30-04-07

 Meedogenloos en Mooi vooral

Vroeger, ik spreek nu over de jaren zeventig, keek ik na schooltijd naar Wickie de Viking. Een klein manneke was het en hij trok met zijn niet zo snuggere vader en een, zo niet nog minder snuggere, bende ongeregeld op veroveringstocht. Wickie was niet sterk, maar wel slim (zo’n beetje mijn type) en dankzij hem werden alle missies uiteindelijk tot een goed einde gebracht. Ach, waar is de tijd? Ik ken de tune van de serie nog. Soms, tijdens de afwas, durf ik hem nog eens aan te slaan. Maar de laatste keer dat ik dat deed zag ik mijn oudste dochter denken; "Nu is hij helemaal zot geworden.". Met de telefoon in de aanslag. Sindsdien let ik wel op.

Welke jongen heeft er ooit niet eens van gedroomd? Een Viking zijn met een kathedraal van een lichaam, gehoornd gehelmd en twee gevlochten staarten die voor je oren naar beneden bungelen? Gevreesd door iedere niet-Viking en, net zoals in het overbekende album "Asterix en de Noormannen", geen enkele notie van angst.

Wel, beste bloglezer, nog niet zo lang geleden was ik er één. En nog niet de minste. Ik was Domi, de Meedogenloze. En ik heb mijn naam alle eer aangedaan. Verscheidene chirurgische teams in het UZ Gasthuisberg en het UZ in Jette zijn op dit eigenste moment bezig de ledematen van mijn medespelers terug aan te naaien. Hopelijk halen ze ze niet door elkaar, haha!

Maar eerlijk is eerlijk, het heeft me moeite gekost om binnen de hiërarchie van het woeste Vikingvolk de status te bereiken die moi uiteindelijk ten deel is gevallen. Onversaagd was ik, haren wapperend in de zeewind, misthoorn bengelend aan mijn riem, zwaard trekkensklaar en Titanicsgewijs poserend op een drakkar waarvan de kop alleen al menig vijand van knikkende knieën voorzag.

Want ik was niet alleen. Aan de einder verschenen al snel Pieter de Verschrikkelijke, Hugo de Hardvochtige en Tim de Ik Eet Levende IJsberen Als Ontbijtige. Hagar was verhinderd vanwege ruzie met zijn vrouw over de afwas. Tja, uiteindelijk blijft de strijd op het thuisfront toch de allerzwaarste.

Schrik? Van geen kanten. Op mijn hoede? Ge moogt gerust zijn. Die andere drie hun zwaarden waren tenslotte ook geslepen, hun drakkars ook aërodynamisch, de hoorns op hun helmen ook nogal aan de scherpe kant en net als ik waren ook zij niet te beroerd om vrouw en kind achter te laten om op plunder- en verovertocht te gaan. Kijk ze even niet in de ogen en er zit een metalen kling van meer dan een meter lengte tussen je schouderbladen. Als je geluk hebt.

Daar zeilden we dan, alle vier met ons eigen schip. Op zoek naar eilanden, smeden die geld voor ons konden verdienen, bootsmannen om onze bemanning naar de beste eilanden over te zetten, krijgers om aanvallen van concurrerende Vikingbendes af te weren en ze daarop zelf te plunderen verdorie, edelen die nog wat extra cachet en macht aan onze veroveringstochten konden geven en allesbehalve loze vissertjes om onze bemanning en onze nederzettingen van voedsel te voorzien.

Elke ronde leverde ons drie eilanden en drie volgelingen op. En mits wat slimmigheid konden we ook nog extra voordeeltjes binnenhalen zoals goud, extra boten, macht, u roept maar. En als het echt meezat kregen we het nog gratis ook. G-R-A-T-I-S, voorwaar ook een magische term binnen de spellenwereld.

Slimmigheid kwam ook van pas bij het inpassen van je eilanden in je eigen territorium. Niets erger dan een smid ter beschikking hebben en geen eilandje om hem op te zetten. Personeel dat we niet direct op onze eilanden konden droppen moesten even wachten op het vasteland tot één van onze bootsmannen hen konden overzetten.

Zes ronden speelden we, met na elke ronde een kleine of grote waardering en op het einde van het spel nog een extra grote waardering. En er wordt nogal wat afgewaardeerd bij die vlechthoofden. Smeden brengen ons het slijk der aarde, edelen en verkenners leveren overwinningspunten op, goudstukken leveren aan het einde van het spel punten op, net als onze eilanden (de langste, de meeste). Onze krijgers weren eventuele belagers af en leveren daardoor ook overwinningspunten of geld op.

Als Domi de Meedogenloze deed ik mijn naam alle eer aan. Mannen met baarden als prikkeldraad vorderde ik. Goudsmeden voorzagen mij, onder lichte dwang, van de nodige fondsen. Ik stuurde verkenners erop uit om nieuwe eilanden te spotten (zij die misbruik maakten van de situatie door naakt zonnende Vikingvrouwen te bespieden werden, na inbeslagname van de verrekijker, onmiddellijk twee kopjes kleiner gemaakt).

En zo ging het dat op het einde van onze dynastie het Vikingrijk van ondergetekende het grootste, het mooiste, het rijkste, het groenste, het vredigste en het meest voorzien van naakt zonnende Vikingvrouwen was.

Op een schild werd ik door mijn medespelers door de zaal gedragen. Met het zwaard in de aanslag weliswaar. Schrik van die mannen? Voor geen meter! Op mijn hoede? Absoluut!

Dominique

 

Wikinger (Hans im Glück)

Michael Kiesling

2-4 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

20:57 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.