22-03-08

Oppassen voor setverlies: Scriptorium!

 

Ooit “The Name Of The Rose” gezien? Dat cinematografische meesterwerk uit 1986, naar het al even meesterwerkige boek van Umberto Eco? Deze film ligt aan de basis van één van de grootste misvattingen uit de filmgeschiedenis: dat Sean Connery een knappe man is. Een misvatting die te vergelijken valt met die waarin gesteld wordt dat alle theedrinkende mannen homoseksueel zijn en alle voetballende vrouwen lesbisch. Sean draafde in deze film op tussen de grootste hoop lelijkerds die ooit op een filmset werden losgelaten. Hij had het geluk door de natuur het minst slecht bedeeld te zijn tussen dat stelletje ongeregeld, waardoor hij als het ware “de eenogige koning in het land der blinden” werd. Zijn uiterlijke middelmatigheid stak zodanig af tegen al die gedrochten waartussen hij zich bewoog dat het grote publiek hem zelfs knap begon te vinden. Als u deze film nog eens op het witte doek ziet, denk dan eens aan deze bijdrage. U zult uw vizier snel bijstellen. En als u, man zijnde, even in een dipje zit omwille van uw uiterlijk, huur hem dan even in de plaatselijke videotheek. Na een kwartiertje kijken voelt u zich stukken beter.

Vanwaar deze op het eerste gezicht weer nergens naartoe leidende inleiding, hoor ik u al denken? Wel, beste medespeler, het is de overgang naar het spel waarover ik het met u even wil hebben: Scriptorium!

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

We bevinden ons in een niet nader genoemd middeleeuws klooster Laten we, voor de verandering, er even van uitgaan dat we één van de lelijkerds zijn van hierboven. Wat mij betreft vraagt dat een ongelooflijk diep en fantasierijk inlevingsvermogen, maar kom, voor dit spel wil ik ver gaan. Hoe dat komt leest u verder wel. Als was het om onze lelijkheid te compenseren zijn we er in geslaagd ons op te werken tot vadertje abt. Daarbovenop zijn we in een meedogenloze concurrentiestrijd verwikkeld met de andere kloosters uit de buurt en werken we met het spreekwoordelijke monnikengeduld, maar zonder aan snelheid in te boeten, aan ons magnum opus: de omvangrijkste en kwalitatief meest hoogstaande “Heilige-Geschriften-Bibliotheek” uit die tijd.

Daarvoor hebben we wel het één en ander nodig. Lelijk als de nacht zijn we al, dat is dus een zorg minder. Op ons boodschappenlijstje: monniken die snel en mooi met de hand kunnen schrijven, illuminators die de kleurrijke en kalligrafisch hoogstaande miniatuurtjes kunnen aanbrengen, manuscripten, perkamentrollen om op te schrijven en uiteraard alles wat er verder nog nodig is om ons personeel naarstig aan het werk te kunnen zetten en houden (geen spiegels bijvoorbeeld, en vooral veel goud). Soms hebben we, door het doen van schenkingen, zelf in de hand wat we (en onze tegenstanders) kunnen krijgen, soms zijn we overgeleverd aan de goodwill (of onkunde, hahaha) van onze tegenstanders. Alles wat we nodig hebben staat, om het ons makkelijk te maken en de verzendingskosten van dit spel niet teveel in de hoogte te jagen, afgebeeld op kaarten.

Het spel is onderverdeeld in twee fasen: in fase één doen we schenkingen (ook aan onszelf, wat had u gedacht) en leggen we een lot later te veilen ingrediënten aan, in de tweede fase wordt die veilingstapel per opbod verkocht. Op personeel en grondstoffen bieden we met goud(kaarten), op goud bieden we met personeels- en grondstoffen(kaarten). En dit, beste spellenvrienden, zorgt voor de aanwezigheid van één der meest gevreesde termen binnen de spellenwereld: HET DILEMMA! En u zult het geweten hebben.

In de loop van het spel, zowel in fase één als twee, kunnen de spelers door tussenkomst van bisschoppen de waarde van bovengenoemde elementen doen stijgen of dalen. Wie op het einde van het spel van elk van de vijf categorieën het meeste kaarten bezit krijgt de waarde van die categorie (1 tot 6) in zegepunten uitbetaald. Wie de meeste zegepunten heeft wint. Uiteraard.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

De thematiek, het verzamelen van de beste en de meeste “ingrediënten” voor de realisatie van een uitgebreide kloosterbibliotheek, is een leuke binnenkomer. Maar ook niet meer dan dat. Voor van alles te gebruiken dit spelsysteem. Uiteindelijk gaat het, zoals in zoveel spellen tegenwoordig, maar om het verzamelen van setjes. Dat is niet erg, en zeker niet als het zo goed is gedaan als in dit spel.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Twee bedrukte zijdes van een langgerekt velletje vinden we in de doos. In kleur. Maar vooral heel duidelijk. Het enige wat voor een klein beetje verwarring kan zorgen bij het eerste spel is de activering en het gebruik van de bisschopkaarten. En de consequenties ervan. Maar daar waren we, mede door het aanspreken van ons gezond boerenverstand, snel uit.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Het is eraan te zien dat dit een goedkoop spel is, al moet ik toch ook even aanhalen dat men toch zijn best heeft gedaan. De kaarten zijn van degelijke kwaliteit en in kleur (en ondergebracht in een ziplockzakje). Er wordt een klein spelbordje meegeleverd waarop door middel van (bijgeleverde) zeszijdige dobbelstenen wordt aangegeven wat de waarde van de verschillende categorieën is. Het geheel zit in een stevig en diep doosje. Het feit dat we ons bevinden in de donkere middeleeuwen wordt doorgetrokken naar de kaarten. Donker als de nacht zijn ze. De bissschopkaarten en de goudkaarten zijn wat fleuriger uitgevallen, maar de teneur neigt toch naar zwart. In het kwadraat. Mij stoort het niet, maar bij spelers die het leven van nature nogal somber inzien gaat het aanzicht ervan zeker geen glimlach ontlokken. De onderdelen doen wat ze moeten doen, niet meer maar ook niet minder. En als het spreekwoord “less is more” op één spel van toepassing is, dan is het dit wel.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Veel uitleg is niet nodig hoor. Ik heb de ervaring dat twee velletjes spelregels meestal geen avondvullende uiteenzetting vereisen. Dat wordt hier nog eens ten overvloede bevestigd. Snel uitgepakt, snel opgezet, snel uitgelegd, snel gespeeld. Waarna de smekende blikken van uw medespelers u aanzetten hetzelfde proces nog eens snel over te doen.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Bij kaarslicht, iets wat nochtans lekker zou aanleunen bij het thema, zou ik dit niet spelen. Maar voor de rest: geen problemen.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Het is een kaartspel. Je moet het doen met wat je trekt. In fase één, de donatiefase, kan je leuke kaarten lekker voor jezelf houden en het minder lekkere aan je medespelers of aan de veilingstapel laten. Er is wel een klein probleempje: bij het doneren worden de kaarten één voor één getrokken. Je moet dan ook onmiddellijk beslissen wat je met die kaart doet. Hou je ze, gaat ze op de veilingstapel of schenk je ze aan je medespelers? Heb je bijvoorbeeld al een lekkere kaart op handen genomen en trek je nog iets veel smakelijkers dan moet je deze kaart toevoegen aan de veilingstapel of aan de donatierij die bestemd is voor je medespelers. Dat levert, afhankelijk van de aard van de actieve speler in kwestie de ene keer ingetogen, de andere keer zeer expliciet gegrom op. Een beetje geluk? Het zit erin. Maar het is allerminst storend.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Valt Leterme I in juli? Ge moogt gerust zijn. Interactie met hopen. Er zit een beetje bluf in, je “geeft” je medespelers elke beurt ook iets (meestal afval) en je kan lekker speculeren op de veilingfase door het opsparen van goudkaarten. Het doneren van de kaarten levert ook spanning op – wie neemt wat en waarom in godsnaam? - en de veilingfase is door het veilen van elke kaart apart een zeer spannend en niet te versmaden dynamisch gebeuren.

Gij zult niet te lang duren.

Neen hoor. U mag gerust nog andere plannen voorzien voor de rest van de avond. Alleen is de kans nogal groot dat deze plannen aanzienlijk in de war zullen worden gestuurd. Door een kaartspelletje dat “Scriptorium” heet. Het “zich losrukken van de speltafel” mag dan ook voor één keer letterlijk worden genomen. U hebt nog andere dingen te doen, jaja, maar u zit als met superlijm vastgekleefd op uw stoel. Zelfs indien er een middelgrote brand zou uitbreken zou u nog twijfelen of u toch niet best de lopende ronde uitspeelt. En als u er dan toch uiteindelijk voor kiest uw vege spelerslijf te redden voorspel ik nu al wat u nog snel mee grabbelt. Inderdaad.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Eenvoud, spelplezier en diepgang in een kleine doos. Het is een dodelijke combinatie die ons bekeringsproces aanzienlijk vergemakkelijkt. Het enige probleem is dat dit pareltje niet zomaar op elke straathoek verkrijgbaar is. Ik hoop dat een grote uitgever dit oppikt en het en masse gaat produceren. Dit spel verdient het.

Nog een pluspunt: het is ook erg leuk met z'n tweeën.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Hebt u het rubriekje “Gij zult niet te lang duren” gelezen? Lees het dan nog eens. En denk daar dan het nachtelijke woelen bij dat mij de laatste weken vol en frontaal heeft getroffen. En de zombieachtige blik waarmee ik me sindsdien door het daglicht begeef. Bij nacht lig ik zwetend in bed, nachtmerrieachtig dromend over lelijke bisschoppen die ongevraagd mijn lievelingsattributen in waarde doen devalueren, chronisch goudtekort, kalligrafen die in staking gaan en monikken die één voor één het loodje leggen.

Het feit dat er voor aanvang van elk spel, afhankelijk van het aantal spelers, een aantal kaarten ongezien uit het spel worden genomen maakt elke sessie ook weer anders. Variatie geïnitieerd door een beetje onzekerheid, mij doet dat wat. Mij doen verlangen naar meer bijvoorbeeld.

Tot slot: bent u in blijde verwachting van een meisje en twijfelt u nog tussen een paar mooie namen maar komt u er op geen enkele manier uit? Noem haar dan Dilemma. Probleem opgelost! Is het een jongen raad ik u, vanwege de onmiskenbare voordelen die elke aanspreking op zijn levenspad hem zal opleveren, “Eminentie” aan. Hij zal lichtvoetig en gerespecteerd door het leven stappen.

Wees gegroet! En vergeet vooral de eieren niet!

Dominique


Scriptorium (Scripts and Scribes)

Doctor Finn's Card Company (2008)

2 tot 4 spelers (geen leeftijd aangegeven)

30 minuten

22:41 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

17-03-08

Beter dan "The Goombay Dance Band": Jamaica!

 

Onlangs, tijdens een hypnosesessie bij een bevriend psycholoog waarbij ik trachtte uit te vissen waar ik in godsnaam mijn autosleutels had gelaten, bleek dat ik in één van mijn vorige levens piraat ben geweest.

Ook toen droeg ik al mijn huidige initialen, C.D. Dat stond voor “The Captain of Death”.

Ik had ook een papegaai. Tot na een incident in één of andere kroeg in Tortuga. Hij zat op mijn schouder toen ik een paar liter rum bestelde. De waard vroeg: “En, kan hij praten?” Waarop het beest antwoordde: “Ik weet het niet niet. Ik zit er nog maar net op.” Dat waren tevens zijn laatste woordjes. Met veel smaak opgegeten. Met Parijse aardappeltjes en een looksausje. Vanaf toen hield hij zijn bekje wel.

Met mij vergeleken was Zwartbaard een kleuter in het ploeterbad van het zwembad “De Warande” van Diest. Captain Flint? Bloemetjesbehang!

En mijn houten been? Ik was er fier op. Nog straffer zelfs: ik had er twee! Wel lastig om iemand te besluipen op een houten vloer, maar verder wel praktisch. En afneembaar. Zo kon ik bijvoorbeeld slapen in een kinderbedje. De namen van al mijn slachtoffers stonden er ook netjes in gekerfd. In schoonschrift.

Mijn bemanning? Uitschot! Loyaal? Zeker. Logisch ook. Wie nog maar aan het m-woord durfde te denken wachtte een namiddagje kielhalen, bij voorkeur als we voor anker lagen in de Gansbaai bij Zuid-Afrika. Je wilt niet weten wat daar allemaal rondzwom. En het had honger. Altijd.

Ik heb zeven wereldzeeën bevaren en vooral onveilig gemaakt. Alles geënterd en beroofd wat mijn waterweg kruiste. Ik kreeg er maar niet genoeg van. En moest ik het budget hebben gehad, ik zou rupsbanden hebben laten steken onder mijn schip om lustig op land verder te doen.

Dat waren nog eens tijden.

Als er een piratenspel op tafel ligt voel ik me dan ook als een vis in het water. Of ik nu win of verlies, ik laat een slagveld van afgerukte ledematen, houtsplinters, gebakken papegaaien, opengebroken schatkisten, stukbepotelde landkaarten, aan scheurbuik lijdende bemanningsleden en werkloze loodsen achter.

Geen wonder dus dat ik niet kon weerstaan aan “Jamaica”, de jongste telg van Gameworks en Pro Ludo, waarin het piratenthema op een wel heel aparte wijze werd uitgewerkt.

Ik heb iemand dit spel weten bestempelen als - hou u vast - ganzenbordachtig. Daar ben ik het hoegenaamd niet mee eens. Ten eerste is dit een belediging voor het Ganzenbord, hier bewust met een hoofdletter geschreven, wat voor velen onder ons toch de eerste kennismaking was met het fenomeen “spel”. Ten tweede is het een belediging voor “Jamaica”, dat toch een categorie hoger mag worden ingeschat. Moest ik beide spellen zijn, ik zou het niet nemen.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Piraten, zoals ik al zei. We kruipen meerbepaald in de rol van de grootste klootzakken die de zeven wereldzeeën hebben bevaren. U wilt namen? Anne Bonny, Samuel Bellamy, Olivier Levasseur, Edward Drummond, John Rackham, Mary Read. Op het eerste gezicht zeggen deze namen u waarschijnlijk niets. Maar alleen al eraan denken rond 1700 was voldoende om heel uw omgeving in paniek op de vlucht te doen slaan. Soit, u hebt nu een idee met wie u aan tafel zit. Wij dagen onze tegenstanders uit tot een - ga even zitten - racewedstrijd. Met onze schepen uiteraard. Eén rondje, Van Port Royal naar Port Royal. Tussendoor gaan we mekaar het leven zuur maken door onze kanonnen op elkaar te richten en ze zonder enige schroom nog af te vuren ook, schatten voor elkaars neus op te graven om vervolgens - onze rechter middenvinger opstekend – er weer als een speer vandoor te gaan, enz. Kortom: een evocatie van het dagdagelijkse piratenleven. Wij doen dit - we blijven beschaafd - door het uitspelen van actiekaarten. Op deze actiekaarten staan telkens twee acties vermeld, een dagactie en een nachtactie. Aan deze acties worden dobbelsteenogen toegewezen die we bekomen door, u raadt het al, twee dobbelstenen te gooien. Gelukkig kunnen we, als we zelf actieve speler zijn, zelf bepalen aan welke activiteit elke dobbelsteen wordt toegewezen. We kunnen vooruit of achteruit, voedsel inslaan, en goud en kanonnen laden. Erg leuk. Zodra er een speler weer is aangekomen in Port Royal is het spel ten einde. Wie eerst aankomt is niet noodzakelijk de winnaar. De plaats in het deelnemersveld speelt een rol, maar ook het goud (fiches en schatkaarten) die je op het einde van het spel in je voorraad hebt bepalen je eindscore.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Piraten die racen? Voor het eerst weer bij de starthaven? Ik heb mijn twijfels over de geschiedkundige waarde van dit gegeven. Toch voor alle zekerheid maar even een checklist doornemen: schateilanden? Aanwezig! Kanonnen? Aanwezig! Gevechten? Aanwezig? Doodskopeilanden? Aanwezig! Scheurbuik? Aanwezig? Snelle schepen? Aanwezig! Grote hoeveelheden goud? Aanwezig! Ach, dat racen zien we dan maar even door de vingers. Maar laat dat nu net het centrale gegeven van dit spel zijn. Ik ben echter geen kniesoor, dus ik let daar niet op.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Ze zijn duidelijk en ze zijn overzichtelijk. En uitbundig gekleurd. Maar ze zijn ook nogal groot uitgevallen. Om u een idee te geven.: vergelijk de grootte van de regels met die van een doorsnee affiche van Rock Werchter of Pinkpop. De ontwerpers van dit spel wilden bij wijze van originele vondst de regels weergeven als waren ze gedrukt op een grote schatkaart. Je moet ze dus openvouwen. En nog eens. En nog eens. En nog eens. Gek, terwijl de meeste kranten die ik lees hun formaat naar beneden toe bijstellen zijn er uitgevers die hun spelregels steeds maar groter en groter maken (al zijn er ook bizarre uitzonderingen, waarover in een volgende bijdrage meer). Fantasy Flight Games heeft daar ook een aardje van weg. Nu dus Gameworks en Pro Ludo. Moet je tijdens het spelen iets opzoeken is het net of je op een parking langs de route du soleil een wegenkaart op de koffer van je wagen openslaat. Daarna moet je, net als op een wegenkaart, even uitzoeken waar je eigenlijk moet zijn om verder te kunnen. Probleem in de huiskamer: je hebt eigenlijk niets om je spelregels op uit te spreiden. Op tafel ligt immers een spel uitgestald. Je behelpt je dus en doet maneuvres die je eigenlijk aan een spellentafel hoogst zelden tegenkomt. Heel asociaal ook, want je trekt rond jezelf een muur van papier op. En als je met twee speelt zou ik daar heel voorzichtig mee omgaan.

Daarbij komt ook dat de regels in vier talen zijn bijgevoegd. Niet allemaal op één “affiche”, nee hoor. Allemaal apart. En dat neemt toch wel een beetje plaats in in de, het moet gezegd, prachtige doos.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Absoluut. Prachtig materiaal. Mooi vormgegeven doos (lijkt op een schatkist). Mooi spelbord, prachtige scheepjes, stevige fiches, goed in de hand liggende dobbelstenen (twee zeszijdige en een gevechtsdobbelsteen), enorm knappe kaarten.

De scheepjes lijken mij wel van het breekbare soort. Ik zou ze niet laten vallen als ik u was, tenzij op een dikke meter donsveertjes van het zachtste soort. De kaarten zijn een geval apart. Elke speler beschikt over een eigen set en, zoals gezegd, ze zijn prachtig vormgegeven. Leg je ze in een bepaalde volgorde naast elkaar dan ontstaat er één groot – laten we zeggen Breugheliaans – tafereel. Leuk.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Volmondig ja. Open die doos, spelbord en andere onderdelen op tafel, even een korte uitleg en spelen maar. Zorg er wel voor dat je de regels uit het hoofd kent. Dit omwille van het gebruiksonvriendelijke regelwerk.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

Geen enkel oftalmologisch probleem tegengekomen in dit spel. Zelfs bij kunstlicht is het heerlijk spelen.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Er worden kaarten getrokken (en gespeeld uiteraard) en er wordt gedobbeld voor het aantal te besteden actiepunten en de gevechten. Bijkomende uitleg is overbodig denk ik dan. Toch even enkele nuances. Iedere speler beschikt over zijn zijn eigen setje kaarten. Je weet dus over welke kaarten je beschikt en ze komen allemaal minstens een keertje aan bod. Je hebt er steeds drie op de hand, zelfs vier als je de schatkaart “Morgan's Map” voor je hebt liggen. Plannen is belangrijk. Op de meeste vakken moet je vers voedsel inleveren om je bemanning in leven te houden. Lukt dat niet, moet je (steeds weer betalend) achteruit tot je op een zeevak komt waar je wel kunt betalen. Let je hier even niet kun je voor extreem onaangename verrassingen komen te staan en serieus achterop komen te liggen. En aangezien het om een race gaat is dat niet echt een goeie optie. Geluk is dus aanwezig, maar je vaardigheden tot plannen worden ook aangesproken. Op je (terug)weg naar Port Royal kun je ook schatkaarten verzamelen, de meeste positief (een extra scheepsruim, extra goud, een extra kaart op de hand houden, opnieuw dobbelen met de gevechtsdobbelsteen), maar er zijn er ook die je op het einde van het spel minpunten opleveren. Zoals in het echte leven geldt ook hier: wat gij begeert, wordt ook door anderen begeerd. Bovengenoemde spelingrediënten wisselen tijdens het spel - meestal na inzet van een handvol kanonnen, een mespuntje enterhaken en een dobbelsteen - nogal eens van eigenaar. Je bent dus van niets zeker.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Met hopen. Gevechten, schijnbaar goed geplande trajecten die plots een onvoorziene wending nemen (lees: achteruit), ladingverlies aan agressieve tegenstanders en péage die door op goud beluste havenmeesters worden aangerekend. Hilariteit gegarandeerd. En na een drukke werkdag wil dat wel eens heel ontspannend wezen.

Gij zult niet te lang duren.

Een perfecte tijdsduur. U mag voor één keer de doos geloven. En een revanche zit er, wat mij betreft, altijd in.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Dit spel heeft alles in zich om het smeulend vuurtje bij potentiële spelfanaten aanzienlijk op te porren. De regels zijn niet moeilijk en relatief snel uitgelegd, het spelmateriaal is prachtig, het speelt tactisch lekker weg en er zijn gegarandeerd hilarische momenten wanneer iemands planning verkeerd uitdraait en plotseling achteruit aan het varen slaat. Iedereen heeft kans op de eindoverwinning en de spelduur blijft ook aangenaam binnen de perken zodat de vraag naar een revanche niet uitgesloten is.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Ja hoor. Ik wil gelijk opnieuw. Dit valt onder de categorie “het betere familiespel”, een spelsoort die een soft spot beroert in mijn van spelliefde overlopende spelershart. Het is lekker ontspannend en toch competitief. Stressbestrijdend dus. En voor zo'n spel ben ik altijd in.

Dominique


Jamaica (Gameworks / Pro Ludo, 2007)

Bruno Cathala, Sébastien Pauchon, Malcolm Braff

2 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

45 minuten


 

20:49 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

06-03-08

GEEL!

 

Mensen vragen me regelmatig: “Dominique, waarom speel jij toch altijd met geel?” De antwoorden, want er zijn er meerdere, zijn simpel:

Geel is de kleur van de zon. De zon staat symbool voor de warmte die tijdens het spelen in mijn brein wordt gegenereerd. Niet zelden gebeurt het dat tijdens het spelen, zelfs tijdens de koudste winterdagen, iemand de vraag stelt: “Mag het raam even open? Ik zweet me kapot.”

Geel is, wederom, de kleur van de zon. De zon staat symbool voor het licht dat ik tijdens het spelen vaak zie schijnen, zoals in de uitdrukking “Hij heeft het licht gezien.” Daar wordt dan mee bedoeld: “Hij gaat weer een briljante zet doen. “

Geel is de kleur van een citroen. De citroen staat symbool voor het zure gezicht van mijn medespelers wanneer ik ze weer eens een meedogenloze nederlaag aansmeer.

Geel is de kleur van een banaan. De banaan staat symbool voor die briljante momenten waarop ik tijdens het spelen een scheve situatie zonder verpinken weer recht kan trekken. Of omgekeerd, als door mijn toedoen de kortste afstand tussen twee overwinningspunten bij mijn tegenspelers tot een kromme wordt gereduceerd.

Geel is de kleur van geelzucht. Geelzucht, en ik wil graag de nadruk leggen op het tweede gedeelte van dat woord, staat synoniem voor het geluid dat mijn medespelers maken op het moment dat ze vaststellen dat ze voor de zoveelste keer voor de tweede plaats moeten gaan.

Geel is de kleur van een vergeelde foto. Dit staat symbool voor de foto van mij en miss Canada die ik tot het einde der dagen op mijn hart zal dragen. En zij op het hare.

Geel is de kleur van wijsheid, groot denkvermogen en hoge intelligentie. Elke kleurenconsulent zal u dit, mits voorafgaande betaling van een belachelijk hoog bedrag, bevestigen. Het zijn eigenschappen die in grote hoeveelheden, en zelfs door mensen zonder veel observatievermogen, bij ondergetekende kunnen worden waargenomen.

Geel is geen groen, waarbij groen staat voor de uitdrukking: “Zij sloegen allemaal groen uit.” Meerbepaald indien deze zegswijze wordt gebruikt om aan te geven dat mijn medespelers het weer eens niet gehaald hebben van die met zijn gele pionnetjes. Ja, die daar!

Geel is de kleur van één van de olympische ringen. Dit staat symbool voor het olympisch niveau waarop ik spellen speel.

Geel is de kleur van een Chinees. Dit staat symbool voor “Het Gele Gevaar”, de bijnaam die ik stilaan bij mijn medespelers aan het krijgen ben.

Geel is de primaire kleur van het briefje van €200. Dat is de standaardprijs die medespelers mij momenteel moeten betalen om hen te laten winnen.

Geel is een rijmwoord op “gekrakeel”, een vorm van communiceren die ontstaat tussen mijn medespelers nadat ze voor de zoveelste keer de boot zijn ingegaan en waarbij ze elkaar de zwarte piet proberen toe te schuiven voor de oorzaak van hun nederlaag.

Geel is de naam van een Belgische stad in de Kempen die wereldwijde bekendheid geniet omwille van de vooruitstrevende, zeg maar revolutionaire, thuisbehandeling van psychiatrische patiënten, een behandeling die voor een aanzienlijk aantal van mijn medespelers werd voorgeschreven na weer een zoveelste nederlaag. Op spelavonden waarbij ondergetekende betrokken is wordt er sedert 01/01/2008 sowieso een crisisbed in hogergenoemde stad vrijgehouden.

Geel is een primaire kleur die men bij straling met golflengtes tussen 565 en 590 nanometer in het spectrum terugvindt. Deze getallen komen ongeveer overeen met het aantal spellen dat ik winnend zou afsluiten op een totaal van 600. Aangaande de niet gewonnen spellen op dit aantal en de oorzaak daarvan verwijs ik u graag naar de hoger genoemde rubriek die begon met de zin “Geel is de primaire kleur van het briefje van €200.”

Geel is de kleur die in de heraldiek aangeduid wordt voor goud. Legt u gerust zelf de link. Goud is tevens de liturgische kleur die op elk uitbundig gevierd feest mag worden gebruikt in plaats van wit. Uitbundig gevierde liturgische feesten zijn de, in mijn geval veelvuldig voorkomende, uitspattingen die spontaan ontstaan na het behalen van een zoveelste overwinning.

Geel is de officële kleur van Vaticaanstad. Dit staat symbool voor de heiligverklaring die mij over ettelijke jaren, na het zorgvuldig bestuderen van mijn wonderbaarlijke en miraculeuze overwinningen door theologen allerhande, ongetwijfeld ten deel zal vallen.

Zo, ik hoop dat ik u hiermee duidelijkheid heb verschaft aangaande mijn persoonlijke voorkeurkleur.


Tot slot enkele dienstmededelingen:

Ik wil u graag wijzen op een wedstrijd die op dit moment bij de uiterst sympathieke spellclub “De Spellenhut” van Westmeerbreek loopt. Wilt u per se nog eens winnen en wenst u meer details hierover klik dan op de volgende link: http://despellenhut.yourbb.be/viewtopic.php?t=482

Wat ook dringend moet toegevoegd worden aan uw favorieten is de link naar de nieuwe weblog die recent is ontstaan binnen de alom gekende Nederlandse website Spellengek.nl. Als u op volgende link klikt wordt u er rechtstreeks naartoe geschoten: http://spellengek.blogspot.com/

Als ik u was zou ik ook eens dringend gaan kijken op www.bordspel.com Daar staat een zeer interessante wetenswaardigheid over een spel genaamd Agricola. Ga naar updates – nieuws – releases en klik op de eerste uitgever die u daar in de linker kolom tegenkomt. Ga wel eerst even zitten vooraleer u dit doet. Ik deed dat niet en sindsdien sleept mijn rechterbeen een beetje.

Waar wacht u nog op? Tempo!

Dominique

 

19:58 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

03-03-08

Im Jahr Des Drachen, Im Jahr Der Ratte!

Ik heb het gevoel dat de heer Stefan Feld een goed mens is. Dat hij, net als ieder van ons, streeft naar geluk. En dat zijn levensactiviteiten als eerste doel hebben naar dat geluk, en zelfs dat van ons, toe te werken. Daartoe ontwikkelt hij spellen. Hij bezorgde mij in alle geval veel plezier met 'Revolte in Rom”, een lekkere voor twee, in 2005 uitgegeven door Queen Games. In 2006 verscheen “Um Ruhm Und Ehre”, een eerder licht piratenspel dat nogal verrassend aan de Alea-waslijn werd opgehangen. “Um Ruhm Und Ehre” ondertussen al legendarisch omwille van de vooruitstrevende inlay, was amper droog of daar werd Stefans volgende al uit de wasmachine getrokken: Notre Dame. Dat spel schoot in 2007 naar de hoogste regionen van mijn persoonlijke hitlijst (PHL). Het staat daar nu te blinken op nummer 18. En er zit nog groeimarge in. Voorwaar een grootse prestatie. Herr Stefan introduceerde daarin het ondertussen beroemde “ratten-management”-systeem. Je moest het niet alleen tegen je tegenspelers opnemen, je moest ook tegen het spel zelf aan de bak. En dat was puffen, zweten, zwoegen, vloeken. Maar ook genieten.

Van zijn jongste worp, “Im Jahr Des Drachen”, dat ik eigenaardig genoeg pas in het jaar van de Rat heb gespeeld, heb ik me een voorstelling gemaakt van hoe het moet zijn ontstaan:

Stefan zit in bad. Hij zegt een paar mantra's op, deels om te ontspannen, deels om zijn geest leeg te maken zodat er ruimte vrijkomt voor een goed spelidee. Stefan gebruikt daartoe woordjes die rijmen. Nonsenswoordjes vooral - een beetje zoals dat liedje van Ishtar dat ongetwijfeld voor ons landje naar het Eurovisie Songfestival zal gaan en het enige liedje dat mij drie zondagen geleden uit mijn emotioneel dipje kon halen na het aanschouwen van “Atonement” – maar op een bepaald moment zingt hij, zij het onbewust, “spielen, kwielen, spielen, kwielen." Iedere zichzelf respecterende linguist kan u vertellen dat kwielen in het Nederlands “kwellen” betekent. Hij zong dus – ik vertaal even – spellen, kwellen. Kwellen rijmt op spellen. Laat ik daar nu eens iets mee gaan doen, dacht Stefan Feld. Een spelidee was geboren.

k verklaar mij nader wat dat kwellen betreft. Herr Feld maakt het hier wel heel bont. De meeste spelliefhebbers onder ons kunnen wel wat hebben als het op kommer en kwel aan de speltafel aankomt, maar er zijn grenzen. Wat hier de revue passeert wens je niemand toe. Hongersnood, ziekte, droogte, exuberante belastingschalen en Mongoolse horden die zonder kloppen binnenvallen. Daarbovenop word je ook nog geconfronteerd met de ergste kwaal van allemaal: je medespelers. En dat allemaal in 1000 na Christus. Degelijke irrigatietechnieken? Niet voorhanden. Junkfood? Nergens te bespeuren. Geneeskunde voor het volk? Hahahahaha. Evenredige verdeling van de rijkdom? Droom eens verder, manneke. Een goed uitgerust leger? Wie denkt gij wel wie gij zijt: Pieter De Crem?

Samengevat: zit u in een SM-relatie en bent u daarin het voetveegje, dan is dit spel echt iets voor u.

Wie zijn wij, waar gaan wij voor en hoe gaan we dat dan wel doen?

Ondanks alle tegenslag die we op ons pad gaan tegenkomen, beginnen we onder een goed gesternte. We zijn Chinese provinvievorsten. Met spleetogen en al. En gekke hoedjes op. En, zoals alle Chinezen ons heden ten dage nog altijd bewijzen: steeds met de glimlach. We beseffen het nog niet, maar die laatste eigenschap zal ons snel vergaan. Meerbepaald vanaf ronde drie.

We hebben paleisjes en we bevolken die met onze – wat hou ik van dat woord – volgelingen. Monniken, met waaiers wapperende hofdames, vuurwerkmakers, heelmeesters, geleerden, handarbeiders, belastingontvangers en krijgers. Hofdames, geleerden en monniken leveren punten op, belastingontvangers geld, landbouwers rijst, vuurwerkmakers vuurwerk en daardoor ook punten, handarbeiders bouwen paleizen die ook weer punten opleveren en uiteraard je volgelingen huisvesten, heelmeesters behandelen zieke volgelingen en zo heeft iedereen aan het hof wel zijn eigen specifieke levenstaak. We proberen dus zoveel mogelijk punten te scoren en tegelijkertijd door het aantrekken van gespecialiseerde volgelingen de invloed van de rampen die op ons afkomen te temperen. Want als de rampen te erg huishouden verliezen we het één en ander: geld, paleisjes, volgelingen. En overwinningspunten. Kortom, alles wat ons lief is.

Gij zult thematisch goed onderbouwd zijn.

Ja hoor, maar wel uitwisselbaar. Wel goed dat het thema niet te intensief werd uitgewerkt of we gingen achteraf allemaal met een zware depressie naar huis. Het is nu al kantje boordje. Ze konden wel goed voorspellen in China, al is er onder onze volgelingen geen enkele waarzegger te bespeuren. Het onheil dat op ons afkomt is immers lang vooraf aangekondigd. We kunnen er ons dus op voorbereiden. Sta me toe hier even een bitter lachje te onderdrukken. We zien het inderdaad aankomen. Ermee omgaan, dat is een ander paar mouwen. Wat ik met inwisselbaarheid van het thema bedoel: het kan zo geënt worden op – ik zeg maar iets - een bedrijf in moeilijkheden. De paleisjes zijn de bedrijfsgebouwen, de hofdames de knappe receptionistes die de productiviteit van het mannelijk personeel aanzienlijk naar beneden halen, de vuurwerkmakers de creatieve geesten met de goede ideeën, de geleerden de nerds van de researchafdeling, de landbouwers de arbeiders en bedienden die het boeltje draaiende houden, de krijgers de verkopers, de heelmeesters de crisismanagers, de monniken de general managers die de grote lijnen uitzetten en – of het nu goed gaat of slecht – er altijd mee wegkomen en de belastingontvangers de accountants die ons helpen de belastingen te ontwijken. Het onheil dat ons overkomt kan ook die context in: ziekte is het ziekteverzuim van ons personeel, droogte de gebrekkige aanvoer van grondstoffen waardoor ons personeel technisch werkloos wordt, het binnnenvallen van de Hunnen een vijandig overnamebod en het innen van belastingen de overheid die de notionele intrest afschaft. Met dit thema kun je dus alle kanten op. Maar is dat slecht? Ik vind van niet.

Gij zult duidelijke en overzichtelijke spelregels bevatten.

Het is een Alea. En als Alea voor iets garant staat zijn het goede en degelijk gestructureerde spelregels. Daar wijken ze niet vanaf. Ook niet voor dit spel. Duidelijkheid troef dus.

Gij zult uit functioneel en kwalitatief hoogstaand materiaal bestaan.

Hoogstaand niet, functioneel wel. Ik heb al beter voorziene spellen gezien van Alea, maar de onderdelen doen wat ze moeten doen, niet meer, maar ook niet niet minder.

Gij zult uit het vuistje speelbaar zijn.

Wie het al eens gespeeld heeft, heeft niet veel opfrissing nodig om opnieuw aan de slag te gaan, tenzij hij of zij zich in geen weken gewassen heeft. Maar het eerste spel vraagt wel wat uitleg en aandacht vooraf. Hou hier dus rekening mee als u dit op tafel legt.

Gij zult het accommodatievermogen van mijn ooglenzen niet op de proef stellen.

De personenfiches mochten voor mijn part wat groter, maar voor de rest geen oftalmologische bezwaren van mijn kant.

Gij zult niet zonder (een beetje) geluk zijn.

Geluk is ver te zoeken in dit spel. De miserie daarentegen ligt zo voor het oprapen. De enige randomizer is het bij elke ronde willekeurig openleggen van de actiekaarten.Voor de rest hangt het van je vermogen tot crisismanagement af.

Gij zult sfeer en interactie creëren.

Lastige tegenstanders – zijn tegenstanders dat niet altijd – blokkeren bij het kiezen van de acties is schering en inslag. Want kies je een actie die al door iemand anders gekozen is moet je betalen. Een centjes zijn, zacht uitgedrukt, een schaars goed in dit spel. Gemor, gevloek, aanroepingen van alle heiligen, tandengeknars, gebalde vuisten, ik heb het allemaal de revue zien passeren. Vergelijk het zo'n beetje met de gevoelens en de daarbij horende lichaamstaal na het bekijken van je factuur van Electrabel. Zoals reeds aangehaald: het is een dubbele strijd. Met je tegenspelers en met het spel. Een driedubbele zelfs als je daarbovenop ook nog met jezelf in de knoop ligt.

Gij zult niet te lang duren.

Im Jahr Des Drachen duurt net lang genoeg. Behalve als je voor het spel halfweg is al begint door te krijgen dat je niet meer kunt winnen. Dan wordt tijd plots geen rekbaar begrip meer maar eerder iets waarin geen beweging meer te krijgen is. Er kwamen mij tijdens het spelen visioenen tevoorschijn van “La Citta”, een spel waarin ik gelijkaardige ervaringen had (hopeloos achterop na een uurtje en dan nog een uurtje er voor spek en bonen bijzitten). En daar heb ik toch een beetje moeite mee. Maar dat kan ook aan mijn spelersacapaciteiten liggen natuurlijk.

Gij zult potentiële nieuwe spelfanaten over de streep trekken.

Vergeet het. Leg daarvoor liever iets anders op tafel. Ervaren spelers zonder scrupules – ze bestaan – maken nieuwelingen genadeloos in. En daarna verdwijnen deze nieuwelingen in de nevelen des tijds om nooit meer naar de speltafel weer te keren. Tenzij ze in een SM-relatie zitten waarin ze niet het zweepje hanteren. Dit is een spel waarnaar je via andere spellen naartoe moet groeien. En zorg er dan voor dat het parcours “Notre Dame” aandoet. Als voorspel op “Im Jahr Des Drachen” is dit uitermate geschikt.

Gij zult mij doen verlangen naar meer.

Dat dan weer wel. Ik ben gebrand om dit spel tot op het bot te fileren. Op Boardgamegeek zijn interessante discussies aan de gang over de zogenaamde privilegestrategie, waarbij je in de eerste beurt een “dubbele draak-privilege” koopt zodat je op dat moment al zeker bent van 24 punten op het einde van het spel, al dan niet gecombineerd met een aantal hofdames in je paleisjes die ook lekker aantikken (altijd leuk, zo'n hofdame, je moet jezelf niet meer wassen). Dat zou ik graag even uitzoeken. Ook de, volgens velen, vereiste om voor te liggen op het personenspoor zodat je altijd eerst aan de beurt komt voor het kiezen van de acties zorgt voor verhitte discussies, al heb ik iemand zien winnen die hier bijna het ganse spel achteraan lag. Interessant allemaal, en het vraagt gewoon om verder participerend onderzoek.

Dat zal ik dan ook, in uw belang maar vooral het mijne, met plezier op mij nemen.

Dominique

 

Im Jahr Des Drachen (Alea, 2007)

Stefan Feld

2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar

75 - 100 minuten

00:40 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |