08-07-10

En loop vooral niet weg! (2)

Medespeler,

Van de week kreeg ik een mailtje van Skynet Blogs met de mededeling dat de 200.000 Skynet Blog-gebruikers in de nacht van zaterdag 10 juli op zondag 11 juli naar een gloednieuw platform worden gemigreerd.

Vanaf 10 juli even voor middernacht tot 12 juli in de namiddag zullen de Skynet Blogs niet beschikbaar zijn.

Ik weet niet hoe het met u zit, beste medespeler, maar ik hou mijn hart al vast. Ik heb horrorverhalen gehoord over soortgelijke migraties. Migraties die voor bepaalde blogs een enkeltje twilightzone betekenden. Er werd nooit meer iets van hen gehoord.

Voor het geval dat “De Tafel Plakt!” tijdens het weekend voorgoed in de nevelen des tijds zou verdwijnen sta ik er nu toch even op u te bedanken voor alle keren dat u digitaal mee aanschoof: dank u wel!.

Mocht “De Tafel Plakt!” de migratieprocedure echter overleven hoop ik u vanaf maandag 12 juli opnieuw aan mijn tafel te treffen. Wees gerust, ze zal rijkelijk worden gedekt met een aantal interessante besprekingen van niet bepaald voor de hand liggende spellen. Tevens ga ik stilaan aan mijn voorbeschouwingen van Spiel 2010 beginnen zodat u gewapend met het juiste geschut in oktober naar Essen kunt vertrekken. Naar verluidt bevindt zich daar ook een soort Arkham Horror-achtige twilight zone die u voor de rest van uw leven kan tekenen.

Teveel poorten te dichten daar.

En we weten allemaal hoe dat afloopt.

Hopelijk tot maandag.

Dominique

 

21:23 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

04-07-10

En loop vooral niet weg!

Op donderdag 1 juli vond ik in mijn brievenbus voor de verandering eens geen aanmaning tot betaling. Integendeel, ik werd verblijd met een aanbod tot hulp. Van niemand minder dan de Heer Bacary, die zich had voorgenomen mij eens snel uit de drek te trekken.

Ik citeer:

“Geen leven zonder problemen. Geen problemen zonder oplossing. Mr. Bacary. Groot helderziende en medium. Internationaal met veel ervaring. Bekend om mijn uitstekend werk en doeltreffendheid. Ik los al uw problemen op, zelfs de hopeloze problemen: definitieve terugkeer van uw geliefde, partnertrouw, bescherming tegen slechte invloeden in uw leven, succes in zaken, werk, examen en impotentie. Genezing van al uw complexen en al uw emotionele problemen. Snel en 100% resultaat gegarandeerd binnen 1 week.”

Ik moet het de Heer Bacary nageven, hij weet de aandacht te trekken.

Mijn hart maakte een sprongetje. Eindelijk gelukkig. Binnen de week! Tot ik de tekst nader bestudeerde en tot de verbijsterende vaststelling kwam dat het oplossen van mijn grootste probleem, het verliezen van bordspellen, niet in het aanbod zat. Blijkbaar waagt de Heer Bacary, Groot Helderziende En Medium Met Internationale Ervaring, zich daar niet aan.

Waaruit ik concludeer dat zelfs het bovennatuurlijke liever een blokje om loopt als ik het voor mijn probleem zou aanroepen.

Verdoemd ben ik.

Voort dus maar met verliezen. Deze wetmatigheid werd tijdens de sessies met het onderstaande spel weer tot in den treure bevestigd.

Politiko: The Fall Of Caesar (Small Box Games)

Een zeer leuk, interactief en bedrieglijk eenvoudig kaartspel voor 3 tot 5 machtswellustelingen hebben we hier, waarbij je als senator probeert zo snel mogelijk 13 aanhangers te vinden bij de invloedrijkste burgers van het oude Rome, zijnde de legionairs, de filosofen, de artiesten en de senatoren. Met als enige doel de macht van Caesar, de loser van dienst, over te nemen.
Wie als eerste 13 aanhangers rond zich heeft verzameld, waarin elk soort burger minstens 1 keer vertegenwoordigd is, wint onmiddellijk. Lukt dat niet binnen de 10 ronden eindigt het spel gelukkig ook en wordt de winnaar bepaald door de waarde van de supporters die u tot dan toe hebt verzameld samen te tellen, waarbij u moet rekening houden met de geldende hiërarchie (een senator is meer waard dan aan filosoof, die op zijn beurt meer waard is dan een legionair, die op zijn beurt nog net iets meer betekent dan een artiest).

Zeer leuk omdat je tijdens elke beurt goed moet afwegen welke actie je gaat ondernemen, manipuleren of overtuigen. Elke kaart heeft twee functies bij deze acties en afhankelijk van wat je kiest kun je supporters om je heen verzamelen (overtuigen) of het spel in je voordeel beïnvloeden door handkaarten uit te spelen als actiekaart (manipuleren). Al dat moois wordt mede beïnvloed door één van de 10 supporterkaarten die bij het begin van een ronde wordt omgedraaid. Dit trekstapeltje fungeert tegelijkertijd als rondeteller.

Ook leuk omwille van de hoge graad aan interactie die hier geboden wordt. Actiekaarten als - ik hou me even aan het Engelstalig jargon - “a different perspective”, “veto”, “join the discussion”, “join the debate”, “great minds”, “tax”, “masquerade”, “for enlightenment”, “an undesirable fate”, “a ban on assembly”, “reassign the ranks”, “great progress”, en “for entertainment” laten aan verbeelding niets te wensen over.

Maar het allerleukste is dit: als u op een bepaald moment van een bepaalde soort burgers meer dan 7 voetenkussers rondom u geschaard hebt gaan die er allemaal vandoor. Vergelijk het een beetje met de status van een slechte charmezanger, daar wil u ook niet in de buurt gezien worden. Dit eenvoudige, maar tevens briljante, gegeven zorgt ervoor dat u meer dan eens tijdens het spel in een situatie terechtkomt die u opspant als een veer. Want u wilt natuurlijk die overwinning en het is lang niet zeker dat u die lauwerkrans binnen de 10 ronden binnen hebt. Daarom is het belangrijk dat u, moest het tot een telling komen, zoveel mogelijk supporters om u heen hebt verzameld. Voelt u de bui al hangen? Als u dat dan combineert met de manipulatieve effecten die de actiekaarten (zie één alinea hoger) allemaal met u kunnen uithalen spreken we eigenlijk niet meer over een buitje, maar over een orkaan van klasse S-5, die in het Algemeen Nederlands ook wel eens wordt bedacht met de term catastrofaal.

Bedrieglijk eenvoudig omwille van het eenvoudige regelwerk - twee velletjes in grote druk - en het feit dat u bij het doorlezen daarvan zichzelf de vraag stelt alwaar in godsnaam de diepte zich dan wel mag bevinden. Wees gerust, u zult tijdens het spelen snel ontdekken waar de klepel van de overwinning hangt en hoe moeilijk u die in dit universum aan het luiden krijgt.

Toppertje.

Dominique

 

Politiko: The Fall Of Caesar (Small Box Games, 2010)

John Clawdus

3 tot 4 spelers (leeftijd niet aangegeven)

30 tot 45 minuten

 

11:37 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-06-10

Uitademen niet toegestaan!

Luna Llena: Full Moon (Gen-X Games, 2009)

Samengevat: u bent met enkele vrienden gezellig aan het kamperen in een uitgestrekt bos. Op een ochtend wordt u bij het ontwaken met de onaangename vaststelling geconfronteerd dat twee van uw medekampeerders zijn verdwenen. En laat toch net die knappe blonde met die grote borsten erbij zijn zeker! Verontrustend zijn de grote plukken wolvenhaar die in de tent van de ongelukkigen zijn achtergebleven. Het nachtelijk gehuil dat door enkele kampgenoten werd waargenomen krijgt daardoor plots een heel andere dimensie. Nóg veel erger is het feit dat uw toegangsticket tot de bewoonde wereld, uw stafkaart, ook nergens meer te bespeuren valt.

Kortom: er zit niets anders op dan de plukjes wolvenhaar te volgen in de hoop dat u bij het laatste plukje uw ontvoerde kampgenoten en uw stafkaart terugvindt om er daarna allemaal als een speer vandoor te gaan, liefst nog bij daglicht. En vooral heel erg levend.

The Blair With Project op uw keukentafel. Daarmee kunt u dit het best vergelijken.

Mijn bevindingen aan de hand van enkele kernwoorden:

Spelregels

Dit is een zogenaamd horror-survivalspel. Nu moet u hier zelfs niet aan het spelen gaan om de horror en de survival aan den lijve te ondervinden. Dat kan vooraf ook al. Bij het lezen van de spelregels namelijk en vooral het mentaal verwerken daarvan. Edgar Allen Poe had over dit regelwerk een beststeller kunnen schrijven van hier tot ginder.

Spelregeluitleg

Het vorige hoofdstuk in acht genomen zal het u niet verwonderen dat het omzetten van al dat geschrevene in klanken die in verstaanbare woorden resulteren ook niet van de poes is. Hoedje af voor de spelregeluitlegger van dienst die hiermee aan de slag moet. Wij hadden geluk, wij konden beroep doen op iemand die deze kunst goed beheerst. Maar nóg duurde de uiteenzetting een dikke drie kwartier. Dat is een hele zit. Ik kan me heel goed voorstellen dat dit ritueel, indien het orakel van dienst het niet zo nauw neemt met het bestuderen van de regels vooraf en verbaal niet erg begaafd is, tot gevolg kan hebben dat de animo voor de spelavond als een pudding in elkaar zakt. Waarna men zonder enige schroom overschakelt op de avondwedstrijd van de wereldbeker voetbal.

De aanhouder wint echter. Zit u de zit uit wordt u achteraf beloond. Door het spel zelf zelfs. Wanhoop dus niet, beste medespeler, en hou vol.

Speelduur

Het is een erg lange zit, en die neemt aanzienlijk toe met meer spelers. Ik durf er echt niet aan denken welke fenomenen er optreden als dit met z’n zevenen wordt benaderd. Aan de andere kant daalt de speeltijd met de ervaring. Als men het spel in de vingers heeft kan het heel wat sneller. Wij deden er met z’n drietjes een dikke drie uur over en we zijn dan nog voor de grote finale noodgedwongen gestopt. Hadden we doorgespeeld was er afgeklokt op vier uur. Dat is lang. Zeer lang.

Spelmechanismen

Interessant en fascinerend zijn woorden die ik aan de spelmechanismen zou linken. Het zit, als de aanvankelijke chaos onder uw hersenpan na enkele beurten is verdwenen, toch wel goed in elkaar. Logisch in elkaar zelfs. Dat doet u waarschijnlijk de wenkbrauwen fronsen na het lezen van het voorgaande, maar toch. Na enkele ronden hebt u een spelbeurt helemaal in de vingers. Of klauwen, als u de weerwolf van dienst bent.

Voorbeelden? De kaartgestuurde gevechten bijvoorbeeld zijn erg leuk en spannend. Ook het plannen van de acties, eveneens kaartgestuurd en te doen in een bepaalde volgorde, laat niets te wensen over. En het invallen van de nacht en de boost die dat aan de weerwolvenroedel geeft is ook leuk gevonden. De kans op besmetting na een wolvenbeet is ook een hele leuke. Samengevat: “Dit spel heeft iets.”

Opzoekwerk

Tijdens het spelen moet u op zoek. Niet alleen naar uw ontvoerde kampgenoten, de stafkaart en de schuilplaats van vadertje wolf, maar ook naar antwoorden in het regelboek. Dat vertraagt en is vervelend. Erger is het feit dat het opzoekwerk soms zonder succes blijft. Ik raad dan ook tijdens het spelen een laptop met een directe link naar Boardgamegeek te voorzien zodat u eventuele vragen snel kunt oplossen.

Gepriegel

Mensen met dokwerkershanden: onthoud u van dit spel! Bepaalde fiches in dit spel zijn zo klein dat zelfs de kleinste luchtverplaatsing een ware ravage kan aanrichten, waarbij u op handen en voeten op de keukenvloer eindigt. Op zoek naar microscopisch kleine kartonnen dingetjes. Dat kán leuk zijn met z’n zevenen, maar het is waarschijnlijk niet wat u in gedachten had op het moment dat u de afreis naar uw spellenbroeders en -zusters aanvatte.

Waarschijnlijk geplaytest door Smurfen en lieden die luisteren naar namen als Plop, Kwebbel en Klus. Het is maar dat u het weet.

Een goede raad: zoek in uw doos met reserveonderdelen naar vervanging.

Noteren

Het aanduiden (schrijven met het bijgeleverde en goed geslepen potlood) op een overzichtsblaadje van wat je op welke tegel gedaan hebt is erg onhandig, bijvoorbeeld het bijhouden van gevonden items. De voorraad ongevonden voorwerpen is immers niet onuitputtelijk. Je moet dus onthouden welke bosgebieden je al hebt onderzocht. Dat is een gedoe op zo’n klein overzichtsblaadje. Dit is echter heel eenvoudig op te lossen door gewoon blokjes op de bosdelen te leggen en ze weg te nemen als u een item hebt gevonden. Eenvoudig, overzichtelijk en in één oogopslag te evalueren. Maar niet standaard in het spel. Het zou niet mogen, dat we zelf aan patchwork moeten doen. We zijn tenslotte niet met computerspellen bezig.

Uitgang

Het ontsnappen uit het bos nadat de schuilplaats van de weerwolf is ontdekt is een onnodige tijdrekker. Oké, u hebt uw maatjes weergevonden, de map ook en eventueel zelfs een quad waarmee u in volle vaart naar de uitgang kunt scheuren. Thematisch allemaal dik in orde, maar qua tijdsinvestering toch een beetje te veel van het goede. Daar komt nog bij dat u de juiste actiekaarten op hand moet hebben om die dingen allemaal te vinden terwijl de weerwolf van dienst, al helemáál in zijn element in zijn eigen huisje, aanval na aanval uitvoert. Het kan dus een tijdje duren vooraleer dat scheuren naar de uitgang kan beginnen. Die uitgang wordt dan nog eens bewust op zekere afstand van de wolvenschuilplaats gehouden. Thematisch ook dik in orde, maar het had niet gehoeven.

Vliegen

Tijd is relatief. Dit spel, beste medespeler, is daarvan een verschijningsvorm. Drie uur gespeeld, maar ze vlogen wel. Dat zegt iets. Iets goeds. Iets waar u rekening mee moet houden als u na lezing van het voorgaande aan het denken bent: “Niks voor mij.”

Praten

Liefhebbers van coöperatieve spellen zouden toch ook hier eens moeten naar kijken vooraleer ze naar de gemakkelijkheidoplossing “Forbidden Island” grijpen. Dit is een spel met tonnen interactie, die nog intenser wordt beleefd omdat de vijand, Meneertje Opperwolf, meeluistert terwijl u aan het beraadslagen bent hoe u met hem de vloer denkt aan te vegen. Er is echt wel overleg nodig tussen de kampeerders willen ze het spel levend afsluiten. Zwijgen is doodgaan, zo simpel is het.

Onderdelen

Buiten de te kleine fiches valt er op het spelmateriaal weinig aan te merken. De zeshoekige bosdelen die tijdens het spel langzaamaan het speelveld opbouwen hadden iets groter gemogen, het formaat van De Kolonisten ware ideaal geweest, maar het kon allemaal nog erger. Ondanks de redelijke hoeveelheid van bosdelen kan dit op een gewone tafel. Als u er maar met z’n zevenen omheen kunt.

Slecht

Maak maar een vreugdesprongetje. U mag alle slechtheid die - vanzelfsprekend - in u huist volledig op uw medespelers loslaten. Als weerwolf uiteraard, golven van meedogenloze en bloeddorstige aanvallen op uw weerloze slachtoffers lancerend, maar ook als mens, als u de gijzelaars aan het einde van het spel om uw eigen vege lijf te redden gewoon in de steek laat. Dikke borsten of niet.

Tellen

Het up to date houden van de rondeteller zorgde bij ons voor nogal wat problemen. Wij gingen zo in het spel op dat we dat regelmatig over het hoofd zagen, waardoor de weerwolf van dienst wel erg lang moest wachten tot de nacht, en zijn daaraan verbonden extra mogelijkheden, inviel.

Besluit

Een semi-coöperatief spel dat heel wat te bieden heeft, maar door een onduidelijk en overdadig regelwerk waarschijnlijk niet veel tafels zal halen. Maar als je je daar doorheen wurmt en de FAQ (bijna even lang als het regelwerk zelf) eens goed doorneemt zal uw doorzettingsvermogen worden beloond.

Ik raad Gen-X Games dan ook aan met grote spoed een aangepast en overzichtelijk regelwerk te voorzien. Ik voorspel dat zij en u gaan daar geen spijt van gaan hebben.

Dominique

 

21:02 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

09-06-10

Dank u, Earl Tupper!

Heroscape Master Set: Battle For The Underdark (Hasbro / Wizards Of The Coast, 2010)  

Sommigen onder ons hunkeren in hun vrije tijd naar ondergrondse activiteiten die zich manifesteren onder de vorm van het verkennen van grotten en kerkers, het trappen in vallen en afgeslacht worden door monsters in uiteenlopende formaten met een stinkende adem. In het spel waarover we het nu hebben doen ze dat onder pseudoniemen als Tandros Kreel, Erevan Sunshadow, Darrak Ambershard en Ana Karithon, met als enig doel: Het Redden Van De Wereld.

In onze wereld wordt u na het in het openbaar uiten van één der bovengenoemde namen onmiddellijk opgesloten in een gesloten psychiatrische afdeling. In Valhalla echter, de natuurlijke biotoop van hun eigenaars, worden ze met ontzag uitgesproken.

Opgehangen aan Dungeons & Dragons - u weet wel, dat rollenspelgedoe waarin niemand door het bos de bomen nog ziet, de spelleiders incluis - krijgen we hier een wel erg leuke kerkerkruiper voor de kiezen. Leuk omdat het een feest is om naar te kijken - die voorbeschilderde figuren, die schoonheid en functionaliteit van de componenten! - en te manipuleren en nog véél leuker omdat er toch wat moet nagedacht worden vooraleer u, held van dienst zijnde, uw zetje doet. Het heeft echt geen zin breed zwaardzwaaiend als een gek de donkerte in te rennen. Tenzij u in bent voor een enkeltje kerkhof. Om ondergronds te slagen neemt u dan ook best een goeie geut tactiek mee in uw rugzak. En een setje dobbelstenen dat u een beetje gunstig gezind is.

Goedkoper én mooier én sfeervoller én actierijker én leuker én sneller dan de dungeoncrawlers die ik tot nu toe heb gespeeld. Alleen jammer dat je als je, zoals het een echte dungeoncrawler betaamt, een aantal kamers na elkaar wil spelen je wel wat moet afbreken en weer opbouwen. Al blijft dat afbreken en opbouwen wel een leuke tactiele bezigheid. Weliswaar nog altijd geen partij voor seks, maar toch.

Ook interessant: het bepalen van “the line of fire”. Nergens zo leuk en zoveel discussies uitlokkend als in Heroscape.

En bent u op het kerkerkruipen een beetje uitgekeken combineert u dit toch gewoon met uw andere Heroscape-onderdelen zeker? Want wat herspeelbaarheid betreft, neem dat gerust van mij aan, speelt Heroscape vlotjes mee in de hoofdklasse.

Heroscape, u moet het allemaal niet te serieus nemen en er gewoon van genieten. En laat u vooral niet afschrikken door de vermelding op de doos dat dit alleen maar met z’n tweeën kan. Heroscape wordt pas echt leuk als u het in teams doet. Dat geldt zeker voor deze versie.

Over dozen gesproken, ook hier het ondertussen legendarische Heroscape Minpunt: na het openen van de indrukwekkende en tot kopen aanzettende verpakking krijgt u uw gerief er nooit meer in. U moet dan noodgedwongen de afrit Tupperware en aanverwanten nemen. Voor de meeste mannen onder ons doemt dan het schrikbeeld op van een demonstratieavond met vrouwlief en vriendinnen, maar dat moet u erbij nemen. Als u uw snoezepoes van een extra microgolfovenbestendig plastic cadeau voorziet kunnen er misschien zelfs bruggen worden geslagen. Bruggen naar spelavonden bijvoorbeeld.

Genoeg gezeurd. Voelt u een zekere affiniteit met de personages van de lichtelijk fantastische sitcom “The Big Bang Theory”, Penny uitgezonderd, kunt u met dit spel weinig verkeerd doen. U ziet hen hieronder trouwens onweerstaanbaar aan de slag met een digitale variant:  

http://www.youtube.com/watch?v=FJoJn5M2Ov8

Battle For The Underdark heeft mijn hang naar partijtjes Heroscape weer een lekkere boost gegeven. U moet het ook eens proberen en u eens goed laten gaan. Stinkende adem of niet.

Dominique

  

 

18:25 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

07-06-10

Vrouwen en kinderen en ratten eerst!

Abandon Ship (Alderac Entertainment Group, 2010)

“Verlaat het schip!” Het is een bedenking die regelmatig bij me opkomt na mijn zoveelste nederlaag. “Laat al dat gedoe met die bord- en kaartspellen toch voor wat het is, zoek een andere hobby,” denk ik dan. En toch word ik er steeds waar naartoe getrokken, naar die onbevredigende vrijetijdsbesteding van me, als een mot naar een vlam. Om steeds weer opnieuw mijn vleugels te verbranden en smeulend en kreunend ten gronde te storten.

Ik ben écht goed gek.

Gelukkig kreeg ik onlangs de kans om de stap naar mijn definitieve afscheid van de spellenwereld mentaal al eens te zetten. Dat gebeurde, hoe kan het ook anders, middels een spel: Abandon Ship.

‘t Is te zeggen, ik speelde de Duitse versie: Verlasst Das Schiff!

Ik geef u gelijk, dat klinkt voor geen meter. Laten we het dus maar bij de Engelse versie houden.

In dit spel mogen wij de rol spelen van het dier waarmee de mens misschien wel de meeste overeenkomsten heeft: de rat. Dit spel moet onze soort dus liggen.

Wij bevinden ons op een Titanic-achtig gevaarte dat om een of andere reden is lekgeslagen. Zoals het goed opgevoede ratten betaamt bevinden wij ons benedendeks. Zodra we het wassende water gewaar worden is het echter alle héns aan dek. Met onze drie familieleden proberen we zo snel mogelijk het bovendek te bereiken, maar nu ook weer niet te snel, anders bestaat het gevaar dat de panikerende passagiers ons vertrappelen.

Onze familie bestaat uit drie ratten die, net zoals in het echte leven, genetisch toevallig aan elkaar werden gekoppeld. De verplaatsing naar het bovendek gebeurt door het dobbelen met 8 gekleurde, speciale dobbelstenen waarvan we er eentje kiezen en waarmee we een gelijkgekleurde rat gaan verplaatsen. Of een andere rat, als u een speciaal symbool gooit of de speciale witte dobbelsteen kiest. U mag dus met alle ratten, zeven zijn het er, aan de slag. Na het kiezen van de dobbelsteen en het verplaatsen van de rat, soms zelfs achteruit, gaat de gekozen dobbelsteen uit de voorraad en is de volgende speler aan de beurt. Tot er nog één dobbelsteen overblijft en we overgaan naar de zinkfase (wat een woord). Onderweg naar boven - u bent en blijft tenslotte een rat - peuzelt u op de grond gevallen kaasstukjes op. Die leveren extra punten op aan het einde van het spel. Bengelt één uwer ratjes te ver achteraan op het moment dat het schip weer een geut water binnenkrijgt vliegt het brave beest, samen met de bijbehorende dobbelsteen, rechtstreeks de (veel te grote) speldoos in. Alwaar het kan bekomen en zich kan afdrogen. Alleen leveren de werkwoorden bekomen en afdrogen geen punten op.

Dat zinken is een heel gedoe en ook niet erg praktisch, want u moet gaan schuiven met lange repen kartion. Dat is geen lachertje, zeker niet aan een doorsnee keukentafel. Kan ook moeilijk anders als u er een kartonnen replica van de Titanic op kwijt moet. Meer nog, we hebben hier te maken met een schip met niet minder dan 36 verdiepingen. En die kunnen in theorie allemaal onder water komen te staan. Niet voor onder de voortent op de camping hoor, dit.

De rat die als eerste het bovendek haalt wordt daarvoor niet beloond. Die wordt doodleuk vertrappeld door de op hol geslagen passagiers en levert dus ook geen punten op. De drie ratten die na de eerste arriveren krijgen respectievelijk 5, 3 en 2 punten, aangevuld door de waarden van de kaasfiches die de spelers onderweg hebben verzameld. Die kaasfiches laat u best niet liggen onderweg. De waarden gaan van 8 tot 2. U weet dus wat u te doen staat.

Moet dit? Neen, dit moet niet. Mag het? Het mag, maar nu ook weer niet te dikwijls.

Als u persé kopje onder wil gaan raad ik u trouwens Forbidden Island aan. Daar doet u het in stijl. En in een mooier decor. En breed glimlachend. En stukken goedkoper. En op een campingtafel.

Dominique

 

19:18 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

06-06-10

Co-opje onder

Matt Leacock, de nieuwe spelgoeroe die met Pandemic ervoor gezorgd heeft dat hij op regelmatige basis duizenden kwijlende volgelingen van nieuwe content moet voorzien, heeft een nieuw spelletje gemaakt: Forbidden Island. Al moet dat “nieuw” wel met een korreltje zout worden genomen. Laten we zeggen dat we hier te doen hebben met Pandemic light, met een ander thema weliswaar. Als u echter Pandemic kent zal dat het eerste woord zijn dat u te binnen schiet als u dit aan het spelen bent, mogelijk zelfs tijdens de eerste confrontatie met de spelregels.

Zoals gezegd: thematisch is het heel andere koek. U gaat als lid van een expeditie op een zinkend eiland op zoek naar vier artefacten die u, na intensief samenwerken en het maximaal benutten van uw persoonlijke eigenschappen probeert te bergen, ze vervolgens samenbrengt op het verzamelpunt alwaar de helikopter geparkeerd staat, om er daarna winnend mee weg te vliegen.

Na een 20-tal sessies met dit spelletje op een dikke 14 dagen - dat zegt iets - ga ik me hier even beperken tot hoe het zich verhoudt tot Pandemic.

Forbidden Island is eenvoudiger

U bent sneller aan het spelen en u wordt niet geplaagd door de kleine uitzonderingsregeltjes die u bij Pandemic tegenkomt. Het spelregelboekje hoeft, in tegenstelling tot dat van Pandemic, na de eerste lezing echt niet meer open.

Forbidden Island is sneller

U gaat meer sessies na elkaar kunnen spelen dan bij Pandemic. Buiten de eerste paar kennismakingssessies zijn wij nooit boven het half uurtje gezellig samen bezig zijn uitgekomen. Ik vind dat niet erg, al bestaat hierdoor wel het risico dat dit spel met het oneerbiedige etiket van tussendoortje zal worden opgezadeld. Ik vind tussendoortjes lekker, maar ik ken er in onze hobbyclub die daar hun hautaine neus voor ophalen. Laat hen maar doen. Ze dwalen. Alweer.

Forbidden Island spreekt de waarheid

Op de doos staat 30 minuten speeltijd. Daar is niks van gelogen. Het is eens wat anders. Dat niet liegen bedoel ik.

Forbidden Island is mooier

Buiten van de natuur is schoonheid ook een list van speluitgevers. Ze lokken u met een mooie doos dito inhoud en krijgt vervolgens een onnozel spel voorgeschoteld. U mag u bij Forbidden Island echter gerust laten gaan en de doos vol vertrouwen van het winkelrek graaien. U krijgt immers schoonheid mét inhoud, en is dat uiteindelijk niet de graal waarnaar wij allen op zoek zijn? Zowel de blikken doos als de inhoud en de leuke dingen die u met die inhoud kunt doen laten geen ruimte open voor gezeur. Of toch een klein beetje: de mens-erger-je-niet poppetjes heb ik in mijn exemplaar ondertussen vervangen door toepasselijker miniatuurtjes. Dat leeft makkelijker in.

Forbidden Island is variabeler

In Pandemic is het spelbord vast, in Forbidden Island wisselt het decor bij elk spel aangezien het willekeurig met tegels wordt opgebouwd. Dat is leuk. Dát, gecombineerd met het schudden der kaarten vooraf, zorgt voor een hoge graad van herspeelbaarheid.

Forbidden Ismand is vergevingsgezinder

Ik heb het gevoel dat we in Forbidden Island meer vingers krijgen toebedeeld om in de lekkende gaten te stoppen dan in Pandemic. De kans op slagen is op het eerste gezicht groter, al kunnen we ook gewoon wat meer geluk hebben gehad tijdens onze sessies. Soit, als u het allemaal te gemakkelijk vindt kunt u nog altijd de moeilijkheidsgraad aanpassen. Dan, dat garandeer ik u, gaat u wél roepen om uw moesje.

Forbidden Island is kindvriendelijker

Forbidden Island is ideaal om kinderen, zoals ik zelf heb mogen ondervinden, met succes te laten kennismaken met het coöperatieve spel. Dat is meegenomen in deze meedogenloze, geïndividualiseerde en huichelachtige samenleving waarin wij leven (hoezeer u ook van achter uw speeltafel en tegen beter weten in het tegendeel blijft beweren).

Forbidden Island is mobieler

Forbidden Island is kleiner, steviger verpakt en dus makkelijker mee te nemen. Met de spelonderdelen op zich kunt u, als u persé de doos wil thuislaten, echt een héél klein pakje maken. Handig.

Uiteraard zijn er ook overeenkomsten. De analogie met het spelsysteem van Pandemic waarover eerder sprake bijvoorbeeld. Maar ook het feit dat de grootste roeper aan tafel het spelgebeuren kan bepalen en er dus het meeste plezier eraan beleeft als u niet oppast. Maar dat laatste is eigen aan elk spel binnen de coöperatieve subgroep, daar gaan we dus niet teveel rekening mee houden. Forbidden Island is, net als Pandemic, ook uitbreidingsgevoelig. Dat is niet erg, want dat is iets om naar uit te kijken.

Hebt u Pandemic is dit geen must, hebt u Pandemic niet dan weer wél. Hebt u Pandemic én kinderen zou ik het ook binnenhalen. Hebt u kinderen en geen Pandemic móet u het binnenhalen. Bent u heel verlegen en wordt u door vlotte praters altijd in een hoekje gedrumd, laat dit dan op de schappen staan. Ga dan voor een assertiviteitscursus.

De aarde is een zinkend schip. Grote Lichten Die Het Kunnen Weten beweren dat we alleen door intensief samenwerken het tij nog kunnen keren.

Met Forbidden Island kunnen we alvast een beetje oefenen.

Dominique

 

Forbidden Island (Gamewright / Cocktail Games / Schmidt Spiele, 2010)

Matt Leacock

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

 

15:53 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-05-10

Vaart wel en zie vooral niet om

Hagoth: Builder Of Ships (Mayday Games, 2010) 

Hagoth is een Nephitische scheepsbouwer, genoemd in het boek van Mormon (Alma 63:5-7).

De rest zoekt u zelf maar op.

Wat ons naadloos brengt bij het doel van dit spel: het bouwen van schepen, liefst zo groot mogelijk, deze zo snel mogelijk laten uitvaren en zowel voor het bouwen als voor het bereiken van hun bestemming als eerste 25 punten verdienen.

Het klinkt simpel en eigenlijk is het dat ook.

De kleine doos bevat 100 kaarten, 8 houten scheepjes, 4 telstenen, 50 geminiaturiseerde houtblokken, een vierzijdige dobbelsteen, een kort en overzichtelijk spelregelboekje, een klein spelbord en een zakje kaartsleeves (zie later). Meer heeft een mens niet nodig om gelukkig te zijn.

Het kaartendeck bestaat uit een melange van 8 soorten kaarten: blauwdrukkaarten waarmee we in totaal 5 verschillende schepen kunnen samenstellen, houthakkaarten die u toelaten de nobele kunst van het houtkappen te beoefenen, bouwkaarten die u toelaten uw blauwdrukken in de praktijk om te zetten door van uw gekapt hout schepen te maken, zeilkaarten die u toelaten de oversteek te maken zodat u extra punten kunt binnenhalen, “sla uw beurtje maar eens over-kaarten” die u toelaten de beurt van één uwer tegenstanders even uit te stellen, verwijderkaarten die u toelaten een nog niet werkbare blauwdruk van een speler te verwijderen, vertragingskaarten die u toelaten een zeilend schip van één uwer tegenstanders onderweg even op te houden en tenslotte vernietigingskaarten - geen paniek: slechts 2 in de hele stapel - die u de mogelijkheid geven een van hout voorziene blauwdruk van dat hout te ontdoen.

Alle 100 kaarten worden geschud en er worden er 5 uitgedeeld aan elke speler. Eén trekstapel en verder geen gedoe, dat is pas leuk.

Tijdens uw erg korte beurt hebt u twee mogelijkheden: of u speelt twee kaarten en voert de bijbehorende actie(s) uit of u speelt er geen en kiest uit drie mogelijke acties er eentje.

De uitgespeelde actiekaarten zijn de eenvoud zelve. U kunt alvast blauwdrukken uitspelen met als doel deze later met hout tot leven te brengen, u kunt het bos in om hout te kappen, u kunt een uitgespeelde blauwdruk van hout voorzien (bouwen), u kunt zeilen als u over een afgewerkt schip/afgewerkte schepen beschikt, u kunt een tegenstander “aanvallen” met een vertragingskaart, een “sla uw beurtje maar eens lekker over-kaart” of een vernietigingskaart of men kan, indien gewenst, 1 kaart uitspelen en een andere ongebruikt afleggen. Nadat u 2 kaarten hebt uitgespeeld neemt beroert u de trekstapel om er weer 2 op hand te nemen.

Indien u geen kaarten uitspeelt mag één van de volgende acties kiezen: houthakken, bouwen (met hout uit je persoonlijke voorraad) of zeilen.

Voila.

Als u een schip hebt voltooid levert het, naargelang de grootte, 1 tot 5 punten op. Als u uiteindelijk een haven in het land Nortward bereikt krijgt u nog eens extra punten, van 1 tot 6. Een voorbeeld. Als u erin slaagt het grootst mogelijke te bouwen schip (9 blauwdrukken) af te werken en de doelhaven te laten bereiken levert dat u 11 punten op. Als u weet dat u met 25 punten met uw medespelers de vloer aanveegt lijkt dit erg interessant, maar u moet wel weten dat u kostbare tijd, door het verzamelen van blauwdrukken en hout, moet investeren in het bouwen van dit gevaarte. En de logheid ervan, gecombineerd met een grotere zeilafstand, zorgt ervoor dat u langer onderweg bent. Prevelend onderweg. En dit spel gaat uiteindelijk om snelheid, om ter eerste aan die 25 punten zien te geraken. Zoals zoveel in het leven zal de juiste aanpak voor de overwinning waarschijnlijk ergens in het midden liggen.

U moet ook rekening houden dat u maar aan 2 blauwdrukken tegelijk kunt werken en dat u slechts 2 schepen tegelijk op het water kunt laten dobberen.

Houthakken gebeurt niet met een bijl, maar wel met behulp van een vierzijdige dobbelsteen. U gooit en het gegooide resultaat slepen uw werklieden uit het bos. Ook tijdens de bouwactie (toewijzen van hout aan blauwdrukken) wordt deze dobbelsteen soms gebruikt, afhankelijk van de soort bouwkaart die u uitspeelt.

Samengevat: u bouwt houten schepen aan de hand van blauwdrukken, stuurt ze vervolgens op weg naar verre streken en scoort punten voor het voltooien van en het aankomen van die schepen in de doelhaven.

De spelregels laten aan duidelijkheid niets te wensen over, het spel is heel snel uitgelegd en het speelt ook met de snelheid van een F1-bolide. En, beste Watson, het is erg leuk.

Minder leuk, maar in de verste verte niet opwegend tegen het positieve, zijn het spelbord en de kaarten. Het spelbordje bevat in het midden een irritante vouwbobbel die het zeilen op scheepsroute 3 enigszins bemoeilijkt. De kaarten zijn allesbehalve afwasbaar en voelen eerder kartonachtig aan. U hebt het gevoel dat u ze beschadigt door ze alleen maar aan te kijken. Sleeven is dus de boodschap. Men had dat duidelijk al snel door bij Mayday Games want er wordt standaard een setje sleeves meegeleverd in de doos. Maar verder? Niks dan goeds.

Opvallend: de bloedmooie vrouwen waarmee ik dit speelde wilden gelijk nog een keertje. Dat is hoopgevend voor de spelverslaafde mannen met partner onder ons. Qua partnervriendelijkheid komt u dus zeker aan uw trekken. Of u na haar kennismaking met dit spelletje seksueel nog aan uw trekken gaat komen is een andere zaak.

Net als ik schijnen Mormonen heel goed weg te weten met dit spelletje. Of het raadzaam is het onderstaande stelletje met de blauwdrukken van Hagoth aan de slag te laten gaan durf ik echter zwaar te betwijfelen.

http://www.youtube.com/watch?v=XSOknsF6pkE&feature=re...

Dominique

 

20:32 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-05-10

China in your hand!

Sun Tzu (Matagot, 2010)

U mag God De Vader, of wie of wat u ook aanbidt, op uw blote knieën bedanken.

Ik zal u uitleggen waarom.

Ik las op Boardgamenews dat Matagot “Dynasties” van Alan M. Newman (Jolly Roger Games, 2005), een erg leuk spel voor twee, gaat heruitbrengen.

Ik ben goed geplaatst om u daar wat meer info over te geven. Ik heb Dynasties immers al vijf jaar in mijn spellenkast staan en heb het al tientallen keren gespeeld. Het is trouwens één van de weinige spellen die ik in het merendeel van de gevallen weet te winnen. U begrijpt dat deze mijn collectie nooit zal verlaten.

In Dynasties is de inzet China, zo simpel is het. In het jaar des Heren 506. Dat doet u door in de rol van Sun Tzu of Koning Shao kruipen en te vechten om de vijf hoofdprovincies. Omwille van de herspeelbaarheid hoeft u gelukkig niet met echte zwaarden en andere steekwapens aan de slag. U moet wel kaarten uitspelen en houten blokjes op een klein spelbord heen en weer schuiven.

Het spel zelf is poepsimpel maar zit vol subtiliteiten. Dat maakt het ook zo goed. Elke speler beschikt over net dezelfde kaartendeck, met 10 kaarten in waardes van 1 tot 10, 3 kaarten -1, 3 kaarten +1, 2 pestkaarten (lees: “dé pest”) en - als u een gevorderde Chinees bent - 4 speciale actiekaarten waarvan u er bij spelaanvang 1 moet kiezen voor eenmalig gebruik later in het spel en een +2 en een +3 kaart. Daarbovenop krijgt u de beschikking over 21 zwarte of witte blokjes. Elke provincie op het bij aanvang nog maagdelijke spelbord wordt willekeurig voorzien van één van de 9 El Grande-achtige scoretegels. Er blijven er 4 over, die gaan uit het spel. Deze geven aan hoeveel punten de provincie na elke Dynastie (na ronde 3, 6 en 9) waard is. Dat zijn de enige momenten waarop de machtsverhoudingen in een objectieve score worden vastgelegd.  

Daar moet u het mee doen.

Maar wees gerust, u zult uw Chinese handjes meer dan vol hebben.

Tijdens een beurt (simultaan) speelt u aan uw zijde van het spelbord aan elke provincie die daar mooi staat aangegeven een gedekte getal- of pestkaart. In de eerste ronde beschikt u enkel over de startkaarten met waarde 1 tot 6. Als elke speler dat gedaan heeft worden ze één voor één onthuld en worden de machtsverhoudingen in de provincies geëvalueerd. Vanaf ronde twee bepaalt de speler met de minste legers (blokjes) op het bord in welke volgorde de provincies worden afgewerkt.

Het bepalen van de machtsverhoudingen is simpel. De getalkaarten van elke speler aan elke provincie worden vergeleken en op basis van het verschil worden in de betreffende provincie legers (blokjes) geplaatst en/of weggenomen, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat in een provincie alleen legers van één speler kunnen staan. Een +1, +2 of +3-kaart laat u altijd toe 1, 2 of 3 legers te plaatsen, ongeacht de kaart die uw tegenstander heeft uitgespeeld, tenzij die net dezelfde +-kaart heeft uitgespeeld (dan gebeurt er niets). Een -1 kaart doet hetzelfde, maar dan omgekeerd (maximaal 1 leger weg). Een pestkaart reduceert het aantal blokjes in een provincie met de helft, naar beneden afgerond.

Na ronde 3, 6 en 9 wordt er geteld. De waarde van elke provincie wordt in punten toegekend aan de speler die daar legers heeft en het verschil wordt door een machtsteen aangeduid op het macht(score)spoor. Slaagt een speler tijdens het spel erin de scoresteen volledig naar zijn zijde van het spelbord te krijgen wint hij onmiddellijk. Indien dat niet lukt wordt na de negende ronde gekeken naar welke speler de machtsteen het verst is opgerukt. Die wint dan. Bij een gelijke stand wint de speler die het meeste legers in zijn reserve heeft.

Zoals eerder neergeschreven zit het spel, ondanks de schijnbaar eenvoudige opzet, vol subtiliteiten. Enkele voorbeelden. U mag u de kaarten 7, 8, 9, 10, +1, +2, +3, -1 en de pestkaart slechts één keer tijdens het spel gebruiken. De kaarten van 1 tot 6 kunt u recupereren (daarom erg handig in het geel weergegeven), maar u moet er wel rekening mee houden dat elke keer u een 6-kaart uitspeelt uw leger met 1 eenheid wordt verminderd. Uw bezettingsmacht bestaat maar uit 21 eenheden voor 5 provincies (in de expertversie slechts 18), dus wees voorzichtig. Op het einde van elke ronde mag u 2 kaarten van uw trekstapel nemen en er 1 uit kiezen. De andere gaat onderaan de trekstapel. Als u tijdens een beurt echter een gewone 1 hebt gespeeld mag u 3 kaarten van uw trekstapel nemen en er 2 uit kiezen. Dat laat u toe snel door uw trekstapel heen te rennen en meer mogelijkheden te genereren maar u loopt dan wel het risico dat u naar het speleinde toe dan weer in de problemen komt. Onderschat ook de kracht van de plus- en minkaarten niet. Echt krachtig lijken ze op het eerste gezicht niet, maar op het juiste moment, net voor een belangrijke scoreronde bijvoorbeeld, kunnen ze het verschil maken. De pestkaart is aangewezen als u een machtsovername in een gebied met een groot bezettingsleger plant. Of wat dacht u van het verplicht verplaatsen van legers op het bord als u er bij mag plaatsen maar er geen meer in voorraad hebt? Of wat te denken van het feit dat u de volgorde van de schermutselingen bepaalt als u het minste legers op het bord hebt? Niet onderschatten hoor, dat voordeel. En dan de niet scorende rondes. In ronde 1, 2, 4, 5, 7 en 8 zijn er geen punten te verdienen. U weet wel perfect waar en hoeveel punten er in ronde 3, 6 en 9 te halen zijn. U moet daar dus naartoe werken. Ik hoef u niet voor te tekenen wat dat allemaal teweegbrengt bij een Chinees opperbevelhebber. Het zweet, beste medespeler, staat in uw handen.

De speciale Sun Tzu en Koning Shao actiekaarten dan. De heerschappen hebben er elk 4 maar u mag er bij spelaanvang slechts eentje kiezen die u tijdens het spel één keer mag gebruiken. Wat dacht u bijvoorbeeld van de kaart die Sun Tzu toelaat een leger te verplaatsen naar een aangrenzende provincie tijdens één van de eerste zes beurten? Of Koning Shao, die tijdens de eerste zes beurten een leger naar keuze van het spelbord mag verwijderen? Die hebben maar een kleine impact, zegt u? Sta me even toe hierop kort te reageren: Hahahahahahahahahaha!

Aan de originele versie was, buiten de te grote scoresteen, qua functionaliteit en spelplezier niets aan te merken. Het zou mij verbazen, Matagot kennende, dat het bij hun editie anders zou zijn. Ik hoop ook dat er niet aan de regels wordt gemorreld, al moet je altijd oppassen met die Fransen. On sait jamais.

Hebt u 2 de Mayo in uw bezit is het stilaan tijd om er afscheid van te nemen. Als u zich Sun Tzu aanschaft tenminste.

Eenvoud, elegantie, subtiliteit, bluf, psychologische oorlogvoering en kei- en keihard.  En dat allemaal in een - ook bij Matagot, mag ik veronderstellen -  kleine verpakking. Hebt u een wenslijst, zet deze dan maar bovenaan. Hebt u er geen is het moment aangebroken om er eentje te maken.

Als toemaatje, beste medespeler, nog deze totaal overbodige en erg foute videoclip:

http://www.youtube.com/watch?v=PSh6SQd8UrI

Dominique

 

10:20 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

22-05-10

Des winters als het regent..

Jäger Und Sammler (Amigo, 2010)

Jäger Und Sammler, beste medespeler, is een bewerking van Zombiegeddon. Een Kniziaatje.

Lang geleden, toen bordspelers nog spraken en niet op fora actief waren, gingen al mijn leisure-voelsprieten bij het horen van het woord Knizia als in een kniepeesreflex overeind staan. Aan elke nieuweling schonk ik dan ook intensief aandacht, als was ik zelf net bevallen van een wolk en een schoonheid van een baby (voor mensen die vertrouwd zijn met mijn fysiek voorkomen uiteraard de evidentie zelve). Maar die tijden zijn, zoals u uit het voorgaande waarschijnlijk al hebt opgemaakt, lang voorbij. Idolatrie maakt een mens dom, heeft een wijze ooit gezegd. Gelukkig was ik er net op tijd bij om hier rekening mee te houden.

Want Jäger Und Sammler is er eentje die u gerust mag mijden, Reiner Knizia op de doos of niet. U doet uiteraard wat u wilt maar naar kom achteraf niet zeuren.

In Jäger Und Sammler gaan we in de oertijd op zoek naar eten en - inderdaad, daar werden reeds de kiemen van onze nakende ondergang gezaaid - voorwerpen die onze status verhogen en ons onderscheiden van anderen. Om te eten moeten we plukken en jagen. Om te jagen hebben we wapens nodig, zoals pijl en boog. De statusverhogende voorwerpen (kralen en dergelijke) rapen we gek genoeg tijdens onze wandelingen gewoon van de grond op.

Om al deze hebbedingetjes te bekomen bewegen we ons met onze vier oermensen over het met fiches volgezaaide spelbord. Wat dat zaaien betreft doet het spel aan Afrika denken, van dezelfde auteur maar dan veel leuker. We bewegen één figuur twee velden ver of we bewegen er twee één veld. De fiche die we verlaten plaatsen we in onze persoonlijke voorraad. Net zoals in het spelletje Pinguïn, alleen is dat spelletje veel leuker. Om mammoeten van het bord te nemen moeten we ze eerst opjagen. Gek genoeg gaan bij een succesvolle jacht onze wapens volledig verloren. Net als in het spel Altamira, al is Altamira veel leuker.

En we moeten nog twee seizoenen spelen ook: zomer en winter. In de zomer verzamelen we en prepareren we tegelijkertijd onze winterkampen, in de winter doen we identiek hetzelfde (al is er wat meer aandacht voor de mammoetjacht) en prepareren we ons zomerkamp. Dat doen we door één van onze vier “voorraadkisten” op de voorgedrukte kampplaatsen op het bord te plaatsen. Als u daar tijdens de zomer niet in slaagt zit u met een groot probleem want u mag de winter slechts aanvangen met evenveel oermensen als u vooraadkisten hebt geplaatst. Dan kan betekenen dat u tijdens de winter enkel nog voor spek en bonen meespeelt, terwijl om u heen uw medespelers vrolijk de ene mammoet na de andere neerleggen.

Het blokkeren van tegenstanders - een speltechnisch gegeven waar ik in dit spel absoluut niet mee overweg kan - is erg belangrijk. Soms bent u meer bezig met wat u anderen niet wilt gunnen dan wat u zelf wél wilt. Rekening houdend met de nefaste gevolgen dat dit kan hebben voor het wintergedeelte van het spel raad ik u aan dit gegeven met grote omzichtigheid te benaderen.

Op het einde van het spel scoort u punten voor de verzamelde mammoet- en plantenfiches en de “luxegoederen” die u hebt bijeengeraapt. De mammoet- en plantenfiches leveren gewoon de afgebeelde punten op, de luxegoederen worden op typisch Kniziaanse wijze gescoord op basis van hun aantal. Wapens leveren op het eind geen punten meer op, in de aanslag of niet.

Erg verontrustend is dat dit spel zich voornamelijk in absolute stilte afspeelt. Ik heb nog nooit mijn keukenklok zo hard horen tikken als tijdens Jäger Unf Sammler. Tot op het onheilspellende af. Dat verhoogt de kansen van dit spel voor een sessie op mijn jaarlijkse Halloween-spelavond, maar ik vrees dat de resterende 364 dagen van het jaar het jachtseizoen gesloten zal zijn. Ik wil u ook waarschuwen voor erg lange wachttijden als u met beurtanalisten aan tafel zit. Dat, gecombineerd met een onheilspellend tikkende keukenklok, kán bij bepaalde spelers de trigger zijn om later op de avond wild om zich heen schietend een hamburgertent binnen te lopen.

Wilt u persé iets met Jäger Und Sammler in de titel, schaf u dan de Carcassonnevariant aan. Veel leuker.

Om in winter- en zomertermen te blijven: ik werd er niet koud of warm van.

Dominique

 

22:24 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-05-10

Say No More!

Glen More (Ravensburger/Alea, 2010)

Of Schotten nu al dan niet iets dragen onder die rok, daar kan ik u geen antwoord op geven. Vrouwelijke Schotten dragen waarschijnlijk wel iets. Omwille van het grotere risico op een blaasontsteking namelijk. Aangezien mannelijke Schotten over een langere urineleider beschikken, die de weg die de bacteriën naar de blaas moeten afleggen verlengt en dus bemoeilijkt, ga ik van de veronderstelling uit dat zij gerust zondergoed onder die rok kunnen rondlopen. En bij Schotse exhibitionisten kunnen we daar 100% zeker van zijn. Behalve in de winter.

Blijft u echter met de kiltvraag worstelen vindt u hieronder mogelijk een antwoord:

http://www.youtube.com/watch?v=nJB1u1ZFzrk&feature=re...

Deze nietszeggende inleiding, beste medespeler, was de aanloop naar de bespreking van vandaag: Glen More.

En ik kan u nu al zeggen: More Van Dat!

In Glen More mogen we - ik wil echter niet veralgemenen - eindelijk nog eens een rokje aan om ons vervolgens te verplaatsen naar de Schotse Hooglanden in de zeventiende eeuw. Daar kruipen we in de rol van een clanaanvoerder die zijn aanhangers, maar toch vooral zichzelf, macht, voorspoed en welvaart wil schenken. Dat wordt gedaan door aan gebieds- en gezinsuitbreiding te doen, grondstoffen te verzamelen en om te zetten en whisky te stoken.

Tijdens uw relatief korte beurt mag u door uw pionnetje te verplaatsen een tegel uit de centrale uitlage nemen, deze volgens de geldende legregels aanleggen, de directe extra’s die deze tegel eventueel genereert verzamelen (rechts onderaan op de tegel aangegeven) en vervolgens de aangrenzende tegels (ook diagonaal) activeren, waardoor nog wat extra goodies uw richting uitkomen. Het lekkers bestaat uit grondstoffen (hout, steen, graan , runderen en schapen) die u vervolgens op de geactiveerde tegel(s) legt. Soms slaagt u er ook in om whisky te stoken en die te verkopen aan de plaatselijke taverne of u slacht wat vee en ruilt wat goederen in op de plaatselijke jaarmarkt  (in gewone spelerstaal: u haalt wat overwinningspunten binnen). En er duiken ook geregeld extra clanleden op, al dan niet gekoppeld aan bewegingspunten, die de mogelijkheden van uw legbatterijen aanzienlijk kunnen uitbreiden.

De legregels zijn simpel: uw nieuw aangelegde tegel moet grenzen aan een tegel waar een clanlid opstaat (niet diagonaal), wegen moeten (horizontaal) aansluiten, uw rivier - let op het enkelwoord - moet (vertikaal) vloeien en tegels zonder weg of rivier moeten ook aangelegd worden aan tegels zonder weg of rivier. Tijdens het activeren mag u van de zonet aangelegde tegel + alle aangrenzende tegels, ook diagonaal, de aanknop omzetten en innen wat centraal onderaan op die tegels staat aangegeven.

Tijdens uw beurt kunt u ook grondstoffen kopen en verkopen aan de hand van een in zijn eenvoud briljante en erg handige handelstabel. Grondstoffen kopen kunt u enkel indien u ze op dat moment voor iets nodig hebt, het kopen van een tegel bijvoorbeeld.

De tegel die u kiest, al dan niet na het betalen van enkele grondstoffen, ligt op het centrale spelbord op een zogenaamd tegelspoor dat regelmatig wordt aangevuld. U mag kiezen wat u wilt maar u moet er wel rekening mee houden dat u pas weer aan de beurt bent als uw pionnetje op dat tegelspoor weer laatste staat. Thebes, weet u wel. Dat wordt vingerdraaien als u persé die lekkere tegel aan het einde van dat spoor wilt. Als u echter nog steeds achteraan bengelt na uw tegelkeuze mag u aan de gang blijven en komt u echt niet aan vingerdraaien toe. Ik raad u wel aan daar heel goed mee op te passen (zie later).

Onderweg naar de overwinning kunt u, mits slim spelen, bijzondere gebiedstegels “binnendoen” die u tijdens het spel, al dan niet eenmalig en eventueel tijdens de eindwaardering, extra voordelen opleveren. Het Meer Van Loch Ness bijvoorbeeld, dat u toelaat één keer tijdens uw beurt een tegel naar keuze te activeren (die dus niet moet grenzen aan de net gelegde). Of Donan Castle, waarmee u onmiddellijk twee whiskyvaten aan uw persoonlijke voorraad toevoegt. Of Iona Abbey, die de eigenaar op het einde van het spel twee overwinningspunten schenkt per geel productieveld in zijn gebied.

Tijdens het spel zijn er drie waarderingen en een eindwaardering. Wat gewaardeerd wordt zijn uw whiskyproductie, uw clanleiders die u tijdens het spel hebt aangesteld en de bijzondere gebieden waarover u beschikt. De eindwaardering tenslotte houdt nog rekening met uw bijzondere eindbonusgebieden, het geld dat u nog in uw Schotse sok hebt zitten en de grootte van uw opgebouwde gebied (tegels). Leuk aan de waarderingen is dat de punten voor die verschillende elementen worden toegekend op basis van het verschil dat u hebt met de speler die er het minste van heeft. Hebt u bijvoorbeeld drie whiskyvaten en één van uw tegenstanders slechts nul scoort u drie punten. Interessant en uiteraard van groot belang voor hoe u dit spel aan gaat pakken.

Muggenziften nu. De fiches zijn nogal aan de kleine kant. Dat helpt uiteraard bij het creëren van een groot gebied, maar ik had ze graag een ietsepietsie groter gezien. De ouderdom waarschijnlijk. Het centrale speelbord is functioneel maar is in een zodanige kleurschakering gehuld dat men er niet bepaald vrolijk van wordt. Men heeft daarop mogelijk de deprimerende invloed die het mistige Schotse Hoogland op een mens kan uitoefenen willen evoceren en men is daar wonderwel in geslaagd. Aan de andere kant contrasteert dat donkere bord dan weer mooi met de kleurenpracht van de tegels die erop komen te liggen.

De spelregels had ik ook graag in een iets groter formaat gezien. De voorbeeldafbeeldingen van de tegels zijn minuscuul klein (blader gerust eens naar blz. 6) en moeten met een vergrootglas worden bestudeerd. U kunt natuurlijk de tegels er gewoon bij nemen maar dat is zo’n gedoe in bed. Inhoudelijk valt er, naar goede Aleagewoonte, op de spelregels niets aan te merken.

Waar ik ook niets op aan te merken heb is het spelplezier. U en uw spellenvrienden gaan hier tonnen plezier aan beleven. Het feit dat de punten die u scoort worden bepaald door die van u te vergelijken met de speler die vlak voor de bezemwagen hangt is een mooie vondst en verplicht u goed in de gaten te houden wat die andere rokkendragers aan tafel aan het doen zijn. Ik moet u ook waarschuwen voor de verleiding niet te ver vooruit te lopen op het tegelspoor. U doet dat met in het achterhoofd de briljante gedachte dat u daardoor meer en sneller aan de beurt komt, daardoor meer tegels kunt bekomen en dus meer bijeen kunt graaien tijdens het spel. Ik garandeer u dat de uivoering van deze briljante gedachte u in dit spel erg zuur gaat opbreken. U moet bij de eindwaardering immers per tegel die u meer hebt dan de speler met het kleinste gebied drie overwinningspunten afgeven.

Van 45 tot 70 minuten staat er op de doos. Dat wordt gehaald, maar daar moet u eerst toch een beetje voor oefenen. Maar ach, gezien het spelplezier dat hier wordt geleverd is dat oefenen lekker meegenomen.

Heel belangrijk: ook erg leuk met z'n tweeën, mede door de speciale dobbelsteen die bij twee en drie spelers zijn opwachting maakt en die "als hij aan de beurt is" één van de eerste drie tegels uit het tegelspoor voorgoed in de Schotse nevelen doet verdwijnen.

Glen More, beste medespeler, mag zich de pretentie toeëigenen het middenvingertje op te steken naar - ik noem maar wat - Die Speicherstadt, ondertussen luid en terecht schreeuwend: “Só Mok Wi Dat!” Inderdaad, met de nadruk op so.

Dominique

 

21:23 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-05-10

Plat opportunisme

Irondale (Small Box Games, 2010)

Onlangs heb ik, tot mijn grote vreugde en verrassing, de kleine huis-, tuin- en keukenuitgever Small Box Games ontdekt. Bescheiden van opzet, maar wat dit minimaatschappijtje aflevert is kwalitatief van dien aard dat veel grote uitgevers hier inhoudelijk een puntje aan kunnen zuigen. Kleine doosjes worden hier op ons losgelaten, waar vervolgens grote spellen uit tevoorschijn komen.

Irondale heeft mij in elk geval zwaar van mijn sokken geblazen. Dat kan ook moeilijk anders als u beseft dat zowel Big City als my precioussss San Juan tijdens het spelen van dit kleinood voelbaar aanwezig zijn en goedkeurend op de achtergrond tegen elkaar staan te mompelen.

In dit kaartspel, met een opvallend kort regelwerk, bouwt u het stadje Irondale vanuit het niets weer op. Tijdens dat opbouwwerk scoort u punten voor het soort gebouw dat u neerzet, waar u het neerzet en soms zelfs voor gebouwen die aan uw bouwsel grenzen. De betaling van deze bouwwerken geschiedt door middel van handkaarten. In tegenstelling tot San Juan echter dient u ze gewoon “op hand te hebben”, u moet ze niet afgeven. Maar aangezien uw handlimiet aanzienlijk onder die van San Juan zit vraagt dit toch wel enige planning vooraf. Daarbovenop moet u goed uit uw doppen kijken want u bent met z'n allen aan hetzelfde project bezig. Een niet te missen voorzet is snel gegeven en, dat zult u dan wel merken, nog veel sneller binnengekopt. Door de platte opportunist meerbepaald, een niet te onderschatten spelerstype dat ik onlangs heb ontdekt. 

Uw score bijhouden doet u door op inventieve wijze de rug van de kaarten van de drie beschikbare (gebouwen)trekstapels te gebruiken. Rare bouwheren, die Amerikanen.

Er is ondertussen ook een uitbreiding beschikbaar, Irondale Expands. Die is al onderweg naar ondergetekende. Ik zou daaruit enige conclusies trekken als ik u was.

Een kleine waarschuwing is echter op zijn plaats: het is aan het spel te zien dat het werd geproduceerd door een huis-, tuin- en keukenbedrijf. Bepaalde teksten op de kaarten zijn nogal wazig, u gaat verkeerdelijk denken dat er iets mis is met uw ogen of dat u teveel gedronken hebt. Hijst u zich daar echter overheen bent u in voor een ware traktatie.

Small Box Games, hou deze uitgever in de gaten. Over enkele dagen passeert trouwens nog een telgje van dit genootschap deze revue.

Dominique

 

19:38 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

19-05-10

Voedertijd

Charly (Abacus, 2010)

Kaartspelletje in een veel te grote doos waarbij je de dieren die je op hand hebt aan de juiste voederkaarten probeert te leggen. Hou er wel rekening mee dat er altijd hongersnood is in dit universum, behalve voor de varkens dan. Die eten naar goede gewoonte alles wat voor hun schattige neus verschijnt en liggen erg lekker in uw handje, waarvan u de samenstelling in een soort voorspel probeert te optimaliseren. Leuk, de bijgeleverde voederbak - vandaar de veel te grote doos - waarin u van verre uw honingdropjes mag gooien. Een leuke bezigheid en een beetje een spel in een spel, maar besef wel dat u, terwijl u deze activiteit breedlachend beoefent, aan het kortste eind aan het trekken bent. De winnaar is immers de speler die aan het einde het meeste honingdropjes in zijn of haar persoonlijke voorraad heeft liggen.

Eenvoudige kost en komt zeer goed aan bij kinderen, wat niet wegneemt dat u als volwassene ook plezier aan dit spelletje kunt beleven. Maar niet zoveel als de kleine mensjes. Het is maar dat u het weet.

Dominique

07:52 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-05-10

Klapwiekend naar beneden

Drachenherz (Kosmos, 2010)

Ga er even voor zitten.

In Drachenherz, beste medespeler, spelen zich meerdere verhaallijnen simultaan af. Er rijdt daar een prinses te paard rond die wanhopig zoekende is naar schatkisten en versteende draken. Zij wordt op haar beurt opgejaagd door een vervaarlijk uitziende trol die, zo gaat het gerucht, daartoe door een boze tovenaar werd aangezet. De prinses wordt dan weer te pas en te onpas van die trol gered door een held die zijn hormonen duidelijk niet meer onder controle heeft. Even verderop proberen groepjes van vier dwergen in ondergrondse gewelven voldoende schatten te delven om er daarna als een speer vandoor te gaan, maar niet zonder hun buit eerst van op de hoogste berg tentoon te hebben gesteld. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is zijn er ook nog vrouwelijke drakenjagers gesignaleerd, gespecialiseerd in het verzamelen van vuurdraken, die op hun beurt door de tentoongestelde schatten van de dwergen worden aangelokt en de hele streek in rep en roer zetten. In de haven ondertussen zitten de reisbureau’s met de handen in het haar omdat er een voortdurend af- en aangeloop is van drakenjagers en helden die willen ontschepen.

Fantasyliefhebbers en adepten van multitasken zitten nu mogelijk kwijlend naar hun scherm te staren.

Maar in tegenstelling tot wat het bovenstaande suggereert moet ik hier toch het volgende poneren: thematische omzetting? Nul komma nul.

Het spel zelf, medespeler, moet ik ondanks mijn gekende mildheid ongeveer dezelfde quotering meegeven. Ik weet het, het is niet veel. Maar ik kan u toch moeilijk een rad voor ogen draaien.

De hoger genoemde taferelen worden geëvoceerd door het uitspelen van kaarten op een langwerpig, rechthoekig spelbord. Deze kaarten, die de participanten in deze taferelen afbeelden, zijn tevens voorzien van getallen van één tot vijf. Dat zijn de punten die ze op het einde van het spel opleveren als u ze in uw bezit hebt. Ondanks het veelvoud van avonturen die in dit spel worden beleefd kunt u slechts met z’n tweeën aan de slag, elk voorzien van een identieke kaartenstapel. Tijdens uw beurt speelt u één of meerdere (dezelfde) kaarten uit en legt ze vervolgens op de landingplaats die op het spelbord mooi is aangegeven. U kijkt dan even of ze een evenement in gang zetten, wat erop neerkomt dat u een ander stapeltje kaarten op het spelbord tot u neemt en eventueel drakenjagers of helden ziet inschepen. Dat gaat zo een tijdje door tot er geen kaarten meer op handen kunnen worden genomen of er drie schepen de haven hebben verlaten. Vervolgens telt u de waarden van alle kaarten die u tijdens het spel hebt verzameld op en vergelijkt het totaal met dat van uw tegenstander. De eigenaar van het hoogst aantal punten wint.

Leuk, we hebben hier te maken met twee identieke kaartendecks. Dat vlakt uit, zult u opwerpen. Dat is inderdaad mogelijk, maar niet tijdens de spelletjes die ik tot nu toe achter de kiezen heb. En geknarst hebben ze, die kiezen van mij. Want over dezelfde kaartendeck beschikken als je tegenstander betekent uiteraard niet dat de kaarten in dezelfde volgorde kómen als die van hem of haar. Dat is nu net de charme van een kaartspel, zult u opwerpen. En weer hebt u gelijk, maar mijn frustraties tijdens het spelen van Drachenherz liepen wel heel hoog op. Niet dat ik mijn tegenstanders te lijf ging of zo, maar een boksbal in de buurt was wel handig geweest.

Daarom moet ik hier meegeven dat ik dit geen goed spelletje vind. Teveel geluk. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik van geluk hou en het zo lang mogelijk probeer te koesteren als het zich aandient, maar in bepaalde biotopen, een spelsituatie bijvoorbeeld, bewandel ik toch liever de weg van de geleidelijkheid.

Wat dit spelletje dan weer wel mee heeft is het feit dat recycleren ondertussen ook de weg gevonden heeft naar de speeltafel. Na het hergebruik van spelonderdelen uit Giganten in Schwarzes Gold heeft men uit de magazijnen van Kosmos hier de draakjes van Blue Moon heropgevist. Misschien moet u dát spel eens opvissen als u een leuk kaartspel voor twee zoekt. Of lees voor nog meer tips mijn “Draken-speladvies” op Léons “Bordspellen weblog” er eens op na:

http://bordspellen.blogspot.com/2008/07/klapwiekende-vuurspuwers.html

Een score? Drie op tien. Als ik iets te zeggen had bij Fantasy Flight Games, ik zou op de beslissing van een Engelstalige editie terugkomen.

Dominique

 

10:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-05-10

Been there, done that..

Die Seidenstrasse (DDD Verlag, 2009)

Ticket To Ride in de woestijn, met tussendoor enkele koopdagen en braderijen, op een dubbelzijdig spelbord waardoor zowel een vaste als een variabele startopstelling mogelijk is.

Drie karavanen beweegt u op dat bord - heel toepasselijk karavaan één, twee en drie genoemd - middels het uitspelen van goederenkaarten. Deze komen voor u open te liggen en hun aantal bepaalt of u in de stad/steden van aankomst de betreffende goederen al dan niet mag verkopen. Als u dat mag, krijgt u diamantjes die setgewijs op het einde van het spel punten waard zijn. Reizend naar de drie steden van bestemming doet u onderweg ook kleine nederzettingen aan, alwaar u aan kleine koopdagen of braderijen kunt deelnemen, extra goederen kunt inslaan, tegen betaling vuile zaakjes opknapt of met andere (on)genoegens des levens wordt geconfronteerd, als daar zijn: zandstormen, dievenbendes en tolhuizen. Daar hoeft verder geen tekening bij.

Zeer leuk, snel en elegant. Vloog in Essen 2010 jammer genoeg vrolijk onder vele radars door waardoor het de aandacht die het verdient tot nu toe moest ontberen. Hopelijk brengt deze bijdrage daar een beetje verandering in. Al vrees ik dat het een druppel op een hete plaat blijft.

Maar dat is dan uw schuld, niet de mijne.

Dominique

 

12:44 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-05-10

Wél lustig!

Hoe gekker hoe liever, zeg ik altijd. Thematisch kan een spel voor mij niet idioot genoeg zijn. Het gaat en ging er in de gewone wereld al erg genoeg aan toe. Funkenschlag? Geeuw. Hansa Teutonica? Zucht. Fabrieksmanager? Kreun. Vasco Da Gama? Afwezige blik naar het plafond.

Neen, geef mij dan maar chimpansees die van een vuilnisbelt moeten worden gekletst (Spank The Monkey), buitenaardse wezens die frituren neerpoten in winkelwandelstraten (UFOs, Fritten Aus Den All), geslachtsopwaarderingen met intimschmuck (Project Pornstar) of het koppelen van neuzen (Das Prestel Nasenspiel). Allemaal thema’s die mijn steeds smeulende spelersvuurtje aanzienlijk kunnen oppoken.

Toen ik de eerste keer werd geconfronteerd met Lemming Maffia laaide de waakvlam van de liefde voor unplugged spellen dan ook enthousiast op.

Qua belachelijkheid kan dit thema immers tellen: zes lemmingen behorend tot de maffia willen na een race door de binnenstad als eerste in de haven aankomen om zichzelf vervolgens theatraal van de eerste de beste pier af te gooien, een zekere verdrinkingsdood tegemoet want aan de pootjes voorzien van één of twee betonblokken. Ga daar maar eens aan staan.

Moest ik in zo’n race verwikkeld zijn, ik hield toch een beetje in onderweg.

Maar soit, aangezien we allemaal wel ergens een vijs los hebben, doen we hier vrolijk aan mee.

In elk spel zijn de zes lemmingen vertegenwoordigd, ongeacht het aantal spelers. Zij begeven zich zigzagsgewijs door de binnenstad, aangedreven door twee gekleurde lemmingdobbelstenen waarvan u er na het werpen eentje moet kiezen. Van straatveld naar straatveld bewegen ze. Dat is belangrijk, want in elk straatveld bevinden zich meerdere velden waarop u de lemming in kwestie kunt plaatsen. De meeste velden zijn actievelden. Het actieveld betonmenger bijvoorbeeld, waarmee u de lemming in kwestie een betonblokje aanmeet (drie en het beestje is voorgoed uitgeschakeld). Of het veld luchtdrukhamer, waarmee u een betonblokje van een pootje kunt verwijderen. Of het veldje boekhouder, waarmee u kunt wedden op de lemming die volgens u de race gaat winnen. Of de vluchtwagen die u, mits wat geluk, toelaat op korte tijd een grote afstand te overbruggen. Of het veldje maffiabaas, die u toelaat een opdrachtkaart, die een betonblok aan úw been geworden, is te dumpen. Die opdrachtkaarten, naargelang de moeilijkheidsgraad variërend in waarde van één tot vier, zijn erg belangrijk. U krijgt er bij spelaanvang drie uitgedeeld en zoals de naam het al doet vermoeden staan daar opdrachten op die u tot een goed einde moet zien te brengen, zoals een bepaalde lemmingen die bij de eerste drie moet eindigen bijvoorbeeld, of lemmingen die moeten zijn uitgeschakeld aan het einde van het spel. De waarde van de kaarten is de beloning in punten als de opdracht slaagt. Lukt dat niet krijgt u per niet vervulde opdrachtkaart twee strafpunten, standaard tarief. U weet dus vooraf waar u aan toe bent.

De wedkaarten tenslotte laten u toe middels een erg leuk mechanisme nog wat extra punten binnen te halen. In tegenstelling tot andere wedspellen echter moet u om maximaal rendement te halen hier zo lang mogelijk wachten om op de juiste lemming te wedden. Interessant.

De lemmingen, samengesteld uit soepel en dus kindvriendelijk plastic, hebben wel een geurtje. Maar geen nood, het verdwijnt vrij snel na het openen van de doos. Uitgebreid luchten - ik heb nog altijd nachtmerries van Duel In The Dark - is dus niet nodig. Het spelbord kon wat kleurrijker, maar is meer dan functioneel en de rest van het materiaal is van die aard dat men op de klachtendiensten van Kosmos en 999 Games ook niet hoeft te vrezen voor een aanzienlijke toename van overuren.
Mijn advies? Toeslaan, want op onze recentste “De Tafel Plakt!“ spelavond, alwaar het de concurrentie moest aangaan met Die Speicherstadt, Hotel Samoa en Schweinebande, dé hit van de avond. En dat je dit met z'n zessen kunt is ook meegenomen.

Dominique

 

Nichtlustig: Lemming Mafia

Kosmos / 999 Games (2009)

Michael Rieneck

3 tot 6 spelers vanaf 8 jaar

20 minuten

10:03 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-05-10

Weer brand, man!

Die Speicherstadt / Het Koopmanshuis (Eggert Spiele - The Game Master, 2010)

Vergis u niet als u de omvang van de doos ziet. Dit is een kaartspelletje, gelardeerd met enkele munten (25) en een buideltje goederenblokjes.

Men had hier dus de kosten aanzienlijk kunnen drukken. Ik vraag me nog altijd af wat het doel is van dat bijgeleverde spelbord. De doos zichtbaar maken op het spellenrek bij uw favoriete spelleverancier waarschijnlijk.

In “Die Speicherstadt” bevindt u zich in een oord waar schepen aanmeren en intensief aan handel wordt gedaan. Zij die wakker zijn onder u hebben ondertussen al lang door dat het hier om een haven gaat.

In een haven gebeurt uiteraard van alles. Er wordt bijvoorbeeld geveild. Verscheepte goederen bijvoorbeeld, maar gek genoeg ook kerken, banken, handelsposten, magazijnen, handelaars, havens (!) en zelfs brandweermannen. Deze laatste zijn, het wordt nog gekker, heel belangrijk als u het spel wil winnen. En het wordt nóg gekker: u weet bijvoorbeeld dat de gebouwen waar u de trotste bezitter van bent exact vier keer door brand gaan worden geteisterd. Gevolg: geen verzekeringsmaatschappij die met u in zee wil. U moet het dus van uw brandweermannen hebben. Hebt u voldoende lieden van die beroepscategorie in dienst valt het allemaal nog wel mee en leveren ze u mogelijk nog wat extra punten op, maar mist u er een paar kan dat u zuur opbreken. Met “zuur” bedoel ik verlies van punten, in het slechtste geval tien. In een spel waar twintig punten voldoende kunnen zijn voor de overwinning tikt dat lekker door.

De kostprijs van het aangebodene wordt bepaald door het aantal spelers die dat aangebodene willen hebben, of beter: het aantal poppetjes dat de spelers samen aan elke te veilen kaart hebben geplaatst. Deze prijs kan dalen als er kandidaten tijdens de verkoop afhaken, meestal ten gevolge van het gebrek aan financiële middelen.

Al dat geveilde komt in uw persoonlijke uitlage alwaar het tijdens het spel bepaalde functionaliteiten biedt (opslaan en/of verkopen van goederen bijvoorbeeld) en/of punten oplevert aan het einde van het spel.

Mooi: de zilveren munten. Van karton, maar wel dik karton en glinsterend mooi. En de echte startspelermunt mag er ook wezen. Wees in ieder geval zuinig met uw munten want u wordt er niet bepaald rijkelijk van voorzien in dit spel. Met een armzalige beurs van vijf zilverlingen moet u aan de slag. En als u tijdens het spel tot uw afgrijzen ontdekt dat u er na elke ronde slechts één zilverstuk bij krijgt zult u beseffen dat de zuinigheid waarvan hierboven sprake een schone deugd is.

De weinige munten die er in omloop zijn, gecombineerd met het feit dat ze open en bloot voor iedereen op tafel liggen, vind ik dan weer minder deugdzaam. Dat vertraagt het spel nodeloos en zorgt ervoor dat u meer bezig bent met wat u anderen niet wil gunnen dan met wat u zélf eigenlijk wil. Een zichtschermpje lost hier mijns inziens weinig op aangezien je voor elke speler door de band maar tot vijf moet kunnen tellen. Dat is zelfs voor mij een fluitje van een eurocent.

De spelregels dan. Ze laten qua duidelijkheid niets te wensen over. Alleen heb ik wat moeite met de indeling en de schier eindeloze uitklapbaarheid ervan. Zoals één mijner medespelers terecht opmerkte: "Nu moet je tijdens het spelen ook al de krant gaan zitten lezen." Ik weet niet hoe het met de Nederlandstalige editie zit, maar "auf Deutsch" is ze niet erg praktisch.

In eerste aanleg leuk en interessant, maar ik verwacht nog een uitbreiding die er eigenlijk standaard bij had moeten zitten. Ik stel mij ook vragen over de blijvende leukheid van dit spel. Na enkele sessies merkte ik al enige tekenen van afbrokkeling van enthousiasme. Snel dus hier met die uitbreiding, Stefan Feld. Dan komt het mogelijk weer eens uit de kast.

Dominique

08:36 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-05-10

Mijn geslacht

Steinzeit (Piatnik, 2008)

Zo goed als onbekend kaartspelletje (op BGG gaat u er tevergeefs naar op zoek, waaruit blijkt dat deze databank ook weer niet zaligmakend is), waarbij men jaagt in de oertijd en vervolgens het gevangene in steaks omzet. Kleine buit geeft kleine steaks (lees; één), grote buit geeft grote steaks (lees: veel). En veel steaks voor u op tafel hebben liggen is niet echt aangewezen als u met een horde uitgehongerde, kwijlende holbewoners aan uw keukentafel zit. Eenvoudig, met veel interactie en niet voor gevoelige zielen, lees: men kan u al eens een kloot afdraaien. En u zult tijdens dit spelletje tot uw eigen schande - of genot, dat moet u zelf maar uitmaken - vaststellen dat u over een veelvoud van kloten beschikt.

Wat dacht u bijvoorbeeld van de actiekaart “Freiheit”, waarmee u bij nacht en ontij een kooi van een medespeler, waarin zich een nog niet geslacht dinootje bevindt, wagenwijd openzet waardoor die speler tot zijn eigen afgrijzen zijn toekomstige steaks de wijde wereld in ziet rennen? Of de toepasselijke actiekaart “Appetit” waarmee u doodleuk reeds gesteakte dino’s van een andere speler komt opeten? Of de kaart “Kumpel”, waarmee u tot verbijstering van de medespeler in kwestie één van diens huisdieren voor zijn ogen begint de slachten en het vlees vervolgens naar uw eigen koelcellen overhevelt? Dat zijn toch leuke dingen voor de mensen.

Toch, misschien moeten we het maar houden bij een gezond stuk fruit. Al moeten we ook dát met de nodige omzichtigheid benaderen, zoals het volgend filmpje ontegensprekelijk aantoont:

http://www.youtube.com/watch?v=ZN5PoW7_kdA

Maar aan de andere kant is Steinzeit dan weer het enige spelletje waarin opmerkingen als: "Ik word zo moe van je geslacht!"; "Hou nu toch eens op met je geslacht!" en "Laat je geslacht nu toch eens voor wat het is!" schering en inslag zijn. Het is bij mijn weten ook het enige spel waarbij u alleen met uw geslacht de overwinning kunt behalen. Daarvoor alleen al is het een aanschaf waard.

Zoals u uit het voorgaande kunt afleiden neemt Piatnik een loopje met de geschiedenis. Dino’s en menselijke specimen zouden, als we voortgaan op mensen die het kunnen weten, nooit samen de wereldbol hebben bevolkt. Jammer eigenlijk, want anders waren we samen al uitgestorven en hadden we de kredietcrisis en de de ramp die zich nu volstrekt in de Golf van Mexico niet hoeven te doorstaan.

In tegenstelling tot de dino’s die Steinzeit onrechtmatig bevolken, is het spelletje zelf aan de lichte kant. Aan de leuke lichte kant wel te verstaan. Als ik mij wil ontspannen, en daar heb ik de laatste tijd meer dan ooit nood aan, zeg ik hier dan ook geen neen tegen.

Dominique

13:04 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-05-10

Krulstaart met weerhaken

Schweinebande (Hans Im Glück, 2010)

Pester zoekt boerderij. Vandaar niet zo kindvriendelijk als de doos en de inhoud ervan laten uitschijnen. U bent dus gewaarschuwd als u tijdens het winkelen met uw jengelende koters voor de rekken staat. Maar met een bende op wraak en weerwraak en weerweerwraak beluste volwassenen? Smullen!

Hebt u dus nog een stapeltje openstaande rekeningen met bepaalde medespelers kunnen deze middels dit spel worden vereffend.

Op deze schijnbaar van peis en vree voorziene veemarkt probeert u de meest waardevolle dieren in te kopen om ze vervolgens in uw eigen stalletje onder te brengen. Daartoe plaatst u twee of drie van uw boeren, lijfeigenen zeg maar, op het marktplein alwaar elke ronde ook een meute van 25 dieren(fiches) willekeurig in een raster worden uitgelegd. U plaatst uw boertjes zo strategisch mogelijk, wat betekent dat u ernaar streeft tijdens de ronde in kwestie veel dieren binnen te halen en/of de juiste. Dat lijkt makkelijker dan het is omdat uw medeboeren de neiging hebben nogal eens in de weg te gaan staan.

Afhankelijk van wat u verzamelt (setjes van vier dezelfde of zes verschillende dieren) mag u op het einde van een ronde een aantal dieren in uw persoonlijke stal onderbrengen. Zo leveren ze punten op aan het einde van het spel. Varkens houdt u best apart tot de laatste ronde want dan kunnen ze u nog een aanzienlijke bonus opleveren. Als de varkens waarmee u aan tafel zit ze ondertussen niet voor uw neus hebben weggekaapt.

Houdt u na een spelronde nog dieren over mag u ze meenemen naar de volgende ronde als u erin slaagt de beestjes voldoende eten te geven. Daartoe dringt een verkoop van enkele plattelandsorganismen zich af en toe op, tenzij u zich eerder een supergrote voederzak hebt eigen kunnen maken. Daar kunt u immers eenmalig een privé-vreetfestijn mee organiseren.

Het pesten waarvan sprake in de inleiding gebeurt vooral bij het plaatsen van de boeren. Men kan al eens in de weg gaan staan en als u uw laatste boertje nogal snel plaatst (timing is bij het plaatsen heel belangrijk, croyez-moi) zou het wel eens kunnen dat er bij de verdeling van de schattige dierenfiches nogal weinig te rapen valt. Letterlijk. Denk hierbij aan het Vlaamsche spreekwoord: “Hij heeft in mijn rapen gescheten.” Kleine kindjes, die zeker gaan worden aangelokt door de doosafbeelding en de erg aaibare dierenfiches, gaan tijdens het spelen dan ook gegarandeerd enkele jeugdtrauma’s oplopen, zo ernstig zelfs dat zij mogelijk voor de rest van hun leven voor de spellenwereld verloren gaan.

En dat, beste medespeler, wilt u toch niet op uw geweten?

Dominique

12:17 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-05-10

Frustrerend friemelen

Campaign Manager 2008 (Z-Man Games, 2009)

Af en toe doemt ze nog voor mijn geestesoog op: die anti-abortusmilitante in het journaal van acht uur tijdens de Obama-McCain campagne in 2008, met het bordje “What if his mama aborted Obama?”

En weer deed ze dat tijdens mijn eerste sessie “Campaign Manager“, waarin het duel Obama-McCain nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Het kleine broertje van "1960: The Making Of The President", met een kaartendeck van 90 kaarten waarvan er maar 30 tijdens het spel worden gebruikt, 15 voor elke speler, draftgewijs op hand genomen. Zorgt er mogelijk voor dat in deze drukke en tijdrovende tijden “1960: The Making Of The President” - al hangt daar duidelijk meer vlees aan - niet meer uit de kast komt.

Hou wel rekening met gefriemel tijdens het toekennen van de overwinningspunten. Dat gebeurt, vrij origineel, door het leggen van kartonnen staafjes op een scorediagram. Dat gaat goed met de grote staafjes, die gekoppeld zijn aan de staten waar de meeste stemmen te halen zijn, maar tijdens het leggen van de kleintjes gaat u toch met uw ware aard worden geconfronteerd wanneer u zichzelf tot uw grote verbijstering verdomme, klote, fuck, shit en aanverwanten hoort roepen, als u al niet met één vloeiende zwaaibeweging alle spelonderdelen gefrustreerd op de grond kiepert. Oefen dus uw fijnmotorische vingervaardigheden maar in, meerbepaald de pincetgreep.

Maar ondanks dat gefriemel heb ik zeer genoten van dit kleinood. Omdat het snel speelt bijvoorbeeld, duidelijke spelregels heeft en spannend is tot het eind. En zo’n mooie kaarten heeft. Alleen jammer dat je niet met alle kaarten tegelijk aan de slag kunt.

Dominique

00:01 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-05-10

Glory To Chudyk!

Innovation (Asmadi Games, 2010)

De nieuwe van Carl Chudyk (Glory To Rome). Wie weet heeft van mijn affiniteit voor Glory To Rome beseft dat ik deze niet kon laten liggen.

Een zeer origineel Civ-kaartspel hebben we hier, met 105 ontwikkelingskaarten die elk hun eigen eigenschap hebben. En een leuke spelterminologie ook, zoals tuck en splay (left, right en up). U kunt - en moet, als u het spel wilt winnen toch - tijdens het spel ook dogma’s inroepen waardoor uw tegenstanders worden verplicht acties uit te voeren die ze eigenlijk liever niet willen. Het zal hun een troost zijn dat ze, als ze het net zo slim als u spelen, tijdens hun beurt hetzelfde met u mogen doen.

Grafisch niet om aan te zien, maar wel heel functioneel en u wordt geconfronteerd met een wirwar van wegen die naar Rome, excuseer, de overwinning leiden.

Ook een heel aangename verrassing: hoe verder het spel vordert, hoe verder je ontwikkelt dus, hoe chaotischer het spel wordt en hoe meer de controle je als los zand door de vingers begint te glippen. Ik vind dit erg leuk want dat betekent dat als je zeker wil zijn van de overwinning je er alle belang bij hebt dat zo snel mogelijk te doen en de hele zooi niet tot in de 21ste eeuw laat doorevolueren. Dat zet druk. Erg leuke druk!

Toch een kleine waarschuwing: tijdens uw eerste zitting gaat u overweldigd worden door de vele mogelijkheden die al deze unieke kaarten in de aanbieding hebben. U gaat ook enkele slapeloze nachten tegemoet aangezien u moeite gaat hebben uit al deze mogelijkheden de juiste te kiezen, zoveel moeite dat u meer dan waarschijnlijk de verkeerde kiest. Dat resulteert in het zogenaamde “beddenken”, een aandoening die bij bord- en kaartspelers al eens durft voorkomen en waarbij gepoogd wordt flagrante fouten in de toekomst te vermijden door in gedachten de voorbije sessie(s) de revue nog eens te laten passeren. Tijdens die revue worden alle gemaakte fouten vakkundig weggegomd en vervangen door de juiste acties, gepatcht als het ware. De kans dat u deze aandoening oploopt na het spelen van dit spel is aanzienlijk. Het is maar dat u het weet.

Carl Chudyck is een straffe kerel. U moet zijn creaties zeker eens een kans geven.

Een aanrader voor de liefhebbers van het betere kaartspel.

Dominique

19:56 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

09-05-10

Koninklijk doorspoelen..

Royal Flush (Schmidt Spiele, 2009)

Een verrassend leuke pokervariant. Veel leuker dan pokeren zelf eigenlijk. En een zonnebril bij kunstlicht hoeft hier echt niet, wat betekent dat u zich allesbehalve belachelijk moet maken.

Twee klassieke kaartendecks, een handvol stevige en grote inzet(koop)fiches, kleurrijke markeerstenen en een goeie geut kleine spelbordjes met daarop afgebeeld de pokerhandjes die u zo snel mogelijk dient binnen te halen en de punten die daar tegenover staan. Onthou vooral het woordje “snel”, want hoe eerder u een obligatoir uitliggend pokerhandje op tafel gooit, hoe meer punten dit oplevert.

Wat dit zo’n plezierig tijdverdrijf maakt is, buiten de druk om zo snel mogelijk te scoren, het feit dat u tijdens uw beurt ook kaarten kunt kopen uit een openliggend setje van vier. U kunt dit niet eindeloos doen, want u moet er pokerfiches voor inleveren, maar het feit dat u het tot op zekere hoogte kúnt - liefst op het juiste moment natuurlijk - is een erg leuke speltechnische bezigheid .

Royal Flush wordt door ervaren pokerspelers met een zekere dedain bejegend, maar aangezien deze subgroep in het speluniversum absoluut niet serieus te nemen is mag u dat gegeven vrolijk naast u neerleggen. Het zou me trouwens niet verbazen moest dit spel na het echte “werk” door diezelfde subgroep in groezelige en schaars verlichte achterkamertjes kwijlend van verlangen boven wordt gehaald.

Een spel moet ontspannen toch? Hier komt u ruimschoots aan uw relaxatiebehoeftige trekken.

Dominique

09:26 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-04-10

Maak er maar "Het Spel Des Overvloeds" van!

Tijdens mijn wanhopige levensloop heb ik van medewanhopigen van uiteenlopend pluimage interessante en bruikbare tips gekregen om kommer en kwel te verzachten en alles in het juiste perspectief te plaatsen. De belangrijkste zijn: relativeer, geloof niets van wat men u zegt, geloof de helft van wat u met uw eigen ogen ziet, pas op voor vrouwen die weten dat ze mooi zijn, besef dat als het er echt op aankomt iedereen alleen aan zichzelf denkt en - misschien de belangrijkste van allemaal - als u Mousline aardappelpuree maakt moet u roeren en mag u nooit, maar dan ook nooit, kloppen. Toch tips die een mens kan gebruiken tijdens het meespelen in die ongelooflijk slechte film die leven heet.

Er er is er tenslotte nog eentje die men mij - en waarschijnlijk ook u - tottentreure door de strot probeert te rammen: echte schoonheid zit van binnen. Deze laatste wordt, daar moet u eens goed op letten, altijd uitgesproken door lieden die er zelf heel goed uitzien en de uitspraak is altijd gericht naar lieden die tijdens hun assemblage onderdelen uit de doos met opschrift “alleen te gebruiken bij noodgevallen” kregen toegewezen. Echte schoonheid zit vanbinnen, beste medespeler, is dan ook hypocriet geleuter van de bovenste plank.

Maar nu ben ik toch beginnen twijfelen.

Door een spelletje godbetert.

De deugniet in kwestie heet Cornucopia.

Een eigenlijk ziet het er niet uit. Maar het is schoon vanbinnen.

Het is klein, lelijk, nodigt niet echt uit tot spelen en schreeuwt u vanuit het winkelrek toe: “Loopt u maar snel in een verre boog om mij heen hoor, hier is niks te zien, ik ben uw geld echt niet waard.” Kortom: gedoemd van bij de geboorte.

En dat verdient deze kleine opdonder niet.

De twijfel manifesteerde zich na een spelsessie waarbij Cornucopia, als opener nota bene, moest concurreren tegen kleppers als Cyclades, Keltis - Das Orakel, Ad Astra, Rattus en - akkoord, als klepper is dit al heel wat minder - Arcana. Cornucopia gaf ze allemaal het nakijken.

Hoe kwam dat?

Misschien moet ik eerst beginnen met aan te geven waardoor het alvast niet kwam.

Het kwam zeker niet door het thema. Geef toe, rieten mandjes vullen met een melange van groenten en fruit is niet bepaald een bezigheid waarmee men trillend van opwinding een vrije zaterdag aanvat. En, weliswaar stevige, kaarten met daarop die groenten en fruit op nogal infantiele manier afgebeeld zijn ook niet van die aard dat ze u doen mijmeren van: “Dit moet ik over dertig jaar aan mijn kleinkinderen vertellen.” U krijgt er ook nog gele, rode en blauwe fiches bovenop die lijken te zijn weggesprongen uit het eerste het slechtste vlooienspel op de plaatselijke rommelmarkt en het spelregelboekje blinkt ook niet bepaald uit in leesmij-overredingskracht en duidelijkheid. En als u de namen van de ontwerpers leest bekruipt u het ongemakkelijke gevoel dat de maffia een nieuwe nicheactiviteit heeft aangeboord.

Samengevat: het zit al onmiddellijk tegen.

Gelukkig heb ik mij daaraan niet laten vangen.

Want vanaf deze zin, beste medespeler, zal ik u eens duidelijk maken waarom Cornucopia de bovengenoemde spellen, toch niet van de minste, wél uit de wielen reed.

Samengevat gaat Cornucopia erom vijf rieten manden met vijf identieke of verschillende soorten groenten en fruit te vullen. Dat wordt allemaal uitgebeeld door middel van kaarten. Bij aanvang van het spel liggen de manden klaar en werd elke mand door een welwillende teler al van twee stuks fruit of groente voorzien. Daar kan men al wat mee. Eén mand is speciaal. Daar mogen alleen groenten of fruit van dezelfde soort in. De andere manden geven de actieve speler, tot op zekere hoogte toch en afhankelijk van wat de welwillende teler er al in heeft gestopt, tijdens het vullen de keuze: alles wat erin zit hetzelfde of alles verschillend.

Naast de manden liggen ook stapeltjes biedkaarten, gaande van 1 tot 6. Die gaan aangeven hoeveel kaarten de actieve speler denkt nodig te hebben om één van de vijf manden volledig te vullen. Een 1-kaart levert de meeste voordelen op (gele en/of rode fiches), een 6-kaart levert ook iets op, maar al heel wat minder.

Een trekstapel bevat de groenten en fruit (5 soorten en 11 van elke soort + 11 jokers) die we in de manden gaan stoppen. Opwindende soorten zijn het, zoals tomaten, maïskolven, druiven, pompoenen en aubergines.

Blijf toch nog maar even zitten.

Elke speler krijgt nog enkele fiches: drie blauwe om te wedden en twee rode die je kunt gebruiken om tijdens het vullen der manden een niet speelbare of, belangrijker, een kaart die men niet wíl spelen, om te ruilen voor een andere. Iedere speler krijgt ook een wedkaart waarmee hij buiten zijn beurt blauwe fiches kan inzetten op het al dan niet welslagen van het vullen van manden door andere spelers.

Een beurt is simpel. De actieve speler selecteert een biedkaart en geeft daarmee aan hoeveel kaarten hij denkt nodig te hebben om één van de vijf manden, rekening houdend met de voorwaarden (groenten en fruit van dezelfde of verschillende soort), te vullen. De andere spelers kunnen nu wedden op het al dan niet welslagen van die onderneming door het inzetten van 1 tot 3 blauwe wedfiches op de yes of no-kant van zijn wedkaart.

Daarna gaat de actieve speler met trillende handen aan de slag en draait steeds een groente- of fruitkaart om die hij dan ook onmiddellijk in een mand naar keuze moet aanleggen. Kan of wil hij dat niet mag hij één keer tijdens zijn beurt een rode fiche inleveren om zijn zojuist getrokken kaart op de aflegstapel te leggen en een nieuwe in de plaats te trekken. Is een kaart onspeelbaar en heeft de actieve speler geen rode fiche moet hij een gele fiche inleveren en zijn beurt beëindigen, tot groot jolijt van de “nee-wedders”. Lukt het wél en wordt een mand gevuld eindigt de beurt onmiddellijk en krijgt de actieve speler de biedkaart die hij had gekozen met de daarop vermelde voordelen, gele en/of rode fiches afhankelijk van het soort mand dat hij heeft gevuld. De kaarten van de gevulde mand worden op de aflegstapel gelegd en de mand in kwestie wordt opnieuw voorzien van twee stuks groenten en/of fruit.

Wie juist gokte op de uitkomst van de actie van de actieve speler krijgt uiteraard zijn inzet extra uitbetaald. Wie daar niet in slaagde is zijn inzet kwijt.

Twee keer de trekstapel doortrekken of drie stapeltjes van de biedkaarten weggespeeld en het spel is gedaan. Wie de meeste punten heeft verzameld wint.

Punten krijg je aan de hand van de verzamelde fiches: elke gele fiche is 1 punt waard, 3 blauwe fiches zijn ook 1 punt waard (en kunnen tijdens het spel ten allen tijde tegen 1 gele fiche worden ingeruild en omgekeerd), de speler met de meeste rode fiches krijgt 6 bonuspunten en de tweede 3. Tenslotte worden er nog bonuspunten uitgedeeld op basis van de setjes biedkaarten die je tijdens het spel als actieve speler hebt verzameld (een beetje op poker geënt).

Hoe voelde dit spel nu aan?

Een onzettend leuke, eenvoudige, subtiele ondertoon herbergende, hoogst interactieve, meeslepende “push your luck-kloon”. Kloon is eigenlijk een oneerbiedig etiket want ik durf gerust te stellen dat Can’t Stop en andere voorgangers nu toch even plaats moeten maken op het hoogste schavotje. Deze verdient immers zijn plaatsje in de spotlights.

Leuk is ook dat je, ondanks de verraderlijke eerste indruk die anders suggereert, echt wel invloed uit kan oefenen op het hele gebeuren. Hoge kaarten, die ogenschijnlijk weinig rode en/of gele fiches opleveren kunnen toch dat setje biedkaarten vervolledigen dat je aan het maken bent en daardoor toch nog extra bonuspunten opleveren aan het einde van het spel. Het manipuleren van de rode fiches met het daaraan gekoppelde dilemma van de keuze tussen de bonuspunten op het einde van het spel of het creëren van meer mogelijkheden tijdens het vullen van de manden is een erg leuke bezigheid. Gele en rode fiches heb je echt wel nodig tijdens het spel dus je moet ook biedkaarten zien te winnen en daardoor - eerder ongebruikelijk bij dit soort spellen - af en toe eens op zekerheid spelen. Ook het feit dat je buiten je eigen beurt wat extra’s kunt verdienen betekent dat je voortdurend bij het spel bent betrokken.

Heel raar, maar dit eenvoudige spel heeft naar mijn aanvoelen nog een aantal verborgen subtiliteiten die pas bij meerdere sessies duidelijk zullen worden. Vannacht lag ik in bed nog te denken dat ik in die beurt beter dat had gedaan en die biedkaart had gekozen en als ik die had gekozen was die ramp niet gebeurd en had ik mezelf een grote dienst bewezen en die andere groenten- en fruithandelaars aan tafel niet. Dat wil wel wat zeggen.

Mijn mening over Cornucopia? Een op het eerste gezicht lelijke eend die u, als u tijdens het uitlachen ervan niet oppast, als sierlijke zwaan door de vingers glipt en wegvliegt.

Morgen maar snel naar de dierenwinkel voor een eendenhok. Met hangslot.

Dominique

 

Cornucopia (Gryphon Games, 2010)

Carlo A. Rossi en Lorenzo Tarabini Castellani

2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar

45 tot 60 minuten

 

 

 

 

12:03 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-03-10

Door een groene bril

Ik heb alles wat er van de familie Keltis ook maar te spelen valt al eens onder handen gehad, ook de twee - zeer aan te raden trouwens - elektronische afgeleiden. En tot nu toe hebben zowel de stamvader als de nakomelingen mij aangenaam verrast, iets dat van andere stamvaders en nakomelingen in het speluniversum niet kan gezegd worden.

Nu moet ik wel even aangeven dat de stamvader ondertussen zo oud en versleten is dat hij niet zo dikwijls meer contact maakt met het kieskeurige hout van mijn keukentafel. Potent is hij blijkbaar nog wel, want hij heeft weer een kleintje verwekt dat - ik wik mijn woorden niet - wel eens dé kanjer zou kunnen zijn van het hele pak, het lieverdje van papa en mama, de favoriet die altijd wordt voorgetrokken of - in dit geval - op de keukentafel mag.

Wat maakt deze telg dan zo interessant? Waarom gaan we hem of haar zo liefhebben? Een opsomming:

Eén pad.

We gaan allemaal samen op weg naar het einddoel. Op één hobbelig stenen pad dit keer, In spiraalvorm op het spelbord afgedrukt. Ook weer onderverdeeld in de alom bekende eindzone met de vele pluspunten, de aanloopzone met de minpunten en de onvermijdelijke tussenzone met de zozopunten. Elke steen waarop we onze broze voetjes zetten draagt de kleur en het symbool van de kaarten waarmee we ons gaan verplaatsen.

Een set kaarten.

Dat wist ik al, hoor ik u mompelen. Inderdaad, maar deze zijn toch speciaal, want er staat centraal op de kaart een figuurtje afgebeeld met daaronder een getal variërend van 1 tot 5. Daarmee kunt u de enige vrouw in dit onbestaande verhaal, de Priesteres van het Orakel, naar u toe lokken. Zij beweegt zich maximaal het aantal velden dat op de kaart staat afgebeeld. Zij levert extra punten op als ze zich tegen je aanschurkt op dat hobbelige pad, vijf meerbepaald. Als u voor het geschurk kiest kunt u de kaart in kwestie echter niet gebruiken om uzelf te verplaatsen. Het beminnelijke mens verplaatst zich enkel voorwaarts en om te scoren moet zij naar jou toe en niet omgekeerd, hou daar rekening mee als u uw briljante zet aan het voorbereiden bent.

Drie grote speelfiguren per speler.

De kleintjes zijn verdwenen. U mag nu met drie knoerten van pionnen aan de slag. Ze leveren u ook geen dubbele plus- of minpunten op aan het einde, ze tellen elk gewoon enkel. Dat staat garant voor minder stress, zult u opwerpen. Wel, ik werp terug: het spelsysteem voorziet ruimschoots in compenserende stressgenererende maatregelen. Lees verder en u begrijpt wat ik bedoel.

U beschikt over springveren onder uw schoeisel.

Ik bedoel daarmee dat u niet voortstrompelt zoals in de vorige afleveringen van het bordspel. Neen, u springt, meerbepaald naar het volgende veld met hetzelfde symbool of kleur van de kaart die u net hebt uitgespeeld. Geloof me, dat brengt schwung in het spel en u gaat extra attent moeten zijn op wat uw medespelers van plan zijn, vooral wat de timing van het speleinde aangaat. U gaat ook rekening moeten houden met het feit dat u daardoor al eens wat lekkers gaat moeten overslaan, tenzij u terechtkomt op een spiraaltegel (later meer hierover). Ook de “dubbele beurt tabletten” zijn nu gekleurd en gesymboliseerd waardoor u in één beurt nóg verder kunt springen.

U komt naast schoon volk ook lelijk volk tegen tijdens uw pelgrimstocht.

Drie kobolden namelijk, in het groen gestoken mannetjes met een gek hoedje op waarop deugnietgewijs een kaartje is weggestoken. Dat koboldje staat ook op de achterkant van uw groot kleitablet afgedrukt, waarmee u gaat aanduiden dat u - één keer mag u dat tijdens het spel - een koboldwaardering hebt uitgevoerd. Deze waardering houdt in dat u punten scoort voor elk van uw figuren die op een veld met een kobold staan. Uiteraard liefst alle drie want dat levert u onmiddellijk een lekkere bonus op: 15 punten als uw drie figuren zich elk apart bij een kobold bevinden, 10 als ze zich alle drie bij twee kobolden ophouden en 5 als uw drie figuren zich alle drie op één koboldveld staan te verdrummen. Een bezoekje bij een kobold laat u ook toe een handkaart extra op een aflegstapel te leggen. Meer nog, zelfs de kaart die u pas hebt uitgespeeld om uw figuur te verplaatsen mag eventueel weg. Daardoor krijgt u bij het aanvullen van uw handkaarten op het einde van uw beurt hopelijk wél op de hand waar u zo naarstig naar op zoek bent. Ik hoef u, doorwinterde Keltisspeler die u bent, niet uit te leggen wat dit betekent. Denk vooral aan woorden als “brol” en “rijen”.

U gaat meer punten scoren.

Hou er rekening mee dat u op het scorespoor dit keer het hoekje van de 80 punten wel eens zou kunnen ronden. Ik vind dat lekker, het hoekje omgaan.

U kijkt al eens in de spiegel.

Drie spiegeltjes kunt u onderweg zomaar van het pad oprapen, als u er snel bij bent tenminste. Deze spiegeltjes kunt u tijdens de eindtelling gebruiken in combinatie met de wensstenen die, net als in de vorige afleveringen, extra plus- of minpunten kunnen opleveren. Per spiegel mag (moet in het geval van verliespunten) u uw bonus op het einde van het spel extra scoren. Dat tikt lekker aan, zowel naar boven als naar beneden. U vindt de wensstenen per twee op de grote scheidingsvelden van de zones, maar - ik voelde de vraag al komen - u mag er bij uw passage slechts eentje nemen.

U keert op uw stappen terug.

Onderweg komt u spiraalvormige fiches tegen. Die laten u toe uw steen achterwaarts naar een veld naar keuze te bewegen, behalve het veld waar u net vandaan komt. Ik moet u, doorwinterde Keltisspeler die u bent, niet uitleggen wat dat betekent. Als ik het u zou uitleggen zouden de woorden “speciale fiches” en “kettingreactie” ongetwijfeld in mijn betoog voorkomen.

Verder geen gezeur.

De doorwinterde Keltisspeler, u dus, kan verder op beide oren slapen. De basisprincipes blijven onveranderd: kaarten spelen om te bewegen, fiches die, uitgezonderd de wensstenen, willekeurig worden gelegd zodat elk spel weer anders is en het speleinde dat wordt getriggerd door de lege trekstapel of door de vijfde spelerfiguur die in de eindzone arriveert. Al ontwaren we hier ook een extraatje: als de derde figuur van een speler de eindzone bereikt is het ook afgelopen. Minder stress zei u?

Zou dit Keltis zijn zoals Keltis eigenlijk altijd al had moeten zijn? Ik weet het niet, maar het komt er nu wel verdraaid dichtbij. Verdrijft deze versie de vorige van de speeltafel? Ik weet het niet maar de kans is verdraaid groot. Word je als speler niet draaierig van dat spiraalpad? Geloof me, dat valt reuze mee. Smaakt dit naar meer? Verdraaid ja. Ten huize van treden in elk geval al verslavingsverschijnselen op. En dat na één avondje spelen.

Ik begin groen meer en meer te associëren met leuk. Keltis heeft daar een niet onaardig aandeel in.

Goedgekeurd!

Dominique

 

Keltis - Das Orakel (Kosmos, 2010)

Reiner Knizia

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

30 minuten

 

 

 

 

09:14 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

28-03-10

Hotel S(am)oa

Reizen, beste medespeler, is een activiteit die niet aan mij besteed is. Ik heb er gewoon geen behoefte aan. U moest trouwens eens weten wat hier in Diest allemaal te beleven valt. En dan vooral als iedereen op reis is. Daar kan geen Canarisch eiland tegenop. Als er toch gereisd moet worden doe ik dat dan ook liever aan de keukentafel.

Gisteravond was het weer zover. Ik boekte een groepsreisje van vier naar het idyllische eiland Samoa. Daar aangekomen was het niet de bedoeling dat we ons met verrekijker en boek op het strand gingen neerplanten. Neen, we hadden afgesproken elk een hotel uit te baten. Een jaartje. Op competitieve wijze. Eens kijken wie de meeste toeristen naar ons hotel kon lokken en daar het meeste geld aan kon verdienen.

Die toeristen bestaan uit Noren (!), Duitsers, Engelsen en Japanners. Ze worden maandelijks in bosjes op het plaatselijke vliegveld aangeleverd waarna wij, de bloedzuigers, ze in ons hotelletje proberen binnen te lokken. Dat doen we door de laagste kamerprijzen aan te bieden en tegelijk ons hotel aantrekkelijk te maken door het aanleggen van zwembaden, het opwaarderen van kamers tot suites en het bijbouwen van extra logies.

Het lokken en mooier maken gebeurt door het uitspelen van een zogenaamde prijzenkaart zodra de toeristen (hun aantal wordt bepaald door het omdraaien van een toeristenkaart) zijn gedropt. Die toeristen hebben elk, buiten de doorsnee nietsnut, bepaalde eigenschappen. Er zijn er die graag in zwembaden liggen, er zijn rijke stinkerds die je sowieso een dubbele kamerprijs kunt aanrekenen, beroemdheden die je toelaten toeristen in aangrenzende kamers dubbel te laten betalen en tenslotte types die nogal snel verliefd worden en gaan samenhokken met andere toeristen. Deze laatste hormonaal geteisterde types zijn heel interessant aangezien ze met z’n tweetjes op één kamer kunnen, wat de regel “een toerist per kamer” elegant omzeilt.

Het lokken en kopen van uitbreidingen wordt door een erg leuk spelsysteem afgehandeld. Zoals eerder geschreven speelt elke speler een prijzenkaart uit met daarop bovenaan de prijs die hij wil besteden aan de beschikbare uitbreidingen (liefst zo hoog mogelijk, maar ook weer niet te hoog) en onderaan de prijs die hij per kamer aan de gedropte toeristen aanrekent (laag maar ook weer niet te laag). De speler met de kaart met de hoogste “uitbreidingswaarde”, in uurwijzerzin, mag een uitbreiding voor dat bedrag kopen, de speler met de laagste kamerwaarde, in tegenuurwijzerzin, mag uit een groep gearriveerde toeristen een selectie voor zijn hotelletje maken en per toerist de kamerprijs innen. Mits hij voldoende plaats heeft natuurlijk. De kamerprijs kan worden verdubbeld als je rijke stinkerds aantrekt, suites bezit of beroemdheden herbergt. Zwembaden geven bonusinkomsten als je liefhebbers van extreme vochtigheid binnenhaalt en leveren zelfs extra inkomsten op als je ze bouwt op het moment dat deze types zich in je hotel bevinden.

Zoals eerder geschreven duurt het spel een jaar, gelukkig gecomprimeerd in een klein uurtje. Dat jaar is onderverdeeld in twaalf maanden, gesymboliseerd door twaalf beestig grote kartonnen vlaggen waarop elke nationaliteit drie keer voorkomt. Dat is belangrijk omdat elke nationaliteit het eiland drie keer aandoet. Als ze het eiland aandoen vertrekken hun landgenoten die zich op dat moment in de hotels op het eiland bevinden met hetzelfde vliegtuig weer naar huis. Dat vertrekken is heel belangrijk omdat de toeristen die in je hotel verblijven slechts eenmalig bij aankomst hun verblijf betalen waardoor ze - slecht als we zijn - voor de rest van het verblijf worden beschouwd als ballast. Je wilt ze, buiten de zwemmers, liefst weer zo snel mogelijk kwijt. De belangrijkheid van plaats ruimen wordt nog duidelijker als je beseft dat je bij spelaanvang slechts over zes instapklare kamers beschikt.

Je weet vooraf welke groep toeristen op welk moment zal arriveren. Het is dus niet echt interessant een groep je hotel in te lokken waarvan de verblijfsduur nogal aan de lange kant is, tenzij je er financieel een enorme slag mee kunt slaan. Gelukkig heb je een kaart “personeelsvakantie” die je toelaat tot twee toeristen op straat te bonjouren. Daarmee verspeel je wel de rest van de beurt maar soms is die ingreep meer dan noodzakelijk. Je wilt echt niet, zoals ondergetekende, opgezadeld zitten met een bende Noren die goedkoop geboekt hebben en je hotel niet meer uitwillen.

Ook erg belangrijk: je hebt elf prijzenkaarten, waaronder de “personeelsvakantie”, en als je tijdens een beurt minstens een actie kunt doen (kopen of lokken) ben je die voor de rest van het spel kwijt, uitgezonderd de personeelsvakantiekaart. Die neem je altijd weer op hand. Bepaalde bonusfiches die je kunt aanschaffen laten je ook toe tot twee uitgespeelde kaarten weer op hand te nemen of er eentje met je handkaarten te wisselen. Onderschat ook de kracht niet van de bonusfiche waarmee je zonder beurtverlies twee toeristen kunt buitengooien. Die lijkt onnozel en je lacht daar eens goed mee en je laat die voor wat ze is, tot je later in het spel begint te beseffen welke kapitale blunder je daar in ronde drie hebt gemaakt.

Ik vond dit een leuk spel. Niks wereldschokkends, daarvoor moet je op de “De Tafel Plakt!” spelmarathon van 10 april zijn, maar gewoon plezant. Snel ook, makkelijk uit te leggen en een generator van lachsalvo‘s, ook mede door het feit dat onze globetrotter aan tafel, zelfs met ondersteuning van zijn nieuwe Blackberry, er totaal niks van bakte en zijn hotel met het vorderen der speelronden meer evolueerde naar Fawlty Towers dan naar het Heist-Op-Den-Berg Hilton. Die weet ondertussen ook dat hij beter aan de andere kant van de balie blijft.

Dit spel deed me denken aan het schandelijk onderschatte en beestig goede (vandaar de schande) Scream Machine (Jolly Roger Games), waarin je bezoekers naar je pretpark probeert te lokken. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de makers hierdoor werden beïnvloed. Dat is geen schande. Ik, bijvoorbeeld, werd zwaar beïnvloed door Albert Einstein en ik heb me dat nog nooit beklaagd.

U hoeft echt niet op reis om tot rust te komen hoor. Ik vraag me trouwens af - als ik zo rond de zomermaanden om me heen kijk - of tot rust komen en op reis gaan wel samen door dezelfde deur kunnen. Neen, blijf maar lekker thuis en leg dit op tafel. De luidruchtige Duitsers moet u erbij nemen. Eventjes maar, want na het innen van de eurootjes na hun inchecken stuurt u uw personeel doodleuk op vakantie. En richt u uw blik al op de volgende maand, naar die charter vol Japanners.

Zeker eens proberen!

Dominique

 

Hotel Samoa (White Goblin Games / Huch & Friends, 2010)

Kristian Roald Amundsen Østby

3 tot 6 spelers vanaf 10 jaar

45 minuten

 

 

13:55 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

22-03-10

Trains Of Wonder?

U zit in een trein. Er wordt iemand vermoord. U gaat op zoek naar de moordenaar en u probeert te weten te komen wie het gedaan heeft, wanneer, waar, hoe en waarom.

Vooral de waarvraag intrigeert. Hebben ze het lijk niet gevonden dan?

Soit, als we losse eindjes op pelicule door de vingers zien - kijk maar eens heel goed naar “The Usual Suspects” - moeten we dat in de spellenwereld ook maar kunnen.

Wat u, nieuwsgierig als u bent, aan het licht probeert te brengen staat al ergens neergeschreven. Op speelkaarten namelijk. De oplossing van het mysterie bevindt zich dus gelukkig al in de spellendoos. U moet het er alleen maar zien uit te kappen, Brancusigewijs als het ware, als een standbeeld uit een rotsblok.

Alsof u nog niet genoeg aan uw hoofd hebt - proberen een ontspannende spelavond te beleven bijvoorbeeld - zijn er van elke kaart twee in omloop. Erger nog: van de vraag “hoe laat?” - er zijn acht mogelijke tijdstippen van overlijden - drie!

Uit de stapels kaarten worden er vijf getrokken en gedekt apart gelegd. Deze vijf geven het antwoord op de vragen die in de tweede zin van deze bijdrage werden gesteld.

We kiezen een karakter, elk met een interessante eigenschap, dat de reis Parijs-Istanboel zal maken. Tijdens de reis begeven we ons op en af door de treinstellen alwaar we, afhankelijk van de coupé in kwestie, een aantal acties kunnen doen. Acties worden gekocht met tijd, uren meerbepaald.

Onderweg stappen nog enkele extra reizigers op die, gek genoeg, ook over informatie over de moord beschikken. En er loopt ook nog een conducteur rond die, buiten knippen, ook al een aanzienlijke bijdrage kan leveren voor de oplossing van het raadsel.

Dat lijkt allemaal erg mooi en leuk, beste medespeler, maar dat is het niet. Want de kaarten die niet apart werden gelegd beginnen in het spel te circuleren, en opnieuw te circuleren, en opnieuw. En gaan op een persoonlijke aflegstapel, en komen dan weer in het spel, en gaan weer op een persoonlijke aflegstapel, en komen opnieuw in het spel, en opnieuw, en opnieuw. Waardoor u rekening moet houden met de mogelijkheid dat de kaart waarvan u denkt dat u het tweede exemplaar in het handje krijgt eigenlijk dezelfde kaart is die u enkele beurten geleden al eens de revue hebt zien passeren. Als u Sherlock Holmes met dit spel had geconfronteerd had hij u in uw mooi gezichtje uitgelachen. “De zaak, beste Watson moet wel oplósbaar zijn,” had hij er ongetwijfeld nog aan toegevoegd.

En de zaak is oplosbaar hoor, alleen hebt u er een fenomenaal geheugen voor nodig. En een rekenkracht die ongeveer gelijkstaat met die van de Intel Core i7 processor. Overklokt. Ik weet niet of u zich daarmee kunt meten, ik weet alleen dat bij het plaatsen van mijn persoonlijke geheugenchips enkele decennia geleden enkele latjes Ram op de schappen van de werkplaats zijn blijven liggen.

Het tijdstip van overlijden dan. U gaat het niet geloven maar op geregelde tijdstippen in het spel worden alle pendulekaarten om beurt opengelegd waarna van u verwacht wordt te traceren welke kaart slechts twee keer de revue is gepasseerd. De derde zit dan immers bij de vijf kaarten die het mysterie openbaren. Tijdens het omdraaien van de pendulekaarten wordt van de actieve speler verwacht dat hij of zij, volledig synchroon met dat draaien, de woorden “tik” en “tak” uitspreekt. Deze twee woorden vindt u ook terug in een Vlaams kinderprogramma dat qua niveau probleemloos met dit subspelletje kan concurreren. Ik weet niet hoe het met u zit, maar hier wordt voor elke zichzelf respecterende bordspeler een grens overschreden. Een ondergrens.

Even spannend als een te grote onderbroek, even verfrissend als een noodlanding in de Sahara, even vloeiend als de doortocht van de duizenden wielertoeristen op de Muur Van Geeraardsbergen op 3 april aantaande, even interactief als een regeringsmededeling over de voorafbetalingen van uw belasting en qua opwinding te vergelijken met de eucharistieviering op Eén op zondagvoormiddag. Dat, in een notendop, is Mystery Express.

Ik zou enig voorbehoud vragen indien ik het gevoel had dat deze negatieve gevoelens zich enkel en alleen in mijn - ik geef het toe - verwrongen geest zouden manifesteren, maar ik heb ondertussen, mezelf niet meegerekend, al van een zevental spelers “nooit meer” gehoord, van samenzweerderig fluisterend tot schreeuwend. Ik weet niet hoe het met u zit maar ik kom dat niet dikwijls tegen.

Er schijnt zich ergens een abdij te bevinden waar een gelijkaardig mysterie moet worden opgelost. Ik zou daarnaar op weg gaan. En wordt u onderweg daar naartoe op de trein met een verdacht overlijden geconfronteerd geef ik u een gouden raad: bemoei u er niet mee!

Dominique

 

Mystery Express (Days Of Wonder, 2010)

Antoine Bauza, Serge Laget

3 tot 5 spelers vanaf 10 jaar

75 minuten

21:31 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

21-03-10

Wonderland

Nu wij ons als lemmingen van de rots gooien die "Alice In Wonderland" heet om - neem het gerust van mij aan - vervolgens erg onzacht neer te komen, zie ik mij genoodzaakt u te wijzen op hét alternatief: de animatieve versie "Alice" van de Tsjech Jan Svankmajer. Nadat ik dit beangstigende kleinood begin jaren 90 aanschouwde heb ik bijna twee weken niet goed geslapen. Alice, beste vrienden, is in zijn essentie immers pure horror en die werd, in tegenstelling tot de heer Svankmajer, door Burton en Depp vakkundig weggegomd. Zo goed dat zelfs een 3D-bril geen soelaas meer biedt.  

U weet dus wat u te doen staat.

Als u zich - laten we maar snel terugkeren naar de bestaansreden van deze blog -  binnen de bord- en kaartspelwereld van een klif wil gooien die wél een aangename landing garandeert kan ik u de witte krijtrotsen van Titania ten zeerste aanraden. 

Waarom?

Daarom 1: omdat u krijgt altijd iets krijgt

Het maakt niet uit welke actie (verplaatsing) u onderneemt, u krijgt altijd een beloning. Een puntenfiche, schelpen of een zeester, of u mag (moet) bouwen. Dat is erg leuk. Vergelijk het een beetje met Endeavor. Daar kunt u ook altijd wat en u kunt weinig verkeerd doen, zo lijkt het, tot de eindtelling zich aandient en u een nieuwe bijnaam aan uw reeds indrukwekkende lijst mag toevoegen: klos.

Daarom 2: de zeesterren

Oranje - onze Noorderburen zullen het graag horen en zien - en zeer mooi in hout uitgevoerd. En heel belangrijk voor het bewerkstellingen van uw overwinning. Het is maar dat u het weet.

Daarom 3: u krijgt een tweede kans

Er zijn spelers die klagen over het feit dat het spel uit twee delen bestaat die nagenoeg identiek van opzet zijn. Re-pe-ti-ti-vi-teit, daar hebben ze het over. Wel, ik heb deze spelers nog nooit horen klagen over het feit dat ze al jaren aan een stuk elke dag opstaan, zich wassen, tanden poetsen, eten, ruzie maken met hun partner, in de file staan, werken, eten, werken, in de file staan, koken, eten, afwassen, ruzie maken met hun partner, tv kijken, tanden poetsen, slapen, enzovoort. Zij hebben blijkbaar ook geen last van het feit dat élk spel dat gespeeld wordt gekenmerkt wordt door het steeds opnieuw afhaspelen van dezelfde of toch minstens op elkaar lijkende beurten. Begrijpe wie begrijpe kan. Goed dat ze niet in Chili of Haïti wonen, die zeuren, of we hoorden hun geweeklaag tsunamiën tot hier.

Trouwens, de tweede akte is niet identiek aan de eerste. Want u gaat wat voor u op tafel ligt anders moeten bekijken en dus ook uw tactiek aanpassen. Er zijn immers al kastelen gebouwd, waardoor het plaatsen van zeesterren nog meer punten genereert en bepaalde stukken van het spelbord worden beter bereikbaar omdat er meer scheepjes in de algemene voorraad liggen. En u krijgt de kans uw tegenslag met de gedekte fiches uit deel één te neutraliseren. Dat zijn weliswaar geen spectaculaire, maar wel relevante verschillen.

Daarom 4: u hebt het gevoel zandkastelen bouwend op het strand te zitten

U gaat zich tijdens het spelen, terwijl u de torens van Titania aan het heroprichten bent, op bepaalde momenten afvragen of het gekrijs dat u op de achtergrond hoort echt van zeemeeuwen komt. Sfeerschepping, weet u wel.

Daarom 5: het speelt op een uurtje

Ik weet niet hoe het met u zit, maar naarmate ik ouder wordt neig ik meer naar het kortere werk, lees: een uurtje volstaat. Titania verhoort deze smeekbede en dat op zich is al een daarommetje waard. Velen onder ons maken de fout speeltijd te koppelen aan diepgang. Zij associëren korte spellen met te verwaarlozen lichte kost. Zij dwalen, als een glimworm wiens vermogen tot bioluminescentie tijdens een nachtelijk uitstapje plots is weggevallen. Titania is in mijn ogen dan ook een volwaardige euro die gereduceerd is tot zijn essentie en geen overdreven ballast kent.

Daarom 6: als u creatief bent en kinderen hebt gaat u een rustige strandvakantie tegemoet

Het enige wat u tijdens de zomer moet doen is op een of andere kuststrook in een strandstoel gaan zitten met een goed boek en uw minimensjes duidelijke instructies geven over de schelpensoort die u wenst te bekomen, hun kleur, grootte en de juiste hoeveelheid. Na het uitzwermen van de producten uwer lendenen doet u gewoon úw ding, dat ding met uw verrekijker en uw boek, waarbij het tweede dient om de handelingen met het eerste discreet te houden. Na afloop van uw zeer geslaagde en rustige vakantie beschikt u dan over totaal nieuwe en zeer tot de verbeelding sprekende spelonderdelen waarmee u in uw spelerskring aanzienlijk gaat kunnen opscheppen. Wel goed wassen voor gebruik.

Daarom 7: u speelt met alle kleuren

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind het leuk dat u met alle scheepjes aan de slag mag. Dat opent een veelheid aan mogelijkheden en dat voelt lekker. Aan de andere kant betekent dat ook dat uw medespelers ook over dezelfde zee aan mogelijkheden beschikken wat dan weer zorgt voor de nodige spanning.

Daarom 8: u bent een tacticus

Ik weet niet hoe het met u zit maar ik walg van lang voorspelen. Ik wil snel naar het hoogtepunt, het leven is al kort genoeg. Voor mij geen actie in beurt twee die pas in beurt 348 mogelijk iets zal opleveren. Geef mij dus maar tactiek: tijdens elke beurt roeien met de - meestal te korte - riemen waarover u beschikt en daarmee zover mogelijk zien te komen. De dosis die mij hier wordt toegediend is ruim voldoende om mij maximale bevrediging te schenken.

Daarom 9: u vecht graag tegen schaarste

U hebt drie kaarten op hand. Daar moet u het mee doen, al kunt u als goede spaarder wel tot een maximum van zeven komen. En bent u nogal gulzig en doet u teveel zorgt het spelsysteem ervoor dat u de volgende beurt in uw vrijheid wordt belemmerd. Het aanvullen van handkaarten wordt geregeld door een eenvoudig 1-2-3-principe. Speelt u één kaart tijdens uw beurt trekt u er twee bij, speelt u er twee mag u slechts één kaart bijtrekken en bent u zo overmoedig er drie uit te spelen krijgt u op het einde van uw beurt niets. Er zijn er die dat niet leuk vinden maar ik wel. Gulzigheid is een doodzonde in dit spel en wordt, net als in het echte leven, vroeg of laat afgestraft, zo erg zelfs dat het risico bestaat dat u al eens een beurt moet overslaan.

Daarom 10: u profiteert van uw medespelers

Zij geven u voorzetten die u Ronaldogewijs kunt afwerken, op voorwaarde dat u de voorzet ook daadwerkelijk ziet natuurlijk, een vaardigheid die mij tijdens het spelen van bordspellen wel eens durft te mankeren. Hou er ook rekening mee dat u tijdens uw beurt ook dikwijls de laatste assist zult geven, al kunt u leuke dingen doen met de “slechts twee schepen in verschillende kleur per veld regel.”

Er zijn zoals altijd ook enkele weerhaakjes, de “daarom nietjes”.

Daarom niet 1: u hebt daglicht of Etap-kamerverlichting nodig

U moet van goeden visuele huize zijn om het onderscheid tussen de verschillende schelpschakeringen te kunnen maken, en dan heb ik het zowel over de afgebeelde schelpen op het bord als over de schelpen zelf. Ik durf nu al voorspellen dat u, indien u met het bovengenoemde aandachtspunt geen rekening houdt, zich tijdens het spel gaat vergissen. Dat kan soms handig zijn, als u tot de subgroep valsspelers behoort bijvoorbeeld, maar het kan zich ook tegen u keren.

Daarom niet 2: plaatsgebrek

De velden komen door het bouwen en beleggen met zeesterren nogal eens vol te liggen waardoor u het overzicht een beetje verliest en aan het schuiven moet om te weten te komen wat er nu eigenlijk op die velden staat. Ik hou van het tactiele aspect van bordspellen, maar men moet nu ook niet overdrijven. Dit had beter gekund en wel met een heel eenvoudige ingreep: het bord en de velden erop een beetje groter.

Maar laat die kleine weerhaakjes de pret vooral niet drukken. Probeer het een keertje en geniet van een een klein uurtje ontspanning.

Een gecondenseerde standvakantie zeg maar.

Dominique

 

 

Titania (Hans Im Glück, 2010)

Rüdiger Dorn

2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar

60 minuten

 

 

11:15 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

14-03-10

Hij is rond.

Ik heb een zwak voor kaartspellen, in alle maten en kleuren,  behalve voor de klassieker: het standaard deckje van 52 kaarten. Ik heb er wel eentje, of nee, twee, maar die worden enkel gebruikt om tijdens spelavonden op een ingenieuze en democratische manier te bepalen welk spel uiteindelijk op tafel komt.

Alles wat buiten het klassieke kaartspel valt geniet dan ook mijn bijzondere aandacht. Dat wil al eens zwaar tegenvallen - van Arne ben ik mentaal nog altijd niet bekomen - maar dikwijls ook niet. The World Cup Card Game (Games for the World), beste medespeler, heeft me bijvoorbeeld aangenaam verrast. Als een enig mooi uitgespeelde counter als het ware.

Het bordspel, ook een aanbeveling waard, staat al een hele tijd in mijn spellenkast. Inclusief uitbreidingen. Maar daar zit nogal een overdaad aan materiaal in. En overdaad, zo heb ik ontdekt, is iets wat niet snel de speltafel haalt. Al blijft het ener mijne sportbordspelfavorieten.

Het kaartspel is fysiek zijn totale tegenhanger. Compact, overzichtelijk en een stuk goedkoper. Voor 10 eurootjes, verzendingskosten inbegrepen, bent u gesteld. Het enige waarin het niet afwijkt van zijn grote broer is het spelplezier. Dat wordt door dit kleine doosje óók gegarandeerd.

Samenvattend komt het erop neer dat u een aantal teams doorheen het toernooi moet zien te managen. U doet dat door tijdens de wedstrijden actiekaarten uit te spelen op de ploegen die op het veld staan. Heel eenvoudige actiekaarten zijn het: aanvalskaarten, overtredingskaarten, strafschopkaarten, buitenspelkaarten, doelpuntkaarten en verdedigingskaarten, die elk goed met een balletje overweg kunnen. Als u dit zo leest lijkt het allemaal poepsimpel en dat is het ook, tot u naar uw handkaarten zit te kijken en voor hartverscheurende dilemma’s wordt geplaatst. En u begint te beseffen dat u wel heel goed moet oppassen met wat u aan het doen bent. De term kaartmanagement is voor dit spel uitgevonden. En geloof me of niet, u gaat soms kiezen om bepaalde wedstrijden te verliezen in de hoop in een latere speelfase genadeloos terug te slaan.

Enig nadeel van dit spel. Als u uit de groepsfase wordt geflikkerd moet u de rest van het toernooi verder als onderuitgezakte, passieve toeschouwer. Maar kom, dat bent u als supporter van de Rode Duivels nu toch al een tijdje gewend, dus waar klagen we over? U gaat in deze 2010-editie trouwens tevergeefs naar de Duiveltjes op zoek. Wij zijn er immers niet bij in Zuid-Afrika. Maar met wat knutselwerk creëert u toch zelf een kaartje zeker?

Trouwens, dat uit het toernooi geflikkerd worden, daar moet u wel echt uw best voor doen. U gaat immers met meerdere teams tegelijk aan de slag, hun sterkte geënt op hun waarde in het echte voetbaluniversum. Dat betekent dat Brazilië in dit spel echt wel sterker is dan Honduras, maar dat maakt het ook des te leuker. Probeer u zich eens voor te stellen wat er door u heen gaat als u als Hondurees de Brazilianen op hun blote poep geeft. Uitzinnig gillend begeeft u zich als een sneltrein door uw spellocatie, met moeite tot bedaren te brengen door uw medespelers. Daar doet u het toch voor?

Ik zou dit spel toch eens proberen als ik u was. Zeker als u de Belgische nationaliteit hebt en er stiekem van droomt die frivole Hollanders eens eigenhandig op hun oranje donder te geven. Met “The Real Thing” volledig uitgesloten als u het mij vraagt, maar in “The World Cup Card Game”, mits u een kaartje voor België in elkaar knutselt, zeker geen utopie.

Goedkoop, compact en plezant. Noem mij, buiten een pakje condooms met aardbeiensmaak, nog eens iets wat binnen deze categorie valt. Inderdaad. Ik zou direct in de aanval gaan als ik u was! En u moet echt geen voetballiefhebber te zijn om hiervan te genieten, zelfs de spelregels van voetbal kiepert u vrolijk overboord (ik ken zelfs enkele vrouwen-voetbalhaatsters die ondertussen verknocht zijn geraakt aan dit kaartspelletje). Een zwak hebben voor een goed kaartspel, ongeacht het thema, is dus voldoende. En houdt u van overzichtelijkheid, relatieve eenvoud en zweet in uw handpalmen bent u ook al aan het goede adres.

Het zal dus prijs zijn in juni 2010, ten huize van. Zowel het kaartspel als het bordspel komen op tafel en het toernooi zal vervolgens volledig worden afgewerkt. Wie wint laat ik u nog weten.

Ik tip op Zwitserland.

Dominique

 

The World Cup Card Game 2010 (Games For The World, 2010)

Shaun Derrick

2 tot 8 spelers vanaf 8 jaar

75 minuten

 

 

00:48 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

24-02-10

Dippers en diggers

Ik mag graag muziek beluisteren als ik weer eens in volle vaart in de file sta. Van bepaalde liedjes, zolang ze niet van Regi zijn tenminste, ga ik zelfs nadenken. Soms is dat goed, soms niet. Family Man van The Blue Nile bijvoorbeeld zou ik nooit ofte nimmer met Kerstmis in de lader leggen als ik u was. U zou na beluistering wel eens domme dingen kunnen doen. The Next Best Thing van mijn goede vriend in moeilijke tijden Warren Zevon is er ook eentje dat mij onlangs deed malen. Ik heb het gevoel dat veel spelliefhebbers, mezelf incluis, daar steeds weer naar op zoek zijn. We zoeken, we vinden, we spelen het gevondene en vervolgens laten we het als vondeling achter in één of ander kringloopcentrum of, moderner, een veilingsite.

Het wordt ons ook niet makkelijk gemaakt. Hoeveel bord- en kaartspellen verschenen er weer op Spiel 2009? Een kleine 600? Wie bij wil blijven moet dus zwaar aan de bak. En gaat aan het dippen. Hij dipt, proeft even en richt zich vervolgens al op het volgende, verleidelijker en nog niet aangedipte sausje. U moet er de internetfora maar eens op nalezen. Er mag geen spel verschijnen of men richt zich na enkele korte schrijfsels over de nieuweling alweer op het volgende. De zon van Essen is nog niet onder of men speurt en masse de einder al af naar de zonsopgang van Nürnberg. We leven in een knotsgekke wereld.

Dat steeds weer verlangen naar het nieuwe is wetenschappelijk perfect verklaarbaar. De stouterik heet Dopamine en woont in ons hoofd. Dopamine zadelt ons op met een soort opwinding - noem het gerust voorpret - en doet onze hersenen onze grijpgrage handjes bevelen in de winkel een nieuw spel uit het rek te trekken. Of de code van uw Visakaart online in te geven. Een groot nadeel van Dopamine is wel dat de opwinding vóór aankoop na aankoop afzwakt waardoor u al snel weer krampachtig op zoek gaat naar uw volgende voorpretshot.

Het ligt dus niet aan u. U hebt een excuus.

Ik begin me stilaan af te vragen of ze nog bestaan: de Diggers. De spelers die zich vastbijten in een spel, die er alle strategieën, tactieken en finesses proberen uit te halen. Die een spel uitwringen als een schotelvod. Het is een benijdenswaardige soort want zij voelen niet de druk van het nieuwe. Ze zijn tevreden met het oude. Groener gras wordt door hen met de nodige argwaan bekeken. Vergelijk het met de rustige vastheid van een goed huwelijk.

Daarom, ter ere van de Diggers, een goede raad. Stort u nog eens op een spel. Fileer het, zet het vervolgens weer in elkaar en fileer het opnieuw. Kleed het uit en weer aan en experimenteer met verschillende leuke en trendy combinaties. Ontleed het van voor naar achter, van achter naar voor, van boven naar onder en weer terug. En opnieuw. En opnieuw. Speel het tot de actiekaarten niet meer leesbaar zijn, het telspoor volledig van de rand van het bord is afgesleten en de kleuren van de pionnen allemaal grijs zijn uitgeslagen. Ik durf te wedden dat u geniet. En is het spel óp, koop het dan gewoon opnieuw. U wilt echt niet weten hoeveel exemplaren van Puerto Rico: Het Kaartspel ik versleten heb.

Denk daar eens aan als u voor al dat groenere gras in een spellenwinkel staat en weer niet kunt kiezen.

En is uw wil voor de zoveelste keer zwakker dan uw vlees hebt u voor thuis nog altijd de Dopaminesmoes.

Dominique

 

 

21:43 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-02-10

Levensbeschouwelijk verliezen

Het feit dat u dit leest, beste medespeler, geeft aan dat u graag spellen speelt of toch minstens gefascineerd bent door het fenomeen.

En dat siert u.

Maar ik moet u toch even waarschuwen. Spelen heeft weliswaar en onmiskenbaar zijn positieve kanten – u bent sociaal verantwoord bezig, het is gezellig, u zet uw grijze massa aan het werk, u kruipt lekker in de huid van die alien die u altijd al had willen zijn en u kunt drankjes en hapjes serveren – maar toch is er sprake van één minpunt dat al die positieve in de schaduw stelt: u gaat verliezen.

Goed, u kunt nu wel zeggen dat u een soort Moeder Theresa bent en het woord verliezen geen enkele negatieve connotatie bij u oproept – dat siert u óók – maar met alle respect voor uwe heiligheid: daar geloof ik geen barst van. Diep in uw spelershart, hoe ongerept u ook denkt dat het is, verlangt u naar de overwinning, die lauwerkrans, dat podium, die natte kus van Miss Bordspel. Daar doet u het voor.

Dat is tenslotte des mensen.

Maar winnen, beste lezer, is niet eenvoudig. Om de eenvoudige reden dat de mensen waarmee u aan tafel zit – of rond de tafel huppelt in het geval van Santy Anno – net datzelfde werkwoord nastreven. Uit dat proces volgt dan weer een ander mooi Nederlands woord, concurrentie, en u moet echt niet gestudeerd hebben om te beseffen dat uw kansen op succes aanzienlijk verminderen als u aan tafel niet de enige variabele bent die dat succes nastreeft.

Ook wetenschappelijk aangetoond: een chronisch gebrek aan succeservaringen leidt tot frustratie. U kunt die frustratie vermijden door solospellen te spelen, de coöperatieve toer op te gaan of u alleen nog aan elektronische bord- of kaartspellen te wagen, ingesteld op het laagste niveau. Dat heet vermijdingsgedrag. En daar wordt u ook niet vrolijker van, geloof mij.

Ik wil u in dit verband toch even waarschuwen voor de coöperatieve verleiding. Ten eerste bestaat het risico dat u na een tijdje wordt uitgescholden voor communist, ten tweede is de kans niet gering dat u met een veel groter probleem wordt opgezadeld dan het “niet winnen”, namelijk een minderwaardigheidscomplex ten gevolge van chronische schuldinductie. Met andere woorden: door het feit dat u voortdurend wordt aangewezen als schuldige voor het collectieve falen – dat gebeurt soms letterlijk, met wijsvingers – gaat u als vanzelf het gevoel krijgen dat u niets kunt. In het Nederlands – wat hou ik van die taal – heeft men daar ook weer een mooi samengesteld woord voor, bestaande uit niets en nut.

U hebt het al gemerkt: u kunt geen kant meer op.

Gelukkig heb ik te uwen behoeve, maar in eerste instantie toch vooral tot de mijne, een oplossing gevonden die de frustratie ten gevolge van verlieservaringen tot een minimum kan beperken, zelfs volledig weg kan werken. Dat was niet eenvoudig want ik heb daartoe alle godsdiensten en levensbeschouwelijke verenigingen die onze aardbol herbergt aan een grondige analyse moeten onderwerpen. U begrijpt, dit was een werk van jaren. Vandaar dat ik nu pas met mijn bevindingen kom.

Dé oplossing, beste lezer, wordt ons aangeleverd door Boeddha. En hij doet dat door influistering van de volgende cruciale kernwoorden: Mededogen, Aanvaarding, Aandacht, Geduld, Dankbaarheid, Niet Oordelen, Vergeven en Karma.

In de praktijk – ik voelde uw vraag al komen – betekent dat het volgende:

U beoefent mededogen: dat betekent dat u beseft dat de winnaar in kwestie dat enkel en alleen doet om zijn persoonlijk geluk na te streven en dat u hem dat, in uw onmetelijke grootheid, ook gunt.

U aanvaardt dat u verliest. Boeddha zegt: “Het is wat het is.” Mompel die mantra dan zelf ook maar als u weer eens met een winnaar op de schouder een willekeurige woonkamer afdweilt.

Aandacht: u geeft uw volle aandacht aan de winnaar. U feliciteert hem of haar oprecht en geeft schouderklopjes, met de nadruk op –jes.

Geduld: u beseft dat uw tijd ook nog komt en dat u in afwachting van uw eigen “moment de gloire” de kans krijgt deze mooie deugd te beoefenen. Twee keer winst. Voor sommigen onder ons helpt het als het woordje “eindeloos” aan het G-woord wordt toegevoegd.

Dankbaarheid: u bent de winnaar dankbaar dat hij u een lesje in nederigheid heeft geleerd. U buigt deemoedig het hoofd en zegt duidelijk articulerend en verstaanbaar: “Dank u!” Het vraagt aanbeveling dit thuis regelmatig voor de spiegel te oefenen.

Niet Oordelen: u koppelt geen enkel waardegevoel aan uw verlies en ook niet aan de overwinning, ook al zaten tijdens een partijtje Puerto Rico de mouwen van de overwinnaar vol vijfpuntenfiches.

Wat ons naadloos brengt op het volgende kernwoord: Vergeven. Die vijfpuntenfiches uit de vorige alinea, dat kan al eens gebeuren. Dat was een menselijke misstap. Even goede vrienden. “Knap hoe je die puntenfiches het hele spel zo verborgen hebt kunnen houden.”

Karma tenslotte is de ultieme frustratiewisser. Geef het maar toe, u was in vorig leven Atilla De Hun en uw verliespartijen kaderen enkel en alleen in een groter plan van het universum om u al uw wandaden cash terug te laten betalen. Maak u geen illusies, zélfs een partijtje Atilla (999 Games), gaat dit hellend vlak niet kunnen rechttrekken.

U weet dus wat u te doen staat bij uw volgende spelsessie: u laat zich kaalscheren, hult uzelf in een comfortabel zittend oranje sannyas-gewaad, steekt uw voeten in open sandalen (blootsvoets mag ook) en zet uw mooiste glimlach op. Vervolgens zet u zich aan de speltafel, verliest stijlvol met inachtname van de bovengenoemde kernwoorden, neemt uitbundig knuffelend afscheid van uw spellenvrienden en brengt vervolgens de nacht door in de dichtstbijzijnde politiepost omdat u onderweg naar huis drie parkeermeters, vijftien geparkeerde wagens, een nestkastje en zes brievenbussen hebt vernield. En de hoofdcommissaris een flapdrol hebt genoemd.

Volgende keer misschien toch maar eens het Christendom onder de loep nemen.

Dominique

20:39 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-02-10

De "De Tafel Plakt!" Awards 2009: deel 36

Zoethoudertje van het jaar

..Aber Bitte Mit Sahne (Winning Moves)

Verfrissend eenvoudig, verrassend leuk ook en op bepaalde momenten een brainburner van heb ik jou daar. Dat laatste geeft het wat mij betreft bij momenten een licht zurig bijsmaakje maar dat bedekken we even met de zoete mantel der liefde.

Maar toch: formilabel!

Koe van het jaar

Koetje Keltis (Kosmos)

Dat blijft maar melk geven. En het gekke is: het is nog lekkere melk ook. Ook in 2010 zal Kosmos deze uier liefdevol blijven masseren. Door velen de hemel in geprezen, door al even velen de grond in geboord. Ik hoor bij de eerste groep, zij het niet zo fanatiek. Zonder uitbreiding komt Keltis trouwens niet meer op tafel, tenzij er gewag wordt gemaakt van het doneren van een aanzienlijke som geld.

Geen enkele van de uitbreidingen of afgeleiden heeft me tot nu toe ontgoocheld. Dat op zich is al een vermelding waard.

Daarom: formilabel!

Rechtzaak van het jaar

Opus-Dei tegen Opus-Dei.

Locatie van het bevoegde gerechtshof: Kopenhagen. Uitslag van het dispuut: de zaak is nog hangende. Wat meteen betekent dat het kaartspel Opus Dei: Existence After Religion (Demagames) ook in de running blijft voor een award in 2010.

Voor de geïnteresseerden: ik supporter voor het kaarstpel.

Formilabel!

Het spel dat ik mogelijk wel ga kunnen winnen in 2010

Revolution (Steve Jackson Games)

Ik ga dit spel mogelijk kunnen winnen omdat men er gewoon geen vat op heeft. Dat gegeven maakt dat ik in dit spel evenveel kans heb als mijn door intelligentie beter bedeelde medespelers, misschien zelfs meer. Want zij die in dit soort spellen voor de cerebrale aanpak kiezen zijn er aan voor de moeite. Een paar vijzen los zijn dus heel handig hier en geven dan ook de voorzet die ik tijdens een sessie met graagte zal binnenkoppen.

Er zit een mooie versie van Pegasus Spiele aan te komen. Op het eerste gezicht lijkt die te prefereren boven die van Steve Jackson Games.

Ik ga dit dan wel kunnen winnen, maar het feit dat het speltechnisch te vergelijken valt met proberen een levende paling door een brandende hoepel te doen springen doet de balans toch overhellen naar de kant van het abomilabel.

Mozaïek van het jaar

Deze prijs wordt uitgereikt aan een spel dat vol zit met spelsystemen die vrolijk werden geleend van reeds bestaande spellen om er vervolgens een heel goed nieuw en eigenlijk toch niet nieuw spel mee samen te stellen.

De prijs gaat naar Ad Astra (Nexus / Edge Entertainment / Fantasy Flight Games). De samenstellende delen hier komen onder andere uit De Kolonisten Van Catan, Roborally (maar dan veel leuker), Age Of Mythology (zou dringend nog eens op tafel moeten komen), Die Sternenfahrer Von Catan, Wallenstein, Race For The Galaxy (maar minder erg), Puerto Rico en Merchant Of Venus.

Runner up 1: Egizia. Speel het eens en maak er een spel in het spel van door te proberen de oorsprong van de samenstellende delen te ontdekken.

Runner up 2: Hansa Teutonica. U vindt hier deskundig samengeklutste ingrediënten van onder andere Kardinaal En Koning, Pfeffersacke en Ticket To Ride.

Het Altijd Goed Liggende Spelbord van het jaar

Die Goldene Stadt (Kosmos)

Het verademt, een spelbord dat vanuit alle richtingen goed speelbaar is.

Vindt u dat ook zo irritant, die spelborden waarbij je altijd aan de verkeerde kant zit, die je op z'n kop moet benaderen, waardoor je soms zelfs benadeeld wordt? Schinderhannes (Clicker Spiele) - verder een erg goed spel overigens - is daarvan een treffend voorbeeld.

Die Goldene Stadt, die ronde metropool, is een mooi voorbeeld van hoe het wel moet. Ook speltechnisch trouwens zeer de moeite. Vandaar mijn verbazing over het hoge low-profile gehalte van deze Schachtworp. U moet hem zeker eens proberen.

Formilabel.

Ongelukkigste naam van een uitgever van het jaar

DIP Games

Ga daar maar eens aan staan.

Mooiste spelonderdeel van het jaar

De edelsteentjes van Livingstone (Schmidt Spiele)

Of zeg maar gerust stenen. Knoerten van edelstenen krijgen we hier. Heel wat anders dan die priegeldiamanten waar we meestal voor, tijdens en na niet nader genoemde spelsessies kruipend op de vloer naar op zoek zijn. Die van Livingstone raak je nooit kwijt of je moest er nogal uitdagend mee lopen pronken in een drukke winkelstraat. Of Sint Joost-Ten-Node na zonsondergang.

En, zowaar in dezelfde doos: de handige schatkisten.

Runners up: het metalen “laatste speler” boekje van Valdora Extra en de olifanten van Bombay.

Gewichtigste spel van het jaar

Tales Of The Arabian Nights (Z-Man Games)

Hebt u ruzie met iemand is deze doos – met inhoud uiteraard – het ideale wapen om mee te gooien. Als u erin slaagt met al dat dood gewicht een zwaaiende beweging te creëren tenminste. Lukt dat gaat het de tegenpartij heel veel pijn doen. Lukt het niet maakt u zichzelf onsterfelijk belachelijk. Misschien eerst toch maar een beetje oefenen thuis.

Evenement van het jaar

Spel 2009 in Broechem

Essen valt af omwille van te druk (dat zal in 2010 naar verluidt niet anders zijn), op het Spellenspektakel ben ik niet geraakt (maar daar hoef ik me, de reacties van onze spelmedebroeders en –zusters indachtig geen zorgen over te maken) en de Eroticabeurs in de Grenslandhallen in Hasselt heb ik door onvoorziene omstandigheden ook moeten missen. Maar op “Spel” ben ik wél geraakt en ook in 2009 heb ik me dat niet beklaagd.

Want “Spel” is wat het koninkrijk België voor een doorsnee asielzoeker is: Het Beloofde Land.

Ik kan blijven uitweiden over de gezellige locatie, de overdadig van spellenkennis voorziene medewerkers, de gigantische pool van spellen die u kunt uitproberen, de mogelijkheid die u wordt geboden tweedehands spellen te kopen en verkopen, de kans die u zomaar krijgt om nieuwe spellen aan schandalig lage prijzen aan te schaffen, de zeer geslaagde catering, de propere toiletten, de aandacht voor het jonge grut en de grote hoeveelheid gelijkgestemde en dezelfde taal sprekende zielen die u daar aantreft. Maar ik moet mij inhouden. Want één der drijvende krachten achter het hele gebeuren, Sven, drukte mij op het hart niet teveel reclame te maken voor het evenement. Ik begrijp hem, het  zou wel eens - misschien zelfs letterlijk - uit zijn voegen kunnen barsten als het aanzuigeffect te groot wordt. Maar het kan toch niet dat de ere wie die ere toekomt geruisloos verdwijnt in de nevelen des tijds? Dat is tegen mijn principes. Daarom: formilabel!

Runner-up: de spelavond voor eenzamen, georganiseerd door spellenclub De Speeldoos uit Aarschot op kerstavond, alwaar slechts één deelnemer is komen opdagen, namelijk ondergetekende. Nooit meer!

 

Beste medespeler, hier eindigt de jaarlijkse prijsuitreiking van de “De Tafel Plakt!” Awards. Laten we ons nu maar gaan focussen op 2010. Als dít jaar des Heren mij een beetje gunstig gezind is ben ik op 1 januari 2011 weer van de partij voor de Awards van 2010. En hoe jong dit jaar nog maar is, er zijn er die nu al een grote kans maken om in die lijst voor te komen. Welke dat zijn zult u tussen de regels van mijn schrijfsels wel kunnen ontdekken.

Dominique

15:36 Gepost door Dominique in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 9 Volgende