04-04-08

Keltis, Stone Age, San Juan en een nader genoemde plaats in Marokko.

 

Dinsdagavond één april. Spelavond ten huize van. Gezien de datum nog een wonder dat iedereen was komen opdagen. Al heeft de gedachte even gespeeld. Toch maar onthouden voor volgend jaar.

Programma: San Juan (Alea), Keltis (Kosmos), Stone Age (Hans Im Glück), Marrakesh (Gigamic).

Voorprogramma:

San Juan (Alea)

Het blijft mijn favoriete en meest gespeelde spel. PH 1 dus. Stevig op kop. Twee sessies voor twee dit keer. In afwachting van het opdagen van de rest van het gezelschap. Met Kris. Hij begint te goed te worden in dit spel. Twee keer in het zand gebeten. De eerste sessie verloor ik verontrustend zwaar, de tweede sessie kon ik de schijn nog enigszins ophouden en de schade beperken. De laatste keer dat ik het met hem speelde, een dikke week geleden, versloeg hij me met gelijke punten maar met één kaart meer op hand. Erger kun je niet verliezen in dit spel. Mogelijk speelde dat gegeven nog mee tijdens het spelverloop. De angst voor herhaling, weet je wel. Ook dit keer probeerde ik hem in snelheid te pakken maar hij had zo'n goeie combo's op tafel getoverd dat het vechten was tegen de bierkaai. Verontrustend is dat de bierkaai de laatste weken een prominente rol begint te spelen in mijn spelervaringen. Daar moet dringend iets aan gebeuren, al weet ik niet goed wat. Ik heb een retraite bij de Norbertijnen in de abdij van Averbode overwogen maar daar is op korte termijn geen plaats vanwege de grote wachtlijst van overstresste managers. Misschien is wat meer oefenen ook een optie. Even aankloppen bij BrettspielWelt dan maar.

Hoofdprogramma:

Keltis (Kosmos)

Mathias was ondertussen binnengevallen en werd prompt omgetuned tot drüide. Druïde, dat is nog eens een stiel naar mijn hart. Maretak snijden à volonté, her en der ophangen, bij voorkeur tijdens de kerstperiode, en kussen maar. Ik denk er trouwens aan voor kerstmis 2008 een speciale constructie te maken, een soort harnas zeg maar, waardoor er zich constant een maretak boven mijn hoofd bevindt (een werphengel komt er ook aan te pas).Vervolgens begeef ik mij in het drukke eindejaarsgewoel, bij voorkeur Duitse kerstmarkten. Door een ingenieus systeem kan deze boven mijn hoofd wiebelende maretak, afhankelijk van welk vrouwelijk schoon mijn pad kruist, naar believen onopgemerkt en snel worden verwijderd of tevoorschijn getoverd. Dat worden te koesteren momenten.

Maar kom, we dwalen af. Keltis heet de ukkepuk. Het is het nieuwe baby'tje van Herr Knizia. Ik weet niet of het een jongen of een meisje is maar het is in elk geval een broertje of zusje van “Lost Cities”. Lost Cities mag ik graag spelen, vooral op BrettspielWelt en dan liefst met de zogenaamde “fastplay”-optie. Zo snel mogelijk je kaarten afleggen. Spellen van 2 nanoseconden zijn dan ook geen uitzondering. Een emmertje water binnen grijpafstand is dan ook zeer aangewezen om af en toe even af te koelen. Waarom ik dit ook graag speel op Brettspielwelt is de telling. Je hoeft er zelf niets voor te doen. De software doet het voor je. En dat scheelt, want de eindtelling bij Lost Cities is voor mij een echte marteling. Het vraagt bijna evenveel tijd als het spel zelf en dat vind ik een echte afknapper. Ik ben dan ook blij met Keltis, want zie daar: een scorespoor. En zie daar: onder dat scorespoor een mooi uitnodigend, vooral groen gekleurd, spelbord met daarop vijf stenen paden waarop wij ons mogen begeven. En we zien nog meer: een dikke stapel stevige kaarten, mooie spelstenen in verschillende grootte (hoogte), wenssteen-fiches die we kunnen verzamelen, fiches met overwinningspunten, “dubbele beurt”-fiches (mijn favoriet) en grote klei-fiches – geen paniek, ze zijn van karton – waarmee onze spelkleur wordt aangeduid. Daar kan een druïde wat mee. Zoals u hebt vastgesteld gebruik hier al enkele alinea's lang het woord druïde. Maar maakt u zich geen illusies. Deze term komt in de spelregels op geen enkel moment voor. Ik heb het er zelf bij verzonnen. Om een houvast te hebben. Een beetje zingeving.

Even tussendoor. U kent ongetwijfeld het begrip “tegenstelling”. Ik geef enkele voorbeelden: wit en zwart, groot en klein, hoog en laag, licht en donker, slim en dom, Miss Canada en Margriet Hermans. En zo zijn er nog wel een paar. Er is echter nog een tegenstelling die in de gewone spreektaal nog niet zoveel wordt toegepast maar toch goed op weg is om ook buiten de spellenwereld een standaarduitdrukking te worden: Knizia en thema. Dit spel zal deze evolutie zeker niet vertragen, integendeel. Als u goed zoekt, laat ons zeggen met een elektronenmicroscoop die ongeveer 100000000000000000000000 keer vergroot, tot de vijfde macht, kunt u misschien een zweem van een thema ontwaren. Ik wens u in elk geval veel succes. En geef me een seintje als u iets gevonden hebt. In de regels wordt ook geen enkele moeite gedaan om ook maar één hint te geven over waar het hier nu thematisch uiteindelijk om gaat. De eerste zin van de regels, onder de titel “Spelidee en doel van het spel” zegt alles: “De spelers spelen getalkaarten uit om hun figuren op de gekleurde steenpaden zover mogelijk vooruit te brengen.” Een thematische toeliching wordt niet gegeven. Die figuren, wie zijn dat dan? En waar gaan ze naartoe? En waarom gaan ze daar naartoe? Ja, goed, ik maak er dan maar van dat we worden verondersteld druïden te zijn die een stenen pad afstrompelen naar iets op het einde van dat pad, wat verdacht veel lijkt op een doorsnee, maar ietwat groter uitgevallen, rotsblok. Maar wat gaan we daar dan doen? Mogen we daar misschien een mooie naakte deerne offeren om de goden, en misschien ook een beetje onszelf, te behagen? Hebben we een badhanddoek en wat zonnebrandolie mee waarmee we ons op dat rotsblok even gaan laten bruinen? Of gaan we er, eenmaal aangekomen, een kaartje leggen met onze mededruïden, die – laat ons even eerlijk wezen - au fond onze concurrenten zijn? Het is niet echt duidelijk. En ik had dat toch graag even geweten. Kwestie van me in te leven in mijn rol. En die figuren zelf dan? Ze zien er niet uit. In alle geval niet menselijk. Ik heb een vage voorstelling van hoe een mens er van dichtbij uitziet, maar dat komt in de verste verten niet overeen met wat hier wordt gepresenteerd. Ze zijn nogal plat en rond en een beetje gekarteld en ze bestaan in twee soorten: hoge en lage. En ze hebben geen voetjes. Toch worden we verondersteld dat stenen pad af te drentelen. Vreemd.

Maar kom, na een kleine dertig jaar schuifelen in de spellenwereld en mijn toenemende ouderdom die zelfs mij wat gematigder en zachter heeft gemaakt kan een mens wat hebben. Dus leef ik me maar in in een steen die zich, hou u vast, zover mogelijk over een stenen pad begeeft. In combinatie met een goeie geut geestverruimende middelen zouden we hier een trip van jewelste van kunnen maken.

Door het uitspelen van kaarten in de kleur van één van de vijf stenen paden beweeg je je vijf figuren zover mogelijk vooruit op dat bewuste pad. Elke uitgespeelde kaart is een veld. Staat een figuur op het einde van het spel op één van de onderste stenen van het pad (de eerste drie), levert dat minpunten op. Vanaf tegeltje vier krijg je pluspunten, maximaal tien als je tot op het einde van het pad geraakt. De hoge spelfiguur verdubbelt je aantal min- of pluspunten. Onderweg verzamel je nog wensstenen (minstens twee of je krijgt minpunten op het einde van het spel, meer dan drie levert je bonuspunten op), krijg je nog extra overwinningspunten of mag je een “dubbelbeurtje” doen (een andere figuur naar keuze, of dezelfde, een veld vooruit zetten op een stenen pad). Het spel eindigt op het moment dat er vijf figuren de "eindzone", zijnde de laatste drie steenrijen, bereikt of zodra de laatste kaart van de trekstapel wordt getrokken.

Hoe ik het ook draai of keer (en ik hoop dat u dat ook doet), ik heb genoten van dit spel. Ondanks de totale afwezigheid van het t-woord. Waarom, zult u, groot gelijk hebbend, zeggen? Wel, ten eerste, je kan dit tot met z'n vieren spelen. Da's al een goed argument want Lost Cities is enkel voor twee uitgevonden. Twee: het scorespoor, dat de telling toch aanzienlijk makkelijker maakt en daardoor erg handig is. Drie: de spanning die wordt opgewekt door het race-aspect en het feit dat de “hoge spelfiguur” voor dubbele plus- of minpunten telt. Vier: de uitbreiding van de mogelijkheden t.o.v. Lost Cities, t.t.z. Het feit dat je zowel oplopend als aflopend kaarten kunt uitspelen (niet in dezelfde rij uiteraard, even serieus blijven hé) en dat je kaarten van gelijke waarde op een reeds gelegde kaart kunt spelen. Vijf: de mooie spelcomponenten. Zes: de snelheid waarmee dit spel kan gespeeld worden, zelfs in maximale bezetting. Zeven: de hoge mate waarin dit spel ontspant, een eigenschap waarmee veel spellen al eens zwaar uit de bocht durven gaan (in een latere bijdrage hierover meer). Acht: de leuke fiches die je onderweg verzamelt of activeert. Negen: de eenvoudige spelregels die snel zijn uitgelegd, ook aan gelegenheidsspelers. Tien: de originele vondst dat je er zelf een heel thema bij mag verzinnen. 

Minpunten? Toch wel. Er worden te weinig kaarten afgelegd op de gemeenschappelijke aflegstapels die dan, zoals bij Lost Cities, voor iedereen beschikbaar komen. Het afleggen van kaarten op die stapels heeft meestal tot gevolg dat er sowieso een andere speler mee aan de haal gaat. Een cadeautje dus. Goed nadenken voor je dat doet en heel goed opletten als iemand anders dat doet is de boodschap. De afwezigheid van het thema heb ik al aangehaald en het geheel had gerust in een kleinere doos gekund. Uit commerciële overwegingen raad ik Kosmos dan ook aan een reisversie van dit spel te produceren. Misschien hadden ze daar gewoon mee moeten beginnen.

Twee potjes gespeeld. Eentje met drie en eentje met vier. Twee keer gewonnen, waardoor onmiddellijk werd bewezen dat geluk in dit spel een te verwaarlozen rol speelt. 

Al bij al in mijn ogen een aangename verrassing. Gaat nog dikwijls op tafel komen.

Stone Age (Hans Im Glück)

Het stenen tijdperk. Ik mag er graag vertoeven, al was het maar omwille van de duidelijkheid. Geen twijfel over waar je als man als toe was. Dat is nu wel even anders.

Welke soort man willen ze nu? Voortgaand op de informatie waarover ik momenteel beschik vallen de meeste vrouwen op dit moment voor de “nieuwe oude nieuwe nieuwe oude nieuwe oude oude nieuwe nieuwe oude nieuwe man”. Voowaar voor de mannen onder ons geen gemakkelijke opgave.

Daarom deze ode aan het Stenen Tijdperk. Geen gezeur: aan de haren de grot in. Van design, één van de meest overschatte verwezenlijkingen van onze zogenaamde beschaving, was nog lang geen sprake. Bekende Vlamingen waren in geen verten te bespeuren. Heerlijk. Baby's gingen er na de bevalling onmiddellijk vandoor om eten te gaan zoeken en werden niet opgezadeld met namen als Moonray, Fleur of Jada Elly . Neen, we droegen namen als Humpf, Grrr of Aargh. Namen die ook in de dagelijkse omgangsvormen meer dan van pas kwamen en dus veelvuldig werden gebezigd. Stond iemand je niet aan was het niet van: “Ik zou het graag even met u willen hebben over het toenemende ongemakkelijke gevoel dat u bij herhaling bij mij teweegbrengt. Kunt u even uw agenda raadplegen zodat we een moment voor een meeting kunnen prikken?” Nee, je sloeg hem gewoon de kop in. Berevellen, sabeltandtijgers, mammoeten. Dat waren nog eens tijden. Alleen spijtig dat ze toen geen bord- of kaartspellen hadden. Ik flitste er gelijk naartoe.

Enfin, we kunnen in elk geval doen alsof. “Caveman” ligt hier ook al een tijdje klaar op de plank om aangesneden te worden maar gezien de positieve buzz die Stone Age in Nürnberg te beurt viel en de nieuwsgierigheid die dat bij ondergetekende teweegbracht namen we eerst daarvan maar een hap.

Wat eerst opvalt: mooi, heel mooi. Groot en kleurrijk spelbord met daarop jachtgebieden, bossen, heuvels, bergen, rivieren, akkerlanden, een werkplaats, een scorespoor, een gemeenschappelijke voedselopslagplaats en een verdwaalde – excusez le mot - neukhut, iedere speler zijn eigen minibordje waarop hij zijn gebouwen, ontwikkelingskaarten, grondstoffen, voedsel en stamleden kan onderbrengen, een handvol dobbelstenen met bijpassende in leer uitgevoerde dobbelbeker, prachtig houten materiaal waaronder goud, steen, leem, hout en fiches die voor voedsel en werktuigen moeten doorgaan. En ziplockzakjes waarin je alles kwijt kan. Opvallend: de doos is eigenlijk niet diep genoeg voor het vele materiaal. Ze sluit niet volledig. Duidelijke en overzichtelijke spelregels ook. Geen vragen bleven open.

Ligt alles uitgestald en speelklaar op tafel ontstaat er een zekere aantrekkingskracht die u, als veelzijdige veelspeler (naar het schijnt de volgende “Suske en Wiske”), zeker niet vreemd is. Dat was bij ons niet anders.

Doel van het spel: de meeste overwinningspunten hebben aan het eind. Opvallend: er wordt met overwinningspunten gegooid dat het een lieve lust is. De winnaar in onze sessie - ik noem hem even bij naam: Mathias - ging bijna twee keer het scorespoortje rond. Een rondje is 100 punten, dat geef ik u even mee. En de rest van het pak eindigde daar niet zoveel achter. Die punten graai je bijeen door tijdens het spel gebouwen van allerlei soort neer te zetten en ontwikkelingskaarten te “kopen”. Die leveren soms onmiddellijk bij aanschaf punten op maar kunnen ook bij de eindtelling, en ik wik mijn woorden, zwaar gaan doorwegen. “Kopen” doe je door het inleveren van grondstoffen. Die grondstoffen verzamel je door je stamleden op pad te sturen naar het bos (hout), steengroeve (steen), heuvels (leem) en de rivier (goud). Op het einde van elke ronde moet je stam ook over voldoende voedsel beschikken. Eén voedseleenheid per stamlid. Daarom worden er ook stamleden naar het jachtgebied gestuurd. We kunnen ook akkers bewerken, onze stam uitbreiden door gebruik te maken van de neukhut, werktuigen maken en gebouwen neerpoten of stijgen in onze ontwikkeling (ontwikkelingskaarten kopen).

De plaatsen voor de stamleden zijn, behalve in het jachtgebied, beperkt. In het bos, de steengroeve, de heuvels en de rivier kunnen maximaal zeven stamleden staan (al dan niet van verschillende stammen), op de werktuighut en de akker maar eentje en in de neukhut – hoe raadt u het – twee. Kies je ervoor een gebouw of ontwikkelingskaart te kopen zet je er gewoon een stamlid op. Ook hier is maar één plaatsje voorzien. De ontwikkelingskaarten worden na elke ronde weer aangevuld (kaarten die blijven liggen worden meestal goedkoper) en van de gebouwen zijn er vier stapels van zeven voorhanden. Het speleinde wordt ingeleid indien het laatste gebouw van een stapel wordt “gekocht” of indien de ontwikkelingskaarten niet meer tot vier kunnen worden aangevuld. In het eerste geval wordt de ronde nog uitgespeeld, in het tweede geval is het onmiddellijk schluss.

Hoe verloop nu zo'n ronde in het steentijdperk? Tijdens zijn beurt zet elke speler Caylusgewijs een aantal stamleden in op een locatie naar keuze (wingebieden voor grondstoffen, het jachtgebied, de akker, werkplaats, of één of meerdere ontwikkelingskaarten of gebouwen). Je begint het spel met vijf stamleden. Je kunt hun aantal uitbreiden tot - lang leve de neukhut - tien. Als iedereen dat heeft gedaan worden klokgewijs en beginnend met de startspeler de acties op de verschillende locaties uitgevoerd. Iedere speler voert al zijn acties in een volgorde naar keuze uit. In de jachtgebieden, het bos, de heuvels, de bergen en de rivier wordt gedobbeld. Per stamlid een zeszijdige dobbelsteen. Het totaal aantal gegooide ogen wordt gedeeld door 2 (jachtgebied: voedsel), 3 (bos: hout), 4 (heuvels: leem), 5 (steengroeve: steen) en 6 (rivier: goud). Het resultaat kun je nog beïnvloeden (verhogen) door werktuigen in te zetten. De opbrengst leg je op je eigen spelbord voor later gebruik (kopen van ontwikkelingskaarten en gebouwen en het voeden van je stam). Aangekochte gebouwen en ontwikkelingskaarten komen ook op je persoonlijke bordje te liggen. Op dat bordje staat trouwens ook de waarde van de verschillende grondstoffen en de multiplicatoren voor de eindtelling als geheugensteuntje vermeld. Handig.

Als afsluiter van een ronde moet iedere speler zijn stam nog voeden. Lukt dat niet moet je al je voeding afgeven en eventueel aanvullen met grondstoffen. Wil je geen grondstoffen afgeven moet je tien overwinningspunten inleveren. Kijk, een aderlating kan meevallen, vooral als het om spataders gaat. Maar tien punten is toch een serieuze streep door je rekening. Geen wonder dat de jachtgebieden veelvuldig worden bezocht. Akkerbouw kan hierbij ook een beetje helpen. Als je deze actie kiest krijg je immers permanent korting bij je voedselvoorziening.

De eindtelling dan. Hier komen de multiplicatoren in actie. Spelers die “Oase” al eens hebben gespeeld weten wat ik bedoel. Ontwikkelingskaarten met een groene achtergrond worden per verschillend symbool (er zijn er acht: heelkunde, schrift, kunst, pottenbakken, muziek, weefgetouw, transport, zonneschijf) vermenigvuldigd met zichzelf. Vijf ontwikkelingskaarten met vijf verschillende symbolen leveren dus samen 25 punten op. Ontwikkelingskaarten met een bruine achtergrond bevatten een aantal stamleden met een bepaalde functie: boeren, werktuigmakers, huttenbouwers en sjamanen. Het totaal aantal boeren op de ontwikkelingskaarten worden vermenigvuldigd met de totale korting die je krijgt bij de voedselvoorziening, de werktuigmakers met het aantal werktuigen dat je bezit, de huttenbouwers met het aantal gebouwen en de sjamanen met het aantal stamleden dat je op het einde van het spel hebt. En dat tikt aan bij het speleinde.

Het lijkt allemaal een beetje ingewikkeld maar vanaf ronde twee gaat alles vloeiend en intuïtief. Maakt u zich dus vooral geen zorgen.

Wat we ervan vonden, Zeker niet slecht, maar ook geen echte topper. Het spel sleept een beetje. Lees: het wordt naar het einde toe wat eentonig. Het dobbelen haalt het tempo aanzienlijk naar beneden en het is soms lang wachten voor je weer “mag”. Het spel duurt ook redelijk lang. Wij speelden ongeveer 1u45 en het waren niet bepaald diesels die mee aan tafel zaten. Je weet ook niet, tenzij je heel goed bijhoudt welke kaarten de andere spelers hebben verzameld (bijna niet te doen) en hoeveel gebouwen ze hebben neergezet (beter te doen), hoe je tegenstanders ervoor staan. Het einde kan dus serieuze verrassingen opleveren. Mathias, het ganse spel achteraan bengelend, maakte me bij de eindtelling daar een sprong van hier tot ginder en ging grijnzend met de overwinning aan de haal. Iedereen ging er echter van uit dat Tineke zou winnen. Niet dus. Sommigen vinden die onzekerheid niet leuk, van mij mag het.

Ik kan me vergissen maar het spel lijkt me voor twee of drie spelers ideaal. Er worden dan ook een paar kleine speltechnische wijzigingen doorgevoerd.

Stone Age speelde ik zelf niet mee. Ik observeerde. Vandaar deze bijdrage. Wat mij opviel was het volgende: David scoorde als eerste punten. 14, door het oprichten van een gebouw. Mathias stormde als een gek elke ronde weer de neukhut binnen en ging daarin tekeer als konijnen op steroïden. Daardoor moest hij ook focussen op de jachtgebieden. Hij moest al die nieuwe stamleden tenslotte ook eten geven. David zat voornamelijk op handen en voeten in het ondiepe gedeelte van de rivier naar goud te zoeken en leek ook erg aangetrokken te worden door leem. Hij was de meesterbouwer want hij liet bijna geen gelegenheid onbenut om iets uit de grond te stampen. Hij lag op het scorespoor bijna het hele spel op kop. Tineke verzamelde van alles een beetje en vooral heel veel. Kris focuste ook op stamuitbreiding en het verzamelen van grondstoffen. Hij liet de ontwikkelingskaarten meestal links liggen en ging, vooral naar het speleinde toe, zich meer richten op de aanschaf van gebouwen. Bij de eindtelling schoot Mathias, dankzij zijn onwikkelingskaarten met groene achtergrond en zijn sjamanen (10 stamleden en 4 sjamanen = 40 punten), als een raket naar voor. Eindstand: Mathias 183, David 171, Kris 157, Tineke 151. Iedereen tipte Tineke vlak voor de eindtelling als winnaar. Iedereen. Het kan verkeren.

Afterparty

Marrakesh (Gigamic)

Assam, de tapijthandelaar, schrijdt over het spelbord, aangedreven door een dobbelsteen die wordt gegooid door de actieve speler. Alvorens de dobbelsteen wordt gegooid bepaalt deze speler in welke richting Assam stapt. Hij mag naar links, rechts of gewoon vooruit in zijn kijkrichting. Zich 180° draaien mag hij niet. Beperkte wendbaarheid door zijn lang gewaad. En Assam gaat niet graag op zijn bek. Slecht voor zijn imago. Afhankelijk van de dobbelsteenworp beweegt hij zich één, twee, drie of vier vakjes ver. Komt Assam aan de rand van het spelbord draait hij er in een U-turn gezwind weer op. Hij stopt, treuzelt wat en legt in een aangrenzend vakje een twee vakjes bedekkend tapijtje van de actieve speler neer, eventueel daarbij reeds eerder uitgestalde tapijten van medespelers listig bedekkend. Eindigt hij zijn sierlijke beweging op een tapijtje van een medespeler, moet de actieve speler de eigenaar één goudstuk per vakje betalen dat diens aangrenzend “tapijtentapijt” groot is. Dat kan oplopen, zoals ik tijdens het spel meerdere keren mocht ondervinden. Als het laatste tapijt wordt gelegd eindigt het spel. Elke speler telt dan zijn goudvoorraad die nog wordt aangevuld met één goudstuk per veld waarop een tapijt van hem of haar zichtbaar is. De rijkste wint.

Dat is Marrakesh. Marrakesh is eenvoudig, snel gespeeld en zo abstract als de pest. En de doos is lelijk als de nacht. Maar de inhoud van die doos – die tapijtjes! - en het leuke tactiele aspect maakt enorm veel goed. Wordt in Duitsland in een iets mooiere versie uitgebracht door Zoch onder de naam "Suleika". Ook de doos wordt daarbij, gelukkig, onder handen genomen.

Mathias 57, Tineke 51, David 27, Dominique 26


Nog enkele dienstmededelingen:

Ingelberts in Aarschot, één mijner favoriete bordspelleveranciers en dat wil wat zeggen gezien de hoge kwaliteitseisen die ik stel, heeft eindelijk zijn eigen website: www.ingelberts.be

Spelclub “De Spellenhut” van Westmeerbeek, heeft zijn bestaande website in een nieuwe jas gestoken. Ik was aangenaam verrast de kleur geel een prominente rol te zien vervullen op de hoofdpagina. De link: http://www.spellenhut.be/index.php?ref=welkom.php

Ik vang uit betrouwbare bron geruchten op dat u, indien u een aangenaam spelavondje wilt beleven bij spelclub “De Speeldoos” in Aarschot (op elke tweede, vierde en eventueel vijfde vrijdag van de maand, telkens vanaf 20u. Meer info op www.despeeldoos.be), zich best op tijd aanmeldt. Kwestie van nog een plaatsje te vinden aan de speltafel. Door professionele activiteiten op vrijdagavond heb ik de laatste maanden verstek moeten laten gaan. Ik hoop dat er geen oorzakelijk verband is. Gelukkig kan ik vanaf half april de draad weer opnemen. Ik zal er staan. Vanaf een uur of zeven. Ben ik zeker dat ik kan spelen. Jan en Mark, zet de Bifiworsten maar koud en leg de overwinningspunten gerust klaar. En het mag gerust iets meer zijn.

Dominique



00:29 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

Commentaren

Link naar De Spellenhut Hoi Dominique,

De link naar De Spellenhut is niet juist, er staat www.despellenhut.be ipv www.spellenhut.be

Gepost door: Henk-Jan | 04-04-08

Geccorrigeerd! Henk-Jan,

Bedankt voor de opmerking. Ik heb de link aangepast.

Groeten,

Dominique

Gepost door: Dominique | 04-04-08

Gecorrigeerd De titel van mijn reactie nog eens, maar nu gecorrigeerd.

Gepost door: Dominique | 04-04-08

Wat mij nu pas opviel. (Na de vierde herleesbeurt) Spelletjes op een avond midden in de week ? Zijn de heren en dame soms
allemaal werklooos ? Nemen zij speciaal woensdag
een dagje verlof om bij te komen. Gaan ze soms niet meer werken omdat ze al lang binnen zijn.
Vragen, vragen, vragen.....

Gepost door: Benny | 16-04-08

Benny,

Antwoord op vraag één: ja
Antwoord op vraag twee: neen
Antwoord op vraag drie: neen
Antwoord op vraag vier: bijna

Groeten.

Dominique

Gepost door: Dominique | 16-04-08

De commentaren zijn gesloten.