09-06-07

Caylus Magna Carta

Het moest er ooit van komen. Ik ben aan een spelontwerp bezig. Nachten lig ik al wakker over een thema, over het implementeren en linken van verschillende spelsystemen, over hoe de doos eruit gaat zien en vooral over hoe ik ga voorkomen dat dit project mij binnen de kortste keren financieel ten gronde richt.

Het thema staat al vast. Het gaat om een spel waarbij je als beginnend crimineel zoveel mogelijk onfortuinlijke collega’s uit gevangenissen ten zuiden van de taalgrens moet zien te helpen ontsnappen. Dit met behulp van allerhande transportmiddelen. Een goed gevulde gekaapte helikopter levert bijvoorbeeld heel wat overwinningspunten op. Een goed gevulde fiets al heel wat minder. Ik ben ook van plan, per uitzondering want van boven de taalgrens, de gevangenis van Dendermonde in het spelgebeuren te integreren. 24 extra pionnetjes moeten daarvoor volstaan.

Een titel heb ik ook al: Vide.

Enfin, u kunt er zich al iets bij voorstellen. Ik hou u verder op de hoogte. Tenzij men mij ondertussen gevangen zet.

Iets totaal anders nu.

Ik ben verliefd op Puerto Rico, het kaartspel. Puerto Rico, het bordspel, laat me koud.

Ik onderhoud een innige vriendschap met Eufraat en Tigris, het kaartspel. Met Eufraat en Tigris, het bordspel, heb ik maar heel zelden contact.

Ik heb een boon voor het kaartspel Caylus Magna Carta. Caylus, het bordspel, doet me niets.

Puerto Rico, Eufraat en Tigris, Caylus. Door spelers overal ter wereld verheerlijkt, de hemel in geprezen, op een voetstuk gezet, verafgood. Mij raken ze amper.

Pas op, ik heb geprobeerd hoor, ik heb ze allemaal gespeeld, meerdere keren zelfs. Maar de vonk, ze sloeg niet over. Soms was ze zelfs volledig afwezig.

Misschien ligt het aan mij. Ben ik gewoon een beetje dwars.

Misschien heeft het ook te maken met andere dingen: tijdsduur, droogheid, teveel om mee rekening te houden, teveel gefrutsel met spelmateriaal, weinig sfeer aan tafel, werkgevoel in plaats van spelgevoel, zo van die dingen.

Spontaan uit de kast trekken? Neen.

Hun kleinere broertjes daarentegen. Laat maar komen en lekker veel en daardoor bijna kapotgespeeld.

Grote spellen in een klein doosje. Ze maken me week vanbinnen.

De nieuwste baby in de famile "Van Groot Naar Klein" is Caylus Magna Carta. Nu, dat van dat kleine doosje kun je bij Caylus Magna Carta al direct met een korreltje zout nemen. Ze had nog de helft kleiner gekund. Maar dan zie je ze zo moeilijk staan tussen al die andere spellen in de shoppingcentra natuurlijk en als niemand ze ziet staan worden ze niet gekocht en dan heeft niemand er plezier aan en zeker de uitgever en de winkelier niet die hun omzet zien dalen en al die spelers dan die niet met dit lekkere ding kunnen kennismaken en het dan ook niet doorvertellen aan anderen waardoor die het spel ook weeral niet kopen waardoor uiteindelijk duizenden, miljoenen spellendozen jarenlang stof vergaren op het spellenschap en ze in 2050 ongeveer, bij de grote implosie door de opwarming van de aarde, voor altijd verloren zullen gaan. Ik vermoed dat ze bij Ystari van dit rampscenario zijn uitgegaan en de doos dan maar iets groter hebben gemaakt.

Het is hun vergeven.

Want Caylus Magna Carta is een lekker spel. De Grote Broer, die obese, overdadige, tijdopslorpende en mentale leegzuiger werd deskundig gereduceerd tot wat hij in eerste instantie hoorde te zijn: een overzichtelijk, slank, aangenaam spel dat mits een beetje oefening in minder dan een uur te spelen is.

Ik wacht nog op de Nederlandstalige versie, al circuleren daarover nu al de nodige horrorverhalen. Iets met Sint Juttemis, naar het schijnt.

Wat zit er nu in die te grote doos?

63 kaarten, 16 arbeiders (geen schrik, gewoon houten cilinders in vier kleuren), 4 passchijven, 1 provoost (geen schrik, gewoon een witte, platte houten schijf), ongeveer (let op de woordkeuze, komt recht uit de spelregels) 100 blokjes in vier kleuren die de vier grondstoffen in het spel voorstellen, zijnde hout, steen, voedsel en goud. Verder nog 24 prestigefiches van 2,3 en 4 punten, 56 (valse, want van gewoon karton) goudstukken en God zij dank een spelregelboekje.

Wat gaan we nu doen met die doosinhoud?

Wel, wij gaan voor de verandering maar weer eens de bouwtour op. In 1289 nota bene. In opdracht van Philips De Schone (geloof me: lelijk als de nacht!). Wil een nieuw kasteeltje laten optrekken in Caylus. Dat trekt natuurlijk werkvolk van allerlei slag aan en hun families, vrienden en huisdieren. Dus aan de voet van het stilaan aan de horizon oprijzend kasteel ontstaat ook beetje bij beetje een dorp, een klein stadje zelfs.

En wij zijn geen gewone bouwers, wij zijn meesterbouwers. Professionals. Aan de kant en opzij dus. Aan de voet van het kasteel ontstaat al snel een klein straatje. Urbanisatie in zijn embryonale vorm. Niet bepaald de Avenue Louise, eerder een achterafstraatje, in eerste instantie het bekijken niet waard, tenzij om er snel een plasje te doen. Tot wij er ons mee gaan bemoeien natuurlijk. Van doodlopend gedrocht tot De Meir van Antwerpen? Who you gonna call? Buildbusters!

Afhankelijk van het aantal spelers, twee tot vier, beginnen we dus met een klein straatje, omgeven door willekeurig geplaatste gebouwtjes. Een handelspostje, een marktkraampje, een bescheiden steengroeve, een bos en een parkje. Daar moeten we het maar mee doen. Als we er een bezoekje aan brengen leveren ze ons grondstoffen op: hout, steen, voedsel.

Maar wij zouden geen meesterbouwers zijn als we geen straffere beroepsgeheimen op onze tekentafel hebben liggen. We beschikken elk over 12 gebouwen (kaarten in onze eigen kleur) en die zullen we eens snel gaan oprichten zie. We schudden onze kaartvoorraad en nemen er elk drie op de hand.

We hebben ook een bescheiden voorraadje grondstoffen meegekregen van ons moeder: twee houtblokjes, twee voedselblokjes en vier goudstukken. En op tijd terug thuis hé!

Even snel een startspeler bepalen, en weg zijn we.

En daar gaan ze, dames en heren. Eerst onze inkomsten innen. Hoera!. Twee goudstukken alvast, zomaar, zonder er iets voor te doen! Daarbij eventueel nog een goudstuk extra voor elk residentieel gebouw en hotel dat we hebben opgericht. Da’s makkelijk, speelt lekker weg dit spel. Maar oei, daar komt het, al onmiddellijk keuzes te maken. Wat nu gedaan? Trek ik een kaartje bij uit mijn voorraad voor één goudstuk? Zijn mijn kaarten het vasthouden niet waard en wissel ik ze, mits betaling van een goudstuk, allemaal in? Plaats ik één van mijn werknemers, zwaar onderbetaald natuurlijk, voor één goudstuk op een gebouw om de voordeeltjes ervan op te strijken? Bouw ik een gebouw (kaart uit mijn hand) bij aan het einde van de straat (kost grondstoffen afhankelijk van de aard van het gebouw)? Bouw ik een gebouw met prestige, beperkt voorradig voor elke speler? Of doe ik, luierik als ik ben, niets en leg ik mij in mijn hangmat? Dilemma’s, dilemma’s.

Leuk.

Zodra iedere speler zijn hangmat heeft opgezocht begint de provoost aan zijn uitstapje. Hij lijkt een beetje op een Rode Duivel, want veel beweging zit er in eerste instantie niet in. Maar hou hem wat geld voor en plots gaat hij lekker moven. In volgorde van passen mag iedere speler hem voor maximum drie goudstukken omkopen. Voor elk goudstuk beweegt hij een gebouw vooruit of achteruit, naar goeddunken van de omkoper. Heeft belang, wees gerust.

Na het heen en weer gedoe met de provoost schieten onze werknemers in de gebouwen in actie. Zij leveren ons voordelen op: goudstukken, grondstoffen vooral. De eigenaars van de gebouwen pikken echter ook hun graantje, steentje, houtblokje, goudstukje mee. Alleen spijtig dat dat weer net toevallig mijn medespelers zijn.

Ons provoostje laat echter niet toe dat gebouwen waar hij nog niet is gepasseerd hun voordeeltjes afleveren. Wel werkvolk daar, maar geen opbrengst. Weggegooid geld. Net verkiezingen.

Daarna vraagt de lelijke Philips De Schone of we alstublieft willen meebouwen aan zijn kasteel. De beul die op de achtergrond zijn bijl staat bij te slijpen heeft geen enkele invloed op onze beslissing hoor. Voor elk setje hout, steen en voedsel krijgen we een stukje kerker, kasteelmuur of kasteeltoren. Die leveren ons elk 2,3 of 4 punten aan het einde van het spel. Meegenomen. Wie het meest bijdraagt aan het kasteel krijgt nog een goudklomp als beloning. Nog meer meegenomen.

Een spelronde wordt afgesloten door de provoost, die ondertussen door al dat bewegen niet meer kan blijven stilstaan en nog eens twee gebouwen verder stapt naar het einde van onze straat.

We bouwen, innen inkomsten, richten residentiële wijken op (nodig om te upgraden naar prestigegebouwen), vervloeken onze medespelers, raken aan de drank, snakken naar antidepressiva en worden plots, net als de ambulance arriveert, geconfronteerd met het einde van het spel.

Het spel eindigt op het moment dat het kasteel af is, d.w.z. als de laatste torenfiche is weggenomen.

Dan een moment waar elke spellenliefhebber steeds weer reikhalzend naar uitkijkt: de puntentelling.

Je krijgt punten voor de gebouwen die je hebt neergezet, de fiches die je verzamelde bij het bouwen van het kasteel, een punt voor elk goudblokje, een punt voor elke drie grondstoffenblokjes die je in je bezit hebt (behalve goud) en een punt voor elke drie goudstukken die je op het einde van het spel hebt overgehouden.

Bij ons eindigde het zo: Matthias 45 ptn, Lesly 40, Kim, 35, ondergetekende 35.

Wij kregen het niet klaar binnen de 75 minuten, de maximum duur die op de doos staat vermeld, dus misschien moet de spelduur op de doos met een beetje omzichtigheid worden benaderd.

Very important: zorg voor een goede cashflow. Bijna alles kost geld en het is altijd leuk als je je medespelers een hak kunt zetten door de provoost even naar achteren te halen. Zorg er ook voor dat je voldoende kaarten op hand hebt zodat je ook voor je tegenspelers interessante gebouwen kunt plaatsen, want dan profiteer je altijd mee als ze er een werkman op plaatsen (iets wat door ondergetekende zwaar werd onderschat, de winnaar van het spel daarentegen..). Meebouwen aan het kasteel levert in de aanvangsfase meer punten op dan in de eindfase van het spel. En het goudblokje als beloning voor de grootste bijdrage aan het kasteel is altijd interessant want het kan als een soort joker gebruikt worden voor eender welke grondstof.

Caylus Magna Carta. Een boon heb ik ervoor.

Binnenkort verschijnt bij JKLM games Phoenicia, een uitgeklede versie van Outpost. Ik kan bijna niet wachten.

Dominique

 

Caylus Magna Carta (Ystari Games 2007)

William Attia

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

45 – 75 minuten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13:07 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Dendermonde Ik stel voor het spel uit te brengen met alleen de gevangenissen van Wallonië.
De gevangenis van Dendermonde kan dan een eerste uitbreiding worden.

Gepost door: Verbinnen Benny | 09-06-07

Leuk stuk om te lezen! Je kunt goed schrijven!
Ik ben het niet helemaal met je eens, maar Caylus het kaarspel ga ik dankzij jou vast eens proberen.

groeten van Maarten

PS: Tip, Elfenkoning (het kaartspel van Elfenland) is één van de leukste spellen die ik gespeeld heb en is vele malen leuker dan Elfenland!

Gepost door: Maarten | 04-07-07

De commentaren zijn gesloten.