115297 |
 |
|
|
Een hele tijd geleden gehoord op het radionieuws: "Benedictus De Zestiende maakte een ongelukkige val en brak daarbij zijn pols." Ik vraag me nu af: als er ongelukkige vallen bestaan, bestaan er dan ook gelukkige vallen? Vallen waarbij men breed lachend en vrolijk zwaaiend naar de omstanders vol tegen de grond gaat? Ronderenners die bulderend van het lachen de bocht missen en het ravijn in duiken? Voetballers die met de duimpjes omhoog en ondeugend knipogend naar de camera met twee voeten vooruit het ziekenhuis worden ingetackeld? Paracommando’s die, ondanks een haperend valscherm, luidkeels "En we gaan nog niet naar huis!"-zingend de dieperik in duiken? Ik zou het in de spellenwereld ook wat meer willen zien, lachend ten onder gaan. Met een brede grijns je beste actiekaart uit je hand van 25 laten trekken bijvoorbeeld, bulderend van het lachen je elite-eenheid het bord zien afgeschoten worden of schuddebollend van pret je scorepion op het telspoor achteruit zien schuiven, Lachend ten onder gaan, het is een effectief middel om het als gewoonteverliezer te blijven volhouden. Er zijn trouwens spellen die het schuddebollen al in het concept hebben zitten. A La Carte bijvoorbeeld, een spel dat in geen enkele spellenclub met meer dan twee leden zou mogen ontbreken. En binnen het zeer kleine segment van dijenkletsers die mij écht aan het lachen kunnen brengen, waaronder bijvoorbeeld lachgas of de broertjes Verreth in de "Pak De Poen Show", neemt A La Carte een proiminente plaats in. Shame on you als u Spiel hebt bezocht en dit hebt laten liggen. Op 12 oktober jongstleden, als onderdeel van mijn voorbeschouwing op Spiel, ging ik reeds een beetje dieper op dit spel in en probeerde ik u duidelijk te maken waarom ik zo van dit spel hou. En zal blijven houden, ondanks het door mij totaal verafschuwde thema: koken. Toch, als aanvulling op die voorbeschouwing, enkele bijkomende raadgevingen voor als u van plan bent de vuurtjes op te porren. Als voorspel even een filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=j1KSaUEu_T4 Begin hier niet aan als u een afstammeling van "De Denker" van Rodin bent. Boek dan een ticketje Vasco Da Gama of Colonia of ga in een hoekje ongelukkig zitten wezen. Hebt u een hekel aan spellen waarin letterlijke handigheid een niet onbelangrijke rol speelt, onthoud u dan ook maar. Al moet ik toegeven dat de aanwezigheid van klunzen door de andere spelers zeer zal worden geapprecieerd. Vindt u het niet leuk dat andere spelers met uw zorgvuldig opgebouwde puntengenerator – dat in dit spel op uw persoonlijk gasvuurtje staat te pruttelen – haak dan ook maar af, liefst voor aanvang. Bent u geen brildrager adviseer ik niet aan te sluiten of, indien u toch persé een spelplezier-shot wil, u te voorzien van een las- of skibril. Er durft nogal eens wat in het rond te vliegen, meestal op ooghoogte. Hebt u losse polsjes last u vooraf best wat gewrichtstraining in. Een stevig, volledig beheersbaar polsgewricht is een belangrijke troef in dit spel. Schuift u graag met blokjes op actievelden allerhande en bent u een liefhebber van gepriegel met miniscule spelonderdelen, doe dat dan gerust maar schuif niet aan bij een spelletje A La Carte. Bent u een veelspeler en fladdert u graag van succes- naar succeservaring, fladder dan ergens anders naartoe. U gaat immers door niet-spelers worden ingemaakt. Bent u allergisch aan paranormale verschijnselen zoals gasvuren die spontaan beginnen te branden, zwevende en verdwijnende kookpotten en onverklaarbaar opduikende en niet gewenste ingrediënten in uw masterpiece du jour, doe ons dan een plezier en ga elders meneertje of mevrouwtje scepticus uithangen. Haat u echter koken moet u zit zeker proberen. Uw haat gaat na afloop nóg aangewakkerd zijn. Lees: u komt de eerstvolgende weken uw eigen keuken niet meer in. Bent u de leukste thuis, dan krijgt u hier de kans nog leuker te worden. Bent u een fan van Karl-Heinz Schmiel, dan gaat al tijdens de eerste spelronde uw onderkaak in minder dan één nanoseconde het tafelblad bereiken. U gaat niet weten wat u overkomt. Zoekt u tenslotte een ideaal cadeau voor onder de kerstboom? U hebt het net gevonden. Al heb ik wat kerstcadeau’s betreft nog enkele bizarre alternatieven achter de hand waarin ik u graag nog wil inwijden. Maar dat is voor een andere bijdrage. A La Carte. Het is een heerlijk spel. Nu maar bidden dat Piet Huysentruyt het niet ontdekt. Dominique
|
|
|
20-11-2009, 17:26:13 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Als u op de titel boven deze bijdrage het volgende antwoord geeft, beste medespeler, levert dat u geen punten op: wij spelen omdat het sociaal is. Wij spelen omdat het gezellig is. Wij spelen omdat het een leuke hobby is. Wij spelen omdat we ons vervelen. Wij spelen om iets bij te leren. Goed geprobeerd, maar u zit er helemaal naast. Gebuisd. Deze antwoorden leveren u de helft van de punten op: wij spelen om te leren verliezen. Wij spelen omdat wij ons eenzaam voelen. Wij spelen omdat wij een oogje hebben op die knappe blondine die - soms - ook speelt. Wij spelen omdat dat het enige is dat wij goed kunnen. Wij spelen omdat wij een gezelschapsspel hebben gewonnen in een tombola. Wij spelen – buitenshuis – om het gezeur van onze partner te ontlopen. Wij spelen – strippoker – omdat wij seksueel gefrustreerd zijn en graag in het bijzijn van anderen uit de kleren gaan, Dit is al beter, u gaat de goede richting uit maar u bent er nog niet helemaal. Delibereerbaar. En de volgende – en de enige echte juiste – antwoorden, beste medespeler, leveren u het maximum van de punten op: wij spelen omdat wij beter willen zijn dan anderen. Wij spelen om indruk te maken op het andere geslacht,. Wij spelen omdat wij ons willen verzekeren van een nageslacht. Wij spelen omdat wij diep in ons binnenste nog steeds jagers (mannen) en verzamelaars (vrouwen) zijn. Wij spelen omdat wij geen mensen, maar dieren zijn en ons reptielenbrein ons nog steeds parten speelt. En het belangrijkste van al: wij spelen omwille van seksuele begeerte. Ik weet het, dit komt hard aan. Maar het is niet anders. Het is wetenschappelijk onderbouwd. Alles rond het spelgebeuren draait om seks. Ik ben u enige uitleg verschuldigd. Laten we beginnen met het fenomeen "man". Wij mannen zijn, nog altijd, jagers. Jagers op wild en jagers op vrouwtjes. Aangezien er hier in de lage landen weinig of geen wild meer beschikbaar is moeten we compenseren zonder aan uitdaging in te boeten. Op jacht gaan in een supermarkt biedt die uitdaging niet. Let maar eens op hoeveel verveelde mannen er in Aldi’s, Bijenkorven en Delhaizes rondlopen. Met karretjes en mandjes, terwijl dat speren en werpmessen zouden moeten zijn. "Niet nodig," zult u zeggen, "ik heb nog nooit 250 gram gehakt op de vlucht zien slaan." Touché. Maar drop ons, moderne mannen, in het eerste het beste loofbos en we overleven onze eerste nacht niet. Schrijnend. Dus gaan we spelen. En proberen we het fictieve beest waarnaar we op jacht zijn, verschijnend onder de vorm van een spel, te verschalken. Wat het nageslacht betreft moeten we vooral indruk kunnen maken op de vrouwtjes. Zij zijn schaars in de spellenwereld, en als ze er al zijn, zijn ze meestal bezet. Daarom onze drang naar winnen. Tijdens en vlak na het winnen kijken wij tersluiks naar de aanwezige vrouwtjes in de hoop dat ze onze overwinning hebben waargenomen. Als dat het geval is verhogen onze kansen op paren. Vandaar dat de spellenwereld vooral een mannenwereld is. Spelen is immers een beschaafde vorm van duelleren om het vrouwtje. Ik hoor u al komen: "Maar wij spelen heel dikwijls zonder dat er vrouwelijke specimen in de buurt zijn." Dat geloof ik, beste man, maar er speelt veel meer dan dat. Er speelt namelijk ook zoiets als het leerproces. U oefent dan gewoon als voorbereiding op het echte werk, wanneer de vrouwtjes wél in de buurt zijn. Voor wanneer het erop aankomt. Denk daaraan als u weer eens met een bende mannen boven een bordspel gebogen zit. U bent bezig met een oeroud seksueel geladen ritueel. Uw bereidt zich voor op uw creatie van het ideale nageslacht. Onze opvoeding speelt ook een niet onaanzienlijke, misschien zelfs determinerende, rol. Een jongen moet winnen, een meisje moet zorgen vóór en zich begrijpend aanpassen áán. Vandaar dat deze laatste zich hebben gespecialiseerd in onopvallend verliezen, ondertussen goed observerend hoe de mannetjes het ervan afbrengen. Vervolgens maken zij hun keuze, en deze keuze is veel belangrijker dan een spelletje winnen. Wie is het slimste aan tafel, denkt u? Piet Notebaert van het Vlaams Spellenarchief heb ik ooit de waaromvraag horen beantwoorden als volgt: "Wij spelen om onszelf en anderen beter te leren kennen." Interessant. Vooral dat laatste gedeelte van zijn ponatie: anderen leren kennen. Hij heeft gelijk. Tijdens het spelen komt het beste, maar jammer genoeg ook het slechtste, in de mens naar boven. Ik heb aan de speltafel meermaals mijn mening over anderen moeten bijstellen. En anderen mogelijk hun mening over mij. Ongelooflijk hoe liefdevolle, attente, vriendelijke en aangename medemensen een Jeckyl & Hyde-achtige metamorfose ondergaan zodra er een spelbord en andere attributen uit niet nader genoemde dozen op een tafel worden uitgespreid. Waar enkele seconden voordien zich bij wijze van spreken een doornloze roos tussen de tanden bevond valt plots een gekarteld mes te ontwaren. In dat opzicht is het goed dat er spellen bestaan. Misschien hebben ze zelfs wereldoorlogen helpen voorkomen. In overeenstemming met uitspraken waarin de woorden agressiebeheersing en prostitutie samen in één zin voorkomen is het niet onaannemelijk dat het bord- en kaartspel fungeert als een bordkartonnen hoer. We kunnen er onze gewelddadigheid en seksuele lusten op een beschaafde manier in kwijt. Het voorgaande in acht genomen mag u het gerust een klein mirakel noemen dat we buiten onze beurt niet bezig zijn vlooien uit de haardos van onze medespelers te pulken. Freud - wie ben ik om de man tegen te spreken - had gelijk: het draait allemaal om seks. En ook de edele kunst van het spelen komt daar niet onderuit. Ik kan u geruststellen, beste medespeler: u bent geen seksmaniak. Het gebeurt immers allemaal onbewust. Laat er uw nachtrust niet voor. U kunt er zelfs uw voordeel uit halen. Wij, de veelspelers, worden immers regelmatig geconfronteerd met niet begrijpende - hoe zou u zelf zijn - buitenstaanders die ons vragen: "Wat zie je toch in dat spelen?" Antwoord dan gewoon: "Ik doe het voor de seks." Ik garandeer u dat hun interesse gewekt is. Wat u daar verder mee doet is uw zaak. Dominique
|
|
|
18-11-2009, 20:56:18 Dominique Algemeen
Reacties (4) |
|
|
Het vooruitzicht dat er iets te winnen valt, zet anderen ertoe aan naar jou toe te komen. Het vooruitzicht dat ze iets kunnen verliezen, weerhoudt anderen ervan naar jou toe te komen. (Sun Tzu, Chinees romanticus) |
Een interessante stelling is dit. Wat drijft ons verliezers toch, dat we ons steeds weer naar samenkomsten begeven waar we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid figuurlijk met de grond gelijk gaan worden gemaakt? Erger nog: dat we ze soms zelf gaan organiseren? En nog erger: dat we daar soms voor moeten betalen? Ik lag er vannacht nog aan te denken, aan dat citaat van Sun Tzu. Als je, zoals ik, heel veel spellen verliest, vind je er dan nog plezier in? Ik kan deze vraag tot op zekere hoogte bevestigend beantwoorden. Maar ik spreek nu enkel voor mezelf, niet voor u, beste medespeler. Dat moet u zelf doen. Het plezier dat ik ervaar situeert zich de laatste weken en maanden vooral in de fase vóór het spelen, de zogenaamde voorpretfase. Het lezen van de regels, het kennismaken met het spelmateriaal, het zoeken naar bijkomende informatie over het spel in kwestie en – last but not least – de blijkbaar onuitroeibare hoop dat een overwinning er dit keer eventueel in kan zitten. In mijn geval moet u zich focussen op het woordje "kan" in de vorige zin. Meestal moet in mijn geval tussen het bijvoeglijk naamwoord "onuitroeibaar" en het zelfstandig naamwoord "hoop" een woordje worden toegevoegd, een woordje dat zich na ongeveer een half uurtje spelen al in mijn gedachten begint te manifesteren: ijdele. Het is bij momenten zwaar, het zogenaamd ontspannend leven dat ik leid. En ik moet eerlijk toegeven dat ik, als ik na het zoveelste débacle naar huis rij al wel eens met een gedachte wordt geconfronteerd die me woordjes influistert als: "Nooit meer!" Na een dagje nederlagen incasseren in dit tranendal heeft een mens op een doorsnee avond immers ook al eens behoefte aan een overwinning, een gevoel van: "Kijk, dat heb ik toch maar mooi gedaan." Dat geeft een mens moed, dat motiveert, dat helpt bij het creëren van een volgende vrolijke dag. Daar kan geen Prozac tegenop. Als die ervaring uitblijft zit u, net als ik, met een groot probleem. Het is me wat, een hobby hebben die om succeservaringen vraagt en er van verstoken blijven. En kom nu niet af met: "Deelnemen is belangrijker dan winnen!" Leg ze maar eens allemaal naast elkaar, foto’s van zilveren medaillewinnaars. Eén lange rij pruillippen. Meedoen is belangrijker dan winnen is een drogreden, een statement dat in het leven is geroepen om verliezers aan te porren zich toch maar beschikbaar te blijven stellen als kanonnenvoer voor de winnaars, en dan nog liefst met de glimlach. Het is dankzij ons dat er spelers zijn die op toernooien mooie prijzen winnen, het is dankzij ons dat ze in rankings allerhande in de top tien prijken, het is dankzij ons dat ze in hun persoonlijke statistieken – ze houden het bij, geloof me – meer kruisjes hebben staan in de kolom "gewonnen" dan in de kolom "verloren", als ze die laatste kolom al hebben voorzien op hun palmtop. Blijft dus het troostende besef dat winnaars mij als verliezer nodig hebben. Maar die troost is schraal, beste medespeler. Ze dept de wonde, maar dicht ze niet. Misschien moet ik ze toch maar gaan oprichten, de VVV: de Vakbond Voor Verliezers. Kunnen we af en toe eens in staking. Eens kijken wat ze dan gaan doen, de winnaars. Eén van de eerste werkpunten trouwens zal het ijveren voor het afschaffen van het scorespoor zijn. Dat visualiseert de achterstand van de verliezers te erg. De winnaars moeten zich het bovengenoemde citaat maar eens goed inprenten. Misschien moeten ze het zelfs boven hun bed hangen. Zodat ze, zwelgend in hun vanzelfsprekende overwinningsroes, niet vergeten ons af en toe eens een complimentje te geven, zoals: "Nu heb je me toch serieus weerwerk geboden!" of "Goed dat ik die briljante strategie van je net op tijd doorzag of je had me te pakken!" of "Nu heb je me toch even doen bibberen!" of "Ik kon me geen enkel foutje permitteren vandaag, zo sterk was je!" Het zijn maar voorbeelden hoor, maar ze maken een wereld van verschil. En ze kosten u niets, beste winnaar. Zelfs niet de overwinning. Dominique |
|
|
17-11-2009, 19:43:20 Dominique Algemeen
Reacties (11) |
|
|
Ga er maar eens goed voor zitten want na het lezen van het volgende gaat u zich een beetje week in de benen voelen. De mensheid, beste medespeler, is nog altijd door en door slecht. Onderzoekers van de universiteit van Californië hebben het beroemde experiment van Milgram onlangs nog eens losjes overgedaan en wat blijkt: nog steeds verandert twee derde van de proefpersonen in een folteraar als een autoritaire persoon daarom vraagt. Verder blijven we onze aarde deskundig naar de vaantjes helpen. Tegen 2030 is het volledige Amazonewoud gekapt en hebben we geen groene long meer. Het waterpeil van de wereldzeeën zal aanzienlijk stijgen met alle gevolgen van dien en meer en meer diersoorten sterven in ijltempo uit. Tegelijkertijd wordt onze jeugd gebombardeerd met reclame over computerspelletjes als "Style Boutique", waarin – neem even een aspirientje – consumeren centraal staat. Hebt u van het weekend op tv trouwens de vrouwelijke stormloop op de H&M-winkel op de Meir in Antwerpen gezien, met als enige doel het bemachtigen van schoentjes van Jimmy Choo? Dat was Spiel in het kwadraat, maar op een veel kleinere oppervlakte. Ik was er niet goed van. Beste medespeler, we schatten de mensheid, onszelf dus, veel te hoog in. Waar we ons ook geen illusies over moeten maken is het feit dat we ervan uitgaan dat het merendeel van onze soort normaal is. Werp die mantel van onwetendheid van u af, medespeler. Bij ieder van ons hangt wel ergens een vijsje los. Een dagje afstappen op Spiel of afgelopen zaterdag in de H&M en u krijgt daarvan een perfecte illustratie. Maar die loszittende vijzen hebben naast hun onmiskenbaar vertederend karakter ook enkele zeer onaangename neveneffecten. Neveneffecten die zich zelfs manifesteren in de ons omringende dierenwereld. Ook beesten worden blijkbaar gek. Op zich is het niet abnormaal, ze zien ons mensen bezig. Knap beestje dat daar niet geschift van wordt. Gelukkig kunnen we, menselijk als we zijn, een bescheiden bijdrage leveren om het psychisch niet welbevinden van onze gevederde, geschubde, bepelste, gepansterde en naakte medeaardbewoners weg te masseren. Want ze bestaan: dierenpsychiaters. Dat bestaan alleen al is een bewijs dat het met de mensheid goed fout zit. En, zoals we al zo vaak hebben vastgesteld, is dit bijzondere fenomeen de zieke geesten in de spellenbranche niet ontgaan. In PsychoPet (Goldsieber) kunnen we onze potentiële psychologische en psychiatrische therapeutische vaardigheden naar hartenlust botvieren op "het gestoorde beest". Meer zelfs, we kunnen in een grote kliniek aan de slag. Ironisch genoeg maakt men in dit spel gebruik van één der meest onhebbelijke afwijkingen die de menselijke soort karakteriseert: hebzucht. We hebben hier immers te maken met een afgeleide van spellen als Can’t Stop, Diamant, El Paso en andere gekmakende hobbyartikelen waarmee wij ons op donkere winteravonden plegen te omringen. Ik heb dit spel nog niet gespeeld. Ik kan er u verder dus ook niet veel over vertellen. Het bovengenoemde mechanisme, het blijven gaan tot u uw hand overspeelt, heeft mij echter altijd wel aangesproken. De vraag blijft of PsychoPet, buiten het thema, meer biedt dan wat we momenteel op onze eigen plank hebben staan. Moesten de bloedmooie Goldsieberse demonstratices van Spiel 2009 worden meegeleverd was dit een blinde aankoop, dat wel, maar naar verluidt mag de vraag zelfs niet worden gesteld. Het wordt dus afwachten wat dit wordt. Als ik me er een keertje kan aanzetten bent u de eerste die mijn bevindingen zult vernemen. In afwachting van deze hopelijk heuglijke gebeurtenis ga ik "Erik of het klein insectenboek" van mijn held Godfried Bomans nog eens tot mij nemen. Hopelijk struikel ik op de gang weer niet over de schoentjes van Mijnheer Duizendpoot. Als afsluiter nog een held van mij: Animal. Niemand die beter gekte kan illustreren dan hij. Geen behandeling graag! http://www.youtube.com/watch?v=0yvHWyvexZA Dominique
|
|
|
16-11-2009, 20:03:57 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Basketbal, ik voel er geen enkele affiniteit voor. Zeg nu zelf, gezonde volwassen mannen van boven de twee meter die een bal in een netje proberen te gooien, dat is toch niet serieus te nemen? Elke balsport waarbij de handen mogen worden gebruikt heeft trouwens iets lachwekkends. Handbal zegt u? Komaan zeg, al dat gedoe met dat halvemaantjesgegooi en dan dat opsprongetje bij de doelpoging, geeuw. Trefbal? Hahahaha! Volleybal? Het zou wat hebben als men niet naar de grond maar naar de tegenstander mocht smashen. Krachtbal? Het zou van een sterk staaltje mentale kracht getuigen als de beoefenaars van deze sport er met onmiddellijke ingang mee stopten. Rugby? Alleen interessant als u tandarts, chiropractor of traumatoloog bent. Korfbal? Gemengde ploegen die onderhands een bal in een strooien korf proberen te gooien, excusez-moi? En het ingooien bij voetbal mag er van mij ook uit, intráppen die handel. Maar ik dwaal weer af. Excuseert u mij, beste medespeler, het is sterker dan mezelf. Corné Van Moorsel heeft iets met sport, Streetsoccer roept bij ondergetekende nog steeds warme herinneringen op en Powerboats heeft ook iets. Iets dat je alleen bij Cwali terugvindt eigenlijk. En daar valt moeilijk een vinger op te leggen. BasketBoss heeft troeven. Je mag een team vuurtorens managen en daarmee, met wat inzicht en geluk, prijzen pakken. En een spel dat mij toelaat in de huid van een Boss te kruipen, een Boss van 1m74 die kerels van boven de twee meter mag bossen, is een kans die ik niet zal laten liggen. Daar heb ik gerust een stijve nek voor over. De kans in kwestie bleef dan ook niet liggen en ik heb ondertussen een eerste sessie achter de rug. Wat bleef daarvan hangen? Wel, het feit dat u erg moet oppassen met uw beschikbare budget. U moet bieden op lange kerels die in een rijtje worden uitgelegd, hoe langer die kerels hoe beter. Hebt u geluk zijn het er zeven, hebt u minder geluk zijn het er bijvoorbeeld maar vier, soms nog minder als u met vier of minder aan tafel zit. U begint met een startkapitaal van 11 miljoen Basko’s, de munteenheid in BasketBoss. Ze hebben allemaal hun eigenschappen, die lange mannen en vrouwen (jaja!), waarvan de lengte en de inkomsten die ze genereren de belangrijkste zijn. U mag u bij het opbieden niet laten gaan, iets wat ik tijdens onze sessie wel deed. U moet geduld hebben en de kat een beetje uit de boom kijken, hoe makkelijk en snel zo'n lange ze er ook uit zou kunnen halen. U ziet trouwens in één oogopslag wat er op u afkomt. Stel u daarop in. En besef dat er nog rondes komen, met mogelijk nog betere hoogtewerkers. Smijt dus niet met uw geld, spaar het een beetje op. Maar nu ook weer niet te lang want u wilt ook wel wat prijzen winnen, en uiteindelijk ook het hele spel. Dat veronderstel ik toch. De bonuspunten voor de trofeeën tellen goed door op het einde. Probeer toch wat bekertjes te winnen tijdens het seizoen, ga zeker voor goud of zilver. Vullen dus die prijzenkast rechts op uw persoonlijk spelbordje. Ik raad u ten stelligste aan de trainer in te huren als u de gelegenheid krijgt. Hij houdt uw ploeg scherp en sterk, een voordeel dat niet te versmaden is. Ook de manager is erg interessant omdat hij u af en toe uit de financiële nood kan helpen op de transfermarkt. Hij laat u immers toe gelijk te bieden als uw voorganger. Daarbovenop moet u moet u bij een winnend bod 1 miljoen Basko’s minder betalen. In een spel dat voornamelijk uit omgaan met geld bestaat lijkt me dat een niet te verwaarlozen gozer. De scheidsrechter heeft invloed als andere teams even sterk zijn als het uwe. Hij fluit dan in uw voordeel. Er zijn nog zekerheden in het leven. De bankier tenslotte geeft u extra rente op opgespaarde Basko’s. Maar zoals u uit het woord "opgespaarde" kunt afleiden moet u dan sparen, wat betekent dat u ermee rekening moet houden dat u enkele leuke lange spelers zult moeten laten liggen. En leuke spelers laten liggen betekent meestal "laten liggen voor anderen". Af en toe duiken er ook blessuretegels op. Op deze absoluut oninteressante tegels moet ook worden geboden, zij het enigszins anders. Het gebeurt blind en wie het minste heeft ingezet moet zijn langste speler door deze tegel vervangen. Wint u hebt u één zekerheid: uw teamsterkte, de variabele die u nodig hebt om trofeeën te winnen, gaat erop achteruit. Let ook op de lengte van uw spelers. De langste speler bepaalt immers welk team het eerst mag beginnen. Dat kan op bepaalde momenten very, very important zijn. Hou ook de spelbordjes van uw tegenspelers goed in de gaten. In de gaten houden betekent vooral basketballen tellen, want dat aantal bepaalt de teamsterkte. En u wilt elke ronde minstens in de top drie. Dit spel is te enten op elke ploegsport. Voetbal had ook gekund en had in Europa mogelijk meer interesse opgewekt, maar Corné heeft een keuze gemaakt en dat moeten we respecteren. Al zit ik nog steeds hunkerend uit te kijken naar het eerste ultieme bord- of kaartspel met voetbal als thema. World Cup komt verdomd dicht in de buurt maar dat simuleert, zij het op sublieme wijze, een toernooi, en niet het edele spel zelf. Dus die telt eigenlijk niet. Leuk is dat er in BasketBoss ook vrouwen kunnen worden aangekocht. Ik meende zelfs Ann Wauters tussen de spelers te ontwaren. Hebt u het wat moeilijk op de transfermarkt van de liefde kunt u hier alsnog uw slag slaan. En ik garandeer u dat het stuk voor stuk vrouwen met eindeloze benen zijn. Sommigen onder ons kicken daarop. Ook dát heeft Corné mooi gezien.
Komt deze in mijn collectie? Ik denk het niet. Ik spaar rustig verder voor het ultieme voetbalspel. Maar als één van mijn lange vrienden BasketBoss op tafel legt zeg ik zeker niet neen. Ik compenseer mijn gebrek aan lengte dan wel. Door mijn Napoleontische kenmerken bijvoorbeeld. Dominique BasketBoss (Cwali, 2009) Corné Van Moorsel 2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar 50 minuten
|
|
|
15-11-2009, 15:32:40 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Hebt u dat vroeger ook gedaan? Kartonnen vissen met een houten minihengel met magneet uit een kartonnen aquarium gehaald? Zouden we dat nu nog verkocht krijgen aan kleuters, wetende dat zij weten dat een etalage verder de Playstation 3’s, Nintento Wii’s en X-boxen in al hun glorie staan te blinken? Ik betwijfel het. Acqua Dolce gaat ook over vissen. Siervissen. En we hengelen ze niet uit een aquarium, neen, we zetten ze erin. En we doen dat samen met onze medespelers. Maar er wint er uiteindelijk maar eentje. Hij die als eerste zijn handjes heeft leeg gespeeld op het moment dat aan een aantal voorwaarden is voldaan wat betreft nautale ruimtelijke ordening. Geen puntentelling hier, gewoon winnen of niet. Simpel. Een leuke rol is weggelegd voor de startspeler, in dit spel de opzichter genoemd. Hij mag na elke ronde de inhoud van het aquarium controleren. Moet hij een voorgeprogrammeerde checklist volgen, hij zal dat toch doen rekening houdend met zijn eigen handkaarten. Gelukkig wisselt hij na elke ronde. U mag dus ook een keertje. Voor u met dit kaartspel begint legt u een aantal vooraf afgesproken aquariale voorwaarden vast. Er moeten voldoende waterplanten aanwezig zijn bijvoorbeeld. Of er moeten van die schattige huisjes op uw glasbodem staan. Of er moeten een minimum aantal soorten vissen ronddobberen, al hebben we liever dat ze zwemmen. Of er moeten bodemvissen, oppervlaktevissen en tusseninvissen in. Of er moeten schooltjes in. Dat doen we door het uitleggen van voorwaarde-kaarten. Ze starten met hun zwart-witafbeelding van de voorwaarde naar boven. Wordt de voorwaarde tijdens het spel vervuld worden ze omgedraaid en tonen ze hun volle kleurenpracht. Waardoor u op elk moment het overzicht bewaart. Verder krijgt u zeven kaarten op hand. Die bestaan uiteraard uit vissen, maar ook uit decoratie-elementen en ook voeder. Het doel van het spel, zoals gezegd, is als eerste uw hand leeg te spelen op een moment dat aan minstens één van de aquariumvoorwaarden is voldaan. Tijdens uw beurt moet en mag u een aantal dingen doen. U moet een kaart van de trekstapel op hand nemen of een kaartje kiezen uit de open display van drie. Vervolgens mag u drie acties doen, naar believen te combineren of te cumuleren: een kaart uitspelen in het aquarium, meerdere kaarten van dezelfde vissoort uitspelen (op voorwaarde dat ze tot dezelfde school behoren), een kaart van de gesloten trekstapel of eentje van de open display op hand nemen of twee kaarten afleggen en drie kaarten van de trekstapel nemen. Als u kaarten speelt moet u rekening houden met een aantal beperkingen. Bepaalde vissen durven nogal eens eisen te stellen. Er zijn er die bijvoorbeeld een huisje op de bodem van de bokaal willen, of waterplanten van waaruit ze onopvallend vrouwtjesvissen kunnen spotten. Andere vissen voelen zich dan weer alleen goed bij hun soortgenoten, een schooltje dus. Een schooltje moet minstens uit drie vissen bestaan. Sommige vissen kunnen anderen dan weer niet uitstaan. De Guppy, het miljoenenvisje, het populairste aquariumvisje ter wereld dat gekenmerkt wordt door zijn groot staartje, is niet zo populair bij veel van zijn medevissen. Die komt er dus bij bepaalde soorten niet in. Geen BV’s in ons aquarium! En er zijn er ook die pleinvrees hebben en niet overweg kunnen met grote massa’s, schooltjes dus. U ziet, er valt met het een en ander rekening te houden. U mag de voorwaarden echter schenden als u kaarten uitspeelt. Dat klinkt leuk, maar is het niet. U moet immers voor elke voorwaarde die u schendt een kaart van de trekstapel op hand nemen. Aangezien van u wordt verwacht dat u als eerste uw hand leeg speelt is het overtreden van de regels, net als in het echte leven, niet zonder risico. Enfin, u speelt tot het weer aan de opzichter is. Die krijgt een extra beurtje en gaat vervolgens zijn checklist van de geldende aquariumvoorwaarden af, wat in de praktijk betekent dat er nogal wat vissen uit het aquarium worden geflikkerd. Staat mijn persoonlijke favoriet, de piranha, bijvoorbeeld op de aanwezigheidslijst eet die onmiddellijk een andere vis op. De opzichter bepaald welke. Dan wordt gekeken of de nog aanwezige vissen voldoende voedsel hebben. Elke handkaart van elke speler telt voor één portie voeder. Die worden samengeteld met de porties voederkaarten die werden uitgespeeld (waarde 4, 5 en 6) zodat men de voedercapaciteit bekomt. Voor elke voederportie die men tekort komt kiepert de opzichter een vis uit het aquarium. Daarna worden de visvoorwaarden geëvalueerd. Als een school bijvoorbeeld niet uit minstens drie vissen bestaat vliegt het klasje er onverbiddelijk uit. Gelukkig moeten alle vissen die uit het water worden gesodemieterd niet weer op handen worden genomen. Ze gaan gewoon op de aflegstapel. De laatste activiteit van de opzichter is het volledig vervangen van de display van drie openliggende kaarten. De opzichter gaat naar de in uurwijzerzin volgende speler en daar gaan we weer. Tot er iemand zijn hand volledig in het aquarium heeft geledigd. Die wint. Er zijn ook nog regels voor gevorderden, waarbij u rekening moet houden met de temperatuur (waarmee u dan enkele graden mag knoeien tijdens uw beurt) en/of waarbij er geen open display van drie kaarten wordt gebruikt en gewoon altijd wordt getrokken van de dichte trekstapel Deze laatste gevorderdenregel lijkt me eerder contradictorisch omdat hij u minder keuzemogelijkheden en dus minder invloed geeft. Niet echt iets voor experts als u het mij vraagt. De benedengrens van 6 jaar lijkt me, net als bij African Park, enigszins overdreven. Ik begin stilaan het gevoel te krijgen dat Italië superkinderen uitbraakt. Laten we gewoon maar stellen dat 6-jarigen ook hier gediend zijn met een variantje. In tegenstelling tot een echt aquarium is dit in een wip schoongemaakt. Het is lekker compact en kan overal mee naartoe. De kaarten zijn stevig, duidelijk en taalonafhankelijk. De regels zijn viertalig dus dat moet voor de meesten onder ons haalbaar zijn. En het spel is gewoon leuk. Het leegspelen der handen is altijd een mijner favoriete spelmechanismen geweest. En samen met African Park staat deze titel mooi synchroon te wezen in uw kaartspellenkast. Het oog wil immers ook wat. En zou ik de kaartspellenuitgevers mogen verzoeken – vooral zij die zich koppig blijven vasthouden aan het doosje met klepje en niet met deksel – even een voorbeeld te nemen aan Acqua Dolce en African Park? En het schandalige functionaliteitverlies van hun klepdoosjes te compenseren met een gelijkaardige inlay? Alvast bedankt. Voor spelers onder u die, net als ik, meer affiniteit hebben met onze gevederde vrienden dan met de geschubde, onderstaand compenserend filmpje. Straffe gast die tijdens dit spelletje "Aria Dolce" de bouwvoorwaarden weet te realiseren. http://www.youtube.com/watch?v=zA1Go-f1kZcDominique Acqua Dolce (Giochix.it, 2009) Daniele Ragazzoni 2 tot 5 spelers vanaf 6 jaar 20 minuten
|
|
|
14-11-2009, 13:27:11 Dominique Algemeen
Reacties (1) |
|
|
Beste medespeler, Soms schreeuwen spelregelboekjes mij toe: "Vat mij samen!" Egizia was zo’n schreeuwertje. Ik heb het spelverloop gecomprimeerd en aangevuld met enkele belangrijke aandachtspunten. Ik heb het gepost op BGG maar het kan nog even duren vooraleer het effectief in de files-sectie van Egizia verschijnt. Kunt u zolang niet wachten en wilt u snel en gemakkelijk aan de slag met Egizia, iets wat ik u ten zeerste kan aanraden, geef dan gerust een seintje. Dan stuur ik u het (Word) documentje door. Dominique
|
|
|
14-11-2009, 13:19:40 Dominique Algemeen
Reacties (1) |
|
|
Beste medespeler, Vandaag zag ik bij een kennis een plaquette aan de muur hangen met de wijze woorden: "Een vriendelijk gezicht geeft overal licht." Dat zette mij aan het denken. Want ik was enkele dagen geleden ergens te gast waar de vriendelijkheid niet lang na aankomst in ijltempo van mijn gezicht begon te glijden als was het de make-up van Veronique De Kock bij een buitentemperatuur van 97 graden Celsius. Dat afglijden werd niet veroorzaakt door de kwaliteit van het gezelschap waarin ik mij bevond, integendeel, maar wel door de chronische aaneenrijging van spelnederlagen die ik tijdens die bewuste samenkomst moest incasseren. BasketBoss: laatste; El Paso: laatste; A La Carte: laatste; Egizia: laatste; Turandot: tweede; The BoardGameGeek Game: voorlaatste. Een mens zou voor minder krijsend de straat oplopen. Maar er was, buiten het aangename gezelschap, toch nog een lichtpunt dat mij zelfs deed verlangen naar een nieuwe nederlaag. Als ik het maar opnieuw mocht spelen. Egizia. Egizia is immers het beste spel dat ik sedert 26 oktober jongstleden heb gespeeld. Ik voel de waaromvraag al op uw lippen branden. Waarom? Wel, om te beginnen is er de prachtige en functionele uitvoering van het geheel. U krijgt een mooi spelbord, mooie en praktische spelonderdelen en een regelboek in kleur. U kunt vanuit de bezemwagen toch weer bij de kopgroep aansluiten. Ik werd, naar gewoonte, laatste tijdens ons spel, maar de vierde en de vijfde ronde deed ik me daar een remonte van heb ik je daar. Dat vind ik een zeer interessant gegeven. En het helpt me ook over mijn La Citta-trauma dat ik enkele jaren geleden opliep heen te komen. Het gekke is dat dit spel niets nieuws toevoegt aan het genre, wat dat genre dan ook moge betekenen. Alles wat zich hier afspeelt hebben de meesten onder ons al eens gezien. Maar het klikt hier allemaal wonderwel in elkaar. Het is gewoon leuk spelen in Egizia. Er leiden ook meerdere wegen naar de overwinning. De ene weg rijdt al wat makkelijker dan de andere, maar u kunt door slim te rijden toch als eerste de eindmeet halen. U kunt voor de sfinxkaarten gaan, u kunt zich Bobgewijs op allerhande bouwactiviteiten storten, u kunt zo snel mogelijk de graanmarkt en/of steengroeve afjakkeren om zo punten mee te pakken en ook de Nijlkaarten bieden voldoende mogelijkheden om u op dat telspoor vooruit te stuwen of het voorgaande in iets makkelijker banen te leiden. U mag scheepjes plaatsen op actievelden. En u kunt altijd wel wat leuks. En wat u doet levert ook altijd iets op, tenzij u uw bouwploegen zonder brood zet. Dan incasseert u minpunten. Eigen schuld. Er zitten duidelijk enkele subtiliteiten in het spel die pas na een paar keer spelen boven komen drijven. Zo laat u schijnbaar niet bruikbare en oninteressante Nijlkaarten voorbij vloeien, tot u een ronde later vaststelt dat u dat kaartje dat u fluitend liet liggen enorm mist.. U hebt een zee aan keuzemogelijkheden, met als kernwoorden: wat, waar, wanneer en vooral: vóór wie? En u gaat altijd het gevoel hebben dat u de verkeerde keuzes hebt gemaakt. En u gaat altijd het gevoel hebben dat u net te laat komt. Verder kunt u uw medespelers met de glimlach dwarszitten. Een laatste vrije bouwplaats inpalmen bijvoorbeeld. Of de bevloeiing van de oevers van de Nijl een beetje negatief manipuleren, of die zeer interessante Nijlkaart voor uw kwijlende medespeler(s) weggraaien. U komt ook de obligatoire dilemma’s tegen. U mag uw scheepjes immers alleen stroomafwaarts plaatsen. Dat is jammer als u halfweg op de Nijl - of erger: op het einde - iets ziet liggen wat er wel heel lekker uitziet. U mag er onmiddellijk naartoe, hoor, maar u ontzegt uzelf dan ook voor de rest van de ronde minstens de helft van de aanwezige extra’s. Gelukkig is er een Nijlkaart die u toelaat één keertje met een schip stroomopwaarts te varen. Die Nijlkaarten zijn echte goodies. Er zijn er die u eenmalig tijdens het spel kunt inzetten, er zijn er die u permanent kunt gebruiken en er zijn er die u onmiddellijk moet activeren als u ze kiest. Ik ben er verliefd op. En ze komen elk spel in een andere volgorde langs die vervloekte Nijl te liggen, en de interessantste meestal pas waar de Nijl meandert, het eindpunt dus, waardoor u samen met uw medespelers nagelbijtend een hele ronde door moet. Het inzetten van uw bouwploegen vraagt ook de nodige aandacht. Vier ploegen hebt u, waaronder een jokerploeg die alleen samen met een vaste ploeg kan worden geactiveerd. Uw bouwactiviteiten goed plannen is aan te raden om overcapaciteit aan personeel te vermijden. Zoals elke goede ondernemer moet u uw personeel ten allen tijde zo rendabel mogelijk over de bouwwerven verdelen. U schenkt hier best de nodige aandacht aan. U behoudt tijdens het spelen ten allen tijde het overzicht. Dat moet ook want u moet zowel uw eigen activiteiten als die van uw tegenstanders in de gaten houden, mogelijk zelfs meer het laatste. Maar zij moeten dat ook doen met u, dat vlakt dus lekker uit. Egizia is een mooi mix tussen tactiek en strategie. U moet op korte termijn denken maar ook op lange. En die wisselen elkaar lekker af. En de speeltijd, beste medespeler, is precies op maat. Minpunten? Uiteraard. Zelf zijn wij ook verre van perfect, nietwaar? De spelregels hadden enkele kleine details iets beter moeten verduidelijken. Hoe zit dat nu juist met strafpunten op veld vier en vijf van de graanmarkt bijvoorbeeld. Of het toekennen van de punten die je krijgt als je je markeersteen vanuit het onderste veld van de steengroeve of de graanmarkt nóg verder naar onder mag bewegen. De verduidelijking van de manier en de volgorde van punten tellen is net dankzij deze goedbedoelde duiding in een soort twilightzone terechtgekomen waar u op eigen houtje weer moet uit zien te komen. Op een vrijdag de dertiende zou ik er niet aan beginnen als ik u was. Maar gezond verstand helpt, en meestal zit u niet alleen aan tafel als u dit wilt spelen, u bent dan minstens met z’n drieën. Daar zit er meestal toch eentje tussen die verstandelijk wat beter bedeeld is, al pint u mij daar beter niet op vast.
Er is trouwens een belangrijk gegeven dat niet in de regels staat vermeld maar ondertussen wel werd gecorrigeerd op de website van Hans Im Glück, namelijk dat elke speler bij het begin van het spel een sfinxkaart van de gedekte stapel mag trekken. Zo kunt u al van bij aanvang naar een klein doeltje toe werken.
De bonuspunten van de Nijlkaarten kunnen de eindtelling een serieuze slag geven. Door bepaalde zaken tijdens het spel te doen gaat u trouwens bepaalde spelers met bepaalde bonuskaarten helpen. En als u de kaarten niet kent gaat u dit doen zonder dat u het zelf beseft. Vooraf deze kaartjes samen even doornemen is aan te raden. Er staat ook wat Duits op de kaarten. Maar er staan ook symbolen op, dus niet helemaal onoverkomelijk. Sommige kaarten hadden met andere symbolen iets duidelijker kunnen zijn, maar wie ben ik. Een kniesoor, zo lijkt het. De doos ziet er niet uit maar dat is een kwestie van smaak. Owel heb ik die, ofwel heb ik die niet. U moet dat zelf maar uitmaken. We zitten weer in het Oude Egypte. Sommigen onder ons beginnen dat afgezaagd te vinden. Maar in Egizia wordt u op het einde voor de verandering eens niet voor de krokodillen gegooid. Over gooien gesproken: op de stapel "te ruil of te koop" zal deze niet snel terechtkomen. U gaat me gelijk geven als u er uzelf eens aanzet. Morgen, beste medespeler, voorzie ik u nog van een Egizia-bonus. Dank u, Dominique.. Dominique Egizia (Hans Im Glück, 2009) Acchitcocca, Antonio Tinto, Flaminia Brasini, Stefan LupertoVirginio Gigli 2 tot 4 spelers vanaf 12 jaar 75 minuten |
|
|
13-11-2009, 14:47:00 Dominique Algemeen
Reacties (1) |
|
|
Cardcassonne (Hans Im Glück) verrassend goed meevalt? En dat u moet rekening houden met erg hoge scores, waarbij u zelfs tot tweemaal toe het scorespoor van 100 punten afdendert? In uw geval toch, bij mij was het wat minder (ik begin me trouwens stilaan af te vragen waarom ik me überhaupt nog met spelen bezig hou). Dat het snel speelt, een goede timing vraagt en met vijf spelers mogelijk, al heb ik daar nog geen ervaring mee, erg cutthroat is? Dat u niet mag vergeten dat u tijdens het spel niet meer in uw schatkist mag kijken? En dat u met het uitspelen van uw eerste, verplicht verdekte, kaart leuke dingen kunt doen? En dat de bonuspunten voor setjes van verschillende gebouwen aanzienlijk zijn en niet mogen worden onderschat wilt u op het einde nog een spectaculaire inhaalbeweging – 80 punten moet haalbaar zijn – uit uw mouw schudden? Shipyard (Czech Games Edition) heel goed schijnt te zijn, ondanks de grote hoeveelheid aan spelmateriaal dat wel wat opzettijd vraagt? Zelf heb ik het nog niet gespeeld, maar ik heb er met een paar kenners die het hadden gespeeld over gesproken. Zij maakten unaniem gewag van een drie uur durende eerste sessie die door het spelplezier voorbij was gevlogen. Toen ze dat zeiden schoten hun ogen opnieuw vol spelvreugdevuur. Misschien dus ook iets voor u, beste medespeler. In Castle Panic één verdwaalde goblin uw hele burcht, en daardoor uw overwinning die op een zucht verwijderd is, om zeep kan helpen? En dat de afstand woud - burcht voor goblins, trollen en orks in zowel een spreekwoordelijke als letterlijke wip wordt overbrugd? Zelfs sneller dan de tijd die u nodig hebt om het woord "wip" uit te spreken? En dat dit solo winnen een krachttoer is die mag worden vergeleken met het lek zetten van alle vier de banden van de pausmobiel tijdens de wekelijkse rondrit op het Sint Pietersplein? Egizia (Hans Im Glück) het beste spel is dat ik sedert het afsluiten van Spiel 2009 heb gespeeld? U, indien u over kinderen beschikt en dringend advies wilt over goede kinderspellen, eens moet afstappen op de onderstaande digitale locatie? http://kinderspellen.skynetblogs.be/Ik graag morgen met u afspreek voor een nieuwe uitgebreide spelbespreking? Dominique |
|
|
12-11-2009, 22:15:04 Dominique Algemeen
Reacties (3) |
|
|
Het spel "De Drie Musketiers" (Sirius) moeilijk te winnen valt door Richelieu en zijn rode trawanten, ook al heeft er eentje van hen een pistool op zak en behoort ook Milday, een notoire maar ook ordinaire vamp, tot het arsenaal van de Eerwaarde Slechterik? En dat er spelers bij aanvang van dit spel in de war waren omdat er vier musketiers in de doos zaten en niet drie? Alexandre Dumas draait zich om in zijn graf. En dat de vier musketiers allemaal meedoen in elk spel, ongeacht het spelersaantal? En dat u het als slechterik helemaal alleen moet doen, overgeleverd aan het gekonkel en de willekeur van uw samenspannende medespelers? Ik was die slechterik. Een slechte slechterik eigenlijk want ik werd in een mum van tijd door mijn medespelers op achterstand gereden, of eerder: gestoken. Van het wassen van een varken, een uitspraak waarvan ik me bij aanvang nogal hooghartig had bediend, was helemaal geen sprake. Het was Real Madrid tegen FC Knudde. Het sieraad van de koningin, dat waar Richelieu wanhopig naar op zoek is, veranderde voortdurend van eigenaar en na enkele korte schermutselingen waarbij ik meestal het onderspit dolf (pech bij het dobbelen) wist ik al niet meer welke bres het eerst te dichten. Ik heb namelijk maar tien vingers. En de bressen waren met minstens elf. Ik vermoed wel dat dit spel na meerdere sessies door Richelieu beter te controleren valt. Achteraf gezien maakte ik ook te weinig gebruik van mijn actiekaarten en was het voortschrijden van de koningin (een timer in het spel) eerder te vergelijken met tergend traag gestrompel waardoor de musketiers meer tijd hadden om zich rustig naar de balzaal te manoeuvreren. Ik was écht geen partij voor mijn gezelschap (ik begin me trouwens stilaan af te vragen waarom ik me überhaupt nog bezig hou met spelen). Maar toch bekruipt mij langzaam het gevoel dat ik het ooit nog wel eens wil proberen. Dat zegt nu ook niet veel, maar toch iets. Ook leuk dat dit in het Nederlands verschijnt. Dominique
|
|
|
11-11-2009, 22:30:46 Dominique Algemeen
Reacties (2) |
|
|
Het spel Granada (Queen Games) eigenlijk Gralhambra zou moeten heten? Het is alsof er tijdens een laboratoir uitgevoerd kloonproces per vergissing enkele lichte afwijkingen zijn ontstaan. Muren werden getransformeerd in kanalen, gebouwtegels zijn nu beiderzijds bedrukt (met aan elke zijde aan anderskleurig gebouw: gelukkig staat aan de vooorzijde aangegeven welke kleur van gebouw zich aan de achterzijde bevindt), de waarderingen tijdens het spel zijn enigszins anders t.t.z. elke kleur wordt gewaardeerd maar tijdens het scoren tellen de gebouwen van de tegenstanders mee om uw score te bepalen, en tenslotte is er een waardering voorzien voor beginners en gevorderden. De beiderzijdse bedrukking en de nieuwe manier van scoren werd door mijn medespelers het interessantst bevonden. Die beiderzijdse bedrukking laat u trouwens toe een tegel, mits een extra betaling van drie eenheden in gelijk welke munt, met de andere zijde op uw, ongetwijfeld prachtig, domein te leggen. En dat is één van de meest interessante overwegingen die u tijdens dit spel kunt maken. Was u ooit verliefd op Alhambra maar bent u een beetje op elkaar uitgekeken is Granada een niet al te bedreigend alternatief. Of ze samen in uw spellenkast moeten staan is een heel andere vraag. Daar heb ik mijn serieuze twijfels over. Als u ook beschikt over de jubileumeditie van Alhambra zou u zich tijdens een schijnbaar perfect georganiseerde spelavond wel eens van doos kunnen vergissen. En het zal na het uitspreiden op tafel mogelijk ook even duren vooraleer u doorheeft dat u met het verkeerde spel aan de slag bent, misschien pas op het moment dat de eerste waardering zich aandient. Kortom: het is leuk maar geen must. Het spelbord had ook niet gehoeven. Dat misten we bij de originele Alhambra ook niet, al ben ik wel blij dat daarmee het verwarrende gezigzag op het scorespoor van de originele editie tot het verleden behoort. Ach, het verleden. Daar kan u ik nog mooie dingen over vertellen. Dat komt nog. Later. Dominique
|
|
|
10-11-2009, 20:39:23 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
The Independent op 7 november jongstleden op haar website haar lijst van de 50 "beste" bordspellen heeft gepubliceerd? Vol verwachting klopte mijn hart bij het klikken naar die lijst. Een fractie van een seconde later stond het zo goed als stil. De Horror! Ze hadden beter gewacht met publiceren tot aanstaande vrijdag. De dertiende. Hou u vast: - Othello
- Pictureka
- Snakes And Ladders
- Make Your Own Opoly
- War On Terror
- The Logo Board Game
- Snail’s Pace Race
- Trivial Pursuit Team
- Master Labyrinth
- Murder Mystery Mansion
- Enchanted Forrest
- Risk
- Pentago
- Beat The Parents
- The Bad-Tempered Ladybird
- No Stress Chess
- Backgammon
- Last Word
- Castle Knights
- Articulate
- Sequence
- Smart Ass
- Suitcase Detectives
- Rummikub
- Perplexcitiy
- Syl-la-bles
- Ludo
- Cranium Wow
- Ingenious (aha!)
- Family Fortunes
- Guess Who?
- Scrabble
- Brainmaster
- Big Brain Academy
- Shut The Box
- Game Of Life
- Blokus
- Scattergories
- Qwirkle
- Taboo
- Quoridor
- Pass The Bomb
- One Banana Two Banana
- Hexago Continuo
- Carcassonne (aha!)
- Where Is Moldova?
- Creationary
- Pictionary
- Ticket To Ride (aha!)
- The Really Nasty Motor Racing Game
Als u me niet gelooft moet u zelf maar eens gaan kijken. Wel betreden op eigen risico! http://www.independent.co.uk/extras/indybest/outdoor-activity/the-50-best-board-games-1815441.html?action=Popup&ino=50 U kunt wel een beetje terug op uw positieven komen door enkele van de commentaren onder de lijst tot u te nemen. Zo weet u dat u niet alleen staat. God Save The Brittish Boardgame Community. Ze zullen het nodig hebben. Ik wens u alvast een rustige nacht toe! Dominique |
|
|
09-11-2009, 19:09:06 Dominique Algemeen
Reacties (4) |
|
|
"De Zwarte Kater" (The Game Master) u op de rand van de waanzin kan brengen? Kent u dat oplichterspelletje van op de markt? Drie doosjes met onder één doosje een balletje. U mag zien onder welk doosje het balletje verdwijnt, vervolgens zet u geld in en gaat de oplichter met de doosjes aan het schuiven. U gokt uiteindelijk verkeerd en schuift vervolgens op uw beurt uw geld richting oplichter. Er zijn echt wel dingen die in de sterren geschreven staan. Of "De Zwarte Kater" u oplicht moet u zelf uitmaken. Feit is dat men hier nog een stap verder gaat. U krijgt hier vijf doosjes voorgeschoteld en niet één balletje, maar vijf verschillende en mooi geconcipieerde houten ingrediënten: een zwarte kater (ten allen prijze te vermijden), een klein stukje kaas, een groot stuk kaas, een chocoladereep zonder wikkel en een niet te versmaden snee spek. U mag getuige zijn van het bedekken van dit materiaal en vervolgens gaat de spelleider aan het schuiven. Vervolgens vraagt de brave man of vrouw onder welk doosje zich bijvoorbeeld het kleine stukje spek bevindt. U brengt uw schattige muis daar zo snel mogelijk naartoe. Wie eerst in de rij staat krijgt immers meer opbrengst. Geen geld deze keer, wel ordinaire gele houten blokjes. Als u twijfelt gaat u ook best aan het bidden dat u niet voor De Zwarte Kater hebt gekozen, want dan moet u meer ordinaire gele houten blokjes inleveren dan bij een andere verkeerde, maar minder bestraffende, keuze. Weinig, maar mooi materiaal dat in een kleine doos past en leuk voor tussendoor. En best wel spannend. In ieder geval spannender dan de mededeling "Wij hebben ook gekoelde dranken!" bij uw plaatselijke drogist. Ik ben zeer benieuwd hoe kinderen het hier vanaf brengen. Ik vermoed hoe jonger hoe beter. Balanceert u echter op de rand van een zenuwinzinking, een gegeven dat gezien het intreden van de donkere dagen voor Kerstmis en de hectische tijden waarin wij leven niet ondenkbaar is, adviseer ik u met dit spel toch even te wachten tot u zich wat beter voelt. Anderen raad ik aan dit gerust eens te proberen. Dominique
|
|
|
09-11-2009, 17:24:55 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Colonia (Queen Games) een interessant strategisch spel is dat zeker de nodige aandacht verdient, een overdadige productie kent, iets te lang duurt en vrij rustig gespeeld wordt? U moet ongeveer een week vooruit kunnen denken om het hier goed vanaf te brengen. Op dag één wordt bepaald welke wetten er gaan gestemd worden, welke en hoeveel goederen er worden geproduceerd (denk aan schoenen, vesten, wielen e.d.), welke en hoeveel schepen er gaan uitvaren en met welke goederen u ze zult moeten volladen om geld in vier verschillende valuta te verdienen. Op dag twee stuurt u uw eigen familieleden naar de gemeenteraad zodat u allerhande stemmingen positief of negatief kunt beïnvloeden. Op dag drie jaagt u uw resterende familieleden de markt op om grondstoffen te kopen. Op dag vier produceert u met die grondstoffen goederen en op dag vijf probeert u die in de haven op de klaarliggende schepen te wurmen die, ongeacht of u in dat wurmen slaagt, sowieso de haven uitvaren. Op dag zes wordt u voor uw geleverde ladingen uitbetaald en op dag zeven kunt u met uw zuurverdiende centjes in de vier beschikbare valuta relikwieën kopen op de plaatselijke charlatanbeurs. Dat zijn uw overwinningspunten. Een week vooruit denken is voor mij een hele opdracht. Zelfs een minuut is voor ondergetekende al een hele opgave. Maar er zaten er bij ons een paar aan tafel die duidelijk een lucratieve bijverdienste als waarzegger hebben gemist en dus vrolijk streden voor de overwinning. Ze eindigden, als ik het me goed herinner, alledrie dicht bij elkaar: 20 – 20 – 18. En had die laatste ocharme drie Brugse bankbiljetten van waarde 1 meer gehad, was die ook op 20 geëindigd. Of dat verontrustend is weet ik niet. Dicht bij elkaar is altijd spannend. Alleen gaat het dan van details en tiebreakers afhangen. U bent daarvoor of u bent het niet. Bekijk het maar. Ikzelf had bij het begin van de zesde en laatste ronde slechts één schamel punt verzameld (ik begin me stilaan af te vragen waarom ik me überhaupt nog met spelen bezig hou), maar door mijn opgebouwde geldreserve haalde ik toch nog alle acht de bonuspunten binnen voor de hoogste waarde in elk van de vier valuta. Van één naar negen in één ronde. Niet slecht, maar toch nog maar de helft van mijn tegenstanders. Ach, waar is de tijd dat relikwieën nog waarde hadden en aanzien gaven. Moest u echter nog geïnteresseerd zijn: ik verkoop haarlokken, teennagels en huidschilfers aan zeer democratische prijzen. U moet wel zelf zorgen voor een indrukwekkend schrijn om ze in op te bergen. Ik waag me er waarschijnlijk niet meer aan, aan Colonia. Maar als u strategisch ben ingesteld en u kunt tegen een stevige stoot van een dikke twee uur moet u zeker eens langsgaan in Keulen. Dominique
|
|
|
08-11-2009, 17:35:40 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Stefan Dorra: ik heb altijd een boon voor de man gehad. De reden daarvoor? Er zijn er meerdere: Razzia, Alles Im Eimer, For Sale, Kreta, Tonga Bonga, Volle Hütte en Land Unter. Ook op spiel 2009 sleepte de brave man een nieuw spel in het voetlicht, El Paso, al heb ik het gevoel dat velen de volgspot niet hebben waargenomen Dat niet waarnemen was een grote vergissing, maar wel begrijpelijk aangezien de meesten onder ons op zoek waren naar spellen met woorden in de titel als Loyang, Carson, Vasco, Dungeon, Navis, Wensleydale, Factory, Roll, Teutonica, Seaside en Ghost. En er zijn er nog die schandalig en dus onterecht over het hoofd werden gezien. Dat zal hier de volgende dagen en weken ten overvloede worden aangetoond. El Paso is niet vernieuwend. El Paso blaast u niet van uw sokken. El Paso overdondert u niet als u na de spreidstand van het spelbord uw tafeloppervlak bekijkt. El Paso geeft zelfs een zeer bescheiden indruk. Misschien is dát de reden waarom u er zo snel voorbij liep in Essen. Of het kon ook aan Tobago liggen, dat eveneens bij Zoch lag te blinken en door zijn visuele presentatie El Paso degradeerde tot het Beest van Belle. Wat is El Paso dan wel? Heel gewoon hoor, medespeler: spelplezier. Het was trouwens lang geleden dat ik nog zo intens heb genoten van het uitponsen van fiches. Dát was nog eens een makkie. U kijkt gewoon eens indringend naar de ponskaart en de fiches vallen er zo uit. Waren het niet slechts 36 fiches geweest, ik had er probleemloos uren mee kunnen doorgaan. Heel wat anders dan de wortelfiches van Rabbit Hunt bijvoorbeeld, die u best met behulp van een slijpschijf uit de ponskaarten verwijdert. Het is altijd meegenomen, een leuk voorspel. Het spelbord is ook niet echt iets om met de nodige trots op uw salontafel uit te stallen als er bezoek komt. We hebben allemaal al veel beter gezien. Of we allemaal al evenveel beter gespeeld hebben is een andere vraag, maar daar kom ik zo dadelijk op terug. Ben ik niet zo enthousiast over het spelmateriaal (1 spelbord, 36 buitfiches, 5 speciale zeszijdige dobbelstenen, 1 stoffen zak, 50 houten waardeblokjes, 48 buitkaarten en Doc Holliday, die aangeeft in welke stad u aan de slag bent), het spel zelf doet de grijsheid van het materiaal – heel on-Zoch trouwens – wegsmelten als sneeuw voor de westernzon. El Paso is eigenlijk het eindpunt van het spel. Voor we daar arriveren hebben we andere stadjes aangedaan die naar klinkende namen luisteren als Deadwood, Cheyenne, Abilene, Santa Fe, San Diego en Tombstone. Stadjes die door onze grijpgrage tengels gaan worden beroofd van alles wat los en vast zit. In El Paso aankomen gaat ieder van ons lukken. Alleen is dat niet voldoende om het spel te winnen. In El Paso moeten de zakken van iedereen immers leeg. Wie daar het meeste inhoud toont, is winnaar. Het paard op nu. Tijdens onze passage in de hoger genoemde stadjes laten we ons eens goed gaan. We overvallen alles wat overvalbaar is, zoals de saloon, de plaatselijke veeboeren, de bank en de goudmijn. De waarde en hoeveelheid van de buit wordt bepaald door uit de stofzak twintig fiches te trekken en deze op de plaats van delict uit te spreiden, van laag naar hoog. Waar we onze zinnen op hebben gezet geven we aan door een kaart uit te spelen. Eerst leggen we ze om beurt gedekt, om vervolgens gelijk te openen. Vervolgens gooit de startspeler de vijf speciale dobbelstenen en kijken we bibberend toe wat er gebeurt. Elke dobbelsteen met een sheriffster komt op één van de vijf sheriffvakken op het bord te liggen. Dat is belangrijk want wordt de vijfde ster gegooid vliegen de spelers die op dat moment nog in de stad zijn al hun buit en worden ze bedekt met pek en veren de stad uitgejaagd. De schande! Als er een saloonsymbool of een brandmerkteken wordt gegooid gaat er ook een siddering door het gezelschap. Spelers die in de saloon en bij de veeboeren een slag wilden slaan blijven dan immers met lege handen achter. Als een overval lukt moet de speler die de hoogste kaart van de betreffende locatie heeft uitgespeeld als eerste de bovenliggende buitfiche nemen. Dat is die met de laagste waarde. Dat gaat zo verder tot iedere betrokken speler een buitfiche heeft gekregen of de fiches op zijn. Tussen de overvalbeurten door kunnen we onze handkaarten tot zes aanvullen van een stapel naar keuze. Dat mag zonder uw beurt af te wachten, u bent tenslotte uitschot. Indien er lafaards aan tafel zitten is de kans groot dat ze voor alles overvallen is al lang de wijk hebben genomen. Dat biedt zekerheid over (een gedeelte van) de buit, maar het is toch eerder een activiteit voor watjes. Wie als eerste met de staart tussen de benen een stad verlaat mag u slechts één buitfiche meenemen, de volgende twee, de daaropvolgende drie enz. U mag ook slechts één buitfiche meenemen naar de volgende stad, de andere moet u inruilen voor "nuggets", zijnde overwinningspunten. Die kunnen ze u in elk geval niet meer afpakken. De omruilwaarde is in Deadwood, waar we van start gaan, 4 tegen 1. In El Paso, de aankomstplaats, is de ruilwaarde 1 tegen 1. U moet ook rekening houden met een erg lucratieve omruiltabel voor buitfiches die in bepaalde steden niet te halen vallen. In een stad zonder goudmijntje bijvoorbeeld kunt u uw goudvoorraad 1 tegen 1 inruilen. U weet wat u te doen staat. Zo trekt u van stad naar stad, overvalt naar believen, verzamelt buitfiches of wordt door de sheriff de stad uitgejaagd. Allemaal met één doel voor ogen: in El Paso de rijkste slechterik zijn. Wat maakt dit nu leuk? In het begin van het spel hebt u van elke potentiële locatie een kaart op hand. Na de eerste overval kunt u uw handkaarten aanvullen van een locatiestapel naar keuze. Interessant. Ook interessant is het observeren van welke kaarten uw medespelers op hun behaarde handen nemen. Dat verraadt het een en ander. Ook interessant. Het beurtelings al dan niet afleggen van een handkaart. Dat verraadt of u zich klaarmaakt voor een overval of de stad verlaat. Komt u later in de speelvolgorde, kunt u hieruit bruikbare informatie afleiden. Bruikbare informatie haalt u ook uit het gewoon omdraaien van de aflegstapel na uitputting van de trekstapel. Mits wat memory-vaardigheden kunt u weten welke kaart bovenaan komt te liggen. Dat uitvlooien is tot op zekere hoogte haalbaar, want elk stapeltje bevat slechts acht kaarten. Ook leuk: het risico om voor een lege brandkast te staan, hetzij door het leegroven ervan door uw medespelers vooraleer u kunt toeslaan, hetzij door de sheriff die u bij uw pietje pakt, hetzij door het gooien van een saloon- of brandmerksymbool door die klootzak van een werper van dienst. Heel leuk: het push your luck principe. U kunt ervoor blijven gaan, al raad ik u dat niet aan. Het blijft verwonderlijk in hoe weinig beurten vijf sheriffsterren kunnen worden gegooid. Uw buit op het juiste moment in de juiste stad omruilen voor harde valuta is ook een belangrijk opstapje naar de overwinning. Ook bevallig: elke overvalbeurt moeten er slechts vijf dobbelstenen worden gegooid. Dat gaat snel en dus mogen we hier gerust spreken van een soepele motor die op geen enkel moment haperingen vertoont. Het spelbord geeft u de kans wat voorkennis op te doen. U weet wat waar te halen valt en wat niet. Dat is belangrijk voor het timen van de zeer interessante ruilhandelingen. Het deed me een beetje denken aan het spelbord van Beowulf. Een beetje, maar het is geen slechte referentie. Uit het voorgaande blijkt dat u best met zoveel mogelijk spelers aan de slag gaat. Zo kunt u mekaar opjutten en het pek- en verenbad injagen. Met minder gaat een beetje van de spankracht verloren. Spreken de volgende kernwoorden u aan, waag u dan eens aan El Paso: risico, interactiviteit, snelheid, uitlachen, opjutten, ruilhandel en zevenstedentocht. Voor de kernwoorden "eigenaardige seksuele voorkeuren" en "circumcisie" moet u ergens anders zijn. Dominique El Paso (Zoch, 2009) Stefan Dorra 2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar 45 minuten
|
|
|
07-11-2009, 16:12:44 Dominique Algemeen
Reacties (1) |
|
|
Castle Panic is de naam. Aangenaam. U mag dit letterlijk nemen. De doosillustratie zet u al onmiddellijk op het verkeerde been. De kans bestaat zelfs dat u dit omwille van het deksel zult laten liggen, waardoor u de woordjes "kapitale blunder" ’s avonds voor het slapengaan bij in uw dagboek mag schrijven. In mijn voorbeschouwing van Spiel 2009 gaf ik al aan dat dit spel een lichter alternatief kan zijn voor Stronghold. Op basis van wat ik van Stronghold in Essen heb gezien en gehoord, gecombineerd met mijn ervaringen met Castle Panic, durf ik zelfs stellen dat Stronghold qua spelplezier geen match is voor Castle Panic. Stronghold houdt het gewoon niet. Ik weet het, ik begeef me hier op gevaarlijk ijs, maar als het "leuk" simuleren van een bestorming - let op de woordkeuze: geen "belegering" - van een burcht als maatstaf moet dienen geeft Castle Panic Stronghold het nakijken. Ik heb ze zien zitten, hoor, in Essen, de Stronghold-spelers. Fronsend boven het spelbord gebogen, spelregelboek in de hand, en maar opzoeken. Een groot contrast met een spelletje Castle Panic, waar na een eerste lezing het, overigens erg fraai uitgevoerde, spelregelboek in de doos verdwijnt om er nooit meer uit te komen. Oké, ik heb Stronghold niet gespeeld maar ik weet wel hoe een bestorming van een zogezegd onneembare vesting ongeveer zou moeten gespeeld worden. En de complexiteit van Stronghold is volgens mij niet de goede manier. Tenzij u een grote fan bent van een bestorming in s-l-o-w m-o-t-i-o-n. Waarom ik kies voor Castle Panic? Daarom één De snelheid van uitvoering. Dat gaat vooruit, en vooruitgaan gaat er bij mij altijd in. Een spelbeurt is kort, overzichtelijk, alles behalve ingewikkeld en toch voelt u het scherp van de snee aan uw strottenhoofd kietelen. Daarom twee De overzichtelijkheid van het gebeuren. In één oogopslag ziet u op het spelbord wat er aan de hand is en wat er op u afkomt. Dat is een voordeel als u wilt weten hoe u de situatie dient aan te pakken. Of uw medespelers daarmee akkoord zijn, zeker in de allen voor zich variant, valt zeer te betwijfelen. Hebt u trouwens het spelbord van Dungeonlords al eens bekeken? Welke kat vindt daar haar jongen op terug? Niet zo in Castle Panic. U leunt in spanning achterover en behoudt ten allen tijde het overzicht. U weet wat u te doen staat en hoe. Maar of u die hoe realiseert is een andere zaak. Eigenlijk staat u maar één ding te doen: voorkomen dat uw burcht tegen de grond gaat. Dat is een nobel streven en ook noodzakelijk, want u zit erin. En als u daar niet in slaagt verliest u. En anderen met u. Duidelijker kan een doel van een spel niet zijn. Wat er op u afkomt zijn goblins, trollen en orks en ze komen eigenlijk niet, ze denderen. En ze mogen dan en masse dat spelbord op denderen, u behoudt toch het perfecte overzicht. Ik ervoer dat als een grote verademing, een verademing die ik trouwens ook mocht smaken tijdens mijn eerste kennismaking met Ra: The Dice Game. Daarom drie De verticaal staande muren en torens. Ja hoor, ze staan écht overeind hier. In tegenstelling tot de muren van Stronghold, die al letterlijk plat liggen voor u aan het spel begint. In Castle Panic stáán muren en torens er gewoon en ze gaan ook echt plat als er een vijandelijke eenheid op inbeukt.. Meer zelfs, u kunt tijdens het spel beschadigde muren opnieuw verticaal opmetsen als u er het juiste materiaal en de tijd voor heeft. Daarom vier Het degelijke, functionele en overzichtelijke spelmateriaal. Het is allemaal mooi in balans in dit spel. 49 speelkaarten, 49 fiches vijandelijke eenheden, 1 overzichtelijk spelbord (met opdruk van de belangrijkste spelregels), 1 burcht bestaande uit 6 torens en 6 muren, 2 versterkingen, 1 zeszijdige dobbelsteen, 1 fiche kokende olie, 5 overzichtskaartjes en 1 spelregelboek. Daar moet u het mee doen. De driehoekig gevormde fiches van de vijandelijke eenheden zijn stevig, groot en duidelijk. U hebt geen bril nodig om te lezen wat erop staat en in één oogopslag ziet u hoe de sterkte van een eenheid evolueert. Ze zijn gewoon erg functioneel, een element dat soms al eens uit het oog wordt verloren tijdens het productieproces van een spel. De burcht zelf – in 3D dus – is eenvoudig van opzet maar heeft voldoende cachet om te overtuigen. De versterkingen die u tijdens het spel op de muren kunt aanbrengen zijn met het gezegde "Dat is een fluitje van een cent." in het achterhoofd ontworpen. Een verademing. Geen gepriegel hier. Daarom vijf De checklist. Overlopen we hem samen even? Solo speelbaar? Check! Coöperatief speelbaar? Check! Semi-coöperatief speelbaar? Check! Eén tegen anderen speelbaar? Check! Ieder voor zich speelbaar? Check! Familiaal speelbaar? Check!? Dat zijn veel kruisjes voor één doos. Daarom zes De gezonde stressfactor. Die bossen rondom blijven maar gespuis uitbraken en dat is, tot op zekere hoogte, nog controleerbaar. Maar als die speciale vijandelijke tegels worden omgedraaid kan het snel uit de hand lopen. Zo snel dat u, samen met uw al even onversaagde medespelers, om uw moeder gaat roepen. U slaagt achteraf een zucht van opluchting dat u dit in het echte leven niet hoeft mee te maken. Daarom zeven De eenvoud van de spelregels. Een mooi, overzichtelijk regelwerk in kleur en op dik papier. Dat mag ook eens gezegd worden. Er wordt geen ruimte gelaten voor vragen of het moest zijn dat u met een mierenneuker te doen hebt die elk woord en elk leesteken in elke zin aan een grondige evaluatie onderwerpt, iemand die bij de opmaakafdeling van het Belgisch Staatsblad werkt bijvoorbeeld. U gaat met zulke types trouwens sowieso beter niet aan een speltafel zitten. Daarom acht Het spelplezier. Beste medespeler, ik weet niet hoe het komt maar tegenwoordig moet het allemaal complex zijn. Regeltjes voor dit, regeltjes voor dat, uitzonderingsregels op dit, uitzonderingsregels op dat, uitzonderingsregels op uitzonderingsregels enz. Het Arkham Horror-effect noem ik dat. Ik vind dat niet leuk. Het spelplezier, daar doen we het toch voor? Wel doe uzelf dan een plezier en verschans u eens in deze burcht. Daarom negen De Boulder! Die is enorm groot, bolvormig, uit de hardste rots gehouwen en komt met een rotvaart het woud uitgerold. Richting kanteel waar u samen met uw medespelers opstaat. Onderweg walst hij alles plat, ook bevriende eenheden van de vijand. Goed voor u, dat laatste, maar minder goed voor het kanteel waar u op staat. De eerste muur op toren die hij tegenkomt gaat er immers onverbiddelijk aan. Daarom tien De speciale eenheden van de vijand De Goblin King bijvoorbeeld. Die brengt onmiddellijk drie extra eenheden mee in zijn kielzog en dat komt allemaal krijsend en zwaaiend met van alles en nog wat uw richting uitgerend, De Ork Warlord, die er op z’n eentje in slaagt een massale troepenverplaatsing te bewerkstelligen, of wat te denken van de Healer, die erin slaagt gewonde eenheden geheel of gedeeltelijk te genezen. Daarom elf De bijzondere kaarten. Om u te verdedigen beschikt u, als u geluk hebt, ook over de nodige handigheidjes. Er zijn de basiseenheden zoals boogschutters, ridders en zwaardvechters. Maar u beschikt ook over helden, barbaren, kokende olie, muurverstevigingen enzovoort. Alleen meestal in onvoldoende hoeveelheden en niet op het juiste moment. Daarom twaalf U kunt met z’n zessen. En sterker nog: u maakt evenveel plezier als met 1, 2, 3, 4 of 5. Daarom dertien De schaarste. Eén keteltje kokende olie hebt u maar. En mortel en steen zijn ook niet bepaald in grote hoeveelheden voorhanden. Twee walverstevigingen hebt u ergens in de kaartendeck zitten. Kortom, wat u echt nodig heeft komt weinig voor. Of zit in de handjes van uw medespelers. En of ze dat met u willen ruilen aan het begin van uw beurt is maar zeer de vraag. Daarom veertien De varianten. Even terugkomen op de checklist. Op de laatste pagina van het spelregelboekje staan een paar varianten die u het leven makkelijker of moeilijker kunnen maken. U doet er mee wat u wilt maar u kunt naar hartelust moduleren. Daarom vijftien De mogelijkheid van uitbreidingen. Ik ben niet zo’n uitbreidingenfreak, maar deze leent er zich toch uitermate toe. Eindeloos zijn de mogelijkheden die zich kunnen aandienen. Het gebeurt niet dikwijls, maar nu hoop ik echt dat ze er komen. Daarom zestien Castle Panic is een lokmiddel voor niet- of weinigspelers. U gaat ze hiermee warm maken, die subgroep. Kirren van genot gaan ze. En ze willen nog een keer, en nóg een keer. En nóg een keer omdat ze nu toch eindelijk eens willen winnen. En dan hebt u nog geen melding gemaakt van de mogelijke varianten. Daarom zeventien U handelt met uw medespelers. Kom, handelen is een groot woord maar tijdens uw beurt wordt toch de mogelijkheid geboden één kaartje te wisselen met een medespeler. Met z’n zessen zelfs twee. En dat is, ondanks de kleinigheid die dat lijkt, zeer belangrijk. U kunt letterlijk open kaart spelen en laten zien wat u in de aanbieding hebt of u kunt, vooral in de ieder voor zich variant, gesloten spelen en bluffen dat het niet mooi meer is. U ziet maar. Hou wel rekening met het feit dat u niet kunt winnen als u geen medewerking krijgt van uw medespelers en omgekeerd. Vriendelijkheid ten opzichte van elkaar geeft meer zegekansen. Dat is een moeilijke evenwichtsoefening, zeker als iedereen aan tafel tegelijk met die oefening bezig is. Daarom achttien Het ongewenste bezoek. Ik heb het hier over de horror die ontstaat op het moment dat een vijandelijke eenheid uw burcht heeft bereikt en door uw buitenwallen is gebroken. Gespuis dat eenmaal binnen is, is immers moeilijk buiten te krijgen. Vergelijk het met een stofzuigerverkoper. Dan krijgt het ruilen van een kaart bij het begin van uw beurt plots een heel andere dimensie, want er zijn er niet veel die dan nog soelaas bieden. En als er twee of meerdere eenheden uw buitenwallen hebben gesloopt, doe dan uw pampertje maar aan. Voor zover u het al niet aanhad. De uitdrukking "Alle hens aan dek!" ontsluiert dan pas haar ware betekenis. Daarom negentien De speciale fiches van de vijand. Een kleine greep uit het assortiment. Move All Monsters Blue, Move All Monsters Red, Move All Monsters Green, Monsters Move Clockwise, Monsters Move Counter-Clockwise, Plague Archers, Plague Knights, Plague Swordsmen, Draw 3 Monsters Tokens, Draw 4 Monster Tokens. Ik gebruik even de Engelse terminologie omdat ze zo mooi klinkt. En dan heb ik het nog niet als ze in combinatie worden geactiveerd (er worden er op het einde van een beurt altijd twee omgedraaid). Het zijn allemaal leuke dingen. Voor de vijand, maar niet voor u. Daarom twintig Uw medespelers. Uw vijanden komen uit de bossen die uw burcht omringen, maar er zitten er ook binnen de muren: uw medespelers. Zij hebben, net als u, belang bij een collectieve zege maar doen daar enkel en alleen aan mee omdat ze uiteindelijk zelf als enige de handen in de hoogte willen steken. Ze gaan er dan ook alles aan doen om de schijn zo lang mogelijk op te houden. Maar u hebt een voordeel: u weet dat. Maar de anderen ook. Voldoende voedingsbodem voor wantrouwen en achterdocht. Probeer u even voor te stellen wat dit gegeven doet met de variant waarin u in uw eigen torentje zit en uit het spel wordt gekieperd als het neer gaat. Ik weet het, als u het voorgaande leest denkt u: "Hij overdrijft." Een wellicht hebt u gelijk. Gedeeltelijk toch. Dit is relatief lichte kost, maar ook relatief lichte kost verdient aandacht. En als ik trouw wil blijven aan mijn stelling dat ik probeer weer te geven wat ik voel tijdens het spelen van een spel kan ik niet anders dan u meegeven dat ik tijdens mijn sessies Castle Panic echt heb genoten. En anderen met mij, dat was duidelijk. Ziet u dit dus ergens op tafel liggen, vraag dan eens of u even mee mag aanschuiven. Daarna praten we opnieuw, u en ik. Dominique Castle Panic (Fireside Games, 2009) Justin De Witt 1 tot 6 spelers vanaf 10 jaar 60 minuten
|
|
|
04-11-2009, 18:14:53 Dominique Algemeen
Reacties (1) |
|
|
Spelen maakt vrienden en ik ben bepaalde bord- en kaartspellen daar nog altijd dankbaar voor. Zonder spelen had ik die fantastische mannen en vrouwen waarschijnlijk nooit ontmoet. De mensen waarmee ik regelmatig de speltafel deel, en ook mijn lief en leed, zijn van uiteenlopend pluimage. Uiteraard is hun voorliefde voor spellen een belangrijke eigenschap, die ik zeer apprecieer, maar er zijn ook andere kenmerken die zeer de moeite waard zijn om eens nader te bekijken. Zo hebben we er regelmatig eentje aan tafel zitten die het, bij wijze van spreken, geen maand in België uithoudt. Dan begint het te kriebelen en dan moet hij weer weg. Liefst zo ver mogelijk. Recentelijk bijvoorbeeld nog naar Brazillië, vanwaar hij met de verbijsterende mededeling kwam dat hij quasi in elke speelgoedwinkel Pictureka had zien liggen. Een paar maanden daarvoor was hij in Alaska bijna in een gevecht verwikkeld geraakt met een grizzlybeer - "Die kwam daar goed weg!" - en hij is ook niet te beroerd om op de oevers van de Zambezirivier aan een krokodil de weg naar het dichtst bijzijnde pygmeeëndorp te vragen. Maar zijn grootste en meest risicovolle avonturen beleeft hij toch in zijn thuisland. Tijdens zijn verplaatsingen met Lierse SK. Als er een equivalent van de hel op aarde bestaat is het toch de Belgische tweede voetbalklasse. Wat hij daar meemaakt durf ik hier niet neer te schrijven. Kán ik zelfs niet neerschrijven. Mijn handen beven dan te erg. Kris, zo heet hij, is er eentje uit de duizend. Steeds paraat, altijd kwinkslagen in de aanbieding en nooit slecht gezind. En groot en stevig gebouwd. Een beetje een bodyguardachtig type, zeker als hij zijn zonnebril draagt. Iets wat ons in Essen al de nodige voordelen heeft opgeleverd. Met Kris erbij hoef je met voorrang van rechts geen rekening te houden. En, uiteraard, een fervent bord- en kaartspeler. En een goeie ook. Het is lastig winnen als hij mee aan tafel zit. Het zij hem vergeven. We hebben hem te graag. Enkele dagen geleden diepte Kris uit zijn post-Essen-doos "African Park" op. Moest hij gewoon hebben. Om mee te nemen als hij nog eens naar Afrika gaat. Want Kris heeft ook een missie: collega reizigers tot spelen bekeren. En ik denk eerlijk gezegd dat zijn slaagpercentage groter is dan die van een gemiddelde Jezuïet op zieltjesjacht. African Park was de afsluiter van die, overigens weer zeer geslaagde, avond. In African Park, het kaartspel, probeer je drie zo waardevol en gediversifieerd mogelijke natuurparken te creëren. De flora laten we even buiten beschouwing. We focussen enkel op de fauna, daar hebben we onze handen al meer dan vol mee. Onze wildparken moeten wel aan een paar voorwaarden voldoen. Er moeten landdieren in en ook waterdieren mogen niet aan de kant blijven staan. Grote dieren zoals olifanten en neushoorns zijn erg in trek omdat ze makkelijker te fotograferen zijn en roofdieren worden omwille van hun grote tanden en hun gevoel voor show tijdens de jacht ook erg gewaardeerd. Er zijn echter wel een paar moeilijkheden die we moeten zien te overwinnen. Olifanten en neushoorns gaan eigenlijk niet zo goed samen en je natuurpark is er nogal snel mee gevuld. Daar gaat dan de diversiteit. Nijlpaarden en krokodillen: net hetzelfde. Niet in hetzelfde zwambad graag. Roofdieren oké, maar zet je er een antilope bij wordt die gewoon onmiddellijk opgegeten. En ook een krokodil komt al eens graag het water uit om een ranke gazelle eens wat nader te bekijken. Luipaarden en leeuwen worden ook al niet graag samen gezien. Als je park te klein is worden sommige dieren depressief en beginnen ze stereotiep gedrag te vertonen. Ze blijven wel maar leveren dan aan het einde van het spel geen punten op. Andere beesten halen gewoon hun neus op voor je kleine parkje en gaan uit protest gewoon op je minpunten- kaartenstapel liggen. En ze wordt dit op het eerste gezicht eenvoudig kaart-aanlegspelletje plots een hels karwei, een varken dat moeilijk te wassen valt. Leuk, dat wel, maar ook hels. Op verplaatsing met Lierse SK zeg maar. Want er worden dierkaarten opengelegd gelijk aan het aantal spelers. Als je laatst aan de beurt bent blijf je nogal eens met onbruikbare of erg hinderlijke overschotjes zitten. In het begin van het spel mag je dan wel veel aflegmogelijkheden hebben, die gaan al snel in ijltempo bergaf. Uw parken worden voller en dus minder moduleerbaar. Dat wringt en u gaat van goeden huize moeten zijn om in uw eigenste Park Van Noah een goed evenwicht te vinden, laat staan te behouden. Dieren die worden opgegeten gaan onmiddellijk op uw minpuntenstapel, deprimo’s blijven wel in je park rondhangen maar leveren geen punten op en als je park te klein is plegen kandidaat parkbewoners al zelfmoord voordat ze ook maar een poot op je heilige grond hebben gezet. Elk dier levert punten op, plus of min, en zodra een speler zijn parken volledig heeft bevolkt is het spel gedaan. Ook een uitgeputte trekstapel initieert het speleinde. En dan worden uw parken geëvalueerd. Elke dier in je park, behalve de depressievellingen, levert het aantal afgebeelde punten op de kaart op, kuddes geven bonuspunten (afhankelijk van de grootte van de kudde) en je trekt de punten van de dieren in je kerkhof van dat totaal af. En daar verschijnt reeds uw eindscore. Een leuke afsluiter was dat. De onderleeftijd van 6 jaar lijkt me een beetje overdreven, tenzij je met een aangepaste variant aan de slag gaat, maar ik zie dit wel als een leuke educatieve insteek in het basisonderwijs. Spelend leren kan hiermee. De kaarten zijn duidelijk, stevig, kindvriendelijk geïllustreerd en tekstloos. Kris won. Kon moeilijk anders, hij is onlangs nog in Afrika geweest en heeft daar ongetwijfeld prospectieve handelingen gesteld. Het is hem vergeven. Het was immers een leuke reis, die naar mijn nederlaag. Vandaag Rik Torfs gehoord op radio 1: "In dit leven zijn wij toevallige voorbijgangers. Wij ontmoeten andere voorbijgangers en groeten hen. En elke groet kan onze laatste zijn." Misschien moeten we dat in gedachten houden als we bij onze spellenvrienden aanschuiven, en elkaar ontmoeten alsof het de laatste keer is. Koesteren, beste medespeler, is een mooi werkwoord. Dominique African Park (Giochix.it, 2009) Stefania Niccolini & Marco Canetta 2 tot 4 spelers vanaf 6 jaar 20 minuten
|
|
|
02-11-2009, 10:15:55 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Ik moet u iets bekennen. Ik heb op Spiel 2009 Gonzaga gekocht. Ik weet het, deed er in de aanloop naar Spiel een beetje meewarig over, met lacherige opmerkingen over gimmicks en zo, en ik rondde mijn bijdrage van 5 oktober af met de onsterfelijke woorden: "Ik kan het niet helpen, maar als ik aan dit spel denk doemt steeds weer de cover van "De Plastieken Walvis" van Jommeke in mijn geest op. Ik vrees dat de strip beter is." Beste medespeler, ik heb me vergist. Zelfs het woord schromelijk mag aan de vorige zin worden toegevoegd. Want Gonzaga heeft mij verrast. Aangenaam verrast. Deze bijdrage staat dan ook in het teken van het uitwissen van de schade die ik de auteur, het spel zelf en de uitgever heb toegebracht. Tijdens mijn bezoek aan Spiel raakte ik na het ontwaren van de eerste glimp van Gonzaga onderhevig aan een bizar fenomeen. Ik werd er steeds weer naar toe getrokken. Stond ik in de fantasyhal schaars geklede elfen te bewonderen dwaalden mijn gedachten toch steeds weer af naar standje 10-40, alwaar aan een lange rij tafels eigenaardig gevormde plastic spelonderdelen op kaarten van Europa werden geplaatst. Het had iets van een ongekende schoonheid, die lange, door plastic bontgekleurde tafelrij. Meer nog, het merendeel van de aangezetenen leken zich allerminst te vervelen. Ze leken zich zelfs te amuseren. Dat alles fascineerde en intrigeerde mij. En dat bleef maar fascineren en intrigeren tijdens die twee dagen in Essen, ondanks een gemiddelde bepakking van ongeveer 30 kilogram. Ik hield de boot af tot laat in de middag van dag twee. Toen hield ik het niet meer en heb ik het gekocht, vrezend dat het mijn – naar jaarlijkse gewoonte – miskoop van de beurs zou zijn. Die vrees bleek ongegrond. Als lid van de familie Gonzaga probeer je zoveel mogelijk invloed te verwerven in Europa. En invloed hadden ze, The Great Gonzaga’s. It was all in the family. Van 1200 tot 1700 ongeveer. Volgens mij is Berlusconi er een rechtstreekse afstammeling van. Kan moeilijk anders met die megalomane trekjes van hem. Ik weet niet of zij hulpmiddelen in plastic hadden om hun gebieden uit te breiden, maar wij hebben ze hier in elk geval wel. Onder de vorm van zeshoekig gevormde synthetisch samengestelde spelonderdelen. Deze moeten uiteindelijk op het bord, liefst aan elkaar grenzend en zoveel mogelijk steden en havens bedekkend. U brengt ze op het bord door twee kaarten uit te spelen, een actiekaart die aangeeft wát uw gebieden moeten bedekken (stad, haven, stad én haven enzovoort) en een gebiedkaart die aangeeft in welke regio uw gebied wordt geplaatst. De actiekaarten zijn met A, B en C gemerkt en ze bepalen bij het uitspelen ook de spelersvolgorde. Eerst mogen kan u immers een aanzienlijk voordeel opleveren. De Koningskaart is een speciale, dan mag u altijd eerst. De vorm van het gebied dat u plaatst wordt door uw persoonlijke voorraad gebiedkaarten bepaald en die worden gewoon blind van de stapel getrokken. Daar moet u het dan die beurt mee doen. Dat is leuk want dat zorgt al eens voor een plotse en noodzakelijke aanpassing van de tactiek. Niks was zeker in die tijd, dus ook niet op dit spelbord. Nadat u weet welke vorm uw gebied heeft (altijd drie of vier hexagons met ook een aantal kastelen erop) bepaalt u in welke regio dat gebied terechtkomt. Afhankelijk van het (willekeurig) gekozen scenario zijn bepaalde gebieden actief en andere inactief. Gebieden in actieve regio’s leveren meer punten op dan gebieden in inactieve. U moet er wel op letten dat de kastelen die op uw gebieden staan niet worden gedropt in zeegebieden en ook bepaalde grenzen mag u niet overschrijden. Na de magische verschijning van uw gebied scoort u onmiddellijk punten. Drie per bedekte stad en haven in een actieve regio, één punt in een inactieve. Als u drie havens binnen een zeegebied met elkaar verbindt krijgt u daar nog eens tien bonuspunten bovenop. Als u er niet in slaagt uw gebied te plaatsen of u bent koppig en u wil het gewoon niet schenkt u het plastieken geval aan de kerk. Dat levert u drie punten op. Tijdens de eindtelling wordt nagegaan in hoeverre u de doelstellingen op uw opdrachtkaart, die u in het begin van het spel hebt getrokken, hebt gerealiseerd. Deze eindtelling treedt ten vroegste op na de zesde ronde, maar kan door onvoldoende bezette steden en havens op het bord nog enkele ronden worden uitgesteld. Bezette steden leveren bonuspunten op, bijvoorbeeld vijf punten als u twee steden op uw opdrachtkaart hebt bezet, vijfendertig als u van zes steden de sleutel onder uw deurmat hebt liggen. Er wordt nog even gekeken wie het grootste aantal aaneengesloten gebieden heeft. Die krijgt de Gonzaga-bonustegel die vijftien punten waard is. Waarna het spel is gespeeld. Bij aanvang van het spel bezit u ook zes individuele ringen, die één hexagon op het bord – liefst een stad of haven uiteraard – kunnen bezetten. Die kunt u ook op een reeds geplaatst gebied van een tegenstander leggen. Maar u moet er ook eentje inleveren als u de Koning als actiekaart uitspeelt. Het Koningshuis houdt immers ook hier, naar gewoonte, het handje op. Deze ringen, die ook verbonden en huwelijken van uw familie met die van uw tegenspelers symboliseren, zijn heel belangrijk. Hier nonchalant mee omgaan wordt, net als in een echt huwelijk, zwaar afgestraft. Het is maar dat u het weet. Nogmaals, Gonzaga heeft mij aangenaam verrast. Op minder dan een uurtje bent u klaar en persoonlijk vind ik het groeien van de gebieden op het fraai vormgegeven spelbord een geslaagde visuele traktatie. Dat mag ook al eens. Hebt u trouwens een meer dan gemiddeld niveau van ruimtelijk visueel inzicht komt u hier zéker aan uw trekken. Gonzaga is een mengeling van Fits, Ticket To Ride en El Grande. Ik kan een hoop spellen opnoemen die veel slechtere referenties moeten voorleggen. Strategieliefhebbers, een benijdenswaardige soort waar ik mijzelf jammer genoeg niet toe durf rekenen, komen hier niet echt aan hun trekken. Fans van tactiek, een subgroep waarbinnen ik mij wel graag beweeg, zitten hier dan weer wel aan een rijkgevulde tafel. En smullen dat ze doen! De eerste vier letters van Gonzaga doen mijn gedachten ook afdwalen naar The Great Gonzo, die heerlijke gek van The Muppet Show. Hieronder ziet u hem nog eens aan het werk met zijn fantastische en levensgevaarlijke motorfietsact. http://www.youtube.com/watch?v=4tRPEd_LGIQDe Grote Gonzo’s van deze wereld, ze maken het leven nog net draaglijk. En ik durf gerust te stellen dat Gonzaga dat ook doet. Dominique Gonzaga (Abacus / daVinci Games, 2009) Guglielmo Duccoli 2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar 45 minuten
|
|
|
31-10-2009, 14:40:38 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Robots, ze zijn uit de spellenwereld niet weg te slaan. Mogelijk heeft het feit dat we ons zelf meer en meer als een robot beginnen te gedragen daar iets mee te maken. Is het thema ons niet vreemd, een leuk spelletje met dit thema opnoemen is voor mij al een stuk moeilijker. Ik heb dan ook weinig robotspellen in mijn spellenkast staan. Roborally is echt wel de moeite, zegt u? Neen dank u. Doe dat maar lekker solo. "Fzzzt!" heeft verandering in het aanzien van mijn spellenkast gebracht, al is het zo klein dat u echt wel veel moeite gaat moeten doen om het te ontwaren. Ik ga de warm en koudmethode moeten gebruiken om u er naartoe te leiden. Het is zelfs zo klein dat de uitgever u vriendelijk vraagt het doosje te gebruiken als startspelerfiguur, al kreeg je er in Essen een leuk "fluffy" startspelerfiguurtje bij met een papieren moersleuteltje in de hand. En een kortingbon van 2 euro voor The BoardGameGeek Game. Samengevat komt het hierop neer: u bent een mecanicien en u verzamelt robots. Puur voor het verzamelplezier maar ook om een aantal productie-eenheden draaiende te houden. Uw voorraad robots leveren op het einde punten op en goed bevoorrade productie-eenheden zorgen voor een blinkende bonus. Of minus als u jammerlijk faalt. De kaartendeck bestaat, zoals u waarschijnlijk al vermoedde, voornamelijk uit robots. Die gaat u verzamelen en later toewijzen aan productie-eenheden die u ook in de kaartendeck terugvindt, zij het in mindere mate. U verzamelt door het hoogste bod uit te brengen. In de eerste ronde doet u dat met uw mecanicienkaart en drie start-robotkaarten die voor elke speler hetzelfde zijn. Elke kaart heeft een aantal bliksemschichtjes in de linkerbovenhoek waarvan het aantal aangeeft hoe groot de biedwaarde is. Voor elke biedronde worden er acht kaarten gedekt naast de trekstapel opengelegd. De laatste kaart wordt opengelegd en een schakelaar rechts onderaan de kaart geeft aan hoeveel kaarten er van de rest van de rij open komen te liggen. Met een beetje geluk kunt u dus een beetje anticiperen. Tijdens het bieden legt u gewoon wat u wil bieden gedekt voor u neer (u mag niet, u moet). U doet dit niet simultaan maar in uurwijzerzin, te beginnen met de startspeler (hij die met dat doosje zit te zwaaien). Zit u een beetje laat in de biedvolgorde ziet u hoeveel kaarten uw collega’s hebben uitgelegd. Dat kan helpen, al kan de mecanicienkaart met waarde nul er ook tussen liggen om u van tafel te bluffen. De speler die de biedronde wint krijgt de kaart en legt zijn bod en de gewonnen kaart voor zich af in zijn persoonlijke voorraad. De andere spelers mogen hun biedkaarten weer op hand nemen. Na een tijdje zit u dus met ongelijke kaarthandjes aan tafel. Dat is leuk. Bij gelijke standjes tijdens het bieden wint de startspeler of hij die er in uurwijzerzin het dichtst bij zit. Zijn de openliggende kaarten geveild wordt de volgende dichte in de rij opengedraaid en die bepaalt weer hoeveel er verder in de rij open komen te liggen. Het bieden gaat zo lekker door tot de acht uitgelegde kaarten zijn opgeëist of tot alle spelers hun hand hebben leeg gespeeld. Dan mag elke speler eventueel robotkaarten toewijzen aan verzamelde productie-eenheden, zijn resterende voorraad kaarten schudden en er zes van op hand nemen. Vervolgens start de volgende biedronde met acht nieuwe kaarten. We blijven rondjes draaien tot de trekstapel is opgebruikt of de biedrij niet meer tot acht kaarten kan worden aangevuld. We sluiten af door onze productie-eenheden een laatste keer te bevoorraden en dan gaan we tellen. Op onze verzamelde robots staan afbeelding van moeren, bouten, tandwielen en een beetje olie als glijmiddel. Soms zelfs een combinatie van meerdere ingrediënten. U begrijpt dat deze kaarten zeer geliefd zijn in de metaalsector. Kunt u de gevraagde onderdelen aan uw productie-eenheden toewijzen krijgt u, zoals eerder al aangehaald, bonuspunten. Meerdere setjes mag ook, en elke set extra betekent kassakassa! Tellen is simpel: u telt de puntenwaarde van uw verzamelde robotkaarten op en voegt daar de bonuspunten van uw productie-eenheden bij. Kunt u een productie-eenheid niet van voldoende onderdelen voorzien krijgt u minpunten, net als voor uw verzamelde Fzzzt-kaarten die elk één minpunt opleveren (maar dan weer lekker veel biedwaarde hebben). Wie het meeste punten heeft wint. Beste medespeler, dit is een klein gemmeke van Spiel 2009. En u moest er echt naar zoeken om het te vinden, als was een klein klompje goud. Dat is het naar mijn persoonlijke spelnormen ook. Een glinsterding op tafel. Het is in vijf minuten uit te leggen, speelt als een TGV en heeft meer diepgang dan u tijdens uw eerste afspraakje zult vermoeden. Er zit ook een vleugje Dominion in. Uw verzamelde kaarten vormen immers uw voorraad voor de verdere biedprocessen. U probeert deze voorraad zo klein maar waardevol mogelijk te houden zodat u bij het begin van een biedronde de juiste kaarten op de hand krijgt. Dat klein houden doet u door uw lagere kaarten indien mogelijk tussen de biedrondes in aan uw productie-eenheden toe te wijzen. Fzzzt-kaarten leveren elk één minpunt op aan het einde maar ze zijn ook verleidelijk omdat ze een meer dan gemiddelde biedwaarde hebben. De mecaniciens hebben dan weer waarde nul maar zijn een interessant blufobject. Verwaarloos uw productie-eenheden niet. Selecteer vooraf goed wat u wil hebben. Let op wat ze nodig hebben en ageer daarnaar. Minpunten waar u op deze manier tegen oploopt kunt u missen als kiespijn. Croyez-moi! Ook leuk, een kaartspelletje waar u nog eens een hoop overwinningspunten kunt verdienen. Onze winnaar had er een kleine zestig. Daar kan men al mee buiten komen. Fzzzt! smaakt naar meer, past als gegoten in uw binnenzak (tenzij u persé een echte Engelse sleutel als startspelerlfiguur wilt gebruiken) en krijgt, ondanks de bescheiden verschijningsvorm, een ereplaatsje in mijn spellenkast. Robot Rock. Het is een fantastisch nummer van Daft Punk. Ooit zag ik dat live op Pukkelpop. Indrukwekkend. Wel, Fzzzt! rockt ook, zij het met minder toeters en bellen. Probeer uzelf te verplaatsen naar de donkerste der donkere nachten. Laat in die donkerte vervolgens een klein glimwormpje voorbij zoeven, fzzzt. Het gevoel dat u dan hebt kunt u vergelijken met uw eerste kennismaking met Fzzzt! Het is niet groots, het is niet allesomvattend, u gaat er niet van leviteren maar u wordt er wel een beetje warm van. En u glimlacht. Ik weet niet hoe het met u zit, maar dat gevoel is voor mijn spellenkast ruim voldoende. Dominique Fzzzt! (Surprised Stare Games Ltd., 2009) Tony Boydell 2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar 30 minuten
|
|
|
30-10-2009, 15:33:22 Dominique Algemeen
Reacties (1) |
|
|
Vandaag wil ik uw aandacht vragen voor een eenvoudig maar uiterst verslavend kaartspelletje. Ik doe dat omdat ik in Essen naar jaarlijkse gewoonte weer een bezoekje heb gebracht aan onze Japanse vrienden van Grimpeur. Na de obligatoire 67 buigingen en een uitgebreide theeceremonie van ongeveer drie uur kreeg ik het mee, samen met Greedy Kingdoms en Chronicle. Het thema waaraan dit kaartspelletje is opgehangen is Alice In Wonderland. U kent het verhaal dat aan het bizarre brein van Lewis Caroll is ontsproten allemaal wel. Alice ziet tijdens een uitje een sprekend konijn met een grote klok dat schijnbaar ergens te laat gaat arriveren, loopt erachteraan, valt in een gat in de grond, komt in een bizarre wereld terecht, ontmoet allerlei eigenaardige creaturen en beleeft daarmee vervolgens de meest gekke, en ook levensgevaarlijke, avonturen. Las je dit verhaal voor het slapengaan voor aan je spruiten konden ze voor de rest van de nacht van pure angst de slaap niet meer vatten. Een ideaal afsluitmoment na een stoute dag dus. Ik raad u trouwens nu al aan anno 2010 te gaan kijken naar de filmadaptatie van Tim Burton, waarvan hieronder een voorproefje: http://www.youtube.com/watch?v=LjMkNrX60mAHet thema, beste medespelers, is er dan wel, het vinden tijdens het spelen is een heel andere zaak. U moet al van heel goeden huize zijn om hier de link thema-spel te kunnen ontwaren. Maar dat geeft niet. Want dit spelletje speelt zo lekker en elegant weg dat het niet mooi meer is. En het is verbluffend simpel. In Wonderland wordt een parade georganiseerd en blablabla en blablabla. Het volstaat dat u weet dat de kaartendeck bestaat uit zes setjes van tien kaarten, elk in hun eigen kleur en met een karakter uit het boek erop. Het klokdragende konijn zit erin en Alice uiteraard ook. Ook de dodo en de kameleonkat werden door Grimpeur niet over het hoofd gezien. De kaarten worden geschud, elke speler krijgt er vijf op hand en er worden er zes in een rij opengelegd naast de trekstapel: zij vormen de parade! Wat volgt is van een onnavolgbare simpelheid die na uw eerste sessie gek genoeg naar heel veel meer smaakt. Tijdens uw beurt moet u een kaart uitspelen. U legt deze achter aan de parade aan en u telt het aantal kaarten, gelijk aan de waarde van uw uitgespeelde kaart, naar links. Beslaat deze telling de hele parade is er niks aan de hand. Blijven er echter kaarten over aan het begin van de parade zit u met een probleem want u moet mogelijk een aantal van die overblijvende kaarten uit de parade halen en voor u open op tafel leggen. Dat is niet goed want die leveren bij de eindtelling strafpunten op. Wat u weg moet nemen zijn de kaarten die dezelfde kleur hebben als uw uitgespeelde kaart en de kaarten die een gelijke of lagere waarde hebben. Zoals gezegd legt u deze open voor u neer, mooi gesorteerd zodat het tellen van uw minpunten snel en overzichtelijk kan gebeuren, maar toch vooral opdat uw medespelers ze goed kunnen zien. Want die gaan hun verdere acties daar meedogenloos op afstemmen. Na het leggen van uw kaart trekt u een nieuwe van de trekstapel en wacht zuchtend en tandenknarsend op uw volgende beurt. Het spel is gedaan zodra een speler kaarten in alle zes kleuren voor zich heeft verzameld of zodra de trekstapel leeg is. In beide gevallen komt iedereen nog één keer aan de beurt. Zodra er bij een speler zes kleuren openliggen wordt er na de laatste beurt geen kaart meer bijgetrokken. Dat is belangrijk want elke speler moet het spel afsluiten met vier handkaarten Als laatste actie schudt elke speler zijn resterende vier handkaarten, trekt er twee uit en voegt deze toe aan de kaarten die hij tijdens het spel voor zich heeft verzameld. Daarna wordt er geteld. Ook dat tellen is heel simpel. Er wordt gekeken welke speler in welke kleur de meeste kaarten heeft verzameld. De gelukkige draait deze kaarten om en krijgt voor elk van deze kaarten slechts één minpunt. Bij gelijke stand profiteert iedere gelijk gestrande speler van dit voordeel. Daarna telt elke speler de waarde van al zijn nog openliggende kaarten op en noteert ze als minpunten. Dat is het. Maar niet voor mij want ik kon hier, ondanks de schijnbare eenvoud, heel moeilijk mee stoppen. Tijdens het spelen wordt al snel duidelijk dat u met interessante dilemma’s wordt geconfronteerd. Hou ik mijn hoge kaarten bij of speel ik ze toch snel uit om voorlopig buiten schot te blijven maar met het risico dat ze snel naar de kop van de parade opschuiven, mogelijk zelfs tegen de tijd dat ik weer aan de beurt ben? Ga ik ervoor om zo weinig mogelijk kaarten te verzamelen of ga ik voor de meerderheid in een bepaalde kleur om mijn minpunten te minimaliseren? Durf ik dat trouwens aan? En wat met die laatste vier handkaarten? Wat doe ik daarmee? Twee ervan gaan open op tafel, maar deze worden blind uit mijn stapeltje van vier getrokken. Hoe doe ik daar aan damagecontrol? En blijf ik wel voldoende alert voor het naderen van het speleinde? Kom ik niet te laat met mijn mastermove? En wat speel ik uit tijdens die allerlaatste beurt? En dan de belangrijkste vraag: kunnen we nóg een keer? Dat zijn veel ingrediënten in een doosje van 2,5 op 9 op 6 cm. Hou alvast rekening met een hele klets minpunten. Zo rond de dertig is een mooi gemiddelde. En helemaal leeg uitgaan is een mirakel waarvoor u nog tijdens uw leven de heiligenstatus verdient. Maar u mag het proberen, het is een uitdaging. Parade, beste medespeler, is mijn favoriete filler in wording. En is ook extremely funny met twee. Dominique Parade (Grimpeur Inc., 2009) Naoki Homma 2 tot 6 spelers vanaf 10 jaar 30 minuten
|
|
|
26-10-2009, 19:31:33 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
November is een vermoeiende maand. De "De Tafel Plakt Spellen-Van-Essen-Marathons" komen er alweer aan, er is de Asmodee Nocturne op 6 november en Spel 2009 in Broechem komt ook met rasse schreden onze richting uitgerend. Verder heb ik me voorgenomen weer enkele spellenclubs aan te doen en wordt ik ook verwacht als demonstrator op een spelavond ergens in het Geelse. Maar ik heb weer wat meer energie, laten we die dan ook maar verbranden. Gisteravond heb ik mijn post-Spiel-vermoeide-benen nog eens in actie gezet en deelgenomen aan de befaamde Diestse Draculatocht. Na 100 meter stappen voelden mijn benen alweer aan als lood, een gevoel dat ik normaal gezien pas dien te trotseren na twee dagen Spiel. Ik was duidelijk nog niet helemaal gerecupereerd. En het lood sloeg al helemaal in mijn schoenen toen ik het antwoord hoorde van mijn jongste dochter en haar vriendinnetje toen ze onderweg werden bevraagd door de Heer Dracula himself: "Kunnen jullie mij helpen, lieve kinderen? Ik ben op zoek naar bloed van jonge maagden!". Het antwoord van die twee was: "U hebt pech, Heer Dracula, wij zijn geen maagden!" U kunt zich misschien wel voorstellen wat dat met een vader van een tienjarige doet. Het leverde haar een lange nachtelijke ondervraging op. Met bureaulamp. Ze kon me uiteindelijk overtuigen van het feit dat ze het sterrenbeeld hadden bedoeld. We leven in een verwarrende tijd. Ooit was het leven simpeler. In Darwin’s tijd bijvoorbeeld. Bootje op, bootje varen, zeeziek zijn, aanmeren, eiland verkennen, notities maken, afmeren, bootje op, bootje varen, zeeziek zijn, aanmeren, notities te boek stellen, voldaan achterover leunen, sterven, wereldberoemd worden. Dat waren nog eens tijden. Darwin is lang heen, maar gelukkig zijn er speluitgevers die het belang van deze historische figuur terecht naar waarde weten te schatten en er een (mooi) spel over maken. En naar LudoArt-normen ook goedkoop. 20 euro. Ik heb ze daar ooit andere dingen met euro’s weten doen. In Darwinci graven we knoken op. Die gaan we proberen te reconstrueren tot een acceptabel creatuur. U moet acceptabel hier met een grote korrel zout nemen. Want wat uiteindelijk op onze tafel verschijnt zou ik na zonsondergang niet willen tegenkomen. Onze onderzoekstafel is ook niet bijster groot. Ze kan maar 12 skeletonderdelen bevatten en dat in een 3 x 4 raster. Weinig manoeuvreerruimte, hoor ik u denken. U heeft gelijk. U moet in dit spel goed kunnen puzzelen. Gelukkig beschikken we over een frame dat ons toelaat een beter overzicht te bewaren. We beginnen het spel met vier opgegraven skeletonderdelen. Deze mogen we niet allemaal houden. We moeten er al onmiddellijk twee "inbouwen" op onze persoonlijke onderzoekstafel. We krijgen ook heel mooie biedstenen - een hele grote en negen kleine - waarvan we er onmiddellijk één aan onze linker en rechterbuur moeten overhandigen. We krijgen elk ook 12 Darwins, de munteenheid van dit spel. Er worden 5 soorten juwelenfiches gesorteerd (25 in totaal), de startspeler wordt aangeduid en de speler links van de startspeler krijgt de Darwintegel (the lucky bastard!). Und dann geht’s los! We kiezen allemaal een tegeltje uit onze overgebleven starthand van twee en leggen die voor ons in het midden van de tafel. Bent u een moeilijk mens en staan de tegeltjes die u in uw handen houdt u absoluut niet aan mag u er aan het begin van een nieuwe ronde nog twee kopen van een van de twee trekstapels. U kiest er uit deze vier dan twee uit en legt de andere onder een trekstapel naar keuze. Goed, u hebt een tegel met een skeletonderdeel. U legt er eentje voor u op tafel en dan begint een heel interessant biedproces. Dat proces bestaat uit drie ronden. In de eerste ronden bent u verplicht minstens één of twee biedstenen van andere spelers uit uw voorraad in te zetten. In de eerste ronde zult u trouwens niet anders kunnen want u hebt er net twee gekregen van uw linker- en rechterbuur. Daarbovenop mag u nog één eigen biedsteen extra inzetten. U plaatst de biedstenen aan de tegels die in het midden van de tafel door uzelf en uw medespelers worden aangeboden. De tweede biedronde mag u twee stenen naar keuze inzetten en in de derde mag u dat ook. De speler met de Darwintegel – verder kneusje genoemd – mag in de tweede biedronde drie stenen inzetten. Dat scheelt, maar dat is ook nodig want hij of zij is immers het kneusje van dienst. Lees: hij of zij bengelt meestal vanaf de tweede ronde achteraan. Na de drie biedronden wordt gekeken wie welke tegel wint. De speler met de meeste biedstenen aan die tegel krijgt de tegel en krijgt één van zijn ingezette stenen terug op voorraad. Zijn eventueel andere ingezette stenen gaan naar de eigenaar van de tegel. De niet winnende spelers krijgen hun stenen aan die tegel gewoon weer in hun voorraad. Win je je eigen tegel krijg je al je ingezette stenen aan die tegel ook gewoon weer terug. Als iedereen zijn tegeltje met knookstructuur heeft genomen legt hij ze in zijn rastertje. U mag uw frame ook naar believen 90° draaien om voor uzelf meer mogelijkheden te creëren, maar zodra u ergens een rijtje of kolom van vier hebt gevormd ligt uw raster vast. Zo vast als gewapend beton. U mag naar believen puzzelen maar uw aangelegde tegel moet wel aan een reeds aangelegde tegel grenzen. U doet maar raak en u mag in alle richtingen. Wat u wel probeert is verbindingen tussen allerlei beenderen en uiteinden (schedels, klauwen, handen en staarten) te creëren. Uiteinden zijn heel belangrijk, want ze dienen als multiplicator bij het scoren van afgewerkte wezens. Kortom: u probeert zo groot mogelijke wezens te reproduceren. Lukt het u er eentje af te werken (geen onafgewerkte uiteinden) mag u dat wezen scoren. U doet dat door het aantal tegels waaruit het wezen bestaat te vermenigvuldigen met het aantal uiteinden. Een afgewerkt wezen dat bijvoorbeeld bestaat uit acht tegels met een schedel, twee handen en een staart (probeert u er zich vooral geen voorstelling van te maken maar in Darwinci kan het) scoort dus 8 x 3 = 24 punten. U wordt daarvoor onmiddellijk beloond. De punten worden immers uitbetaald in Darwin. Een tweede mogelijkheid bestaat erin te scoren in één van de vijf juwelensymbolen. Soms graaft u samen met beenderen ook al eens een juweeltje op. Die juweeltjes zijn op de tegel geëtiketteerd met een kaartje. Daar staan één, twee of drie punten op. Eén keer per symbool mag u tijdens het spel en tijdens uw beurt een kolom of rij in uw uitlage scoren. U telt dan gewoon het aantal dezelfde juweelsymbolen op aaneengesloten tegels in deze rij of kolom op en vermenigvuldigt ze met het totaal van de getallen op de kaartjes. Weer kassa! Sommige tegels zijn ook voorzien van een rood getal met een minnetje voor. Die gaan van –1 tot –5. U voelt het al aan uw water: wordt u opgezadeld met zo’n tegel betaalt u dat bedrag gewoon aan de bank. Ai, een verliespost! De winnaar van de biedronde wordt de nieuwe startspeler en de Darwintegel gaat naar de speler die het minste tegels in zijn of haar uitlage heeft liggen. Zoals u ziet, het kneusje van dienst. We trekken vervolgens weer één tegel bij op hand, kunnen er voor 3 Darwin twee bijkopen en we zijn weer vertrokken. Het spel eindigt op het moment dat een speler zijn twaalfde tegel aanlegt. Dan kan iedereen eventueel nog een laatste afgewerkt wezen scoren en/of een laatste juwelenscore doorvoeren. De Darwins worden geteld en de speler met de dikste beurs wint. Dat, beste medespeler, is Darwinci. Enkele bedenkingen: Achterop geraken is niet erg aan te raden. U zorgt er best voor dat u elke beurt een tegel bemachtigt. Dat is niet altijd even gemakkelijk, zoals ik zelf heb mogen ondervinden. U laat bij het bieden uw gedachten best niet te ver afdwalen. Alleen afgewerkte wezens scoren punten. Hou daarmee rekening terwijl u vlijtig aan het puzzelen bent. Zonde een groot wezen te reproduceren dat uiteindelijk niet afgewerkt geraakt. Het scoren door middel van de juwelen eist ook geen te lang getreuzel. U mag het voor elk symbool maar één keertje doen tijdens het spel, en iets is beter dan niets zeg ik altijd. Wacht dus niet te lang. Het bieden vraagt wat gewenning, te meer daar u met de biedstenen van uw tegenstanders aan de slag moet. De nadruk in de vorige zin ligt op het moeten in de eerste biedronde. Dat "biedt" interessante tactische en strategische mogelijkheden. En dat is leuk. U kunt uw mede-aangezetenen vrolijk voor de wielen rijden. U mag ook uw frame naar believen 90° draaien, zolang u nog geen rij of kolom van vier tegels hebt. Dat kan soms een oplossing bieden voor een acuut puzzelprobleem. De speelduur is aangenaam en net lang genoeg. Binnen het uurtje bent u klaar. Er is een variant voorzien waarin u leuke dingen doet met uw grote steen. Die wordt in het basisspel enkel gebruikt om uw kleur aan te duiden, maar in de expertversie mag u er ook interessante dingen mee doen tijdens het biedproces. Nog niet geprobeerd dus ik kan er niet veel over zeggen. Heb ik me vermaakt tijdens dit spel? Het antwoord is ja. Het biedsysteem fascineert en het cerebraal malen achteraf over hoe ik het de volgende keer anders en beter zal doen is een goed teken. U mag dit gerust eens nader bekijken. Dominique Darwinci (LudoArt, 2009) Martin Schlegel 3 tot 5 spelers vanaf 9 jaar 30 tot 60 minuten
|
|
|
25-10-2009, 18:53:31 Dominique Algemeen
Reacties (0) |
|
|
Beste medespeler, Terug van Essen. Het waren twee extreem vermoeiende dagen en alles staat nog niet helemaal terug op een rijtje. Gelieve mij te verontschuldigen als deze eerste indrukken een beetje verwarrend overkomen. Het komt de volgende dagen wel weer in orde met me. Eerste indruk: drukdrukdrukdrukdruk! Herfstvakantie is het daar in Duitsland en dat hebben we geweten. Veel jeugd, soms zelfs heel jonge jeugd. Gelukkig was er de indrukwekkende stand van Lego die een groot gedeelte van dat grut naar zich toe zoog. We hoeven trouwens ook niet meewarig te doen over dat jong geweld. Zij zijn immers de spelers van morgen, de aankomende generatie die net als wij nú over enkele jaren ook als zombies met volgeladen plastic zakken en trolley’s door de gangpaden schuifelt. Aan hun aantallen te zien is onze opvolging verzekerd. Dat lucht op. Een greepje uit mijn ervaringen. Aan de stand van Kosmos werd mij op vrijdag gesmeekt zoveel mogelijk pakketjes van "Die Fürsten Der Völker" mee te nemen. Mijn complimenteus bedoelde opmerking: "Ik wil u ook wel meenemen!" ten aanzien van de schone bemanster van de balie werd niet geapprecieerd. Ik vermoed dat er van "Die Sternenfahrer Von Catan" nu echt geen heruitgave meer volgt. Op donderdag was er lichte paniek merkbaar – ik geef toe, ook bij ondergetekende - toen bleek dat A La Carte pas vrijdag op de beurs zou worden uitgeleverd. Dat betekende dat ik op vrijdag met zes bestellingen extra werd opgezadeld, een missie die ik met glans, plezier en bekommernis om mijn spelende medemens heb volbracht. Op vrijdagochtend was er dan ook een lange rij te zien bij Moskito, waaronder opvallend veel types met een Oosterse morfologie die opvallend veel pakketjes A La Carte kochten. Pakketjes die Herr Schmiel allemaal mocht signeren. Herr Schmiel, opvallend fris getooid met kookkledij, inclusief koksmuts, riep associaties op met Gandalf. De Witte uiteraard. Ik kan u geruststellen. De pannetjes – dieper dit keer – zijn weer van de partij en de vuurtjes hebben ook een geslaagde facelift gekregen. Geen wasknijpers meer deze keer, maar echte draaiknopjes. De flesjes met kruiden werden echter gedegradeerd van glas naar plastic, maar ze lijken op het eerste gezicht wel handiger in gebruik. En dat is geen overbodige luxe, geloof me vrij. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb Herr Schmiel op mijn blote knieën bedankt. Eén knie voor de heruitgave, de andere voor het bedenken van het spel tout court. Hij was vereerd. Ook weer ontmoet: Elfen met licht tot matig overgewicht, Pietje De Dood, cowboys, piraten en een goudgeharnaste ridder waar met eurocentjes naar werd gegooid. De arme man en zijn gevolg dachten dat er onderdeeltjes van zijn harnas waren gevallen en gingen er dan maar op handen en voeten naar op zoek. Dat is leuk om mee te maken als beursganger. Er waren duidelijk meer creaturen met puntoren te zien dan vorig jaar, waaronder een lelijk kaalhoofdig specimen dat volledig was groengeverfd. Het viel me op dat een van de ververs enkele meters verderop ietwat bezorgd naar de waarschuwingen op het potje groene verf stond te kijken. Uit zijn blik kon ik afleiden dat het mogelijk om industriële lakverf ging. Long Shot was op donderdagochtend al uitverkocht bij Z-Man Games. Endeavor ging ook vlot van de hand. Blijkbaar geen transportproblemen dit jaar bij Z-Man. Zev stond dan ook duidelijk opgelucht en enthousiast de menigte te woord. Op vrijdag aan de stand van LudoArt een leuk gesprek gehad met Greg Schloesser van de East Tennessee Gamers en notoir reviewer van bordspellen op BGG en Bordgame News. Ik heb hem en passant Darwinci uitgelegd. Ik kon dat want ik had het de dag voordien, zij het wel glansloos, gespeeld. Na ons gesprek kreeg ik prompt een uitnodiging om naar de uitreiking van de International Gamers Awards te komen, die om 14u zou doorgaan. Jammer genoeg had ik andere verplichtingen, anders was ik zeker eens gaan piepen. Leuk: het gratis Dominion-klik-snoepjesdoosje-met-inhoud aan de stand van Hans Im Gluck. De Dice Town expansie was op vrijdagmiddag al volledig uitgeput. Je moest trouwens eerst iets kopen voor je die kreeg. Dat was ook het geval voor de extra gebouwtegel, de Haciënda, bij Eggert Spiele. Dat was wel een beetje ontgoochelend. Ik veronderstel toch dat de meeste mensen die zo’n gratis uitbreiding willen het spel al hebben of tenminste toch iemand kennen die het spel al heeft, en dus al meer dan genoeg aan een voorafbetaling hebben besteed. De Gratis uitbreiding van Monuments, Wonders Of Antiquity heb ik ook even opgepikt bij Abacus. Ik blijf dit een heel leuk spel vinden en de uitbreiding voegt op het eerste gezicht interessante keuzemogelijkheden toe. Opvallend: Ra: The Dice Game voor 15 euro bij Rio Grande. Bij Abacus, de coproducent, die zich op een boogscheut van ongeveer twee meter bevond, lag hij aan het dubbele van de prijs. Raar. Leuk: het schattige startspelfiguurtje met moersleutel dat je kreeg bij de aankoop van Fzzz! En de kortingbon van twee euro voor "The BoardgameGeek Game" die je gelijk mee mocht nemen. Eigenaardig: de korting die we kregen van Two Plus Games bij de aankoop van Fuzzy Tiger "omdat we Belgen waren". Ik ben er nog niet achter of dat nu een goeie of slechte zaak is. Ook opvallend: de omgekeerde prijsbeweging tijdens de stockverkoop bij Queen Games van donderdag op vrijdag. Spellen die op donderdag 10 euro kostten (Batavia, Silberzwerg en Der Dieb Von Bagdad onder andere) bleken op vrijdag plots 15 euro te kosten. Stimmt So, de voorloper van Alhambra lag er voor 7 euro. Indrukwekkend: de overdadige productie van Colonia (Queen Games). Niet zo indrukwekkend als de War Of The Ring Collector’s Edition, maar toch. Ook even gebabbeld met Richard Breese, duidelijk nog niet bekomen van het factuurbedrag van de rechten op de afbeeldingen van spellen en uitgevers die in zijn " The BoardgameGeek Game" werden gebruikt. Dat resulteerde volgens Breese in een eenmalige printrun van 2000 wereldwijd, waaronder 700 voor Europa (Essen). De rest alleen rechtstreeks te verkrijgen op BGG, al denk ik dat u ondertussen ook al op Ebay aan uw (dure) trekken kunt komen. Zeer eigenaardig: Gonzaga. Ik werd er steeds weer naartoe getrokken, maar dat kon ook te maken hebben met de perfecte rondingen van een der Italiaanse spelbegeleidsters. Toch, het spel heeft iets. Een bijzonder mooi spelbord bijvoorbeeld, met een kaart van Europa. De plastic "lenen" die u op de kaart dient te plaatsen zijn ook intrigerend. Dure vogel ook. 39 euro. Dat is niet niks. U leest er hier binnenkort meer over. Over erotiek gesproken. De kronkelbewegingen die de – weer Italiaanse – verkoopster van Cranio Creations (Horse Fever) ten berde bracht tijdens het zoeken naar wisselgeld in de zakken van haar strakke jeansbroek had ook gerust wat langer mogen duren. Ook even bij Peter Struyff (Krakow 1325 AD en uitbreiding) blijven hangen. Hij had aan mij gedacht en een setje Nederlandstalige kaarten meegebracht, ter vervanging van mijn Engelse. De uitbreiding, die mijn secretaresse met dikke vette letters in mijn boekhouding had aangeduid, heb ik ook lekker meegenomen. Interessant: Trapper (Clementoni) voor 10 euro. Werd terecht en masse gekocht. Een gouden raad voor wie dat deed. Verdoe uw tijd niet met proberen de spelonderdelen weer in de inlay te krijgen. Ik ben daar 14 dagen mee bezig geweest en het lukte me nog niet. Weggooien dus die inlay en ziplocken die inhoud. Onze Nederlandse vrienden daarentegen kunnen, gezien de opvallend oranje kleur van het geval, er misschien nog iets mee aanvangen op het wereldkampioenschap voetbal. Aangenaam verrast werd ik door een exemplaar van Sutter’s Mill voor 15 euro. Stond al een tijd op mijn verlanglijstje maar geraakte daar omwille van de hoge prijs niet vanaf. Nu wel dus. Bij Heidelberger werd het twintigjarig bestaan ook gepast gevierd. Door een 20 euro-verkoop van zeer interessante spellen: Galaxy Trucker en de Grote Uitbreiding, Warcraft, Arkham Horror, de Tribun-uitbreiding, Fury Of Dracula, Marvel Heroes, Dust, Steam en Agricola zijn enkele voorbeelden. Allemaal "auf Deutsch" en allerminst taalonafhankelijk. Dat is dan weer de andere kant van de medaille. Mow, het charmante kaartspelletje van Bruno Cathala, was nu ook verkrijgbaar in een grote doos, met een handleiding in 59 talen (!) en nu ook speelbaar met z’n tienen. Aan de grootte van de vlagicoontjes op de achterkant van de doos te zien beschouwt de uitgever het Nederlands als een wereldtaal. Eindelijk! Ik heb weer een hele hoop mensen ontmoet, niet het minst het aangename en goedlachse gezelschap dat mij op de beurs vergezelde. Spelers die er allemaal toe doen. Kris, Kristof, Edith, Tom, Luk, Jan, Steven, Michiel, Stefan, Dimitri, David, Tineke, Yves, Wim, Freddy, Ronny, Syroit, Dirk en iedereen die ik vergeet te vermelden. Deze laatste groep ben ik waarschijnlijk tegengekomen op vrijdagnamiddag, op een moment dat ik al ver heen was, vandaar de blackout. Jullie allemaal: merci beaucoup!!! Jammerlijk gemist daarentegen: Maarten (De Bordspeler), Erwin Broens (Bordspel.com) naar verluidt op een haar na en ook met de Spellengekkers had ik graag eens een praatje gemaakt. Het mocht niet zijn maar we leven nog en mogelijk staat een ontmoeting met deze lieden toch nog in de sterren geschreven. Vanaf morgen ga ik een beetje dieper in op waar het natuurlijk allemaal om draait: de spellen. We beginnen eraan met een gedetailleerde bespreking van Darwinci. Dat mooie, en naar LudoArt-normen goedkope, spel met dat originele – echt waar! – biedmechanisme. Dat mechanisme dat mij uiteindelijk de das omdeed. U wilt van dat laatste zinnetje uiteraard het fijne weten. Wees gerust, ik geef me helemaal bloot. Maar dan moet u morgen wel kijken. Dominique
|
|
|
24-10-2009, 17:13:52 Dominique Algemeen
Reacties (4) |
|
|
|