25-05-08

Glory To Cambridge

 

Naar aanleiding van de reactie van Peter Hein – bekijk zeker de countdown van de spellen top 100 van de Lage Landen op zijn weblog http://spellengek.blogspot.com/ - op mijn mijmeringen over Glory to Rome toch maar even een extra bijdrage.

Ik zou hier een heel epistel kunnen schrijven over de regels van het spel maar dat zou ons een beetje te ver leiden. En ik blijf liever hier. Daarom een korte samenvatting van het doel en de belangrijkste spelelementen.

Nero heeft Rome in de fik gestoken en wij zullen, na de nodige bluswerken weliswaar, dat stadje eens snel gaan heropbouwen. Aangezien we ons niet naar het verleden kunnen katapulteren doen we de heropbouw maar alsof. Door middel van een kaartspel.

We beschikken allemaal over een kamp met logeerruimte voor onze werklieden, een opslagplaats voor onze bouwmaterialen, een schatkamer (voor de opbrengst van verkochte materialen = eveneens overwinningspunten) en een pronkzaal voor onze invloedpunten (overwinningspunten die we hebben vergaard door het voltooien van gebouwen). Verder ligt Rome uiteraard bezaaid met de nodige vrijgekomen en nogal zwart uitziende bouwplaatsen die we kunnen claimen. We beschikken over een enorme trekstapel vol met gebouwen, materiaal en werklui (karakters). Elke kaart kan voor één van die drie elementen worden gebruikt. Er zijn ook nog zes jokerkaarten die als eender welk karakter kunnen worden gebruikt.

Bij de aanvang van het spel wordt per speler een kaart opengelegd in het midden van de plakkende tafel: de – ik hou me even aan de leuke Engelse term – pool! Bij de aanvang van het spel krijgen we vier kaarten van de trekstapel en één jokerkaart. Daar kunnen we voorlopig al mee voort. Zijn we aan de beurt kunnen we twee dingen doen: een kaart uit de hand als karakter spelen (of een jokerkaart voor een karakter naar keuze) of, u raadt het nooit: “denken”.

De karakters laten ons toe specifieke acties te ondernemen. De arbeider haalt materiaal uit de pool en brengt ze naar onze opslagplaats. De ploegbaas werft personeel aan uit de pool (de zes rollen die we nu aan het bespreken zijn) en brengt ze onder in onze, bij aanvang relatief kleine, logeerkamer. De architect laat ons toe een gebouw uit onze hand te bouwen of een gebouw dat reeds in aanbouw is verder (af) te bouwen met materiaal uit onze opslagplaats. De stielman doet hetzelfde als de architect maar hij laat ons toe materiaal uit onze hand te gebruiken bij reeds in aanbouw zijnde gebouwen (hij werkt dus sneller dan de architect, die eerst materiaal in de opslagplaats moet zien te krijgen). De legionair (een hele leuke) eist materiaal op uit de pool en uit de handen van onze tegenstanders waarmee we onze opslagplaats vullen en de handelaar tenslotte verkoopt overschotjes uit onze opslagplaats en dropt de opbrengst daarvan in onze schatkamer.

We beginnen met een invloed van twee. Daarmee kunnen we maximaal twee personeelsleden aanwerven en twee kaarten uit de opslagplaats in onze schatkamer onderbrengen. Het is dus zaak om zo snel mogelijk onze invloed te verhogen om ons personeelsbestand en de beschikbare ruimte in onze schatkamer te verhogen. Want vooral invloed en de inhoud van onze schatkamer gaan ons punten opleveren. We verhogen onze invloed door gebouwen te, euh, bouwen. Elk gebouw levert bij afwerking invloedpunten en evenveel overwinningspunten op (één tot drie). En elk gebouw heeft een eigenschap die je in het verdere verloop van het spel of enkel bij voltooiing ervan aanzienlijke voordelen oplevert, die dikwijls nog interessanter worden als je ze combineert met andere gebouwen. Er zijn er 40 verschillende, teveel om hier allemaal te bespreken. Maar het ontdekken ervan is één wonderbaarlijke ontdekkingstocht, om over de combo's nog niet te spreken.

De tweede keuze die je hebt is “denken”. Ik persoonlijk ben zeer blij dat ik dat nu eindelijk eens mag doen in een spel, dus ik maak er in GTR regelmatig gebruik van. Als je denkt vul je je hand gewoon aan tot vijf (basis handlimiet) of – als je al vijf kaarten op hand hebt – trek je er eentje bij van de trekstapel of je neemt een openliggende jokerkaart (als er eentje beschikbaar is). In de praktijk gaat een beurtje zo: de actieve speler speelt een karakter, bv. de handelaar, de volgende speler “denkt” en vult zijn handkaarten aan, de volgende speler volgt en speelt ook een handelaarskaart. Daarna vervult de actieve speler zijn handelaarsrol, eventueel aangevuld met acties van handelaarskaarten die hij op dat moment als personeel in dienst heeft. De spel die “gedacht” heeft kan vervolgens ook handelaarsacties doen indien hij ook nog handelaars bij zijn personeel heeft en de derde speler kan op zijn beurt zijn uitgespeelde handelaarskaart benutten, samen met de handelaarskaarten in zijn personeelbestand. Heb je personeel van het karakter dat door de actieve speler werd gekozen in je kamp, mag je dus voor elk personeelslid van die soort de actie uitvoeren, ongeacht of je de actieve speler door het uitleggen van een kaart volgt of niet.

Bouwen is de boodschap want daarmee vergroot je je invloed en daardoor ook de mogelijkheid tot meer acties en het bekomen van meer overwinningspunten

Op een bepaald moment dient zich – jawel! - een speleinde aan. Dat doet zich voor als de trekstapel leeg is (normale puntentelling), het Forum is afgebouwd en de eigenaar heeft de zes verschillende karakters als personeel in zijn ondertussen aardig vergrote logeerkamer liggen (die speler wint onmiddellijk), de Catacomben zijn afgebouwd (normale puntentelling) of de laatste beschikbare bouwplaats werd geclaimd.

De punten worden geteld: invloedspunten + punten van de kaarten in de schatkamer + bonuspunten van bepaalde gebouwen + bonuspunten voor de spelers die de meeste materialen van elke soort hebben opgeslagen in hun schatkamer (3 punten per soort). De speler met de meeste punten wint. En die heeft verdraaid goed gespeeld.

Mijmeringen (deel 2)

Ik heb GTR ondertussen zowel met 2, 3, 4 als 5 spelers gespeeld en elk spel is ons enorm goed bevallen. Het woordje “ons” in de vorige zin is niet onbelangrijk. Er was unanimiteit aan tafel. Ons eerste spel (met z'n vieren) duurde iets langer dan twee uur. Het vloog voorbij. En iedereen wou gelijk opnieuw. De volgende sessies speelden we aanzienlijk sneller. Logisch ook. Je krijgt het immers beter – ook letterlijk – in de vingers. Onlangs hebben we met z'n tweeën twee sessies gespeeld op een uurtje, maar ook bij meer spelers kan het binnen een kwartiertje afgelopen zijn als iemand de catacomben bouwt (al betekent dat niet dat de bouwer daarmee verzekerd is van de overwinning, verre van).

Dit spel kent een leercurve. Je moet de kaarten eerst een beetje leren kennen en de mogelijkheden van de combo's al doende ontdekken. Maar het spelprincipe, het beseffen waarmee je bezig bent en waarom en hoe je doelstellingen te bereiken, dat valt allemaal nogal mee. De spelregels zijn duidelijk en overzichtelijk en eigenlijk niet echt uitgebreid. Soms moet je even je gezond verstand gebruiken bij de interpretatie van een combo, maar over het algemeen valt dat allemaal nog wel mee. Geen hoge instapdrempel dus. Neen, het is het omgaan met het veelvoud aan mogelijkheden in dit spel dat wat trainingstijd en bekwaamheidsverfijning vraagt. En dat is echt leuk. En als je denkt dat je alles al gezien hebt, komt er weer iemand met een onverwacht combootje dat je weer bij de les brengt. Herspeelbaarheid en GTR zijn synoniemen.    

Op het eerste gezicht heb je het gevoel dat een aantal gebouwen het spel zwaar uit balans halen. Tot je een beter overzicht begint te krijgen over het hele plaatje, de combo's die je kunt maken en de tegenzetten die je kunt doen - vergelijk het resultaat gerust met een eurekagevoel - en dan begint de pret pas echt.

Een groot pluspunt vind ik de interactie tussen de spelers. Je moet voortdurend op je hoede zijn voor de acties, tactieken en strategieën van de anderen en, indien nodig, je daaraan aanpassen door zelf in de aanval te gaan of verdedigend te gaan spelen. Zonder daarbij voorbij te gaan aan het feit dat je op het einde wel het meeste punten moet hebben om te kunnen winnen. Een moeilijke evenwichtsoefening.

Zeer aangenaam vind ik ook het afwisselend strategisch en tactisch spelen. Je moet denken op lange termijn maar meermaals moet je overschakelen naar tactisch spelen gezien de ontstane spelsituatie of omdat de acties van andere spelers je ertoe aanzetten. Toch, je ligt er nooit helemaal uit. Je blijft meedoen voor de overwinning tot op het einde, of hebt minstens het gevoel. Op BoardgameGeek merkte een speler op dat het zo'n spel is waarbij je het gevoel hebt dat je had kunnen winnen als je nog één extra beurt had gehad. Dat klopt. Ik heb zo'n uitspraak meerdere keren na een spel GTR horen vallen. Vreugde en verdriet liggen hier dus heel dicht bij elkaar, net als in het echte leven. Van mij mag dat.

Heel interessant is het feit dat je meerdere beurten nodig hebt om een gebouw te kunnen oprichten. Je begint met de bouwplaats te claimen (beperkt in voorraad!) en de latere beurten besteed je al dan niet aan de bovenbouw. Als je een "killer-gebouw" in de maak hebt krijgen de andere spelers ruim de tijd om aan een tegenzet te werken. Dat gaat meestal wel gepaard met overdreven zweetproductie, tremor van de handen en diep gezucht dat uit de poorten van de hel lijkt te komen. Maar het kan.

Nog een pluspunt vind ik de vele wegen naar de overwinning. En naar de nederlaag Er is het onvermijdelijke Forum dat de bouwer bij voltooiing onmiddellijk de overwinning schenkt (moeilijk - het vraagt een zekere stevigheid in de schoenen gecombineerd met een goeie geut risicobeheersing - maar haalbaar), de Catacomben die het spel direct beëindigen met innachtname van de gewone puntentelling (dikwijls wordt gewoon aan de bouw begonnen om de andere spelers onder druk te zetten), het snel bouwen zodat de bouwplaatsen snel zijn uitgeput (einde van het spel), de handelaarstrategie (zo snel en zo veel mogelijk verkopen van je materialen voor overwinningspunten in je schatkamer) of het zo snel mogelijk leeghalen van de trekstapel als je jezelf zegezeker voelt en je de juiste gebouwen voor het creëren van een “trekstapellek” hebt liggen (ik heb dit zien gebeuren en dat was een vrij indrukwekkend exploot gezien de dikte van de trekstapel).

Wil je winnen moet je bouwen. Je gebouwen leveren je op het einde van het spel overwinningspunten op, maar eveneens (en evenveel) invloedpunten tijdens het spel. Die invloed heb je nodig om werkvolk aan te trekken (arbeiders, handelaars, stielmannen, architecten, legionairs en ploegbazen) en om je schatkamer (gevuld met overwinninspunten door de verkoop van materialen uit je voorraad) uit te bouwen.

Ook een leuk gegeven: de pool. Dit zijn de kaarten die in het begin van het spel worden opengelegd (1 kaart per speler) en vanaf dan vooral wordt aangevuld door de uitgespeelde karakterkaarten van de spelers. Soms ligt de pool boordevol kaarten, soms moet je ze met een vergrootglas gaan zoeken.

En dan die dilemma's. Elke kaart is een karakter, een gebouw of materiaal dat later kan omgezet worden in gebouwen of overwinningspunten. Kies je het ene, ga je niet voor de twee andere. Simpel, maar zweetbevorderend.

Je “kamp”, waarop de verschillende karakters en hun eigenschappen staan afgebeeld is ook een heel handig extraatje. Het dient tegelijk als speloverzicht en als hulpmiddel voor het managen van je kaarten. Eén van de meest praktische die ik ooit gezien heb. Mooi gedaan.

Race For The Galaxy heb ik zeker nog niet afgeschreven. Zeker niet. De vraag is alleen of het nog wel de kans gaat krijgen op tafel te komen na mijn kennismaking met Glory To Rome.

Dominique

 

Glory To Rome (Cambridge Game Factory, 2005)

Carl Chudyck

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

60 minuten

 

 

15:36 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

17-05-08

Pickjes en Packjes..

Laten we even gezellig wat bijpraten.

Glory To Rome

Het beste spel dat ik dit jaar al gespeeld heb. Is van de “San Juan” en “Race For The Galaxy” familie, maar steekt deze twee moeiteloos in zijn achterzak. Vanwege veel meer mogelijkheden en vooral veeeeel meer interactie (heerlijk om die gezichten te zien als ik mijn Forum op tafel leg, of de Catacomben, of mijn Legionair, of mijn Brug, of mijn Colloseum. En dan die combo's!). En veel meer kleur. En veel beter thematisch onderbouwd. En, vooral in vergelijking met “Race For The Galaxy” en ondanks de complexiteit, veel toegankelijker. Ik heb al verschillende sessies RFTG gespeeld en ik weet nog altijd niet waar ik eigenlijk mee bezig ben. De vonk slaat maar niet over, hoe graag ik het ook zou willen. Ik beleef er geen plezier aan. Bij GTR was de vonk – zeg maar uitslaande brand – er direct. En ook bij mijn medespelers. Reeds verschenen in 2005 en ik schaam me diep dat dit niet eerder op tafel is gekomen. Ik ga dan ook na deze bijdrage direct aan mijn tien Weesgegroetjes en Onze Vaders beginnen. Als boetedoening.

Pick & Pack

Appeltjes pakken met een grijpertje zoals in de lunaparken op de kermis. Een spel voor twee. Abstract als de pest en de vaardigheid enkele beurten vooruit te kunnen denken strekt zeer tot aanbeveling. Dus eigenlijk niets voor mij. Zwaar op mijn bips gekregen tijdens de eerste sessie, maar het spelverloop was leuk.

Diamant

Meer een belevenis dan een spel. Dat mag. Soms moet dat zelfs. Waarschijnlijk het spel dat het meeste lawaai genereert bij de deelnemers. Kreeg daardoor zo'n respons op “Spel 2007” van de Forum-Federatie dat de verkoopstand van Carl Adriaenssen op een zodanige manier werd bestormd dat de politie er moest worden bijgehaald en proces-verbaal werd opgemaakt. Toen tijdens de aangifte echter duidelijk werd dat het om plastieken diamantjes ging werd het volledige verkoopteam in voorlopige hechtenis genomen vanwege smaad aan de politie. Pas na het betalen van een aanzienlijke borgsom – sommigen maken gewag van een bedrag van 6 cijfers – werden ze weer vrijgelaten. Is een heerlijk spel voor niet-spelers. Ze gaan allemaal, maar dan ook allemaal, voor de bijl.

Die Schatzteucher

Een Knizia voor kinderen. Met de wonderbaarlijke wonderlamp, die ondertussen ook al haar nut heeft bewezen toen hier enkele dagen geleden 's avonds laat de elektriciteit uitviel. Met zo'n typisch Kniziaans scoremechanisme ook, iets dat bezwaarlijk als kindvriendelijk kan worden bestempeld. Maar toch, hij komt ermee weg. Een goed spel als u uw koters stilaan wilt voorbereiden op het echte werk.

Eketorp

Hoe meer zielen (ik afslacht) hoe meer vreugd, dachten ze bij de Vikingen al. Dat geldt ook voor dit spel. Het leeft van de confrontatie. Ik heb ook de eerste editie van dit spel in één of ander spellenrek staan. De huis-, tuin- en- keukenversie. Het lelijke eendje (en dat is een understatement: u mag er gerust eens naar komen kijken als u me niet gelooft) is een mooie zwaan geworden.

Fangfrisch

Halli Galli voor gevorderden. Zonder die vieze visgeur waar ik zo'n hekel aan heb (al heb ik bij het openen van de doos voor alle zekerheid toch maar een stiekem aan de kaarten geroken). Ambiance verzekerd. Bij voorkeur te spelen op een plaats waar veel personenverkeer is. Ofwel jaagt u iedereen weg, ofwel staat u binnen de kortste keren in de belangstelling van een nieuwsgierige meute die komt kijken hoe het komt dat u zich zo amuseert, ondanks alle kommer en kwel op deze wereld.

Gipsy King

Een Cwali die men mij altijd voor de neus mag leggen. Instinctief zal ik dan beginnen meespelen. Tactiel zeer aangenaam vanwege de grote houten balkjes. Eindelijk hebben we een smoes om nog eens met de blokken te spelen.

Handelsfürsten: Herren Der Meere

Een pareltje in een klein doosje. Komt regelmatig op tafel. Ik win dit ook meer dan normaal voor me is. Als ik aan spellen deelneem rijmt de typering van de afloop bij mij meestal op “iezen”, maar niet zo bij dit spel. Dank u, Herr Knizia!

Hick Hack In Gackelwack

Eindelijk hebben ze bij 999 Games het terechte advies van Erwin Broens opgevolgd en brengen ze dit heerlijke spelletje voor groot en klein binnenkort in een Nederlandstalige versie uit. Ze gaan er geen spijt van hebben. En wij ook niet.

Im Jahr Des Drachen

Depressies initiërend, maar ondanks dat toch steeds weer die SM-neiging om het te spelen. U bent me d'r eentje, Herr Feld.

In De Ban Van De Ring

Ik ben opgegeten door Shelob, de reuzenspin, door Ringgeesten naar de absolute en oneindige duisternis gelokt, gesneuveld in het beleg van Minas Tirith na een prikje van de Toveraar-Koning van Angmar himself, door de “Mond van Sauron” voorgoed het zwijgen opgelegd aan de poorten van Minas Morgul en door het Dodenleger in mijn blote kont het dal in gejaagd na een korte maar hevige confrontatie. Om maar te zeggen dat Sauron mij in 2008 keer op keer de loef heeft afgestoken. Maar mijn tijd komt. En als die gekomen is zult u het hier als eerste lezen.

Jamaica

Ik ben al meerdere malen te kap'ren gevaren, maar nog nooit met zoveel goesting als in dit spel.

Race For The Galaxy

Ik wil dit zo graag leuk vinden, maar het lukt me niet. Al die icoontjes op die o zo donkere kaarten, dat gebrek aan interactie (een ideaal spel voor bewoners van kloosters waar de zwijggelofte werd afgelegd), al dat gedoe met die (halo)werelden en welke kaart nu wat genereert en vooral wanneer.. Ik kom er maar niet doorheen. Het zal wel aan mij liggen. Er is een uibreiding aangekondigd en ik hoop dat die synoniem staat voor verbetering, maar ik vrees nog meer van hetzelfde en dus het ergste.

Die Hängenden Gärten

Ik kan me niet voorstellen dat dit me ooit de keel gaat uithangen. Het speelt immers zo elegant en lekker weg. Het raadsel van de achterkant van het spelbord is, ondanks mijn voor deze aardbol veel te hoge graad van intelligentie, nog steeds niet opgelost. Ik vang geruchten op dat dit met een uitbreiding te maken heeft. Ik kijk dan ook reikhalzend uit naar de spellenhorizon.

R-Eco

Afvalbehandeling. Het is niet mijn favoriete bezigheid. Maar na het spelen van R-Eco heb ik wel fluitend en goedlachs wuivend naar mijn overbuurvrouw de vuilniszakken buitengezet. Dat zegt iets. Is goed op weg mijn favoriete filler te worden. Een aanradertje.

Rattlesnake

Gemagnetiseerde eieren van ratelslangen. Er bestaan mensen die op zulke ideeën komen en ze nog uitwerken ook. U mag daar het uwe van denken maar ik raad u toch aan het eens te proberen, want dit is al enkele weken een instant hit ten huize van.

Stone Age

Ik heb de hongerstrategie uitgeprobeerd. Ik raad het u niet aan. Plaats als de kans zich voordoet altijd – altijd! - uw stamleden op de neukhut, de akker of de werktuighut. Deze gouden tip is gratis.

Ticket To Ride, Het Kaartspel

Goed, zonder meer. Ik ben ondertussen teruggekomen van mijn overtuiging dat dit moet gespeeld worden zonder het memory-element. Het moet met.

Metropolys

Gespeeld en goed bevonden. Eén van de lelijkste spelborden die ik ooit gezien heb, maar smaken verschillen. Zo zijn er zelfs mensen die mij aardig vinden. Stel je voor.

Wie Verhext!

Meerdere sessies achter de rug met vier en vijf spelers. Nog geen “Verhext-moeheid” merkbaar. Een goed teken.

Ik zie oneindige mogelijkheden tot varianten in dit spel. Wat dacht u van “Ik ben Bart De Wever en ik wil onvoorwaardelijk en onverwijld het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde splitsen!” Waarop de volgende speler: “Goed, gij moogt Bart De Wever zijn maar eerst ben ik het hulpje Yves Leterme en ik geef de Franstaligen in ruil voor de splitsing 5 goudstukken.” Heerlijk toch? En zo is nog maar eens bewezen, beste medespeler, dat het leven uitpuilt van gemiste kansen.

Utopia

Mooi, mooi, mooi zijn de drie woorden die me bij dit spel onmiddellijk te binnen schieten. Ik heb alleen wat moeite met het bont gekleurde tafereel dat zich voor onze ogen ontvouwt en daardoor de overzichtelijkheid aanzienlijk ondermijnt. Ook het gegeven dat in het eindspel de laatste speler aan beurt meer dan me lief is de overwinnaar bepaalt is zorgwekkend. Ik doe dat niet graag, zeker als ik zelf niet de overwinnaar ben.

Scriptorium

Eén van de ontdekkingen van het jaar. Een zeer aangename ervaring met meer diepgang dan je op het eerste gezicht zou denken. In afwachting van de nieuwe van Stefan Feld, die zich naar verluidt ook afspeelt binnen niet zo vriendelijke kloostermuren, een goed alternatief.

Seerauber

Altijd wat afgehouden, dit spelletje. Tot David het onlangs presenteerde. David en het spel hebben me aangenaam verrast. Ik moet dat afleren, die vooroordelen ten aanzien van bepaalde spellen. Daarom dit goede voornemen voor de tweede helft van 2008: elk spel een kans, zelfs Phoenicia!

I'm The Boss

Heerlijk spel, maar ik bak er nooit iets van. Bijna altijd laatste. Ik werk dan ook aan een eigen variant: “I'm The Klos”.

Batavia

De zwaan die de lelijke eend “Moderne Zeiten” moet doen vergeten. Gek, maar naar aanleiding van Batavia “Moderne Zeiten” onlangs nog eens uitgehaald en enorm veel plezier gehad. Ook met het manipuleren van de zeppelins. Ik ben Jumbo nog steeds dankbaar dat ze dit toentertijd hebben uitgegeven.

Toledo

Een “Wallace light”, zo wordt dit spel wel eens omschreven. En dat is het ook. Ik heb wat problemen met het eindspel, waarin het optimaliseren van acties en bewegingen en de tijd die dat kost nogal eens kan gaan irriteren als u tot de gejaagde medemens behoort.

Keltis

Eenvoudig, snel, spannend, mooi en frustrerend. Tiens, het gaat hier precies over mij. Maar we dwalen af. Ik vind dit prettig om te spelen. Geen strategische beslommeringen. Geen “als ik dit doe dan doe jij waarschijnlijk dat waardoor ik één van de volgende ronden zwaar in de problemen ga komen en ik weer een voorzet geef aan die bloedzuiger links van mij, verdorie het is weer kiezen tussen de pest en de cholera”-gedoe. Ontspannend. Niet meer, niet minder.

Lascaux

Mogul op zijn Phalanx'. Vraagt wat gewenning maar speelt vanaf dan lekker weg. De illustraties op de kaarten hadden wat afwisselender gemogen maar verder geen gezeur.

Liebe Und Intrige

Ik had mijn drie dochters als eerste uitgehuwelijkt maar toch ging er iemand anders met de overwinning lopen. Het is inderdaad een race, maar de punten worden niet toegekend op, maar na de meet. Hou hier rekening mee als u dit speelt. Ook weer zo'n overdreven gelamineerd spelbord en weer geen zonnebrillen in de doos. Maar hadden ze die wel in het Victoriaanse tijdperk?

Kan, omwille van de prachtige boekvorm waarin dit spel is uitgegeven, in geval van plaatsgebrek in uw spellenrek(ken) gewoon naar uw boekenkast worden versast, eventueel samen met "Du Balai". 

Shanghaeien

Weird dobbelspel voor twee waarbij je kaarten verzamelt in acht kleuren die je op het einde van het spel - hoe bestaat het - punten opleveren. Het rare zit in het feit dat je de punten krijgt van je tegenstander als je in een bepaalde kleur het meeste scoort. Het heeft wat Kniziaans maar het is een Schacht. Actiekaarten zorgen voor peper en zout en geven je wat invloed op het resultaat van uw - geef het maar toe - belachelijk slechte dobbelsteenworpen.

Owner's Choice

Voorbij voor je het goed en wel beseft en daardoor een buitenbeentje binnen het segment van de financieel getinte spellen. Snel en juist handelen, en u mag dat gerust letterlijk nemen, is de boodschap. Voortgaande op mijn eindresultaten in dit spel heb ik deze boodschap niet goed begrepen. Maar ik werk eraan.

Dominique

 

 

 

 

 

 

 

 

23:42 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-05-08

Een golfoorlog! Alweer!

Er moet mij iets van het hart. Ik ben die kinderliedjes, die infantiele meezingertjes waarmee we de laatste tijd om de oren worden geslagen, grondig beu. Een voorbeeld? Yael Naïm met “New Soul”. Ik citeer even het refrein: lalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalala. Ik herhaal: lalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalalala! Herkent u het? Ik word er nog misselijker van als ik het zo neergeschreven zie. En dat staat in de hitlijsten! En in de playlists van alle radiostations, behalve dan misschien in die van – oef, toch een uitwijkmogelijkheid – Radio Vaticaan. En dan zwijg ik nog over Kate Nasch, Colbie Vaillat (Bubbly, godbetert) en dan, erger nog, die Soko – die het fonetisch verkrachten van de Engelse taal als gimmick hanteert door een Allo-Allo-Frans accent te gebruiken en er verdorie nog mee wegkomt ook. Denken ze nu echt dat wij kleuters zijn of wat? Gedverd....Zo, dat moest er even uit.

Nee, als ik in the mood ben voor zomerse deuntjes, geef me dan maar een goeie geut Beach Boys. En de associatie die dat soort muziek bij mij onmiddellijk oproept: die van een bruingebrand, gespierd, perfect geproportioneerd lichaam. Medespelers die mij persoonlijk kennen hebben ondertussen de link met mijn persoon al gelegd. En nu ik toch aan het associeren ben: ik zie me met “de jongens” aan een Hawaiiaans strand op een surfplank de hoogste en spectakulairste golven bedwingen. Alle beachbabes liggen aan mijn voeten. Letterlijk. Maar mijn gedachten zijn bij een andere babe, eentje met standing, eentje op de hogeschool, die vanwege haar studies geen tijd heeft voor strandwandelingen, laat staan -avonturen. Toch, ik ben verliefd en ik slaag er uiteindelijk in het met haar aan te leggen. Maar o ramspoed, ik kan en mag niet omgaan met een vrouw in mantelpakje. Slecht voor mijn imago bij de jongens. Dus blijven onze contacten beperkt en geheim. We hunkeren, smachten en verlangen naar elkaar en meermaals staat de vrouw van mijn leven op het terras van één of ander strandhuis, met op de achtergrond een perfecte zonsondergang, hartstochtelijk en uiteraard met mij in gedachten “Hopelessly Devoted To You” te zingen. In haar mantelpakje. Dan komt de dag van de grote wedstrijd, die ik uiteraard afgetekend win. Terwijl alle beachbabes na de prijsuitreiking over elkaar heen tuimelen om toch maar met mij m'n Chevrolet Convertible in te mogen kruipen, duikt mijn droomvrouw plots op aan het strand, in een nauw, zwart latex pakje, haar lange haren extremely heavy in de war, een gore taal bezigend dewelke ik hier, vanwege de mogelijkheid dat hier kleine kinderen meelezen, niet durf weer te geven. Ze steekt alle beachbabes, ondertussen allemaal geel uitgeslagen van jaloezie, in haar achterzak. Onder luid gejuich van de jongens hoppen we in de Chevrolet en scheuren we extreem wilde avonturen tegemoet. Enkele jaren later liggen we hand in hand op het terras van het eerder genoemde strandhuis naar onze kindjes te kijken. Ze rapen schelpjes. Eindgeneriek.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Surfers zijn wij. En we spelen "Surf's Up, Dude!" Een bordspel zowaar.

En omdat ik niet graag alleen speel geef ik jullie vandaag ook de kans om te beschikken over een kathedraal van een lichaam, blinkend van de zonnebrandolie en van een zodanige perfecte symetrie dat het vermoeden ontstaat dat De Schepper Himself ons persoonlijk heeft geboetseerd. En niet bepaald op een maandag.

Wij hangen rond op exotische, ver van ons bed gelegen, stranden en nemen deel aan surfwedstrijden. Geen surfwedstrijden zonder golven, dus die zijn ook in groten getale aanwezig. Ze zijn wel van stevig karton, maar soit. Een doorwinterde, goed van inlevingsvermogen voorziene speler let daar al lang niet meer op.

We kunnen zwemmen, dat is al een pluspunt, al is dat niet echt een vereiste. Je kan rustig peddelend op je plank de beste golven gaan uitzoeken en hopen dat je op het moment van de waarheid er niet afvalt.

Alles in dit spel doen we met kaarten: theatraal de zee in lopen, naar de golven toe peddelen, de golven met onze surfplank “pakken”, op de golven en onze surfplank proberen overeind te blijven en onze concurrenten van de golven afduwen. Dat kaartgestuurde klinkt misschien een beetje raar, maar er is één groot voordeel: wij, en vooral onze kaarten, blijven droog.

Staan we nog overeind op onze plank en op een golf als deze het strand oprolt scoren we punten. En wie op dat moment de "prime"-plaats inneemt (het beste plekje op de golf in kwestie) krijgt daarbovenop nog een kwijlende beachbabe achter zich aan, die nog eens bonuspunten opleveren aan het einde van het spel.

Af en toe duikt er een haai in het golfgebied op en dan wordt er, weeral aan de hand van het uitspelen van kaarten, gekeken of we hem of haar kunnen wegjagen of niet. De tweede optie is niet aan te raden maar komt voor. Of hoe een speltafel toch een veilig gevoel kan oproepen. 

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Je hoor, we staan op een surfplank. Deze surfplank bevindt zich op golven van verschillende omvang, lees: hoogte.. Geen paniek. Ik heb ze gemeten. De gemiddelde hoogte is 2 millimeter. Die golven begeven zich, zoals het een degelijke golf betaamt, strandwaarts. Nu bevindt dit thema zich ook een beetje ver van ons bed. Letterlijk. Je kunt natuurlijk je eigen surfervaringen aan de Noordzee een beetje enten op wat zich voor ons op tafel afspeelt, maar geef toe: rillend het strand opkruipen bedekt met de olieresten van een containerschip dat even daarvoor zijn brandstoftanks voor de kust heeft gereinigd roept nu ook niet bepaald een vorm van romantiek op. Maar met een beetje fantasie halen we ons Hawaii wel even voor de geest.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

De regels zijn, op zijn zachtst gezegd, nogal klein uitgevallen. Je verwacht toch wat anders in zo'n grote doos. We treffen een klein boekje aan, in een klein lettertype, in zwart-wit. Ook geen foto's met voorbeelden. Niet dat we veel visuele ondersteuning nodig hebben. De regels zijn duidelijk genoeg. Maar een spel dat diepblauw water, schitterende gele zonnestralen, wuivend groene palmen, bontgekleurde surfplanken en fluoriscerende badpakken en bikini's als uitgangspunt neemt, daarbij verwacht je toch ook een al even vrolijk gekleurd regelwerk. Dream on, babe! Maar kom, we maken er geen punt van. Want wat staat hierboven vet en schuingedrukt: “Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.” Van kleur en hoog kwalitatief glanspapier is hier geen sprake. Duidelijk en overzichtelijk regelwerk daarentegen.. Score: voldoende.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

We openen de doos. Dat gaat wat moeilijk. Het deksel zit nogal strak om de opbergdoos gespannen. Het vraagt wat oefening maar uiteindelijk lukt het ons toch, maar niet zonder het typische flatusgeluid dat loskomende strakke bordspeldeksels al eens willen produceren, de inhoud te aanschouwen. En dat mag zeker gezien worden. De inhoud haalt niet het niveau van een, laat ons zeggen, knappe beachbabe, maar het kon zeker erger.

Ik had ook liever voor elke beachbabe-kaart een ander modelletje gezien, maar dat had waarschijnlijk de productiekosten de hoogte in gejaagd. Nu moeten we het met een soort meerlingen doen. Sommigen onder ons kicken daarop en zijn nu waarschijnlijk al op weg naar de dichtsbijzijnde speelgoedwinkel. Het is hen gegund.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Als het deksel wat minder vast zou aanspannen zouden we heel snel aan de slag kunnen. Door dit euvel lopen we evenwel een beetje vertraging op. Maar we kunnen het ook positief bekijken: het zorgt voor wat lichaamsbeweging. Eenmaal de doos open is alles snel opgezet, snel uitgelegd en kunnen we snel de golven op en dat laatste – niet onbelangrijk – volledig droog.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Er is een kleurprobleem met onze surfers. Ze mogen dan wel redelijk groot uitgevallen en mooi gevormd zijn, als je met het maximum aantal spelers aan de slag gaat worden we toch geconfronteerd met iets dat ik zou kwalificeren als visueel ongemak. Donkerblauw en zwart liggen wel heel dicht bij elkaar. Bij kunstlicht kun je het vergeten.

Dat wordt gelukkig een beetje ondervangen door het feit dat we met z'n zessen de zee opkunnen. Surf je met minder gebruik je die twee kleuren, of eentje ervan, niet. Simpel.

Ook een minpuntje: de kleur van de te winnen trofeeën: het is aangenaam vast te stellen dat je echte bekertjes kunt winnen – al maak je op geen enkele manier indruk als je er eentje in de hoogte steekt (hoogte 2 cm) - maar het onderscheid tussen de gouden en bronzen kleinoden zijn moeilijk te maken. Opletten bij de uitreiking en de puntentelling op het einde is dan ook de niet zo blijde boodschap.

Het spelbord en de golven zijn ook niet zonder gebreken. ze zijn wel kleurrijk en zo, maar het blinkt allemaal een beetje te fel en bij tegenlicht heb je - wel toepasselijk vanwege het thema, maar volgens mij nooit de bedoeling - een zonnebril nodig. En zonnebrillen zitten standaard niet in de doos.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Het klassieke gegeven: kaarten en een trekstapel. Bij het trekken haal je uiteraard een geut geluk mee binnen, net als zout water bij het surfen. Maar dat mag, want je krijgt tijdens het spelen genoeg tijd en mogelijkheden om aan één of andere vorm van handmanagement te doen. Het einde van een beurt, wanneer je drie acties krijgt die je mag verdelen tussen kaarten op hand nemen, van het strand het water in of peddelen naar het golfgebied, is cruciaal. Besteed daarom voldoende aandacht aan deze fase. Geen kaarten op hand betekent immers geen acties. En geen surfers in het golfgebied betekent mogelijk geen punten.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

The Beach Boys draaien op de achtergrond helpt. Ook kunt u tijdens het spelen een actieve surfhouding aannemen – ongetwijfeld een sfeerschepper – maar spelen wordt dan een beetje ongemakkelijk. U kunt in plaats van een doorsnee tafellaken ook uw fleurigste badhanddoek als onderlaag gebruiken, maar dat oogt zo raar. U kunt ook een paar kubieke meter wit rijnzand op uw keukenvloer kieperen maar dat is zo'n gedoe achteraf. U kunt zich vooraf ook behandelen met zo'n handige bruiner uit een spuitbus, maar iemand uit mijn kennisssenkring is na een gelijkaardige behandeling nooit meer in het straatbeeld verschenen, dus dat raad ik ook niet aan.

Ik wil gewoon maar zeggen: als u de sfeer erin wilt brengen zal het van u en uw gezelschap moeten komen. Het haaialarm en de bekeruitreikingen lenen zich wel tot de mogelijkheid van input van wat klank- en lichteffecten maar daarmee hebben we het wel zo'n beetje gehad.

Gij zult niet te lang duren.

45 tot 90 minuten staat er op de doos. Het kan allebei. Als er “grüblers” aan tafel zitten loopt het gegarandeerd uit. Mijn advies: er gewoon op los spelen. Dan gaat het lekker vooruit. Dit spel vraagt erom.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Tja, wat moet ik hier nu op zeggen? Ik denk persoonlijk van niet. De regels zijn, ook al gaat het hier om een veredeld kaartspel, toch een beetje wennen. Groene blaadjes raad ik dus andere spellen aan.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ik wil gerust af en toe de golven op. Af en toe. Het is niet een spel dat dikwijls op tafel zal komen, maar het is, alleen al door het thema, een plaatsje in een gemiddelde spellencollectie zeker waard. Zeker aan te bevelen in de lange, donkere winterdagen. Het soort dagen waarvan we er de laatste maanden een beetje teveel van hebben zien passeren. Als je het op zo'n dag speelt kleur je lekker bij.

Maar ziet: de zon schijnt! En het provinciaal domein “De Halve Maan” is hier vlakbij. En als Diestenaar mag ik daar gratis binnen! Waar is mijn spuitbus “bruin in twee minuten” nu weer? Ach, daar staat ze. Hopelijk lukt het deze keer egaal.

Dominique


Surf''s Up, Dude! (Jolly Roger Games, 2008)

Alan R. Moon & Aaron Weissblum

2 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45-90 minuten



 

18:33 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |