21-06-08

Spuitend ten onder!

Een reclameboodschap, gezien op 2 juni op VT4: “Er zijn al genoeg kleine ergernissen in je leven. Daar wil je geen diarree bovenop.” Ik was net nummertje 129 van het Chinese Restaurant “Lin Fa” aan het binnenwerken. De honger was over.

Het was een spotje voor Immodium. Immodium, het doet me altijd weer aan Ebola denken.

Ebola. Op het eerste gezicht lijkt het een leuke meisjesnaam. Ik zou haar echter niet kussen als u haar tegenkomt. Voor u het weet verlaten al uw lichaamssappen in ijltempo al uw interne reservoirs. U gaat openingen te kort hebben. Gelukkig hebt u daar maar een paar dagen last van. Daarna bent u dood.

Ik vraag uw begrip voor het feit dat ik me even verdiep in de menselijke ontlasting, maar het moet. A man's got to do what a man's got to do. Ik wil het met u immers over een spel hebben dat spuitende diarree, projectielbraken, interne bloedingen, huiduitslag, etterende zweren, haaruitval, afvallende ledematen, een vrjwel zekere mortaliteit en het – veelal kleine – gespuis dat deze kleine ongemakken veroorzaakt als uitgangspunt (!) neemt, daar met brio in slaagt en ons – mij in alle geval – doet verlangen naar meer. U leest dit goed.

Ik beken. Ik ben een kneus. Tot de kneusjes binnen de spellenwereld worden zij gerekend die zich wel eens aan coöperatieve spellen wagen. Alhoewel, “wagen” is een ietwat ongelukkige woordkeuze aangezien je ofwel allemaal samen wint ofwel en groupe de boot ingaat. In het laatste geval word je niet uitgelachen. En in geval van winst: allemaal samen vrolijk een dansje rond de tafel. Veilig bezig zijn heet dat. Ik doe daar dus vrolijk aan mee. De stempel “kneus” neem ik er dan maar bij.

Binnen het wonderbaarlijke segment van de coöperatieve spelen – Marx zou ook een groot aanhanger van dit soort spellen zijn geweest – zijn er een paar die mijn spelershart in hoge mate beroeren: “Sauerbaum” bijvoorbeeld, waar je het samen opneemt tegen de zure regen. “In De Ban Van De Ring”, een in mijn ogen nog steeds zwaar onderschat spel dat bij elke sessie weer een nieuw scheldwoord aan de Nederlandse taal toevoegt. “Arkham Horror”, dat speltechnisch zeer goed in elkaar zit maar waar in mijn ogen de horror toch vooral betrekking heeft op het klaarzetten en opruimen van het spel. En dan hebben we nog “Shadows Over Camelot” en “Riddle Of The Ring”, al tellen deze twee eigenlijk niet mee omwille van het feit dat we in “Shadows..” te maken krijgen met een verrader die godbetert op zijn eentje kan winnen als hij het goed speelt en “Riddle..” waarbij het Midden-Aarde universum nog eens wordt aangesproken als excuus om twee teams, zijnde de goeden en de slechten, het tegen elkaar te laten opnemen. De helft van wat rond de tafel zit verliest dus. En zal achteraf niet aan de polonaise deelnemen.

Pandemic dus.

Twee tot vier kneuzen worden geacht de wereld - dit gaat echt wel verder dan uw keukentafel - te behoeden voor wat het mensdom het meest vreest: totale uitroeiing van de soort door een massale verspreiding van de meest besmettelijke infectieziekten. Met een doosje Immodium staan zwaaien - zelfs de instantversie uit de reclame - zal hier niet helpen. Hier moet je met straffe mannen en vrouwen op af. Kneusjes zei u? Helden is een betere omschrijving.

Atlanta is onze uitvalsbasis. We beschikken daar over een gezellig onderzoekscentrum met alles erop en eraan en – nog belangrijker – een vliegveld. Daar staan we dan, op het mondiale spelbord. Gezellig. We hebben internet, we hebben faxapparatuur, GPS-systemen, iPhones, Blackberry's en meer van dat fraais. Ons venster op de wereld. Al snel zullen we wensen dat van dat venster de rolluiken waren neergelaten want binnen de korste keren worden we overstelpt met meldingen van epidemies allerhande: een diarreebuitje daar, een kudde zweren ginder, een hoestorkaan her, een braakwaterval der. Het houdt niet op. En als er niet snel iets aan gedaan wordt is het gedaan met de mensheid. Op zich zou dat misschien niet zo'n slechte zaak zijn voor het welzijn van onze planeet, maar één van onze teamleden heeft een pakketje aandelen van Shell en Q8 en die wil het toch niet zo ver laten komen. Uitrukken dus, jongens en meisjes, en bestrijden die handel.

Het team: een stelletje ongeregeld. Maar het moet gezegd: in hun vakgebied zijn ze stuk voor stuk het kneusje van de zalm. Zo hebben we daar de verpleegkundige, gespecialiseerd in het ter plekke behandelen van de brakende, schijtende, zwerende en hoestende medemens. En kijk daar: daar loopt - iPhone in de hand en druk gesticulerend - de dispatcher die, onder alle omstandigheden, het hoofd koel houdt en de lichaamssappen binnen teneinde de teamleden zo optimaal mogelijk te leiden naar daar waar het nodig is (meestal overal). En ziet, zieken onder ons, daar zit de wetenschapster Einsteingewijs over boeken en microscopen gebogen, druk doende een remedie te ontwikkelen. En ze ziet er nog goed uit ook! De onderzoekster – ook niet mis! - zorgt ervoor dat de rest van het team van de laatste ontwikkelingen op de hoogte is en verzamelt gegevens over alles wat nog maar naar een mogelijke epidemie ruikt. Tenslotte hebben we ook nog een “operations expert”, een mooi Angelsaksisch woord voor een ordinaire vuikbekkende werfleider, die ervoor zorgt dat er overal ter wereld en liefst zo strategisch mogelijk, onderzoeks- en uitvalsbasisssen voor onze werkzaamheden worden neergepoot. En zo spelen wij elk onze onmisbare rol. Vier acties per beurt krijgen we in dit kaartgestuurde spel. Het zijn er veel te weinig. En elke ronde breiden de ziektes zich uit, of erger: krijgen we te maken met een epidemie. Of nog erger: worden we geconfronteerd met een “outbreak”. Deze laatste term spreekt u best met de nodige omzichtigheid en vrees uit, want u wilt niet weten wat er dan allemaal op u af komt. Vergelijk het met het stoppen van uw vinger in een lekkend gaatje in het ruim van uw luxejacht van drie miljoen, terwijl een eindje verderop in datzelfde ruim het water binnengutst door een gat met een doorsnede van vier en een halve meter. Ik lees gedachten, ik zie welk woord u nu zit te denken: het begint met een h en eindigt op opeloos. Inderdaad.

Wij, de kneusjes, kunnen slechts op één wijze winnen. Door voor de vier ziektes die zich in de loop van het spel manifesteren een afdoende en betrouwbare behandeling te vinden. Het spel – ga even zitten – kan ons verslaan op drie verschillende manieren: door het bereiken van een vastbepaald aantal “outbreaks” (acht!), als we van een bepaalde ziekte de corresponderende blokjes niet kunnen aanvullen op het spelbord en als de trekstapel leeg is op het moment dat een speler zijn handkaarten moet aanvullen.

Goed, ik geef het toe, een onderzoeker, een verpleegkundige, een wetenschapper, een expert operaties en een dispatcher zijn nu niet bepaald karakters waarvan de haartjes op je armen overeind gaan staan. Maar goeie God, nog nooit heb ik me in een spel zo geïdentificeerd met mijn rol en die van mijn medespelers.

Hebt u het ooit meegemaakt dat u spontaan en zonder enige afspraak vooraf samen met uw medespelers juichend de handen in de hoogte steekt bij een overwinning, met een gevoel dat kan tippen aan het winnen van een ploegentijdrit in de Ronde van Frankrijk? Hebt u het ooit meegemaakt dat uw handkaarten bijna niet vast te houden zijn omwille van het zweet dat in uw handen staat en dat u, om u heen kijkend, vaststelt dat uw medespelers met net hetzelfde probleem kampen (de kaartenhouders van Memoir '44 of Battlelore kunnen hieraan verhelpen)? Hebt u het al meegemaakt dat u een uur intensief communiceert en overlegt met uw medespelers, meer dan u tot dan toe ooit, zowel plugged als unplugged, gedaan hebt? En dat deze medespelers eindelijk eens iets zinnigs te vertellen hebben? Hebt u het al meegemaakt dat u en uw medespelers hetzelfde spel steeds weer opnieuw willen spelen, ondanks het feit dat er steeds weer verloren wordt? Als was u verslaafd? Neen? Dan raad ik u dringend aan het bovenstaande nog eens rustig te herlezen en daarna als een speer naar uw plaatselijke spelleverancier te hollen, met een snelheid die recht evenredig is met de snelheid waarop u met een diarreekramp het dichtsbijzijnde toilet opzoekt. U gaat het zich niet beklagen. En u hoeft het niet aan de grote klok te hangen hoor, dat u een kneusje bent. Met een select kneusjesgroepje in het geheim genieten. Het heeft wel iets.

Red November (Fantasy Flight Games) gaat uit een reusachtig vat moeten tappen om hieraan te kunnen tippen.

Verliezen was nog nooit zo leuk.

Briljant spel.

 

Pandemic (Z-Man Games, 2008)

Matt Leacock

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

Tot slot nog een zeer belangrijke dienstmededeling: surf even naar www.despeeldoos.be. Klik daar even op de link naar de aankondiging van de spellendag op 29/06/2008. Schrijf u met een brede glimlach in. Het leven is simpel. 

Ik weet wat te doen op 29 juni. 

Dominique 

 

21:00 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01-06-08

Arbeiten oder Spielen? Na so was!

Laten we het even hebben over spellen die doen wat spellen geacht worden te doen: de spelers ontspannen.

Er liep onlangs op het forum van Spielbox een discussie met als originele titel: “Caylus, arbeiten oder spielen?”. Zeer interessant. En hot, want het regende reacties. Op zich maakt het mij niet veel uit, want ieder zijn meug. Als u mijn mening vraagt: “Ich spiele lieber dan ich arbeite”, en om even bij Caylus te blijven: ik zet me er niet (meer) aan, tenzij ik ervoor betaald word. Maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die net dat “werken” weer plezierig vinden. En zo komt iedereen aan zijn trekken. We leven in een mooie wereld.

De discussie zette me echter wel aan het denken. Dat gebeurt niet veel, dus het ijzer maar smeden als het heet is, dacht ik zo denkend voor mij uit. Als resultaat van dat denkproces besloot ik mijn collectie eens te scannen en de, in mijn van subjectiviteit uitpuilende ogen, meest ontspannende spellen eruit te halen. Eén criterium slechts: als je ze speelt moet je de stress van je af voelen glijden als water van een eend. Of van een zwaan. Of een andere waterdichte vogel. U mag zelf kiezen.

Geloof me: de weldadige loomte die u ervaart na een Turkse Hamam is vergeleken met deze spellen even stresserend als de drukte op de beurs in Wall Street op het drukste moment van de dag.

Pardoxaal genoeg was het maken van de selectie een vrij stresserend proces, temeer daar mijn collectie nu niet bepaald logisch is ingedeeld en slechts gedeeltelijk administratief geïnventariseerd. Maar het is gelukt.

De tien meest ontspannende spellen zijn, naar mijn bescheiden en volstrekt betrouwbare mening, de volgende:

Flowerpower (Kosmos)

Héhé, hier zijn we dan weer. In ons volkstuintje. We ruiken de lente al. We gaan ons eens van onze meest softe kant laten zien. We hebben bloembolletjes aangekocht en ons perceeltje klaargestoomd. Nu nog planten die handel. Maar wat zien we daar? Onze buurvrouw/buurman (doorhalen wat niet past) is er ook al aan begonnen en is nogal verdacht dicht tegen onze neutrale zone aan het aanwerken. Dat gaan we toch niet laten gebeuren zeker? Straks overwoekeren zijn/haar, ongetwijfeld erg lelijke, gewassen mijn toonbeeld van agrarisch vernuft. Hop, snel even wat onkruid tussen dat perkje gemoffeld. Moffelen, dat rijmt op schoffelen (gevolgd door een satanische lach).

Dit speelt zo lekker weg dat het niet mooi meer is. Een tegeltje trekken uit het buideltje en leggen maar. Voor ons op tafel ontstaat een bontgekleurd bloementapijt. En op het einde van het spel kunnen we daar nog mee scoren ook.

Op het einde fladdert er een schattig vlindertje van bloem tot bloem waarbij voor elk aaneengesloten perceeltje van dezelfde soort bloemen – als de perceeltjes groot genoeg zijn tenminste – punten worden toegekend.

Een jointje tijdens dit spel kan zeer inspirerend werken. Hou er dan wel rekening mee dat bij de eindtelling de kleuren ietwat in elkaar kunnen gaan overvloeien wat het proces van de scorebepaling aanzienlijk kan bemoeilijken.

Afrika (999 Games / Goldsieber)

Héhé, hier zijn we dan weer. In het zwarte continent. Als een Indiana Jones type, zweep op heup- en hoed op hoofdhoogte, door de jungle rennend. Achter elke boom wacht het avontuur. Vinden we een oude ruïne, barstend van archeologische vondsten? Indien niet, lopen we dan misschien een groep inboorlingen tegen het lijf die ons de weg naar die bewuste ruïne kan wijzen? Worden we aangevallen door een bende hongerige leeuwen of moeten we onze tenen intrekken omdat er een kudde olifanten langs trippelt? Vinden we een monument waarop we onze vlag kunnen planten? Of beter nog: stoten we op de ingang van een lang vergeten mijnencomplex waarin de goudklompen en edelstenen zo maar voor het oprapen liggen? En slaan we daar dan maar voor een tijdje ons tentje op?

Een heel mooi uitgevoerd spel. Misstaat op geen enkele speltafel. Fiches omdraaien, de daarbij horende actie uitvoeren, eventueel scoren en dit proces zelfs twee keer na elkaar. We worden verwend. We kunnen archeologische vondsten doen en deze, indien gewenst, zonder ook maar enige tegenwerking - tenzij een pruillip - met onze tegenstanders ruilen. We richten basiskampen op en verzamelen goud en diamanten die ons op het einde van het spel nog een aanzienlijke boost van punten kunnen opleveren. Zelfs de inheemse diersoorten ontsnappen niet aan onze invloed. We passen de grootte van hun kuddes aan en als het nodig is katapulteren we een olifant naar de andere kant van het continent als dat ons meer punten kan opleveren. Als we op een monument stuiten krijgen we een extra basiskamp uit de voorraad waarmee onze mogelijkheden weer worden uitgebreid. God, wat worden we verwend. Tevens luidt het leeghalen van de voorraad basiskampen het einde van het spel in.

Dit spel krijgt nogal eens oneerbiedige reacties. Totaal onterecht. En flauw. Het verdient beter. Het heeft namelijk de eigenaardige eigenschap dat je tegenstanders samen met jou de meest interessante optie gaan zoeken als je aan de beurt bent. Solidariteit aan de speltafel als het ware. Een spellenmens komt dit zelden tegen. Leg dit spel op tafel tijdens een overleg van strijdende partijen verwikkeld in een burgeroorlog en men trekt samen in polonaise weer het hinterland in.

Das Riff (Kosmos)

Héhé, de lucht is blauw, het water ook, de zon is geel en ik hou zoveel van jou dat ik het constant kweel. Gooien met twee hel gekleurde zeszijdige dobbelstenen is één van de fundamenten van dit voortreffelijke ontspannende spel voor twee. Geef toe, er zijn inspannender manieren om een avond door te brengen. De kleur die je gooit krijg je terug onder de vorm van gelijkaardig gekleurde wormen die je dan weer gaat gebruiken om – u raadt het nooit – vissen te vangen. Boten, parels, haaien, koraalriffen, het zit er allemaal in. Wat u vangt dient om te kweken. Let er dus even op dat u zowel mannetjes als vrouwtjes aan het lijntje houdt. Uit deze koppeltjes moet u vijf mooie visjes kweken. Als u dat doet voor uw tegenstander – er is er gelukkig maar één – wint u.

Tijdens het spel spelen de getijden hun rol. Spijtig genoeg zult u het zachte geruis van de golven en het rustgevende gekabbel van het water tegen onze houten scheepswand niet in de doos terugvinden. Daar moet u zelf voor zorgen. Er bestaan geluidsimitatoren die u hierbij zeker een eindje op weg kunnen helpen.

Kupferkessel Co. (Goldsieber)

Toverkollen zijn we en we brouwen toverdrankjes. Een eenvoudig spel dat we, als we het al zouden willen, kunnen kruiden met de regels voor gevorderden. Dat laatste is echter niet nodig want de lightversie biedt ons al genoeg verkwikking. Het enige stresserende aan dit spel vind ik het “ronden van de hoekkaartjes” waarbij men het lef heeft aan u, beste medespeler, viendelijk maar kordaat te vragen om de vier hoekkaarten die het spelterrein moeten afbakenen met een schaar af te ronden zodat u een visueel mooie spelaanblik creëert. Nu zijn de termen “visueel” en “mooi” niet bepaald van toepassing op het resultaat als ik met een schaar aan de slag ben gegaan, en zeker niet als het om het verfraaien van bepaalde spelonderdelen gaat. U begrijpt voor welk een dilemma Goldsieber mij heeft geplaatst. Bij mij zijn ze dus nog vierkant. Bepaalde, steeds terugkerende, nachtmerries van ondergetekende worden sedert de aanschaf van dit spel bevolkt door reusachtige scharen die nogal ruw door veel te kleine kleine hoekkaartjes gaan. En na elke nachtmerrie wordt de afstand tussen mij en de schaar groter. Neil Armstrong besefte niet hoe makkelijk hij het had toen hij als eerste voet op de maan zette.

Toverdranken dus, waarvan we de ingrediënten verzamelen door met onze pion als het ware “rond de pot” te draaien en op ons eindpunt uit de rij ingrediënten te nemen wat ons het meest aanstaat. Sommige ingrediënten geven je nog wat extra's zoals een extra beurt of – je weet immers nooit met de mengsels – een ontploffing waardoor je medespeler (het is een spelletje voor twee) het bovenste ingrediënt in zijn ketel verliest. Een goed geheugen is meegenomen want je mag niet meer in je keteltje gaan piepen voor het einde van het spel, wanneer de ingrediënten per soort worden geteld en gescoord.

Een mooi, klein, eenvoudig spelletje dat bij momenten ten huize van grijs wordt gespeeld om daarna weer voor een tijdje in de kast te verdwijnen, waarna we op een bepaald moment tot onze grote vreugde vaststellen dat het er nog altijd ligt en het weer voor onbepaalde maar plezierige tijd onafgebroken wordt gespeeld.

Animalia (GameWorks / Pro Ludo)

Bevat ongetwijfeld één van de mooiste kaartensets die ik ooit in een spel heb gezien. In dit spel doe je niets anders dan geven en krijgen. Is dat niet mooi? Warmt uw hart niet op als u dit leest? Blijven geven is echter niet aan te raden. U moet er af en toe ook mee ophouden anders moet u de restjes van de trekstapel nemen en dat kan, zoals ondergetekende al eens heeft ondervonden, een mens speltechnisch zwaar onderuit halen. Geven, nemen, ruilen, krijgen, het zit er allemaal in. En terwijl u deze handelingen uitvoert daalt een roes van ontspanning over u neer die u niet meer hebt ervaren sinds die erotische massage van twaalf jaar geleden.

In twee versies te koop. Eentje met enkel de kaarten in een klein doosje, de andere in een grotere doos met een stapel gouden medailles die uiteraard tijdens het spel uitgereikt worden aan de meest verdienstelijken onder ons. Maak u geen illusies: ze zijn van karton. Ondanks dat gegeven zijn beide versies, naar mijn bescheiden en een door gedaalde koopkracht beïnvloede mening, schandalig duur.

Yellowstone Park (Amigo)

Uwe Rosenberg – ja, die van Agricola – zit hierachter (trouwens even een commerciële tip voor 999 Games: voeg bij elk spel van Agricola een zakje Ricola-bonbons. Verdubbeling van de omzet!). Waar waren we? Ach ja, Yellowtone Park. We leggen dierkaarten in de vorm van een raster op een spelbord dat een beschermd natuurgebied voorstelt en proberen dat op een zodanige manier te doen dat we kunnen “minpunten”. Ja, u leest dit goed: spelen voor zo weining mogelijk punten dit spel, of u bent verkeerd bezig. Het afleggen van kaarten kan enkel mits inachtneming van een aantal voorwaarden, waar ik nu niet verder ga op ingaan want daar zijn spelregels voor. Het volstaat te melden dat je je kaarten best binnen een vooraf bepaald raster van 3x3 kwijtraakt, anders zit u in de problemen.

Mooi is hoe de bonte en soms wel erg bizar samengestelde kuddes over het spelbord migreren. Het lijkt net echt. Spijtig genoeg is het incasseren van pluspunten ook nogal realistisch uitgevoerd.

De regels vragen wel wat gewenning van de huis-, tuin- en keukenspeler maar eenmaal dat drempeltje genomen is het wel genieten geblazen. Sommigen klagen over het repetitieve karakter van dit spel, maar een sessie gaat zelden over de 45 minuutjes, dus waar maken we ons druk om?

King Of The beasts (Playroom Entertainment)

Hoe eenvoudig kan een spel zijn? Soms, als ik de regels van bepaalde spellen van hem tot mij neem, heb ik het gevoel dat herr Knizia mij probeert te zeggen: “U bent een grote dommerik. Daarom speciaal voor u dit eenvoudige regelwerk.” Spontaan schieten mij een aantal titels van de meester te binnen: Flinke Pinke (de spelregels passen op het handtekeningstrookje van mijn bankkaart), Bunte Runde (waarvan je je na het lezen van de spelregels afvraagt: “Is dit wel een spel?”) en – in iets mindere mate – Tutanchamun. Maar gelukkig zet de brave man ons met zijn eenvoudige regels toch nog op het verkeerde been. Schijn, behalve die van de zon, bedriegt en dat merk je als je aan deze eigenaardige spelletjes begint. Wat op het eerste gezicht een rechttoe rechtaan oppervlakkig spelletje lijkt blijkt plots over een aantal subtiliteiten en diepgang te beschikken waar – ik noem maar iemand – Geert Wilders een puntje aan kan zuigen.

In de mytische beestenwereld zijn er verkiezingen. Dat gaat wel een beetje eenvoudiger dan de chaos die we hier in België in oktober of ten laatste in juni 2009 gaan meemaken en vooral veel sneller. Zes deelnemers zijn er. Zo zit er een draak tussen, een eenhoorn en bijvoorbeeld ook een griffioen. Om op deze eigenaardige kandidaten te stemmen leggen we kaarten uit onze hand af van de kandidaat in kwestie in het stembureau en zorgen we er tevens voor dat we één of meerdere kaarten van dezelfde kandidaat afleggen in onze persoonlijke aflegstapel, want deze leveren ons eventueel punten op aan het einde van het spel. De winnaar van de verkiezingen geeft ons als blijk van waardering voor onze stem 2 punten per kaart van hem of haar in onze aflegstapel, kaarten van de tweede en derde leveren ons nog elk een punt op en naar waardering van de kandidaten die vierde, vijfde en zesde zijn geëindigd kunnen we fluiten.

Eenvoudig en snel speelbaar, maar u dient wel voortdurend belangrijke afwegingen te maken.

Sunda To Sahul (Sagacity Games)

Een spel en een puzzel tegelijk. En als je niet goed in de sociale markt ligt kun je hier ook lekker solo mee bezig zijn. Is zelfs simultaan speelbaar. En terwijl je lekker tactiel bezig bent kun je wegdromen naar ver afgelegen archipels waar de zon zo prominent aanwezig is dat ze wél schijnt in bepaalde delen van je lichaam waar ze normaal gezien nooit doordringt.

Dit spel introduceert zoals gezegd ook het wonderbaarlijke rustgevende effect van het simultaan spelen. Gewoon spelen en geen rekening houden met je tegenstanders en op het einde vaststellen dat je verloren hebt, hier kan het.

Moduleerbaar ook. Je kan kiezen voor de eenvoudige aanpak of voor de toeters en bellen. U beslist. Ik heb trouwens al genoeg aan mijn hoofd. Maar dat dit een leuk en ontspannend spel is, is een understatement.

Trapper (Clementoni)

De inlay van de doos is het enige wat hier voor frustratie zorgt. De rest van de doosinhoud, en vooral wat het emotioneel teweeg brengt aan een speltafel, is wél de moeite.

We verzamelen dierenhuiden, paddestoelen en kruiden en proberen deze onder te brengen in onze, niet bepaald van van veel ruimte voorziene, kano's. Zijn onze bootjes vol peddelen we als een gek naar de markt waar we streven naar winstmaximalisatie. Want geld bepaalt op het einde wie wint. Ook hier kunnen we weer voor de eenvoudige of voor de versie voor gevorderden kiezen, waarbij u de tweede mogelijkheid van mij gerust samen met de inlay bij het huisvuil mag zetten. Ook heel leuk met z'n tweeën.

Gek dat deze on onder de rader is doorgevlogen. Het is tenslotte een Kramer. Het is dan wel een eenvoudige Kramer maar het blijft een Kramer. Ik raad hem aan. Als u neigt naar een beetje ontspanning toch.

Hick Hack In Gackelwack (Zoch)

Erwin Broens vroeg zich onlangs op zijn voortreffelijke website Bordspel.com terecht af waarom dit spel niet door 999 Games werd opgepikt. Ondertussen heeft men het bij 999 Games begrepen en is gerechtigheid geschied. Ze brengen het uit. Echte kenners, zoals ik, hebben dit spel echter al lang, sedert 2001 meerbepaald, in hun collectie. U laat toch ook geen briefje van 200 euro op de stoep liggen?

Vogeltjes en vossen en graankorreltjes en eten of gegeten worden. Daar draait het hier zo'n beetje om. En je tegenstanders kunnen inschatten. En een smoel kunnen opzetten met de expressie van een strijkijzer. En vooral niet te gulzig zijn. Dat wordt afgestraft. Leuk met kinderen, gemeen met volwassenen.

Dat waren er tien. Maar ondertussen zijn er een paar kleppers verschenen die in dit lijstje wel eens zouden kunnen gaan inbreken. R-Eco bijvoorbeeld. En “Die Hängenden Garten” klopt ook al vol ongeduld op de deur van deze oase van rust en ontspanning. En doemt daar Keltis niet op aan de einder?

Dominique

17:09 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |