27-04-08

Hangeren naar meer!

 

26/04/2008. Een TTT-speldag ten huize van, waarbij TTT staat voor “TienTotTien”. Spelen, het klokje rond. Samen met de broodnodige croissants, koffiekoeken, M&M's en liters alcoholvrije drank stonden ook een respectabel aantal (nieuwe) spellen op het menu. Iemand moet het doen, nietwaar? Daarom waren wij, beste medespeler, terwijl u met uw luie krent in een stralend zonnetje een terras of wat anders zat te doen, druk bezig deze spellen aan een intensieve kwaliteitstest te onderwerpen. Wij, dat zijn mijzelf en een stelletje ongeregeld dat er niet voor terugschrikt ondergetekende – in zijn eigen huis nota bene – zwaar op zijn donder te geven. Soms verlang ik er vurig naar geleefd te hebben in het Victoriaanse tijdperk, waarin etiquette een “way of life” was. Waarbij als invité het verliezen van spelletjes met de gastheer als een vanzelfsprekendheid werd beschouwd. Pech gehad. Ik leef nu en als ik het woord etiquette in de mond neem is de eerste vraag die door mijn spellenvrienden gesteld wordt of dat lekker is en of ik het toevallig in huis heb. Ik blijf hopen, maar tegen beter weten in.

Maar toch, van zodra ze de deur uit zijn begin ik ze al te missen. Het zijn, zonder uitzondering, schatten. Met een groot spelershart en een groot hart tout court. Koesteren is een werkwoord dat mij spontaan te binnen schiet als ik aan hen denk.

We hebben een respectabel aantal agandapunten afgewerkt op 26 april: Die Hängenden Garten, Wie Verhext, Liebe Und Intrige, Palastgeflüster, Keltis, R-Eco, Shanghaien, Het Ticket To Ride Kaartspel, If Wishes Were Fishes en Koe Zoekt Boer. U begrijpt dat dit nogal veel ineens is om hier allemaal te bespreken. Daarom wil me voorlopig even beperken tot één van de lievelingen van de dag: “Die Hängenden Garten”. De andere lieveling was “Wie Verhext”, maar daarover later meer.

Die Hängenden Garten (Hans Im Glück)

Twee keer gespeeld. Aan het brein van een Taiwanees ontsproten. Din Li heet de ongetwijfeld brave man. De spelregels maken echter uitdrukkelijk melding van het feit dat het spel volledig, maar dan ook volledig “made in Germany” is. Is dit bedoeld als een grap? Is het dodelijke ernst? We zullen het nooit weten. Wat ik wel weet, en mijn medespelers unaniem met mij, is dat dit een goed spel is.

Landschapsarchitecten zijn wij. In opdracht van iemand die veel meer te zeggen heeft dan wij moeten we ontwerpen aanleveren voor de aanleg van de “Hangende Tuinen”. Ik veronderstel dat het die van Babylon zijn, maar in de regels kan ik er niets van terugvinden. Soit, we krijgen de keuze uit een aantal bouwkaarten met daarop in wisselende samenstelling terrassen, parken, arkaden en bronnen. En gewoon lege vlakken, de bouwgrond. Deze proberen we zo mooi, maar vooral zo functioneel mogelijk – lees: voor ons profijt – aan te leggen. Het moet zijn dat onze opdrachtgever nogal afwijzend staat ten aanzien van chaos want een alle kanten uitwaaierende kakafonie van bovengenoemde tuinonderdelen wordt niet geapprecieerd. En dus niet beloond. Graag veel van hetzelfde naast elkaar, is zijn of haar devies. Hoe meer hoe beter en hoe groter de potentiële beloning. Afhankelijk van het aantal spelers worden er drie of vier bouwkaarten grijpklaar open op het (overbodige) spelbord gelegd, samen met zes tegels die we ons als beloning mogen toeëigenen als we aan de bouwvoorwaarden van onze bouwheer voldoen. Startspeler zijn is leuk want dan heb je meer keuze tussen de bouwkaarten. Zit je als laatste.. ach, u weet het wel. Gelukkig wisselt de startspeler bij elke beurt. Ik heb nog even geprobeerd met de huisregel dat de startspeler, zijnde mezelf, elke ronde hetzelfde blijft, maar enkele minuten onder dwang in de gangkast deed me van gedacht veranderen.

Bouwkaarten dus. Je kiest ze, legt ze voor je op tafel en zorgt ervoor dat je een mooie hangende tuin samenstelt. Alsof we er in het dagelijkse leven nog niet genoeg mee worden geconfronteerd gelden ook hier de nodige voorschriften: één kaart per beurt en geen enkel tuinonderdeel op de kaarten mag contact maken met het tafelblad. Overbouwen van tuinonderdelen mag gelukkig wel. Anders kon je gewoon geen kant op. Nieuwe kaarten worden dus, rekening houdend met de bouwvoorschriften – hoe zal ik het zeggen: Tetrisiaans – aangelegd. Drie, vier, vijf en zes aangrenzende dezelfde soort tuinonderdelen leveren je, als je er één van je vijf tempels opzet, wat lekkers op. Je mag dan kiezen uit een aantal openliggende tegels (zes) die worden uitgestald op het, weeral, eigenlijk overnodige spelbord. Deze tegels tonen de Koningin, de Koning, De Tijger, de Tuin, het Standbeeld, de Kelk en de Toren. Er zijn ook vijf personentegels, die slechts één keer in het spel voorkomen en in combinatie met een setje tegels van de bijbehorende soort extra punten opleveren. Zo hebben we de dierentemmer die het graag met de tijgers doet, de tuinier die zich onweerstaanbaar voelt aangetrokken door planten (de tuin), de beeldhouwer die van standbeelden houdt omdat ze niet tegenspreken, de priester die nogal hunkert naar de inhoud van kelken allerhande en de wachter die een fallusachtige hang heeft naar torens. De tegels zijn in wisselende hoeveelheden in het spel aanwezig, aangegeven op de tegel zelf. Ook de punten die ze op het einde van het spel (kunnen) opleveren staat erop vermeld. Hoe meer van dezelfde soort, hoe meer punten.

Hoe meer dezelfde tuinonderdelen aangrenzend in je tuingebied, hoe meer keuze je hebt uit het tegelaanbod. Bij drie kun je kiezen tussen twee tegels, bij vier tussen vier tegels en bij vijf tussen het hele zootje (zes tegels). Maak je een setje van zes of meer mag je zelfs eerst een tegel blind van de trekstapel nemen vooraleer je er eentje van de openliggende kiest. Een aangenaam, maar niet zaligmakend – heb ik aan den lijve ondervonden – voordeel.

De verzamelde tegels, en die alleen, leveren aan het einde van het spel (als de bouwkaarten op zijn) punten op. Zoals al aangehaald: hoe meer tegels van een bepaalde soort, hoe meer punten. Personentegels zijn sowieso drie punten waard, maar in combinatie met een setje van hun lievelingsattributen (zie hierboven) kan hun puntenwaarde plots als een raket de hoogte in schieten. De torenwachter is een speciale. Hij levert zelf geen punten op, maar hij geeft je wel voor elke toren in je voorraad drie punten, bovenop de setwaarde van je torens. Interessant.

Unanimiteit. Het komt zelden voor aan de speltafel. Iedereen heeft wel zijn eigen, meestal afwijkende, mening. Zo ben ik ooit bijna gelyncht omdat ik me in een onbewaakt moment liet ontvallen dat ik Caylus maar "zozo" vond. Ze gebruikten wel een gewoon huis-, tuin- en keukentouwtje, maar toch. Opvallend was dat het oordeel van iedereen aan tafel deze keer gelijklopend was. Een goed, aangenaam spelend, ontspannend, puzzelachtig spel. Je kunt elkaar ook lekker dwarszitten. Al blijft de focus op de eigen tuin wel primair. Ook opvallend: het gevoel dat dit spel zich uitstekend leent voor één of meer uitbreidingen.

Twee keer gespeeld, dit kleinood. Eerste sessie: David (echt zijn spel) 42, Tineke 39, Kristof, 31, Dominique 27. Tweede sessie: Dominique 55, Mathias 54, Kristof 51. En ik vermoed dat dit spel met z'n tweeën ook een hele leuke is.

Dit spel zadelde ons ook op met het mysterie van de dag: waarvoor dient de achterkant van het, eigenlijk overbodige (derde keer), spelbord? Er staan namelijk vlakken met getallen op. Is het de voorbode van een ophanden zijnde uitbreiding, iets waar dit spel zich trouwens uitermate goed toe leent? Is het een productiefout die de helft van het personeelsbestand van de drukker zonder vooropzeg op straat heeft doen belanden, met als gevolg een deuk in het idioom van de “Deutsche Gründlichkeit”? Is het een levensbeschouwelijke hint van de ontwerper (je weet immers nooit met die Aziaten)? Je ne sais pas. Ik wacht, samen met u, in spanning af.

Dominique

 

Die Hängenden Garten (Hans Im Glück, 2008)

Din Li

45 minuten

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

 

 

 

21:07 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

21-04-08

TTRK: Het Ticket To Reis Kaartspel

 

Aah, de trein. Het is toch altijd een beetje lijden. Hij komt altijd te laat, vooral als het ijskoud is. Of hij komt te vroeg, zodat je je laatste aansluiting mist. Eenmaal opgestapt is er geen plaats meer vanwege de gratis reizende hoogbejaarden die, vooral tijdens het spitsuur, en masse naar de kust willen. En als je zit, zit je meestal naast een luidkeels gsm-ende medemens. Moest  diens onderwerp nu gaan over de zes moorden die de betrokkene de avond voordien heeft gepleegd zou ik nog een oogje dichtknijpen, maar neen, het gaat meestal over iets onbenulligs zoals de defecte starter van zijn flashy 4x4 waardoor hij vandaag de trein moest nemen.

Het openbaar vervoer. Het heeft één groot nadeel. Het is openbaar. Maar dat kan men van deze blog ook zeggen. Dus ik pas wel op. Heerlijk, dat treinreizen..

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Laten we dus maar even aan de andere kant gaan staan. Aan de kant van de mannen en vrouwen die nooit de trein nemen, vanwege een auto met chauffeur. De moguls. Zij die het grote geld verdienen door de leiding van spoorwegmaatschappijen op zich te nemen. Aangezien wij echte spelers zijn is inleven in deze rol geen enkel probleem. We zien wel geen geld door onze vingertjes passeren maar we kunnen wel spelen voor de eer. En is dat, beste medespeler, niet het allerhoogste?

Wij proberen routes uit te bouwen, zoveel mogelijk. Wij doen dat door het uitspelen van kaarten. De routes worden bepaald door de tickets die we bij spelaanvang op hand hebben en tijdens het spel bij op hand nemen. Vervulde tickets zijn punten waard, onvervulde minpunten, en wie op het einde van het spel de meeste verbindingen heeft gemaakt met bepaalde steden krijgt de bonuskaart van de betreffende stad en dus extra punten. Op elke routekaart staan een aantal gekleurde bolletjes. Om de route te claimen moet je minstens het aantal kleuren op deze routekaart hebben uitgespeeld op het einde van het spel. Uiteraard zijn de locomotiefkaarten, de jokers, ook weer van de partij. Zij nemen een kleur naar keuze aan, weet u wel

Ervaren Ticket To Ride spelers kennen het klappen van de zweep al, al moeten ze wel rekening houden met een paar kleine aanpassingen: als er tussen de openliggende wagonkaarten drie of meer locomotieven liggen worden deze kaarten niet vervangen. En als je tickets neemt hoef je er niet minstens ééntje te houden. Even wennen dus.

Tijdens je beurt kun je wagonkaarten op hand nemen, tickets nemen of kaarten uitleggen. Vooral dit laatste is leuk, en riskant. Je moet eerst kaarten voor je open uitspelen. Pas in de volgende ronde kun je ze eventueel verplaatsen naar de stapel van je treinen die zogezegd onderweg zijn. In het begin van je beurt moet je van elke openliggende kleur voor je één kaart naar je “onderweg-stapel” versassen. Treinen die onderweg zijn, zijn veilig. Want veiligheid en vooral een onveiligheidsgevoel zijn belangrijke emoties in dit spel. Kaarten die voor je openliggen kunnen immers door je tegenstanders worden weggespeeld, gewoon door meer kaarten van de betreffende kleur uit te spelen. Een setje. Als je kaarten van verschillende kleuren wil uitspelen word je wel heel erg beperkt. Ze moeten van een verschillende kleur zijn, het moeten er drie zijn (niet meer, niet minder) en geen van je tegenspelers mag de kleur in kwestie voor zich hebben openliggen. U begrijpt, de uitdrukking “het zweet staat in zijn handen” krijgt hier een totaal nieuwe dimensie.

Met z”n tweeën of z'n drieën spelen we één keer de trekstapel weg, met z'n vieren doen we dat twee keer. Hou die trekstapel in de gaten. Het eindstation wordt sneller aangedaan dan je denkt.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

U moet zich niet ongerust maken. Het materiaal is kwalitatief en hoogstaand. We hebben het hier over een Days Of Wonder, weet u wel. In het universum van Days Of Wonder is de kwaliteitsvraag stellen ze eveneens beantwoorden.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Het doosje uit, het vuistje in en hop, we zijn vetrokken. Toch, dat vuistje, neem dat maar met een grote korrel zout. Een grote vuist is meer aangewezen. Kolenschoppen van handen hebt u nodig. Mensen met kleine knuistjes raad ik de kaartenhoudertjes van Memoir '44 of Battlelore aan. U moet namelijk zowel uw wagonkaarten als uw tickets in de handen zien te houden (en deze laatste vooral in de hand). Kom, u moet dat uiteraard niet, maar steeds weer wisselen tussen het stapeltje wagonkaarten en tickets is een eerder irriterend soort ergotherapie.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Hier heb ik wel een probleempje. Geel en oranje liggen nogal dicht bij elkaar. Gelukkig zijn er symbolen voor de kleurenblinden onder ons. Leuk dat Days Of Wonder aan die mensen denkt. Zo kunnen ook de kleurenzienden dit probleem omzeilen. Gek, maar toen ik de kaarten de eerste keer door mijn handen liet gaan had ik moeite om de voorkant van de achterkant te onderscheiden. Ik had nochtans niets gedronken en zeker niets gesnoven, gespoten of gesmeerd. Gek. Ik heb er nog altijd geen verklaring voor. Misschien omdat ik van nature een donkere achterkant en een lichte voorkant verwacht.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Uiteraard is er een portie geluk aanwezig. Door een aantal onder ons wordt dit getypeerd als “de vloek van een kaartspel”. De “echten” onder ons kunnen dit gedeeltelijk ondervangen door elke uitgespeelde en openliggende kaart te tellen en in zijn of haar RAM-geheugen op te slaan. Ik hou me daar niet mee bezig, tenzij het een kaartspel betreft dat uit maximaal vijf kaarten bestaat.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Het wegspelen van kaarten van je tegenstander, denk aan het altijd weer leuke duel “Crazy Chicken”, is een essentieel onderdeel van dit sowieso al aangename tijdverdrijf. Drie kaarten van één kleur uitspelen is vragen om problemen, tenzij je weet wat de anderen op handen hebben. Ik weet dat meestal niet erg nauwkeurig, dus kom ik hier meestal in de problemen. Het zweet waarover enkele alinea's terug sprake slaat hierop.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Een beetje fantasie kan geen kwaad. Daarmee is alles gezegd. Ik zie geen treinen rijden. stations zijn in geen verten te bespeuren en goederen en pasagiers zijn al helemaal niet aan de orde. Het valideren van de voldane tickets met een conducteur-perforator was een leuke gimmick geweest, maar dan zou dit een spel voor éénmalig gebruik zijn geweest en dat is naar het schijnt niet de bedoeling.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

No problemo. Lezen en aan de slag met die handel. Vier kleine bladzijden. Overzichtelijk en zonder ballast. De TTR-bordspel die-hards moeten zich wel even losrukken van de bordspelregels. En in de omgekeerde richting, het retourtje, zal dit ook wel gelden. Maar ik heb me laten vertellen dat een menselijk brein zeer adaptief is. Til hier dus niet te zwaar aan.

Het enige wat me een beetje stoort in de regels, inhoudelijk dan, is de alinea waarin staat vermeld dat je niet in je “onderweg-stapel” mag gaan kijken. Men introduceert hier dus een niet mis te verstaan memory-element. In bepaalde spellen kan ik daarmee leven, Biberbande bijvoorbeeld, maar hier heb ik er toch wat moeite mee. Een paar alinea's verder haast men zich te melden dat men, indien men met jongere of onervaren spelers aan tafel zit, toch een oogje mag dichtknijpen. Ze bedoelen eigenlijk: een oogje opendoen. Je mag wel gaan piepen dus. Als je mijn mening vraagt: ik speel dit liever met mijn ogen open.

Gij zult niet te lang duren.

Nee. Misschien zijn de 30 minuten op de doos een klein beetje overdreven, maar als het al een beetje langer duurt (met vier spelers) voelt het echt niet zo lang. Altijd een goed teken.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Absoluut. Dit kleine spel is een grote poort naar een potentiële spelverslaving. En onze nieuwe collega's gaan dit, gezien de geringe omvang, ook veel mee op reis nemen.

Ik wil dit spel dan ook graag een andere naam geven: Het Ticket To Reis Kaartspel.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ik heb een zwak voor spellen in een kleine doos die snel te spelen zijn, eenvoudige regels hebben, er bovendien nog goed uitzien en treintjes mogen ook altijd. Dit spel voldoet aan al deze voorwaarden.

Ik verlang in alle geval naar meer en ik denk binnenkort velen met mij. Ik hoef me dus geen zorgen te maken.

Dominique


Ticket To Ride Kaartspel

Days Of Wonder (2008)

Alan R. Moon

2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar

30 minuten

00:09 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

18-04-08

Misschien bent u het wel!

 

Geen inleiding deze keer. Onmiddellijk over naar de prijsuitreiking.

Want we hebben een winnaar!

Het Ticket To Ride Bordspel: The Nordic Countries, uitgereikt naar aanleiding van het 1-jarig bestaan van “De Tafel Plakt” gaat naar niemand minder dan:

SHARON BOUCKHUYT uit Pijpelheide (Booischot) (België)

Zij slaagde er in, waarschijnlijk niet zonder enige moeite en met inschakeling van een batterij mediums, waarzegsters, wichelroedelopers, pendelaars, kaartleggers, glazen bol gluurders, botjesgooiers, witte heksen, helderzienden en sterrenwichelaars vrij nauwkeurig te voorspellen welke ranking het hoger genoemde spel op 17 april 2008 om middernacht op Boardgamegeek zou innemen. De ranking bedroeg om 00:00u 413 . Sharon voorzag een ranking van 408 . Ze zat er dus maar 5 naast. Voorwaar een indrukwekkende prestatie. Je prijs is onderweg, Sharon!

Ik wil graag iedereen bedanken die de moeite heeft genomen aan de wedstrijd deel te nemen, zeker gezien het geduld dat van u werd gevraagd. Maar ik wil vooral ten aanzien van iedere bezoeker aan mijn blog mijn oprechte appreciatie uiten voor het langskomen het voorbije jaar. Ik weet dat u waarschijnlijk drukdrukdrukdrukdruk bent en, net als ondergetekende, voor een stuk geleefd wordt op het ritme van de lichtsnelheid die onze maatschappij kenmerkt. Dat u af en toe eens langs surft en de tijd neemt even bij mijn – ik geef het toe: soms verwrongen – bespiegelingen stil te staan doet mij iets. Dat meen ik echt.

Eerlijk gezegd: ik had, mezelf kennende, niet verwacht dat ik het een jaar zou volhouden. Nu, 365 dagen later, ben ik toch ook een beetje fier op mezelf. Een beetje. Vooral vanwege dat volhouden. Ik ben dan ook van plan ermee door te gaan. Ik weet niet hoe dit verder gaat evolueren, ik ben dan ook geen kei in het voorspellen zoals Sharon Bouckhuyt. Ik zie wel wat er komt. Maar dat er iets komt, dat staat vast.

Ik hoop dan ook, beste medespeler, dat u mij verder langs de kronkelige, steeds weer verrassende en vooral wonderbaarlijke wegen van de wereld van het bord- en kaartspel wilt vergezellen. Ik zal u nodig hebben, al was het maar om af en toe even bij te lichten. En om een spelletje te spelen natuurlijk. Kon het maar eens met ieder van u. Want is dat nu net niet de charme van spelen? Dat we elkaar nodig hebben? Hou die gedachte even vast tot kerstmis 2008.

Zo, tijd om afscheid te nemen nu, met de cola koud, de zoute mikadostokjes op een bordje, het punthoedje op, de serpentines afvuurklaar, het toetertje gestemd, de vuurwerkstokjes aangestoken en het brandblusapparaat binnen handbereik.

De eerste bijdrage van jaargang twee is - als er tijdens de viering vannacht niets misloopt: een haperend brandblusapparaat bijvoorbeeld behoort, gezien het tijdstip van de recentste controle ervan, zeker tot de mogelijkheden - gepland voor zondag 20 april. Ik heb al voorpret.

Uw dienaar.

Dominique

 

 

 

 

20:49 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

04-04-08

Keltis, Stone Age, San Juan en een nader genoemde plaats in Marokko.

 

Dinsdagavond één april. Spelavond ten huize van. Gezien de datum nog een wonder dat iedereen was komen opdagen. Al heeft de gedachte even gespeeld. Toch maar onthouden voor volgend jaar.

Programma: San Juan (Alea), Keltis (Kosmos), Stone Age (Hans Im Glück), Marrakesh (Gigamic).

Voorprogramma:

San Juan (Alea)

Het blijft mijn favoriete en meest gespeelde spel. PH 1 dus. Stevig op kop. Twee sessies voor twee dit keer. In afwachting van het opdagen van de rest van het gezelschap. Met Kris. Hij begint te goed te worden in dit spel. Twee keer in het zand gebeten. De eerste sessie verloor ik verontrustend zwaar, de tweede sessie kon ik de schijn nog enigszins ophouden en de schade beperken. De laatste keer dat ik het met hem speelde, een dikke week geleden, versloeg hij me met gelijke punten maar met één kaart meer op hand. Erger kun je niet verliezen in dit spel. Mogelijk speelde dat gegeven nog mee tijdens het spelverloop. De angst voor herhaling, weet je wel. Ook dit keer probeerde ik hem in snelheid te pakken maar hij had zo'n goeie combo's op tafel getoverd dat het vechten was tegen de bierkaai. Verontrustend is dat de bierkaai de laatste weken een prominente rol begint te spelen in mijn spelervaringen. Daar moet dringend iets aan gebeuren, al weet ik niet goed wat. Ik heb een retraite bij de Norbertijnen in de abdij van Averbode overwogen maar daar is op korte termijn geen plaats vanwege de grote wachtlijst van overstresste managers. Misschien is wat meer oefenen ook een optie. Even aankloppen bij BrettspielWelt dan maar.

Hoofdprogramma:

Keltis (Kosmos)

Mathias was ondertussen binnengevallen en werd prompt omgetuned tot drüide. Druïde, dat is nog eens een stiel naar mijn hart. Maretak snijden à volonté, her en der ophangen, bij voorkeur tijdens de kerstperiode, en kussen maar. Ik denk er trouwens aan voor kerstmis 2008 een speciale constructie te maken, een soort harnas zeg maar, waardoor er zich constant een maretak boven mijn hoofd bevindt (een werphengel komt er ook aan te pas).Vervolgens begeef ik mij in het drukke eindejaarsgewoel, bij voorkeur Duitse kerstmarkten. Door een ingenieus systeem kan deze boven mijn hoofd wiebelende maretak, afhankelijk van welk vrouwelijk schoon mijn pad kruist, naar believen onopgemerkt en snel worden verwijderd of tevoorschijn getoverd. Dat worden te koesteren momenten.

Maar kom, we dwalen af. Keltis heet de ukkepuk. Het is het nieuwe baby'tje van Herr Knizia. Ik weet niet of het een jongen of een meisje is maar het is in elk geval een broertje of zusje van “Lost Cities”. Lost Cities mag ik graag spelen, vooral op BrettspielWelt en dan liefst met de zogenaamde “fastplay”-optie. Zo snel mogelijk je kaarten afleggen. Spellen van 2 nanoseconden zijn dan ook geen uitzondering. Een emmertje water binnen grijpafstand is dan ook zeer aangewezen om af en toe even af te koelen. Waarom ik dit ook graag speel op Brettspielwelt is de telling. Je hoeft er zelf niets voor te doen. De software doet het voor je. En dat scheelt, want de eindtelling bij Lost Cities is voor mij een echte marteling. Het vraagt bijna evenveel tijd als het spel zelf en dat vind ik een echte afknapper. Ik ben dan ook blij met Keltis, want zie daar: een scorespoor. En zie daar: onder dat scorespoor een mooi uitnodigend, vooral groen gekleurd, spelbord met daarop vijf stenen paden waarop wij ons mogen begeven. En we zien nog meer: een dikke stapel stevige kaarten, mooie spelstenen in verschillende grootte (hoogte), wenssteen-fiches die we kunnen verzamelen, fiches met overwinningspunten, “dubbele beurt”-fiches (mijn favoriet) en grote klei-fiches – geen paniek, ze zijn van karton – waarmee onze spelkleur wordt aangeduid. Daar kan een druïde wat mee. Zoals u hebt vastgesteld gebruik hier al enkele alinea's lang het woord druïde. Maar maakt u zich geen illusies. Deze term komt in de spelregels op geen enkel moment voor. Ik heb het er zelf bij verzonnen. Om een houvast te hebben. Een beetje zingeving.

Even tussendoor. U kent ongetwijfeld het begrip “tegenstelling”. Ik geef enkele voorbeelden: wit en zwart, groot en klein, hoog en laag, licht en donker, slim en dom, Miss Canada en Margriet Hermans. En zo zijn er nog wel een paar. Er is echter nog een tegenstelling die in de gewone spreektaal nog niet zoveel wordt toegepast maar toch goed op weg is om ook buiten de spellenwereld een standaarduitdrukking te worden: Knizia en thema. Dit spel zal deze evolutie zeker niet vertragen, integendeel. Als u goed zoekt, laat ons zeggen met een elektronenmicroscoop die ongeveer 100000000000000000000000 keer vergroot, tot de vijfde macht, kunt u misschien een zweem van een thema ontwaren. Ik wens u in elk geval veel succes. En geef me een seintje als u iets gevonden hebt. In de regels wordt ook geen enkele moeite gedaan om ook maar één hint te geven over waar het hier nu thematisch uiteindelijk om gaat. De eerste zin van de regels, onder de titel “Spelidee en doel van het spel” zegt alles: “De spelers spelen getalkaarten uit om hun figuren op de gekleurde steenpaden zover mogelijk vooruit te brengen.” Een thematische toeliching wordt niet gegeven. Die figuren, wie zijn dat dan? En waar gaan ze naartoe? En waarom gaan ze daar naartoe? Ja, goed, ik maak er dan maar van dat we worden verondersteld druïden te zijn die een stenen pad afstrompelen naar iets op het einde van dat pad, wat verdacht veel lijkt op een doorsnee, maar ietwat groter uitgevallen, rotsblok. Maar wat gaan we daar dan doen? Mogen we daar misschien een mooie naakte deerne offeren om de goden, en misschien ook een beetje onszelf, te behagen? Hebben we een badhanddoek en wat zonnebrandolie mee waarmee we ons op dat rotsblok even gaan laten bruinen? Of gaan we er, eenmaal aangekomen, een kaartje leggen met onze mededruïden, die – laat ons even eerlijk wezen - au fond onze concurrenten zijn? Het is niet echt duidelijk. En ik had dat toch graag even geweten. Kwestie van me in te leven in mijn rol. En die figuren zelf dan? Ze zien er niet uit. In alle geval niet menselijk. Ik heb een vage voorstelling van hoe een mens er van dichtbij uitziet, maar dat komt in de verste verten niet overeen met wat hier wordt gepresenteerd. Ze zijn nogal plat en rond en een beetje gekarteld en ze bestaan in twee soorten: hoge en lage. En ze hebben geen voetjes. Toch worden we verondersteld dat stenen pad af te drentelen. Vreemd.

Maar kom, na een kleine dertig jaar schuifelen in de spellenwereld en mijn toenemende ouderdom die zelfs mij wat gematigder en zachter heeft gemaakt kan een mens wat hebben. Dus leef ik me maar in in een steen die zich, hou u vast, zover mogelijk over een stenen pad begeeft. In combinatie met een goeie geut geestverruimende middelen zouden we hier een trip van jewelste van kunnen maken.

Door het uitspelen van kaarten in de kleur van één van de vijf stenen paden beweeg je je vijf figuren zover mogelijk vooruit op dat bewuste pad. Elke uitgespeelde kaart is een veld. Staat een figuur op het einde van het spel op één van de onderste stenen van het pad (de eerste drie), levert dat minpunten op. Vanaf tegeltje vier krijg je pluspunten, maximaal tien als je tot op het einde van het pad geraakt. De hoge spelfiguur verdubbelt je aantal min- of pluspunten. Onderweg verzamel je nog wensstenen (minstens twee of je krijgt minpunten op het einde van het spel, meer dan drie levert je bonuspunten op), krijg je nog extra overwinningspunten of mag je een “dubbelbeurtje” doen (een andere figuur naar keuze, of dezelfde, een veld vooruit zetten op een stenen pad). Het spel eindigt op het moment dat er vijf figuren de "eindzone", zijnde de laatste drie steenrijen, bereikt of zodra de laatste kaart van de trekstapel wordt getrokken.

Hoe ik het ook draai of keer (en ik hoop dat u dat ook doet), ik heb genoten van dit spel. Ondanks de totale afwezigheid van het t-woord. Waarom, zult u, groot gelijk hebbend, zeggen? Wel, ten eerste, je kan dit tot met z'n vieren spelen. Da's al een goed argument want Lost Cities is enkel voor twee uitgevonden. Twee: het scorespoor, dat de telling toch aanzienlijk makkelijker maakt en daardoor erg handig is. Drie: de spanning die wordt opgewekt door het race-aspect en het feit dat de “hoge spelfiguur” voor dubbele plus- of minpunten telt. Vier: de uitbreiding van de mogelijkheden t.o.v. Lost Cities, t.t.z. Het feit dat je zowel oplopend als aflopend kaarten kunt uitspelen (niet in dezelfde rij uiteraard, even serieus blijven hé) en dat je kaarten van gelijke waarde op een reeds gelegde kaart kunt spelen. Vijf: de mooie spelcomponenten. Zes: de snelheid waarmee dit spel kan gespeeld worden, zelfs in maximale bezetting. Zeven: de hoge mate waarin dit spel ontspant, een eigenschap waarmee veel spellen al eens zwaar uit de bocht durven gaan (in een latere bijdrage hierover meer). Acht: de leuke fiches die je onderweg verzamelt of activeert. Negen: de eenvoudige spelregels die snel zijn uitgelegd, ook aan gelegenheidsspelers. Tien: de originele vondst dat je er zelf een heel thema bij mag verzinnen. 

Minpunten? Toch wel. Er worden te weinig kaarten afgelegd op de gemeenschappelijke aflegstapels die dan, zoals bij Lost Cities, voor iedereen beschikbaar komen. Het afleggen van kaarten op die stapels heeft meestal tot gevolg dat er sowieso een andere speler mee aan de haal gaat. Een cadeautje dus. Goed nadenken voor je dat doet en heel goed opletten als iemand anders dat doet is de boodschap. De afwezigheid van het thema heb ik al aangehaald en het geheel had gerust in een kleinere doos gekund. Uit commerciële overwegingen raad ik Kosmos dan ook aan een reisversie van dit spel te produceren. Misschien hadden ze daar gewoon mee moeten beginnen.

Twee potjes gespeeld. Eentje met drie en eentje met vier. Twee keer gewonnen, waardoor onmiddellijk werd bewezen dat geluk in dit spel een te verwaarlozen rol speelt. 

Al bij al in mijn ogen een aangename verrassing. Gaat nog dikwijls op tafel komen.

Stone Age (Hans Im Glück)

Het stenen tijdperk. Ik mag er graag vertoeven, al was het maar omwille van de duidelijkheid. Geen twijfel over waar je als man als toe was. Dat is nu wel even anders.

Welke soort man willen ze nu? Voortgaand op de informatie waarover ik momenteel beschik vallen de meeste vrouwen op dit moment voor de “nieuwe oude nieuwe nieuwe oude nieuwe oude oude nieuwe nieuwe oude nieuwe man”. Voowaar voor de mannen onder ons geen gemakkelijke opgave.

Daarom deze ode aan het Stenen Tijdperk. Geen gezeur: aan de haren de grot in. Van design, één van de meest overschatte verwezenlijkingen van onze zogenaamde beschaving, was nog lang geen sprake. Bekende Vlamingen waren in geen verten te bespeuren. Heerlijk. Baby's gingen er na de bevalling onmiddellijk vandoor om eten te gaan zoeken en werden niet opgezadeld met namen als Moonray, Fleur of Jada Elly . Neen, we droegen namen als Humpf, Grrr of Aargh. Namen die ook in de dagelijkse omgangsvormen meer dan van pas kwamen en dus veelvuldig werden gebezigd. Stond iemand je niet aan was het niet van: “Ik zou het graag even met u willen hebben over het toenemende ongemakkelijke gevoel dat u bij herhaling bij mij teweegbrengt. Kunt u even uw agenda raadplegen zodat we een moment voor een meeting kunnen prikken?” Nee, je sloeg hem gewoon de kop in. Berevellen, sabeltandtijgers, mammoeten. Dat waren nog eens tijden. Alleen spijtig dat ze toen geen bord- of kaartspellen hadden. Ik flitste er gelijk naartoe.

Enfin, we kunnen in elk geval doen alsof. “Caveman” ligt hier ook al een tijdje klaar op de plank om aangesneden te worden maar gezien de positieve buzz die Stone Age in Nürnberg te beurt viel en de nieuwsgierigheid die dat bij ondergetekende teweegbracht namen we eerst daarvan maar een hap.

Wat eerst opvalt: mooi, heel mooi. Groot en kleurrijk spelbord met daarop jachtgebieden, bossen, heuvels, bergen, rivieren, akkerlanden, een werkplaats, een scorespoor, een gemeenschappelijke voedselopslagplaats en een verdwaalde – excusez le mot - neukhut, iedere speler zijn eigen minibordje waarop hij zijn gebouwen, ontwikkelingskaarten, grondstoffen, voedsel en stamleden kan onderbrengen, een handvol dobbelstenen met bijpassende in leer uitgevoerde dobbelbeker, prachtig houten materiaal waaronder goud, steen, leem, hout en fiches die voor voedsel en werktuigen moeten doorgaan. En ziplockzakjes waarin je alles kwijt kan. Opvallend: de doos is eigenlijk niet diep genoeg voor het vele materiaal. Ze sluit niet volledig. Duidelijke en overzichtelijke spelregels ook. Geen vragen bleven open.

Ligt alles uitgestald en speelklaar op tafel ontstaat er een zekere aantrekkingskracht die u, als veelzijdige veelspeler (naar het schijnt de volgende “Suske en Wiske”), zeker niet vreemd is. Dat was bij ons niet anders.

Doel van het spel: de meeste overwinningspunten hebben aan het eind. Opvallend: er wordt met overwinningspunten gegooid dat het een lieve lust is. De winnaar in onze sessie - ik noem hem even bij naam: Mathias - ging bijna twee keer het scorespoortje rond. Een rondje is 100 punten, dat geef ik u even mee. En de rest van het pak eindigde daar niet zoveel achter. Die punten graai je bijeen door tijdens het spel gebouwen van allerlei soort neer te zetten en ontwikkelingskaarten te “kopen”. Die leveren soms onmiddellijk bij aanschaf punten op maar kunnen ook bij de eindtelling, en ik wik mijn woorden, zwaar gaan doorwegen. “Kopen” doe je door het inleveren van grondstoffen. Die grondstoffen verzamel je door je stamleden op pad te sturen naar het bos (hout), steengroeve (steen), heuvels (leem) en de rivier (goud). Op het einde van elke ronde moet je stam ook over voldoende voedsel beschikken. Eén voedseleenheid per stamlid. Daarom worden er ook stamleden naar het jachtgebied gestuurd. We kunnen ook akkers bewerken, onze stam uitbreiden door gebruik te maken van de neukhut, werktuigen maken en gebouwen neerpoten of stijgen in onze ontwikkeling (ontwikkelingskaarten kopen).

De plaatsen voor de stamleden zijn, behalve in het jachtgebied, beperkt. In het bos, de steengroeve, de heuvels en de rivier kunnen maximaal zeven stamleden staan (al dan niet van verschillende stammen), op de werktuighut en de akker maar eentje en in de neukhut – hoe raadt u het – twee. Kies je ervoor een gebouw of ontwikkelingskaart te kopen zet je er gewoon een stamlid op. Ook hier is maar één plaatsje voorzien. De ontwikkelingskaarten worden na elke ronde weer aangevuld (kaarten die blijven liggen worden meestal goedkoper) en van de gebouwen zijn er vier stapels van zeven voorhanden. Het speleinde wordt ingeleid indien het laatste gebouw van een stapel wordt “gekocht” of indien de ontwikkelingskaarten niet meer tot vier kunnen worden aangevuld. In het eerste geval wordt de ronde nog uitgespeeld, in het tweede geval is het onmiddellijk schluss.

Hoe verloop nu zo'n ronde in het steentijdperk? Tijdens zijn beurt zet elke speler Caylusgewijs een aantal stamleden in op een locatie naar keuze (wingebieden voor grondstoffen, het jachtgebied, de akker, werkplaats, of één of meerdere ontwikkelingskaarten of gebouwen). Je begint het spel met vijf stamleden. Je kunt hun aantal uitbreiden tot - lang leve de neukhut - tien. Als iedereen dat heeft gedaan worden klokgewijs en beginnend met de startspeler de acties op de verschillende locaties uitgevoerd. Iedere speler voert al zijn acties in een volgorde naar keuze uit. In de jachtgebieden, het bos, de heuvels, de bergen en de rivier wordt gedobbeld. Per stamlid een zeszijdige dobbelsteen. Het totaal aantal gegooide ogen wordt gedeeld door 2 (jachtgebied: voedsel), 3 (bos: hout), 4 (heuvels: leem), 5 (steengroeve: steen) en 6 (rivier: goud). Het resultaat kun je nog beïnvloeden (verhogen) door werktuigen in te zetten. De opbrengst leg je op je eigen spelbord voor later gebruik (kopen van ontwikkelingskaarten en gebouwen en het voeden van je stam). Aangekochte gebouwen en ontwikkelingskaarten komen ook op je persoonlijke bordje te liggen. Op dat bordje staat trouwens ook de waarde van de verschillende grondstoffen en de multiplicatoren voor de eindtelling als geheugensteuntje vermeld. Handig.

Als afsluiter van een ronde moet iedere speler zijn stam nog voeden. Lukt dat niet moet je al je voeding afgeven en eventueel aanvullen met grondstoffen. Wil je geen grondstoffen afgeven moet je tien overwinningspunten inleveren. Kijk, een aderlating kan meevallen, vooral als het om spataders gaat. Maar tien punten is toch een serieuze streep door je rekening. Geen wonder dat de jachtgebieden veelvuldig worden bezocht. Akkerbouw kan hierbij ook een beetje helpen. Als je deze actie kiest krijg je immers permanent korting bij je voedselvoorziening.

De eindtelling dan. Hier komen de multiplicatoren in actie. Spelers die “Oase” al eens hebben gespeeld weten wat ik bedoel. Ontwikkelingskaarten met een groene achtergrond worden per verschillend symbool (er zijn er acht: heelkunde, schrift, kunst, pottenbakken, muziek, weefgetouw, transport, zonneschijf) vermenigvuldigd met zichzelf. Vijf ontwikkelingskaarten met vijf verschillende symbolen leveren dus samen 25 punten op. Ontwikkelingskaarten met een bruine achtergrond bevatten een aantal stamleden met een bepaalde functie: boeren, werktuigmakers, huttenbouwers en sjamanen. Het totaal aantal boeren op de ontwikkelingskaarten worden vermenigvuldigd met de totale korting die je krijgt bij de voedselvoorziening, de werktuigmakers met het aantal werktuigen dat je bezit, de huttenbouwers met het aantal gebouwen en de sjamanen met het aantal stamleden dat je op het einde van het spel hebt. En dat tikt aan bij het speleinde.

Het lijkt allemaal een beetje ingewikkeld maar vanaf ronde twee gaat alles vloeiend en intuïtief. Maakt u zich dus vooral geen zorgen.

Wat we ervan vonden, Zeker niet slecht, maar ook geen echte topper. Het spel sleept een beetje. Lees: het wordt naar het einde toe wat eentonig. Het dobbelen haalt het tempo aanzienlijk naar beneden en het is soms lang wachten voor je weer “mag”. Het spel duurt ook redelijk lang. Wij speelden ongeveer 1u45 en het waren niet bepaald diesels die mee aan tafel zaten. Je weet ook niet, tenzij je heel goed bijhoudt welke kaarten de andere spelers hebben verzameld (bijna niet te doen) en hoeveel gebouwen ze hebben neergezet (beter te doen), hoe je tegenstanders ervoor staan. Het einde kan dus serieuze verrassingen opleveren. Mathias, het ganse spel achteraan bengelend, maakte me bij de eindtelling daar een sprong van hier tot ginder en ging grijnzend met de overwinning aan de haal. Iedereen ging er echter van uit dat Tineke zou winnen. Niet dus. Sommigen vinden die onzekerheid niet leuk, van mij mag het.

Ik kan me vergissen maar het spel lijkt me voor twee of drie spelers ideaal. Er worden dan ook een paar kleine speltechnische wijzigingen doorgevoerd.

Stone Age speelde ik zelf niet mee. Ik observeerde. Vandaar deze bijdrage. Wat mij opviel was het volgende: David scoorde als eerste punten. 14, door het oprichten van een gebouw. Mathias stormde als een gek elke ronde weer de neukhut binnen en ging daarin tekeer als konijnen op steroïden. Daardoor moest hij ook focussen op de jachtgebieden. Hij moest al die nieuwe stamleden tenslotte ook eten geven. David zat voornamelijk op handen en voeten in het ondiepe gedeelte van de rivier naar goud te zoeken en leek ook erg aangetrokken te worden door leem. Hij was de meesterbouwer want hij liet bijna geen gelegenheid onbenut om iets uit de grond te stampen. Hij lag op het scorespoor bijna het hele spel op kop. Tineke verzamelde van alles een beetje en vooral heel veel. Kris focuste ook op stamuitbreiding en het verzamelen van grondstoffen. Hij liet de ontwikkelingskaarten meestal links liggen en ging, vooral naar het speleinde toe, zich meer richten op de aanschaf van gebouwen. Bij de eindtelling schoot Mathias, dankzij zijn onwikkelingskaarten met groene achtergrond en zijn sjamanen (10 stamleden en 4 sjamanen = 40 punten), als een raket naar voor. Eindstand: Mathias 183, David 171, Kris 157, Tineke 151. Iedereen tipte Tineke vlak voor de eindtelling als winnaar. Iedereen. Het kan verkeren.

Afterparty

Marrakesh (Gigamic)

Assam, de tapijthandelaar, schrijdt over het spelbord, aangedreven door een dobbelsteen die wordt gegooid door de actieve speler. Alvorens de dobbelsteen wordt gegooid bepaalt deze speler in welke richting Assam stapt. Hij mag naar links, rechts of gewoon vooruit in zijn kijkrichting. Zich 180° draaien mag hij niet. Beperkte wendbaarheid door zijn lang gewaad. En Assam gaat niet graag op zijn bek. Slecht voor zijn imago. Afhankelijk van de dobbelsteenworp beweegt hij zich één, twee, drie of vier vakjes ver. Komt Assam aan de rand van het spelbord draait hij er in een U-turn gezwind weer op. Hij stopt, treuzelt wat en legt in een aangrenzend vakje een twee vakjes bedekkend tapijtje van de actieve speler neer, eventueel daarbij reeds eerder uitgestalde tapijten van medespelers listig bedekkend. Eindigt hij zijn sierlijke beweging op een tapijtje van een medespeler, moet de actieve speler de eigenaar één goudstuk per vakje betalen dat diens aangrenzend “tapijtentapijt” groot is. Dat kan oplopen, zoals ik tijdens het spel meerdere keren mocht ondervinden. Als het laatste tapijt wordt gelegd eindigt het spel. Elke speler telt dan zijn goudvoorraad die nog wordt aangevuld met één goudstuk per veld waarop een tapijt van hem of haar zichtbaar is. De rijkste wint.

Dat is Marrakesh. Marrakesh is eenvoudig, snel gespeeld en zo abstract als de pest. En de doos is lelijk als de nacht. Maar de inhoud van die doos – die tapijtjes! - en het leuke tactiele aspect maakt enorm veel goed. Wordt in Duitsland in een iets mooiere versie uitgebracht door Zoch onder de naam "Suleika". Ook de doos wordt daarbij, gelukkig, onder handen genomen.

Mathias 57, Tineke 51, David 27, Dominique 26


Nog enkele dienstmededelingen:

Ingelberts in Aarschot, één mijner favoriete bordspelleveranciers en dat wil wat zeggen gezien de hoge kwaliteitseisen die ik stel, heeft eindelijk zijn eigen website: www.ingelberts.be

Spelclub “De Spellenhut” van Westmeerbeek, heeft zijn bestaande website in een nieuwe jas gestoken. Ik was aangenaam verrast de kleur geel een prominente rol te zien vervullen op de hoofdpagina. De link: http://www.spellenhut.be/index.php?ref=welkom.php

Ik vang uit betrouwbare bron geruchten op dat u, indien u een aangenaam spelavondje wilt beleven bij spelclub “De Speeldoos” in Aarschot (op elke tweede, vierde en eventueel vijfde vrijdag van de maand, telkens vanaf 20u. Meer info op www.despeeldoos.be), zich best op tijd aanmeldt. Kwestie van nog een plaatsje te vinden aan de speltafel. Door professionele activiteiten op vrijdagavond heb ik de laatste maanden verstek moeten laten gaan. Ik hoop dat er geen oorzakelijk verband is. Gelukkig kan ik vanaf half april de draad weer opnemen. Ik zal er staan. Vanaf een uur of zeven. Ben ik zeker dat ik kan spelen. Jan en Mark, zet de Bifiworsten maar koud en leg de overwinningspunten gerust klaar. En het mag gerust iets meer zijn.

Dominique



00:29 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |