23-06-07

Age of Empires III

In de donkerste uren van de nacht, terwijl de meesten onder jullie onder een veilige laag dons in dromenland vertoeven en ik in mijn aërodynamisch gevormd latex pakje Diest en omgeving vrijwaar van allerlei onguur gespuis, durf ik al eens nadenken over een aantal pertinente levensvragen. Wie doet het stof af in het ruimtestation MIR? Als je alle letters uit de weekendeditie van De Morgen in een kommetje zou schudden, hoeveel weegt dat dan? Als je bij Studio Brussel werkt, mag je dan luisteren naar Radio 2? Beschikt Geert Lambert nu over één of twee zetels in de Senaat?

Ten gepaste tijde zal ik u de antwoorden op deze prangende mysteries onthullen.

But now for something different.

Ik heb eergisteren Caylus gespeeld, De Kathedraal, El Grande en Puerto Rico. In drie uur tijd.

Goed. Ik geef u nu even de kans om uw oogbollen van uw toetsenbord te rapen en ze terug in hun kassen te steken…

Bent u er terug?

Tot niet zo lang geleden was er een Amerikaanse spellenproducent die op zijn eentje verantwoordelijk was voor het ontstaan van een enorme dynamiek binnen de meubelsector, meerbepaald binnen de tafelverkoop. The name of the publisher? Eagle Games. Het belangrijkste kenmerk van deze uitgever was niet zozeer de kwaliteit van de spellen, maar wel de grootte van de spelborden. Gigantisch. Kolossaal. Reusachtig. Als je een spel van Eagle Games kocht moest je terdege rekening houden met een upgrade van je interieur. En als je pech had en een beetje klein behuisd, was een upgrade van je interieur niet voldoende. Een kleine tot middelgrote verbouwing drong zich dan op. Menig speler heeft uiteindelijk duizenden euro’s uitgegeven om een spel van Eagle Games te kunnen spelen. Een nieuwe en grotere tafel, het uitbreken van enkele muren, een extra aanbouw bij de living en uiteindelijk de kosten van juridische bijstand bij de echtscheiding. Je kunt gerust stellen dat Eagle Games op zijn eentje de wereldeconomie een enorme boost heeft gegeven. Paradoxaal genoeg ging het bedrijfje over de kop en stuikte daardoor de bouw -en interieurmarkt als een kaartenhuisje in elkaar. De gevolgen kennen we: een sputterende wereldeconomie, financiële beurzen die maar niet wilden aantrekken, groeiende werkloosheid, immense overstocks van tafels van 3m op 3m en parlementaire interpellaties in wereldmogendheden allerhande, tot in de VN Veiligheidsraad toe.

Spijtig, want de drijvende kracht achter Eagle Games, Glenn Drover, is een man met het spellenhart op de juiste plaats. Hij zit boordevol goede ideeën en heeft in zijn ontwerpen altijd gepoogd een brug te slaan tussen the European and American way (think big!) of playing, meestal met wisselend succes.

Gelukkig had hij bij het te ziele gaan van Eagle Games nog wat in zijn mouw zitten. En gelukkige voor ons heeft hij bij Tropical Games de kans gekregen het er uit te schudden.

Age of Empires III. The Age of Discovery. U denkt spontaan aan het computerspel? U hebt gelijk. De titel komt inderdaad overeen. En zie ik daar niet Microsoft en Ensmble Studios op de rand van de doos staan? Jawel. Het bordspel echter, spellenvrienden, is een totaal andere, en betere, ervaring.

Een gewone tafel volstaat deze keer.

Als we de grote doos openen een kleine teleurstelling. Geen handige opbergmogelijkheden voor het spelmateriaal.. Alles zwemt er maar een beetje los in rond. Geen ziplockjes. Maar verder dik in orde. Een mooi overzichtelijk spelbord. Prachtig uitgevoerd plastic materiaal. Meer dan 250 prachtige spelfiguren, 10 schepen, gouden en zilveren Spaanse Dollars (één geldstuk volstaat om een medespeler zonder problemen bewusteloos te gooien. Kan handig zijn bij een uitzichtloze verliessituatie.). Een beetje over the top allemaal, maar dat zijn we van Glenn een beetje gewoon. Uit te ponsen: handelsfiches, ontdekkingsfiches, en belangrijke gebouwen. Een kleine kaartendeck van 16 kaarten (ontdekkingskaarten) frutselen we met onze veel te grote vingers met moeite uit het veel te strak aangespannen folietje en we zijn vertrokken.

Vertrekken is inderdaad het juiste woord want we zeilen weg uit het Europa van de laat 15de eeuw om nieuwe landen en gebieden te ontdekken. We trekken meerbepaald richting Noord en Zuid-Amerika.. Wij, wij zijn de zeebeheersers uit die tijd. De Engelsen, Fransen, Portugezen, Spanje en Nederlanders. Gek, dat zijn mettertijd ook allemaal grote voetbalnaties geworden. Goede zeebenen genereren blijkbaar ook efficiënte voetbalbenen.

In de Champions League van de zeevaarders staan wij absoluut onze man. We ontdekken, schepen kolonisten in, voeren handel, bekeren een paar inboorlingen, plunderen een beetje en als het echt moet (ach, gij komt bij mij in de Caraïben staan?) voeren we op kleine of grote schaal een beetje oorlog. We doen dit in acht spelrondes, verdeeld over drie tijdperken.

Hoe doen we dat nu allemaal?

Wel, nieuwsgierige spellenvrienden, rechts op het spelbord staan een aantal velden waarin je om beurt kolonisten of specialisten kunt plaatsen. Het plaatsen van die kolonisten en specialisten is de eerste fase in een spelronde. Om beurt, afhankelijk van de spelersvolgorde, plaatsen we ze daar en ze blijven daar tot elk veld wordt afgehandeld.

Overlopen we ze even? Van boven naar onder? Best wel, want zo worden ze ook afgewerkt nadat we al onze kolonisten en specialisten geplaatst hebben.

We beginnen bovenaan met de spelersvolgorde. Voor de eerste ronde wordt die willekeurig bepaald. Er is een variant voorzien waarbij de spelersvolgorde bij de eerste ronde per opbod wordt verkocht. Hebben wij niet geprobeerd want dan waren er mogelijk al slachtoffers gevallen. De startspeler krijgt 10 Spaanse dollar, de tweede 11, de derde 12, enz.

Tweede veld: initiatief. Bepaalt de spelersvolgorde voor de volgende spelronde. Kolonisten worden hier van links naar rechts geplaatst. Wie hier als eerste een kolonist plaatst is tijdens de volgende ronde als eerste aan de beurt en krijgt er nog een Spaanse dollar bovenop. De tweede speler die dat doet komt dan als tweede aan de beurt en krijgt twee Spaanse dollar, enz. Je moet hier geen kolonist plaatsen maar dan schuif je niet op in de spelersvolgorde.

Derde veld: de haven van waaruit onze kolonisten en specialisten vertrekken naar de Nieuwe Wereld. Er is plaats voor "het aantal spelers x 2 – 1" kolonisten. Voor vier spelers betekent dat dus 7 plaatsen. Belangrijk: onze bootjes varen alleen naar reeds ontdekte gebieden. We plaatsen onze kolonisten weer van links naar rechts en in die volgorde worden ze door de spelers ook het water opgestuurd. Er zijn nog twee extra plaatsjes voorzien voor spelers die in de loop van het spel de speciale gebouwen daarvoor hebben verworven en die garanderen altijd een extra plaatsje aan boord . Meegenomen.

Volgende veld: handelsgoederen. Er worden elke beurt willekeurig vier handelsgoederen-fiches opengelegd. Er zijn in totaal elf verschillende soorten handelsgoederen in het spel te bekomen: vee, cacao, koffie, vis, goud, indigo, rijst, zilver, huiden, suiker en tabak. In dit veld zijn er dus vier vakken voorzien. Weer worden de kolonisten van links naar rechts geplaatst en dit vak wordt ook in die volgorde afgewerkt. Wie eerst een kolonist plaatste heeft eerste keus, dan volgt de tweede enz. Plaats je meerdere kolonisten mag je meerdere goederen kiezen natuurlijk. Handelsgoederen dienen om inkomsten te genereren (door het verzamelen van setjes) en op het einde van het spel leveren ze nog overwinningspunten op ook.

Je kunt ook aan handelsgoederen komen door als eerste drie kolonisten te plaatsen in een reeds ontdekt gebied. Je krijgt dan de handelsfiche die bij de aanvang van het spel op het gebied werd gelegd.

Volgende veld: verschepen van handelsgoederen. In dit vak wordt gestreden om het prachtige handelsschip dat daar elke beurt te verdienen valt. Wie hier de meerderheid aan kolonisten heeft wint het schip en met dit schip kun je je setjes handelsgoederen die je verzamelt een beetje optimaliseren. Het schip fungeert als joker en telt dus voor eender welke handelswaar. Is er een gelijkstand van kolonisten geeft de spelersvolgorde de doorslag.

En we dalen verder af op het spelbord: de belangrijke gebouwen komen eraan. Wie hier kolonisten plaatst mag, indien hij voldoende geld heeft, voor elke kolonist een gebouw aankopen. Deze leveren allerlei voordelen op bv. een extra missionaris elke beurt (klooster), 10 Spaanse dollars elke beurt (belastingen) en mogelijk ook overwinningspunten aan het einde. Heel, heel, heel, heel belangrijk. Elke ronde zijn er vijf gebouwen beschikbaar, die aan het begin van een nieuwe ronde weer tot vijf worden aangevuld. De soorten gebouwen die je kunt kopen zijn afhankelijk van het tijdperk waarin het spel zich bevindt en naargelang het tijdperk stijgt ook hun prijs: 10 goudstukken in het eerste tijdperk, 14 in het tweede en 20 in het derde.

Volgende halte: het ontdekkingsveld. Op het prachtige spelbord staan de verschillende gebieden die we gaan ontdekken afgebeeld, negen in totaal. De Caraïben zijn aan het begin van het spel al ontdekt. Daar kunnen via de haven eventueel al kolonisten naartoe. De andere gebieden zijn nog ongerept, paradijselijk en vooral, onbekend en van een beetje tot nogal erg vijandig. Er liggen gedekte ontdekkingsfiches in. Een speler die het aandurft om als eerste een nieuw gebied te ontdekken krijgt, als zijn bemanning groot genoeg is (lees: groot genoeg om de plaatselijke en meestal niet echt vredelievende bevolking van het recht op inpalmen van hun gebied te overtuigen) de fiche en het goud dat erop staat afgebeeld. En hij mag er één kolonist plaatsen. De rest van de bemanning gaat terug in de algemene voorraad. Heeft hij soldaten mee levert dat nog extra goudstukken per soldaat op. Slaagt de ontdekking niet, is de speler in kwestie al zijn manschappen kwijt (plons!) en kan hij in een volgende spelronde een keertje opnieuw proberen. De speler die het meeste kolonisten in dit vak heeft staan mag als eerste ontdekken enz. Bij gelijkstand is de spelersvolgorde doorslaggevend. Zijn alle gebieden om het spelbord ontdekt komen er andere gebieden beschikbaar en daarvoor spreken we de ontdekkings-kaartendeck aan. Werkt hetzelfde als het ontdekken op het spelbord, alleen worden de ontdekkingsfiches vervangen door kaarten die de speler, bij een geslaagde ontdekking, voor zich neerlegt. De tegenstand op deze kaarten is wel sterker dan die van de ontdekkingsfiches op het bord.

En we zakken nog een verdieping. We komen aan op het specialistenveld. Een hele leuke, want hier kun je kolonisten verdienen die net wat meer kunnen dan de rest. Die kun je dan de volgende ronde, bovenop je basisaantal van vijf kolonisten, extra inzetten. Niet te onderschatten. Wie zijn ze, Walter, waar komen ze vandaan, wat drijft hen (buiten een prachtige driemaster die in de haven klaarligt om te vertrekken)? Wel, de missionaris, als je hem in de haven inzet, bekeert zodra hij aankomt in een reeds ontdekt gebied een inboorling. Dat levert je bij aankomst dus onmiddellijk een extra kolonist op. De handelaar telt voor twee kolonisten in de strijd om het handelsschip en hij levert eenmalig 5 Spaanse dollar op indien hij vanuit de haven aankomt in een reeds ontdekt gebied. Elke soldaat levert, indien hij deel uitmaakt van een bemanning die succesvol een nieuw gebied probeert te ontdekken, extra goudstukken op (hoeveel staat aangegeven op de ontdekkingsfiche in het gebied) en hij kan ook ingezet worden bij veldslagen en zelfs hele oorlogen. Ik persoonlijk gebruikte ze meestal als stressinitiërende factor naar andere spelers toe. Heel leuk. De kapitein telt voor twee in het ontdekkingsveld en in de strijd om het handelsschip. In dit veld is elke specialist één keer te verdienen maar er is nog één vakje voorzien waarin je, als je er een kolonist plaatst, een specialist naar keuze voor 5 goudstukken kunt trainen. Je koopt hem dus gewoon. Specialisten kunnen in alle velden worden geplaatst. Indien ze in een bepaald veld hun speciale eigenschap niet kunnen laten gelden fungeren ze als gewone kolonist.

We zij nu helemaal onderaan aangekomen, de kelder van het spelbord. Oorlogvoering. Als je hier een kolonist plaatst mag je kiezen of je een veldslag of zelfs een hele oorlog met een bepaalde speler uitvecht. Een veldslag kost niets, een oorlog kost 10 goudstukken. Om oorlog te voeren moet je wel over soldaten beschikken in reeds ontdekte gebieden op het spelbord. Elke soldaat elimineert één kolonist of specialist op het spelbord. Je tegenspeler mag met zijn soldaten één keer terugschieten. Wordt vooral gebruikt om meerderheden te breken of te bewaren.

Elk veld wordt van boven naar onder afgewerkt en de daarbij behorende acties worden uitgevoerd..

Daarna krijgen we eindelijk een beetje inkomen van onze handelsgoederen. Elk setje van drie verschillende handelsgoederen levert één goudstuk op, een setje van drie dezelfde levert drie goudstukken op, een setje van vier dezelfde zes goudstukken. Onze gewonnen handelsschepen kunnen we nu gebruiken om onze setjes wat makkelijker te vervolledigen (als een joker: maximum één schip per set)).

Vervolgens kunnen we beroep doen op de voordelen die onze gebouwen ons opleveren. Dat kan van alles zijn: extra goudstukken, specialisten, handelsgoederen, een gratis ontdekking, extra overwinningspunten aan het einde van het spel als aan bepaalde voorwaarden is voldaan enz.

Daarna vullen we de beschikbare gebouwen weer aan tot vijf, er worden vier nieuwe handelsgoederen opengelegd, indien nodig wordt een nieuw handelsschip in het veld "verschepen van de handelsgoederen" geplaatst, de spelersvolgorde wordt aangepast en we krijgen weer onze basisvoorraad van vijf kolonisten die we kunnen inzetten voor de volgende beurt, eventueel aangevuld met onze specialisten die we kregen vanuit het specialistenveld of via onze gebouwen.

En dan op naar de volgende ronde.

Hoe win je nu? Of in mijn geval, niet?

Overwinningspunten, daar gaat het om. Na elk tijdperk, twee keer tijdens het spel en bij de eindtelling dus, is er een telling van de reeds ontdekte gebieden. Een gebied kan alleen geteld worden als er minstens één speler minstens drie kolonisten heeft. De speler met de meeste kolonisten scoort zes punten voor dat gebied, de tweede scoort twee punten. Is er gelijkstand voor de eerste plaats scoort elke speler twee punten en de derde niets. Is er gelijkstand voor de tweede plaats geeft deze tweede plaats geen recht op punten.

En dan is er nog de eindtelling die bestaat uit de overwinningspunten van de gebouwen die je bezit (aangegeven op de gebouwen en eventueel extra punten als aan bepaalde voorwaarden is voldaan) en de punten op je ontdekkingsfiches en ontdekkingskaarten. De inkomsten die je tijdens de laatste beurt genereert worden ook omgezet in overwinningspunten.

Bij gelijkstand wint de speler die de meeste punten scoorde tijdens de eindtelling van de kolonies, indien dan nog gelijk wordt de goudstukkenvoorraad doorslaggevend en is het dan nog gelijk leveren het aantal handelsgoederen de doorslag. Is het daarna nog gelijk weet het mij dan te zeggen. Dan nodig ik u uit op een etentje op mijn kosten.

Wat kan ik nu over dit spel zeggen, na één keer spelen en verliezen?

Geld is schaars, doe er alles, maar dan ook alles, aan om eraan te komen en voorkom vooral dat anderen er al te gemakkelijk aan geraken.

Zorg voor extra kolonisten of specialisten. Meer volk om in te zetten is leuk want meer keuzes en meer binnen te halen.

Eén strategie volstaat niet, je moet spreiden, maar ook weer niet teveel.

Onderschat het belang van de spelersvolgorde niet.

Speel zeker bij ontdekkingen, zet voldoende kolonisten in als je wilt ontdekken. Niets erger dan een ontdekking, geld en overwinningspunten te mislopen omdat je te gierig was om voldoende personeel in te huren.

Spanjaarden zijn geobsedeerd door handelsgoederen en drinken zich voortdurend een stuk in hun voeten met rum..

Hete oorlog voeren is duur. Koude oorlog voeren is goedkoop en efficiënt.

Nooit gedacht dat missionarissen bijdroegen aan de aangroei van de bevolking. Ik vraag me toch af wat er allemaal onder dat pijtje zit.

We speelden ongeveer drie uur maar het vloog voorbij. ’t Is eigenlijk raar. Het spel is zo’n beetje een valse trage. De beurten gaan lekker snel voorbij, ondanks alle keuzes die je moet maken, maar toch merk je op het einde dat je een dikke drie uur bent bezig geweest. Een zeer aangename vaststelling.

Veel keuzes. Inderdaad. Nagelbijten, angstig afwachten wat je medespelers doen. Had ik er maar voor gezorgd dat ik eerder aan de beurt was. Zou ik dat goudstuk nu gooien maar blijft hij dan wel lang genoeg bewusteloos zodat ik de spelersvolgorde kan veranderen? Het ene dilemma na het andere dient zich in ijltempo aan.

Het spel lijkt in eerste instantie ingewikkeld maar is het in wezen niet.

Er zit een gelukfactor in, maar die is absoluut hanteerbaar en thematisch ook perfect verdedigbaar bv. het risico van ontdekkingen.

Iedereen aan tafel was enthousiast en overweegt het spel aan te schaffen.

Lesly won overtuigend. Ik heb de scores niet opgeschreven, maar hij zat ongeveer aan 130. Jan , Kim en ondergetekende volgden op respectabele afstand maar met ons drietjes binnen een marge van ongeveer 15 punten (tussen 105 en 90). Kim werd tweede, ondergetekende derde en Jan vierde. Na een onrustige nacht wist Jan mij gisteren nog te melden dat hij de extra punten van zijn rum distelleerfabriek had vergeten te verrekenen (12), waardoor hij van de vierde naar de tweede plaats zou zijn gekatapulteerd. Daardoor werd ondergetekende, na een rustige nacht, geconfronteerd met de laatste plaats en ligt er een wel zeer onrustige nacht in mijn verschiet. En dat net voor de spellendag van speelclub De Speeldoos. Bedankt Jan!

Maar toch. Dit was één van de strafste spellen die ik dit jaar al heb gespeeld.

Dominique

 

Age of Empires III. The Age of Discovery. (Tropical Games, 2007)

Glenn Drover

2 tot 5 spelers (uitbreidbaar tot 6 spelers) vanaf 10 jaar

90-120 minuten

 

 

 

14:07 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

11-06-07

U wordt ergens verwacht!

Onlangs een kopstoot van een film gezien. Red Road. Geregisseerd door Andrea Arnold, geacteerd door een stel supergetalenteerde illustere, voor mij toch, onbekenden. Ergens omschreven als "een verplichte plek voor stil verdriet". Ik ben er nog altijd niet goed van. Ik zag hem ettelijke weken geleden en zie, nu schrijf ik er hier nog over. Doe mij een plezier, spellenvrienden, en ga hem zien. Doe mij een nog groter plezier en blijf zitten tot het laatste pixeltje van de eindgeneriek. U gaat het zich niet beklagen. Neem wel voldoende zakdoekjes mee en, voor de vrouwen en de Robert Smith-adepten onder ons, schmink u vooraf niet. Het gaat uitlopen. Gegarandeerd. Zeg niet dat u het niet wist. En ga vooral niet alleen. U gaat iemand nodig hebben om u achteraf aan vast te klampen.

Zo, dat moest eruit. Back to business.

Waar u ook zeker naartoe moet is de Spellendag die spelclub De Speeldoos op 24 juni aanstaande in Aarschot organiseert.

Overtuig mij, hoor ik u al zeggen. Goed, u hebt erom gevraagd.

Meer dan 200 spellen en u mag ze allemaal spelen. Licht in dat geval vooraf uw werkgever in dat u ‘s anderendaags mogelijk wat later komt.

Bent u nieuw in de spellenwereld of bent u een (semi-) prof en wilt u nieuwe spellen leren kennen? U wordt bijgestaan door ervaren spelers die u met plezier wegwijs maken met regels, speletiquette en spelrituelen. Verboden te voederen.

Hebt u kinderen of hebt u er geen maar moet u toevallig net die dag op de klein mannen van uw schoonzus passen? Breng ze mee en laat ze kennismaken met de beste kinderspellen. Een gouden raad: als u met hen meespeelt, speel dan om te winnen. Voor u het beseft wordt u door dat klein grut ingemaakt. Slecht voor uw imago en uw zelfvertrouwen. Geloof me.

Speelt u graag in een aangenaam kader, een groene omgeving, een multifunctionele setting die zich niks hoeft aan te trekken van welke weersomstandigheden dan ook? Zoek niet verder.

Bent u nogal lui aangelegd en haat u het kilometerslange afstanden te overbruggen van uw betalende parkeerplaats naar uw plaats van bestemming en terug? Net wat ik dacht.

Bent u gesteld op hygiënische toiletten, zelfs als dat het mannentoilet betreft? Eén adres.

Bent u het beu in uitgangsbuurten allerhande geconfronteerd te worden met hallucinant hoge prijzen voor uw consumpties, dienst en btw zogezegd inbegrepen? Wilt u op het einde van de dag nog eens geconfronteerd worden met het, steeds zeldzamer wordende, heerlijke gevoel van "Och zie hoeveel geld ik nog over heb. Daar kan ik zelfs nog een nieuw spel van kopen." Join the club.

Houdt u van een stevige barbecue met alles erop en eraan? Kunt u intens genieten van de geur van verbrande houtskool vermengd met heerlijk verdovende kruidenaroma’s? En dat dan nog het liefst terwijl u "De Kathedraal’ aan het spelen bent? Say no more.

Droomt u ervan een zodanig spectaculaire en ongeziene spelprestatie te leveren zodat u kunt bejubeld worden in deze blog? Be my guest.

Kan het u eigenlijk niet schelen waar u die dag naartoe gaat, als het maar niet naar uw schoonouders is? Our lips are sealed.

U komt of komt niet, maar weet dat u als u dit mist hetzelfde gevoel zult hebben als onlangs toen u in de Mexx een mooi ensemble niet kocht, achteraf spijt had en alsnog terugkeerde maar vaststelde dat uw maat er ondertussen uit was en in geen enkele andere Mexx-winkel meer te krijgen. Dat gevoel ongeveer. In het kwadraat.

Daarom, voor alle zekerheid, nog even de coördinaten:

Spellendag De Speeldoos Aarschot

24 juni 2007

Feestzaal Ter Klasse
Tieltse Baan 74 – Bergvijver, te 3200 Aarschot
vanaf 13.00u tot de late avond

Vanaf 19:00 geweldige barbecue: voor slechts 12€ per persoon (7€ voor kinderen) schuif je mee aan tafel.
Voorinschrijven voor de barbecue is wel gewenst (lees verplicht) en kan door een mail te sturen naar
speeldoos@scarlet.be met vermelding van naam en aantal personen en/of kinderen.

Programmeer het nu al in uw gps-systeem. En kom achteraf niet klagen dat u het niet wist. U bent gewaarschuwd. Een jaar nagelbijtend moeten wachten is lang. Heel lang.

Dominique

 

 

 

 

 

 

17:08 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

09-06-07

Caylus Magna Carta

Het moest er ooit van komen. Ik ben aan een spelontwerp bezig. Nachten lig ik al wakker over een thema, over het implementeren en linken van verschillende spelsystemen, over hoe de doos eruit gaat zien en vooral over hoe ik ga voorkomen dat dit project mij binnen de kortste keren financieel ten gronde richt.

Het thema staat al vast. Het gaat om een spel waarbij je als beginnend crimineel zoveel mogelijk onfortuinlijke collega’s uit gevangenissen ten zuiden van de taalgrens moet zien te helpen ontsnappen. Dit met behulp van allerhande transportmiddelen. Een goed gevulde gekaapte helikopter levert bijvoorbeeld heel wat overwinningspunten op. Een goed gevulde fiets al heel wat minder. Ik ben ook van plan, per uitzondering want van boven de taalgrens, de gevangenis van Dendermonde in het spelgebeuren te integreren. 24 extra pionnetjes moeten daarvoor volstaan.

Een titel heb ik ook al: Vide.

Enfin, u kunt er zich al iets bij voorstellen. Ik hou u verder op de hoogte. Tenzij men mij ondertussen gevangen zet.

Iets totaal anders nu.

Ik ben verliefd op Puerto Rico, het kaartspel. Puerto Rico, het bordspel, laat me koud.

Ik onderhoud een innige vriendschap met Eufraat en Tigris, het kaartspel. Met Eufraat en Tigris, het bordspel, heb ik maar heel zelden contact.

Ik heb een boon voor het kaartspel Caylus Magna Carta. Caylus, het bordspel, doet me niets.

Puerto Rico, Eufraat en Tigris, Caylus. Door spelers overal ter wereld verheerlijkt, de hemel in geprezen, op een voetstuk gezet, verafgood. Mij raken ze amper.

Pas op, ik heb geprobeerd hoor, ik heb ze allemaal gespeeld, meerdere keren zelfs. Maar de vonk, ze sloeg niet over. Soms was ze zelfs volledig afwezig.

Misschien ligt het aan mij. Ben ik gewoon een beetje dwars.

Misschien heeft het ook te maken met andere dingen: tijdsduur, droogheid, teveel om mee rekening te houden, teveel gefrutsel met spelmateriaal, weinig sfeer aan tafel, werkgevoel in plaats van spelgevoel, zo van die dingen.

Spontaan uit de kast trekken? Neen.

Hun kleinere broertjes daarentegen. Laat maar komen en lekker veel en daardoor bijna kapotgespeeld.

Grote spellen in een klein doosje. Ze maken me week vanbinnen.

De nieuwste baby in de famile "Van Groot Naar Klein" is Caylus Magna Carta. Nu, dat van dat kleine doosje kun je bij Caylus Magna Carta al direct met een korreltje zout nemen. Ze had nog de helft kleiner gekund. Maar dan zie je ze zo moeilijk staan tussen al die andere spellen in de shoppingcentra natuurlijk en als niemand ze ziet staan worden ze niet gekocht en dan heeft niemand er plezier aan en zeker de uitgever en de winkelier niet die hun omzet zien dalen en al die spelers dan die niet met dit lekkere ding kunnen kennismaken en het dan ook niet doorvertellen aan anderen waardoor die het spel ook weeral niet kopen waardoor uiteindelijk duizenden, miljoenen spellendozen jarenlang stof vergaren op het spellenschap en ze in 2050 ongeveer, bij de grote implosie door de opwarming van de aarde, voor altijd verloren zullen gaan. Ik vermoed dat ze bij Ystari van dit rampscenario zijn uitgegaan en de doos dan maar iets groter hebben gemaakt.

Het is hun vergeven.

Want Caylus Magna Carta is een lekker spel. De Grote Broer, die obese, overdadige, tijdopslorpende en mentale leegzuiger werd deskundig gereduceerd tot wat hij in eerste instantie hoorde te zijn: een overzichtelijk, slank, aangenaam spel dat mits een beetje oefening in minder dan een uur te spelen is.

Ik wacht nog op de Nederlandstalige versie, al circuleren daarover nu al de nodige horrorverhalen. Iets met Sint Juttemis, naar het schijnt.

Wat zit er nu in die te grote doos?

63 kaarten, 16 arbeiders (geen schrik, gewoon houten cilinders in vier kleuren), 4 passchijven, 1 provoost (geen schrik, gewoon een witte, platte houten schijf), ongeveer (let op de woordkeuze, komt recht uit de spelregels) 100 blokjes in vier kleuren die de vier grondstoffen in het spel voorstellen, zijnde hout, steen, voedsel en goud. Verder nog 24 prestigefiches van 2,3 en 4 punten, 56 (valse, want van gewoon karton) goudstukken en God zij dank een spelregelboekje.

Wat gaan we nu doen met die doosinhoud?

Wel, wij gaan voor de verandering maar weer eens de bouwtour op. In 1289 nota bene. In opdracht van Philips De Schone (geloof me: lelijk als de nacht!). Wil een nieuw kasteeltje laten optrekken in Caylus. Dat trekt natuurlijk werkvolk van allerlei slag aan en hun families, vrienden en huisdieren. Dus aan de voet van het stilaan aan de horizon oprijzend kasteel ontstaat ook beetje bij beetje een dorp, een klein stadje zelfs.

En wij zijn geen gewone bouwers, wij zijn meesterbouwers. Professionals. Aan de kant en opzij dus. Aan de voet van het kasteel ontstaat al snel een klein straatje. Urbanisatie in zijn embryonale vorm. Niet bepaald de Avenue Louise, eerder een achterafstraatje, in eerste instantie het bekijken niet waard, tenzij om er snel een plasje te doen. Tot wij er ons mee gaan bemoeien natuurlijk. Van doodlopend gedrocht tot De Meir van Antwerpen? Who you gonna call? Buildbusters!

Afhankelijk van het aantal spelers, twee tot vier, beginnen we dus met een klein straatje, omgeven door willekeurig geplaatste gebouwtjes. Een handelspostje, een marktkraampje, een bescheiden steengroeve, een bos en een parkje. Daar moeten we het maar mee doen. Als we er een bezoekje aan brengen leveren ze ons grondstoffen op: hout, steen, voedsel.

Maar wij zouden geen meesterbouwers zijn als we geen straffere beroepsgeheimen op onze tekentafel hebben liggen. We beschikken elk over 12 gebouwen (kaarten in onze eigen kleur) en die zullen we eens snel gaan oprichten zie. We schudden onze kaartvoorraad en nemen er elk drie op de hand.

We hebben ook een bescheiden voorraadje grondstoffen meegekregen van ons moeder: twee houtblokjes, twee voedselblokjes en vier goudstukken. En op tijd terug thuis hé!

Even snel een startspeler bepalen, en weg zijn we.

En daar gaan ze, dames en heren. Eerst onze inkomsten innen. Hoera!. Twee goudstukken alvast, zomaar, zonder er iets voor te doen! Daarbij eventueel nog een goudstuk extra voor elk residentieel gebouw en hotel dat we hebben opgericht. Da’s makkelijk, speelt lekker weg dit spel. Maar oei, daar komt het, al onmiddellijk keuzes te maken. Wat nu gedaan? Trek ik een kaartje bij uit mijn voorraad voor één goudstuk? Zijn mijn kaarten het vasthouden niet waard en wissel ik ze, mits betaling van een goudstuk, allemaal in? Plaats ik één van mijn werknemers, zwaar onderbetaald natuurlijk, voor één goudstuk op een gebouw om de voordeeltjes ervan op te strijken? Bouw ik een gebouw (kaart uit mijn hand) bij aan het einde van de straat (kost grondstoffen afhankelijk van de aard van het gebouw)? Bouw ik een gebouw met prestige, beperkt voorradig voor elke speler? Of doe ik, luierik als ik ben, niets en leg ik mij in mijn hangmat? Dilemma’s, dilemma’s.

Leuk.

Zodra iedere speler zijn hangmat heeft opgezocht begint de provoost aan zijn uitstapje. Hij lijkt een beetje op een Rode Duivel, want veel beweging zit er in eerste instantie niet in. Maar hou hem wat geld voor en plots gaat hij lekker moven. In volgorde van passen mag iedere speler hem voor maximum drie goudstukken omkopen. Voor elk goudstuk beweegt hij een gebouw vooruit of achteruit, naar goeddunken van de omkoper. Heeft belang, wees gerust.

Na het heen en weer gedoe met de provoost schieten onze werknemers in de gebouwen in actie. Zij leveren ons voordelen op: goudstukken, grondstoffen vooral. De eigenaars van de gebouwen pikken echter ook hun graantje, steentje, houtblokje, goudstukje mee. Alleen spijtig dat dat weer net toevallig mijn medespelers zijn.

Ons provoostje laat echter niet toe dat gebouwen waar hij nog niet is gepasseerd hun voordeeltjes afleveren. Wel werkvolk daar, maar geen opbrengst. Weggegooid geld. Net verkiezingen.

Daarna vraagt de lelijke Philips De Schone of we alstublieft willen meebouwen aan zijn kasteel. De beul die op de achtergrond zijn bijl staat bij te slijpen heeft geen enkele invloed op onze beslissing hoor. Voor elk setje hout, steen en voedsel krijgen we een stukje kerker, kasteelmuur of kasteeltoren. Die leveren ons elk 2,3 of 4 punten aan het einde van het spel. Meegenomen. Wie het meest bijdraagt aan het kasteel krijgt nog een goudklomp als beloning. Nog meer meegenomen.

Een spelronde wordt afgesloten door de provoost, die ondertussen door al dat bewegen niet meer kan blijven stilstaan en nog eens twee gebouwen verder stapt naar het einde van onze straat.

We bouwen, innen inkomsten, richten residentiële wijken op (nodig om te upgraden naar prestigegebouwen), vervloeken onze medespelers, raken aan de drank, snakken naar antidepressiva en worden plots, net als de ambulance arriveert, geconfronteerd met het einde van het spel.

Het spel eindigt op het moment dat het kasteel af is, d.w.z. als de laatste torenfiche is weggenomen.

Dan een moment waar elke spellenliefhebber steeds weer reikhalzend naar uitkijkt: de puntentelling.

Je krijgt punten voor de gebouwen die je hebt neergezet, de fiches die je verzamelde bij het bouwen van het kasteel, een punt voor elk goudblokje, een punt voor elke drie grondstoffenblokjes die je in je bezit hebt (behalve goud) en een punt voor elke drie goudstukken die je op het einde van het spel hebt overgehouden.

Bij ons eindigde het zo: Matthias 45 ptn, Lesly 40, Kim, 35, ondergetekende 35.

Wij kregen het niet klaar binnen de 75 minuten, de maximum duur die op de doos staat vermeld, dus misschien moet de spelduur op de doos met een beetje omzichtigheid worden benaderd.

Very important: zorg voor een goede cashflow. Bijna alles kost geld en het is altijd leuk als je je medespelers een hak kunt zetten door de provoost even naar achteren te halen. Zorg er ook voor dat je voldoende kaarten op hand hebt zodat je ook voor je tegenspelers interessante gebouwen kunt plaatsen, want dan profiteer je altijd mee als ze er een werkman op plaatsen (iets wat door ondergetekende zwaar werd onderschat, de winnaar van het spel daarentegen..). Meebouwen aan het kasteel levert in de aanvangsfase meer punten op dan in de eindfase van het spel. En het goudblokje als beloning voor de grootste bijdrage aan het kasteel is altijd interessant want het kan als een soort joker gebruikt worden voor eender welke grondstof.

Caylus Magna Carta. Een boon heb ik ervoor.

Binnenkort verschijnt bij JKLM games Phoenicia, een uitgeklede versie van Outpost. Ik kan bijna niet wachten.

Dominique

 

Caylus Magna Carta (Ystari Games 2007)

William Attia

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 – 75 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13:07 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |