst. Men fluistert mij voortdurend in dat het een fantastisch goed boek is. Als de inhoud even overtuigend is als de titel dringt een leessessie zich inderdaad op. De Helaasheid. Wat een mooi woord. Draagt niet alles en iedereen op deze aardbol één of andere helaasheid in zich? Denk bijvoorbeeld maar eens aan de helaasheid van Yves Leterme. Of de helaasheid van België tout court. Of de helaasheid van de demarrage van Menchov, of was het de helaasheid van die gladde eerste bocht na de demarrage? Om het nog niet over de helaasheid van het weer te hebben, op deze 21ste juli.

En de helaasheid van Agricola.

Ja, Agricola, ook ik kan er niet omheen.

Indien u de laatste weken en maanden veel tijd hebt doorgebracht op de planeet Yplok of in de Amerikaanse luchtmachtbasis op Quantanamo Bay bestaat de mogelijkheid dat u bij het horen van de naam “Agricola” volledig uit de lucht valt. Het is u vergeven. Misschien is het wel een weldaad. Want ik vraag me nog altijd af of dit spel een zegen dan wel een vloek is voor de spellenwereld.

Ik heb het spel al dikwijls gespeeld, zowel de Duitstalige, Engelstalige als Nederlandstalige versie en zowel solo als met twee, drie, vier en vijf spelers en – ik steek het niet onder stoelen of banken – ervan genoten. Maar ik heb toch ook enkele bedenkingen. Mag het? Als tegengewicht voor de overwegend euforische virtuele berichtgeving? Dank u.

De helaasheid van Agricola.

O, heerlijk, zoveel kaarten in die doos

Meer dan 350! Dat geeft variatie en een hoge graad van herspeelbaarheid. Geen mens, ook ik niet, die daar aan twijfelt. Waar ik wel aan twijfel is of het hier bij gaat blijven. We hebben via de doos al de beschikking over het I-deck, het E-deck, Het K-deck en het massaal bestormde Z-deck, waarvoor naar het schijnt anders zeer rustige spelliefhebbers al op de vuist zijn gegaan. Er blijven dus nog 22 letters van het alfabet beschikbaar voor deckjes allerhande. Kassa, kassa. Agricola The Gathering. Het zit erin. Volgens mij gaat er in Essen al een eerste setje verschijnen. En we gaan er allemaal inl(k)open. Allemaal.

Ongelooflijk, zoveel kaarten en toch zo uitgebalanceerd

Wel, beste medespelers, vergeet het. Als een deck van meer dan 300 kaarten met verschillende eigenschappen wordt aangeboord om iedere speler 14 kaarten bij spelaanvang te geven die dan nog voor de rest van het spel, een doorgeefkaartje tenagelaten, je enige handkaarten zullen blijven, dan kàn er af en toe wel eens sprake zijn van een zekere balans, maar dikwijls ook niet. En zeker al niet in een spel met vijf spelers. Er zijn kaarten die veel beter zijn dan andere en heb je die op hand ben je in het voordeel. Zo simpel is het. Een lekker “starthandje” met een paar handige combo's is al een grote stap naar de overwinning. Ik citeer in deze context even de commentaar van een speler op Boardgamegeek ter illustratie: “I feel a good player with bad cards can beat a bad player with good cards, which is the way it should be.” Mooi gezegd en dat kan allemaal wel zijn, maar een goede speler met slechte handkaarten wint niet van een goede speler met goede handkaarten. No way, Jose!

Toch leuk dat je voortdurend rekening moet houden met het voeden van je familieleden

“Neen, dat zie ik niet graag.” Ik kan niet meer op de naam van de hier geciteerde kabouter uit “Met Langteen en Schommelbuik voorwaarts” komen, maar hij zei het voortdurend. Moest hij Agricola met zijn kaboutervriendjes spelen zou hij het waarschijnlijk ook zeggen als hij druk doende was met zijn voedselvoorziening. Je moet er altijd voor zorgen dat je een goede voedselgenerator hebt. Altijd. En liefst zo snel mogelijk. Geen weg omheen. Ik vergelijk de oogsttijd in Agricola dan ook graag met de gebeurtenissen in “Im Jahr Des Drachen”. Die gebeurtenissen waar met ware doodsverachting naartoe wordt geworsteld. In Agricola gebeurt dat ook, alleen is de gebeurtenis steeds dezelfde: hongersnood. En de straf die je in Agricola voor acuut voedseltekort kunt oplopen is zowaar nog dodelijker. Drie punten per ontbrekende voedselfiche. Je zal het maar aan je boerenbroek hebben. En als je op actievelden moet gaan spelen om aan voedsel te geraken verlies je opbouwmogelijkheden. En dat wreekt zich dan weer bij de uitbouw van je agrarisch bedrijf en dus ook de eindtelling. Men heeft daar een uitdrukking voor in het Nederlands: een neerwaartse spiraal.

Niet te verwonderen dus dat de grote investeringen, die voor iedereen beschikbaar zijn vanaf het begin van het spel, zich hoofdzakelijk focussen op het makkelijker genereren van voedsel.

De terreur van de minpunten

Letterlijk bedoeld hoor, die minpunten. Ik heb het gevoel dat je eerder aan het spelen bent om geen minpunten te krijgen dan om pluspunten binnen te halen. Minpunten voor tekort aan voedsel, minpunten voor onbebouwde velden, minpunten voor onvoldoende vee, minpunten voor dit, minpunten voor dat. Om depressief van te worden.

Het duurt wel even voor de speeltijd begint

Ik hou zielsveel van kaartspellen. Doos open, kaarten eruit, even schudden, uitdelen en je bent vertrokken. Heerlijk. Agricola is echter een bord- en een monster van een kaartspel in één en vraagt wel wat voorbereidend werk. Kan ook moeilijk anders met 2,2 kg aan spelmateriaal. Borden op tafel, kaarten uitsorteren en uitdelen, al dat houten materiaal dat een plaatsje moet vinden, al die zakjes die leeg moeten, enz. En na het spelen volgen we weer de omgekeerde weg. Pfff.

Het leesclubje

Steeds weer hetzelfde scenario in Agricola: de kaarten zijn uitgedeeld en er onstaat onmiddellijk een doodse stilte die gerust enkele minuten kan aanhouden. Dat komt omdat iedereen zijn kaartjes aan het lezen is. Want dat is heel belangrijk voor je strategie. Wat staat erop, wanneer in het spel speel ik ze best uit? Zit er misschien een combo in? Misschien best even sorteren zodat ze alvast in de juiste volgorde van uitspelen zitten Héhé. En dat is nog niet alles. Daarna moeten we nog de kaarten van de tien grote investeringen gaan lezen die voor iedereen beschikbaar zijn in de loop van het spel. Wat een gedoe. Je zult maar de pech hebben dat je een snelle lezer bent. Dan kan je nog enkele minuten doelloos naar de barstjes in het plafond zitten staren. Ik voel me dan als was ik op een toets stillezen in het vierde leerjaar. Of in een leesclubje.

Het gebrek aan opwinding

Ik betwijfel of u met de inleiding “Vanavond gaan we allemaal een boerderij uitbouwen, akkers omploegen, graan zaaien en groente kweken, varkens en koeien en schapen houden, brood bakken en stallen en hekken neerpoten. Gelukkig krijgen we hulp van ambachtslui, zoals bijvoorbeeld de pottenbakker en de tuinder.” de broodnodige spanning kunt genereren die een spellenavond zo Sinterklaasachtig verwachtingsvol maakt. En u vooraf uitdossen in een klassieke boerenkiel zal daar niet veel aan verhelpen.

Dus geen hiephiephoera-momenten voor en tijdens Agricola, behalve als je de kaart van de minnaar in de hand hebt. Gezinsuitbreiding zonder de nood aan een extra kamer, de gluiperd. Daar kan je al eens een leuke opmerking over maken, maar verder? Het thema, het runnen en uitbreiden van een boerderij, is zo droog als een mestkever met een darmobstructie. Ik probeer tijdens het spelen dan wat te kruiden met warkens-, schapen- of koeiengeluiden – ja, ik ben me d'r eentje - maar dat wordt door mijn medespelers meestal niet geapprecieerd. Iedereen speelt dus wat voor zich uit. Interactie, buiten het voorzichtige knorknor-geluid van één of andere medespeler, is dan ook zo goed als afwezig.

Het sneeuwbaleffect: de hereboer wordt rijker, de keuterboer trappelt in het beste geval ter plaatse

Zo gaat het in dit soort opbouwspellen. De rijke wordt rijker, de arme blijft in het beste geval even arm. En op het toestoppen van een paar voedselbonnen door de hereboer moet al helemaal niet worden gerekend.

Het Eagle Games-spelbord-syndroom

Het formaat van de horrorborden van Eagles Games blijft hier wel achterwege, maar de oppervlakte die al de bordjes van Agricola samen innemen is toch ook niet te onderschatten. Daarbij moeten we ook nog onze kaarten op tafel uitspelen. En dan liggen de veestapels en de grondstoffen en de actiekaarten en de overzichtskaarten en de bedelaarskaarten nog niet op tafel (niet dat u deze laatste veel nodig zult hebben, Iedereen is als de dood ervoor). En met vijf spelers komt u zelfs nog grondstoffen tekort, al is daar een elegante multiplicatoroplossing voor gezocht. Het is, bovenop het gepuzzel in onze boerderij, toch ook een passen en meten op onze speltafel, zelfs als die van een aanzienlijke grootte is. Twee keer puzzelen voor de prijs van één, zullen de optimisten onder ons zeggen. Dat is waar, maar de campingtafel kunt u vergeten.

Maar ondanks deze, excusez le mot, “minpunten”, blijft Agricola stevig overeind. Hoedje af trouwens voor de vertalers van de Nederlandstalige editie voor het tot een goed einde brengen van dit ongetwijfeld slopende monnikenwerk. Heel goed gedaan.

Dus Agricola is een goed spel? Natuurlijk. Een heel goed spel zelfs. Niemand die zich hier een buil aan zal vallen, tenzij je het op je hoofd krijgt. Dat laatste raad ik, gezien de 2,2 kg aan doosinhoud, niet aan. Daarom is wat nu volgt misschien het belangrijkste speladvies van de dag: best op de onderste plank van het spellenrek! En als je ook daar nog een laddertje nodig hebt toch maar even naar de dokter.

Dominique


 


 


 


 


 

 

23:16 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (11) |  Facebook |

07-07-08

Abomilabel!

Richard Dawkins, ik moet u iets vertellen. Eigenlijk twee dingen. Ten eerste: ik heb met heel veel plezier uw boek “God Als Misvatting” gelezen. Echt, het was een waar genot. Ten tweede: ik weet dat dit hard gaat aankomen en ik weet ook dat uw boek daardoor totaal irrelevant wordt, maar het is niet anders: God bestaat.

Ik heb hem namelijk gezien. Al twee keer. De eerste keer manifesteerde hij zich onder de vorm van een toiletheer in de Lunch Garden in de Carrefour van Diest, die mij, na het geven van een snoepje aan mijn jongste dochter omdat ze zo flink haar handjes had gewassen na het plassen, tijdens het buitengaan vermanend terugriep met de woorden: “de papa's mogen ook een snoepje nemen hoor!”. De tweede keer stond hij vermomd als kassière in een klein Sparfiliaal in Herent, breed en dankbaar glimlachend omdat mijn betaling enkele stukken van 20 eurocent bevatte, “want die heb nu toch altijd te kort!”. Ik heb nooit in één glimlach en oogopslag zoveel oprechte dankbaarheid gezien. Voor enkele stukjes van 20. Levitatie bestaat trouwens ook, Richard, want ik zweefde de winkel uit.

Hij bestaat dus.

Het voorgaande heeft uiteraard de nodige implicaties. Want als God bestaat, bestaat de Duivel ook. Ik schrijf ook zijn naam hier bewust met een hoofdletter, je weet maar nooit. En het gekke is, dit laatste heerschap laat zich veel meer zien in het straat- en huisbeeld dan het eerste. Al moet ik toegeven dat hij het heel subtiel speelt. Hij laat meestal anderen – stervelingen - het werk voor hem doen. Luiheid zit immers in zijn natuur.

Hij strekt zijn tentakels zelfs uit tot in de spellenwereld. Maar de stempel die hij erop drukt is onmiskenbaar. Hij pest, terroriseert, manipuleert en intrigeert dat het een lieve lust is. Nu heb ik niets tegen het fenomeen “lieve lust”, maar als dit wordt gelinkt aan de bovenstaande werkwoorden zakt mijn enthousiasme toch tot een indrukwekkend dieptepunt.

Maar – ik heb het ooit al eens neergeschreven - “a man's got to do what a man's got to do.” Daarom heb ik mij voorgenomen u, beste medespeler - Richard, u mag gaan -, te waarschuwen voor het duivelswerk dat zich binnen de spellenwereld afspeelt. En om het u gemakkelijk te maken heb ik een label gecreëerd dat zich uitermate goed leent tot het waarschuwen van de onschuldige en goedmenende speler: HET ABOMILABEL. Dit label wordt resoluut, maar ook niet licht, toegekend aan spellen, spelonderdelen, spelideeën, spelervaringen – u roept maar – waarvan de kwaliteit zo abominabel slecht is dat u dacht dat u, indien u er al zou mee geconfronteerd worden, dit enkel in de hel zou gebeuren.

Niet dus.

De lijst is eindeloos. Ik heb dan ook het vage, maar onmiskenbaar ongemakkelijke gevoel dat D. harder werkt en meer overuren klopt dan G. Ik hoop dat dit een misvatting is.

Over nu naar een eerste bloemlezing van “laureaten” met een Abomilabel. Ik geef u tussendoor nog snel even mee dat ik volop aan het lobbyen ben bij de “Parlementaire Commissie Interne Markt en Consumentenbescherming” van de Europese Commissie om dit label verplicht te laten aanbrengen op de spellendozen onder de vorm van een sticker. Een sticker die minstens even groot is als die van “Spiel Des Jahres”. Zo bent u in één oogopslag gewaarschuwd als u bij uw spelleverancier likkebaardend voor één of ander spellenrek staat. En het klinkt misschien gek, maar er zijn echt wel dozen die beide stickers verdienen.

Daar gaan we.

Loco: het doosje

Loco is de jongere versie van “Flinke Pinke”, het voortreffelijke, subtiele en verslavende niemendalletje van Reiner Knizia. Flinke Pinke is handig in gebruik want verpakt in het meest eenvoudige, namelijk een doosje met een dekseltje. Loco echter slaagt erin het kleine aantal componenten, zijnde 25 plastic fiches en 30 kaartjes, te verpakken in een recipiënt de naam doos onwaardig, waarbij men er ook nog wonderwel is in geslaagd plaats te voorzien voor slechts 24 fiches en geen 25. Het doosje zelf is van een zodanige kwaliteit dat het na de eerste spelsessie – als u er al in slaagt alle onderdelen er weer in te krijgen, wat meestal meer tijd vraagt dan het spelen zelf – begint uiteen te vallen. Zeer gezinsdramagevoelig. U bent dus gewaarschuwd.

Trapper: de inlay

Deze voltreffer heb ik in eerdere bijdragen al eens een paar keer vermeld maar hij blijft me intrigeren. U opent de doos, speelt, amuseert zichzelf – jawel! - en stelt bij het opruimen tot uw verbijstering vast dat u niets, maar dan ook niets, meer in de opbergvakjes weggestopt krijgt. Hoe zeer, hoe lang, hoe inventief u ook probeert. Ik vraag me nog steeds af welke verlichte geest op het idee voor deze opbergindeling is gekomen en vooral waar hij of zij op dat moment mee bezig was. Want er moet een enorme en langdurige afleiding zijn geweest toen dit briljante werkstuk van de menselijke geest tot stand is gekomen. Een infiltratie-actie van een concurrerende uitgever in het productieproces met als enige doel Clementoni imagoverlies te berokkenen behoort ook tot de mogelijkheden. Eén van de best bewaarde geheimen van 2007.

Age Of Empires III: het scorespoor en de inlay

Een scorespoor dat ons doet teruggrijpen naar het ambachtelijk hanteren van pen en papier. Je moet het maar doen. Verder het Abomilabel voor de inlay, of beter: het ontbreken ervan.

Aquädukt: het spel

Als er een hel bestaat, en als u de eerste alinea's van dit stukje nog eens herleest kunnen we daar gerust van uitgaan, heeft deze wat mij betreft de vorm van een spellentoernooi waar enkel en alleen dit spel verplicht wordt gespeeld. En de winnaar van het toernooi krijgt het nog cadeau ook.

De Veilingmeesters Van Amsterdam: de veilingklok

Veel geluk als u zich hieraan waagt. De kans dat een Boeing 747 tijdens het lezen van deze blog op uw hoofd neerstort is vele malen groter dan de kans dat de klok een tweede spelsessie haalt.

Evo: de combinatie scorepionnen-scorespoor

Combo's zijn leuk, zeker in spellen. Ik denk bijvoorbeeld aan invloed nemen op de gladiatoren, geld verzamelen uit de catacomben en vervolgens de fractie van de gladiatoren beschermen met de strijdwagen (Tribun). Of – om even buiten de spelwereld te blijven – ikzelf en Miss Canada. In Evo echter, een heerlijk Belgisch spel van Phillipe Keyaerts, is men erin geslaagd een combo tevoorschijn te toveren dat in zijn frustrerende eenvoud zijn weerga niet kent: te grote scorepionnen plus een te klein en te smal scorespoor. Bovendien zijn de scorepionnen zodanig lang dat ze voortdurend omvallen. Daardoor wordt van u gevraagd voortdurend uw eigen score en die van anderen – moesten ze die vergeten zijn – te onthouden.

Machiavelli: de kaarten

Machiavelli, één mijner favorieten. Alleen spijtig dat ik na een tiental – ik geef het toe: intensieve – sessies de kaarten niet meer kon lezen. Ze waren wit geworden. Wit. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw slaagde ik er soms in zwarte vinylplaten grijs te spelen. Dat vroeg eindeloos geduld en een oneindige liefde voor bepaalde liedjes, op het verslavende af. En dan kwam ik nog niet verder dan grijs. Maar wit? Een kaart wit spelen? Op een paar weken tijd? Dat zegt iets over de abominabele kwaliteit ervan. Daarom een Abomilabel.

Skaal: het kleurenpallet

Ik hou van een beetje kleur in het leven. Tijdens het spelen van Skaal echter welt een intens verlangen naar de tijd van de zwart-wittelevisie op. Kaleidoscopsiche effecten zijn altijd mooi om zien maar tijdens een spelletje hou ik toch van een minimum aan visueel overzicht. Niet zo in Skaal, waar na vijf minuten spelen alles door elkaar begint te vloeien en de spreekwoordelijke kat haar jongen niet meer terugvindt.

Commands & Colors: Ancients: de stickertjes

345 miniscuul kleine stickertjes die allemaal moet gekleefd worden op 345 miniscule houten blokjes. Er zijn er die voor minder uit de kleren zijn gegaan, vervolgens naakt de Meir in Antwerpen op zijn gelopen en ondertussen een hoogst persoonlijke versie van “Kuck mal, ich habe einen glockenspiel” ten beste hebben gegeven.

Attack!: de eenheden

Meer dan 600 units. Dat is veel. Vooral als je ze één voor één uit de plastic stansramen moet knippen. U reserveert er best een paar dagen verlof voor, gevolgd door een klein weekje ziekteverlof om de wonden aan uw handen te laten genezen. Deze wonden manifesteren zich onder de vorm van extreem grote blaren op uw duimen, wijsvingers en handpalmen.

Eagle Games: de grootte van de spelborden

Eagle Games reduceert op onnavolgbare wijze uw anders ruim bemeten speltafel tot een gemiddeld bijzettafeltje dat standaard wordt geleverd bij een doorsnee mobilhome. Ik noem er maar een paar: Railroad Tycoon, Sid Meier's Civilization: The Boardgame en War! Age Of Imperialism. Kolossen op tafel. Plaats voor uw drankjes en uw hapjes kunt u vergeten en dat is des te erger wanneer u tot de constatatie komt dat u toch minstens een uurtje of vier aan de gang zult zijn..

Through The Ages: de glascountertjes en houten miniblokjes

Een accupuncturist met bokshandschoenen aan, daar vergelijk ik mezelf mee als ik Through The Ages speel. Dat onhandige geschuifel met die veel te kleine spelonderdelen, ik word daar even rustig van als een Zimbabwaan met sympatieën voor oppositieleider Tsvangirai tijdens de verkiezingen.

Change Horses: de paardjes

Bij het kleven van de letterstickertjes op de voetstukjes – een erg lichte manipulatie – braken deze laatste bij de twee eerste paardjes gewoon af. Aan de vier andere ben ik niet meer begonnen. Het ironische is dat deze stickertjes eigenlijk niet echt nodig zijn. Osteoporose in een spel. Nog nooit meegemaakt.

Phoenicia: de spelregels

Nachten heb ik er wakker van gelegen. Zonder resultaat. Geen touw aan vast te knopen. Het begrijpen van de financieringswet is een fluitje van een cent vergeleken met wat ons hier wordt voorgeschoteld.

Vegas Showdown: het spelerstableau

Een goed spel. En het is ook altijd leuk als je bovenop het centrale ook nog op een persoonlijk spelbord mag spelen. Maar u begint wel een beetje te twijfelen aan hoe serieus u door Avalon Hill wordt genomen als u de kwaliteit van uw hoogst persoonlijk tableautje ziet. Of beter: de afwezigheid ervan. Gewoon papier, ongeveer de dikte van een yoctometer en met een irritante plooi in het midden waar je tegeltjes steeds weer van afglijden.

Sternenfahrer Von Catan: de ruimteschepen

Een gadget is leuk, maar meestal slechts voor korte tijd. De ruimteschepen die u met een kreetje van verrukking uit de doos van “Sternenfahrer” haalt hebben alles in zich wat een gadget een gadget maakt: een korte periode van verwondering en – u kunt zelf zeker voldoende voorbeelden aanhalen uit de praktijk (sleutelhangers die reageren op gefluit, iemand?) - een zeer korte levensduur. De ruimteschepen van Catan ontsnappen niet aan deze wetmatigheid. Na het eerste geschud – je zal er als astronautje maar inzitten – beginnen de onderdelen al los te komen of, erger nog, af te breken. Mogelijk heeft Vlaada Chvatil tijdens het manipuleren van deze ruimteschepen zijn inspiratie gevonden voor Galaxy Trucker. Daarin valt er ook één en ander van je spaceship, maar dat is dan ook op een milde sadistische manier de bedoeling. Na de te voorziene klachtenregen zouden er bepaalde onderdelen in omloop zijn gebracht die je ruimteschepen steviger maken. Ik heb ze nog niet gezien, maar ze bestaan.

Duel In The Dark: de stank

Made In China, staat er op de doos. Spijtig genoeg hebben de Chinezen ook een geut van de plaatselijke fabriekslucht mee in de doos gestoken. Een geut met een zodanig indringende geur dat het luchten van de doos en inhoud de eerste activiteit is die je met dit spel zult doen. Dat heeft ook zo zijn voordelen. Kakkerlakken en ander ongedierte bijvoorbeeld zie je nooit meer terug in je etablissement. Het nadeel is wel dat je ook sociaal geisoleerd geraakt. Je krijg niemand meer over de vloer, voor een paar maanden toch.

Capitol: de overwinningspuntenzuilen

Origineel hoor, zuilen die je gebruikt om je score bij te houden. Dat past heel goed bij het thema. Alleen steken ze allemaal samen door hetzelfde gat waardoor de aanpassing van een score de zuilen van bijna alle andere spelers mee doet verschuiven. Ik ken sommige spelers die niet door dezelfde deur kunnen, maar hier wordt dat toch wel heel letterlijk genomen.

Magna Grecia: de woestijnkleur

Echt gebeurd, iets meer dan 4 jaar geleden: spelbord op tafel gelegd, er met mijn medespelers ongeveer vijf minuten sprakeloos naar zitten staren, opnieuw opgeruimd en een ander spel uit de kast gehaald. Zo erg was het. Er zijn grenzen aan eentonigheid. En goede smaak.

Clipper: de havenfiches

Eén onderdeel hebben ze vergeten in deze doos te steken: een mircoscoop. Deze heb je nodig om de miniscule – en ik druk me nog voorzichtig uit – fiches op te sporen die de aanwezigheid van een speler in de havens moeten aangeven. Voor u dit speelt timmert u ook best opkantjes aan uw speltafel, want als een havenfiche op de grond valt vindt u die nooit meer terug. Nooit. Ik hoed me ervoor de woorden “nooit” en “altijd” te gebruiken, maar hier kan het. Ik durf het zelfs nog eens te herhalen: nooit!

Wiz-War: buiten het spelplezier, alles

Dit is een leuk en zichzelf niet te serieus nemend spel. Spijtig genoeg nam men zich ook niet al te serieus tijdens de kwaliteitszorg voor de spelonderdelen. Geen kleur, laagstaand materiaal, een inspiratieloos en doodsaai grafisch design en een doos waarvan het deksel doorzakt alleen al door ernaar te kijken.

God, er is nog werk aan de winkel. Veel werk.

Daarom, beste medespeler, stel ik het volgende voor:

Laten wij bidden..

Dominique

 

 

 

 

12:47 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |